Linnaeus las sinds 2013

dorst ventoux handel in emotionele goederen JOSEPH_Geluk_WT.indd oorlogsparadijs palacio_Wonder_OM_27,5.indd vlucht

Wat lazen de Linnaeusmedewerkers in het verleden?

Anja: Ripper – Isabel Allende
ripper
Ik had een paar dagen vrij en was op zoek naar een lekker leesboek. Niet te ingewikkeld, maar wel goed geschreven. Omdat ik door alle lyrische besprekingen toch nieuwsgierig was geworden, ging Ripper van Isabel Allende mee in de tas. Ik had in een ver verleden met veel plezier Het huis van de geesten van haar gelezen. Geïnstalleerd in mijn comfortabele stoel begon ik te lezen en ben niet meer opgehouden. Wat schrijft Allende goed! Ripper is spannend tot de laatste pagina, zit goed in elkaar, er zit humor in en haar personages zijn tot in de puntjes uitgewerkt. Ik ben blij dat mijn keuze op haar is gevallen!
Het boek gaat over Indiana Jackson, alleenstaande moeder die met haar dochter Amanda in het hippe, hedendaagse San Francisco woont. Indiana verdient haar kost met alternatieve geneeswijzen en ze houdt van twee mannen: Alan Keller, een rijke kunstliefhebber en Ryan Miller, een ex-marinier. Amanda houdt van de duistere kant van het leven en speelt (als gamemaster) met een aantal mensen het ‘Ripper-spel’ op internet. In dit spel proberen ze moorden uit de negentiende eeuw op te lossen. Maar als de groep haar aandacht verlegt op een aantal recente bizarre moorden in San Francisco, begint een dodelijk spel…
Een heerlijk boek voor het weekend, de vakantie, de paasdagen of gewoon op de bank!

Casper: De heilige van de berg Koya – Kyoka Izumi
heilige-van-de-berg-koya
In De heilige van de berg Koya vertelt een rondreizende monnik over een van zijn reizen door Japan. Hij was toen nog een jonge monnik en moest een lange, eenzame weg door de bergen afleggen. Natuurlijke obstakels komen op zijn pad, zoals slangen, bloedzuigers en een vreselijke hitte, maar ook menselijke belemmeringen.
Uitgeput klopt de monnik aan bij een verlaten berghut, voor onderdak en de mogelijkheid zich te verfrissen. Een wonderschone vrouw ontvangt hem en leidt hem naar een verfrissende bergbeek. De vrouw begint hem te verleiden. Hiertegen is de monnik maar amper bestand en het kost hem de grootste moeite zich van de charmes van deze vrouw los te rukken. Achteraf hoort hij wat voor lot hem bespaard is gebleven.
Kyoka Izumi schreef deze novelle in het jaar 1900, maar het verhaal zou ook duizend of tweeduizend jaar daarvoor kunnen spelen. Afgezien van een verwijzing naar een trein is dit een tijdloos, mythisch Japan. Het boek leest eigenlijk als een sprookje. De episode bij de verleidelijke vrouw doet denken aan Odysseus bij de tovenares Circe. Izumi schrijft alles op in korte, eenvoudige hoofdstukjes, maar geeft zijn verhaal tegelijkertijd een bovennatuurlijke draai. Met De heilige van de berg Koya transporteert hij de lezer voor even naar een mythische wereld. Ook de moderne Japanner anno 1900 zal daar behoefte aan hebben gehad. Dit boek is de laatste uitgave van Coppens & Frenks, uitgever van mooie literaire werken voor fijnproevers. Bedankt daarvoor.

Edith: Ambulance – Johan Harstad
ambulanceIn de Week van het korte verhaal leest Linnaeus natuurlijk korte verhalen. En omdat we alles kort houden deze week, krijgt u een kortere bewieroking dan u van mij gewend bent.
In 2001 schreef Johan Harstad (hij was toen tweeëntwintig) zes maanden bijna onafgebroken aan wat in 2002 de verhalenbundel Ambulance zou worden. Tijdens warme nazomernachten luisterde hij naar de sirenes van de ambulances en in plaats van daar iets mistroostigs in te horen, hoorde hij iets anders: ‘Het leek bijna of iemand de hele stad in één keer probeerde te redden, […] alsof dit een zeldzaam moment in de geschiedenis van de mensheid was, waarop iedereen besloten had om zijn medemensen uit wat voor problemen waar die ook maar verzeild in waren geraakt te helpen.’
Hij schreef in een roes, in een ‘paniekerige gemoedstoestand, bang dat ik dat sterke positieve gevoel, dat gevoel dat alles uiteindelijk goed zal komen als we maar volhouden, zou kwijtraken’, zoals hij zelf schrijft in het nawoord (dat zich goed als inleiding laat lezen!).
Nu is er dan eindelijk de Nederlandse vertaling. Wat heb ik hier naar uitgekeken en wat wordt mijn geduld beloond. Eigenlijk zitten alle elementen die mij in zijn latere werk (Buzz Aldrin, waar ben je gebleven, Hässelby en Darlah) zo aanspraken hier al in: de eenzaamheid van de mens, het vinden van je weg in de wereld, maar wel met een positieve onderstroom. Er is redding onderweg, je moet alleen maar volhouden, je bent niet alleen.
Elf prachtige verhalen, die elkaar raken, soms frontaal, soms met een schampschot, maar alle elf even indringend.
(februari 2014)

