Linnaeus Leesclub

De Linnaeus Leesclub bestaat uit een best wel vrolijke verzameling leesliefhebbers en een geheimzinnige fietsenmaker – zal hij ooit écht verschijnen? We komen eens in de zes à acht weken bij elkaar in de kelder van de Linnaeus Boekhandel. Dat klinkt luguberder dan het is. Onder het genot van koffie, thee, zoetigheden en de kordate (in)leiding van Anja Duitsmann spuien we ons gal, bejubelen we prach-ti-ge zinnen en wisselen we meningen uit, die vaak verder reiken dan het onderwerp van het boek. De te lezen boeken worden democratisch gekozen, enige manipulatie is echter wel toegestaan. Huiswerk maken is niet nodig. Ja, het is wel handig als je het boek leest.
Op dit moment zitten we vol. Als je informatie wilt kun je altijd een e-mailbericht sturen aan info@linnaeusboekhandel.nl ter attentie van Anja.
Onderstaand de weergaven van de avonden, zoals vastgelegd door Anneke van de Watering.

Besproken op 20 februari 2018: De idioot – Dostojevski

idiootFjodor Michailowitsj Dostojevski (1821 – 1881) is een van de bekendste auteurs uit de Russische literatuur. Hij heeft een omvangrijk oeuvre geproduceerd maar werd met name beroemd vanwege zijn romans ‘De gebroeders Karamazov’, ‘Misdaad en straf’ en ‘De idioot’. Later brak hij ook door als redenaar: zijn toespraak bij de onthulling van het Poesjkin-standbeeld in Moskou leidde tot grote emoties: studenten vielen flauw, vrouwen omhelsden hem, vijanden verzoenden zich huilend en de kranten stonden er vol van. Hij stierf op 28 januari 1881 aan een longbloeding. Zijn begrafenis was een nationale gebeurtenis.

Wij lazen een nieuwe (2013) vertaling van ‘De idioot’. Dit boek is geschreven in 1867 en 1868, een zwarte periode van Dostojevski’s leven. Hij was met zijn jonge vrouw op de vlucht voor schuldeisers in Europa. Daar verspeelde hij het weinige geld dat hij nog had aan de roulette en stierf zijn eerste kind al na een paar maanden. Hij schreef De idioot in feuilleton, zo verdiende hij wat geld per deel/hoofdstuk. Het boek bevat mede daarom veel uitweidingen, zijsporen en herhalingen. Maar voor de Russen in die tijd was het een soort Netflix avant la lettre. Smullen! Binge-lezen!

‘Je moet de Russische bibliotheek beschouwen als een goede kaasplank’ leren we van Menno Hartman van uitgeverij Van Oorschot. Anja heeft Menno speciaal voor onze bijeenkomst uitgenodigd en bereid gevonden om ons wat inside information te verschaffen over de Russische romans. Deze verschijnen al sinds 1947 bij Van Oorschot. En vanaf 2005 zelfs weer in nieuwe vertalingen. We hangen aan zijn lippen. ‘Begin met iets lichts, makkelijks, een Tsjechov. Pak dan Boenin of Toergenjev bijvoorbeeld. En bouw het dan langzaam op, naar het zwaardere werk. De idioot is eigenlijk geen gelukkige keuze. Dat is geen goede instap-rus. Je moet er echt de tijd voor nemen. Het is onderhoudend, maar taai.’

Mmm, dat verklaart een hoop. Sowieso begrijpen we ook van Menno dat je ‘de Russen’ niet kunt beschouwen als één type auteur. Natuurlijk. Net zomin als je bijvoorbeeld ‘de Nederlanders’ Reve, Mulisch en Hermans op één hoop kunt gooien. Het enige wat ze gemeen hebben is hun afkomst. Ze verschillen juist enorm in stijl, onderwerp en thematiek. We beloven daarom om ook nog wat andere Russen een kans te geven.

Want ja, wat vonden nou van De idioot? Of in ieder geval, die enkele dappere doorzetters die überhaupt de laatste pagina hebben weten te behalen? ‘Het leek soms wel op huiswerk. ‘ en ‘Langdradig.’ wordt er geroepen. ‘Een hele klus, ik moest me er steeds weer toe zetten.’ De idioot is een wijdlopig theatraal boek, met veel hoogoplopende emoties en massa-scènes. En dan hop, weer naar de volgende acte. De personages (als je ze al uit elkaar kunt houden, met al die namen) lijken soms onnavolgbaar. Ze veranderen zomaar ineens van mening. Hoewel Dostojevski regelmatig zijn psychologisch inzicht laat zien, lijkt hij zijn personages vooral te gebruiken om zijn eigen blik op de maatschappij te verkondigen. Dat maakt het ook knap en tijdloos. En geestig af en toe. En het houdt je bij de les, je blijft nieuwsgierig naar de afloop. Gelukkig wordt volhouden beloond. Want het einde, de laatste 30 pagina’s, vindt men over het algemeen toch het mooist.


