Linnaeus Leesclub

De Linnaeus Leesclub bestaat uit een best wel vrolijke verzameling leesliefhebbers en een geheimzinnige fietsenmaker – zal hij ooit écht verschijnen? We komen eens in de zes à acht weken bij elkaar in de kelder van de Linnaeus Boekhandel. Dat klinkt luguberder dan het is. Onder het genot van koffie, thee, zoetigheden en de kordate (in)leiding van Anja Duitsmann spuien we ons gal, bejubelen we prach-ti-ge zinnen en wisselen we meningen uit, die vaak verder reiken dan het onderwerp van het boek. De te lezen boeken worden democratisch gekozen, enige manipulatie is echter wel toegestaan. Huiswerk maken is niet nodig. Ja, het is wel handig als je het boek leest. Op dit moment zitten we vol. Als je informatie wilt kun je altijd een e-mailbericht sturen aan info@linnaeusboekhandel.nl ter attentie van Anja. Onderstaand de weergaven van de avonden, zoals vastgelegd door Evelien Polter, Lennie Haarsma en Anneke van de Watering en Anja Duitsmann.

Besproken op 11 oktober 2022: 'De gebeurtenis' - Peter Terrin

Met ‘De gebeurtenis’ schreef de Vlaamse schrijver Peter Terrin (1968) zijn twaalfde roman. Terrin schrijft in zijn romans vaak over liefde, veelal een dun soort liefde zoals in zijn roman ‘Al het blauw’ uit 2021. Terrin zelf vatte dat boek eens samen als een roman waarin ‘twee levens elkaar kort aanraken’. Zijn nieuwe roman bestaat uit verhalen. In elk ervan staat de liefde centraal, vooral de liefde die mensen in al hun allenigheid voor een ander kunnen voelen. Na de openingszin: ’Zijn vrouw stierf maar niet’ weet je onmiddellijk: hier is iemand een blok aan iemands been. Het wordt tijd dat die vrouw eens overlijdt. ‘De gebeurtenis’ is een boek met portetten, waarin de mens op zijn kwetsbaarst is, zijn meest menselijke momenten. Als lezer word je gedwongen zeer geconcentreerd te lezen en oplettendheid is een noodzaak.


De leesclub bestaat vanavond uit zeven vrouwen. Ook al heeft Terrin met De gebeurtenis zijn twaalfde boek geschreven hebben de meeste van ons weinig of niets van hem gelezen. Terrin is een bescheiden man en geeft mogelijk een verklaring voor het feit dat we hem niet veel zien op tv of in andere social media: 'Ik wil voor de lezer een vreemde blijven. Wie ik ben en wat ik over de wereld denk hoeft niet gehoord te worden, maar ik wil wel dat mijn roman gezien wordt’. Zonder uitzondering wordt zijn stijl in De gebeurtenis geroemd: mooie Vlaamse taal, een fijne schrijfstijl, mooie formuleringen en toegankelijk geschreven. Het wordt mooi gevonden hoe Terrin zijn boek heeft opgebouwd. Zo speelt een personage in bijvoorbeeld hoofdstuk 2 een rol en komt dit personage in hoofdstuk 8 onder een andere naam terug. Willem de schrijver wordt Michel; zijn vrouw Femke wordt Frouke. We lezen veel over eenzaamheid bij veel personages in de verschillende verhalen. Daarnaast gaat het over zorg hebben voor een ander zoals Kurt, die verpleger is in het woonzorgcentrum Avondrust en belangrijk is voor Jacqueline. En Frederik zorgt voor zijn zus Rita. Er zijn ook vragen over het boek. Wie kent wie en wat is de functie van het pratend hoofd? Het is ook gissen naar de betekenis van de titel van het boek; is misschien ieder verhaal een aparte gebeurtenis? Of is het kijken in de tentoonstelling de gebeurtenis? Ook wordt een duidelijk einde gemist. Een aantal van ons zou het boek nog een keer willen lezen, want alles hangt met alles samen en mogelijk mis je een en ander als je het boek 1 keer hebt gelezen.
 
Op 18 september was Peter Terrin te gast in het VPRO-boekenprogramma Brommer op zee. Zie www.vpro.nl Voor de echte fanatiekelingen is er ook de podcast van Boeken FM. Daarin bespraken op 12 oktober Marja Pruis, Joost de Vries en Ellen Deckwitz ‘De gebeurtenis’.
(Lennie Haarsma)
 
 

Besproken op 6 september 2022: 'Buitenleven' – Nina Polak

Nina Polak (1986) is al van jongs af aan bezig met literatuur en cultuur. Ze was redactrice bij Propria Curis, publiceerde voor De Gids en De Groene Amsterdammer en werkt voor De Correspondent. Ze debuteerde in 2014, met de roman We zullen niet te pletter slaan en werd meteen driemaal genomineerd voor een prijs. Haar tweede roman Gebrek is een groot woord werd onder andere onderscheiden met de BNG Bank Literatuurprijs. Wij lazen Buitenleven, haar laatste boek. Over twee vrouwen die naar het noorden van Nederland verhuizen. Of misschien beter gezegd; van de stad naar het platteland. Wat gaat hen overkomen? Een - in haar eigen woorden - autofuturistisch boek: ‘het vertrekpunt was wat er had kunnen gebeuren als mijn leven een andere kant op was gegaan’ 

Ondanks de hype (en de beeldschone cover!) maakte Buitenleven niet zoveel indruk op de Linnaeus Leesclub. We vonden het allemaal een beetje makkelijk. Niet echt verrassend of boeiend. En zelfs vaak voorspelbaar, hoewel de auteur juist heeft geprobeerd om clichés te vermijden. Het boek mist diepte, concludeerden we. Het duurde lang voordat het ‘ergens over ging’ en de snelle afhechting aan het eind was dan juist weer teleurstellend. 

Een van de lezers vond de hoofdpersonages ‘verwende randstadmeiden’. Met veel onderhuidse wrok en trauma’s, die dan weer niet echt werden uitgewerkt. Ja, ook al verhuis je naar het platteland, je kunt niet voor jezelf vluchten. Okay. De andere personages in het boek waren vrij eendimensionaal en vaak clichématig. Eigenlijk voelden we ons met niemand in het boek verbonden. 