Edith: IJstijd – Maartje Wortel
Opmaak 1Onlangs mocht ik meedoen aan de leesclub van Das Magazin. We zouden het nieuwe boek van Maartje Wortel bespreken. Nou ja, mocht: ik moest gewoon een kaartje kopen, maar daarna kreeg ik wel de drukproef van Maartjes nieuwe boek. En na afloop van de avond een exemplaar van het echte boek, vers van de drukker.
Ik had heel even een gevoel van spijt: ik had mezelf een week vrij beloofd en behalve dan dat ik per ongeluk toch werk had aangenomen, moest ik ook ineens nog ‘huiswerk maken’. Zo voelde het een beetje. Zeker toen ik die avond naar de geheime locatie fietste, terwijl ik het boek nog nét niet uit had. Nog maar een paar pagina’s, die ik makkelijk nog even kon lezen voor de leesclub zou beginnen, maar toch gaf het een nerveus gevoel: als je een proefwerk hebt en zeker weet dat je vragen over het laatste hoofdstuk niet zult kunnen beantwoorden.
Gelukkig was Maartje – dat is het concept van de Das Mag-leesclubs: de auteur is zelf aanwezig – een miljoen keer zenuwachtiger dan ik. Ik weet niet hoe het bij u is, maar bij mij werkt dat uitermate ontspannend. En het wrevelige ‘huiswerk’-gevoel viel ook snel van me af: de deelnemers waren stuk voor stuk lief en enthousiast en Maartje vertelde honderduit over het schrijfproces, de personages, en vooral over het leven zelf.
Over de verhaallijn van IJstijd kan ik vrij kort zijn: James ligt de hele dag in zijn hotelbed (zijn moeder heeft hem op een goed moment in een hotel ondergebracht omdat ze vond dat het tijd werd dat hij het huis uit ging. Zij betaalt wel de rekening.) en mijmert over het verlies van zijn grote liefde Marie. Dan komt er een telefoontje van ene Monica van een uitgeverij: of James niet een boek wil schrijven. Je springt heen en weer tussen zijn verleden met Marie en het nu.
Geen ingewikkelde plotlijnen, karakterologische ontwikkelingen, nee, Maartje Wortel lees je vooral om de stijl en de thema’s die aangeroerd worden. Een fijne combinatie in mijn ogen: je kunt het lezen als een luchtig, droogkomisch boek, maar ook nog lang kauwen op de dingen die her en der gezegd worden. Tussen alle grappige zinnetjes door gaat het wel over ambitie, het najagen van dromen, het uitvogelen wie je bent, wat je doet en vooral ook waarom.
En dan nog een bijkomend lokaal voordeel: het speelt zich grotendeels af in Amsterdam-Oost. ‘Omdat ik heel erg van Oost hou,’ verontschuldigde Maartje zich toen haar gevraagd werd naar het waarom van die plaats van handeling. Een heel goede reden lijkt mij.
(februari 2014)

Edith: De weg naar zee – Elke Geurts
Elke GeurtsOnlangs mocht ik bij de presentatie zijn van de roman van Elke Geurts. Esther Gerritsen las voor uit de mailcorrespondentie die Elke en Esther al jaren voeren. Esther had mails gekozen van de laatste drie jaar, waarin het nieuwe boek het hoofdonderwerp was.
Het was natuurlijk allemaal vreselijk privé en alle aanwezigen moesten plechtig beloven niets van de inhoud naar buiten te brengen. Dat zal ik ook niet doen, maar ik kan wel zeggen dat ‘twijfel’ een van de terugkerende thema’s was.
Diezelfde avond sloeg ik het boek open en werd aangenaam verrast: wat een rake, trefzekere schrijfstijl spatte er van de beginpagina’s! En hoe verder ik kwam in het boek, hoe onwerkelijker de gruwelijke twijfel werd die Elke meermaals met Esther had gedeeld.
De weg naar zee gaat over een moeder-dochter-relatie. Een overbekend thema, hoor ik u denken, een welhaast platgetreden pad misschien, maar dan heeft u De weg naar zee nog niet gelezen.
Tessa is met haar zevenjarige dochter Summer in een bolderkar op weg naar zee. Samen met haar beste vriendin Gina en háár dochter Milja vieren ze vakantie in de duinen. Het is zinderend warm en het duingebied is zwartgeblakerd dankzij het werk van een pyromaan. Al met al een vrij apocalyptische setting.
Het ritme in dit boek is verbluffend. Schijnbaar achteloos schakelt Geurts tussen heden en verleden. Langzaam maar zeker kom je erachter dat dit niet zomaar een moeder-dochter-relatie is. Wees voorbereid op de klap in het gezicht die dit boek uitdeelt, ik moest in elk geval wel even bijkomen toen ik het uit had.
En hoewel ik helemaal niet hou van dit soort aanbevelingen, ga ik er toch een doen: voor de lezers van Esther Gerritsen. Al was het maar omdat Elke Geurts zeker zo’n groot publiek verdient.
(februari 2014)

