Edith: Hemel en hel en Het verdriet van de engelen - Jón Kalman Stefánsson Nog geen tien dagen geleden dacht ik nog dat ik de winter zonder al te veel kleerscheur (lees: valpartijen en slepende blessures) was doorgekomen, maar ineens waren daar de sneeuw en het ijs. Begrijp me goed: ik vind de kou heerlijk, maar aan gladheid heb ik een broertje dood en schuifel over straat als een bejaarde die zijn rollator is vergeten. Ik ben nog heel en hoop dat zo te houden, al zou ik er wel een verstuikte enkel voor over hebben om nu achter elkaar de boeken van Jón Kalman Stefánsson te kunnen lezen. Laatst kreeg ik Het verdriet van de engelen, het tweede deel van de trilogie van Stefánsson en neurotisch als ik ben, ben ik toch maar snel in het eerste deel begonnen: Hemel en hel (ook al kun je de delen heel goed los lezen, echt!). Het verhaal speelt zich af op IJsland en gaat over vriendschap, liefde en dood – altijd goed. (In het kort: Bardur en 'de jongen' gaan met hun maten de zee op om te vissen. Bardur heeft zo lang in Paradise Lost zitten lezen, dat hij vergeten is zijn anorak mee te nemen. Op zee worden ze overvallen door een storm en Bardur vriest dood. De jongen gaat proberen het noodlottige boek terug te bezorgen bij de man van wie Bardur het boek ooit leende.) De zinnen zijn prachtig, de levenswijsheden terloops maar zinnig en het natuurgeweld indrukwekkend. Als je misschien dacht dat we nu een strenge winter beleven: lees Hemel en hel en je hebt het gevoel of je wel zonder jas naar buiten kunt. Ik vond het hier ineens bijna warm. De sterfscène in Hemel en hel is een van de mooiste die ik ooit las. Daar kreeg ik het dan wel weer even heel koud van.
|  |
Edith: De ruwe weg - Willy Vlautin In januari is het niet alleen afstoffen en inventariseren geblazen in de winkel, we bereiden ook de beurs voor, in aanloop naar het nieuwe boekenseizoen. Afgelopen zaterdagavond was het weer zo ver: een goede maaltijd, veel thee en een flinke stapel aanbiedingsfolders waarin uitgeverijen hun nieuwe titels aanprijzen. Die nemen we dan serieus (en soms iets minder serieus) door. Doorgaans hebben die folders mijn volledige aandacht, maar deze keer dwaalden mijn gedachten steeds af naar Charley en Pete, die ik eerder die dag op een cruciaal moment achter had moeten laten. Charley is de hoofdpersoon van De ruwe weg, vijftien jaar oud. Zijn moeder is er niet en zijn vader raakt uit beeld. Om de zomer te overbruggen gaat Charley bij Del Montgomery werken op een paardenrenbaan en sluit vriendschap met Pete. Pete (voluit: Lean on Pete) is een vijfjarige quarter horse die door Del gebruikt wordt om in het B-circuit te racen. Als Pete na te veel races moe en versleten is en volgens Del rijp voor de slacht, grijpt Charley in. Charley knijpt ertussen uit en gaat samen met Pete op zoek naar Charleys tante, de enige die hem (hoop op) een toekomst kan bieden. Het wordt een grimmige tocht vol hindernissen en gevaar, maar Charley blijft ondanks alle tegenslag op de been. Het is een intens verdrietig verhaal met hier en daar een sprankje hoop, in een gortdroge, registrerende stijl. Het is alsof Charley non-stop in zichzelf praat – je ziet de wereld door zijn ogen, voelt zijn pijn. Hier een kort citaat, ter illustratie: 'Een paar avonden lang lag ik in mijn slaapzak en jankte erom. Ze zeggen dat je je beter gaat voelen als je huilt, maar ik voelde me niet beter, er veranderde niets, ik werd er alleen maar moe van en ik schaamde me.' Ik zal verder niet te veel van het verhaal weggeven. De ruwe weg is simpelweg prachtig en je moet het gewoon zelf gaan lezen. |  |
Roxanne: Gestameld liedboek - Erwin Mortier Was mijn eindejaarslijstje van 2011 twee boeken langer geweest dan hadden Het begin van iets van Siegfried Lenz en Gestameld liedboek van Erwin Mortier er ook op gestaan. Over Het begin van iets schreef ik al eerder (zie 'Linnaeus las') en in de week van het korte verhaal zal dit boek vast en zeker voorbij komen, dus daarom nu aandacht voor Gestameld liedboek van Erwin Mortier. De roman gaat over Mortiers dementerende moeder. Nauwkeurig analyseert hij het proces dat zijn moeder uiteindelijk te gronde richt. Een aangrijpend verhaal dat van binnenuit wordt verteld. Het mag dan wel een roman heten, maar het lijkt haast poëzie. Er zijn veel witregels, zelfs geheel witte pagina’s, Mortier gebruikt enjambement en zijn woordkeuze past beter in een poëziebundel dan in een roman. Ik vergat bij het lezen bijna de ernst van de zaak, omdat ik zo geraakt werd door de taal. Het wrange is nou juist dat de taal hetgeen is dat Mortiers moeder niet meer kan vinden. Mortier illustreert wanneer zoiets begint: 'Het begint met het woord "boek", het woord dat haar maar niet te binnen wil schieten wanneer ze op een middag voor mijn bibliotheek staat (…) ze brengt haar handen met de vingers gestrekt naast elkaar en klapt ze open en dicht.' Maar niet alleen de taal raakte me, ook het persoonlijke ontroerde me. En soms weet je, net als Mortier, niet of je moet lachen of huilen: 'Mijn moeder heeft me vandaag een stofbeurt gegeven, ze meende dat ik een meubel was.'
