De mooiste boeken van 2019

kop eindejaarsnieuwsbrief 2
Wie die Luft zum Leben
Ik kan me niet heel veel herinneren van mijn vroegste jeugd, maar één beeld staat me nog glashelder voor ogen: ik zit tijdens het ontbijt op schoot bij mijn vader. Hij dronk elke ochtend drie kopjes thee, at zijn boterham en las de krant. Ik at mijn boterham, dronk mijn thee en tuurde gebiologeerd naar de zwarte tekens op het knisperende papier. Soms las mijn vader dingen voor of mopperde hij zachtjes voor zich uit. Ik kwam erachter dat de zwarte tekens, mits in bepaalde volgorde gerangschikt, woorden vormden waarmee je verhalen kon vertellen, informatie kon verstrekken, iemand kon laten lachen, ontroeren, troosten, maar ook boos kon laten worden. Vanaf dat moment wilde ik niets liever dan zo snel mogelijk leren lezen. U raadt het al: ik heb heel snel leren lezen.
Lees verder

Buiten de lijnen – de bijbel van vergeten voetballers

buiten de lijnen

‘Heinen schrijft naar zijn beste vermogen over voetbal en neemt daarmee een dribbel door het leven: passje opzij, Wereldoorlog I, tikkie breed, Britse ontdekkingsreizen, stapje terug, Spaanse Burgeroorlog, bal over de breedte, Arabische Lente.
Voetballers zijn, volgens Heinen, mensen die blijven spelen en erin slagen iets te realiseren waar ieder van droomde: ze conserveren al spelende een stukje jeugd. Daarin klinkt de jongen door die Heinen ooit was, een puber die zijn droom verloor.
Buiten de lijnen bevat met ruim 170 portretten de bijeengeraapte scherven; het boek is niet gebonden door thema, geografie, club of land. Het is de pen van Heinen die het boek bijeenhoudt. Al schrijvende worden de scherven gelijmd: het is voetbal op zijn best, en de reparatie van zijn eigen droom – en die van de voetbalminnende lezer.’ – Maurits Chabot in NRC Handelsblad.

Het werkstuk

werkstuk

‘Vier jaar werkte tweevoudig Gouden Griffelwinnaar Simon van der Geest aan dit boek, maar het was het wachten waard: ‘Het werkstuk’ is een heerlijk filmisch, vloeiend geschreven avontuur van bijna 400 bladzijden, waar het woord ‘meeslepend’ voor lijkt uitgevonden.’ – Bas Malipaard in Trouw.

Johanna en Margaretha – gravinnen van Vlaanderen en prinsessen van Constantinopel

johanna en margaretha

‘Zolang ik boeken van Thera Coppens lees, en dat is al bijna dertig jaar, is er iets dat mij altijd weer doet uitzien naar haar volgende boek.
[…] De reikwijdte van Coppens’ oeuvre beslaat inmiddels zo ongeveer het hele afgelopen millennium. Des te bewonderenswaardiger is het dan ook dat ‘Johanna en Margaretha’ zo’n rijkgeschakeerd beeld van de vroege dertiende eeuw geeft. Zó erudiet zijn, en dan bijzondere vrouwen van alle tijden in hun overweldigende geschiedenissen plaatsen, dat kan in Nederland alleen Thera Coppens.’ – Laura van Baars in Trouw.

Kom

kom

‘Juist door het grimmige gevoel voor humor, het eigenzinnige afgemeten taalgebruik, voortkomend uit Harmens weerzin jegens emotioneel beladen (grote) woorden, doet Kom denken aan een schreeuw vanonder een geluiddichte stolp; een beeld waarvan je je maar moeilijk losrukt.’ – Dieuwertje Mertens in Het Parool.