Edith: Het lam – Jannie Regnerus
C REGNERUS (lam) rug14mm.inddHet is de nachtmerrie van iedere ouder: je kind plast op een ochtend bloed en na enig onderzoek komt het bericht dat je kind zeer ernstig en waarschijnlijk ongeneeslijk ziek is.
Het overkomt Clarissa, moeder van de vijfjarige Joris. In heldere, korte zinnen schetst Regnerus wat er dan gebeurt – de ziekenhuisbezoeken, de angsten, de meewarige blikken op het schoolplein van andere ouders.
Stiekem zag ik nogal op tegen het boek vanwege de thematiek, maar Regnerus schrijft prachtig en houdt de dramatiek buiten de deur. Ik heb niet gehuild, maar ik ben er nog steeds niet helemaal uit of dat een goed of een slecht teken is.
(januari 2014)

Edith: De nacht van Lolita – Rob Waumans
CON_Waumans.inddSchrijver Luc Franzen vindt zichzelf briljant. Hij fietst door de stad en in zijn hoofd gonst zijn nieuwe roman: De nacht van Lolita. Luc heeft een probleem, of eigenlijk twee: hij zit te veel in de kroeg en hij kan zijn verleden niet loslaten.
De stijl van dit boek is heel erg Waumansiaans: korte zinnen, gortdroog, met een weemoedige ondertoon. De flashbacks naar de middelbare schooltijd van Luc en zijn eerste grote liefde, Lou, katapulteren lezers van bepaalde leeftijd terug naar hun eigen jeugd, eind jaren tachtig. Bij mij kwam alles terug: de muziek, de onzekerheden, de voor eeuwig lijkende vriendschappen, die ene wereldbeeldbepalende liefde.
De nacht van Lolita – ik heb het twee keer gelezen (en ik herlees eigenlijk nooit), om zo lang mogelijk in de sfeer te kunnen blijven hangen.
(december 2013)

Jeanine: Tijgereiland – Daan Remmerts de Vries (vanaf 13 jaar)
tijgereilandTijs is 13. Zijn ouders zijn net gescheiden, en hebben het ogenschijnlijk druk genoeg met zichzelf in deze nieuwe levensfase. Bovendien krijgt Tijs verantwoordelijkheden die eigenlijk te groot zijn voor een dertienjarige. Zo moet hij zijn labiele moeder een beetje in de gaten houden. De India-vakantie die hij samen met haar onderneemt, zet de dingen op scherp.
Daan Remmerts de Vries schrijft over het leven zoals het is, en niet zoals je het zou willen hebben!
Citaat:
Tijs zit aan tafel.’Ga nou ‘ns rechtzitten, Tijs’ zegt z’n moeder. ‘Je lijkt wel ‘n ouwe man!”Dat is dan in ieder geval één ding waar jij en pappa het over eens zijn’ denkt Tijs. Hij zegt het echter niet.
(oktober 2013)

Jeanine: Wonder – R.J. Palacio (vanaf 11 jaar)
palacio_Wonder_OM_27,5.inddDe 10-jarige August heeft een zeer ernstige gezichtsafwijking. Vanwege regelmatige ziekenhuisopnames is hij tot nu toe nog nooit naar een echte school gegaan. Nu de meest ingrijpende operaties achter de rug zijn, vinden zijn ouders het tijd om hem naar school te sturen. August huivert over de nieuwe wereld die aan zijn voeten ligt. Hij wil uiteraard het liefst als normaal kind behandeld worden, maar weet dat dat niet gaat gebeuren, omdat hij er vreselijk uitziet. Met vallen en opstaan komt hij het eerste jaar door. Daarover gaat dit prachtige boek, dat ons (ik las het voor aan mijn kinderen van 8 en 11) zeer ontroerd heeft. August beschrijft zijn strijd om geaccepteerd te worden, zijn oudere zus laat ons zien hoe zij met de nieuwe situatie omgaat en een aantal klasgenootjes vertellen hoe zij de nieuweling ervaren. Dat wisselende perspectief maakt het verhaal helemaal compleet. Een enerzijds hartverscheurend boek over (de psychologie van het) pesten en anderzijds ook hartverwarmend vanwege de schoonheid die de mens in zich heeft.
(oktober 2013)

