Waar ik liever niet aan denk

cover-3

‘De kracht van dit proza, is het onuitgesprokene. In steeds korte hoofdstukjes beschrijft Posthuma de broer-zus-relatie door de tijd heen. Daarbij komen verstoorde familiebanden aan bod, een vader die wegloopt, de stuklopende relatie van de broer, homo, met zijn vriend, de moeizame liefde van de ik-persoon voor haar vriend Leo. […] En daardoorheen de toenemende angstaanvallen van haar broer, die door een soort hedendaagse Weltschmerz lijkt te zijn bevangen. […] In zekere zin is dit een boek over schijn en wezen bij de mens, over wat je aan gedrag ziet en wat er allemaal onder schuilgaat. Dat geldt ook voor de vertellende zus zelf: “Ik deed giechelig en op weg naar beneden hoopte ik dat de flat zou instorten zodat ik onder het puin kon verdwijnen.” Een observatie die deze mooie, ingetogen roman over depressie raak typeert.’ – Rob Schouten in Trouw

Verhalen die we onszelf vertellen

verhalen die we onszelf vertellen

‘Verhalen duiden de werkelijkheid, maar ze bedekken die ook. Met de voor een schrijver onontbeerlijke verstrengeling van wantrouwen en weetgierigheid tilt Didion de deken op om te kijken of het verhaal nog klopt met wat het over de tijd beweert. Dat ze met weemoed en een droevig fatalisme vertrouwde visies verlaat en niet met een revolutionair elan, kenmerkt haar. Ze is koppig, tegendraads en eigenzinnig, maar ze is geen anarchist. Als ze oude ideeën verwoest, doet ze dat als de tragische muis die tegelijkertijd onthutst en gelaten constateert dat ze te lang in een sprookje heeft geloofd. Mocht ze de keuze hebben, koos ze voor het sprookje. En ze leefden nog lang en gelukkig. Ze leeft al lang, ze is nu 85. Of ze gelukkig is, ligt iets ingewikkelder. Of misschien ook helemaal niet. Joan Didion is een melancholicus, en melancholici herkennen het geluk pas als het is verdwenen.
[…] Deze onweerstaanbare elegantie, waarmee ze tegenstrijdigheden verduurt en uitdraagt, de ironie en meedogenloosheid van haar zelfreflecties, de elliptische structuur van haar teksten, hun bizarre humor en intelligentie, maken haar als schrijver uniek. Joan Didion staat in een kasjmieren coltrui naast de vuilnisbelt, ze is de buitenstaander in tweedelig Chanel, een conservatieve rocker, een schuwe neuroot die in een knalgele Corvette rijdt, maar de snelweg mijdt omdat ze te bang is om in te voegen.’ – Connie Palmen in de Volkskrant.

De naam van de wereld

cover

‘Denis Johnson was een leerling en adept van de grote Amerikaanse short-storyschrijver Raymond Carver, en dat merk je, zijn stijl is kort en zakelijk, maar ook enorm scherp; zelden las ik een boek waarin met een paar halen het academische milieu, en trouwens elk tafereel daarbuiten, wordt neergezet. Het is Johnsons puntige stijl die dit boek z’n volkomen eigen karakter verleent. Professor Mike Reed loopt na de dood van zijn vrouw en dochter bij een auto-ongeluk met zijn ziel onder zijn arm; als hij dan ook nog ontslagen wordt aan zijn universiteit, begint er voor hem een nieuw, onbekend leven waarin hij aan zijn academische vaardigheden niks meer heeft.
Een meesterlijke, puntige, suggestieve universiteitsroman.’ – Rob Schouten in Trouw

De onvolmaakten

onvolmaakten

‘Ewoud Kieft gaat gemakzuchtig engagement of voorspelbaar ondergangsdenken uit de weg. En hij vermijdt de valkuil van minder geslaagde toekomstromans die het leven in pakweg 2063 voorstellen als een optelsom van existentiële en maatschappelijke vraagstukken.
[…] Speels en serieus dringt Ewoud Kieft diep door in de eeuwige, universele worsteling: de schaduwkanten van vrijheid en de kern van onze individualiteit. Een buitengewoon intelligent, prikkelend debuut.’ – Dries Muus in Het Parool.

Ten oosten van Eden

ten oosten van eden

Ten oosten van Eden is een ongegeneerde, zeer geslaagde poging tot een Great American Novel.
[…] Het is een boek als een kathedraal, diep en breed en hoog. Een ruimte waarin onvergetelijke personages huizen, maar waarin ook een heel mensenleven aan Amerikaanse geschiedenis ligt opgeslagen. Waar universele bijbelverhalen resoneren in familiegeschiedenissen. En waar de galm van Steinbecks stijl de woorden extra gewicht geeft, en ja, misschien zelfs een pathos die in andere romans misplaatst zou zijn.
Ten oosten van Eden is het soort boek dat steeds herlezen moet worden, steeds weer opnieuw moet worden overdacht en heroverwogen. Een tekst die je een leven lang met je mee kunt dragen, in kameleontische betekenissen. Ik kende het boek nog niet, anders dan van de film met James Dean, maar nu ken ik het wel, en het heeft me opgetild.’ – Auke Hulst in NRC Handelsblad.