Nina Polak heeft een indrukwekkende schijfstijl. Haar ritme is lekker en haar woordkeuzes zijn vaak prachtig en origineel. Het plattelandsdecor is mooi geschetst, inclusief Pieterpadwandelaars. Het boek leest vlot, als een trein zelfs. En dat maakt ons misschien juist extra kritisch. Ze kan gewoon beter.
(Anneke van de Watering)
 

Besproken op 31 mei 2022: 'Elizabeth Finch' - JuIian Barnes

Julian Barnes (1946) is een Brits schrijver met een indrukwekkend oeuvre. Zijn bekendste werken zijn Flaubert’s Papegaai, Arthur & George, Alsof het voorbij is, Het enige verhaal en zo kan ik nog even doorgaan. Binnen onze leesclub hebben sommigen bijna zijn hele oeuvre gelezen, anderen in ieder geval een of twee boeken van hem. Het leek ons dan ook leuk om zijn nieuwste roman Elizabeth Finch te lezen. 


In Elizabeth Finch is Neil op een kruispunt in zijn leven aanbeland wanneer hij besluit opnieuw plaats te nemen in de collegebanken. De gescheiden vader en gewezen acteur is toe aan een geestelijke opfrisser en schrijft zich in voor de cursus ‘Cultuur en beschaving’. Vanaf de eerste lesdag raakt hij in de ban van zijn iets oudere professor. Elizabeth Finch doceert in eloquente, rokerige volzinnen over Sint-Ursula, Goethe, Julianus de Afvallige, de Verlichting, en over de parallellen tussen verleden en heden. Ze is een toonbeeld van ruimdenkendheid, en verwacht hetzelfde van haar cursisten. Alle intellectuele openheid ten spijt blijkt Elizabeth Finch een gesloten figuur die haar privéleven hermetisch afschermt – en daardoor Neil en zijn medecursisten des te meer fascineert. Neils kalverliefde wordt pas echt een obsessie wanneer hij jaren later onverwacht de schriftelijke nalatenschap van zijn mentor erft: dozen vol aantekeningen die wijzen op haar eigen obsessie. Wat bewoog de mysterieuze Elizabeth Finch nou werkelijk?


We waren die avond met een kleine groep en begonnen zoals gebruikelijk met een rondje ‘wat vond je van het boek’. Al snel werd duidelijk dat we het deze avond unaniem met elkaar eens waren: de flaptekst en het eerste deel van de roman wekt verwachtingen, die helaas niet worden ingelost. Het middenstuk, een essay over het christendom, is weliswaar interessant maar je moet flink doorbijten. Daardoor hoop je als lezer dat in het derde deel de verwachtingen worden ingelost. Maar helaas… Het derde deel maakt het verhaal niet rond. Het boek bloedt als het ware aan het einde dood. Daardoor blijft het hele verhaal rommelig en voelt onaf. Jammer, want Julian Barnes kan beter. 


Was er dan niets positief aan het boek? Ook hierover waren we het met elkaar eens. Barnes kan schrijven en er zaten een aantal zeer rake observaties over het christendom in het middenstuk. En het boek roept de vraag op of je iemand ooit echt kent. Een mooi vraagstuk om over na te denken en het met elkaar over te hebben.
(Lennie Haarsma)

Besproken op 12 april 2022: 'Alexandra' -Lisa Weeda

Aleksandra stond op de longlist voor de Libris Literatuurprijs 2022. Het is een fascinerende roman die de hele geschiedenis van Oekraïne in de 20e en 21e eeuw samenvat. En dan vooral de verschrikkingen van de Stalinterreur in de jaren dertig: de collectivisatie van de landbouw, de vreselijke hongersnood die daarop volgde. Lisa Weeda weet dat op een heel knappe manier in literatuur te gieten zonder dat het een geschiedenisboek wordt. We volgen het leven van een jonge vrouw die in de voetsporen van haar oma treedt en uitzoekt wat er is gebeurd met een verdwenen familielid uit Loegansk, in de Donbas, waar nu al ruim twee maanden de oorlog woedt.
Lisa Weeda is een Nederlandse schrijfster en literair programmamaker/scenarist. Van haar derde tot haar zesde woonde ze in Duitsland. Lisa Weeda’s grootmoeder Aleksandra, geboren in 1924 in het Donetsbekken, werd op 18-jarige leeftijd door de nazi’s vanuit Oost-Oekraïne naar Duitsland gedeporteerd om te werken voor de Duitse oorlogsindustrie. Die deportatie is het centrale beginpunt van Weeda’s debuutroman Alexandra waarin ze haar familiegeschiedenis beschrijft.


De leesclub Linnaeus is bijna voltallig in de winkel aanwezig. We bespreken een interessant en vanwege de oorlog in Oekraïne actueel boek. Het leidt tot mooie discussies. Hoewel een aantal van ons moeite hadden om er goed in te komen- 3x opnieuw begonnen; voelde in eerste instantie als huiswerk; weggelegd en na 2 weken weer opgepakt- overheerst het enthousiasme over hoe ervaringen binnen een familie zo fantasierijk, poëtisch, beeldend en met humor zijn beschreven. Uiteraard veel herkenning met de huidige oorlog in Oekraïne; Lisa geeft veel informatie over de geschiedenis van het land, waarbij het legioen van de Don-Kozakken tot spannende beschrijvingen leidt en ze laat zien hoe het Maidanprotest uit 2014 tot op de dag van vandaag doorwerkt. Hoe Lisa zelf als boodschapper/ intermediair van de familie fungeert door op zoek te gaan naar haar overleden oom fascineert ons, evenals bijvoorbeeld de mystiek van de herten en de rol van het familiedoek met rode en zwarte draden. Een paar passages uit het boek die ons raken: ‘Het verdriet op de huid dragen; ..’’ alsof ze de aarde niet wakker durven maken, omdat ze heel goed weten dat het land eerst van anderen was en zij en de grond nog geen vriendschap hebben gesloten’. De humor in het boek wordt genoemd zoals op pagina 195 over Lenin in de taxi. We bespreken ook hoe de huidige oorlog ons raakt, soms bang maakt en laat zien hoe we aankijken tegen de positie van president Zelinsky en zijn uitstraling. Al met al concluderen we dat het boek belangrijk is en een tijdloos verhaal beschrijft. 
Voor wie meer wil weten over het boek zie op YouTube de uitzending van OBA Linnaeus  Live op 31 maart met Lisa Weeda. Ook wordt de podcast van Jelle Brandt Corstius genoemd, getiteld ’Voordat de bom valt’. 
(Lennie Haarsma)
 

