hoe overleef ik de supermarkt?

Donderdag 18 oktober: feestelijke presentatie van De supermarktsurvivalgids van Teun van de Keuken
supermarktsurvivalgids teun van der keuken
Het eerste exemplaar wordt aangeboden aan Yvette van Boven.
Teun van de Keuken, Uitgeverij Meulenhoff Boekerij en Linnaeus Boekhandel nodigen u uit om hierbij aanwezig te zijn.
Aanvang 18.30 uur. Inloop vanaf 18.00 uur.
Aanmelden via publiciteit@meulenhoffboekerij.nl.
Lees meer

BOEKEN IN DE MEDIA

‘Van de eerste druk werden niet veel meer dan driehonderd exemplaren verkocht; de vulkaan kwam tot uitbarsting en de nazi’s vernietigden de boekenvoorraad in Amsterdam. Pas in 1956 verscheen de roman in Duitsland. Geen idee waarom de Nederlandse vertaling nog zestig jaar op zich liet wachten, maar wat fijn dat zij er is. Het boek verdient een nieuwe tijd.’ – Marjolein van Heemstra in de Volkskrant.

‘Slauerhoff, zijn leven en werk, is voorlopig weer even helemaal compleet, in duizenden pagina’s gedichten en biografie, en dat is goed. In deze twee regels zit de hele Slauerhoff:
Nu weet ik: nergens vind ik vree
Op aarde niet en op zee
Pas aan die laatste smalle ree
Van hout in zand
– Aleid Truijens in de Volkskrant.

‘Intussen is ‘De goede zoon’ met zijn bizarre fantasieën, Big Brotherachtige complotten, zelflopende rugzakken, seksleverende automobielen, z’n alles vervlakkende basisinkomen, wel degelijk een ideeënroman, over het leven, over kunst.
[…] Het lijkt of Van Essen de vraag wil stellen wat er in de toekomst nog overblijft van ons ik, van onze identiteit. Tegelijkertijd is hij zich er voortdurend van bewust dat hij literatuur bedrijft, dat het fictie is wat hij schrijft. Die twee elementen, boodschap en verbeelding, sturen zijn romans in even onwaarschijnlijke als onvoorspelbare richtingen.
Lezers van Rob van Essen moeten wel literaire avonturiers zijn, voor geen kleintje vervaard, en ze moeten tegen een hyperbewuste schrijver kunnen die van alles en nog wat, wat hem tijdens het schrijven aan zo’n roman invalt, meeneemt.
[…] Een schrijver die zich voor het oog van de lezer probeert te beheersen en zich laat gaan. Heel bijzonder.

“Veel processen op het terrein van rouw zijn onduidelijk, en nauwelijks onderzocht. Dat is ook logisch: rouw is geen ziekte. Het is iets ‘normaals’, wat bijna iedereen op zeker moment overkomt. Ik had er zelf ook al eens over geschreven. Het overlijden van mijn man maakte me duidelijk dat er niet één vorm van rouw bestaat Het verlies van een partner is anders dan dat van een ouder. Om bij mezelf te blijven: ik was lange tijd totaal afwezig. Mijn kortetermijngeheugen werkte niet meer. Ik was zowel mentaal als fysiek totaal afgepeigerd. Mijn hart ging tekeer. Is dat hysterie? Dat kan. Mensen somatiseren hun gevoelens. Maar het is in alle gevallen écht. Het feit dat ik functioneerde, maar van binnen eigenlijk niet meer bestond, was echt. Een casus. Aangezien rouw zoveel mensen treft, kun je er maar beter over praten.” – Lisa Appignanesi in gesprek met Vrouwkje Tuinman in Trouw.

