De mooiste boeken van 2018

vosje1 grote oven van van boven roza feitenkennis jij bent niet zoals andere moeders avond in het paradijs einde van het einde van de wereld

Onbekend maar des te beminder
Wat een jaar toch weer. En het is ook alweer om. We hoeven de klimaatdiscussie niet nog ingewikkelder te maken dan die al is, maar het lijkt wel of met al dat extreme weer de tijd ook anders verloopt. Die zomer bijvoorbeeld, die maar duurde en duurde, zo heet en zo lang dat zelfs iedereen die van lekker weer houdt er genoeg van kreeg, die zomer, die pas eindigde in oktober, die zomer lijkt nu alweer zo ver achter ons te liggen. We moesten water hamsteren, weet u nog? En wat was iedereen inventief – plantjes water geven met het afgekoelde kooknat van de aardappels en zo. Even leek het of we met z’n allen de grootste problemen het hoofd konden bieden, maar ik durf te zweren dan niemand meer een emmer in het gootsteenkastje heeft staan waarin ie het spoelwater van de sla opvangt. Iedereen trekt gewoon weer door bij elk wc-bezoek, ook na het kleinste plasje. En zo bleek maar weer dat we best willen, maar we moeten het echt voelen, de noodzaak. Lees verder en lees welke boeken wij de mooiste van 2018 vonden

Gerrit Rietveld – weelde van de eenvoud

gerrit rietveld

‘Een onthutsend mooi fotoboek. […] Een waardige opvolger van de Arjen Bronkhorsts klassieker Grachtenhuizen.’ – Arno Haijtema in de Volkskrant.

Onderstroom

onderstroom

‘In weinig woorden weet Münstermann een bizar maar volstrekt geloofwaardig inferno op te roepen.’ – Bo van Houwelingen in de Volkskrant.

De dag dat mijn grootvader een held was

dag dat mijn grootvader een held was

‘Behalve moed zit er meer opmerkelijks in dit kleine, elliptisch geschreven, uitgebeende boek van de Oostenrijkse kinderpsychiater Paulus Hochgatterer (1961), en dan doel ik op de vorm en de taal. Alle gebeurtenissen hebben haast iets absurdistisch in hun realisme, en alles speelt zich af op het Oostenrijkse platteland. Wat er wordt verteld bezit tegelijkertijd een nachtmerrieachtige kwaliteit door zijn onvolledigheid, een beetje rafelig, zoals anekdotes en verhalen door kinderen verteld en onthouden worden, met het onvolkomen zicht op het hele spectrum.
[…] Je kunt argumenteren dat er wel heel veel in dit kleine boek versleuteld is, misschien iets te veel, en dat de schrijver zichzelf en zijn lezers wel erg kort houdt. Je moet het eigenlijk twee keer lezen. Maar dan heb je een erg mooi kleinood in handen – en het inzicht dat het misschien altijd moet gaan om al die dagen dat iemand ergens even een held is.’ – Jessica Durlacher in de Volkskrant.

De schelmenstreken van Reinaert de Vos

schelmenstreken

‘Een feest dus, deze zwierige opfrissing van het bestaande verhaal, wat in niet geringe mate te danken is aan de illustraties: elk van de achttien hoofdstukken is door een andere tekenaar geïllustreerd. Dat biedt een aardige staalkaart van de belangrijkste gevestigde Nederlandse illustratoren: van de intense eenvoud van Annemarie van Haeringen tot woeste dubbelzinnigheid bij Sylvia Weve en weergaloos clair-obscur van Thé Tjong-Khing. Zo veel sterren naast elkaar, dat leverde wonderwel géén ratjetoe op, wat denkelijk toch vooral te danken is aan de eeuwenoude vos, telkens het stralende middelpunt, en in elke beeltenis weer sluw op geheel eigen wijze. Onverslaanbaar, onweerstaanbaar.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