|  |
Marijke: Kerstballen breien met Arne en Carlos Er is een fantastisch boek verschenen: Kerstballen breien met Arne en Carlos. Arne en Carlos zijn twee kledingontwerpers uit Noorwegen, die zich de laatste vijf jaar uitsluitend op gebreide kleding hebben toegelegd. Merknaam Arne&Carlos. En nu hebben ze een boek gepubliceerd met breipatronen: 55 kerstballen! Voorin staat een duidelijk basispatroon en daarna volgen de 55 verschillende motieven. De meeste worden ingebreid, een paar kunnen gemaasd worden. Als laatste is er een leeg ruitjespatroon waarin u zelf een motief kunt ontwerpen. Er wordt ook veel informatie gegeven over te gebruiken wol, brei- en haaknaalden, vulling en brei- en haaktechniek, waar nodig met duidelijke tekeningen. Bij alle motieven is een verhaaltje, over de herkomst, geschiedenis of bepaalde gebruiken. Kerst is in Scandinavië een speciale tijd. De winter is lang en donker, tijd genoeg om gezellig binnen aan het breien te slaan. Het boek is prachtig uitgegeven: gebonden, stevig papier, vol kleurige foto’s van alle gebreide kerstballen, sommige in verschillende kleuren uitgevoerd, en van allerlei nostalgische kerstversiering. Voorin een romantische foto van hun met sneeuw bedekte onderkomen. Wij zijn al begonnen, een heerlijk werkje en na enige oefening: zo klaar! Het resultaat hangt in onze etalage.
|  |
Edith: Naar de overkant van de nacht - Jan van Mersbergen Bij dezen beloof ik plechtig er geen gewoonte van te maken, maar het boek dat ik nu ga bespreken heb ik nog niet uit. Ik ben een flink eind op weg en vind het dermate fascinerend dat ik het toch alvast met u wil delen. De reden voor het nog niet uitgelezen hebben van Naar de overkant van de nacht is een goede en positieve: er zijn de afgelopen weken te veel mooie boeken uitgekomen. Het gebeurt me niet vaak dat ik ongedurig heen en weer loop voor onze ‘nieuwe-titels-tafel’ omdat ik niet kan kiezen welk boek ik als eerste zal lezen. En opvallend: het zijn allemaal boeken van jonge Nederlandse auteurs. Ik noem er een paar: Maartje Wortel (Half mens), Henk van Straten (Salvador én Superlul – jawel, die ook), Anne-Gine Goemans (Glijvlucht), Ivo Victoria (Gelukkig zijn we machteloos, briljant, lees dat boek!), Peter Zantingh (Een uur en achttien minuten), Karin Amatmoekrim (Het gym), Stephan Enter (Grip) en Jan van Mersbergen dus. Naar de overkant gaat over Vastelaovend, een begrip dat ik als rechtgesneden Rotterdammer eigenlijk niet ken. Eigenlijk heb ik een hekel aan carnaval en alles wat daarbij hoort, maar omdat eerdere boeken van Van Mersbergen mij goed bevallen waren, durfde ik het aan. Het gegeven is vrij simpel: Ralf gaat verkleed als veerman Vastelaovend vieren in Venlo. Hij gaat op in de feestende menigte, maar zijn gedachten dwalen regelmatig af naar Sara, zijn vriendin, en haar vier kinderen. Sara was op de lagere school al verliefd op Ralf, maar pas als ze elkaar 26 jaar later tegenkomen (zij inmiddels alleenstaande moeder van vier), beantwoordt hij die liefde en besluit haar bij te staan in de zorg voor de kinderen. Binnen een mum van tijd sta je naast Ralf, in het café, met je schoenen in een laagje bier, de muziek net even te hard, de warme bezwete lijven net iets te dichtbij. Je probeert een gesprek aan te knopen, er botst iemand tegen je op, o sorry, jij nog een biertje?, ja, is goed, dank je, kra kra! proost. Ook al ligt Ralf veertig biertjes voor op de lezer, je zit binnen een paar pagina’s in dezelfde roes en drijft moeiteloos mee op de gedachtestroom die door zijn hoofd kolkt. Die lijkt onsamenhangend en springerig, maar het kan maar één kant op – naar de overkant van de nacht. Toen ik halverwege moest stoppen met lezen omdat de plicht riep, had ik het gevoel of de cafédeur achter me dichtviel. De stampende muziek hoorde ik nog vaag op de achtergrond, mijn oren suisden en ik verwachtte een diepe teug koude, frisse lucht toen ik inademde (in het boek is het vijftien graden onder nul). Een boek dat je zo snel bij de lurven grijpt en het lezen tot een bijna fysieke ervaring maakt, durf ik te bespreken zonder het einde te kennen. En nu duik ik snel de kroeg weer in.