Casper: Weg uit de USSR – Dato Turashvili
weg uit de ussrVolgens mij kwam Stalin uit Georgië. Net als de voormalige spits van Ajax, Shota Arveladze. Het moet een onherbergzaam land zijn, met sympathieke mensen, stel ik mij zo voor. Het grootste deel van de 20e eeuw hoorde Georgië bij de Sovjet-Unie. In die tijd speelt dit boek. Het is 1983. Het communisme in Oost-Europa en Rusland is aan zijn laatste decennium bezig, maar op dat moment lijkt het voor de mensen nog eeuwig te duren. Een groep Georgische jongeren is het zat. Zij willen spijkerbroeken dragen, vrijuit de liefde bedrijven en goeie sigaretten roken. Hiervoor moeten ze naar het vrije Westen. Om dit doel te bereiken besluiten ze een vliegtuig te kapen, de piloten te dwingen in een niet-communistisch land te landen en van daaruit de vrijheid op te zoeken. Helaas faalt dit plan jammerlijk.
De Georgische schrijver Dato Turashvili, zelf deelnemer aan de studentenprotesten van 1989, besloot het verhaal van deze noodlottige vliegtuigkaping op te tekenen. Ik ben blij dat hij dat gedaan heeft en, bovendien, dat een Nederlandse uitgever het heeft laten vertalen. Zo kunnen wij vrije Nederlanders het verhaal lezen van deze wanhopige jongeren, idealistisch maar naïef, die iets voor ogen hadden dat ook in 1983 al voor het grijpen leek. Een korte, aangrijpende episode uit de nadagen van de USSR.
(oktober 2013)

Jan: Ventoux – Bert Wagendorp
ventouxOver dit boek is al veel gezegd en geschreven. Discussies op tv en verhandelingen in de krantenkolommen: veel mensen hebben een mening over de mannenvriendschap die Bert Wagendorp in Ventoux centraal stelt.
Inderdaad is het leuk om te lezen over vier middelbare-schoolvrienden en hoe ze nu, als bijna-vijftigers, in het leven staan. En hoe ze de draad weer oppakken en terugkeren naar die genadeloze berg in Zuid-Frankrijk. Maar er is meer: dit is ook een fijn boek omdat het over fietsen gaat. En omdat er humor in zit (of een combinatie van die twee: een prachtige Theo Koomen-imitatie!). En vanwege de geweldige climax die mij, als voorzichtige afdaler in de bergen, deed huiveren.
O ja, dit boek is ook heel geschikt voor vrouwelijke lezers.
(augustus 2013)

Jeanine: De vlucht – Jesús Carrasco
vluchtAls in een nachtmerrie wordt een jongen van ik schat een jaar of elf achterna gezeten. Hij houdt zich schuil in de schamele kuilen van het gortdroge, stoffige en door de zon gegeselde landschap. Af en toe biedt een boom zijn schaduw aan. Het waarom van zijn vlucht wordt gedoseerd prijsgegeven. De ontmoeting met een oude geitenhoeder lijkt een lichtpuntje. Carrasco sleurt je mee de droogte in, doet je snakken naar een druppel water en houdt je alert voor mogelijke achtervolgers.
Ik was een paar dagen nadat ik het boek gelezen had, nog dolende. Fenomenaal.
(augustus 2013)

Anja: De vergeten zusjes – Sara Blaedel
Blaedel_meisjes_WT.inddNa wekenlang in het hoofd van Knausgård gezeten te hebben, had ik zin in een thriller. Ik lees niet veel thrillers, dus het is altijd even spannend of het ‘klikt’ tussen mij en het boek, maar bij De vergeten zusjes van Sara Blaedel was het meteen raak. Het boek begint met een doodsbange vrouw die in een bos vlak bij Kopenhagen op de vlucht is voor iets, van een steile helling valt en sterft. De politie staat voor een raadsel: wie is deze vrouw en waar was ze bang voor? Een paar dagen na het ongeluk wordt de streek getroffen door een serie verkrachtingen en moorden. Op het eerste oog lijken de misdaden los te staan van het ongeluk. Maar al snel blijken er toch verbanden te zijn…
De vergeten zusjes is een goed geschreven Scandinavische thriller, waarin je huiverend doorleest totdat je weet hoe het in elkaar zit. Heerlijk voor een regenachtig weekend of voor in de vakantiekoffer!
(augustus 2013)

Edith: Verloren vrouw – Gilian Flynn
verloren vrouwGillian Flynn is een van de weinige schrijvers van wie ik alles heb gelezen. Oké, er zijn pas drie boeken van haar hand verschenen, maar die zijn alle drie ijzersterk – intelligent en zeer goed geschreven. De laatste, Verloren vrouw (eerst verschenen als Donker hart), is een van de beste psychologische thrillers die ik ooit las.
Nick en Amy zijn op het oog gelukkig getrouwd. Op hun derde trouwdag verdwijnt Amy spoorloos – Nick is hoofdverdachte. Dagboekfragmenten van Amy worden afgewisseld met de pogingen van Nick zijn onschuld te bewijzen en gaandeweg word je meegesleurd in dit huiveringwekkende kat-en-muisspel. Al snel weet je niet meer wie je moet of kan vertrouwen en de plotwendingen zijn dermate verrassend dat ik af en toe letterlijk naar adem moest happen.
Gelukkig is er nu een mooie midprice-editie, de prijs kan dus geen bezwaar zijn en als je slim bent, doe je het boek ook meteen cadeau aan een goede vriend of vriendin, want ik weet zeker: als je dit boek uit hebt, móét je er met iemand over praten.
(augustus 2013)