Wat als we niet waren betoverd

wat als we niet betoverd waren

“Ik begin te schrijven, en ben nieuwsgierig naar wat er komt. Ik weet tevoren niet wat de laatste zin zal worden. Zou ik dat wél weten, dan is het als bij een schroefje dat te vaak is aangedraaid; dan wordt het lam. Van de 25 keer draait het 24 keer niet op een goede tekst uit, bij mij. Maar die ene keer is het raak.
Aan schrijvers wordt vaak gevraagd: ‘Waarom schrijf jij geen roman?’ Of ze zeggen: ‘In zo’n stukje van jou zit een roman van 375 bladzijden verborgen.’ Daar heb ik dan geen antwoord op, zoals op de meeste vragen van de meeste mensen. Maar ik zit dan wel op een wedervraag te broeden, en die komt er in zo’n stukje uit: ‘Waarom doet een romancier niet wat meer moeite, want dan kan hij een subliem miniatuurtje van 375 woorden maken.’
Ik weet het: kort proza, en zelfs korte verhalen zijn commercieel niet interessant. Maar het is zo’n mooi genre. Mensen kunnen onderweg naar hun werk of ergens in een rij een paar verhaaltjes lezen, en hebben dan de rest van de dag om er af en toe aan te denken.” – Sylvia Hubers in gesprek met Arjan Peters in de Volkskrant.

Het verhaal van een huwelijk

verhaal van een huwelijk

‘Wat Gulliksen zo meesterlijk voor elkaar krijgt is op een of andere manier een analytische afstand nemen – van dat wat iedereen kent – zonder dat het verhaal inboet aan intimiteit. Hij leidt zijn lezers aan een warme hand van het universele het particuliere in (‘een’ huwelijk, niet ‘het’). Want dat Grote Verhaal van de Liefde kennen we wel.
Wat het geheel karakter geeft is ook het waanzinnige stilistische vernuft van de auteur. Gulliksen heeft van Jon goddank een schrijver gemaakt; hij schrijft vanuit zichzelf, aan zichzelf, vanuit zijn oudste zoon, vanuit en aan Japie. Hij schrijft brieven, dialogen, monologen. Al die tijd blijft de vertelling soepel. Geen gekunstelde stijlpuzzel, maar een liefdevol, slim, stekelig en soms zelfs droogkomisch relaas.’ – Roos van Rijswijk in NRC Handelsblad.

Laura H. – een kalifaatmeisje uit Zoetermeer

laura h.

Laura H. is niet het eerste boek over het leven onder IS, maar niet eerder las ik zo’n onthutsend en gedetailleerd verslag over de hopeloosheid van het bestaan in het kalifaat, zelfs voor haar fanatiekste aanhangers. Voor zowel leken als kenners biedt Laura’s leven daarom een unieke blik op de keiharde werkelijkheid van de terreurorganisatie.
[…] Laura H. is het beste journalistieke werk op dit gebied tot nu toe. Rueb heeft op basis van puik onderzoek een meeslepende journalistieke thriller geproduceerd. Het is nu wachten op de verfilming.’ – Maarten Zeegers in NRC Handelsblad.

De bruggenbouwer

bruggenbouwer

“Ik vraag, zeker in het begin van het boek veel van de lezer. In deze tijd is alles instant, snel, snel, snel. Maar voor dit boek vraag ik tijd en geduld. Net als de brug is dit een bouwwerk. Het is geen gemakkelijk verhaal, je moet er je best voor doen en zoals in het gewone leven: soms moet je wachten voor je krijgt wat je wil. Ik wil de lezer vragen: vertrouw me. Als je het geduld hebt te wachten tot de geheimen zich ontvouwen, word je daarvoor ook rijkelijk beloond. Het is een boek met een groot hart en een boek met een goed hart.” – Markus Zusak in gesprek met Marjolijn de Cocq in Het Parool.