Veganpleidooi

Donderdag 12 december in Plein Theater: Hardcover L. met Roanne van Voorst
ooit aten we dier
Naar aanleiding van haar boek Ooit aten we dieren. Interview door Jaap van Straalen.
Locatie: Plein Theater, Sajetplein 39, 1091 DB Amsterdam.
Aanvang 20.00 uur. Kaarten zijn te bestellen op de website van Plein Theater. Lees meer

Vrienden

vrienden

“De psychologie zal er wel een term voor hebben, ik benoem het zo: er ontbrak bij Ferdi E. een schakel tussen aandrift en daad. Ferdi begón gewoon. Hij wilde woest om zich heen slaan, weg van zijn gezin. Hij bedacht een plan, kocht een geweer, knoopte een valse snor, zocht een kaasplankje uit om die vinger op af te snijden. Allemaal ongevaarlijke stappen. ‘Pas toen ik met Heijn in de auto zat, wist ik dat ik het echt ging doen’, zei Ferdi later tegen me. Op zeker moment liep hij in het bos met Heijn, toen was het enkel nog de beweging van de trekker overhalen.
Ik vroeg hem wanneer hij wist dat hij Heijn zou doden. ‘Toen ik het deed’, antwoordde Ferdi. De rol van de wil moet je niet overschatten. Die is soms helemaal afwezig. Vergelijk het met opstaan. Je ligt in bed en denkt: ik moet opstaan. Op zeker moment bén je opgestaan. Het exacte moment waarop de wil daarin een rol speelt, is niet te betrappen. In De renner schrijf ik daar ook over: wanneer exact besluit je te demarreren? Dat is niet aan te wijzen.” – Tim Krabbé in gesprek met Jean-Pierre van Geelen in de Volkskrant.

Basta

basta

“Niet dat wij het arm hadden, maar geld speelde bij wel een rol. Geld maakt onafhankelijk. En ik wilde graag vrij zijn. Dat zei ik al tegen mijn vrienden toen ik een jaar of vijftien was: ‘Ik wordt heel rijk.’ Pas later, toen ik ook echt financieel onafhankelijk was, besefte ik dat het nog belangrijker is om geestelijk onafhankelijk te zijn. Vrij kunnen zijn in je gedachten… Dat is het meeste waard” – Marco van Basten in gesprek met Ronald Ockhuysen in Het Parool.

De dood van Jezus

dood van jezus

‘Net als de evangeliën getuigt deze roman van een bijna bovenmenselijke inspiratie. Daarnaast is hij ook nog eens buitengewoon spannend. Je wilt als lezer weten hoe het afloopt met de 10-jarige David die – ik liet niet voor niets het begrip ‘evangelie’, goede boodschap, vallen – beweert dat hij een boodschap voor zijn vrienden heeft, ja misschien zelfs voor de hele mensheid.’ – Hans Achterhuis in Trouw.

Minnebrieven aan Maarten – over Maarten ‘t Hart en zijn oevre

minnebrieven aan maarten

‘De grote troef die Etty naast haar persoonlijke band met Maarten ’t Hart in handen heeft, is haar scherpe lezing. Ze heeft oog voor overlap en discrepanties, en bovenal; ze ziet waar het schuurt. Ook ziet en legt ze nieuwe of onderbelichte ­verbanden, zoals de opmerkelijke (sadomasochistische?) relatie met zijn vader met de losse handjes (is er ook sprake van incest?), zijn moeizame verstandhouding tot het huwelijk, zijn afkeer van het feminisme die samen lijkt te vallen met zijn verlangen naar het vrouw zijn en de rol die de holocaust bij zijn geloofsafval speelde.
Etty vindt dat ’t Hart de P.C. Hooftprijs verdient. Haar Minnebrieven zijn een overtuigend pleidooi, waarin ze verschillende lagen in zijn werk blootlegt.’ – Dieuwerte Mertens in Het Parool.

