Veenland

veenland

‘Het eerste verhaal uit deze bundel, ‘Hongerlijder’ is groots, zo’n verhaal dat eigenlijk meteen een klassieke status heeft, alsof het al langer bestond, alsof je geen debuut hebt opengeslagen, maar een bloemlezing van de beste verhalen van de afgelopen tijd.
Waarom is dit verhaal zo goed? Omdat Johnson het met haar kalme, zelfbewuste stijl klaarspeelt een onmogelijke gedaanteverwisseling te presenteren als iets dat binnen het verhaal vanzelf spreekt. Nergens waarschuwt ze haar lezers dat er nu toch echt iets vreemds gaat gebeuren, of dat we ons in een vreemde wereld bevinden. En de lezers gaan mee. Ze weten niet wat hun overkomt en accepteren tegelijkertijd dat een verhaal dat over anorexia leek te gaan iets heel anders behelst.
[…] Ondertussen is Johnson wel een groot, eigenzinnig talent, een veelbelovende schrijver voor lezers die hun onrust graag aangewakkerd zien.’ – Rob van Essen in NRC Handelsblad.

Uit het leven van een hond

uit het leven van een hond

Uit het leven van een hond is een dun, maar heel rijk boek, vol fantastische zinnen, metaforen en observaties; tegelijkertijd is het allemaal onnadrukkelijk, gewoontjes, kalm en klein. Daar gaat het Kollaard nu juist om: de grootsheid van het kleine te tonen.
[…] Met een zucht sla je uiteindelijk het boek dicht. Helaas, voortaan weer verder leven zonder Henk en Henks houvast. Wat is nou eigenlijk gebeurd tijdens het lezen? Niets. En was dat nou zo mooi? Ja, dat was schitterend. Kollaard laat met dit boek zien wat literatuur vermag.’ – Judith Eiselin in NRC Handelsblad.

Vallen is als vliegen

vallen is als vliegen

“Wat voor wereld is dat, waarin er generaties lang sprake kan zijn van misbruik in gezinsverband? Waarom onderzoeken we dat niet? Ik ben, met mijn ervaringen, inmiddels wel benieuwd: waar komt dat vandaan, dat zoveel mensen God willen spelen in hun eigen gezin? Waarom kunnen deze vaders niet zeggen dat ze hunkeren naar de liefde en aanraking en aandacht, maar moet dat gepákt worden? Ik denk dat de literatuur een goede plek is om dat te onderzoeken, door het verhaal volledig te vertellen, met alle vragen en weerzin die het oproept. Dat was mijn inzet.” – Manon Uphoff in gesprek met Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

Serotonine

serotonine

Serotonine vertoont opvallend veel overeenkomsten met De wereld als markt en strijd, tot aan de naam van de geraadpleegde psychiater aan toe (Népote in het eerste boek, Azote in het laatste). Serotonine lijkt in alles een herneming van die debuutroman, exact 25 jaar later; deze reprise is rijker, voller en een stilistisch hoogstandje bovendien.
[…] Serotonine is een schitterende liefdesroman en, voor wie de moeite neemt door het kinderachtige seksisme heen te kijken, zelfs een ode aan de vrouw en dat is iets wat je niet direct bij de vaak voor nihilistische vrouwenhater versleten Houellebecq verwacht.’ – Wilma de Rek in de Volkskrant.

Bij het scheiden van de markt

bij het scheiden van de markt

‘Bij het scheiden van de markt toon Bolkestein zich nog altijd dezelfde man die dertig jaar geleden de politiek opschudde. Onconventioneel, polemisch, provocerend, compormisloos. Tamelijk uniek voor Nederland dus. Laat hem nog maar even doorgaan.’ – Mark Kranenburg in NRC Handelsblad.

De geheime tuin

geheime tuin

‘Wie de Britse klassieker ‘The Secret Garden’ (1911) in het Nederlands wilde (voor)lezen was tot voor kort aangewezen op een (herziene) vertaling uit 1983 van Christofoor, die inmiddels wat stijfjes aandoet. Imme Dros bezorgt nu een frisse versie met bondige zinnen, die aangenaam vloeiend leest.
Met een eigentijdse cover van Linde Faas is het boek klaar voor een nieuwe generatie. En dat is deze lofzang op de levenskracht meer dan waard, want 108 jaar na verschijning spreekt het verhaal nog tot de verbeelding.’ – Bas Maliepaard in Trouw.