Het mysterie van niks en oneindig veel snot

mysterie van niks

‘Na Het raadsel van alles dat leeft, over evolutie (2013), en Het wonder van jou, over het menselijk lichaam (2015), sluiten Jan Paul Schutten en illustrator Floor Rieder hun schitterend vormgegeven non-fictietrilogie grandioos af met Het mysterie van niks. Wat maakt dat dit duo tot de absolute top van de Nederlandse non-fictie behoort?
[…] Filmisch schakelend van oerknal naar verre toekomst, van bomen die groeien van de gassen die wij uitademen naar hoe het ijzer in ons bloed ooit in een supernova is ontstaan, vertellend over bizarre elementen die pas op het laatste moment besluiten of ze een golf of een deeltje willen zijn en hoe dimensies werken, laat hij voelen wat niet valt te begrijpen.
Gelukkig is het afsluitende hoofdstuk over mensen die na het lezen van de snaartheorie toch weer in God gaan geloven, niet meer dan een respectvol opstapje. Schutten weet daarna zelfs de theorie dat die prachtige wereld van ons volledig door toeval is ontstaan, aannemelijk te maken. Het mysterie van niks is daarom niet alleen grappig en knap, maar ook hoogst relevant.’ – Pjotr van Lenteren in de Volkskrant.

Rinkeldekink

rinkeldekink

‘Martine Bijl had een hersenbloeding. Vanaf dat moment stond haar hele wezen op losse schroeven. Ze schrijft erover in Rinkeldekink, een verbluffend boekje. Integer en spitsvondig, negens larmoyant: Bijl kan licht verwoorden wat loodzwaar is. En juist daardoor komt het binnen. Het is weinigen gegeven zó over persoonlijk leed te schrijven.’ – Judith Eiselin in NRC Handelsblad.

Avond in het paradijs

avond in het paradijs

‘Een prachtbloemlezing. […] Op haar best schrijft Berlin scènes in filmische telegramstijl. (‘De broers gingen staan, omhelsden elkaar, en toen zaten ze daar zwijgend met z’n drieën. Het vuur. Regen tegen de ruiten.’) Ze laat huwelijken stranden in één eloquente alinea, roept feesten op in zinnen die swingen als lome jazzsolo’s. Maar bovenal geeft ze je het gevoel dat je al die nauwkeurig beschreven momenten – mooi, pijnlijk of ongemakkelijk – niet leest, maar lééft. Welke er uit haar eigen leven gegrepen zijn, doet er dan niet meer toe. Zolang haar stijl ze maar levensecht maakt, ware verhalen in de ware betekenis van het woord.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

Mooi doodliggen

mooi doodliggen

“Ik denk het liefst in grote projecten en cycli. Dat bewonder ik ook in andere schrijvers. Neem Proust of Joyce, de grootsten van de vorige eeuw, en niet toevallig scheppers van omvangrijke werken. Ik wil graag verdwalen in het gangenstelsel van een oeuvre. Daarom heb ik van meet af aan geprobeerd om veel en divers te schrijven. Maar nu ik een eind op streek ben, moet ik toch concluderen dat er uiteindelijk maar één oeuvre met één karakter overblijft. Hoe je het ook wendt of keert, je romans komen uit één pennenkoker. In feite heb ik altijd aan hetzelfde boek gewerkt.” – A.F.Th van der Heijden in gesprek met Sander Becker in Trouw.

Stephen Florida

stephen florida

‘Gabe Habash schreef een grillig, adembenemend portret van een vereenzaamde jongen die met zijn bezeten stem door je hoofd blijft tetteren, die je weg zou willen jagen, maar aan wie je je ook gaat hechten. Een nieuwe Holden Caulfield inderdaad – de vergelijking met Salingers beroemde personage uit ‘Catcher in the Rye’ is al vaker gemaakt.
Ik herhaal: ‘Stephen Florida’ is geen boek over sport, maar over een jongen, genaamd Stephen Florida. En die jongen blijft je bij.’ – Gerwin van der Werf in Trouw.

Hemelse mevrouw Frederike – biografie van F. Harmsen van Beek

hemelse mevrouw frederike

‘Maaike Meijer slaagt glansrijk in het ontrafelen van de Fritzi-mythe. Het leven van Frederike Harmsen van Beek was gecompliceerder, banaler en pijnlijker dan het kunstenaarssprookje wilde. Over dat leven gaat dit boek uiteindelijk meer dan over het werk, al kreeg ik veel zin om het te herlezen en begrijp ik nu beter wie deze aantrekkelijke, springerige en niet altijd begrijpelijke gedichten en miniatuurtjes heeft gemaakt.’ – Aleid Truijens in de Volkskrant.

