Linnaeus Leesclub

De Linnaeus Leesclub bestaat uit een best wel vrolijke verzameling leesliefhebbers en een geheimzinnige fietsenmaker – zal hij ooit écht verschijnen? We komen eens in de zes à acht weken bij elkaar in de kelder van de Linnaeus Boekhandel. Dat klinkt luguberder dan het is. Onder het genot van koffie, thee, zoetigheden en de kordate (in)leiding van Anja Duitsmann spuien we ons gal, bejubelen we prach-ti-ge zinnen en wisselen we meningen uit, die vaak verder reiken dan het onderwerp van het boek. De te lezen boeken worden democratisch gekozen, enige manipulatie is echter wel toegestaan. Huiswerk maken is niet nodig. Ja, het is wel handig als je het boek leest. Op dit moment zitten we vol. Als je informatie wilt kun je altijd een e-mailbericht sturen aan info@linnaeusboekhandel.nl ter attentie van Anja. Onderstaand de weergaven van de avonden, zoals vastgelegd door Lennie Haarsma en Anneke van de Watering en Anja Duitsmann.

Besproken op 29 juni 2021: 'Piranesi' - Susanna Clarke, vertaald door Jacqueline Smit

Piranesi was een Italiaanse architect, tekenaar en graficus. Piranesi is ook de hoofdpersoon in de nieuwe roman met de gelijknamige titel van de Engelse schrijver Susanna Clarke. Zij brak eerder door met Jonathan Strange & Mr. Norrell.
Piranesi woont in het Huis. Misschien heeft hij dat altijd wel gedaan. In zijn notitieboeken doet hij dag na dag zorgvuldig verslag van de wonderen ervan: het labyrint van zalen, de duizenden standbeelden, de getijden die de trappen op donderen, de wolken die zich in een langzame stoet voortbewegen door de bovenste zalen. Op dinsdag en vrijdag ziet Piranesi zijn vriend, de Ander. Clarke schreef een net zo betoverende als onheilspellende roman, over een wereld die er niet was, die niemand kende, waar je niet wilt zijn, maar die je wel wilt snappen.


Heel fijn om buurtgenoot, uitgever én vertaalster van het boek Jacqueline Smit in ons midden te hebben. Jacqueline is medeoprichter van onze leesclub toen we nog bij elkaar kwamen bij Boekalicious. Ze vertelt dat het boek in Engeland heel positief is ontvangen. Ook verschenen er recensies in Trouw, de Volkskrant en NRC. Jacqueline noemt Piranesi een literaire roman, waarin een totaal andere wereld wordt geschapen. De emotionele ontwikkeling van de hoofdpersoon Piranesi staat centraal, er is veel aandacht voor schoonheid in de wereld en respect voor de doden. Daardoor kent het boek ook een religieus tintje. Ze vertelt ook dat de schrijfster al jaren aan een ernstige ziekte lijdt, nauwelijks buiten komt, waardoor het voor haar prettig was die innerlijke wereld van Piranesi te beschrijven.
‘Een unieke leeservaring’, noemt één van ons het boek als we beginnen met het vaste rondje. ‘In het begin was het wennen, werd je op het verkeerde been gezet. Het boek kent diepere lagen en soms was het puzzelen om het goed te begrijpen’. Een paar van ons werden moe van of moesten geduld betrachten voor de vele hoofdletters in het boek. ‘Alsof alles even belangrijk was’. En over het tweede gedeelte van het boek zijn meer mensen wat minder enthousiast. Niet iedereen herkende in het boek de puinhoop die wij heden ten dage van de wereld maken. We krijgen ook de discussie over het genre; is het een fantasy-boek of een literaire roman? Dan is het extra leuk als vertaalster Jacqueline ons kan overtuigen dat Piranesi wel degelijk tot literaire roman gerekend kan worden.  
Voor het eerst heeft de leesclub zich gewaagd aan het geven van een cijfer voor dit boek: de cijfers variërden van een 6 tot een 9.
 

Besproken op 2 maart 2021: 'Meisje, vrouw, anders' - Bernardino Evaristo, vertaald door Lette Vos

De Booker Prize ging in 2019 naar twee vrouwen: Margaret Atwood kreeg de prijs voor Testamenten en Bernardino Evaristo met Meisje, vrouw, anders. Hierin zijn twaalf personages van kleur op zoek naar iets - een gedeeld verleden, een onverwachte toekomst, een plek om thuis te komen, een geliefde, een sprankje hoop. Evaristo brengt hen op meesterlijke wijze samen en herinnert ons aan datgene wat ons verbindt in tijden van verdeeldheid. De schrijfster laat zien hoe scheidslijnen tussen man, vrouw, zwart, wit, autochtoon en migrant, homo, hetero worden overwonnen. De verschillende verhaallijnen worden losjes met elkaar verbonden door een theaterstuk. Op de after party ontmoet een aantal vrouwen elkaar in levenden lijve. Anderen zijn door familiebanden of gedeelde ervaringen met elkaar verbonden. Een ingenieuze puzzel!
Met Meisje, vrouw, anders wil schrijfster en theatermaakster Evaristo erkenning voor haar zwarte, Britse generatie: ’Als wij er niet over schrijven, doet niemand het’. 
Bernardino Evaristo (1959) groeide op in Woolwich, Londen, als vierde van acht kinderen van een katholieke Iers- Engelse moeder en een Nigeriaanse vader met Braziliaanse roots. Haar vader, lasser en Labour-gemeenteraadslid, gaf zijn kinderen niets mee over zijn achtergrond, in de hoop dat zij zich zo minder ‘anders’ zouden voelen.