Canaille

canaille

“Ik zie mijn hele leven als een zwerftocht of odyssee. Van jongs af aan wilde ik schrijven, journalist zijn, maar ben ook dwarsgezeten door mijn talent als schilder. Kunstschilder, dat wilde ik ook zijn! Dat dubbele komt ook in mijn familie voor; mijn vader, Jan Cremer senior, over wie het eerste deel gaat, Fernweh uit 2016, was ingenieur in de aardwetenschappen. Maar hij wilde ook schrijver worden, en maakte reisreportages over de verste landen. Die man ging in 1937 op de fiets naar Palmyra in Syrië. Onvoorstelbaar. Heeft-ie gedaan.
Als ik nou alles goed observeer en noteer, dacht ik als kind al, dan kan ik later mooie boeken schrijven. Ik maak gebruik van tientallen notitieboekjes die ik vanaf mijn 20ste vol schrijf. Over een boek doe ik een jaar. Daarna ga ik weer een tijdje schilderen.” – an Cremer in gesprek met Arjan Peters in de Volkskrant.

Moord op de moestuin

moord op de moestuin

‘De detective-ontknoping is niet alleen bevredigend, maar werkt ook op een ander niveau: die bepaalt ook de literaire diepte van Moord op de moestuin. Want precies die ontknoping toont het belang van degene die nooit iets vreemd vindt, degene die wél voorbij haar hoogstpersoonlijke logica kan kijken, die zich verplaatst in die eigenaardige anderen, degene die de kleine gevoelens aandacht geeft. Judith is in de roman wat Nicolien Mizee is als schrijver: degene die de bepalende krachten in het leven waarneemt, en daar heel smakelijk over kan schrijven.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

Een liefde, in gedachten

liefde in gedachten

‘Met een enkel detail, beeld of object roept de auteur een haarscherp tijdsbeeld op, van een generatie die zich de oorlog niet herinnert maar wel in zich draagt.’ – Persis Bekkering in de Volkskrant.

Dennie is een star

dennie is een star

‘Op zichzelf zijn de verhalen, die Maartje Wortel haar Ted rond de aanbeden kat laat vertellen, niet heel bijzonder, wat gepassioneerde liefdesaffaires, vakanties met vrienden, kleine avontuurtjes met Dennie, maar deze schrijfster heeft een eigenschap die we na het lezen van Joost de Vries’ essay ‘Echte pretentie’ (we kunnen niet zonder pretenties) misschien niet gemakzuchtig meer gebruiken moeten, maar die hier toch echt wél van toepassing is: authenticiteit. Hoe schroomvallig ook, ze is openhartig, ontziet zichzelf niet in een even simpele als rake stijl.’ – Rob Schouten in Trouw.

Otmars zonen

otmars zonen 2

‘Buwalda schrijft goed, vaak zeer goed. Buwalda vlecht op de juiste momenten eigenzinnige metaforen door zijn verhaal (‘Zijn dubbele penthouse lag erbij als een alinea bouquetreekspulp, badend in oranje avondlicht’), laat geen kans onbenut om een tafereel in te kleuren met een onverwacht of grappig detail én doseert dat waar nodig. De stijlfratsen die Buwalda’s Volkskrant-columns zulk lustig tintelend en vrolijk proza maken, laat hij in dit boek meer toe dan in Bonita Avenue. Slechts een handjevol zinnen in die 600 pagina’s vliegt uit de bocht; zwaarwegender zijn de voordelen van die secure zinnenboetseerderij: het verhaal is larger than life, maar die tekenende details en uitvoerige voorgeschiedenis brengen het ook terug tot geloofwaardig menselijke proporties.
[…] Je voelt je na lezing even verweesd als na één seizoen van de betere tv-serie, even hongerig naar meer. Wat er in dit boek staat, kán eigenlijk niet beter – het probleem is wat er niet meer bij paste. Zo wordt na 607 bladzijden de dikte van Otmars zonen toch nog een probleem: het is duizend bladzijden te dun.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

Keto Stiefcommando

keto stiefcommando

‘De souplesse waarmee Lieske werkelijkheid en fantasie mengt is magisch. […] De werkelijkheid heeft kunst nodig. Als er een dichter is die dat bewijst, dan Lieske.’ – Janita Monna in Trouw.