Kudos

kudos

‘Alle cultuurminnaars in deze roman hangen van snobisme aan elkaar, en dat maakt dit tot een zeer vermakelijk boek.
[…] Het lijkt allemaal eenvoudige cultuurkritiek, maar het spel dat Cusk speelt met de waarde van literatuur en of die nu wel of niet meer aan kracht wint als het in romans om eerlijkheid draait, is fascinerend.’ – Toef Jager in NRC Handelsblad.

Ik ben voetbal

ik ben voetbal

“Ik denk dat ik in mijn tijd bij Ajax niet volwassen was. Ik gaf niet 100 procent. Dat kleine details het verschil maken, heb ik pas later geleerd. Ik moet zeggen: ik mis die tijd bij Ajax toch wel, hoor. Ik was wild. Wilder dan nu, bedoel ik. (Lacht.) In Amsterdam vermaakte ik me wel. Alle ogen waren nog niet op mij gericht. Dat vond ik toen prettig. Als ik nu bij Ajax zou spelen, zou ik een machine moeten zijn. Het is trouwens de enige club waar ik moeite heb gehad met supporters. Maar de paar keer dat ik als speler van een andere club terugkwam, was de ontvangst altijd geweldig. Het bewijst dat niets onmogelijk is.” – Zlatan Ibrahimovic in gesprek me Koen van der Velden in Het Parool.

Wim Kieft – de terugkeer

wim kieft

“Bij het eerste boek kon ik niet overzien wat het losmaakte. Ik was niet ontoerekeningsvatbaar, maar wel in de war. Als je verslaafd bent, leef je per dag. Ik had geld nodig, domweg gezegd. Dát verhaal was verteld. Het heeft me geholpen, niet alleen financieel. Iedereen wist het nu. In het tweede boek hebben we het verhaal af willen maken. In Kieft dronk ik nog. De vraag was hoe het verder met was gegaan. Nou, goed dus.” – Wim Kieft in gesprek met Paul Onkenhout in de Volkskrant.

Napoleon – de man achter de mythe

Zamoyski Napoleon

“Ik realiseerde me dat alle boeken over Napoleon, zelfs de beste, zoals dat van Philip Dwyer, uit één nationaal perspectief zijn geschreven. Napoleon heeft een plaats in de geschiedenis van elke natie in Europa. Als je in Engeland naar school gaat, hoor je dat wij rond 1800 alleen stonden tegen Napoleon, zoals we in 1940 alleen stonden tegen Hitler. In Frankrijk leer je dat Napoleon een genie was, groter dan zijn tijd, nauw verbonden met de glorie en grandeur van Frankrijk, de stichter van de moderne Franse staat. In Duitsland is Napoleon een romantische held, maar hij staat ook voor alles wat de Duitsers niet leuk vinden aan Frankrijk, vooral de arrogantie. Voor Rusland is Napoleon een exponent van het walgelijke, corrupte Westen dat Rusland probeert te vernietigen, net als de Duitsers in 1941. Ik heb het grote voordeel dat ik een burger van overal en nergens ben, opgevoed in verschillende culturen. Van de nationale mythen rond Napoleon heb ik nooit een hoge pet op gehad. Ik wilde erbovenuit stijgen, Napoleon bekijken alsof je hem vanuit een satelliet bekijkt.” – Adam Zamoyski in gesprek met Peter Giesen in de Volkskrant.

De paradox van het geluk

paradox van het geluk

De paradox van het geluk behandelt belangwekkende thema’s met als rode draad de grandeur en misère van de multiculturele samenleving en de veerkracht van hen de door het leven zijn beschadigd. Er zijn momenten waarop de morele boodschap van de roman wat zwaar op de gebeurtenissen drukt. Tegelijk is het imposant hoe Forna van het rijkgeschakeerde, levendig geportretteerde Londen bijna een extra personage maakt.
De paradox van het geluk is bovendien een krachtige state of the nation-roman, zoals Number 11 van Jonathan Coe en Autumn van Ali Smith dat elk op hun eigen manier ook zijn. Het boek geeft uiting aan de identiteitscrisis waarin Groot-Brittanië momenteel verkeert.’ – Hans Bouman in de Volkskrant.