De Linnaeus Leesclub komt ook dit keer - met negen vrouwen, bijna voltallig - in een Zoom-bijeenkomst bij elkaar en is zonder uitzondering enthousiast over dit boek. Ook leidt het tot mooie discussies.
De twaalf personages, van kleur variërend, van een non-binaire social-media-influencer tot een 93 jarige vrouw op een boerderij, maken dat je je met hen verbonden voelt. ‘Mooi opgebouwd, ook de beelden over het milieu waar vrouwen uit komen; het is echt een hoopvol boek’. ‘Ook hele erge dingen beschrijft ze heel open; ik had daardoor compassie met de verschillende personages’. ‘De kracht en de levenslust van vrouwen; ik kon het niet wegleggen en na het lezen van de laatste bladzijde waar alles bij elkaar komt hield ik het niet meer droog’. ‘Het mooie is hoe dingen in een ander perspectief werden geplaatst en ik had het einde echt niet zien aankomen’. ‘Mij grepen de passages over racisme aan zoals op pagina 254 waar Shirley aan het woord is: alle zwarte mannen moesten een olifantenhuid kweken en als de politie iemand neerschoot of in elkaar sloeg mochten ze dat intern onderzoeken en werd de verdachte altijd vrijgesproken’.
Niet iedereen was gelijk door het boek gegrepen. ‘Al die namen in het eerste hoofdstuk; wie is wie’. ‘Ik moest erin komen; geen interpunctie; het lijkt het nieuwe hip te zijn en ook de moeder-dochter relatie herkende ik niet. Maar het gevoel van de power van vrouw-zijn en het actuele sprak me aan, want we zijn er nog lang niet. Heerlijk ook dat happy end, dat hoop geeft’. 
Doordat de vraag werd gesteld of het boek ook aan te raden is voor mannen kwamen we op de discussie wat het belang is van je afvragen of iets een typisch mannen- of vrouwenboek is. Boeken door vrouwen geschreven worden weinig door mannen gelezen, bleek uit onderzoek van Corinne Koolen. Maar er zijn ook leden van de leesclub die liever een door een man geschreven boek lezen, omdat zij vooronderstellen dat vrouwen psychologischer schrijven. Eén van ons riep de vraag op of iemand zich ooit afvraagt of een vrouw wel door mannen geschreven boeken leest. Zo’n vraag komt bij niemand op, want dan is de gehele wereldliteratuur aan haar voorbij gegaan.
We kwamen tot de conclusie dat het erom gaat dat je moet voorkomen dat je boeken in hokjes stopt.
(LH)

Besproken op 19 januari 2021: 'Achterland' - Téa Obreht, vertaald door Ine Willems en Ronnie Boley

In Het Parool noemt Auke Hulst Achterland een fascinerende western over het Wilde Westen. Het is de tweede roman van Téa Obreht die met haar debuut De tijgervrouw van Galina bekroond werd met de Orange Prize for Fiction en finalist werd voor de National Book Award. Achterland kwam meteen in de New York Tims-bestsellerslijst en werd door Obama persoonlijk aangeraden. Hoe verweeft Obreht haar Servisch-Amerikaanse achtergrond met de waargebeurde rol die kamelendrijvers speelden bij de ontsluiting van het Westen rond 1890?
Het resultaat is een lijvig boekwerk dat bestaat uit twee verhaallijnen, die elkaar in het Arizona Territory van 1893 zullen kruisen. In de ene verhaallijn volgen we 24 uur in het leven van Nora, een 37-jarige moeder uit Amargo, die al dagen vergeefs wacht op haar echtgenoot Emmett, een krantenman die elders water is gaan halen. De tweede verhaallijn omspant bijna een heel leven en een heel continent. Lurie, net als Obreht van de Balkan naar Amerika gekomen, komt na de dood van zijn vader onder de vleugels van een grafrover, vindt aansluiting bij een roep kamelendrijvers die door het Amerikaanse leger uit de Levenant naar de VS is overgebracht. Luries tijd bij de kamelendrijvers is eindig en hij trekt alleen verder met kameel Burke, aan wie hij zijn levensverhaal vertelt.


De Linnaeus Leesclub komt ook dit keer in een Zoom-bijeenkomst bij elkaar en voert, na een kort rondje hoe het iedereen in deze tijd vergaat, een levendig gesprek over dit verrassende boek. Wat vinden we van deze schets van het Wilde Westen, wat spreekt ons aan in de filmische sfeer van het boek rond de twee hoofdpersonen Nora en Lurie en wat kunnen we zeggen over de stijl waarin Achterland is geschreven?
Het enthousiasme over het boek is groot. ‘Fascinerend hoe het Wilde Westen wordt beschreven, de hitte en de droogte; mooi dat het ook vanuit het perspectief van een vrouw werd beschreven; ik zat met de atlas op tafel en heb er enorm van genoten’.
Een prachtig boek met bijzondere taal en stijl en af en toe ook ironisch geschreven; in het begin weet je weinig en gaandeweg kom je steeds dichter bij Nora. Mooi ook de stukjes over het magisch denken van Rosie’.
Anderen moesten er even inkomen voordat ze door het verhaal werden gegrepen. ‘Qua stijl en wat betreft het kamelenverhaal moest ik erin komen. Er staat veel informatie in, soms wat stroperig en ik miste de historische gegevens’.
De humor van het boek wordt ook opgemerkt. ‘Grappig de ingezonden brief die Nora namens haar moeder schrijft; ook de discussies over fakenieuws maken dat de roman wordt geduid in de tijd van nu’.
Dat het boek filmisch is geschreven wordt vooral duidelijk in de verhaallijn van de kamelenman en zijn gesprek met kameel Burke. ‘Het beeld van de kameel met de dode man op zijn rug blijft je bij’. Het magische denken komt vooral tot uiting in het personage Rosie en de gesprekken die Nora voert met haar jong overleden dochter Evelyn. ‘De personage Rosie vond ik mooi beschreven en het is bijzonder hoe de gesprekken van Nora met haar dochter die jong stierf doorgaan alsof Evelyn steeds ouder wordt’.
Opgemerkt wordt dat de Engelse versie meer nuances kent en met het woordenboek in de hand snap je de verschillende uitdrukkingen beter.
We sluiten af met de conclusie dat het boek misschien wel iets te dik is en eigenlijk uit twee boeken bestaat die apart van elkaar gelezen kunnen worden. Daarbij wordt de verhaallijn over Nora mooier gevonden dan de lange tijdspanne waarin over de kamelenman wordt verteld.
(LH)

Besproken op 16 december 2020: 'De Jaren' - Annie Ernaux, vertaald door Rokus Hofstede

De Franse schrijfster Annie Ernaux schreef op haar 68e De jaren, een collectieve autobiografie over de periode 1941-2006. In oktober kwam dit boek in Nederlandse vertaling op de markt. Door de lens van geheugen, talloze tegenwoordige en herinnerde indrukken, culturele gewoonten, taal, foto’s, boeken, liedjes, radio, tv, reclame en krantenkoppen komt het verhaal tot leven. Met De jaren levert Ernaux een interessante bijdrage aan de twintigste-eeuwse Franse geschiedenis zoals weerspiegeld in het leven van een vrouw. De beelden die Ernaux beschrijft zijn zeer divers. Ze schrijft over kindersterfte en armoede, haalt herinneringen op aan de onafhankelijkheidsoorlog Algerije. En wat vooral interessant is: ze schrijft uitgebreid over de veranderende positie van de vrouw. De Jaren wordt lang na verschijnen een literair succes.