Edith: IV – Arjen Lubach
ivIk ben fan van Arjen Lubach. Van de Arjen Lubach die Magnus schreef, en Bastaardsuiker en Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend. Van de Arjen Lubach van het Monica da Silva Trio, de rapservice van Koefnoen en Buro Renkema. En van de Arjen Lubach die altijd zo leuk CoxTales presenteert. Die Arjen Lubach heeft nu een thriller geschreven: IV. En nu ben ik dus ook fan van de Arjen Lubach die thrillers schrijft.
Ik ga hier niet vertellen waar het over gaat, dat is not done in de thrillerwereld, voor je het weet ben je de boel kapot aan het spoileren en dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Wel wil ik zeggen dat het een echte pageturner is die voor een groot deel in Amsterdam speelt, heel spannend is en waarvan je nog iets opsteekt over de Nederlandse geschiedenis ook. Het boek heeft ongelofelijk veel vaart en er zijn dagen waarop ik hoopte dat het allemaal waar was…
(juli 2013)

Mieke: Julia – Otto de Kat
julia‘Je mist meer dan je meemaakt’ zei Martin Bril ooit, en zo is het. Er komen te veel mooie boeken uit en je kunt niet alles lezen. Maar toch vraag ik me af waar ik in 2008 mee bezig was en waarom ik Julia van Otto de Kat toen heb gemist.
Julia is een prachtig en droevig liefdesverhaal. Chris Dudok vertrekt in 1938 naar Lübeck om meer ervaring op te doen voordat hij de machinefabriek van zijn vader over gaat nemen. In Lübeck ontmoet hij Julia, een eigenzinnig en onbevangen meisje. Ze tilt hem op en kruipt in de naden van zijn ziel. Dan ontspint zich een traag maar o zo mooi beschreven liefdesverhaal. Chris durft Julia nauwelijks aan te raken, maar haar aanwezigheid brengt hem terug naar de tijd waarin hij gelukkig was: als kleine jongen op de boerderij bij zijn opa.
Julia wordt aangezien voor een communiste. Als haar broer, die acteur is, na een voorstelling weigert der Führer te begroeten volgens het naziprotocol is Julia haar leven niet meer zeker. Zij dwingt Chris Duitsland te ontvluchten en afscheid van haar te nemen, omdat hij haar in gevaar kan brengen. Een besluit dat hij met tegenzin uitvoert en waar hij de rest van zijn leven mee zal worstelen. In de Kristallnacht zijn ze voor het laatst samen: ‘En zo was geen nacht ooit geweest, geen dag begonnen.’
Chris gaat terug naar Nederland, volgt zijn vader op in de fabriek en trouwt. In het boek wordt de naam van zijn vrouw niet genoemd en zo blijft zij op afstand. ‘Want Julia dreef in en uit zijn hoofd, toen en zoveel keren erna’. In de jaren vijftig gaat Chris opnieuw naar Lübeck en daar hoort hij uiteindelijk wat er met Julia is gebeurd.
Julia is een boek over liefde en geluk en over het ontbreken daarvan.
Met veel dank aan een goede klant, waardoor ik in 2013 dit boek alsnog ga aanbevelen als mooiste boek van dit jaar. Op de tiptafel van Linnaeus Boekhandel ligt het boek op stapel.
(juni 2013)

Roxanne: De aaibaarheidsfactor van Rudy Kousbroek, voorgelezen door Midas Dekkers
Woord vooraf één: ik ben een groot kattenliefhebber.
Woord vooraf twee: ik heb nog nooit een luisterboek geluisterd.
aaibaarheidsfactorDie woorden vooraf: zo was de situatie vóór maart 2013. Inmiddels staat het er anders voor. Woord vooraf één is onverminderd van kracht. Ik ben niet plots een kattenhater geworden. Of mogelijk nog erger: een hondenmens. Nee, nog steeds ben ik een groot kattenliefhebber. Maar nú ben ik een kattenliefhebber in het bezit van het luisterboek De Aaibaarheidsfactor van Rudy Kousbroek, voorgelezen door Midas Dekkers.(Hoe kon ik zolang zonder vroeg ik me af toen ik de begeleidende tekst bij het luisterboek las: ‘Een luisterboek dat in niet één boekenkast van een poezenmens mag ontbreken.’) Goed, u heeft inmiddels wel door dat woord vooraf twee niet langer meer van toepassing is.
Overtuigd door een enthousiaste medekattenliefhebber (‘Kijk, het luisterboek heeft een aaibaar vachtje!’) begon ik met luisteren. Drie minuten. Zo lang duurde het voordat ik het luisterboek afzette. Een week lang keek ik niet meer naar het luisterboek om. Niets voor mij, dacht ik. Tot ik op ’n zekere dag op de fiets zat onderweg naar huis. Het was koud en de weg was lang; wellicht dat een luisterboek een en ander draaglijker zou maken zo redeneerde ik. En zo bleek. Jubelend kwam ik thuis. Ik had zo veel mooie zinnen gehoord. Het speet me dat ik niet alle zinnen kon onthouden; kon ik ze maar opschrijven, maar al fietsend was dat een moeilijke opgave. Thuis luisterde ik nogmaals om alle mooie zinnen en observaties die ik eerder hoorde te noteren. Wat te denken van deze observatie:
[…] de kat hanteert zijn aaibaarheid als een positief principe. De activiteit waar ik op doel is degene die in het dagelijks spraakgebruik ‘kopjes geven’ wordt genoemd. In feite is er geen sprake van iets geven, maar van iets nemen: de kat eigent zich iets toe, hij onttrekt een aai aan de buitenwereld, door gebruik te maken van het relativiteitsprincipe (de kat is dan ook de Einstein onder de dieren). Immers, de normale gang van zaken bij het aaien bestaat uit een contact tussen een bewegende hand en een stilstaand (-zittend, -liggend) dier. De kat evenwel heeft ingezien dat ook de conjunctie van een stilstaande hand (been, schoen, tafelpoot, koelkastdeur) en een bewegend dier een aai oplevert.
Zulke analyses vind ik nou werkelijk om van te smullen. Kousbroek beschrijft hier iets dat mij zelf meer dan eens is opgevallen wanneer ik naar mijn eigen katten keek, maar op deze wijze had ik het nooit kunnen verwoorden, zo veel is zeker.
Mijn eerste kennismaking met het luisterboek was een waar genot voor het oor. Mijn volgende luisterboek ligt al klaar: Heerlijk duurt het langst, de radiomusical van Annie M.G. Schmidt & Harry Bannink, met o.a. Tjitske Reidinga en Pierre Bokma.
Beluister hier een luisterfragment van De Aaibaarheidsfactor.
De Aaibaarheidsfactor is overigens ook ‘gewoon’ als boek verkrijgbaar.
(mei 2013)

