De flard

‘De eerste, treffende scènes van De flard laten Lançon onmiddellijk zien als een bedreven journalist en chroniqueur, met stijl, humor en inbeeldingsvermogen. Van elk onderwerp kan hij wel een stukje brouwen, zo lijkt het, persoonlijk, met kennis van zaken, maar niet altijd even noodzakelijk. Het is de productie van een man van de linkse intelligentsia die iedereen kent, bijna overal toegang heeft en die zich weliswaar geëngageerd, maar toch losjes en onbekommerd kan laten leiden door de dingen die op zijn pad komen. Een voorrecht dat alleen waarlijk talentvolle mensen onderkennen en trachten te overstijgen.
Dit boek, waaraan Lançon maanden na de aanslag begon te werken, is in die zin een krachttoer en heeft iets magisch. Want hoe trek je jezelf omhoog uit de diepten van zo’n aanslag, als je vrienden en strijdmakkers dood zijn, de onderste helft van je gezicht is verdwenen, de wereld buiten het ziekenhuis niet meer is dan een wormvormig aanhangsel van de wereld binnen? Als de man die zichzelf graag hoort spreken tot zwijgen is veroordeeld, de veelschrijver tot nauwelijks leesbaar gekrabbel met een krijtje op een lei.’ – Henk Pröpper in De Volkskrant