De Linnaeus Leesclub koos voor dit boek. Wat herkennen we vanuit ons leven; in hoeverre is de Franse geschiedenis anders dan onze herinneringen aan belangrijke ervaringen uit ons leven? Wat roept het boek bij ons op? Er volgt een interessante avond met een deel van de leesclub. De associaties met ons leven zijn legio, want ook wij hebben herinneringen aan de komst van gastarbeiders in het begin van de jaren ’60, het steeds meer consumeren door de toenemende welvaart en het einde van de Vietnamoorlog. ‘Mij deed het boek sterk aan de film De noordelingen denken: een saai leven, dansgelegenheden en een oorlog die steeds meer op de achtergrond raakt. Ik vind het goed geschreven hoewel ik meer van het leven van de schrijfster zou willen weten’. ‘Ik vond het persoonlijke in het collectieve verhaal mooi, de foto’s en de idealen waarover Ernaux schrijft, hoewel ikzelf nooit gedemonstreerd heb, want ik studeerde en had er geen ruimte voor in mijn hoofd’. ‘Ik heb genoten van het hele boek; mijn moeder is even oud als Annie Ernaux en ik heb met haar gesprekken gevoerd over het boek. Er kwamen beelden terug uit mijn jeugd, want mijn ouders waren op Frankrijk gericht en ik herinner me felle discussies. Ik realiseer me ook wat een stappen we gemaakt hebben en hoe ook het collectief verloren is gegaan met de komst van het neoliberalisme’.
'Ik herinner me onder andere Parijs ’68 en de invloed daarvan op Amsterdam; ik kan terugverlangen naar de urgentie van de politiek. En wat ik mooi vond is wat ze vertelt over de invloed van schrijven; ze hoopte een onbekende taal te vinden waarmee ze mysterieuze dingen kon onthullen, als een waarzegster’. ‘Mij is naast veel herkenning over bijvoorbeeld mijn activiteiten binnen de abortusbeweging een mooie zin bijgebleven waarin ze zegt dat ze met haar scheiding het lijden binnenbrengt in de rustige wereld van de kinderen’. ‘Ook het laatste stuk uit het boek is mooi met vragen zoals hoe belangrijk ben je nog als je ouder wordt, wat doe je met wat je hebt nagelaten en hoe houd je grip op je leven’?  
We hadden allen wel het gevoel dat het erg Frans was, waardoor we bijvoorbeeld of alle liedjes op YouTube opzochten of snel verder lazen. We beëindigen de avond met het geven van een cijfer aan het boek. Volgens mij de eerste keer dat we een boek op deze manier van een oordeel voorzien. Het resultaat: drie negens, een 8,5, een 7 en een 6!
(LH)


 

Besproken op 10 november 2020: 'Eline Vere' - Louis Couperus, met een nawoord van H.T.M. van Vliet

Eline Vere is het debuut van Louis Couperus (1863- 1923) en behoort tot een van de meest gelezen boeken uit de Nederlandse literatuur. Couperus is een van de grootste schrijvers uit de vaderlandse geschiedenis. Zijn klassiek geworden oeuvre geeft een prachtig beeld van de wereld rond 1900. De meeslepende, virtuoos vertelde geschiedenis van Eline Vere speelt zich af in de kringen van de gegoede Haagse burgerij aan het eind van de negentiende eeuw. De onafwendbaarheid van het noodlot krijgt gestalte in de zwakke, overgevoelige en wankelmoedige Eline, een meisje van stand, begaafd, maar niet in staat zich aan te passen aan het ‘banale leven’. Door haar angst voor de werkelijkheid verliest zij zich in dromerijen, waarna de angst alleen maar verhevigt terugkomt. Het noodlot slaat langzaam maar onvermijdelijk toe.

Door de tijdelijke verzwaring van de gedeeltelijke lockdown kunnen we elkaar helaas niet fysiek treffen en zijn we overgeleverd aan een virtuele bijeenkomst. Na enig uitproberen via Zoom - met dank aan velen! - worden we gered door de werk-account van een van onze leden en start met zes deelnemers de hilarische leesclubavond over Eline Vere, ondersteund door Teams.
De klassieker Eline Vere is voor een aantal van ons bekend uit de leeslijst op de middelbare school; voor anderen was de kennismaking met de vuistdikke roman nieuw. En zoals het met het bespreken van klassieker vaker het geval is, lopen de meningen zeer uiteen. We maken een rondje over wat ieder van het boek vindt, discussiëren vervolgens over de persoon Couperus, over klassiekers en komen we aan het eind van de lange avond aan de praat over de vraag of er typische vrouwen- en mannenboeken bestaan en wat we hiervan vinden.
Herinneringen aan vroeger komen boven naast een uitgesproken mening over het boek:
‘Ik kreeg het boek ooit op mijn 16e van mijn vader, liet het boek in de trein liggen en kocht het daarna zelf. Het boek sluit niet aan bij mijn leven en bij hoe ik mij nu voel, want kakkineus, veel gaat over oud geld en ik werd niet goed van al die verkleinwoordjes. Met het noodlot, dat een belangrijke rol speelt in het boek, heb ik minder hoewel ik voor mezelf ben teruggekomen op de maakbaarheid van alles’.
Ik las het boek al eerder voor mijn andere leesclub en herlas het nu in stukjes terug. Met het oog op het lezen van jongeren in deze tijd had het wel in 50 pagina’s gekund! Ik vond het vooral een soort soap en kreeg er plezier in, ben blij dat ik het heb gelezen en wat mij betreft hoort het in de literaire canon.
Ik ben een stuk positiever over het boek deze keer! Ooit las ik het voor mijn lijst en vond ik het heel theatraal qua taalgebruik en met die Franse woordjes. Nu vond ik het boeiend en merk ik dat je het moet lezen in de tijd; ik vind het goed geschreven en lees ik over mensen die zich staande weten te houden in zo’n milieu zoals Paul van Raat. Ik vind het ook dieptreurig om zo volgens de conventies te leven, vooral als vrouw. Ondanks dat ik het nog niet helemaal uit heb, vraag ik me af of het zin heeft om zo’n boek te hertalen’.
og zo’n positieve reactie: ‘Ik vond het prachtig en genoot van de opbouw; een gevoelig, gestoorde vrouw die zich inbeeldt dat ze danseres kan zijn, haar verliefdheden op Fabricus en Otto, de ruzies met haar zus en uiteindelijk haar pogingen om zelfmoord te plegen’. ‘Ik heb genoten van het trage lezen, de sfeer aan het eind van de 19e eeuw en vond het tot het laatst toe spannend. De dialogen spraken mij aan en bijvoorbeeld de passage waarin Mevr. Van Raat bemiddelt tussen Paul en Freddy vond ik prachtig. Ook handig is de uitgebreide informatie in het nawoord’.
Eline had het hart op de goede plaats en je ervaart de strijd die zij in haar hoofd voert. Het deed mij soms denken aan een ouderwets meisjesboek’. 