Heimat

haimat

“De Duitsers waren ook slachtoffer, hoor je vaak. Er zijn heel veel Duitsers gestorven, ja, hele steden zijn platgegooid, mensen raakten hun huis kwijt, er was honger, ga maar door, maar al die ellende was het gevolg van keuzes van de Duitsers zelf. Niemand heeft mijn opa gedwongen NSDAP-lid te worden, hij heeft die keuze zelf gemaakt. Pas heel laat kwam ik erachter dat er wel degelijk Duitsers waren die verzet hebben gepleegd, die nee zeiden. Veel waren het er niet, maar ze waren er. Dát had ik op de middelbare school graag gehoord.” – Nora Krug in gesprek met Pieter van Brummelen in Het Parool.

Mijn eerste moord

mijn eerste moord

‘Je kunt aan alles merken dat Driessen ook opera- en toneelregisseur is, zijn proza kent een strakke regie, een duidelijk plot en zijn stijl laat weinig te raden over. Hij is geen mooischrijver maar wel iemand die precies weet wat hij doet en waar hij naartoe wil. Juist ook in deze bundel van afwisselend lange en korte verhalen.
[…] Alle toeval en willekeur in deze verhalen blijkt ten slotte toch door een onzichtbaar hoger lot te worden bestierd, zoals dat ook in de Griekse tragedies het geval is. Maar bij Driessen ontbreekt de katharsis veelal, en leven de overlevers gewoon maar verder, meer ongewisheid tegemoet.
De uiteindelijke machthebber blijkt toch de schrijver die met vaste meesterhand zijn personages op het slagveld van hun levens neerzet, in steeds nieuwe variaties van het noodlot, dwingend en onontkoombaar.’ – Rob Schouten in Trouw.

De hemel verslinden

hemel verslinden

“Ik was nogal bezig met iets wat bepalend is in het leven van jongeren: hoezeer je wordt beïnvloed door degenen om je heen. Er lijkt altijd iemand sterker en wilder, intenser levend. Dat gevoel hebben Teresa en Tommaso bij Bern – en zo herinner ik me die tijd ook. Het gekke is: we projecteren dat beeld op iemand anders, maar vervullen zelf voor anderen die rol. We zijn tegelijk leiders en apostelen. Dat zag ik pas in toen ik dit boek schreef. Dat is één van de interessantste dingen van schrijven: het dwingt je je leven telkens te hervertellen, en die vertelling verandert als je ouder wordt. Mijn idee over jong zijn is nu heel anders dan toen ik tien jaar geleden De eenzaamheid van de priemgetallen schreef.” – Paolo Giordano in gesprek met Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

Albert Speer – een Duitse carrière

albert speer

“Veel historici beschouwen politieke memoires en dergelijke nog altijd als belangrijkste bronnen. Vooral in het geval van Speer is dit fnuikend geweest. Zesendertig jaar lang, van 1945 tot 1981, heeft hij er alles aan gedaan om kritische beschouwingen over zijn leven en werk te voorkomen.
[…] Op verzoek van de Nederlandse uitgever heb ik een paar pagina’s geschreven over Harry Mulisch, die over zijn bezoek aan Speer schreef in De toekomst van gisteren. Mulisch is een van de honderden, onder wie ook Simon Wiesenthal en Erich Fromm, die zich door Speer hebben laten inpakken. Daarbij maakt Speer ook gebruik van de ‘corrumpeerbaarheid’ van mensen. Vaak gaf hij bezoekers tekeningen, brieven en oorspronkelijke documenten mee. Hij strooide ook met geld. Tot op de dag van vandaag krijgen de erven Fest royalty’s voor de door hem geredigeerde Herinneringen en Dagboeken van Speer.
Wat Mulisch, Fest en al die anderen niet hebben begrepen, is dat daders altijd liegen. Memoires zijn constructies die het verleden plausibel moeten maken. Een van de kernpunten van mijn boek is dan ook dat je als historicus niets voor waar moet aannemen, altijd zelf moet blijven nadenken en zeker niet moet geloven wat tijdgenoten vertellen over gebeurtenissen waar ze zelf bij betrokken waren.” – Magnus Brechtken in gesprek met Bernard Hulsman in NRC Handelsblad.

