Avond in het paradijs

‘Een prachtbloemlezing. […] Op haar best schrijft Berlin scènes in filmische telegramstijl. (‘De broers gingen staan, omhelsden elkaar, en toen zaten ze daar zwijgend met z’n drieën. Het vuur. Regen tegen de ruiten.’) Ze laat huwelijken stranden in één eloquente alinea, roept feesten op in zinnen die swingen als lome jazzsolo’s. Maar bovenal geeft ze je het gevoel dat je al die nauwkeurig beschreven momenten – mooi, pijnlijk of ongemakkelijk – niet leest, maar lééft. Welke er uit haar eigen leven gegrepen zijn, doet er dan niet meer toe. Zolang haar stijl ze maar levensecht maakt, ware verhalen in de ware betekenis van het woord.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.