De vlinder in de inktpot

cover

‘Hier en daar is het wat looiig en had Bassant wel wat minder vlijtig mogen zijn om zoveel mogelijk theoretische twistpunten in de tekst op te nemen. Maar in verreweg het grootste deel van het proza toont hij een intelligente subtiliteit die niet alleen tot grinniken stemt, maar die ook herhaaldelijk onze moderne tijd lijkt te resoneren. Zo heeft De vlinder in de inktpot de schwung en het lichtzinnige van een avonturenroman, maar laat hij je evengoed nadenken over de magnetiserende uitwerking van geweld op mannen, over het effect van techniek en over de consequentie van het besluit om politiek partijdig te ‘worden’, namelijk: het is het moment waarop het nadenken stopt.’ – Sebastiaan Kort in NRC Handelsblad

De tolk van Srebrenica

cover-5

‘Nuhanovic waagt zich niet aan grote beschouwingen, hij doet ‘gewoon’ verslag. De tolk van Srebrenica doet daarmee denken aan loopgraafverslagen zoals die uit de Eerste Wereldoorlog. De overheersende emotie in zijn verhaal is niet woede over wat hem is aangedaan, eerder verbazing – de verbazing van een intelligente jongeman in een ontwikkeld land die in een gruwelijk conflict terechtkomt. Omdat hij bovendien toegankelijk en openhartig schrijft, brengt hij het conflict heel dichtbij. Dat verklaart dat het nog een tijd in je hoofd blijft zitten.’ – Jeroen van der Kris in NRC Handelsblad

De flard

cover

‘De eerste, treffende scènes van De flard laten Lançon onmiddellijk zien als een bedreven journalist en chroniqueur, met stijl, humor en inbeeldingsvermogen. Van elk onderwerp kan hij wel een stukje brouwen, zo lijkt het, persoonlijk, met kennis van zaken, maar niet altijd even noodzakelijk. Het is de productie van een man van de linkse intelligentsia die iedereen kent, bijna overal toegang heeft en die zich weliswaar geëngageerd, maar toch losjes en onbekommerd kan laten leiden door de dingen die op zijn pad komen. Een voorrecht dat alleen waarlijk talentvolle mensen onderkennen en trachten te overstijgen.
Dit boek, waaraan Lançon maanden na de aanslag begon te werken, is in die zin een krachttoer en heeft iets magisch. Want hoe trek je jezelf omhoog uit de diepten van zo’n aanslag, als je vrienden en strijdmakkers dood zijn, de onderste helft van je gezicht is verdwenen, de wereld buiten het ziekenhuis niet meer is dan een wormvormig aanhangsel van de wereld binnen? Als de man die zichzelf graag hoort spreken tot zwijgen is veroordeeld, de veelschrijver tot nauwelijks leesbaar gekrabbel met een krijtje op een lei.’ – Henk Pröpper in De Volkskrant

De hel en andere bestemmingen

cover-2

“Ik begrijp wel waarom mensen zich verloren voelen in een geglobaliseerde wereld. Dat ze willen weten wat hun identiteit is; dat willen we allemaal. Maar als mijn identiteit de jouwe haat, heet het hypernationalisme, en dat leidt tot rampen. Ik hoop dat de Europese landen erin slagen gezamenlijk te dealen met hun problemen. De Europese Unie is ontzettend waardevol en het is de enige manier om problemen op te lossen, of dat nu het virus of de vluchtelingenstroom is.
Ik weet wel dat het makkelijk voor mij is om te zeggen, maar ik ben ook een Europeaan. Ik voel me verbonden met jullie. En ik maak me zorgen. Hoe meer jullie samenwerken, ook met Amerika, hoe beter het is voor alle landen.” – Madeleine Albright in gesprek met Maartje Laterveer in De Volkskrant