De man in de rode mantel

man in de rode mantel

“Boeken pikken dingen op die gaande zijn in de tijd dat ze zijn geschreven en worden gelezen. En het Verenigd Koninkrijk is de laatste drieënhalf jaar bezig geweest zichzelf te vernietigen. Ik ben een gepassioneerd Europeaan, dus ik vond dat ik mijzelf een auteursbericht kon veroorloven dat commentaar geeft op de hopeloosheid van de Brexitonderhandelingen, terwijl ik tegelijk de hoop wilde uitspreken dat we niet te depressief worden. De aanwezigheid van mijn hoofdpersoon dr. Pozzi maakte me blijmoedig; ik ga heus niet stoppen met reizen naar Frankrijk. Mijn Nederlandse vrienden gaan niet zeggen dat ze niks meer met me te maken willen hebben. Laten we er maar op vertrouwen dat jonge generaties Britten op een gegeven moment zeggen: het spijt ons verschrikkelijk, mogen we alsjeblieft terug?” – Julian Barnes in gesprek met Wieteke van Zeil in de Volkskrant.

Alleen de bergen zijn mijn vrienden

alleen de bergen zijn mijn vrienden

Alleen de bergen zijn mijn vrienden is ijzersterk in wat het wil zijn: geen beredenering, geen esthetiek, maar een aanklacht en een keihard verslag vanuit een Australische gevangenis. Daarmee is het een basis voor vluchtelingenliteratuur die niet door een buitenstaander is geschreven.’ – Toef Jager in NRC Handelsblad.

Johan Cruijff – de biografie

johan cruijff

‘Auke Kok neemt de lezer vaak mee het stadion in, wat een van de redenen is waarom de biografie zo omvangrijk is geworden. Aan de andere kant: Kok schrijft uitgesproken soepel en een kunstenaarsbiografie ontkomt niet aan de bespreking van het oeuvre.
[…] Deze biografie laat één ding keer op keer zien en dat is hoe – vergeleken met voetbal –  al het andere bijzaak was in het leven van Cruijff. Het was de bal die van het vraagtekenjoch een uitroeptekenman maakte.’ – Arjen Fortuin in NRC Handelsblad.

M. – de zoon van de eeuw

m.

‘Het is precies die lezersreactie – opeens begrijpen waarom Italianen een eeuw geleden vielen voor het fascisme in plaats van het genadeloos hard te veroordelen – waardoor veel linkse intellectuelen in een kramp schoten tijdens het lezen van het boek. Bij alle voorgaande romans over Mussolini droop de verontwaardiging immers netjes van de bladzijden, maar hier ontbreekt die moralistische filter, vonden zij. Want waarom staat nergens expliciet vermeld dat Mussolini een monster is? Waarom staat nergens dat hij Italië naar de afgrond sleurde en miljoenen doden op zijn kerfstok had? Is het niet kwalijk dat Scurati nergens zégt dat Mussolini fout was?
[…] Maar het vreemde is: wie wil ontdekken hoe bruut, wreed en ranzig de fascisten zich ook al in die begindagen gedroegen, moet juist dit boek van Scurati lezen. Want hoe meer bladzijden je omslaat, hoe duidelijker het ware, nare gezicht van de zwarthemden zich openbaart. Het nietsontziende geweld waarmee ze in de provincie tekeergingen tegen vakbondslieden, de vechtpartijen, de brandstichtingen, de verminkingen, de moorden, de Mars op Rome en de steeds verder gaande vrijheidsbeperkingen die uiteindelijk leidden tot een nutteloos parlement vol flets duldende vulling – de kundige beschrijving ervan is meer dan genoeg om in te zien hoe fout het allemaal was. En is.’ – Jarl van der Ploeg in de Volkskrant.

