Het grote gevecht – het eenzame gelijk van Paul Polman

grote gevecht

Nee, ik vind niet dat Polman heeft gefaald. Hij heeft vijf stappen vooruitgezet en moest vanaf 2016 twee stappen terug. Hij heeft echt een generatie consumenten, politici en ngo’s aan het denken gezet en in beweging gekregen. Hij heeft het perspectief geopend van het redden van de ziel van het kapitalisme: we kunnen de markt heel goed de ruimte geven, maar dan wel een markt met een moraal. Ik vind het heel knap dat hij de moed gehad heeft gehad om het systeem uit te dagen. Polman heeft veel vaart gemaakt, is gestruikeld en deels weer opgestaan, dat heb ik geprobeerd in kaart te brengen.
[…] Ik heb lang nagedacht over de ondertitel van het boek: het eenzame gelijk van Paul Polman. Hij is in 2009 echt een ander pad in geslagen. In de laatste hoofdstukken wordt hij steeds eenzamer. Hij heeft wel gelijk, maar hij krijgt het nog niet. Dat is het tragische. Paul Polman is niet gekomen waar hij had willen zijn. Absoluut niet.” – Jeroen Smit in gesprek met Wilco Dekker in de Volkskrant.

Drama Queen

drama queen

‘Er zijn heel wat uitstekende jeugdboeken over homoseksuele jongens, maar de vrouwenliefde komt er bekaaid vanaf met veel minder en matiger titels. Heel welkom dus dat Derk Visser er met ‘Drama Queen’ een sterk boek over schreef.’ – Bas Maliepaard in Trouw.

Zonder liefde

zonder liefde

Zonder liefde is zo’n roman die pas na enige tijd in je hoofd in de goede groef valt. Of: het duurt even voordat je doorhebt dat je geen hard-dramatisch verhaal leest, maar een met een subtiele geestige ondertoon. Zal elke lezer van Zonder liefde dat beamen? Dat is lastig om te zeggen, bij een film van Woody Allen zie je in de bioscoop ook sommigen onherroepelijk in de lach schieten bij het commentaar van de verteller, terwijl anderen er ernstig bij uit hun ogen blijven kijken omdat ze er de lol of de ironie niet van inzien.’ – Sebastiaan Kort in NRC Handelsblad.

De Warnow – de man, een schip, een droom

warnow

‘De reconstructie van Hans Steketee grijpt je bij de lurven. De Warnow is een pakkend eerbetoon aan een onverantwoorde ontdekkingsreis.’ – Michiel Kruijt in de Volkskrant.

Opnieuw Olive

olnieuw olive

‘Briljante staaltjes vertelkunst. Kolderiek maar geloofwaardig, schrijnend en lief, zónder sentimenteel te worden.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

P.S.

p.s.

‘Het is in P.S. een leven van jewelste. Sommige epistels zingen of zuchten, er wordt gescholden en gerouwd, men haat, heeft lief, geeft raad of vraagt daarom, belijdt zijn geloof of valt daar juist vanaf. De hele emotiewaaier van de mens wordt in dit boek spetterend uiteengevouwen, en het is alsof je al die stemmen hoort.
[…] Je valt van de ene in de andere verrassing. Het is een fraai monument voor een – naar ik vrees – morsdood genre in onze schriftcultuur.’ – Atte Jongstra in NRC Handelsblad.

Het verbond

verbond

Je bent natuurlijk niet automatisch hedendaags als je over hedendaagse onderwerpen schrijft: genoeg schrijvers die in de valkuil van het actuele stappen en daar volstrekt achterhaalde fictie over schrijven. Misschien wel meer dan de onderwerpen is het Smiths feilloze oor voor toon die haar fictie op de beste momenten zo’n geweldige levendigheid geeft. Een aantal van de verhalen (waarvan ‘Downtown’, ‘Stemming’ en vooral ‘Nu meer dan ooit’ de sterkste zijn) kenmerkt zich door gelijkaardige vertellers, die er een volstrekt eigenzinnige mix van brutaliteit, onverschrokkenheid en (quasi) diepzinnige overpeinzingen op nahouden. Zulke vertelstemmen verweeft Smith geraffineerd met een kakofonie van straatgeluiden, krijsende kinderen, ontploffende dragqueens, oude punks, kwebbelende papegaaien en blaffende honden, zodat er een soort wervelwind ontstaat die alles optilt en verplaatst; een voortrazend ‘nu’ dat je geen keuze laat dan meebewegen, zonder te weten wat er gebeurt, of waar je zult landen – het omgekeerd evenredige van een luie rivier.’ – Niña Weijers in De Groene Amsterdammer.