Edith: Het uur van de dieren – Howard Jacobsen
uur van de dierenDit is een boek dat eigenlijk alle boekenvakkers zouden moeten lezen, maar ook voor ‘gewone’ mensen zeer de moeite waard is. Het gaat namelijk voor een groot deel over ‘Het Vak’ en dan met name de teloorgang ervan: uitgevers plegen zelfmoord, literair agenten durven de telefoon niet meer op te nemen uit angst voor auteurs die bellen met een voorstel voor een nieuw boek, schrijvers moeten ‘content’ gaan leveren voor apps, en de lezer… ach waar is de lezer toch gebleven? De lezer is allang afgehaakt. Lezen is dood. Weinig vrolijkheid, zou je denken, maar zelden heb ik zo vaak en hard gelachen om een boek. Misschien gaat dat juist ook wel goed samen.
Schrijver (en hoofdpersoon) Guy Ableman heeft het er maar moeilijk mee. Hij was ooit een redelijk succesvol debutant, maar op een gegeven moment moet hij toch onder ogen zien dat het daarna alleen maar minder is geworden. Hij laat zich te veel afleiden door zijn übergeweldige vrouw Vanessa, maar meer nog door haar moeder, Poppy, om tot een fatsoenlijke roman te komen. Dan besluit hij het heft in handen te nemen en zijn bron van afleiding om te vormen tot een bron van inspiratie. Ofwel: misschien is het hoog tijd eens iets te doen met zijn wilde fantasieën met schoonmoeder Poppy in de hoofdrol.
Het uur van de dieren – de langverwachte opvolger van De Finklerkwestie waarmee Jacobson in 2010 de Man Booker Prize won – is lekker vilein, erg geestig en onderhoudend. Zolang er nog uitgevers zijn die dit soort boeken durven uit te geven, zal het wel loslopen met die teloorgang en zullen er ook altijd lezers blijven.
(mei 2013)

Edith: Het onzichtbare geluk van andere mensen – Manu Joseph
JOSEPH_Geluk_WT.inddHet onzichtbare geluk van andere mensen is zo mooi als de titel. Het is een warm verhaal over het verdriet van ouders na de zelfmoord van hun zoon. Unni Chacko is de ideale zoon – knap, grappig, geliefd, slim. De ouders blijven dan ook met grote vraagtekens achter. Waarom heeft hij het gedaan? Een platgetreden pad, denk je dan misschien, maar als Manu Joseph dat pad betreedt, staan alle grassprietjes nog monter overeind.
Joseph is een echte verhalenverteller. Zijn personages wekt hij met een paar pennenstreken tot leven en voor je het weet leef je met ze mee. Met de hyperintelligente (maar wel beetje gekke) moeder (die in de verte doet denken aan de met deegrollers zwaaiende mama Tandoori van Ernest van der Kwast), het gevoelige jongere broertje Thoma en de nerderige schoolvrienden van Unni: je gaat van ze houden.
Laat je niet afschrikken door het feit dat het verhaal zich in India speelt (ik heb niets met India en weet er ook niets van, maar heb toch echt heel erg genoten) of door de omvang. De geestige en scherpe formuleringen van Joseph zijn verslavend. Je wilt maar één ding en dat is samen met vader Ousep het grote mysterie oplossen dat misschien helemaal niet op te lossen is…
(april 2013)