Besproken op 18 januari 2022: 'Kruispunt' - Jonathan Franzen

Jonathan Franzen (1959) is een gevierd Amerikaanse schrijver van nogal lijvige romans. Zijn boek De correcties (2003) werd - onder andere - genomineerd voor de Pulitzerprijs. Ook de romans die daarna verschenen zijn veelbekroonde bestsellers. Kruispunt verscheen in 2021 en is het eerste deel van een trilogie. In het boek volgen we de familie Hildebrandt, een gezin in een voorstadje van Chicago, in een progressief kerkelijk milieu begin jaren 70. Elk hoofdstuk is geschreven vanuit het perspectief van één van de vijf gezinsleden. Vader Russ - hulpprediker - en zijn vrouw Marion hebben een liefdeloos huwelijk. Hij overweegt een affaire en moet dealen met gezichtsverlies in de kerk. Marion is labiel en stiekem in therapie. Ze heeft een geheim, een schokkend verleden. Hun oudste kind, Clem, stopt met studeren en wil in Vietnam gaan vechten. Clems zusje Becky, lange tijd de populairste van haar klas, flirt met de hippiecultuur, terwijl Perry, de jongere broer, steeds dieper wegzakt in zijn drugsverslaving.

Jazeker, Kruispunt is knap geschreven. Dat vinden we allemaal. Vakmanschap. De stijl is heerlijk makkelijk en de sfeer van die tijd is indrukwekkend weergegeven. Okay, het eind is te snel afgeraffeld. En het boek is op enkele momenten langdradig. Maar al met al zijn de meeste leesclubbers enthousiast over de wisselende perspectieven, de ironische blik en de manier waarop het progressieve linkse milieu van die tijd in het boek is verwerkt: ‘Een heerlijk boek. Je wil er wel een nacht voor opblijven. Fantastisch. Enorm van genoten.’ We begrijpen direct waarom dit boek zo’n hit is. Maar de Linnaeus Leesclub zou de Linnaeus Leesclub niet zijn als er niet toch ook wat kritische noten te kraken zijn. 

Want die personages. Zijn die niet enorm vervelend en onsympathiek? Iedereen is alleen met zichzelf bezig. Waarom is dat interessant? Het is saai. Wat een dysfunctionele familie eigenlijk. Het is schrijnend hoe slecht er binnen dit gezin met elkaar wordt gecommuniceerd. Wat moeten we ermee? Wat is het belang ervan? De urgentie?

En ook: dat geloof de héle godganse tijd. We worstelen ermee. Zijn al die morele overwegingen, zondes, doctrines, rituelen en zelfs godsverschijningen (okay, dat kwam door die joint) niet a bit too much? Dient dat simpelweg als decor of gaat het om wezenlijke vraagstukken? In die tijd vormde de kerk vaak je hele sociale context; je vond er je vrienden en je bezigheden. En juist dát vond Franzen interessant, blijkt uit interviews. Hij wilde een boek schrijven over de onontkoombare aard van religie: “Het was al lang een wens van mij om te schrijven over de fundamenteel irrationele basis voor alles wat we denken, doen en aanhangen. Mijn benadering van religie, of de manier waarop ik erover dacht in Crossroads, was vooral de emotionele ervaring. Die ervaring komt met bepaalde structuren. Zoals bijvoorbeeld voor het karakter van Marion: een notie van goed en kwaad, van gestraft worden voor je zonden. Dat katholieke schuldbegrip contrasteert met protestantse schuld, wat zoiets is als gewoon liberale schuld. Het is een beetje verwaterd, zoals: probeer aardig te zijn tegen arme mensen.” (A long talk, NY Magazine, september 2021). 

Misschien is het juist ook die kloof tussen intentie en actie, die de personages voor sommigen van ons zo onsympathiek maakt. Hun geloofsovertuiging lijkt nauwelijks van invloed op hun gedrag. We lezen en leven mee met mensen die zélf twijfelen aan hun eigen integriteit. Die niet doen wat ze zeggen. Of geloven. Dat maakt het zo moeilijk om van ze te houden. En voor sommigen van ons dus juist niet.
(Anneke van de Watering)

Besproken op 12 oktober 2021: 'De tolk van Java' van Afred Birney

Alfred Birney toont in zijn roman De tolk van Java (2016) hoe koloniaal geweld nog jaren blijft doorwerken in latere generaties. Het resultaat is een pijnlijk en persoonlijk verslag van een Nederlandse geschiedenis waarvan de nawerking nog niet voorbij is. 
Via de memoires van zijn vader, die tolk was in de Nederlandse Mariniersbrigade, beschrijft Birney een periode waarin Nederlandse geweldsexcessen richting de Indonesiërs plaatsvonden en die het einde van het ‘koloniale rijk’ van Nederland betekende. 
Birneys Indo-Chinese vader Arto Nolan – bijnamen: de Arend, de beul, de tiran – dient de Nederlanders tijdens de koloniale oorlog. In de gevechtslinies maakt hij de geschiedenis mee: de Japanse bezetting, de ‘politionele acties’, de bevrijding van Indonesië en de emigratievlucht van Indo’s naar Nederland.
Via zijn alter ego Alan geeft Birney commentaar op de aantekeningen van zijn vader. Hij vult ze aan met herinneringen uit zijn eigen jeugd in Den Haag, gesprekken met zijn uit Helmond afkomstige moeder en e-mails met zijn tweelingbroer Phil. Het resultaat is een indringend verslag van de dekolonisatie van Nederlands-Indië en de jarenlange nasleep ervan in een harde, Haagse familie. 
Het zwarte verleden van Nolan overschaduwt iedereen. Hij mishandelt zijn vrouw en kinderen en is, in de woorden van Alan, een ‘volslagen gekke fascist’. Nolan bestookt zijn kinderen met oorlogsverhalen en boezemt ze angst in. Op jonge leeftijd, Birney is dertien, plaats de Kinderbescherming de kinderen uit huis in hun eerste internaat. Het levert een traumatische jeugd op met onuitwisbare sporen in Alans latere leven.


