Welke boeken gaan er mee op vakantie?

Onze vakantietips voor 2017
montana   Basis CMYK   swing time   argonauten   exit west

Boekgeroep
Sinds enige tijd heb ik het gevoel dat mijn ongelezen boeken tegen me praten. Misschien bent u bekend met het fenomeen, ik hoop het, anders lijd ik aan een zeldzame kwaal. Eigenlijk heb ik het gevoel dat ze me dingen verwijten. Het ergst zijn de dikke boeken, die, gezien mijn aanschafwoede, in groten getale door mijn huis verspreid liggen. Dat is dan ook het probleem: ik ben nergens meer veilig.
In de keuken kom ik al een tijdje niet zo graag, want daar ligt Yotam Ottolenghi. ‘Polentaburgers met sumak, aardperen met manouri, zo moeilijk is het niet, je bent gewoon lui! Hoor je me?’ Het leek zo gezellig, een Israëlisch-Britse kok in huis nemen. Slapen doe ik trouwens ook al niet meer. Lees meer

BOEKEN IN DE MEDIA

‘Een gothic novel in Victoriaanse setting, maar nét even anders. Weg met die eeuwig in katzwijm vallende vrouwen! Hier zijn ze geïnteresseerd in wetenschap en politiek, en weten ze dondersgoed dat hun vrouw-zijn het er niet makkelijker op maakt. Een voorzichtige vergelijking met voornaamgenoot Sarah Waters is op z’n plaats, ware het niet dat Perry erin slaagt verder te kijken dan de romance, en dieper dan louter klasseverschillen. Misschien slaagt ze er vooral in haar onderwerpen vrolijker tegemoet te treden.
[…] Het schrijfplezier van Perry zoemt door de hele roman heen, wat het leesplezier alleen maar aanwakkert. Naast die vileine gesprekjes is ze heel sterk in de beschrijvingen van de donkere rivier en de dreigende zeedraak, de angst die zoiets oproept.’ – Roos van Rijswijk in NRC Handelsblad.

‘Wat Tolstoj zei over families, kun je ook zeggen over Amerikaanse indianenstammen: ze zijn allemaal ongelukkig op hun eigen manier. We kennen de verhalen over gebroken verdragen, ziekten waartegen geen weerstand was, gedwongen verhuizingen naar steeds slechter land. Maar één stam, de Osage, werd wel op een heel bijzondere manier ongelukkig: ze werden steenrijk. Over wat dat voor gevolgen had, schreef de Amerikaanse journalist David Grann een fantastisch boek dat leest als een thriller.’ – Bas den Hond in Trouw.

‘Een lekkere leesbare roman over een verliefde kantoorjuffrouw, met een ondubbelzinnig positief slot? Dat riekt naar chicklit. Maar wie daarom dit debuut negeert, doet de schrijfster en zichzelf toch tekort. Eleanor Oliphant staat met twee stevige benen in de grote Britse negentiende-eeuwse literatuur, van Jane Austen tot Charlotte Brontë […].’ – Marijke Laurense in Trouw.

‘En al knoopt Russo die eindjes vakkundig aan elkaar, soms balanceert hij daarmee op het randje van theater-van-de-lach-achtige overdaad.
Maar je vergeeft het hem. Dankzij zijn soepele proza, zijn oor voor droogkomische dialogen en bovenal zijn onweerstaanbare personages […] stuk voor stuk liefdevolle karikaturen die tegelijk zo echt voelen als je buren, je familie.
Een politieke roman? Geen moment. Maar Richard Russo kan nog steeds als weinig anderen smalltown America in het hart kijken.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