Over de schrijver Couperus kun je lang praten. Het valt ons op hoe jong - 26 jaar - hij was toen hij dit boek schreef. Hij kon zich goed inleven in het gevoelsleven van een jonge vrouw met psychische problemen. De schrijver zelf had ook een voormalige geliefde verloren. In het eerdergenoemde nawoord lezen we dat Kloos en van Deyssel over Couperus spraken als een mooi en invoelend realist.
Aan het eind hebben we het over de vraag of een man goed over de gevoelens van vrouwen en mannen kan schrijven. En dat geldt ook omgekeerd. De meningen hierover verschillen. Enerzijds bijzonder dat Couperus kwetsbare kanten van mannen kan laten zien en zo goed over de gevoelens van Eline kan schrijven. We memoreren het eerder in de leesclub besproken boek Een klein leven van Hanya Yanagihara die zeer trefzeker het leven van vier mannen beschrijft. Ook passeert Het lijden van de jonge Werther van Goethe de revue. Misschien is de opmerking dat het van de schrijver afhangt wel de beste.
Voor wie niet genoeg heeft van de boeken van Couperus: ITA heeft momenteel de voorstelling De stille kracht online!
(LH)
 

Besproken op 1 september 2020: '10 minuten, 38 seconden in deze vreemde wereld' - Elif Shafak, vertaald door Manon Smits

Elif Shafak is de meest gelezen auteur van Turkije. Ze zet zich in voor rechten van minderheden. Vanwege haar boeken werd Shafak tweemaal aangeklaagd door de Turkse overheid. In 10 minuten, 38 seconden in deze vreemde wereld staat Tequila Leila centraal. Ze wordt vermoord achtergelaten op een vuilnisbelt in Istanbul. In de laatste minuten van haar leven komen herinneringen boven: aan de smaak van geitenstoofvlees uit haar kindertijd, aan de stank op straat bij het bordeel waar ze werkte en vooral aan haar vrienden, die een bonte verzameling mensen vormen die haar nooit hebben laten vallen en nu wanhopig naar haar op zoek gaan. Shafak draagt het boek op aan de vrouwen van Istanbul en aan de stad Istanbul, die altijd al een vrouwenstad is geweest.

Met 10 minuten, 38 seconden in deze vreemde wereld geeft Shafak een indringend beeld van trauma’s die vrouwen oplopen in een maatschappij die bepaald wordt door patriarchale regels. De vrienden vormen inderdaad een bont gezelschap en komen in verschillende hoofdstukken aan de orde: Nalan, de alcoholische transseksueel, Sinan, dorpsgenoot van Leila, Jamilla, de jonge vrouw uit Somalië, waarzegster Zeynab en Humeyra, de nachtclubzangeres. De bespreking in onze leesclub leidt tot het uitwisselen over wat we van het boek vinden. We voeren interessante discussies over feminisme, hoe we ons de stad Istanbul herinneren en hoe het ons aan het denken zet over keuzes die je in het leven maakt. 
De meningen over de persoon Leila verschillen. Van clichématig neergezet en niet mee kunnen leven met haar als persoon tot het neerzetten van een vrouw die ondanks wat ze allemaal heeft meegemaakt kracht uitstraalt en niet voor niets zoveel bijzondere vrienden om zich heen heeft verzameld gedurende haar leven. Bijna allemaal vonden we het tweede deel waarin de vrienden het lijk van Leila op een gewoon kerkhof gaan begraven weliswaar grappig, kluchtig maar niet overtuigend beschreven. De stad Istanbul, met de werkelijk bestaande Begraafplaats der Vergetenen, is voor ons een herkenbaar decor, waardoor je de stad zo voor je ziet. Interessant is de discussie naar aanleiding van het boek over de positie van vrouwen. Daarin zitten we zeker niet op één lijn. Aan de ene kant wordt benoemd dat het realistisch is hoe Shafak over vrouwen schrijft en zijn de historische gebeurtenissen die ze beschrijft herkenbaar, zeker als je denkt aan wat president Erdogan over vrouwen zegt. Aan de andere kant is er de mening dat Shafak wel erg overdreven veel over ellende schrijft en betwijfelt men of de positie van vrouwen, zeker vrouwen met een niet-Nederlandse achtergrond, in werkelijkheid zo slecht is. Een mooie laatste opmerking: ‘Shafak roept de vraag op wat vrienden voor je betekenen als je - zoals Leila in het boek - je familie verlaat. Vrienden die zo essentieel zijn voor je leven’. 
Anja vertelt dat ze voor ons allemaal een exemplaar van Shafak’s essay ’Zo houd je moed in een tijd van verdeeldheid’ heeft besteld. Daar zijn we heel blij mee. In dit boekje gaat Shafak in op de vraag hoe we in de huidige wereld, waarvan het lijkt dat die op instorten staat, ons vasthouden aan optimisme en onze hoop, vertrouwen en geloof in iets beters kunnen voeden. Onder andere op basis van haar eigen herinneringen en puttend uit de kracht van verhalen laat ze zien hoe democratie, tolerantie en vooruitgang door schrijven gevoed kunnen worden. 
(LH)
 

Besproken op 8 januari 2019: 'De vulkaan' - Klaus Mann

Klaus Mann (1906 – 1949) schatte het gevaar van de Nazi’s beter in dan zijn beroemde vader Thomas Mann. Hij verliet Duitsland al snel na de machtsovername van Hitler in 1933, terwijl zijn vader nog niet eens zeker wist of hij het regime wel of niet publiekelijk moest verwerpen. In 1936 publiceerde Klaus zijn roman Mefisto. Drie jaar later, in 1939, verscheen De vulkaan, in een kleine oplage bij de uitgeverij Querido Verlag in Amsterdam (!). Een belangwekkend boek waarin vele interessante personages worden opgevoerd die gevlucht zijn uit Nazi-Duitsland en in ballingschap leven. Het werd opnieuw uitgegeven in 2018.