De tv-uitzending van Zomergasten met Alfred Birney was de aanleiding om De tolk van Java te lezen. Het boek werd als een goed leesclubboek ervaren omdat het veel discussie opriep over koloniaal verleden en hedendaagse oorlogen zoals in Afghanistan. De waanzin van oorlog maakt de schrijver goed voelbaar. De in het boek gedetailleerd beschreven mishandelingen ervaarden we als confronterend. Vragen waar we bij stil stonden waren: ‘Is zijn gedrag te verklaren uit zijn verleden?’, ‘Is de vader in het boek een miskende held?’ en ’Is hij waanzinnig?’. We kwamen er niet echt uit. 
De vertelstijl ervaarden we als rommelig, het deel over de vader is allemaal op dezelfde toon geschreven zonder aan zijn vaders ervaringen gevoelswaarde toe te kennen. Het stuk over de moeder schreef Birney boeiender maar haar rol in het gezin vonden we niet sterk uitgewerkt, we concludeerden dat ze murw geslagen was en niks meer wilde.  
De tolk van Java is een belangrijk boek omdat het het koloniaal verleden van Nederland beschrijft vanuit de ervaringen van de nazaten van Europeanen, met een gedeeltelijk Aziatische achtergrond, in Indonesië en in Nederland.
(Evelien Polter)

Besproken op op 24 augustus 2021: 'De beste jaren van juffrouw Brodie' van Muriel Spark, vertaald door W.A.C. Whitlau

De beste jaren van juffrouw Brodie gaat over Jean Brodie, schooljuf op een meisjesschool in Edinburgh. Ze is hartstochtelijk toegewijd aan haar orthodoxe onderwijsmethoden - en vooral - aan ‘haar meisjes’. Zes leerlingen zijn haar uitverkorenen. Ze onderricht hen vooral in wereldse zaken als liefde, kunst en politiek. Onafhankelijkheid, gedrevenheid en ambitie zijn voor juffrouw Brodie van groot belang om haar meisjes mee te geven. Ze vraagt hun haar te volgen en dat doen de meisjes, maar één van hen verraadt juffrouw Brodie, onder andere vanwege haar enthousiasme voor Mussolini en dat luidt het einde van haar carrière als schooljuf in. Recensies over het boek zijn over het algemeen lovend. Zo noemde Pieter Steinz - die haar in 2000 nog voor de NRC interviewde - haar een stilistische duivelskunstenares met het talent om humoristisch te vertellen over zware thema’s. In de NCRV-gids noemt De beste jaren van juffrouw Brodie een boek dat in 1962 nog controversioneel was. Nu wordt het in Engeland gezien als een van de beste honderd van de vorige eeuw.

De eerste keer weer in een nieuw seizoen dat de leesclub Linnaeus bij elkaar komt. Jammer genoeg kan Ingrid Meurs van Orlando deze avond niet aanwezig zijn. De beste jaren van juffrouw Brodie is door uitgeverij Orlando in een nieuwe serie klassiekers met prachtige kleurrijke omslagen opnieuw uitgegeven. Wat vinden we van de sfeer, op welke manier komen onze eigen schoolherinneringen weer boven en welke meesters en juffen hebben indertijd op ons veel invloed gehad?
Over de inhoud van het boek: Langzaam verschuift het perspectief van de meisjes op juffrouw Brodie: haar fascistische ideologie staat hen tegen en ze krijgen steeds meer door dat ze gebruikt worden voor de jaloerse gevoelens van juf Brodie. Dat het een spannend boek is, geschreven vanuit het meisje dat later non wordt en degene is die juf Brodie verraadt, herkennen we allemaal. Een aantal van ons heeft erg genoten van de taal, het verhaal, de humor en de sfeer. Anderen kwamen er niet goed in of ergerden zich zelfs aan het taalgebruik. Wel leidde het tot een mooie uitwisseling over onze eigen schoolherinneringen en de invloed die bepaalde leerkrachten blijvend op ons hebben uitgeoefend. We moeten ook toegeven dat we een zekere jaloezie voelen over de manier waarop juffrouw Brodie haar uitverkoren leerlingen meenam naar musea en onderwees over politiek. Iets wat wij veelal niet meekregen op school.
(Lennie Haarsma)
 

Besproken op 29 juni 2021: 'Piranesi' - Susanna Clarke, vertaald door Jacqueline Smit

Piranesi was een Italiaanse architect, tekenaar en graficus. Piranesi is ook de hoofdpersoon in de nieuwe roman met de gelijknamige titel van de Engelse schrijver Susanna Clarke. Zij brak eerder door met Jonathan Strange & Mr. Norrell.
Piranesi woont in het Huis. Misschien heeft hij dat altijd wel gedaan. In zijn notitieboeken doet hij dag na dag zorgvuldig verslag van de wonderen ervan: het labyrint van zalen, de duizenden standbeelden, de getijden die de trappen op donderen, de wolken die zich in een langzame stoet voortbewegen door de bovenste zalen. Op dinsdag en vrijdag ziet Piranesi zijn vriend, de Ander. Clarke schreef een net zo betoverende als onheilspellende roman, over een wereld die er niet was, die niemand kende, waar je niet wilt zijn, maar die je wel wilt snappen.