Besproken op 9 januari 2018: Lincoln in de bardo – George Saunders

lincoln in de bardoDe Amerikaanse auteur George Saunders (1958) is vooral bekend vanwege zijn korte verhalen, maar schreef ook essays en kinderboeken. ‘Lincoln in de bardo’, zijn eerste roman, is een ongewoon boek. De plaats van handeling is een begraafplaats in Washington. President Abraham Lincoln bezoekt de crypte van zijn elfjarige zoontje, die nét is overleden. Zijn bezoek veroorzaakt nogal wat opwinding onder talloze geesten, die nog rondwaren op de begraafplaats. Saunders won al talloze prijzen en werd opgenomen in de lijst van de honderd invloedrijkste personen ter wereld in TIME. Met dit boek won hij de Man Booker Price in 2017.

“Hoe de doden het leven moeilijk loslaten.”

“Wat een gek en ongebruikelijk boek.”

“Ik was blij dat ik het uit had.”

“Een boek om te herlezen.”

“Je moet er even van op adem komen.”

“Hoe je geleefd hebt. Een reflectie.”

“Ontroerend.”

“Overrompelend.”

“Briljant.”

“Een beetje een trucje.”

“Vrolijk.”

“Idioot.”

“Vermakelijk”.

“Poëtisch.”

“Wel moeilijk om alle lijntjes te blijven volgen.”

“Knap hoe je de personages van elkaar kunt onderscheiden.”

“Die begraafplaats is een kleine samenleving. Alle personages geven een beeld op de samenleving.”

“Het voorgeborchte. De bardo.”

“Is dat een soort vagevuur?”

“Die bijzondere personages leiden te veel af van de verhaallijn.”

“Ik had eigenlijk wel gehoopt op wat meer geschiedenis, wat context.”

“Ik heb nu meer achtergrondinformatie over de oorlog”

“De wisseling tussen feit en fictie werkt verwarrend”

“Zo grappig, die elkaar tegensprekende bronnen!”

“Als je de lijnen loslaat, maakt dat het lezen makkelijker.”

“De vorm heeft een belangrijke functie hoor.”

“En dan die man met die enorme erectie de hele tijd.”

“Ja. Dat je dan spijt hebt van je zelfmoord.

“Al die mooie dingen die het leven mooi maken! Zoooooo prachtig!”

“Zweefglibberend. Briljant vertaald.”

“Het leven heeft toch ook geen clou. ”

“Daar gaat het over.”


Besproken op 28 november 2017: De acht bergen – Paolo Cognetti.

De in Milaan geboren schrijver Paolo Cognetti (1978) brak definitief door met zijn roman ‘De acht bergen’. Het boek is een bestseller en werd zowel met de Premio Strega Giovani als met de prestigieuze Premio Strega bekroond. Cognetti is ook documentairemaker. En merk je als je zijn boek leest. Hij observeert en registreert, schept een sfeer en creëert met veel aandacht een levensecht decor in de bergen in Noord-Italië. Hij geeft nergens een oordeel, dat laat hij aan de lezer over.

Voor de Linnaeus Leesclub is een DWDD-aanbevelings-sticker meestal geen aanbeveling. Integendeel. Noem het nuffig. Noem het eigenwijs. Of noem het niet. De ontsierende stickers worden er in ieder geval snel afgekrabbeld en betreffende boek wordt met argusogen gelezen. Fan-tááás-tisch? Jaja, dat bepalen we zelf wel. En als het dan ook nog een bestseller is, zijn we helemaal op ons hoede.

‘De acht bergen’ gaat over twee vrienden. Pietro, een stadsjongen uit Milaan. En Bruno, een eenvoudige koeienverzorger uit een bergdorpje. Zij ontmoeten elkaar als 11-jarige jongens, wanneer Pietro met zijn ouders in het dorpje op vakantie is. Vervolgens brengen ze vele zomers samen door, met eindeloze bergwandelingen en dwaaltochten en bloeit er een onverwoestbare vriendschap op, waarin de ouders van Pietro ook een belangrijk aandeel hebben. De vader van Pietro is namelijk ook nogal een bergwandel-gekkie.