Radetzkymars

cover-5

‘Van geparfumeerde zinnen en sentimentele overdrijving wil Roth niet weten. Dat blijkt uit de onlangs verschenen nieuwe, verrassend frisse vertaling door Els Snick van Radetzkymars (1932), die door Jan Vanriet van fraaie tekeningen is voorzien. Roth, die met zijn sobere taal een voorloper was van de nieuwe zakelijkheid, zet zijn personages in al hun  naakte kwetsbaarheid neer. Daardoor zijn ze zonder uitzondering sympathiek, hoe hufterig ze zich soms ook gedragen. Dat komt doordat ze allen, de fossiele Franz Joseph met zijn druppel aan zijn neus voorop, ten onder gaan aan hun nihilistische vertwijfeling over het leven en hun ontgoocheling over het door hun eigen passiviteit ineenstortende keizerrijk.’ – Michel Krielaars in NRC Handelsblad

Rodham

cover-4

‘Het is lastig hier veel over te schrijven zonder het plot weg te geven, maar ik verklap niets als ik zeg dat Sittenfeld de Amerikaanse politiek tot op het bot fileert. Haar Hillary (zonder Bills ballast) voelt zich soms als een “bezoekend antropoloog” en weet de dagelijkse gang van zaken in de wereld van macht en ambitie smakelijk te omschrijven. Zeer smeuïg zijn de scènes waarin Donald Trump langskomt, overigens in een totaal andere rol dan je zou verwachten. Ontluisterend is de politieke realiteit waarin bevlogenheid nauwelijks een plek heeft.’ – Vrouwkje Tuinman in Trouw

Mathilde

cover

‘Het geestelijk klimaat en de strakke hiërarchische omgangsvormen waarin Mathilde van de ene dag op de andere is beland ervaart de jonge Française als verstikkend. In haar afgelegen negorij wordt ze geconfronteerd met eenzaamheid, wantrouwen van alle kanten en een nijpend geldgebrek. […] De lezer wordt langzaamaan gewaar dat Slimani niet het oogmerk heeft een pamflet te schrijven, maar dat haar boek een echte, gelaagde roman is, waarin elk personage leeft in zijn eigen waarheid en daarvoor ook zijn redenen heeft.
[…] De moeizame, maar in onze eerst gekoloniseerde en vervolgens gedekoloniseerde wereld onontkoombare relatie tussen mensen uit verschillende culturen is het grote thema in Slimani’s oeuvre. De kracht van haar boeken ligt erin dat de schrijfster in een debat waarin de grote woorden en generalisaties je om de oren vliegen, de aandacht vestigt op de nuances die niet zelden de essentie van een probleem bevatten.
Het is, zo laat dit boek zien, op het persoonlijke vlak niet onverstandig je te realiseren dat iedereen een vat vol tegenstrijdigheden is, en dat het maar beter is dat te aanvaarden en ermee te leven.’ – Ger Leppers in Trouw

De Rattenlijn

cover-6

‘Het knappe van Sands is dat hij de lezer stap voor stap meeneemt in zijn onderzoek dat hem overal heen voert, waardoor je steeds weer nieuwsgierig wordt naar zijn volgende ontdekking. Op een onnadrukkelijke manier bouwt hij de spanning zorgvuldig op. Het resultaat is een rijkgeschakeerd verhaal met personages die volop tot de verbeelding spreken. De Rattenlijn is een geschiedenisboek, liefdesverhaal en ‘spionageroman’ in één.
En gaandeweg krijgt het steeds meer trekken van een whodunnit. In juli 1949 belandt Otto Wächter met hoge koorts in het Santo Spirito Hospitaal, dat in de vijftiende eeuw diende als achtergrond op Botticelli’s fresco De verleidingen van Christus. Op zijn sterfbed zegt hij tegen bisschop Hudal dat hij is vergiftigd door een voormalige Duitse majoor. Sands doet zijn uiterste best om dat mysterie op te lossen.
Maar het échte raadsel is: hoe worden mensen massamoordenaars?
Wat het verhaal van de Wächters laat zien, is dat het niet altijd monsters zijn die monsterlijke dingen doen. Otto en Charlotte zijn boven alles eigenlijk heel gewoon. Stap voor stap worden ze belangrijker in de nazi-machine – tot er geen weg terug meer is.’ – Jeroen van der Kris in NRC Handelsblad