Heel fijn om buurtgenoot, uitgever én vertaalster van het boek Jacqueline Smit in ons midden te hebben. Jacqueline is medeoprichter van onze leesclub toen we nog bij elkaar kwamen bij Boekalicious. Ze vertelt dat het boek in Engeland heel positief is ontvangen. Ook verschenen er recensies in Trouw, de Volkskrant en NRC. Jacqueline noemt Piranesi een literaire roman, waarin een totaal andere wereld wordt geschapen. De emotionele ontwikkeling van de hoofdpersoon Piranesi staat centraal, er is veel aandacht voor schoonheid in de wereld en respect voor de doden. Daardoor kent het boek ook een religieus tintje. Ze vertelt ook dat de schrijfster al jaren aan een ernstige ziekte lijdt, nauwelijks buiten komt, waardoor het voor haar prettig was die innerlijke wereld van Piranesi te beschrijven.
‘Een unieke leeservaring’, noemt één van ons het boek als we beginnen met het vaste rondje. ‘In het begin was het wennen, werd je op het verkeerde been gezet. Het boek kent diepere lagen en soms was het puzzelen om het goed te begrijpen’. Een paar van ons werden moe van of moesten geduld betrachten voor de vele hoofdletters in het boek. ‘Alsof alles even belangrijk was’. En over het tweede gedeelte van het boek zijn meer mensen wat minder enthousiast. Niet iedereen herkende in het boek de puinhoop die wij heden ten dage van de wereld maken. We krijgen ook de discussie over het genre; is het een fantasy-boek of een literaire roman? Dan is het extra leuk als vertaalster Jacqueline ons kan overtuigen dat Piranesi wel degelijk tot literaire roman gerekend kan worden.  
Voor het eerst heeft de leesclub zich gewaagd aan het geven van een cijfer voor dit boek: de cijfers variërden van een 6 tot een 9.
(Lennie Haarsma)
 

Besproken op 2 maart 2021: 'Meisje, vrouw, anders' - Bernardino Evaristo, vertaald door Lette Vos

De Booker Prize ging in 2019 naar twee vrouwen: Margaret Atwood kreeg de prijs voor Testamenten en Bernardino Evaristo met Meisje, vrouw, anders. Hierin zijn twaalf personages van kleur op zoek naar iets - een gedeeld verleden, een onverwachte toekomst, een plek om thuis te komen, een geliefde, een sprankje hoop. Evaristo brengt hen op meesterlijke wijze samen en herinnert ons aan datgene wat ons verbindt in tijden van verdeeldheid. De schrijfster laat zien hoe scheidslijnen tussen man, vrouw, zwart, wit, autochtoon en migrant, homo, hetero worden overwonnen. De verschillende verhaallijnen worden losjes met elkaar verbonden door een theaterstuk. Op de after party ontmoet een aantal vrouwen elkaar in levenden lijve. Anderen zijn door familiebanden of gedeelde ervaringen met elkaar verbonden. Een ingenieuze puzzel!
Met Meisje, vrouw, anders wil schrijfster en theatermaakster Evaristo erkenning voor haar zwarte, Britse generatie: ’Als wij er niet over schrijven, doet niemand het’. 
Bernardino Evaristo (1959) groeide op in Woolwich, Londen, als vierde van acht kinderen van een katholieke Iers- Engelse moeder en een Nigeriaanse vader met Braziliaanse roots. Haar vader, lasser en Labour-gemeenteraadslid, gaf zijn kinderen niets mee over zijn achtergrond, in de hoop dat zij zich zo minder ‘anders’ zouden voelen.


De Linnaeus Leesclub komt ook dit keer - met negen vrouwen, bijna voltallig - in een Zoom-bijeenkomst bij elkaar en is zonder uitzondering enthousiast over dit boek. Ook leidt het tot mooie discussies.
De twaalf personages, van kleur variërend, van een non-binaire social-media-influencer tot een 93 jarige vrouw op een boerderij, maken dat je je met hen verbonden voelt. ‘Mooi opgebouwd, ook de beelden over het milieu waar vrouwen uit komen; het is echt een hoopvol boek’. ‘Ook hele erge dingen beschrijft ze heel open; ik had daardoor compassie met de verschillende personages’. ‘De kracht en de levenslust van vrouwen; ik kon het niet wegleggen en na het lezen van de laatste bladzijde waar alles bij elkaar komt hield ik het niet meer droog’. ‘Het mooie is hoe dingen in een ander perspectief werden geplaatst en ik had het einde echt niet zien aankomen’. ‘Mij grepen de passages over racisme aan zoals op pagina 254 waar Shirley aan het woord is: alle zwarte mannen moesten een olifantenhuid kweken en als de politie iemand neerschoot of in elkaar sloeg mochten ze dat intern onderzoeken en werd de verdachte altijd vrijgesproken’.
Niet iedereen was gelijk door het boek gegrepen. ‘Al die namen in het eerste hoofdstuk; wie is wie’. ‘Ik moest erin komen; geen interpunctie; het lijkt het nieuwe hip te zijn en ook de moeder-dochter relatie herkende ik niet. Maar het gevoel van de power van vrouw-zijn en het actuele sprak me aan, want we zijn er nog lang niet. Heerlijk ook dat happy end, dat hoop geeft’. 
Doordat de vraag werd gesteld of het boek ook aan te raden is voor mannen kwamen we op de discussie wat het belang is van je afvragen of iets een typisch mannen- of vrouwenboek is. Boeken door vrouwen geschreven worden weinig door mannen gelezen, bleek uit onderzoek van Corinne Koolen. Maar er zijn ook leden van de leesclub die liever een door een man geschreven boek lezen, omdat zij vooronderstellen dat vrouwen psychologischer schrijven. Eén van ons riep de vraag op of iemand zich ooit afvraagt of een vrouw wel door mannen geschreven boeken leest. Zo’n vraag komt bij niemand op, want dan is de gehele wereldliteratuur aan haar voorbij gegaan.
We kwamen tot de conclusie dat het erom gaat dat je moet voorkomen dat je boeken in hokjes stopt.
(Lennie Haarsma)

Besproken op 19 januari 2021: 'Achterland' - Téa Obreht, vertaald door Ine Willems en Ronnie Boley

In Het Parool noemt Auke Hulst Achterland een fascinerende western over het Wilde Westen. Het is de tweede roman van Téa Obreht die met haar debuut De tijgervrouw van Galina bekroond werd met de Orange Prize for Fiction en finalist werd voor de National Book Award. Achterland kwam meteen in de New York Tims-bestsellerslijst en werd door Obama persoonlijk aangeraden. Hoe verweeft Obreht haar Servisch-Amerikaanse achtergrond met de waargebeurde rol die kamelendrijvers speelden bij de ontsluiting van het Westen rond 1890?
Het resultaat is een lijvig boekwerk dat bestaat uit twee verhaallijnen, die elkaar in het Arizona Territory van 1893 zullen kruisen. In de ene verhaallijn volgen we 24 uur in het leven van Nora, een 37-jarige moeder uit Amargo, die al dagen vergeefs wacht op haar echtgenoot Emmett, een krantenman die elders water is gaan halen. De tweede verhaallijn omspant bijna een heel leven en een heel continent. Lurie, net als Obreht van de Balkan naar Amerika gekomen, komt na de dood van zijn vader onder de vleugels van een grafrover, vindt aansluiting bij een roep kamelendrijvers die door het Amerikaanse leger uit de Levenant naar de VS is overgebracht. Luries tijd bij de kamelendrijvers is eindig en hij trekt alleen verder met kameel Burke, aan wie hij zijn levensverhaal vertelt.