Een aantal van ons heeft genoten van de gedetailleerde omschrijvingen van de bergen en het landschap. En ook thema’s als coming of age, vaders en zonen, vriendschap en de relatie tussen mens en natuur lusten we graag. Knap gedaan hoor, die polariteit die wordt gesymboliseerd door (letterlijk!) pieken en dalen. Wat betekent de nietige mens nou nog, tegen zo’n enorme berg? Wat maakt hem zo onmachtig om zich te binden?

Maar hoe prachtig en mooi gedaan ook, het raakt ons niet echt. Misschien juist daarom niet. We vinden het net iets te goed kloppen allemaal. Te gladjes. Te kabbelend. En ja, zelfs te cliché. Bruno die de zoon is die Pietro niet is. Mannen die niet over hun gevoel kunnen praten. Stad en platteland. De edele wilde. Waar is de woede? We missen het onvoorspelbare. Het levensechte. Vlees en bloed. Maar misschien verdien je daar geen DWDD-sticker mee.


Besproken op 17 oktober 2018: Vertel me het einde – een essay in veertig vragen van Valeria Luiselli

vertel me het eindeValeria Luiselli (1983, Mexico-Stad) wordt gezien als een van de meest spraakmakende en vernieuwende jonge auteurs uit Zuid-Amerika. Haar debuut ‘Valse papieren’ kreeg een cultstatus, maar ze brak pas echt internationaal door met de roman ‘De gewichtlozen’. Luiselli speelt graag met genres. Ze schreef het komisch experiment ‘De geschiedenis van mijn tanden’ en publiceert ook korte stukken.
Terwijl Luiselli zelf in 2015 op haar green card wacht, werkt ze als tolk bij de immigratierechtbank in New York. Ze luistert naar de verhalen van honderden Latijns-Amerikaanse kinderen die zonder ouders de Amerikaanse grens zijn overgestoken en aan wie ze telkens dezelfde veertig vragen op het intakeformulier moet stellen. Deze ervaringen verwerkt ze in het essay ‘Vertel me het einde’, dat kan worden beschouwd als een aanklacht tegen het migratiebeleid in de Verenigde Staten.

We waren het er snel over eens dat je het met de inhoud van Vertel me het einde eigenlijk niet ‘oneens’ kunt zijn. Het is schokkend, pijnlijk en indrukwekkend om te lezen hoe weinig we begrijpen van de levens van deze getraumatiseerde kinderen en van de gruwelijke wereld die ze ontvluchten. Hun antwoorden passen natuurlijk niet binnen de lijntjes van overheidsformulieren. Ze worden gezien en behandeld als ongewenste vreemdelingen (aliens!) en verdwalen in procedures die er eigenlijk alleen maar op gericht zijn om snel over te gaan tot uitzetting. Een confronterende eye opener, die ons allemaal heeft geraakt.

Maar over het literaire gehalte zijn we wat minder unaniem. Het is de vraag of dat relevant is, maar hé, we zijn een literaire leesclub nietwaar? Niet iedereen stoorde zich eraan, maar de vertaling laat toch echt te wensen over. De koppeling met het privéleven van Luiselli is heel sterk en dat maakt het ook literair. Tegelijkertijd doet dat verlangen naar meer. Meer context, meer diepgang en minder kort door de bocht. De verhaallijn rammelt soms en Luiselli trekt soms (te) snelle conclusies. Je voelt de hevige verontwaardiging en hoe terecht ook, als lezer heb je behoefte aan meer objectiviteit, zodat je zelf je conclusies kunt trekken.

Is dit nou een pamflet of literatuur? En is dat relevant? Moet kunst eigenlijk geëngageerd zijn? Kan het de complexiteit van schuldvraagstukken werkelijk zichtbaar maken of is literatuur daar tóch te vooringenomen voor? Het waren grote vragen die ons bezighielden op die tochtige herfstavond in de kelder van boekhandel.

En het was nog wel zo’n dun boekje.


Besproken op 12 september 2017: Max, Mischa & het Tet-offensief van Johan Harstad

Johan Harstad (1979) is een jonge Noorse schrijver die begon met publiceren in 2001. Hij schreef onder andere het succesvolle ‘Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?’ (2007) en ‘Hässelby, het demonteren is begonnen’ (2009). Johan Harstad is een productief type. Hij heeft ook verhalenbundels en een jong adult roman op zijn naam staan en brengt in eigen beheer muziek, film en grafisch werk uit. Daarnaast is hij de (gevierde) eerste huisschrijver van het Nationale Theater in Noorwegen. Zijn ervaring met theater komt ruimschoots aan bod in: ‘Max, Mischa & het Tet-offensief’. Dit kloeke boek, verschenen in 2017, vertelt het verhaal van toneelregisseur Max Hansen, die als puber vanuit Noorwegen naar Amerika emigreert.