“Ik houd me erg bezig met de vraag: waarover zouden we moeten schrijven? Vandaag de dag is het onmogelijk om een boek te lezen en niets over de auteur te weten, omdat delen van zijn leven online terug zijn te vinden – zowel feiten als onwaarheden. Ik denk dat veel hedendaagse schrijvers daarom experimenteren met het verwijzen naar die wereld in en buiten het boek. Toen ik eenmaal de structuur van de roman had bedacht, stelde ik mezelf de vraag: waarover kan ik schrijven? Moet het over mezelf gaan of kan het ook geslaagd worden als ik vanuit het perspectief vaneen ander schrijf, die totaal anders is dan ik? Veel schrijvers hebben het gevoel dat ze grote onderwerpen moeten behandelen in hun romans. Voor mij is een roman die kleine gebeurtenissen combineert met grote onderwerpen – de wereldproblematiek – een boek dat verbeeldt hoe het is om te leven.” – Lisa Halliday in gesprek met Dieuwertje Mertens in Het Parool.

‘Ted van Lieshout vindt dat een boek meer dan de drager van een verhaal moet zijn. ‘Elk boek,’ zo zei hij ooit in een interview, ‘moet voor mij een opzichzelfstaand kunstwerk zijn, dat is gemaakt van taal en beeld, met inachtneming van het materiaal.’
Met zijn nieuwste titel is Van Lieshout – de unieke schrijver en vormgever die hij is – daarin glansrijk geslaagd. Ze gaan er met je neus vandoor is een toonbeeld van door experimenteerdrift gedreven zinnenprikkelende typografische kunst, waarbij alles – de opmaak, de geblokte bladspiegels, de witruimte en de grootte, dikte en stand van de letters – bijdraagt aan de betekenis van het verhaal.’ – Mirjam Noorduin in NRC Handelsblad.

‘Het heeft lang geduurd voordat de biografie van Greshoff er was, waarschijnlijk omdat deze figuur zo ongelooflijk moeilijk te ‘vatten’ is, zowel politiek als literair. Hij was daarbij in vele richtingen zeer actief en zijn netwerk in binnen- en buitenland was uitgebreid. Van vriendschappen met de Franse uitgever Gallimard tot nu vergeten dichters in Brussen en Kaapstad.
Daarom is dit boek ook aantrekkelijk voor wie zich niet meteen interesseert voor Jan Greshoff. Het laat zich lezen als een groepsbiografie van het literaire leven in Nederland.’ – Hans Renders in Het Parool.

‘Wat weten we van elkaar? Wat weten we van onszelf? Wat is de impact van de dingen die we weten en de dingen die we niet weten op ons leven? Wat betekenen de mensen die er niet meer zijn nog voor ons? Het zijn maar een paar van de oude vragen die meesterrecycler Marías opnieuw glans geeft in Berta Isla.’ – Maarten Steenmeijer in de Volkskrant.

‘Uit al die raadselen wordt een onvervalste Peter Terrin-roman opgetrokken, en misschien wel zijn aantrekkelijkste tot nu toe.
[…] En daar vindt de vorm de inhoud, daar raakt de zinsbegoocheling die aan de verteltechniek te danken is, aan het verhaal dat de roman te vertellen heeft. Patricia toont dat ontworteling geen kwestie is van even weglopen, het is een roman over streven en berusting, over keurslijven en rolpatronen en daarmee wordt het toch ook nog die zedenschets van een hedendaagse vrouw. Door Terrins literaire vernuft wint die alleen maar aan zeggingskracht.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘In slechts enkele bladzijden opent zich een bizarre, duistere wereld. Een lijk dat tientallen jaren warm blijft, een vloek die trofeeën in worsten doet veranderen, een echtgenoot wiens ware aard een huiveringwekkende duif is. Maar de verteltoon is juist eenvoudig, afgemeten en direct, met veel dialogen en weinig bespiegelingen. Dat contrast, tussen onderwerp en stijl, versterkt de vervreemdende sfeer.
[…] Toch nodigen de verhalen niet uit tot symbolische interpretatie, tot een zoektocht naar de betekenis achter de duistere rituelen, mythische wezens en bloeddorstige beesten. We kunnen er Freud op loslaten, maar dan gaat er iets verloren. Ze werken het best op zichzelf, als geestverruimend middel. Als uitnodiging om de coherentie van onze veronderstelde realiteit los te laten, en mee te gaan in de stroom van met pauwenveren uitgedoste dames en heren, achter de vrouw met de mooie voeten aan, die wedijvert met de maan.’ – Persis Bekkering