‘Dit boek moet iedereen lezen. Je wordt er een empathisch mens van. Waanzinnig mooi. Een enorm gelaagd en rijk boek. Schokkend. Teder grondig. Een erg mooi tijdsbeeld. Ik ben heel veel van de mensen in dit boek gaan houden. Een vurig betoog voor geloof en hoop. Briljante passages. Een oproep om geen lid te worden van de zwijgende meerderheid.’
De superlatieven vlogen over tafel tijdens de bespreking van dit boek. Het ís dan ook een aangrijpend en bijzonder gegeven; een boek geschreven vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog over mensen die om politieke redenen huis en haard (Nazi-Duitsland) moeten verlaten en hun leven noodgedwongen opnieuw proberen vorm te geven. Zonder het gruwelijke verloop te kennen. Inderdaad, met de kennis van nu.
Het is een boek waar je een rijker mens van wordt en inzichten opdoet die ook vandaag nog relevant zijn. Eenzaamheid, verlangen, hoop, heimwee, verbondenheid. De grote thema’s die worden aangesneden geven ook bij de Linnaeus Leesclub volop stof tot discussie en bespiegeling.
Ja, het groot aantal personages was voor sommigen even wennen. Evenals de alwetende engel, die soms wat over de top en hoogdravend aandoet. En natuurlijk, sommige beschrijvingen zijn wat gedateerd. Maar ach, dat vergeven we Klaus met liefde. Klaus. We komen te spreken over zijn achtergrond. Over zijn hopeloze en levenslange streven naar erkenning en aandacht van zijn beroemde vader. Hij heeft zichzelf dood geschreven. En wij zijn er stil van.
(AvdW)

 

Besproken op 23 oktober 2018: 'Wedervaring' - Bodo Kirchhoff

Bodo Kirchhoff (Hamburg, 1948) studeerde pedagogiek in Frankfurt en begon direct daarna met het schrijven van theaterstukken, essays, reportages, korte verhalen en romans. Zijn werk werd al met meerdere prijzen bekroond. Voor Wedervaring ontving hij de Deutscher Buchpreis. Hij woont in Frankfurt am Main. 
De gepensioneerde uitgever Joachim Reither krijgt ‘s avonds laat bezoek van buurvrouw Leonie Palm. Zij wil horen wat hij vindt van een boek, dat, zo blijkt later, door haarzelf is geschreven. Maar ach, nu ze er toch is, kan ze net zo goed even binnenkomen voor een glas wijn en een sigaret, en welja, waarom gaan ze niet even een tochtje maken in haar auto? Het ritje mondt uit in een roadtrip, die pas eindigt op Sicilië. Onderweg worden de twee voorzichtig verliefd. Het lijkt wel een romantisch boek. Maar dan wordt de idylle verstoord en dringt de actualiteit binnen; vluchtelingen die veiligheid zoeken, een straatkind dat Palm wél en Reither niet wil meenemen. En dan heb je ook nog hun eigen onvermogen en lafheid. Zijn ze in staat om echt te leren van de fouten die ze in het verleden hebben gemaakt?

Als we alleen waren afgegaan op het omslag (het lijkt wel een slecht zelfhulpboek van een slappe goeroe), hadden we deze roman collectief genegeerd. Maar gelukkig was daar Edith van de Linnaeus Boekhandel. Zij maakte ons nieuwsgierig. Wedervaring stond op de shortlist voor de Europese Literatuurprijs 2018 en kreeg ook fantastische recensies, maar leek – in Nederland dan toch – niet echt te worden opgepakt. Terecht?
Nee. Want we hebben genoten van deze bijzondere roman. Vooral van de bedachtzame en trefzekere schrijfstijl. En de mooie, herkenbare overpeinzingen van Kirchhoff. Aanhalingstekens laat hij achterwege, waardoor je als lezer regelmatig kunt afvragen of iets nou werkelijk wordt gezegd of alleen gedacht. Ook het is vermakelijk om te lezen hoe Reither – als uitgever – commentaar geeft op zijn eigen stijl. Deze ‘truc’ biedt hem de slimme mogelijkheid om heerlijk te schmieren en zinnen te laten staan die hij bij een ander onverbiddelijk zou schrappen.
Wedervaring is een roman over het verlangen om het leven als een boek te zien. Als een verhaal waaraan je kunt blijven schaven. Waaraan je zelfs een andere draai kunt geven. Maar ook, tegelijkertijd, over het besef dat het leven zo niet werkt. Beslissingen die je indertijd achteloos hebt genomen, blijken niet te herstellen. Het is te laat om gemiste kansen alsnog te grijpen. Je kunt hooguit proberen om langs een andere weg nog iets goed te maken, zoals de hoofdpersonen in dit boek. Ook dan neem je weer beslissingen. En of dat dan de juiste zijn?
En waarom moeten ze nou continu roken?
(AvdW)

Besproken op 11 september 2018: 'Droom nummer negen' - David Mitchell

Het werk van David Mitchell (Southport, 1969) kenmerkt zich door een enorme verscheidenheid aan stijlen en vormen waarmee hij vele verhaallijnen door elkaar vlecht. In zijn boeken staat Japan vaak centraal. Zo ook in zijn tweede boek; Droom nummer negen (2001), waarin een Japanse jongen op zoek gaat naar zijn vader, in Tokyo. Droom, herinnering en werkelijkheid lopen door en langs elkaar. Het boek is genomineerd voor de Booker Prize. Na dit boek schreef Mitchell onder andere nog Wolkenatlas (zijn bestseller, is ook verfilmd), De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet en Tijdmeters.