De Hollandse droom

hollandse droom

‘Interessant is dat het er bij Simons niet dik bovenop ligt hoe we over het lot van de familie Keller moeten denken. Ik bedoel: de inzet is dus ethisch van aard, De Hollandse droom is evident een zedelijk getinte roman, maar meer in de zin van een presentatie van koude feiten dan van vingerheffingen. Kort door de bocht geredeneerd is de babyboomer Rudolf hypocriet en zijn de millennials Evi en Bram ontaarde genots- en goudzoekers.’ – Sebastiaan Kort in NRC Handelsblad.

Actrice

cover-4

‘Norah vertelt haar verhaal uiteindelijk niet aan de journaliste die zo graag alles wil weten, maar aan een “jij”, haar echtgenoot, die eigenlijk nergens om vraagt. Dat is een intrigerende zet van Enright. In hoeverre valt Norah zelf, zeker ook als schrijver, eigenlijk samen met de persoon die ze aan de buitenwereld presenteert? Of met de persoon die haar man in haar ziet? Waaruit bestaat precies hun liefde en verbintenis? Welk van de vele gezichten die híj door de tijd heen heeft gehad, is de “echte”? Uiteindelijk werkt iedereen de werkelijkheid om tot een versie die voor hem of haar acceptabel is, lijkt Enright te willen zeggen. Dat doet ze meeslepend en vol compassie.’ – Vrouwkje Tuinman in Trouw

Het allerbeste

cover

“Ik realiseerde me: geen wonder dat ik vragensteller ben geworden, een portrettist van anderen, dan hoef je het niet over jezelf te hebben. Woorden geven aan je angst bij de diagnose kanker, aan de angst die ik ervoer in mijn jeugd, was heel eng, maar door het fictie te noemen kreeg ik al snel een groot gevoel van vrijheid tijdens het schrijven.
Het lot heeft mij een loer gedraaid, maar door verdrongen angsten onder ogen te zien heb ik nu het lot een loer gedraaid. Het allerbeste is een levenslustig boek over doodsangst, en hoop.” – Pieter van den Blink in gesprek met Noor Hellmann in Trouw

Notre-Dame – een beknopte geschiedenis van de beroemde kathedraal

notre dame

‘Folletts Notre-Dame is geen middeleeuws, hoofs en hooggestemd gedicht. Follett verklaart zijn liefde zonder veel omwegen met boeiende informatie, mooi gekozen citaten en een enkele eyeopener zo fraai als een roosvenster. Daarmee is iets van de geest in de kathedraal teruggebracht. De rest moet straks weer uit de muren komen, van de mensen die er binnengaan, de tijd.’ – Henk Pröpper in de Volkskrant.

Wij knippen de wind

cover-2

‘Het zijn korte dagboekschetsen, de meeste niet langer dan een of twee alinea’s, vrijwel altijd met een kwinkslag. Ze meanderen losjes rond het thema ouderdom. Bevalt het om oud te zijn? Hoe kijk je terug op een leven vol drank, seks en rock-‘n-roll? En hoe is het om onder één dak te wonen met de 90-jarige dichter? “Remco en ik hebben lang een wild leven geleid. Ik hoop dat ik nog een tijdje heb, maar jaren zoals ik die gehad heb, komen niet terug. Daarom vind ik het ontzettend leuk dat er aandacht is voor dit boekje. Eindelijk gebéurt er weer wat.”
Vera Mae, Camperts oogappel, schittert in Wij knippen de wind door haar innemende uitspraken. “Vera zou het middelpunt van de boekpresentatie zijn, met een mooi jurkje enzo. Ging niet door. Misschien kunnen we het later inhalen, als alles weer op gang komt.”’ – Deborah Campert in gesprek met Sander Becker in Trouw

Wolgakinderen

cover

‘Nu heeft Jachina een tweede roman geschreven – Wolgakinderen – over de “Sovjetrepubliek van Wolgaduitsers”. De Wolgaduitsers waren op uitnodiging van Catharina de Grote in de achttiende eeuw naar Rusland gekomen als kolonisten in de dorpen langs de Wolga. De Sovjetrepubliek van Wolgaduitsers was een soort laboratorium van de revolutie. Rond die historische gebeurtenissen heeft Jachina een groots episch verhaal geweven, waarin ze niet alleen aandacht heeft voor de tragische afloop, maar ook de verloren bestaanswijze van de Wolgaduitsers in beeld brengt.
Guzel Jachina heeft in Wolgakinderen het verhaal van de zwijgende generatie van het dorp waar het om draait, het verhaal van honger, burgeroorlog en revolutie, wél willen vertellen. Niet rechtlijnig-historisch, maar omzwervend, met volle aandacht voor de kleine levens van mensen die met historische tragedies worden geconfronteerd. Dat de schrijfster zo beeldend en zintuiglijk schrijft, maakt haar roman des te overtuigender.’ – Sofie Messeman in Trouw