De Linnaeus Leesclub komt ook dit keer in een Zoom-bijeenkomst bij elkaar en voert, na een kort rondje hoe het iedereen in deze tijd vergaat, een levendig gesprek over dit verrassende boek. Wat vinden we van deze schets van het Wilde Westen, wat spreekt ons aan in de filmische sfeer van het boek rond de twee hoofdpersonen Nora en Lurie en wat kunnen we zeggen over de stijl waarin Achterland is geschreven?
Het enthousiasme over het boek is groot. ‘Fascinerend hoe het Wilde Westen wordt beschreven, de hitte en de droogte; mooi dat het ook vanuit het perspectief van een vrouw werd beschreven; ik zat met de atlas op tafel en heb er enorm van genoten’.
Een prachtig boek met bijzondere taal en stijl en af en toe ook ironisch geschreven; in het begin weet je weinig en gaandeweg kom je steeds dichter bij Nora. Mooi ook de stukjes over het magisch denken van Rosie’.
Anderen moesten er even inkomen voordat ze door het verhaal werden gegrepen. ‘Qua stijl en wat betreft het kamelenverhaal moest ik erin komen. Er staat veel informatie in, soms wat stroperig en ik miste de historische gegevens’.
De humor van het boek wordt ook opgemerkt. ‘Grappig de ingezonden brief die Nora namens haar moeder schrijft; ook de discussies over fakenieuws maken dat de roman wordt geduid in de tijd van nu’.
Dat het boek filmisch is geschreven wordt vooral duidelijk in de verhaallijn van de kamelenman en zijn gesprek met kameel Burke. ‘Het beeld van de kameel met de dode man op zijn rug blijft je bij’. Het magische denken komt vooral tot uiting in het personage Rosie en de gesprekken die Nora voert met haar jong overleden dochter Evelyn. ‘De personage Rosie vond ik mooi beschreven en het is bijzonder hoe de gesprekken van Nora met haar dochter die jong stierf doorgaan alsof Evelyn steeds ouder wordt’.
Opgemerkt wordt dat de Engelse versie meer nuances kent en met het woordenboek in de hand snap je de verschillende uitdrukkingen beter.
We sluiten af met de conclusie dat het boek misschien wel iets te dik is en eigenlijk uit twee boeken bestaat die apart van elkaar gelezen kunnen worden. Daarbij wordt de verhaallijn over Nora mooier gevonden dan de lange tijdspanne waarin over de kamelenman wordt verteld.
(Lennie Haarsma)

Besproken op 16 december 2020: 'De Jaren' - Annie Ernaux, vertaald door Rokus Hofstede

De Franse schrijfster Annie Ernaux schreef op haar 68e De jaren, een collectieve autobiografie over de periode 1941-2006. In oktober kwam dit boek in Nederlandse vertaling op de markt. Door de lens van geheugen, talloze tegenwoordige en herinnerde indrukken, culturele gewoonten, taal, foto’s, boeken, liedjes, radio, tv, reclame en krantenkoppen komt het verhaal tot leven. Met De jaren levert Ernaux een interessante bijdrage aan de twintigste-eeuwse Franse geschiedenis zoals weerspiegeld in het leven van een vrouw. De beelden die Ernaux beschrijft zijn zeer divers. Ze schrijft over kindersterfte en armoede, haalt herinneringen op aan de onafhankelijkheidsoorlog Algerije. En wat vooral interessant is: ze schrijft uitgebreid over de veranderende positie van de vrouw. De Jaren wordt lang na verschijnen een literair succes.

De Linnaeus Leesclub koos voor dit boek. Wat herkennen we vanuit ons leven; in hoeverre is de Franse geschiedenis anders dan onze herinneringen aan belangrijke ervaringen uit ons leven? Wat roept het boek bij ons op? Er volgt een interessante avond met een deel van de leesclub. De associaties met ons leven zijn legio, want ook wij hebben herinneringen aan de komst van gastarbeiders in het begin van de jaren ’60, het steeds meer consumeren door de toenemende welvaart en het einde van de Vietnamoorlog. ‘Mij deed het boek sterk aan de film De noordelingen denken: een saai leven, dansgelegenheden en een oorlog die steeds meer op de achtergrond raakt. Ik vind het goed geschreven hoewel ik meer van het leven van de schrijfster zou willen weten’. ‘Ik vond het persoonlijke in het collectieve verhaal mooi, de foto’s en de idealen waarover Ernaux schrijft, hoewel ikzelf nooit gedemonstreerd heb, want ik studeerde en had er geen ruimte voor in mijn hoofd’. ‘Ik heb genoten van het hele boek; mijn moeder is even oud als Annie Ernaux en ik heb met haar gesprekken gevoerd over het boek. Er kwamen beelden terug uit mijn jeugd, want mijn ouders waren op Frankrijk gericht en ik herinner me felle discussies. Ik realiseer me ook wat een stappen we gemaakt hebben en hoe ook het collectief verloren is gegaan met de komst van het neoliberalisme’.
'Ik herinner me onder andere Parijs ’68 en de invloed daarvan op Amsterdam; ik kan terugverlangen naar de urgentie van de politiek. En wat ik mooi vond is wat ze vertelt over de invloed van schrijven; ze hoopte een onbekende taal te vinden waarmee ze mysterieuze dingen kon onthullen, als een waarzegster’. ‘Mij is naast veel herkenning over bijvoorbeeld mijn activiteiten binnen de abortusbeweging een mooie zin bijgebleven waarin ze zegt dat ze met haar scheiding het lijden binnenbrengt in de rustige wereld van de kinderen’. ‘Ook het laatste stuk uit het boek is mooi met vragen zoals hoe belangrijk ben je nog als je ouder wordt, wat doe je met wat je hebt nagelaten en hoe houd je grip op je leven’?  
We hadden allen wel het gevoel dat het erg Frans was, waardoor we bijvoorbeeld of alle liedjes op YouTube opzochten of snel verder lazen. We beëindigen de avond met het geven van een cijfer aan het boek. Volgens mij de eerste keer dat we een boek op deze manier van een oordeel voorzien. Het resultaat: drie negens, een 8,5, een 7 en een 6!
(Lennie Haarsma)