Er is niemand bij de kalveren

er is niemand bij de kalveren

‘Wie na de gedichten, verhalen en romans van Marieke Lucas Rijneveld en Lize Spit nog niet overtuigd was van de grillige kilheid van het plattelandsleven, leest Er is niemand bij de kalveren. Herbings roman laat zien hoe de prille liefde je in een leven kan luizen dat je nooit had gewenst, dat je langzaam maar zeker tot wandaden drijft. Tijdens haar ontsnappingspogingen verruilt Christin haar onderdanigheid voor genadeloosheid. Dit debuut maakt zo invoelbaar welke vernietigende stappen iemand durft te zetten als hij op het stille platteland alleen wordt gelaten.’ – Anne van den Dool in NRC Handelsblad.

De dochter van Crusoe

dochter van crusoe

‘Gardam vertelt het verhaal van deze ‘schipbreukelinge’ vol genade van de wieg tot het graf in bijna 300 pagina’s, zonder enig hoofdstuk als reddingsboei in het verhaal te werpen. ‘Crusoe’ is haar het meest dierbaar van al haar werk, zei Gardam (90) in een interview, omdat het voor een deel gebaseerd is op haar moeder, die net als Polly nooit naar school ging, en haar eigen ervaring met literaire talenten die door haar familie niet op waarde geschat werden.
Een Britse collega schreef over Gardam dat ze ‘schrijft als een 25-jarige met de wijsheid en subtiliteit van een messcherpe 100-jarige’. En zo is het.’ – Laura van Baars in Trouw.

Drift

drift

‘Petje af, voor hoofdstukken als deze, die ontzettend goed in elkaar zitten, vol doordachte metaforen en treffende symbolen, en het liefdesverhaal grote weeklank geven. Dat Hofstede zó literatuur weet te maken van een autobiografisch gegeven, maakt Drift hoogst interessant. We leren ook Hofstede zelf kennen, als vormgever van dit al: studieus essayist, secuur vormgever en groot liefhebber van controle.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

Wij, de mens

wij de mens

“Wanneer ontwaakte uw interesse voor de herkomst van de mens?”
“Die was sluimerend al jaren aanwezig. De kroniek van het geslacht homo is fascinerend. Het is een understatement om te zeggen dat elke vier, vijf jaar de stamboom van de mens opnieuw wordt getekend. Als er dan weer zo’n nieuwe publicatie komt in de wetenschapsrubrieken, in Nature of Science, zou je bijna de indruk krijgen: zo zit het. Tegelijkertijd weet je: over een paar jaar zijn er weer nieuwe vondsten van weer nieuwe ‘oermensschedels’ en ligt het allemaal weer anders. De omloopsnelheid van de theorieën is zo hoog. Mijn wantrouwen is dan gewekt, en mijn nieuwsgierigheid.” – Frank Westerman in gesprek met Marjolijn de Cocq in Het Parool.

Moederschap

moederschap

‘Misschien is dat wel het mooiste aan dit boek, dat het zo zorgvuldig vastlegt wat er gebeurt op al die momenten dat er niets lijkt te gebeuren. Als we twijfelen, niet vooruitkomen, blijven zitten met een vraag.’ – Marjolijn van Heemstra in de Volkskrant.

1001 vrouwen in de 20ste eeuw

1001 vrouwen

‘Al met al een prachtige verzameling korte maar met veelzeggende details opgesmukte levensverhalen die in haar opbouw laat zien dat vrouwen hun aparte positie aan het afwerpen zijn en dat eenzelfde encyclopedie over de 21ste eeuw er vermoedelijk niet hoeft te komen.’ – Jann Ruyters in Trouw.