‘Een lappendeken van soms gruwelijke verhalen over schuld en boete, in wezen, inclusief een somber knikje naar de vluchtelingencrisis. Maar Perry’s sfeervolle, sprankelende proza en de speelse vorm maken Melmoth niettemin tot een opmerkelijk uitbundig geheel.
Matig monster, grote roman.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

‘Wie Dumon Taks oeuvre overziet zal zich afvragen of ze niet veel meer is dan een waarnemer en exceptioneel goed schrijvende verslaggever van de werkelijkheid. Ja, ze toont een passie voor intrigerende feiten, vooral over dieren. En ja, ze ziet erop toe dat die kloppen. Maar de sprankelende taal, de lichte, heldere toon en treffende poëtische beelden waarmee ze de geheimen van het dierenrijk vervolgens vormgeeft, verraden dat ze eerder door verwondering dan weetgierigheid gedreven wordt.
[…] Dumon Taks ludieke aanspreektaal, waarmee ze vaak een beroep op de zintuigen doet, zorgt ervoor dat je je direct bij het lief en leed van al die dieren betrokken voelt.
[…] Al zolang als we bestaan verdichten we de werkelijkheid en vertellen we verhalen. Sommige maken een onuitwisbare indruk. Omdat ze een dimensie aan de werkelijkheid toevoegen en het onzichtbare zichtbaar maken. Door hun vorm, de woordkeus, de zinsstructuur, het ritme, “The story is the way the story is told”, zei Ursula K. Le Guin ooit. En Bibi Dumon Tak doet dat op een volstrekt unieke manier: elegant, beschouwend, informatief én verbeeldingsrijk. Passend bij een koningin, een koningin van een (kinder)boekenland zonder grenzen.’ – Mirjam Noorduijn in NRC Handelsblad.

‘Wat voor man de Amerikanen met Donald Trump in het Witte Huis hebben gehaald, dat is vooral wat Woodward duidelijk probeert te maken in zijn spijkerharde en overtuigende reconstructies. Hij schildert de president als iemand die liegt uit gewoonte. Die nauwelijks informatie opneemt, en al helemaal niet als die in strijd is met zijn overtuiging. En die boven alles niet voor zwak versleten wil worden.
De titel van zijn boek motiveert Woodward met een uitspraak van Trump zelf: “Echte macht is – ik zeg het niet graag – angst.” Maar na het lezen ben je niet bang voor Trump zoals die dat zelf bedoelt. Je vreest, met de schrijver, het ergste voor Amerika.’ – Bas de Hond in Trouw.

‘Philippe Claudel schotelt ons, meesterschrijver als hij is, een spannend moordverhaal voor, een dantesk universum vol zwarte humor, met de mens als genadeloze, onmenselijke hoofdpersoon.’ – Margot Dijkgraaf in NRC Handelsblad.

‘Berend Sommer, zo jong als hij is, heeft de ideologische onverschilligheid van de heersende en de aanstormende klasse goed geraakt. Zijn personages zijn, behalve Furet, bovendien ook weer niet zo een-op-een in elkaar gefabriekt dat je je voortdurend bewust bent van hun ware identiteit. De onweerstaanbare val van Henri Furet is daarmee wel degelijk een werk van fictie en de beschrijving van de hoofdpersoon met zijn beurtelings briljante en dan weer oppervlakkige trekjes levert een mooie karakterstudie op.’ – Rob Schouten in Trouw.