Casper: Oorlogsparadijs – Nico Dros
oorlogsparadijsEen tip van een collega, die dacht dat dit wel iets voor mij zou zijn. Dat had ze goed ingeschat, want het boek beviel me zeer goed. Oorlogsparadijs is een klassieke roman, zowel qua vorm als stijl. Een man van middelbare leeftijd kijkt terug op zijn tijd als arts op Texel, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Flarden van herinneringen verontrusten hem dusdanig dat hij besluit terug te keren naar het eiland. Hier is hij sinds de oorlog, bijna twintig jaar geleden, niet meer geweest. Langzaam komen alle herinneringen terug en volgt het in flashback vertelde verhaal van zijn oorlogsjaren.
Aan het begin van de oorlog bevind de arts zich in Amsterdam, waar hij betrokken raakt bij een verzetsgroep. Nadat er na een mislukte verzetsactie een prijs op zijn hoofd is gezet moet hij Amsterdam ontvluchten. Onder een valse identiteit wijkt hij uit naar Texel. Vanwege zijn strategische ligging is Texel tot sperrgebiet verklaart, wat betekent dat het vrijwel van de buitenwereld is afgesloten. Hoewel er bijna dagelijks vliegtuigen overvliegen om Duitsland te bombarderen, verlopen de oorlogsjaren er betrekkelijk kalm. Er is wel een Duitse bezettingsmacht aanwezig, maar die gebruiken hun verblijf voornamelijk om uit te rusten voordat zij naar het front worden gestuurd. In het laatste oorlogsjaar komt aan deze rust een einde als een Georgisch bataljon op Texel wordt ingekwartierd. Krijgsgevangen gemaakt door de Duitsers tijdens hun campagne in Rusland zijn zij ingelijfd in de Wehrmacht en op een Nederlands eilandje verzeild geraakt. Het gaat mis als dit Georgische bataljon te horen krijgt dat zij spoedig naar het front zullen worden gestuurd. Ze gaan tot muiterij over en ontketenen een ware guerillaoorlog op Texel.
Vanaf dit punt, ongeveer halverwege het boek, loopt de spanning flink op. Ineens zit je midden in de oorlog en, hoewel de strijd van korte duur is, is het er niet minder heftig om. De arts, die enkele hachelijke momenten meemaakt in het noodhospitaal waar hij werkzaam is, zit er middenin. Als de rook is opgetrokken en hij het eiland halsoverkop verlaten heeft is zijn leven onherstelbaar veranderd.
Nico Dros maakte van dit verhaal een zeer goede roman, die bij vlagen erg spannend is. Maar, niet alleen qua plot vind ik Oorlogsparadijs geslaagd, misschien vooral ook qua taal. Dros gebruikt een welhaast tijdloos Nederlands, waarin sommige woorden en uitdrukkingen tegenwoordig ouderwets zijn, zonder dat dit afleidt. Het past uitstekend en creeërt een prettige sfeer, als je er na ongeveer een bladzijde aan gewend bent. Toen het flashback-verhaal eenmaal echt begon had het boek me in zijn greep en las ik het in een paar avonden uit. Zo zie je, van de collega’s moet je het hebben.
(april 2013)

Edith: De verjaardagen – Hanneke Hendrix
verjaardagenHet nieuwe jaar is alweer twee weken onderweg en toch kan ik het niet laten nog even terug te kijken naar 2012. In de laatste nieuwsbrief van 2012 hadden we weer onze favoriete boeken bij elkaar gezet (klik hier). Onze Jan, die daar altijd weer een voortreffelijk geheel van maakt, wordt elk jaar strenger: maximaal drie titels en hou het kort! Regelmatige bezoekers van deze rubriek zullen inmiddels weten dat dat laatste niet mijn sterkste punt is, maar afgelopen jaar vond ik het ook nog eens heel moeilijk om me te beperken tot drie titels. Stiekem had ik er drie categorieën van gemaakt (beste Nederlandse romans/beste vertaalde romans/beste verhalenbundels), maar ik had er nog wel een paar categorieën aan toe willen voegen: beste fotoboeken, beste sportboeken en beste debuten.
Maar gelukkig heb ik nu op deze plaats weer alle ruimte voor het leukste debuut van 2012: De verjaardagen van Hanneke Hendrix. (‘Leuk? Leuk?! Leuk is een gefiguurzaagd paardje’, hoor ik dan meneer Verstappen meteen mopperen.)
De verjaardagen speelt zich af in een nietsvermoedend, rustig dorpje en gaat over de vriendschap tussen brokkenpiloot Boris en zijn buurmeisje Lies, die door een huidziekte geen aanraking verdraagt. De twee groeien – noodgedwongen, maar niet onwelwillend – naar elkaar toe en zorgen er uiteindelijk voor dat het brave dorp behoorlijk op stelten wordt gezet.
Het is geen debuut pur sang: Hanneke Hendrix schreef al veel toneelteksten en hoorspelen en houdt al jaren een heel leuke weblog bij (klik hier).
En nu is er dan haar roman. Het schrijfplezier is op elke pagina voelbaar. Hendrix schept er een zichtbaar genoegen in haar personages en hun levens vorm te geven (ik hoop tenminste heel hard dat ze het allemaal uit haar duim gezogen heeft!). De zinnen zijn mooi, fris en verrassend, scènes vaak erg geestig (laat u niet afschrikken door de heftige openingsscène, het boek heeft een inktzwart randje!). Kortom: meer dan de moeite waard. En mocht u in de gelegenheid zijn haar ergens te zien optreden: ga erheen, want ze is als mens ook nog eens heel erg grappig.
(maart 2013)