De kat en de generaal

kat en de generaal

“Een deel van het boek is gebaseerd op echte gebeurtenissen. Toen ik net klaar was met het schrijven van Brilka, las ik een boek van Anna Politkovskaja over de Tsjetsjenië-oorlog. Ik heb haar moed, de moed die haar uiteindelijk fataal werd, altijd bewonderd. (Politkovskaja werd in 2006 vermoord in de lift van haar appartement in Moskou.) Ik las het boek zonder plan, niet met het idee er inspiratie uit te halen. Maar er was een verhaal dat me niet meer losliet.
[…] Ik ben in 2017 naar Tsjetsjenië gegaan, omdat ik eigenlijk weinig over het land wist. We hadden in de jaren negentig in Tbilisi wel Tsjetsjeense vluchtelingen, maar toch wist ik niet veel meer dan dat in Tsjetsjenië oorlog en terreur heersten en dat de radicale islam er in opkomst was.
Het is een dictatuur, dus echte research kon ik er niet doen. In Grozny is zelfs geen enkele aanwijzing voor die oorlogen. Alles glanst. Alles is kunstmatig. Een beetje Dubai op z’n Oostbloks – niet dat ik ooit in Dubai ben geweest. Maar als je met mensen praat, valt om de haverklap het woord ‘oorlog’. Alle levens zijn erdoor getekend. Alsof er twee waarheden zijn, een zichtbare en een onzichtbare.” – Nino Haratischwili in gesprek met Sterre Lindhout in de Volkskrant.

De kunst van het ongelukkig zijn

kunst van het ongelukkig zijn

De kunst van het ongelukkig zijn is een pleidooi om ons verdriet en onze eenzaamheid te doorleven en bovenal: met elkaar te delen. Met pillen demp je de pijn, maar de stekels gaan niet weg. We moeten elkaar meer en betere verhalen vertellen, met elkaar praten, niet over de app maar in het echt: elkaar eens goed in de ogen kijken. Voor wie dat nogal zoet in de oren klinkt, of als een vanzelfsprekendheid: u heeft gelijk. Er staat weinig nieuws in De Wachters boekje, en hij schuurt bij vlagen tegen het pathetische aan. Maar het is wel veelzeggend als we als samenleving zulke vanzelfsprekendheden, de zachte oplossingen voor de harde problemen, zijn gaan beschouwen als overbodige luxe.’ – Arthur Eaton in NRC Handelsblad.

Baron Wenckheim keert terug

baron wenckheim keert terug

‘Nee, vrolijk is het allemaal niet, maar o, wat een machtig schrijver is László Krasznahorkai.’ – Lieke Kézér in Trouw.

Grote verwachtingen

grote verwachtingen

“Mensen zeggen vaak: Europa is idealisme. Dan zeg ik: nee, Europa is realiteit. Juist het nationalisme is een irreële nostalgie aan het worden. De nationale staat is in geen enkel opzicht meer een antwoord op de problemen van de 21ste eeuw. Ik denk weleens: Geert Wilders, man, ga nou eens bij je eigen Venlo staan en kijk eens goed. Die enorme keten aan vrachtwagens, wil je die nou echt gaan tegenhouden  met douaniers met petten? De realiteit waarin wij leven en werken, waarin het bedrijfsleven werkt, is allang Europees. Ook de problemen die we hebben zijn op zijn minst Europees, zo niet mondiaal: klimaat, energie. Nu Amerika wegvalt zijn wij een geopolitieke macht. Tegen wil en dank misschien, maar we zijn het wel.” – Geert Mak in gesprek met Peter Giesen in de Volkskrant.

Ik

ik

‘Dat het niet gaat vervelen, komt behalve door het omringende verhaal van muzikale avonturen die blijven fascineren, door de nuchtere humor waarmee het allemaal is geformuleerd. Een rockautobiografie waar je wijzer van wordt én steeds weer hardop door in de lach schiet, dat is niet standaard.
Alleen maar zelfkastijding achteraf is het bovendien niet. Elton weet precies waarover hij berouw voelt, maar ook waarover juist niet. De eerlijkheid waarmee Ik is geschreven voorkomt ook valse bescheidenheid, zeker als het gaat om de welverdiendheid van zijn succes.’ – Flip Vuijsje in de Volkskrant.