‘Het is een verleidelijk boek, Mijn jaar van rust en kalmte; al lezend krijg je zin om al je verantwoordelijkheden van je af te schuiven, naar bed te sluipen en de dekens over je hoofd te trekken. Moshfegh verleidt je met de toon die ze haar hoofdpersoon meegeeft. Die toon is stoer, cynisch, berustend, koel observerend. Onder het cynisme schuilt uiteraard tragiek, want dit is een roman over een depressie.
[…] Zo zorgt een toegankelijke roman toch voor een leeservaring waarbij je door het verhaal heen wil kijken, direct in het hoofd van de schrijver, om te zien hoe ze het heeft bedoeld. Maar wat ze bedoelt heb je in je handen, en daar moet je het mee doen. Een roman is geen recept dat je bij een apotheek kan inruilen voor een allesverklarend kalmerend middel. Een roman is een recept dat de auteur voor jou als lezer uitschrijft en dat je alleen maar bij jezelf kan inleveren. En daar zit je dan, je bent je eigen apotheek, je kan alleen maar je eigen laatjes opentrekken.’ – Rob van Essen in NRC Handelsblad.

Blindganger is een betoverende leeservaring: deels een gefragmenteerd, mythisch coming-of-ageverhaal, deels een suspensevolle oorlogsthriller-in-slow-motion. Een van Ondaatjes beste boeken.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

“Toen ik in 2015 die volgepakte bootjes in Europa zag aankomen, besloot ik het verhaal van een boot te gaan schrijven. En dan niet vanuit het debat van voor of tegen, maar een doorleefd verhaal vanuit de hoe-vraag. Hoe is het om je geboortegrond achter te laten, hoe vind je een bootje, een smokkelaar en hoe vergaat het de achterblijvers? Hoe gaat dat van uur tot uur in zo’n overvol en gammel bootje? Wat doet dat met vriendschappen? Toevallig kende ik een Vietnamese familie die dertig jaar geleden als bootvluchteling in België terecht is gekomen. Ik besloot zoveel mogelijk mensen van dat bootje te bezoeken en hun familiegeschiedenis op te schrijven. En omdat het nu zoveel jaar later is, kon ik ook vragen naar hoe het is om hier een nieuw, welvarend leven op te bouwen en toch zo naar terugkeer te verlangen.” – Chris de Stoop in gesprek met Marijke Laurense in Trouw.

‘Oh, Marente de Moors zinnen! Ze roepen het Russische woudenland zo schitterend op, evenzeer hardvochtig leeg als weelderig wit.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘Jaap Robben heeft een erg goed boek geschreven over solidariteit en bescherming. En over zorgzaamheid. […] Dat je in een erg goed boek verzeild raakt, merk je al aan de eerste zin: ‘Ik dacht dat we zomaar een stukje gingen rijden.’ Veel van Robbens zinnen veroorzaken beweging. Bovendien duwt hij zijn hoodpersoon meteen naar voren.’ – Thomas Verbogt in Het Parool.

‘Jean-Marc van Tol stapt allerminst in een gespreid bedje met een ruim 500 pagina’s telende roman over de voorgeschiedenis van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk. En met deze roman – zijn literair debuut – is het project nog niet ten einde: Musch is het eerste deel van een trilogie met de Hollandse raadspensionaris Johan de Witt (1625-1672) als constante factor.
[…] Van Tol reconstrueert deze episode met bravoure en compositorisch vernuft.’ – Sander van Walsem in de Volkskrant.

‘Ian Kershaw klaart de klus van het beschrijven van het duizelingwekkende tempo van de ontwikkelingen in het naoorlogse Europa op knappe wijze. De lezer merkt niets van Kershaws ongemak met zoveel verschillende draadjes en wordt dankzij de uitstekende compositie moeiteloos langs bijna zeventig jaar historie en verschillende hoeken van het continent geloodst. De auteur staart zich niet blind op alleen politiek, maar ruimt plek in voor economie en zelfs een heel hoofdstuk over cultuur. Stijlvol weet hij de valkuil van het opsommerige te vermijden. Kershaw heeft bij alles wat hij moet vertellen nog ruimte voor de anekdotiek.’ – Paul van der Steen in Trouw.