Max, MischaYes, 1200 pagina’s. We hadden er zin in. Lekker, zo voor de zomer. Hoeven we maar één stoeptegel in onze koffer te stoppen. We hebben het ook (nou ja bijna) allemaal uitgelezen. Dat is best een prestatie, want het was soms behoorlijk ploeteren. We werden niet direct verleid om verder te lezen, het boek zakte soms nogal in en bevatte ellenlange kunst-beschouwende verhandelingen. ‘Een Proustiaanse leeservaring’ roept iemand.

Toch heeft het ons allen weten te raken. Het boek is bij vlagen hypnotiserend en omspant vele decennia en continenten: van de oorlog in Vietnam en Apocalypse Now tot jazzmuziek, van Mark Rothko en Burning Man tot de aanslag op de Twin Towers. Niet eerder voelden we bij een boek zo vaak de behoefte om te gaan googlen: is dit echt? Of totaal verzonnen?

En het is heel indrukwekkend hoe Harstad de moderne geschiedenis geloofwaardig tot leven heeft gebracht aan de hand van zijn personages. Max, de hoofdpersoon, heeft moeite om zijn Noorse jeugd, waarin hij als kind van communistische ouders Vietnamoorlogje speelde, achter zich te laten. Maar in Amerika ontdekt hij dat eigenlijk iedereen ontheemd is. Hij vindt vriendschap en liefde bij de acteur Mordecai, zijn oom en Vietnamveteraan Owen en bij de kunstenares Mischa. Of is het iets wat op vriendschap en liefde lijkt?

Want waar gaat het eigenlijk over? Dat kunnen we niet zo een-twee-drie besluiten. Over onthechting en ontheemding, wordt er geopperd. Over mensen die zich niet kunnen verbinden. Maar het gaat ook over vriendschap. En de onvoorspelbare dynamiek daarvan. Alles wat je verwacht gebeurt net niet. Het is een anticlimax-boek. Neehee, het gaat niet over relaties, zegt een ander, het gaat over het etaleren van ideeën en kennis over theater en kunst. Het is ironie en het schrijfplezier spat er vanaf.

Ondanks de melancholieke ondertoon valt er genoeg te lachen. De verhandeling over ‘wat er met mooiste meisje gebeurt’ bijvoorbeeld, is hilarisch. En het bizarre gedoe van de vader in zijn aanstootgevende korte broek. En dat links intellectuele geëmmer. Ja, we kunnen nog lang over dit boek bomen. En dat doen we dus ook.


 

Besproken op 4 juli 2017: Aan Chesil Beach van Ian McEwan

Ian McEwan (1948) is een Engelse roman- en scenarioschrijver. Hij staat sinds 2008 op de lijst van 50 beste Britse schrijvers sinds 1945. McEwan begon zijn schrijfcarrière in 1975 met de korte verhalenbundel ‘First Love, Last Rite’s’. Hiermee werd hij in één klap beroemd. Zijn eerste romans waren ‘The Cement Garden’ (1978) en ‘The Comfort of Strangers’ (1981). Ian is nogal productief. Hij heeft al zestien romans, twee jeugdboeken en een aantal theater- en filmscenario’s op zijn naam staan. ‘On Chesil Beach’ (2007) is zijn twaalfde roman en draait om één huwelijksnacht, kort voor de seksuele revolutie.

aan chesil beachHet komt niet vaak voor (lees: nooit) dat de Linnaeus Leesclub eensgezind in haar oordeel is, maar dit keer lijkt het dan toch echt te gebeuren. Okay, de één vond het best moeilijk en traag. En de ander ergerde zich aan de vele uitgebreide zijstappen die de auteur maakt – terwijl je potverdikke zó graag wilt weten hoe het nou verder gaat met die huwelijksnacht. Maar toch moeten we concluderen dat we allemaal genoten hebben van dit boek. Het is indrukwekkend hoe McEwan in de hoofden is gekropen van Florence en Edward, de twee belangrijkste personages, en de spanning weet op te bouwen naar de, jaja, onvermijdelijke daad.