Knecht, alleen

knecht, alleen

‘Het grote verschil tussen een contactadvertentie en dit boek is de eerlijkheid, de verbluffende eerlijkheid, die toch geen moment leidt tot exhibitionistische oversharing. De overeenkomst is de verbinding die Bakker zoekt en, in het beste geval, de genegenheid die eruit voortkomt. Kon je Jasper en zijn knecht nog klagerig of langdradig vinden, ditmaal neemt Bakkers proza je volkomen voor hem in. Als dit de vorm is waarin Bakkers schrijven het beste past (en ik denk dat dat zo is), hoop je ergens, hoe cru ook, dat zijn zelf onderzoem nog niet voltooid is.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

Alfabet

cover-11

“Er zijn natuurlijk al heel veel alfabetboeken. Ik kreeg zo’n boek onder ogen, met daarin een prachtige illustratie van een varken. O, dacht ik, dat is dan de V. Of zou het de B zijn, van big? Maar nee, het varken stond bij de E van eten. Dat snapt geen kind. Ik word ook meteen kritisch. Nou, praatjesmaker, zeg ik dan streng tegen mezelf, wat zou jij doen? Al snel zat ik me rot te lachen om teckels die tyrannosaurustanden trekken met een tang. Het moet klóppen. Ik kan geen hond tekenen, zomaar een hond bestaat niet. Wel een teckel of een bouvier, maar die staan dus niet op dezelfde bladzijde. Als je daar eenmaal over gaat nadenken… Kortom: als je het definitieve alfabetboek wilt maken, en dat wil ik, dan ben je zo een paar jaar verder.” – Charlotte Dematons in gesprek met Pjotr van Lenteren in de Volkskrant.

Restmens

restmens

‘Restmens is een debuut, maar Marjolein Visser vermijdt vakkundig deze en andere valkuilen. Het is een gave, goed afgehechte novelle geworden, die je niet licht vergeet.’ – Judith Eiselin in NRC Handelsblad.

Jaag je ploeg over de botten van de doden

jaag je ploeg over de botten van de doden

‘Olga Tokarczuk was tot 1995 klinisch psycholoog. Na jaren van intensief werken voelde ze zich opgebrand. Op haar 35ste, met een jong kind en enkele boektitels op haar naam, gaf ze de zekerheid op. Uitvogelen hoe een mens in elkaar steekt doet ze nog steeds, alleen nu ‘zonder de belofte iemand beter te maken’. Geen genezingen, wel pogingen tot. Telkens biedt Tokarczuk de lezer een nieuw perspectief. In dit boek is dat het onderscheid tussen mens en dier, waarom de ene dood moord is en de andere straffeloos blijft, in De rustelozen was dat het ‘panoramische kijken’ waardoor we geen concrete voorwerpen zien, maar relaties en een netwerk van reflecties. De auteur legt de verbanden en verleidt de lezer hetzelfde te doen.
[…] Jaag je ploeg over de botten van de doden is een tijdloze lofzang op de natuur en haar complexiteit. Met deze Nederlandse vertaling komt Janina Duszejko als onze mentale medicijnvrouw precies op het goede moment.’ – Dore van Duivenbode in de Volkskrant.