De Linnaeus Leesclub kent enkele verstokte Mitchell-fans (you know who you are) en na maanden, nee járen van stille diplomatie en keihard lobbywerk vonden we het een goed idee om hem maar eens gezamenlijk te gaan lezen. Nou, dat hebben we geweten. Nee, geintje.
De jonge jongen Eiji Miyake arriveert in Tokio met slechts één doel: zijn vader vinden. De vader die hij nog nooit heeft ontmoet. In de hectische hoofdstad begint hij aan zijn tot mislukken gedoemde zoektocht. Op overrompelende wijze beschrijft Mitchell hoe Eiji zich een weg moet banen door een grenzeloos niemandsland vol geisha’s, gangsters, hackers, detectives en goochelende pizzakoeriers.
Dat dat een bijzondere leeservaring was, wordt al snel duidelijk. Waar de ene lezer drie dagen lang heeft gebinged en nauwelijks aanspreekbaar was voor haar naasten, was de ander wekenlang zuchtend aan het ploeteren, wegleggen en weer oppakken. Het is een overweldigend boek. En er gebeurt véél. Misschien wel te veel. En enkeling heeft het over een LSD-trip, je wordt alle kanten opgeslingerd. Het is echt een puzzel. Een puzzel met soms ook vervelende en oninteressante stukken. En stukken die niet altijd lijken te passen.
Hoe dan ook, het schrijfplezier van Mitchell spat van de bladzijdes af. Hij is een grenzeloze verhalenverteller. Waarschijnlijk is zelfs zijn boodschappenlijstje nog literair. Droom nummer negen is gewaagd en gedurfd. En daardoor soms ook nogal ongebreideld. Speelt het mee dat hij nog tamelijk jong was toen hij het schreef? En dat het ‘pas’ zijn tweede boek was? Zijn latere werk wordt door enkele leesclubleden véél beter bevonden. We twijfelen: speelt de leeftijd van een auteur mee in je oordeel? Kun je een boek op prijs stellen als een opmaat naar later werk? Of moet het helemaal op zichzelf staan?
(AvdW)

Besproken op 26 juni 2018: 'Herfst' - Ali Smith

Martine, een van de leden van de leesclub, heeft het boek samen met een collega vertaald. Zij vertelde hoe zij en haar collega te werk gaan met het vertalen van een boek. Er staan veel woordspelingen in het boek die soms moeilijk te vertalen zijn. Dat is een heel gepuzzel. Het boek geeft beeldende beschrijvingen van de bureaucratie en de macht van ambtenaren (zoals bij het aanvragen van een paspoort en de foto wijkt iets af). In het begin is het boek moeilijk te lezen, daarna wordt het gewoner. De meesten van ons zijn erg lyrisch over deze manier van schrijven. Een enkeling heeft er niks mee of vindt het soms moeilijk te begrijpen.
Degenen die lovend waren over het boek hadden de volgende opmerkingen:
- Een van onze leesclubleden las slechts 1 bladzijde; ze vond het zonde om door te gaan omdat het boek dan al zo snel uit was.
- Knap om dromen in woorden te vangen.
- Hoopvol gestemd boek, het is op een positieve manier geschreven. Bijvoorbeeld over de zure moeder van Elisabeth die het geluk vindt. Hierdoor ziet Elisabeth haar moeder met andere ogen.
- Daniël Glück is een leuke romanpersonage. Elisabeth ontmoet Daniël op een moment dat het tussen haar en haar moeder niet zo klikte.
- De relatie tussen Elisabeth en Daniël is bijzonder.
- Daniël tilt Elisabeth boven het alledaagse uit en leert haar de schoonheid van de kunst kennen.
- Daniël herkent het talent van Elisabeth.
- Het heeft een goede structuur.
- Mooie zinnen, veel humor.
- Het associatieve is erg mooi; er valt veel over te zeggen.
- De beschrijvingen van Ali Smith zijn beter te begrijpen dan de uitleg van politici.
- Ali Smith verwijst voortdurend naar de literatuur en kunstenaars.
- De Brexit wordt zijdelings aangetipt. Er is te weinig over gepraat en er is te snel besloten. Ali Smith maakt het op een positievere manier bespreekbaar.
(AvdW)

Besproken op 15 mei 2018: 'Schuilplaatsen van Woody Gardiner' - Frank Gunning

Frank Gunning is, naast auteur, ook theatermaker, regisseur, producent. Hij is al zijn hele leven bezig met schrijven. Al in zijn vroege jeugd schreef hij lekker zielige liedjes en tijdens zijn theateropleiding schreef hij het liefst zijn eigen theaterteksten. Na zijn studie raakte het podium al snel meer naar de achtergrond en klom hij steeds meer in de pen. Dat resulteerde in zijn fictiedebuut Het meisje van glas in 2014. Zijn tweede boek, Schuilplaatsen van Woody Gardiner, is gebaseerd op een werkelijke figuur die tijdens zijn leven als spion verschillende identiteiten aannam. Wat is waar en wat is fantasie? Een gegeven waar Frank in zijn boek volop mee speelt. Frank geeft ook schrijfcursussen en individuele schrijfbegeleiding in zijn eigen schrijfatelier De Pijp.

Een anders-dan-anders bijeenkomst deze keer, want we hebben de auteur himself in huis. Frank Gunning is schrijfcoach van één van onze leden en dat korte lijntje stelde ons in de gelegenheid om hem eens flink aan de tand te voelen over zijn boek, over Woody Gardiner maar vooral over zijn schrijfproces.
Want er is natuurlijk niet één methode of manier om een boek te schrijven. De ene auteur begint gewoon met een leeg vel, terwijl de ander eerst uitgebreid gaat researchen en alles uitdenkt. Frank behoort duidelijk tot deze laatste categorie. Maar liefst 3 jaar nam hij de tijd om onderzoek te doen en de wegen van Gardiner te volgen. Hij beleefde – naar eigen zeggen – fantastische avonturen, vloog met een vliegtuigje over Woensdrecht, ontmoette de vreemdste paradijsvogels en ontving onthullende brieven.
Dankzij deze omvangrijke research kwamen zijn personages één voor één tot leven. Ondertussen probeerde Frank een en ander te ordenen, eerst in hoofdstukken en vervolgens in schema’s. En pas toen dat allemaal leek te kloppen kon het ‘echte schrijven’ beginnen. Op goede dagen leek dat haast vanzelf te gaan. Frank beschrijft aanstekelijk de magische flow waarin het verhaal heel eigenwijs een andere kant op wil dan de schrijver en hoe hij soms welhaast geïndoctrineerd kon raken door de radicale overtuigingen van zijn personages. Alsof hij zelf werd overtuigd door de argumenten die geweld goedpraten. Dat boeit ons mateloos.
Wat zegt dit boek nou eigenlijk over Frank zelf? Waarom schept hij zoveel verwarring? Waarom kneedt hij feit en fictie door elkaar? Waarom die al verschillende personages en perspectieven? Wat is hij zelf wijzer geworden van dit boek? Het is heerlijk om dit soort vragen nu eindelijk eens te kunnen stellen aan een auteur. En Frank geeft ons eerlijk en geduldig antwoord. Althans, dat probeert hij: 'Woody nam het verhaal over. Ik was in een wereld waarin plotseling alles zweefde. Ik hoefde alleen nog maar te volgen en bij te sturen. Het was een magisch en cool creatieproces dat mij inzichten verschafte in wat mensen drijft.' Ja, magisch dat is het. We zijn onder de indruk van zijn verhaal en overdenken stilletjes al onze eigen ongeschreven boeken.
(AvdW)