Dit boek beschrijft meer dan een tijdsbeeld, vinden we. Het heeft ook iets melancholieks. Aan Chesil Beach gaat over lust versus angst. Over pogingen tot intimiteit. Over goede bedoelingen. Over pijn die verzacht wordt door de ander pijn te doen. En over hoe een ogenschijnlijk kleine handeling later levensbepalend blijkt te zijn geweest.

‘Slow reading’ is wel geboden. Dat komt ook vanwege het gebrek aan dialoog in het boek. De gebeurtenissen worden in kleine stapjes beschreven door een alwetende verteller, die ons overtuigend en – heel knap – zonder oordeel de gedachten en gevoelens laat meebeleven van zowel de angstige en van-seks-walgende Florence als de hunkerende ‘gezonde jongeman’ Edward. Ze houden van elkaar, en lijken ondanks een aantal duidelijke verschillen (klasse, milieu) ook geschikt om elkaars levenspartners te worden, maar op seksueel gebied is dit niet bepaald een match. En erover praten, ho maar. Het gebrek aan communicatie tussen die twee is op z’n zachtst gezegd schrijnend. Zou dit vandaag de dag ook nog zo kunnen gaan? We vragen het ons af.

We komen te spreken over seksuele voorlichting. Hoe ging dat ‘toen’? Hoe ging dat bij ons? Hoe belangrijk is het om te práten met elkaar? Hoe verschillend kunnen hoofd en lichaam reageren? En, heb je überhaupt nog zin in seks, na zo’n schaal gebraden rosbief in een gebonden jus, zachtgekookte groenten en blauwig getinte aardappels? Ha, ja, daar kunnen we wel een boom over opzetten.

Maar er is nog een andere vraag die ons bezig houdt. Heeft Florence ‘iets’ meegemaakt waardoor ze zo’n afkeer van seks heeft ontwikkeld? Volgens enkele lezers waren daar toch echt aanwijzingen voor. Overduidelijk. Maar waarom heeft niet iedereen die dan opgepikt? En was ook nog ‘iets’ met die huishoudster. Mmm, klaarblijkelijk toch niet slow genoeg gelezen.


Besproken op 7 juni 2017: Birk  van Jaap Robben

Jaap Robben begon als theatermaker en groeide uit tot dichter en schrijver van kinder- en jeugdboeken. In 2015 debuteerde hij met de roman ‘Birk’, over een 9-jarige jongen die op een afgelegen eiland woont en zijn vader voor zijn eigen ogen ziet verdrinken. Hiervoor kreeg hij de ANV Debutantenprijs 2015, de Dioraphte Literatour Publieksprijs 2015 en de Nederlandse Boekhandelsprijs 2015.

Birk Omslag 10.04.2014•def.inddHoe verrassend: de meningen zijn nogal verdeeld. Een enkeling vindt het ongeloofwaardig. Hoe kunnen mensen zó lang zó afgezonderd leven, zonder enige bemoeienis van buitenaf? En de stijl, die is zo schraal en kortaf. Zo weinig bloemrijk. Anderen vinden het – hoewel behoorlijk beklemmend – juist een prachtig boek. Een tijdloze en universele roman met meerdere grote thema’s, vol indrukwekkend gevonden metaforen die bijna een fysieke sensatie bij je teweegbrengen.

Het is knap hoe Robben zich heeft weten te verplaatsen in de gedachtewereld van Mikael, een opgroeiende jongen. En ook hoe levensecht en spits de dialogen zijn. Komt dat door de theaterachtergrond van de auteur? Het verbaast ons niet dat het boek momenteel wordt verfilmd. Het afgelegen, gure en eenzame eiland is een treffend gecreëerd decor voor het isolement en verdriet van de bewoners. De haast sadistische relatie met het meeuwtje en de moedermeeuw vinden we schokkend. Maar ook een mooie illustratie van hetgeen Mikael zelf overkomt.

Over één ding zijn we het hartgrondig eens: die moeder, djiezus, dat is dus echt een loeder. Wat een personage. Waarom doet ze wat ze doet? Is ze ‘gewoon’ ziek in haar hoofd? Een labiele troel die haar zoon gijzelt en niet in staat is tot autonomie? Het boek neemt je mee op een geniepig glijdende schaal; wanneer verandert ogenschijnlijk liefdevol en onschuldig moederen in een ongezonde symbiose en – zelfs – in een incestueuze verhouding? De ene lezer had dat vrijwel direct in de smiezen, al dan niet geholpen door een spoiler-alert. De ander werd al lezende langzaam wantrouwiger.

Jaap Robben sprak over Birk met Adriaan van Dis, in een speciale boekenweekuitzending van DWDD.