Een stralende toekomst

stralende toekomst

‘Bijzonder knap is het evenwicht dat Makkai bewaart tussen de zwaarte van rouw en verlies enerzijds en de spanning van een wrange pageturner anderzijds: een soort whodunit, maar dan een whohasit. Wie van de mannen leeft er nog wanneer het plots verspringt naar het heden?’ – Anna Krijger in Trouw.

De brandmeester

brandmeester

“Als schrijver maakte Bomans in de loop van zijn korte leven een enorme ontwikkeling door. Zijn stijl is altijd zoekend, hij is niet een schrijver die in één treffende zin een waarheid debiteert; zo wás hij ook niet. Hij werkt naar iets toe, je ziet hem opbouwen. Zijn Dagboek van Rottumerplaat, dat hij vlak voor zijn dood schreef, is een juweel van een boek en laat een volstrekt andere schrijver zien dan de teksten in Kopstukken, hoe geestig die ook zijn. Als hij langer had kunnen doorleven – maar dit is een hachelijke uitspraak – was hij een heel ander soort schrijver geworden. Zijn schrijverschap was volop in beweging toen hij overleed. Maar ik vind het een wonder dat Bomans nog zo onder ons is, vijftig jaar na zijn dood. Het is opvallend hoe vaak hij in kranten of op televisie nog wordt genoemd. Simon Vestdijk is ook in 1971 overleden, maar die naam hoor je nauwelijks meer.’  – Bomansbiograaf Gé Vaartjes in gesprek met Wilma de Rek in de Volkskrant.

Pastorale

pastorale

‘Ik zou Stephan Enter, bij al zijn soms virtuoze beschrijvingen, toch vooral een meester van de tere momenten willen noemen.’ – Rob Schouten in Trouw.

Opnieuw Olive

olnieuw olive

‘Het vorige boek van Strout was getiteld Niets is onmogelijk (Anything is Possible) en dat zou zonder veel betoog als haar credo opgevat kunnen worden. Dat het scala aan menselijke emoties, impulsen en handelingen even onuitputtelijk als onvoorspelbaar is laat ze in dit boek opnieuw zien, met meesterlijke wendingen, groteske situaties en onnavolgbare, maar toch realistische dialogen.’ – Jan Donkers in NRC Handelsblad.

De tuinjungle

tuinjungle

‘Het is weer lachen en huilen geblazen in De tuinjungle. Goulson beschikt over het zeldzame talent uitvoerig verslag te doen van de ecologische catastrofe die zich binnen en buiten Engeland afspeelt en tegelijkertijd zijn goede humeur en gevoel voor humor – althans op papier – te bewaren. Dat resulteert in hilarische beschrijvingen van bijvoorbeeld de Britse obsessie met het gladgeschoren gazon.
[…] Het lijken soms misschien vreemde ideeën, maar niet als Goulson ze opschrijft. Je moet wel heel cynisch zijn – of ecomodernist of pesticidenverkoper – wil je tegen zoveel enthousiasme, kennis en overtuigingskracht zijn bestand.’ – Caspar Janssen in de Volkskrant.

Alle tijd

alle tijd

‘Aan Giphart de taak om dit alles het kroegverhaal-niveau te laten ontstijgen. Dat lukt, en wel omdat Giphart juist wil laten zien dat vriendschap eigenlijk één groot kroegverhaal is; dat het bestaat uit gedeelde overdrijvingen en verdichtingen van de dingen dat alle losse gebeurtenissen in dit boek een verbinding aangaan en het puur anekdotische overstijgen; tezamen vormen ze het grotere verhaal van vriendschap.
[…] Deze feel good zit al met al gedegen in elkaar en bevat interessante gedachten over vriendschap. Gun het jezelf ervan te genieten, bij voorkeur in een boshut met een biertje erbij.’ – Bo van Houwelingen in de Volkskrant.