Edith: De handel in emotionele goederen – Maarten Inghels
handel in emotionele goederenDit najaar werd de boekhandel overspoeld met nieuwe titels. Veel grote jongens (Wieringa, Rosenboom, Japin, De Jong, Giphart, Maas). Ik heb ze allemaal (nog) niet gelezen. Ik ben niet tegen bestsellers, voor de winkel is het natuurlijk heel fijn, die steady sellers. Maar de urgentie is er voor mij af als een boek ineens overal juichend besproken wordt en goed verkoopt. Die redt zich wel, denk ik dan.
Nee, ik bekommer me liever om de boeken die bescheiden op een van onze schuine plankjes de winkel in turen en bedeesd flirten en bijna blozend de blik afwenden als je ze oppakt.
Een van die boeken was De handel in emotionele goederen van Maarten Inghels. Het ziet er mooi uit – mooi omslagbeeld, gebonden, stofomslag, typografische grapjes in het binnenwerk – (never judge a book by its cover, ik weet het, maar soms kan ik niet anders) en na een paar weken om elkaar heen draaien nam ik hem mee naar huis.
Ik heb geen spijt van deze flirt. De handel in emotionele goederen vertelt het verhaal van Luukas Kolibri die de bezittingen van dode mensen opruimt. Zijn werk varieert van het leeghalen van huizen, tot het schoonmaken van plaatsen delict. Hij is professioneel, degelijk en discreet. Alles gaat goed, tot zijn vriendin Robin plots overlijdt. Ineens kan hij niet meer zakelijk naar de dood kijken, maar raakt totaal ontredderd. Hij probeert uit alle macht Robin bij zich te houden en gaat hierbij ver, heel ver. Tot het eigenlijk niet verder kan.Maarten Inghels (1988!) schreef een ontroerend portret van de rouw. Fijne zinnen, grappige scènes, een rustig verteltempo en toch veel vaart. Uitermate geschikt voor een serieuze, langdurige relatie.
(maart 2013)

Roxanne: Dorst – Esther Gerritsen
dorstOngeveer een half jaar geleden was Esther Gerritsen te gast bij een college van Marja Pruis. Ik studeerde Nederlandse taal en cultuur aan de UvA en volgde de minor kritiek en journalistiek, waarvan Pruis het afsluitende practicum verzorgde. Centraal tijdens het gastcollege stond Gerritsens visie op kritiek: is kritiek wel of niet zinvol? En zo ja, voor wie: voor de lezer of de schrijver?
‘Niks zo kwetsbaar als het ego van de schrijver,’ concludeerde Marja Pruis na afloop. En zo is dat. Gerritsen lichtte voor ons studenten een tipje van de sluier op. Hoe ze telkens weer de eerste dag vreest waarop de kritiek(en) voor haar nieuwe boek binnenkomen. Hoe ze het liefst in totale ontkenning in bed wil blijven liggen, zich wil verstoppen voor de wereld. Of hoe ze na een negatieve bespreking de neiging heeft in puberaal verzet te schieten onder het mom: ‘Deze recensent begrijpt dus totaal niet waar het verhaal om gaat.’
Goed, dan nu terug naar Gerritsens nieuwste roman: Dorst. En naar kritieken. Deze roman is niets om je voor te schamen, niet iets waarvoor je in bed zou moeten blijven (hoewel, misschien u als lezer – het leest namelijk wel zo comfortabel in bed als u ’t mij vraagt) of waartegen je je puberaal dient te verzetten. Maar voor Gerritsen is dat niet van belang; een kritiek is volgens haar bedoeld voor een lezer, niet voor de schrijver. Dus hierbij richt ik mij tot u, beste lezer.
Dorst vertelt over de gecompliceerde verhouding tussen Elisabeth en haar dochter Coco. Wanneer ze elkaar onverwacht treffen meldt Elisabeth tussen neus en lippen door dat ze ongeneeslijk ziek is. Coco, amper van slag door deze mededeling, weet wat haar te doen staat. Ze trekt bij haar moeder in om tijdens de laatste dagen van haar leven voor haar te zorgen.
De scherpe, soms venijnige dialogen geven helder de onderhuidse spanningen weer. De moeder hecht meer aan materie dan aan haar bloedeigen kind, de vader hecht(te) meer aan drank dan aan zijn (ex)vrouw en de dochter hecht op een destructieve, nietsontziende manier aan het leven. De personages raken steeds verder van elkaar verwijderd terwijl de dood steeds dichterbij komt. Dorst is geschreven in Gerritsens kenmerkende droge en sombere stijl. Het verhaal is pijnlijk, maar Gerritsen vindt er de juiste woorden voor. Een rauw verhaal met een fluwelen randje.
(februari 2013)

Terug naar boven
Terug naar home

Klik hier om te lezen wat Linnaeus las voor 2013