Linnaeus Leesclub

De Linnaeus Leesclub bestaat uit een best wel vrolijke verzameling leesliefhebbers en een geheimzinnige fietsenmaker – zal hij ooit écht verschijnen? We komen eens in de zes à acht weken bij elkaar in de kelder van de Linnaeus Boekhandel. Dat klinkt luguberder dan het is. Onder het genot van koffie, thee, zoetigheden en de kordate (in)leiding van Anja Duitsmann spuien we ons gal, bejubelen we prach-ti-ge zinnen en wisselen we meningen uit, die vaak verder reiken dan het onderwerp van het boek. De te lezen boeken worden democratisch gekozen, enige manipulatie is echter wel toegestaan. Huiswerk maken is niet nodig. Ja, het is wel handig als je het boek leest.
Op dit moment zitten we vol. Als je informatie wilt kun je altijd een e-mailbericht sturen aan info@linnaeusboekhandel.nl ter attentie van Anja.
Onderstaand de weergaven van de avonden, zoals vastgelegd door Anneke van de Watering.

Besproken op 23 oktober 2018: Wedervaring van Bodo Kirchoff.

wedervaringBodo Kirchhoff (Hamburg, 1948) studeerde pedagogiek in Frankfurt en begon direct daarna met het schrijven van theaterstukken, essays, reportages, korte verhalen en romans. Zijn werk werd al met meerdere prijzen bekroond. Voor ‘Wedervaring’ ontving hij de Deutscher Buchpreis. Hij woont in Frankfurt am Main.

De gepensioneerde uitgever Joachim Reither krijgt ‘s avonds laat bezoek van buurvrouw Leonie Palm. Zij wil horen wat hij vindt van een boek, dat, zo blijkt later, door haarzelf is geschreven. Maar ach, nu ze er toch is, kan ze net zo goed even binnenkomen voor een glas wijn en een sigaret, en welja, waarom gaan ze niet even een tochtje maken in haar auto? Het ritje mondt uit in een roadtrip, die pas eindigt op Sicilië. Onderweg worden de twee voorzichtig verliefd. Het lijkt wel een romantisch boek. Maar dan wordt de idylle verstoord en dringt de actualiteit binnen; vluchtelingen die veiligheid zoeken, een straatkind dat Palm wél en Reither niet wil meenemen. En dan heb je ook nog hun eigen onvermogen en lafheid. Zijn ze in staat om echt te leren van de fouten die ze in het verleden hebben gemaakt?

Als we alleen waren afgegaan op het omslag (het lijkt wel een slecht zelfhulpboek van een slappe goeroe), hadden we deze roman collectief genegeerd. Maar gelukkig was daar Edith, van de Linnaeus Boekhandel. Zij maakte ons nieuwsgierig. Wedervaring stond op de shortlist voor de Europese Literatuurprijs 2018 en kreeg ook fantastische recensies, maar leek – in Nederland dan toch – niet echt te worden opgepakt. Terecht?

Nee. Want we hebben genoten van deze bijzondere roman. Vooral van de bedachtzame en trefzekere schrijfstijl. En de mooie, herkenbare overpeinzingen van Kirchoff. Aanhalingstekens laat hij achterwege, waardoor je als lezer regelmatig kunt afvragen of iets nou werkelijk wordt gezegd of alleen gedacht. Ook het is vermakelijk om te lezen hoe Reither – als uitgever – commentaar geeft op zijn eigen stijl. Deze ‘truc’ biedt hem de slimme mogelijkheid om heerlijk te schmieren en zinnen te laten staan die hij bij een ander onverbiddelijk zou schrappen.

Wedervaring is een roman over het verlangen om het leven als een boek te zien. Als een verhaal waaraan je kunt blijven schaven. Waaraan je zelfs een andere draai kunt geven. Maar ook, tegelijkertijd, over het besef dat het leven zo niet werkt. Beslissingen die je indertijd achteloos hebt genomen, blijken niet te herstellen. Het is te laat om gemiste kansen alsnog te grijpen. Je kunt hooguit proberen om langs een andere weg nog iets goed te maken, zoals de hoofdpersonen in dit boek. Ook dan neem je weer beslissingen. En of dat dan de juiste zijn?

En waarom moeten ze nou continu roken?