‘Als Levy vijf maanden zwanger is […] krijgt ze in Mongolië een miskraam. […]. Bij terugkomst stort haar huwelijk in en verliest ze ook nog eens haar huis. Ze is gebroken. Door haar leven na te lopen, probeert ze de weg naar herstel te vinden.
Zo samengevat, rieken haar memories naar een zelfhulpboek. Dat is het allerminst. Aan de hand van allerhande volt gestileerde anekdotes over haar jeugd, haar liefdesleven en haar werk portretteert Levy niet alleen haar eigen leven, maar ook het culturele leven in New York en dat van een generatie die denkt dat de regels niet voor haar opgaan.
Door het verhaal van een maatschappelijk en cultureel decor te voorzien is het meer geworden dan een boek over enkel haar particuliere rouw. Hierin is duidelijk te zien wat een goede verhalenverteller Levy is.’ – Dieuwertje Mertens in Het Parool.

‘Hamel creëert spanning door amper aan het leven te raken, maar er wel flarden van op te roepen. Deze gedichten blijven aan de oppervlakte van grote onderwerpen als levensangst en het onvermogen vorm te geven aan het bestaan. Met opgewekte levenswanhoop strijkt Hamel erlangs.
Als een aanhoudende cliffhanger is het moment van door de oppervlakte breken steeds onder handbereik.
Het leven is op afstand, al staat de dichter er middenin.’ – Maria Barnas in de Volkskrant.

‘Met steeds een andere vraag op zak (‘zullen we ooit in staat zijn te begrijpen wat bewustzijn is?’ of ‘is het in principe mogelijk om alles te voorspellen?’) trekt Marcus du Sautoy door wis-, natuur- en scheikunde, kosmologie, biologie en hersenwetenschap, met af en toe een zijsprong naar de filosofie. Wie wil er niet met zo’n gids op pad?
Met gemak springt Du Sautoy door disciplines en eeuwen.’ – Margriet van der Heiden in NRC Handelsblad.

‘Na elf bundels behoort Hester Knibbe wat mij betreft tot onze beste dichters, en per bundel is haar kwaliteit nog altijd stijgend. Tijd voor de P.C. Hooftprijs?’ – Arie van den Berg in NRC Handelsblad.

‘De gedeeltelijke rehabilitatie van Nicolaas II is een van de opmerkelijke conclusies van de Amerikaanse historicus Sean McMeekin in zijn De Russische Revolutie – een nieuwe geschiedenis. Het is een fascinerend boek, dat aantoont dat de definitieve geschiedenis van de revolutie nog altijd niet is geschreven.’ – Michel Krielaars in NRC Handelsblad.

‘Een visionaire dystopie.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

‘Edouard Louis’ tweede roman maakt eenzelfde enorme indruk als Weg met Eddy Belleguelle, zijn eerste roman – vanwege de toon, de stijl, de taal en vooral vanwege de obstinatie en subtiele zoektocht naar het hoe en waarom.’ – Margot Dijkgraaf in NRC Handelsblad.

‘De schrijver is wonderwel geslaagd in zijn poëtische verwoording van de natuur als het oneindig vreemde. Tot die vreemdheid – en tot zijn eigen eindigheid – kan de mens zich slechts verhouden door de band met anderen en door routines, die ‘de lawine van dagen en jaren hanteerbaar maken.'” – Sofie Messeman in Trouw.

‘Het razendknappe, ogenschijnlijk luchtig geschreven Er is geen vorm waarin ik pas verovert de lezer met een dan weer wijs en indringend, dan weer scherp gekruid en buikpijn-grappig verhaal over familie, vriendschap en gemis. Slappe lach, uithuilen en weer opstaan.’ – Pjotr van Lenteren in de Volkskrant.

Lampje is naast een avonturensprookje ook het hartverscheurende verhaal over opgesloten zitten in de verkeerde wereld. […] Annet Schaap schreef, alsof het niets is, voor het eerst en meteen maar een van de beste kinderboeken van dit jaar.’ – Pjotr van Lenteren in de Volkskrant.

‘Dit met veel gevoel en humor én tienerverontwaardiging geschreven en met merkbaar plezier vertaalde boek leg je niet meer weg.’ – Pjotr van Lenteren in de Volkskrant.