|  |
Fred: Matterhorn - Karl Marlantes Dit is een van de beste boeken van dit jaar. Karl Marlantes, zelf een Vietnamveteraan, heeft er maar liefst dertig jaar aan gewerkt en laat een rauw beeld zien van de Vietnamoorlog. Het gaat over de nutteloosheid en waanzin van oorlog, over soldaten die zich afvragen wat ze daar doen en die alle bedenksels van de militaire leiding moeten uitvoeren, ook al lijken die nergens toe te dienen. En de spanningen tussen de blanke en zwarte dienstplichtigen die in de zestiger jaren van de twintigste eeuw werden aangewakkerd door de ontwikkelingen in het thuisland, de Verenigde Staten.
|  |
Edith: Half mens - Maartje Wortel Onlangs verscheen Half mens, de eerste roman van buurtgenote Maartje Wortel. In 2009 debuteerde zij met de verhalenbundel Dit is jouw huis. Half mens volgt twee mensen: Michael Poloni is een 41-jarige Mexicaan, een eenzame harde werker die thuis het liefst naar National Geographic kijkt en de Nederlandse Elsa Helena van der Molen (20) die met haar ouders tegen haar zin naar Los Angeles is verhuisd. De wegen van Helena en Michael kruisen elkaar, maar in eerste instantie is het niet meer dan dat. Michael zit namelijk in de taxi die Helena aanrijdt. Helena wordt afgevoerd naar het ziekenhuis waar met spoed haar been wordt afgezet en Michael verdwijnt uit beeld. Ze zien elkaar pas weer in de rechtszaal. Na de rechtszaak waarin Michael als belangrijkste getuige moet optreden, besluit hij contact te zoeken met Helena. Een bedrieglijk eenvoudig verhaal dat makkelijk naverteld lijkt, maar na het lezen van de laatste pagina heb je echt de neiging terug te bladeren, of liever nog: opnieuw te beginnen, omdat je toch het idee hebt dat je het een en ander over het hoofd hebt gezien. De voor Wortel zo kenmerkende droge toon werkt de verwarring in de hand. Het klinkt paradoxaal, maar de heldere stijl strooit zand in de ogen van de lezer. Je denkt dat je elk woord begrepen hebt, maar je blijft toch met veel vragen achter. Maar ook juist die stijl maakt het lezen van Half mens tot een feest. En uit de mini-biografietjes die Maartje Wortel de figuranten meegeeft, blijkt Wortels gave met weinig woorden een heel verhaal te vertellen. Bijvoorbeeld: 'De taxichauffeur (Eric Huckleberry, taxichauffeur sinds zijn negentiende, dol op pancakes met maple syrup en banana shakes. Hij houdt al jaren de uitslagen van rugbygames bij in schriften zonder lijntjes) reed snel en zonder te kijken rechtdoor, alsof er aan het eind van de weg iets of iemand op hem stond te wachten.' Of: 'De auto stond klaar om vijf voor half negen. Achter het stuur zat een vrouw. (Mercedes van Ness. Geschiedkundige. Lesbisch. Ze droomde er van haar achtste levensjaar al van om taxichauffeur te worden. Haar nieuwste droom was om te zwemmen met dolfijnen.)' Een boek waar je graag nog even goed over na wilt praten, dus bij uitstek geschikt voor de leesclub.
|  |