Besproken op 27 maart 2018: 'Wees onzichtbaar' - Murat Isik

Murat Isik (1977) debuteerde in 2012 met de roman Verloren grond. Hij ontving er de Bronzen Uil Publieksprijs voor en werd genomineerd voor de Academica Literatuurprijs. In 2017 verscheen zijn roman Wees onzichtbaar, een coming of age verhaal over het Turks jongetje Metin dat opgroeit in de Bijlmer in de jaren ‘80. Een grandioos succes. Het ontving meerder nominaties, werd Boek van het jaar 2017 bij NRC Handelsblad en bol.com, won de boekhandelsprijs 2018 en de Libris Literatuur Prijs. Reden genoeg voor de immer kritische Linnaeus Leesclub om zich af te vragen: 'Is al dat eerbetoon wel terecht?'

‘Een prachtige getuigenis.' 'Onvergetelijke scènes.' 'Een dapper boek.' 'Bijzonder mooi.' 'Spreekt tot de verbeelding.' 'Las als een trein.' 'Herkenbaar.' 'Interessant’. We beginnen ons gebruikelijke eerste-indruk-rondje met niets dan lof. We hebben allemaal mee kunnen leven met het hoofdpersonage en zijn onder de indruk van het verhaal, dat vaak het cliché ontstijgt en ons echt met een andere blik naar de Bijlmer én naar Turken in Nederland heeft doen kijken. Hulde! Alleen dát al verdient een prijs.

Murat Isik schrijft nietsontziend over Metin, die het zowel thuis als op school niet echt getroffen heeft. Over zijn onzekerheden. Over zijn blik op meisjes en vrouwen. Over hoe hij gepest wordt. Over zijn lafheid. We zijn vooral geraakt door de manier waarop Isik het voortdurende onvermogen om tegengas te geven aan zijn gewelddadige vader omschrijft. Oh nee, de vader van zijn hoofdpersonage. Want het boek is géén autobiografie. Dat kunnen we ons nauwelijks voorstellen.

Isik zegt hier zelf over in een interview: 'Het is een roman, en de vader in het boek is niet mijn vader, maar een romanpersonage. Maar ik ken wel de pijn van de hoofdpersoon Metin en de strijd om je te ontworstelen aan je lot, ik weet hoe moeizaam een relatie met een vader als in het boek kan zijn, en hoe lastig het is om geen aansluiting te vinden op je middelbare school en om gepest te worden. En ik ken de Bijlmer, de mooie kanten van die ‘beruchte’ wijk, maar ook de rauwe kanten. In mijn roman heb ik niet alleen onderzocht hoe een vader zo kan handelen zoals de vader in het boek handelt, maar ook hoe het vooruitstrevende project dat de Bijlmer eens was zo kon verloederen en mislukken. De antwoorden hebben mij verrast.'

Ja, ons ook. We hebben niet alleen een veel rijker en realistischer beeld gekregen van de Bijlmer en Turken in Nederland, maar ook van de mechanismes die een rol spelen bij pesten. Waarom was Metin daar slachtoffer van? Hoe groot is de invloed zijn vader daarop? Waarom kon Metin niet woedend worden? Relevante vragen.

Maar… is het wel literatuur? Daar valt over te twisten. Dus dat doen we. De stijl is soms vervelend plechtstatig. Waarom ‘ik begaf me..’ en ‘ik bevond me…’ in plaats van ‘ik ging naar..’ en simpelweg ‘ik was…’? En wat moeten we met al die bijvoeglijke naamwoorden? De opbouw van de roman is ook wel erg, ja, lineair. Een strenge redacteur was goed geweest. Die had Murat wellicht ook aangespoord om de lezer wat meer aan het denken te zetten. Te kauwen te geven. Door het verhaal naar een hoger, universeler plan te tillen en het groter te maken dan een particuliere getuigenis. Want dat is wat het is. En, hoe indrukwekkend ook, niet meer dan dat. Volgens de Linneaus Leesclub dan hè?
(AvdW)

 

Besproken op 20 februari 2018: 'De idioot' - Fjodor Michailowitsj Dostojevski

Fjodor Michailowitsj Dostojevski (1821 – 1881) is een van de bekendste auteurs uit de Russische literatuur. Hij heeft een omvangrijk oeuvre geproduceerd maar werd met name beroemd vanwege zijn romans De gebroeders Karamazov, Misdaad en straf en De idioot. Later brak hij ook door als redenaar: zijn toespraak bij de onthulling van het Poesjkin-standbeeld in Moskou leidde tot grote emoties: studenten vielen flauw, vrouwen omhelsden hem, vijanden verzoenden zich huilend en de kranten stonden er vol van. Hij stierf op 28 januari 1881 aan een longbloeding. Zijn begrafenis was een nationale gebeurtenis.

Wij lazen een nieuwe vertaling uit 2013. Dit boek is geschreven in 1867 en 1868, een zwarte periode van Dostojevski’s leven. Hij was met zijn jonge vrouw op de vlucht voor schuldeisers in Europa. Daar verspeelde hij het weinige geld dat hij nog had aan de roulette en stierf zijn eerste kind al na een paar maanden. Hij schreef De idioot in feuilleton, zo verdiende hij wat geld per deel/hoofdstuk. Het boek bevat mede daarom veel uitweidingen, zijsporen en herhalingen. Maar voor de Russen in die tijd was het een soort Netflix avant la lettre. Smullen! Binge-lezen!