‘Laten we eerlijk zijn: je kunt jongens leren lezen, maar de meesten blijven het liefst plaatjes kijken en moppen tappen. Een uitkomst voor hen is het grafische sprookje Kleine broer van de Noor Øyvind Torseter.’ – Pjotr van Lenteren in de Volkskrant.

‘Een hoogtepunt in het oeuvre van illustrator Sanne te Loo en het ultieme prentenboek voor de zomervakantie, maar eigenlijk voor altijd.’ – Pjotr van Lenteren in de Volkskrant.

“Hoe kwam je op het idee voor Nazomer?”
“Het begon met een zin die ik tegenkwam: ‘De spiegel die de omgeving ons voorhoudt, bepaalt wie wij worden’. Een interessant gegeven. In hoeverre word je gevormd door je omgeving? Ik vond het mooi om die vraag neer te leggen bij Claudia, een meisje met een enorme creatieve drive (ze wil ontwerpster worden) dat opgroeit in een volkse omgeving die dat niet herkent.
In mijn omgeving werd ‘met schrijven kun je geen droog brood verdienen’ gezegd, maar niet door mijn ouders. Net als Claudia kon ik ook niet slapen, omdat ik mij móest uiten.” – Esther Verhoef in gesprek met Mario Wisse in Metro.

‘Een avontuurlijke bundel, maar evengoed een bundel vol pijn. […] In nu eens afgeknotte zinnen, dan weer explicietere verzen, wrikt Langelaar wat vastgeroest zit los. Lichaam, geest, relaties.
[…] Langelaar lezen is niet willen dat het klopt, maar ervaren dat het kán. De taal als wormgat die maakt dat iemand in geen tijd uit zijn lichaam kan stappen, of vanuit een boom in de hersens van een hert kruipt, of metamorfoseert in een stad of in een stoel.’ – Janita Monna in Trouw.

Zwarte doos is een boek om te verslinden – eigenlijk is het andersom: de personages verslinden en verleiden elkaar én de lezer met huid en haar.’ – Dries Muus in Het Parool.

‘Met De sympathisant deelt Viet Thanh Nguyen, vanuit het perspectief van de geboren buitenstaander, vele mokerslagen uit: aan narcistisch Amerika en diens soft power, aan de Vietnamees in ballingschap, aan het schrikbewind van het thuisland, aan de lezer. Hij doet dat deels vanuit zijn achtergrond als wetenschapper […] Het knappe is dat hij erin geslaagd is die kennis te overstijgen met een onvergetelijk hoofdpersonage, een levendige vertelstem en vileine humor. Dat is geen genoegdoening voor de letterlijk duizenden gezichtloze Vietnamezen die slechts op mochten draven om de body count van de films (én de werkelijkheid ) op te krikken, maar elke literaire triomf is er een. En in dit geval: wat voor een.’ – Auke Hulst in NRC Handelsblad.

‘De personages van Mik brengen ons intussen wel de diepste wijsheid bij: ze herinneren ons aan ons eigen vluchtige bestaan. Ze benadrukken dat we het allemaal niet zo goed weten. Een personage zoekt in Venetië zijn broer: ‘[…] ik wilde hem iets zeggen, ik was alleen vergeten wat.’ Volgens mij is dat een mooie definitie van wat literatuur is: je wilt iets zeggen, maar je weet niet wat. En dát zeg je dus.’ – Arie Storm in Het Parool.

‘Het is een kookboek zoals een kookboek ooit normaal was. Veel recepten en hier en daar een katern met wat foto’s. Dus bij lange na niet van elk recept een foto. Het is het soort kookboek waar ik erg van houd. De diversiteit aan recepten is enorm, het zijn er meer van 400. Er is voor iedere smaak genoeg in te vinden. Een groot deel van de recepten is vegetarisch en daarvan is weer een deel ook veganistisch. Het is een kookboek voor dagelijks gebruik. Eigenlijk heel gewoon, een kookboek om uit te koken!’ – Jonah Freud in Het Parool.