‘De economische crisis van 2008 slaat in als een bom. Resultaat: paniekvoetbal – mensen gaan gekke dingen doen. De economie kapotbezuinigen bijvoorbeeld. Roepen dat stoute landen niet meer mee mogen doen. Laat dit nou precies de strategie van Nederlandse volksvertegenwoordigers ten tijde van de eurocrisis zijn geweest. Voormalig CPB-directeur Coen Teulings spaart ze niet, deze Hollandse kapiteins. Zijn boek Over de dijken laat zich lezen als een revanche op hen die de economische wetenschap in de wind sloegen, en daarmee in Teulings ogen (deels) verantwoordelijk zijn voor het onnodig lang voortslepen van de crisis in Europa.’ – Francisca Wals in NRC Handelsblad.

‘Michel Laub heeft met Het donderdagtribunaal een roman geschreven op het scherpst van de tijdgeest – nog voordat die werkelijke was uitgekristalliseerd.’ – Ger Groot in NRC Handelsblad.

‘Dat is het mooie aan dit boek: het is op elke pagina doortrokken van Campert. Van zijn schuchterheid, zijn overtuigendheid, zijn slordigheid, zijn poëzie, zijn somberheid en blijmoedigheid, zijn lichtheid, zijn zwaarmoedigheid, zijn gretigheid en luiheid en zijn toon. We gaan mee met zijn dichterlijke kijk op het leven, de bronnen waaruit hij put, zijn bewondering, zijn liefdes, zijn gruwel.’ – Aleid Truijens in de Volkskrant.

“Nu komen we in een fase, misschien over vijf of tien jaar, waarin al die nieuwe uitvindingen van het laboratorium naar de supermarkt, de fabriek en de weg gaan. Dan zullen de economische schokken ­komen. Veel banen zullen verdwijnen, ­andere zullen terugkeren. Omscholing is een groot probleem. Een 50-jarige vrachtwagenchauffeur die zijn baan verliest omdat zijn truck nu zelf rijdt, kun je niet zomaar omscholen naar een beroep waar wel vraag naar is, zoals yogaleraar, ouderenverzorger of softwareprogrammeur.
Het ergste is dat het geen eenmalige schok is, waarna een nieuw evenwicht wordt gevonden. Er zullen steeds opnieuw schokken plaatsvinden. Banen die compleet veilig waren voor automatisering, zoals journalist of historicus, worden misschien ook overgenomen door computers. Als je in de toekomst 100 jaar oud wordt en op je 80ste met pensioen gaat, zul je misschien vijf keer van professionele persoonlijkheid moeten veranderen.” – Yuval Noah Harari in gesprek met Peter Giessen in de Volkskrant.

‘Er is een manier van denken, een methode, die zich op bijna elke pagina van Mein Kampf aan de lezer opdringt. Waar zich de gedachte heeft genesteld dat de bevolking in groot geluk kan leven, als er maar een eind komt aan de zwendel die haar in alles frustreert, helpt geen redelijk verstand meer. Misschien meer nog dan de taal van het nazisme is het dat besef dat het lezen van Mein Kampf zo gruwelijk maakt. We zien, met de kennis van waar het eindigde, machteloos toe hoe de auteur zijn eerste stappen zet op een slingerpad dat niet alleen een specifieke manier van spreken heeft maar ook een bepaalde manier van redeneren. Die manier van redeneren is rampzalig en onjuist, maar ook gruwelijk actueel.’ – Thijs Kleinpaste in De Groene Amsterdammer.

‘Als ooit de term ‘literaire thriller’ van toepassing is geweest, dan is het op de boeken van de Amerikaans-Chinese Celeste Ng (wat je uitspreekt als ‘Ing’), die spannend zijn, plot-driven, maar nergens gemakzuchtig of eenduidig. Ng gaat uit van de psychologie van haar personages, jongeren doorgaans, al krijgen ook hun ouders hun eigen verhaallijnen. De romans zitten vernuftig in elkaar, en de stijl – in Kleine brandjes overal beschrijft Ng wat er op een hele berg kunstfoto’s staat, zonder saai te worden – is heel beeldend. Ze vangt veel in dialoog, en staat zichzelf af en toe een lekkere vergelijking toe.’ – Judith Eislin in NRC Handelsblad.