Vindeling

vindeling

“Ik hou van korte verhalen schrijven, maar ik wilde na mijn bundel Brood, zout, wijn aan een groter verhaal werken. Toch stromen er dan weer kortere verhalen in. Daar hoef ik niet naar te zoeken. Wie heeft die ketting verloren, bedenk ik dan, wie dat Gouden Boekje? Die andere verhalen voegen een kleur toe. Wat dat betreft heeft schrijven ook iets met vinden te maken. Er komt iets op je pad en daarmee ga je door, dan ga je iets proberen tot je weet of je beet hebt. Wat dat betreft ben ik zelf een vindeling.” – Vonne van der Meer in gesprek met Marjolijn de Cocq in Het Parool.

De muur

muur

„Anders dan Orwell – die eigenlijk over dingen schreef die al aan de gang waren – koppelde Huxley dat wat er aan de hand was aan de gevolgen die het zou kunnen hebben in de toekomst. Ik heb hetzelfde proberen te doen. Een beetje zoals je in grafieken ziet: er is een lijn, en economen zien aan de hand van stippellijnen waar de grafiek naar toe gaat. Ik heb die stippellijnen met De muur willen invullen. Voor deze roman stelde ik de vraag: wat gebeurt er als we niks doen, waar komen we dan uit. Brave New World is zo geslaagd, omdat we het zover hebben laten komen. Huxleys succes zit in zijn gelijk. Die kant wil ik niet op. Mijn roman is geslaagd wanneer ik ongelijk zal krijgen.” – John Lanchester in gesprek met Toef Jaeger in NRC Handelsblad.

De zaak Oldenbarnevelt

zaak oldenbarnevelt

‘De reconstructie van Uitterhoeve is nauwgezet: voorgeschiedenis, de details over de rechtsgang, de uitputtende verhoren (waarin de landsadvocaat behendig overeind bleef), de machinaties van voor- en tegenstanders worden nuchter gerecapituleerd. Zeker in dit herdenkingsjaar een aantrekkelijk handzaam relaas, ook vanwege de prachtige illustraties.’ – René van Stipriaan in NRC Handelsblad.

Echte pretentie – Waarom het zo irritant is en waarom we niet zonder kunnen – Joost de Vries

echte pretentie

“Ik heb liever dat mensen zich slimmer voordoen dan ze zijn dan dat ze zich dommer voordoen dan dat ze zijn. […] Een beetje pretentie is goed, op het maatschappelijke vlak, maar ook op het persoonlijke. Ik heb geen antwoord op de vraag wat het leven zin geeft, behalve dan: ontdekken wat het leven zin geeft is wat het leven zin geeft. Ik zou zeggen: probeer iets voor jezelf te vinden dat je zo belangrijk vindt dat je er eindeloos in wilt blijven groeien. Voor de een is dat literatuur, voor iemand anders paardensport. Pretentie is een methode om een betere versie van jezelf te worden. Wie wil dat nou niet?” – Joost de Vries in gesprek met Gidi Heesakkers in de Volkskrant.

Er is geen daar daar

er is geen daar daar

‘Dit is ondanks de schoonheidsfouten een intrigerend boek, en Tommy Orange is een belangrijke nieuwe stem in de Native American literatuur. Hij toont ons in dit boek grootmoeders, kinderen, boeven, loners, dikzakken, vechters en verliezers van een ontheemd volk in wie het verleden aanwezig blijft, mensen met een lang en droevig verhaal, en maakt pijnlijk duidelijk dat we niet mogen blijven hangen in memes en mascottes.’ – Gerwin van der Werf in Trouw.

Salomons oordeel

salomons oordeel

‘Soms stel je je het tv-scenario al voor bij wat Vuijsje schrijft: het tempo ligt hoog, hij rijgt zijn scènes moeiteloos aaneen, toont meer dan dat hij navertelt, krachtig en direct, hij schrijft zinnen waar niets te veel in staat, zonder opsmuk, en wekt personages tot leven door hen precies passende woorden te geven. Hij is even grappig als genuanceerd.
[…]  Waar identiteitsdiscussies vaak verzanden in verwijten van slachtofferschap of zelfgenoegzaam taalactivisme, brengt Vuijsje de zaak terug tot menselijke proporties. Daar, tussen mensen, kunnen de muren van hokjes neergehaald worden, toont Salomons oordeel, als er vertrouwen is. Dat is misschien wel de zinnigste bijdrage die een roman aan dit debat kan leveren.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