“Dat we allemaal gestempeld zijn door meer dan één identiteit wil er bij de meeste mensen niet in. Ze denken in stereotiepe kaders en oordelen op grond daarvan. Daarom wilde ik in dit nieuwe boek focussen op uitsluiting en insluiting, op de grenzen en beperkingen waarmee mensen te kampen hebben, beperkingen die worden opgehangen aan sekse, seksuele voorkeur, nationaliteit, taal, kaste, religie, politieke opvattingen.” – Arundhati Roy in gespek met Annemarié van Niekerk in Trouw.

‘Elke pagina van Alles voor het moederland roept de beklemming op van het leven in een dictatuur die hermetisch maar ook grillig was. Niemand wist hoe hij zichzelf voor arrestatie, meestal in nachtelijke uren, kon behoeden. Niemand wist wat de beste overlevingsstrategie was in het land waar het leven, op voorspraak van Stalin zelf, beter en vrolijker was dan ooit tevoren. Niemand wist waarom buren waren verdwenen en collega’s niet op hun werk verschenen. Niemand wist wat hun lot was. En niemand durfde daarover in het bijzijn van anderen te speculeren, uit vrees zelf van een duister misdrijf te worden beschuldigd. Niemand mocht zich veilig wanen in de Sovjet Unie van Jozef Stalin, ‘de pokdalige schoenmakerszoon uit Gori’, zoals Grossman het na zijn dood durfde te noemen.’ – Sander van Walsum in de Volkskrant.

‘Indringend door de nuchtere en invoelende beschrijvingen van zowel de ontheemding en onderlinge spanningen, het schuldgevoel en gevraagde aanpassingsvermogen van de vluchtelingen als het (aanvankelijke) ongemak en de verwarring in de opvanglanden. Fantasievol omdat Hamid zich in zijn fictieve universum een betrekkelijk harmonieuze oplossing droomt.
Die droom klinkt uiteindelijk misschien íets te galmend. De weg ernaartoe is een tour de force.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

En passant bewijst Trujillo het Nederlandse sportschrijven – waarmee het gezien de bestsellerlijsten al jaren goed gaat – een grote dienst. Voetbal is net als zoveel andere onderwerpen geschikt om over te schrijven. Het is de pen van de schrijver die de kwaliteit bepaalt. Iedereen die hieraan twijfelt moet één van de verhalen uit Meisjes in blessuretijd lezen. Haar eigenzinnige logica laat je duizelen, haar fantastische stijl doet je doorlezen. En het geel maakt je verslaafd aan haar verhalen.’ – Arthur van den Boogaard in Het Parool.

‘Als er al iets van eenheid is, zit die in de toon – die is losjes en droogkomisch, tegelijk zoekend en zelfverzekerd. Storm/Voois is vaak vilein-kritisch, niet in het minst over zichzelf. Hij is buitengewoon eerlijk, op het schokkende af, maar geeft je ook het gevoel dat hij je constant voor de gek houdt.
Het maakt Een diadeem van dauw tot een ongrijpbaar, tamelijk uniek boek: tegelijkertijd en roman en de making-of, hoogdravend en licht, een verfrissend egodocument van een schrijver zonder ego.’ – Dries Muus in Het Parool.

‘Turow vertelt het verhaal met flair, zonder te vervallen in al te veel juridische scherpslijperij. Hij schuwt kritiek op de effectiviteit van het Internationale Strafhof niet (‘stroperige bureaucratie’), maar noemt het Hof tegelijkertijd ‘een onmisbare speler in de strijd om een rechtvaardiger wereld’.
Getuigenverklaring mag als een van de hoogtepunten in Turows toch al fijne oeuvre worden gezien. En de beschreven couleur locale van Den Haag is dik in orde.’ – Rolf Bos in de Volkskrant.