De andere naam (Septologie I en II)

andere naam

“Ik schrijf niet om me uit te drukken, maar om me van mezelf te ontdoen. Ik schrijf niet autobiografisch. Ik doe precies het omgekeerde: ik ontken het, of transformeer het, of transcendeer het in een vorm. Nietzsche zei dat wat de vorm is voor een kunstenaar, de inhoud is voor de kijker of lezer. Van het autobiografische of bekende maak ik iets nieuws, ook voor mezelf. Achteraf kan ik dan constateren dat wat deze Asle opmerkt – dat zijn geschilderde beeld niet helemaal van deze wereld lijkt, zoals literatuur tussen de zinnen en regels door iets wezenlijks kan zeggen of tonen, iets stils, een onzichtbaar licht dat niettemin voelbaar is – dat dat natuurlijk óók iets zegt over mij en waar ik in mijn werk op uit ben. Maar als ik schrijf, heb ik het gevoel dat ik me op onbekend terrein begeef. Het spijt me dat ik het niet duidelijker kan zeggen.” – Jon Fosse in gesprek met Arjan Peters in de Volkskrant.

De laatste kinderen van Tokyo

laatste kinderen van tokyo

“De shock van Fukushima verplichtte me tot het schrijven van het boek. Ik ben er drie keer naartoe geweest, heb er met de mensen gepraat. De beelden die daarna tot me kwamen, heb ik opgeschreven. Het is een uitvergroting van het feit dat in onze veranderende wereld oudere mensen ouder worden en dat er steeds minder kinderen worden geboren. Dat was al zo voor Fukushima – maar daarbij komt dat nucleaire straling veel meer effect heeft op de gezondheid van jongere kinderen dan op die van ouderen. Oudere mensen moeten langer doorwerken, in ­Japan is met pensioen gaan niet meer voor iedereen mogelijk. Zo komt alles van nu in mijn boek terecht. We zijn aan het einde van de industriële samenleving gekomen, we kunnen niet nóg meer dingen produceren, er is een terugkeer naar oude ambachten, we moeten de landbouw heroverwegen.” – Yoko Tawada in gesprek met Marjolijn de Cocq in Het Parool.

Nederzettingen

nederzettingen

‘De verhalen van Van Hassel zijn beheerst, maar speels. Uitgekookt. Het is vooral de vorm die opvalt. Inhoudelijk beklijven ze niet zo erg, maar de verhalen zijn, zelfs bij directe herlezing, meteen weer boeiend. Het is vooral de verteltechniek waarin Van Hassel uitblinkt.’ – Judith Eiselin in NRC Handelsblad.

Niets is gelogen

niets is gelogen

Niets is gelogen is een geslaagd debuut; een kunstwerk dat uitnodigt van alle kanten bekeken, bewonderd en bekritiseerd te worden.’  – Bo van Houwelingen in de Volkskrant.

Het tijdperk van de huid

tijdperk van de huid

“Fascisme is de zachtste, meest natuurlijke conditie van de mens. Als je niet meedoet, hoor je er niet meer bij. En de angst voor uitsluiting is ieders grootste angst. Dat geldt voor de meerderheid van de mensheid. Al op de kleuterschool wil niemand buitengesloten worden. Zelf werd ik daar gepest omdat ik een Bulgaarse moeder had. Je wordt gedwongen ergens bij te horen en dat is precies de basis van iedere fascistische organisatie. Het marktdenken, waarin iedereen hetzelfde wil hebben, speelt er ook een rol in.” – Dubravka Ugresic in gesprek met Michel Krielaars in NRC Handelsblad.

Quichot

quichot

‘In een razend tempo voert Rushdie ons mee in een fantasmagorische parade van de meest uiteenlopende onderwerpen: literatuur, popmuziek, geschiedenis, filosofie, cyberspionage, film, theater, sciencefiction, corruptie, de #MeToodiscussie, geweld, wetenschap, tv-programma’s, racisme, gaming, politiek, de zakenwereld, en zo nog veel meer. De bonte en verwarrende opeenvolging maakt alvast één ding duidelijk: dít is wat er van onze wereld is geworden. Hoewel de veelheid aan ideeën de roman bijna uit zijn voegen laat barsten, blijf je toch in de ban van de taaltovenaar die Rushdie is. Het is alsof je vastgenageld zit bij het zien van een spetterend en kleurrijk vuurwerk. Je moet blijven kijken.’ – Annemarié van Niekerk in Trouw.

Alle verhalen

alle verhalen

‘Rhys’ verhalen tellen soms luttele pagina’s maar zijn nooit te kort, doordat ze met één detail een gehele atmosfeer oproepen.’ – Arjan Peters in de Volkskrant.