Niemand wil ze hebben

niemand wil ze hebben

“Ik hoop dat de mensen die zoeken naar kennis en context over migratie en vluchtelingen er iets aan hebben. De discussie over vluchtelingen is sterk gepolariseerd. Aan de ene kant heb je de vluchtelingenknuffelaars die de grenzen helemaal open willen stellen, aan de andere kant heb je mensen die faliekant tegen de komst van vluchtelingen zijn. Deze groepen hebben hun mening allang bepaald, daar gaat dit boek niets aan veranderen.
Daartussen zit een enorme groep mensen die vluchtelingen geen kwaad hart toedragen, maar ook niet de barricaden op willen, wel nadenken, maar niet zeker weten wat ze moeten vinden. Zitten er nu wel of geen jihadisten tussen de vluchtelingen? Staan er echt een miljoen vluchtelingen in Libië klaar om deze kant op te komen?
“Ik heb geprobeerd te beschrijven hoe die heksenketel in elkaar zit, voor wie de geschiedenis van het Europese beleid wil begrijpen. Zodat ze beter snappen waar ze nou naar kijken. En misschien eens een vluchteling taalles gaan geven of op een andere partij gaan stemmen.
Die tussengroep is belangrijk, want die kan het debat hierover de goede kant op doen kantelen. Kijk, toch nog een lichtpuntje!” – Linda Polman in gesprek met Pieternel Gruppen in Trouw.

Het verhaal van Ásta

verhaal van asta

‘In ‘Het verhaal van Ásta’ wil de IJslandse schrijver Jón Kalman Stefánsson het hebben over alles ‘waarover we zwijgen, wat we verbergen, alles waar we bang voor zijn en alles waarop we hopen’. Een ambitieuze insteek, op het overmoedige af, maar Stefánsson beschikt over een dermate indrukwekkend stilistisch en poëtisch arsenaal dat hij heel overtuigend klinkt. Dat bewees hij ook al in romans als ‘Het verdriet van de engelen’, ‘Het hart van de mens’, ‘Vissen hebben geen voeten’ en laatst nog ‘Zomerlicht, en dan komt de nacht’.’ – Sofie Messeman in Trouw.

Niemand keek omhoog

niemand keek omhoog

‘Het effect van dit registrerende, fotografische proza is heel bijzonder, je hebt namelijk door die feitelijke beschrijvingen het gevoel dat er onderhuids steeds iets broeit, dat er fikse emoties bedwongen worden onder een dikke laag nuchtere observaties.
[…] Met haar onopgesmukte stijl past Evelien Vos in een uitzonderlijk rijtje Nederlandse schrijvers, dat van Nescio tot Hellema en Frida Vogels reikt, schrijvers voor wie authenticiteit meer telt dan stilistisch vertoon. Het bijzondere van dit soort schrijven is dat het zo’n hoog soortelijk gewicht heeft, het lijkt wel of achter ieder woord, hoe simpel ook, een hele wereld schuilgaat.’ – Rob Schouten in Trouw.

Ommelanden

ommelanden

‘Peeters haalt in De ommelanden uit naar schijnbetrokkenheid in de hedendaagse kunstwereld; echt engagement is pijnlijk. Dat toont Peeters als geen ander.’ – Dieuwertje Mertens in Het Parool.

Nachtouders

nachtouders

‘In haar eerdere romans als Wij en ik viel De Coster al op door haar uitbundige, soms mateloze stijl en de absurdistische verwikkelingen die even komisch zijn als dat ze schrijnen. Maar gelijk valt op dat De Coster dit keer net iets meer ingehouden schrijft, met de riem één gaatje strakker. Precies genoeg: Nachtouders heeft meer vaart en de personages voelen menselijker dan in haar eerdere werk, maar haar humor en lyrisch vuur zijn gebleven. Dit is dan ook haar meest aangrijpende roman tot nu toe geworden. Koortsig vecht De Coster met haar demonen, om uiteindelijk als herboren eruit te komen. Een boek van epische proporties.’ – Persis Bekkering in de Volkskrant.

De Bourgondiërs

bourgondiers

‘In zijn beste werk tot nu toe koppelt Bart Van Loo vertelkracht aan een gedegen historische analyse. Met De Bourgondiërs overstijgt hij het niveau van causeur en ontpopt hij zich tot de ideale geschiedenisleraar: iemand die je met behulp van fraaie verhalen wijzer maakt over het verleden, en daardoor over het heden.
[…] De Bourgondiërs is een rijk banket waarvan je blijft eten, omdat je aan alles merkt dat er een meesterkok aan het werk is geweest.’ – Bart Funnekotter in NRC Handelsblad.