 

Besproken op 10 november 2020: 'Eline Vere' - Louis Couperus, met een nawoord van H.T.M. van Vliet

Eline Vere is het debuut van Louis Couperus (1863- 1923) en behoort tot een van de meest gelezen boeken uit de Nederlandse literatuur. Couperus is een van de grootste schrijvers uit de vaderlandse geschiedenis. Zijn klassiek geworden oeuvre geeft een prachtig beeld van de wereld rond 1900. De meeslepende, virtuoos vertelde geschiedenis van Eline Vere speelt zich af in de kringen van de gegoede Haagse burgerij aan het eind van de negentiende eeuw. De onafwendbaarheid van het noodlot krijgt gestalte in de zwakke, overgevoelige en wankelmoedige Eline, een meisje van stand, begaafd, maar niet in staat zich aan te passen aan het ‘banale leven’. Door haar angst voor de werkelijkheid verliest zij zich in dromerijen, waarna de angst alleen maar verhevigt terugkomt. Het noodlot slaat langzaam maar onvermijdelijk toe.

Door de tijdelijke verzwaring van de gedeeltelijke lockdown kunnen we elkaar helaas niet fysiek treffen en zijn we overgeleverd aan een virtuele bijeenkomst. Na enig uitproberen via Zoom - met dank aan velen! - worden we gered door de werk-account van een van onze leden en start met zes deelnemers de hilarische leesclubavond over Eline Vere, ondersteund door Teams.
De klassieker Eline Vere is voor een aantal van ons bekend uit de leeslijst op de middelbare school; voor anderen was de kennismaking met de vuistdikke roman nieuw. En zoals het met het bespreken van klassieker vaker het geval is, lopen de meningen zeer uiteen. We maken een rondje over wat ieder van het boek vindt, discussiëren vervolgens over de persoon Couperus, over klassiekers en komen we aan het eind van de lange avond aan de praat over de vraag of er typische vrouwen- en mannenboeken bestaan en wat we hiervan vinden.
Herinneringen aan vroeger komen boven naast een uitgesproken mening over het boek:
‘Ik kreeg het boek ooit op mijn 16e van mijn vader, liet het boek in de trein liggen en kocht het daarna zelf. Het boek sluit niet aan bij mijn leven en bij hoe ik mij nu voel, want kakkineus, veel gaat over oud geld en ik werd niet goed van al die verkleinwoordjes. Met het noodlot, dat een belangrijke rol speelt in het boek, heb ik minder hoewel ik voor mezelf ben teruggekomen op de maakbaarheid van alles’.
Ik las het boek al eerder voor mijn andere leesclub en herlas het nu in stukjes terug. Met het oog op het lezen van jongeren in deze tijd had het wel in 50 pagina’s gekund! Ik vond het vooral een soort soap en kreeg er plezier in, ben blij dat ik het heb gelezen en wat mij betreft hoort het in de literaire canon.
Ik ben een stuk positiever over het boek deze keer! Ooit las ik het voor mijn lijst en vond ik het heel theatraal qua taalgebruik en met die Franse woordjes. Nu vond ik het boeiend en merk ik dat je het moet lezen in de tijd; ik vind het goed geschreven en lees ik over mensen die zich staande weten te houden in zo’n milieu zoals Paul van Raat. Ik vind het ook dieptreurig om zo volgens de conventies te leven, vooral als vrouw. Ondanks dat ik het nog niet helemaal uit heb, vraag ik me af of het zin heeft om zo’n boek te hertalen’.
og zo’n positieve reactie: ‘Ik vond het prachtig en genoot van de opbouw; een gevoelig, gestoorde vrouw die zich inbeeldt dat ze danseres kan zijn, haar verliefdheden op Fabricus en Otto, de ruzies met haar zus en uiteindelijk haar pogingen om zelfmoord te plegen’. ‘Ik heb genoten van het trage lezen, de sfeer aan het eind van de 19e eeuw en vond het tot het laatst toe spannend. De dialogen spraken mij aan en bijvoorbeeld de passage waarin Mevr. Van Raat bemiddelt tussen Paul en Freddy vond ik prachtig. Ook handig is de uitgebreide informatie in het nawoord’.
Eline had het hart op de goede plaats en je ervaart de strijd die zij in haar hoofd voert. Het deed mij soms denken aan een ouderwets meisjesboek’. 

Over de schrijver Couperus kun je lang praten. Het valt ons op hoe jong - 26 jaar - hij was toen hij dit boek schreef. Hij kon zich goed inleven in het gevoelsleven van een jonge vrouw met psychische problemen. De schrijver zelf had ook een voormalige geliefde verloren. In het eerdergenoemde nawoord lezen we dat Kloos en van Deyssel over Couperus spraken als een mooi en invoelend realist.
Aan het eind hebben we het over de vraag of een man goed over de gevoelens van vrouwen en mannen kan schrijven. En dat geldt ook omgekeerd. De meningen hierover verschillen. Enerzijds bijzonder dat Couperus kwetsbare kanten van mannen kan laten zien en zo goed over de gevoelens van Eline kan schrijven. We memoreren het eerder in de leesclub besproken boek Een klein leven van Hanya Yanagihara die zeer trefzeker het leven van vier mannen beschrijft. Ook passeert Het lijden van de jonge Werther van Goethe de revue. Misschien is de opmerking dat het van de schrijver afhangt wel de beste.
Voor wie niet genoeg heeft van de boeken van Couperus: ITA heeft momenteel de voorstelling De stille kracht online!
(Lennie Haarsma)

Besproken op 1 september 2020: '10 minuten, 38 seconden in deze vreemde wereld' - Elif Shafak, vertaald door Manon Smits

Elif Shafak is de meest gelezen auteur van Turkije. Ze zet zich in voor rechten van minderheden. Vanwege haar boeken werd Shafak tweemaal aangeklaagd door de Turkse overheid. In 10 minuten, 38 seconden in deze vreemde wereld staat Tequila Leila centraal. Ze wordt vermoord achtergelaten op een vuilnisbelt in Istanbul. In de laatste minuten van haar leven komen herinneringen boven: aan de smaak van geitenstoofvlees uit haar kindertijd, aan de stank op straat bij het bordeel waar ze werkte en vooral aan haar vrienden, die een bonte verzameling mensen vormen die haar nooit hebben laten vallen en nu wanhopig naar haar op zoek gaan. Shafak draagt het boek op aan de vrouwen van Istanbul en aan de stad Istanbul, die altijd al een vrouwenstad is geweest.