Mijn ontelbare identiteiten

cover-3

“Het is een overwinning op mezelf, ik schrijf over explosieve thema’s en heb enorm geworsteld over de juiste woorden. Doe ik hier goed aan? Moet ik dit doen? Het getouwtrek aan je zelfbeeld van alle kanten – het is ontzettend ingewikkeld om daarin je eigen stem te vinden.
Dit is zeker geen boek dat alleen kritisch is op racisme, of witte mensen een spiegel wil voorhouden. Ik keer me tegen alle vormen van uitsluiting, en moest dus ook kritisch zijn op Turks nationalisme en op delen van mijn religieuze opvoeding. Alleen wilde ik niet meegaan  met bestaande clichés, met anti-Turkse sentimenten of vormen van islamofobie. Ik ben liefdevol kritisch, mijn verzet is tegen alle harde, onwrikbare identiteiten. In een wereld die tegen je aanduwt en aan je trekt, is het omarmen van je ontelbare identiteiten een verzetsdaad.” – Sinan Çankaya in gesprek met Tan Tunali in Trouw

De straat

cover-2

‘Wie zich dezer dagen afvraagt waar het geweld vandaan komt waarmee in Amerika gedemonstreerd wordt tegen politiemisdragingen, wordt op sociale media vaak doorverwezen naar het werk van James Baldwin. Citaten uit zijn werk moeten duiding, troost en historische context bieden. Het lezen van De straat, de debuutroman van Ann Petry uit 1946, opnieuw in het Nederlands vertaald, is misschien wel een even goed idee.
Petry vertelt het verhaal van Lutie Johnson, een talentvolle, betrokken en optimistische jonge zwarte vrouw die systematisch voor al die eigenschappen wordt gestraft. […]
Petry vertelt in een hoog tempo, en bouwt spanning op door dezelfde gebeurtenissen steeds vanuit een ander perspectief te beschrijven, een thrillertruc (‘kijk uit, achter je’, ben je geneigd te roepen), maar het gaat in dit boek niet om de spanning. Het gaat eigenlijk niet eens om Lutie; de echte hoofdpersoon is de straat uit de titel, die een universum op zichzelf is waaruit het onmogelijk is om te ontsnappen. Petry laat de straat ‘aan het woord’, zoals James Baldwin deed in If Beale Street Could Talk (1974). De fuik van racisme waarin Baldwins personages terechtkomen, kent een voorafschaduwing bij Petry; ontsnappingspogingen zijn vergeefs.’ – Toef Jaeger in NRC Handelsblad

Een klein land met verre uithoeken

cover-7

“In Nederland zijn welvaart en goede toekomstperspectieven samengebald in de Randstad en een enkele succesvolle stad daarbuiten, zoals Eindhoven en Groningen. Daar staan kansarme gebieden tegenover. Dat vind ik tragisch. Ik ben sociaal-geograaf en planoloog en tijdens mijn studie bestond nog het idee dat Nederland een land is van kansengelijkheid. Sindsdien zijn de verschillen alleen maar gegroeid tussen arm en rijk, hoogopgeleid en laagopgeleid en vooral tussen stad en platteland. Niet alleen in Nederland, maar ook elders. Kijk maar naar de uitslagen van het Engelse referendum over de brexit en de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Stad en provincie stemden totaal verschillend.” – Floor Milikowski in gesprek met Michiel Couzy in Het Parool.

De staatsbank – ABN Amro klem tussen ambtenaren en bankiers

staatsbank

‘Over de opkomst en ondergang van Gerrit Zalm als bestuursvoorzitter van ABN Amro hebben Ivo Bökkerink en Pieter Couwenbergh een schitterend boek geschreven, een waardig vervolg van Jeroen Smits De prooi, het boek dat inzicht gaf in de opkomst en ondergang van Rijkman Groenink.
[…] Wie De staatsbank leest kan een gevoel van bewondering voor Gerrit Zalm – maar ook voor de overige leden van de raad van bestuur – moeilijk onderdrukken.’ – Meindert Fennema in De Groene Amsterdammer.