‘Je moet de Russische bibliotheek beschouwen als een goede kaasplank’ leren we van Menno Hartman van uitgeverij Van Oorschot. Anja heeft Menno speciaal voor onze bijeenkomst uitgenodigd en bereid gevonden om ons wat inside information te verschaffen over de Russische romans. Deze verschijnen al sinds 1947 bij Van Oorschot. En vanaf 2005 zelfs weer in nieuwe vertalingen. We hangen aan zijn lippen. ‘Begin met iets lichts, makkelijks, een Tsjechov. Pak dan Boenin of Toergenjev bijvoorbeeld. En bouw het dan langzaam op, naar het zwaardere werk. De idioot is eigenlijk geen gelukkige keuze. Dat is geen goede instap-Rus. Je moet er echt de tijd voor nemen. Het is onderhoudend, maar taai.’

Mmm, dat verklaart een hoop. Sowieso begrijpen we ook van Menno dat je ‘de Russen’ niet kunt beschouwen als één type auteur. Natuurlijk. Net zomin als je bijvoorbeeld ‘de Nederlanders’ Reve, Mulisch en Hermans op één hoop kunt gooien. Het enige wat ze gemeen hebben is hun afkomst. Ze verschillen juist enorm in stijl, onderwerp en thematiek. We beloven daarom om ook nog wat andere Russen een kans te geven.

Want ja, wat vonden nou van De idioot? Of in ieder geval, die enkele dappere doorzetters die überhaupt de laatste pagina hebben weten te behalen? ‘Het leek soms wel op huiswerk.' en ‘Langdradig.’ wordt er geroepen. ‘Een hele klus, ik moest me er steeds weer toe zetten.’ De idioot is een wijdlopig theatraal boek, met veel hoogoplopende emoties en massa-scènes. En dan hop, weer naar de volgende acte. De personages (als je ze al uit elkaar kunt houden, met al die namen) lijken soms onnavolgbaar. Ze veranderen zomaar ineens van mening. Hoewel Dostojevski regelmatig zijn psychologisch inzicht laat zien, lijkt hij zijn personages vooral te gebruiken om zijn eigen blik op de maatschappij te verkondigen. Dat maakt het ook knap en tijdloos. En geestig af en toe. En het houdt je bij de les, je blijft nieuwsgierig naar de afloop. Gelukkig wordt volhouden beloond. Want het einde, de laatste 30 pagina’s, vindt men over het algemeen toch het mooist.
(AvdW)

 

Besproken op 9 januari 2018: 'Lincoln in de bardo' - George Saunders

De Amerikaanse auteur George Saunders (1958) is vooral bekend vanwege zijn korte verhalen, maar schreef ook essays en kinderboeken. Lincoln in de bardo, zijn eerste roman, is een ongewoon boek. De plaats van handeling is een begraafplaats in Washington. President Abraham Lincoln bezoekt de crypte van zijn elfjarige zoontje, die nét is overleden. Zijn bezoekt veroorzaakt nogal wat opwinding onder talloze geesten, die nog rondwaren op de begraafplaats. Saunders won al talloze prijzen en werd opgenomen in de lijst van de honderd invloedrijkste personen ter wereld in Time. Met dit boek won hij de Man Booker Price in 2017.

'Hoe de doden het leven moeilijk loslaten.'
'Wat een gek en ongebruikelijk boek.'
'Ik was blij dat ik het uit had.'
'Een boek om te herlezen.'
'Je moet er even van op adem komen.'
'Hoe je geleefd hebt. Een reflectie.'
'Ontroerend.'
'Overrompelend.'
'Briljant.'
'Een beetje een trucje.'
'Vrolijk.'
'Idioot.'
'Vermakelijk.'
'Poëtisch.'
'Wel moeilijk om alle lijntjes te blijven volgen.'
(AvdW)

Besproken op 28 november 2017: 'De acht bergen' - Paolo Cognetti

De in Milaan geboren schrijver Paolo Cognetti (1978) brak definitief door met zijn roman De acht bergen. Het boek is een bestseller en werd zowel met de Premio Strega Giovani als met de prestigieuze Premio Strega bekroond. Cognetti is ook documentairemaker. En merk je als je zijn boek leest. Hij observeert en registreert, schept een sfeer en creëert met veel aandacht een levensecht decor in de bergen in Noord-Italië. Hij geeft nergens een oordeel, dat laat hij aan de lezer over. 

Voor de Linnaeus Leesclub is een DWDD-aanbevelings-sticker meestal geen aanbeveling. Integendeel. Noem het nuffig. Noem het eigenwijs. Of noem het niet. De ontsierende stickers worden er in ieder geval snel afgekrabbeld en betreffende boek wordt met argusogen gelezen. Fan-tááás-tisch? Jaja, dat bepalen we zelf wel. En als het dan ook nog een bestseller is, zijn we helemaal op ons hoede.
De acht bergen gaat over twee vrienden, Pietro, een stadsjongen uit Milaan en Bruno, een eenvoudige koeienverzorger uit een bergdorpje. Zij ontmoeten elkaar als 11-jarige jongens, wanneer Pietro met zijn ouders in het dorpje op vakantie is. Vervolgens brengen ze vele zomers samen door, met eindeloze bergwandelingen en dwaaltochten en bloeit er een onverwoestbare vriendschap op, waarin de ouders van Pietro ook een belangrijk aandeel hebben. De vader van Pietro is namelijk ook nogal een bergwandel-gekkie.
Een aantal van ons heeft genoten van de gedetailleerde omschrijvingen van de bergen en het landschap. En ook thema’s als coming of age, vaders en zonen, vriendschap en de relatie tussen mens en natuur lusten we graag. Knap gedaan hoor, die polariteit die wordt gesymboliseerd door (letterlijk!) pieken en dalen. Wat betekent de nietige mens nou nog, tegen zo’n enorme berg? Wat maakt hem zo onmachtig om zich te binden?
Maar hoe prachtig en mooi gedaan ook, het raakt ons niet echt. Misschien juist daarom niet. We vinden het net iets te goed kloppen allemaal. Te gladjes. Te kabbelend. En ja, zelfs te cliché. Bruno die de zoon is die Pietro niet is. Mannen die niet over hun gevoel kunnen praten. Stad en platteland. De edele wilde. Waar is de woede? We missen het onvoorspelbare. Het levensechte. Vlees en bloed. Maar misschien verdien je daar geen DWDD-sticker mee.
(AvdW)