Met 10 minuten, 38 seconden in deze vreemde wereld geeft Shafak een indringend beeld van trauma’s die vrouwen oplopen in een maatschappij die bepaald wordt door patriarchale regels. De vrienden vormen inderdaad een bont gezelschap en komen in verschillende hoofdstukken aan de orde: Nalan, de alcoholische transseksueel, Sinan, dorpsgenoot van Leila, Jamilla, de jonge vrouw uit Somalië, waarzegster Zeynab en Humeyra, de nachtclubzangeres. De bespreking in onze leesclub leidt tot het uitwisselen over wat we van het boek vinden. We voeren interessante discussies over feminisme, hoe we ons de stad Istanbul herinneren en hoe het ons aan het denken zet over keuzes die je in het leven maakt. 
De meningen over de persoon Leila verschillen. Van clichématig neergezet en niet mee kunnen leven met haar als persoon tot het neerzetten van een vrouw die ondanks wat ze allemaal heeft meegemaakt kracht uitstraalt en niet voor niets zoveel bijzondere vrienden om zich heen heeft verzameld gedurende haar leven. Bijna allemaal vonden we het tweede deel waarin de vrienden het lijk van Leila op een gewoon kerkhof gaan begraven weliswaar grappig, kluchtig maar niet overtuigend beschreven. De stad Istanbul, met de werkelijk bestaande Begraafplaats der Vergetenen, is voor ons een herkenbaar decor, waardoor je de stad zo voor je ziet. Interessant is de discussie naar aanleiding van het boek over de positie van vrouwen. Daarin zitten we zeker niet op één lijn. Aan de ene kant wordt benoemd dat het realistisch is hoe Shafak over vrouwen schrijft en zijn de historische gebeurtenissen die ze beschrijft herkenbaar, zeker als je denkt aan wat president Erdogan over vrouwen zegt. Aan de andere kant is er de mening dat Shafak wel erg overdreven veel over ellende schrijft en betwijfelt men of de positie van vrouwen, zeker vrouwen met een niet-Nederlandse achtergrond, in werkelijkheid zo slecht is. Een mooie laatste opmerking: ‘Shafak roept de vraag op wat vrienden voor je betekenen als je - zoals Leila in het boek - je familie verlaat. Vrienden die zo essentieel zijn voor je leven’. 
Anja vertelt dat ze voor ons allemaal een exemplaar van Shafak’s essay ’Zo houd je moed in een tijd van verdeeldheid’ heeft besteld. Daar zijn we heel blij mee. In dit boekje gaat Shafak in op de vraag hoe we in de huidige wereld, waarvan het lijkt dat die op instorten staat, ons vasthouden aan optimisme en onze hoop, vertrouwen en geloof in iets beters kunnen voeden. Onder andere op basis van haar eigen herinneringen en puttend uit de kracht van verhalen laat ze zien hoe democratie, tolerantie en vooruitgang door schrijven gevoed kunnen worden. 
(Lennie Haarsma)

Besproken op 8 januari 2019: 'De vulkaan' - Klaus Mann

Klaus Mann (1906 – 1949) schatte het gevaar van de Nazi’s beter in dan zijn beroemde vader Thomas Mann. Hij verliet Duitsland al snel na de machtsovername van Hitler in 1933, terwijl zijn vader nog niet eens zeker wist of hij het regime wel of niet publiekelijk moest verwerpen. In 1936 publiceerde Klaus zijn roman Mefisto. Drie jaar later, in 1939, verscheen De vulkaan, in een kleine oplage bij de uitgeverij Querido Verlag in Amsterdam (!). Een belangwekkend boek waarin vele interessante personages worden opgevoerd die gevlucht zijn uit Nazi-Duitsland en in ballingschap leven. Het werd opnieuw uitgegeven in 2018.

‘Dit boek moet iedereen lezen. Je wordt er een empathisch mens van. Waanzinnig mooi. Een enorm gelaagd en rijk boek. Schokkend. Teder grondig. Een erg mooi tijdsbeeld. Ik ben heel veel van de mensen in dit boek gaan houden. Een vurig betoog voor geloof en hoop. Briljante passages. Een oproep om geen lid te worden van de zwijgende meerderheid.’
De superlatieven vlogen over tafel tijdens de bespreking van dit boek. Het ís dan ook een aangrijpend en bijzonder gegeven; een boek geschreven vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog over mensen die om politieke redenen huis en haard (Nazi-Duitsland) moeten verlaten en hun leven noodgedwongen opnieuw proberen vorm te geven. Zonder het gruwelijke verloop te kennen. Inderdaad, met de kennis van nu.
Het is een boek waar je een rijker mens van wordt en inzichten opdoet die ook vandaag nog relevant zijn. Eenzaamheid, verlangen, hoop, heimwee, verbondenheid. De grote thema’s die worden aangesneden geven ook bij de Linnaeus Leesclub volop stof tot discussie en bespiegeling.
Ja, het groot aantal personages was voor sommigen even wennen. Evenals de alwetende engel, die soms wat over de top en hoogdravend aandoet. En natuurlijk, sommige beschrijvingen zijn wat gedateerd. Maar ach, dat vergeven we Klaus met liefde. Klaus. We komen te spreken over zijn achtergrond. Over zijn hopeloze en levenslange streven naar erkenning en aandacht van zijn beroemde vader. Hij heeft zichzelf dood geschreven. En wij zijn er stil van.
(Anneke van de Watering)