Vaderliefde

vaderliefde

‘Zoon Thomése praatte, om allerlei reden, niet met zijn ouders. Dus moet hij het doen met verhalen, en dan bestaat de kans dat de fantasie met je op de loop gaat. Het levert schitterende, aangedikte verhalen op over zijn (adellijke) voorouders, die Thomése licht schmierend en met plezier beschrijft. Zijn moeder, hem nog onbekender dan zijn vader, krijgt een prachtig ­geschreven portret. Zijn vader een oorlogsverleden waar zijn zoon ook van opkijkt.
En door al die verhalen van de stilist Thomése sijpelt dan toch ook de ­ontroering door die hij voor zijn ouders voelt. Gevoel dat hij als jongeling niet wilde toelaten en later door onbegrip niet kon voelen. Vaderliefde is fictionele non-fictie, om het even deftig te zeggen. Hij heeft uit de snippers een ‘provisorisch onderkomen’ voor hen verzonnen. Maar wat verrot het? En als P.F. Thomése het op deze, zeer geslaagde manier niet doet, wie dan wel? Dus laat de geschiedenis dan maar zo worden opgeschreven.’ – Maarten Moll in Het Parool.

Waagstukken

waagstukken

‘Zo levert dit uitstapje naar een merkwaardige hoekje van de kunstgeschiedenis vanzelf ook een bijzonder kijkje in een bepaald soort kunstenaarsziel op, die van de totale overgave, van de illusie ‘dat het wel kon, dat het niet dwaas is, iets te willen maken wat aan het alles raakt’. Een romantisch beeld van de scheppende kunstenaar waar je tegenwoordig, in onze zakelijker, opportunistische tijden, niet veel meer over hoort. Dat maakt Charlotte Van den Broecks werk ongewoon en kwetsbaar tegelijkertijd.’ – Rob Schouten in Trouw.

Kijk nou eens

kijk nou eens

‘De beschrijving van de geleidelijke neergang van het huwelijk tussen Hans en Ingunn is meesterlijk. […] Gulliksen blinkt uit in de gedetailleerde weergave van ‘s mans rationalisaties om zijn ontrouw voor zichzelf aanvaardbaar te maken.’ – Sofie Messeman in Trouw.

Uit het Zuiden

uit het zuiden

“Het meeslepende leven! Dat doe ik niet. Dit zijn geen memoires van een diva. Ook geen scènes uit een huwelijk. De eerste twee exemplaren van Uit het Zuiden ga ik overhandigen aan mijn twee zonen Vincent en Sebastiaan, maar ook zij spelen er maar een kleine rol in. Net als mijn man, hoe belangrijk hij ook voor me is.
Dit boek gaat over het nest waaruit ik kom en de consequenties die dat heeft, hoe je op een bepaalde manier gevangen blijft zitten in de relatie die je van kinds af aan hebt gehad met je ouders, zelfs als die oud en ziek zijn.
Die jeugd, dat nest, is zo bepalend. Door de beelden uit die jaren op te schrijven, is mijn voorbije jeugd niet gestorven. Ze blijft bestaan. Ik ben nog steeds hetzelfde meisje dat op school zit, ’s avonds bij haar moeder op schoot ligt en speldjes in haar haar krijgt. Dat doet alsof ze slaapt, pyjama al aan, met haar rechteroor op haar buik. Als moeder praat, dan trilt het oor.
En dat meisje denkt: als ik morgen wakker word, haal ik de speldjes eruit, dan golft mijn haar.” – Carine Crutzen in gesprek met Arjan Peters in de Volkskrant.

Let op mijn woorden

let op mijn woorden

‘Daarmee is Let op mijn woorden in literaire zin Op de Beecks beste roman – juist omdat het op het oog haar eerlijkste, meest autobiografische roman is. Waar ze eerder nog wel eens al te doelmatig naar haar boodschap toeschreef, haalt ze nu geen toeren uit, maar toont en registreert. Ditmaal hád ze misschien geen boodschap, behalve: dit is het, kijk maar.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

Onmenselijk

onmenselijk

‘Claudel geeft de westerse samenleving een inkt- en inktzwarte maar lezenswaardige zedenschets ter overdenking.’ – Hanna de Heus in Trouw.