Waar ik liever niet aan denk

cover-3

‘De kracht van dit proza, is het onuitgesprokene. In steeds korte hoofdstukjes beschrijft Posthuma de broer-zus-relatie door de tijd heen. Daarbij komen verstoorde familiebanden aan bod, een vader die wegloopt, de stuklopende relatie van de broer, homo, met zijn vriend, de moeizame liefde van de ik-persoon voor haar vriend Leo. […] En daardoorheen de toenemende angstaanvallen van haar broer, die door een soort hedendaagse Weltschmerz lijkt te zijn bevangen. […] In zekere zin is dit een boek over schijn en wezen bij de mens, over wat je aan gedrag ziet en wat er allemaal onder schuilgaat. Dat geldt ook voor de vertellende zus zelf: “Ik deed giechelig en op weg naar beneden hoopte ik dat de flat zou instorten zodat ik onder het puin kon verdwijnen.” Een observatie die deze mooie, ingetogen roman over depressie raak typeert.’ – Rob Schouten in Trouw

Verhalen die we onszelf vertellen

verhalen die we onszelf vertellen

‘Verhalen duiden de werkelijkheid, maar ze bedekken die ook. Met de voor een schrijver onontbeerlijke verstrengeling van wantrouwen en weetgierigheid tilt Didion de deken op om te kijken of het verhaal nog klopt met wat het over de tijd beweert. Dat ze met weemoed en een droevig fatalisme vertrouwde visies verlaat en niet met een revolutionair elan, kenmerkt haar. Ze is koppig, tegendraads en eigenzinnig, maar ze is geen anarchist. Als ze oude ideeën verwoest, doet ze dat als de tragische muis die tegelijkertijd onthutst en gelaten constateert dat ze te lang in een sprookje heeft geloofd. Mocht ze de keuze hebben, koos ze voor het sprookje. En ze leefden nog lang en gelukkig. Ze leeft al lang, ze is nu 85. Of ze gelukkig is, ligt iets ingewikkelder. Of misschien ook helemaal niet. Joan Didion is een melancholicus, en melancholici herkennen het geluk pas als het is verdwenen.
[…] Deze onweerstaanbare elegantie, waarmee ze tegenstrijdigheden verduurt en uitdraagt, de ironie en meedogenloosheid van haar zelfreflecties, de elliptische structuur van haar teksten, hun bizarre humor en intelligentie, maken haar als schrijver uniek. Joan Didion staat in een kasjmieren coltrui naast de vuilnisbelt, ze is de buitenstaander in tweedelig Chanel, een conservatieve rocker, een schuwe neuroot die in een knalgele Corvette rijdt, maar de snelweg mijdt omdat ze te bang is om in te voegen.’ – Connie Palmen in de Volkskrant.

De naam van de wereld

cover

‘Denis Johnson was een leerling en adept van de grote Amerikaanse short-storyschrijver Raymond Carver, en dat merk je, zijn stijl is kort en zakelijk, maar ook enorm scherp; zelden las ik een boek waarin met een paar halen het academische milieu, en trouwens elk tafereel daarbuiten, wordt neergezet. Het is Johnsons puntige stijl die dit boek z’n volkomen eigen karakter verleent. Professor Mike Reed loopt na de dood van zijn vrouw en dochter bij een auto-ongeluk met zijn ziel onder zijn arm; als hij dan ook nog ontslagen wordt aan zijn universiteit, begint er voor hem een nieuw, onbekend leven waarin hij aan zijn academische vaardigheden niks meer heeft.
Een meesterlijke, puntige, suggestieve universiteitsroman.’ – Rob Schouten in Trouw

De onvolmaakten

onvolmaakten

‘Ewoud Kieft gaat gemakzuchtig engagement of voorspelbaar ondergangsdenken uit de weg. En hij vermijdt de valkuil van minder geslaagde toekomstromans die het leven in pakweg 2063 voorstellen als een optelsom van existentiële en maatschappelijke vraagstukken.
[…] Speels en serieus dringt Ewoud Kieft diep door in de eeuwige, universele worsteling: de schaduwkanten van vrijheid en de kern van onze individualiteit. Een buitengewoon intelligent, prikkelend debuut.’ – Dries Muus in Het Parool.