De uitzichtlozen

uitzichtlozen

“Uw werk vertelt me dat er een grote woede in u zit.”
“Ja, dat klopt, die is existentieel en sociaal. Die woede is mijn brandstof. Enerzijds is hij existentieel: wat doet de tijd met ons, wat komt er terecht van dromen uit je kindertijd? Anderzijds is hij sociaal: onze wereld is er een van leugens, een mystificatie, die altijd een flatterend beeld geeft van zichzelf. Maar daarachter bevindt zich een onacceptabele werkelijkheid.
Ik voel me erg ongeschikt voor de wereld zoals hij is, en in de literatuur reken ik daarmee af. Schrijven is een vechtsport. Ik ben niet de eerste die dat zegt. Schrijvers als Céline, Thomas Bernhard en Annie Ernaux deden dat ook. Voor mij is literatuur geen amusement. Dan laat je de dingen zoals ze zijn. Veel dingen doen me pijn, sociale vernederingen zijn open wonden. Zelfs nu, na het succes van mijn boek, worden die opnieuw opengereten.” – Nicolas Mathieu in gesprek met Margot Dijkgraaf in NRC Handelsblad.

Liever dier dan mens

liever dier dan mens

‘Als Pieter van Os aan het einde van zijn boek ‘Liever dier dan mens’ weer even terugkomt op zijn huiveringwekkende openingsscène waarin vijf Poolse joden twee jaar proberen te overleven onder een varkenskot, levend van het eten dat net over de rand van de voerbak valt, en na de bevrijding bij terugkeer in hun eigen dorp alsnog door Poolse boeren worden vermoord omdat ze goud zouden bezitten, denk je alleen: o ja, dat verhaal was er inderdaad ook nog. De tussenliggende 350 pagina’s behelzen zo ongelooflijk veel onbevattelijk leed dat deze tevergeefse, mensonterende onderduik slechts een van vele gebeurtenissen is geworden.
Toch schreef Van Os een prachtig boek.’ – Laura van Baars in Trouw.

Spion buiten dienst

spion buiten dienst

Spion buiten dienst is een vitale, intelligente en urgente roman. Met scherpe commentaren op de Russische oligarchen die Londen opkopen en de dubieuze band tussen Poetin en Trump. Ook trakteert Le Carré de lezer op een aantal verrukkelijke bijfiguren, zoals Nats idealistische echtgenote Prue. Hoe de Brexit ook mag aflopen, hopelijk vindt Le Carré inspiratie voor een vervolg en is hem tijd gegund zijn 26ste roman te schrijven.’ – Arjen Ribbens in NRC Handelsblad.

Opstelten – een leven in het openbaar bestuur

opstelten

‘Het geheugen van Ivo Opstelten doet het weer!’ – Jean-Pierre Geelen in de Volkskrant.

Het grote gevecht – het eenzame gelijk van Paul Polman

grote gevecht

Nee, ik vind niet dat Polman heeft gefaald. Hij heeft vijf stappen vooruitgezet en moest vanaf 2016 twee stappen terug. Hij heeft echt een generatie consumenten, politici en ngo’s aan het denken gezet en in beweging gekregen. Hij heeft het perspectief geopend van het redden van de ziel van het kapitalisme: we kunnen de markt heel goed de ruimte geven, maar dan wel een markt met een moraal. Ik vind het heel knap dat hij de moed gehad heeft gehad om het systeem uit te dagen. Polman heeft veel vaart gemaakt, is gestruikeld en deels weer opgestaan, dat heb ik geprobeerd in kaart te brengen.
[…] Ik heb lang nagedacht over de ondertitel van het boek: het eenzame gelijk van Paul Polman. Hij is in 2009 echt een ander pad in geslagen. In de laatste hoofdstukken wordt hij steeds eenzamer. Hij heeft wel gelijk, maar hij krijgt het nog niet. Dat is het tragische. Paul Polman is niet gekomen waar hij had willen zijn. Absoluut niet.” – Jeroen Smit in gesprek met Wilco Dekker in de Volkskrant.