De schrijver is een alleenstaande moeder

schrijver is een eenzame moeder

“Gek genoeg zijn de rollen moeder en schrijver ergens onverenigbaar. Het opvoeden van een kind vereist een ­altruïstische houding, terwijl je als schrijver egoïstisch moet zijn. Maanden, jaren, zit je in je eentje op een boek te broeden. Ik wil uitzoeken hoe dat zit, literair, maar ook meer wetenschappelijk: wat er gebeurt in je hersenen als je het een doet, of het ander? Ik heb zoveel vragen.” – Hagar Peeters in gesprek met Janita Monna in Trouw.

Sontag – haar leven en werk

sontag

“Natuurlijk is het fascinerend om te zien hoe Sontag denkt, en dat ze zo veel te vertellen heeft over onze wereld. Het is ook interessant om te zien wat ze níét goed doet: haar geest is constant aan het leren, en wij met haar. Ook leuk is hoe ze steeds beroemder werd, tot ze dé New Yorkse intellectueel was: kritisch, activistisch, bewonderd, omstreden. Die roem is een deel van het verhaal.
Toen ik haar ging lezen, dacht ik: interessant wat ze schrijft over fotografie, over camp. Ik houd het meest van On Photography. Daarin schittert haar briljante geest, maar het is ook grappig. Als je alles van haar leest, ontdek je hoe ongelooflijk breed het terrein was dat ze bestreek. Ze bekeek alles vanuit meerdere perspectieven, waardoor haar werk nog steeds relevant is. Door haar ben ik geïnteresseerd geraakt in onderwerpen waarvan ik niet vermoedde dat ze me konden boeien.
[…] Ze wilde graag een beroemde romanschrijver zijn, de roman was voor haar het allerhoogste. Dan telde je pas echt mee. Ik vind De vulkaanminnaar haar beste roman. Maar haar geniaalste, onovertroffen kunstwerk is Susan Sontag zelf. Zij creëerde zichzelf, een fantastisch romanpersonage. Het is een groot geluk voor een biograaf om zo iemand tegen te komen.” – Benjamin Moser in gesprek met Aleid Truijens in de Volkskrant.

Een oude geschiedenis

Littell

‘Wat maakt dat ik toch blijf lezen? Wat maakt deze op bijna geen andere tekst gelijkende roman intrigerend? Wat is er wel? Wat in elk geval verbaast, is opnieuw de ambitie, de grote greep: vanuit dit nulpunt van de literatuur probeert Littell iets uitzonderlijks te scheppen. Daarnaast valt wederom de fenomenale schrijf- en beschrijvingskunst op: klinisch en zintuiglijk tegelijk. Zoals in de Duitse oorlogsjournaals de Duitse tanks voortrolden over de Russische vlakten – triomfantelijk becommentarieerd –, zo schijnbaar moeiteloos ontrolt ook Littells proza zich: zeldzaam beeldend, bijna fotografisch nauwkeurig. In een vreemde, ijzige stilte.
[…] Een oude geschiedenis (door Ilse Barendregt met grote inzet en discipline vertaald) is het lichtende en verontrustende werk van een duistere humanist.’ – Henk Pröpper in de Volkskrant.

Het Oranjehotel

oranjehotel

‘Bas von Benda-Beckmann kreeg van de Stichting Oranjehotel de opdracht de definitieve geschiedenis van de gevangenis te schrijven en is daar glansrijk in geslaagd. In de eerste plaats door, in navolging van Vestdijk, recht te doen aan de diversiteit van de gevangenisbevolking. In de tweede plaats door de ruim 1.200 mondelinge en schriftelijke getuigenissen van oud-gevangenen op betrouwbaarheid te toetsen en de treffendste observaties op te nemen in zijn verhaal. En in de derde plaats door het werk van eerdere generaties historici waar nodig te corrigeren.
[…] In ongelijke machtsverhoudingen ligt normoverschrijdend gedrag van de bovenliggende partij altijd op de loer, concludeert Von Benda-Beckmann. Een vergelijkbare les trekt hij voor de onderliggende partij, de gevangenen: ‘Door een vergrootglas te leggen op de microsamenleving van de Scheveningse gevangenis wordt zichtbaar hoe mensen omgaan met geweld, eenzaamheid en onzekerheid.’ Zeker voor generaties die de verhalen van de oorlog thuis niet meer hebben meegekregen, is Het Oranjehotel van Bas von Benda-Beckmann een openbaring.’ – Hans Wansink in de Volkskrant.

Op aarde schitteren we even

op aarde schitteren we even

‘Vuongs dichtershart klopt luid en prachtig door de hele roman.
[…] Op aarde schitteren we even is een romandebuut dat eigenlijk geen roman moet heten, omdat het genres overstijgt, samenvoegt, bevraagt en verbuigt. Tot een schitterend geheel.’ – Roos van Rijswijk in NRC Handelsblad.