De spiegel & het licht

spiegel licht

“Ja, het lijkt alsof ik een directe confrontatie met mijn hoofdpersonage Thomas Cromwell vrees. Ik denk dat als je het idee had dat je iemand zou kunnen begrijpen, je niet drie romans over hem zou kunnen schrijven. Je wil dan toch iemand die een raadsel blijft, iemand die je in een spiegel wil vangen en houden.
Maar dat ik in een periode van vijftien jaar drie romans over hem geschreven heb kan je zien als mijn poging om het te ontmoeten. Je bent als schrijver toch altijd op zoek naar het onuitputtelijke onderwerp, en hij is dat tot nu toe ook gebleken te zijn. Ik was al heel veel jaren van plan over hem te schrijven, en ik wist dat het de grootste uitdaging zou zijn van mijn schrijverschap. Een opgave die ik moest uitstellen tot ik ertegen opgewassen zou zijn. Toen ik er eindelijk aan begon en de eerste bladzijnden van Wolf Hall schreef, had ik het idee: nu weet ik wat ik doe, ik weet hoe ik verder moet. Alsof alles wat eraan vooraf gegaan was, eigenlijk voorbereiding was geweest. Ik had er het volle vertrouwen in dat ik mijn onderwerp gevonden had. Ik had een onderwerp gevonden dat me helemaal in beslag nam, waar je alles wat je weet in kwijt kan. Zo’n onderwerp zoek je je hele leven.”  – Hillary Mantel in gesprek met Mathijs Deen in de VPRO-gids.

Zwanenzang 1945

zwanenzang 1945

Zwanenzang 1945 is het sluitstuk van Das Echolot, het levenswerk van de Duitse schrijver Walter Kempowski (1929-2007). Daarin schetste hij op bijzondere wijze de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog: door een aantal dagen te kiezen en er fragmenten uit brieven, dagboeken en andere getuigenissen bij te zoeken. Het levert een fascinerend, caleidoscopisch beeld op. Een verpletterend beeld ook.’ – Jeroen van der Kris in NRC Handelsblad.

Een relaas van vriendschap en liefde

relaas van vriendschap en liefde

‘In weinig woorden weet Schneider complete en complexe personages op te roepen, elk op hun eigen manier verlangend naar verbinding. Zo sterk dat ze er muren voor doorbreken. De Tweede Wereldoorlog stelt hun band op de proef. Wie goed is en wie fout, is een vraag die zich in oorlogsliteratuur al snel opdringt, maar Schneider laat in deze fijnzinnige bundel zien dat die twee uitersten niet altijd strikt van elkaar gescheiden zijn. Hooguit staat er een muur tussen goed en fout, met een gat erin.’ – Bo van Houwelingen in de Volkskrant.

Inventaris van enkele verliezen

inventaris van enkele verliezen

‘De verhalen in Schalansky’s nieuwe bundel gaan over dingen en mensen die in de loop van de geschiedenis op raadselachtige manier zijn verdwenen. En of het nu gaat om een verdwenen Duitse speelfilm uit 1929 met de ‘verdwenen’ actrice Greta Garbo in de hoofdrol, een onvolledig fragemt van een liedtekst van Sappho of een verbrand schilderij van Caspar David Friedrich, iedere keer weet ze er in de poëtisch lange zinnen een schitterend verhaal om heen te weven.’ – Michiel Krielaars in NRC Handelsblad.

Ondergronds

ondergronds

Ondergronds is een boek als een ontdekkingsreis, op elke pagina staat wel iets wat je paf doet staan. Hunt heeft een heerlijke, vaak geestige schrijfstijl. Met veel goed gekozen details over hoe het ruikt, klinkt en voelt onder de grond – bijvoorbeeld in een hete doorgang waar hij zich maar net doorheen kan wurmen – is het ook een spannend reisboek: “Zelfs de kleinste tocht door een tunnel of een grot voelde als een ontsnapping naar een parallelle realiteit, zoals de personages in kinderboeken via poorten naar geheime werelden verdwijnen.”
Dit gevoel weet hij heel goed over te brengen.’ – Judith Eiselin in NRC Handelsblad.

Ik wil je laten weten dat we er nog zijn

ik wil je laten weten dat we er nog zijn

“Families en kinderen zijn weerbaarder als ze weten dat het leven niet altijd perfect is en dat hun families verschrikkelijke tijden hebben doorgemaakt, maar dat ze die hebben overleefd. Joden geloven enorm in het geheugen, in verhalen die een metafoor vormen voor het overleven, voor de continuïteit van een heel volk. Dat is hoe we kracht en weerbaarheid bouwen.” – Esther Safran Foer in gesprek met Michael Persson in de Volkskrant.