Besproken op 11 september 2018: Droom nummer negen – David Mitchell

droom nummer negenHet werk van David Mitchell (Southport, 1969) kenmerkt zich door een enorme verscheidenheid aan stijlen en vormen waarmee hij vele verhaallijnen door elkaar vlecht. In zijn boeken staat Japan vaak centraal. Zo ook in zijn tweede boek; ‘Droom nummer negen’ (2001), waarin een Japanse jongen op zoek gaat naar zijn vader, in Tokyo. Droom, herinnering en werkelijkheid lopen door en langs elkaar. Het boek is genomineerd voor de Booker Prize. Na dit boek schreef Mitchell o.a. nog ‘Wolkenatlas’ (zijn bestseller, is ook verfilmd), ‘De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet’ en ‘Tijdmeters’.

De Linnaeus Leesclub kent enkele verstokte Mitchell-fans (you know who you are) en na maanden, nee járen van stille diplomatie en keihard lobbywerk vonden we het een goed idee om hem maar eens gezamenlijk te gaan lezen. Nou, dat hebben we geweten. Nee, geintje.

De jonge jongen Eiji Miyake arriveert in Tokio met slechts één doel: zijn vader vinden. De vader die hij nog nooit heeft ontmoet. In de hectische hoofdstad begint hij aan zijn tot mislukken gedoemde zoektocht. Op overrompelende wijze beschrijft Mitchell hoe Eiji zich een weg moet banen door een grenzeloos niemandsland vol geisha’s, gangsters, hackers, detectives en goochelende pizzakoeriers.

Dat dat een bijzondere leeservaring was, wordt al snel duidelijk. Waar de ene lezer drie dagen lang heeft gebinged en nauwelijks aanspreekbaar was voor haar naasten, was de ander wekenlang zuchtend aan het ploeteren, wegleggen en weer oppakken. Het is een overweldigend boek. En er gebeurt véél. Misschien wel te veel. En enkeling heeft het over een LSD-trip, je wordt alle kanten opgeslingerd. Het is echt een puzzel. Een puzzel met soms ook vervelende en oninteressante stukken. En stukken die niet altijd lijken te passen.

Hoe dan ook, het schrijfplezier van Mitchell spat van de bladzijdes af. Hij is een grenzeloze verhalenverteller. Waarschijnlijk is zelfs zijn boodschappenlijstje nog literair. Droom nummer 9 is gewaagd en gedurfd. En daardoor soms ook nogal ongebreideld. Speelt het mee dat hij nog tamelijk jong was toen hij het schreef? En dat het ‘pas’ zijn tweede boek was? Zijn latere werk wordt door enkele leesclubleden véél beter bevonden. We twijfelen: speelt de leeftijd van een auteur mee in je oordeel? Kun je een boek op prijs stellen als een opmaat naar later werk? Of moet het helemaal op zichzelf staan?


Besproken op 26 juni 2018: Herfst – Ali Smith

herfstMartine, een van de leden van de leesclub, heeft het boek samen met een collega vertaald. Zij vertelde hoe zij en haar collega te werk gaan met het vertalen van een boek. Er staan veel woordspelingen in het boek die soms moeilijk te vertalen zijn. Dat is een heel gepuzzel.
Het boek geeft beeldende beschrijvingen van de bureaucratie en de macht van ambtenaren (zoals bij het aanvragen van een paspoort en de foto wijkt iets af).
In het begin is het boek moeilijk te lezen, daarna wordt het gewoner.
De meesten van ons zijn erg lyrisch over deze manier van schrijven. Een enkeling heeft er niks mee of vindt het soms moeilijk te begrijpen.

Degenen die lovend waren over het boek hadden de volgende opmerkingen:
– Een van onze leesclubleden las slechts 1 bladzijde; ze vond het zonde om door te gaan omdat het boek dan al zo snel uit was.
– Knap om dromen in woorden te vangen.
– Hoopvol gestemd boek, het is op een positieve manier geschreven. Bijvoorbeeld over de zure moeder van Elisabeth die het geluk vindt. Hierdoor ziet Elisabeth haar moeder met andere ogen.
– Daniël Glück is een leuke romanpersonage. Elisabeth ontmoet Daniël op een moment dat het tussen haar en haar moeder niet zo klikte.
– De relatie tussen Elisabeth en Daniël is bijzonder.
– Daniël tilt Elisabeth boven het alledaagse uit en leert haar de schoonheid van de kunst kennen.
– Daniël herkent het talent van Elisabeth.
– Het heeft een goede structuur.
– Mooie zinnen, veel humor.
– Het associatieve is erg mooi; er valt veel over te zeggen.
– De beschrijvingen van Ali Smith zijn beter te begrijpen dan de uitleg van politici.
– Ali Smith verwijst voortdurend naar de literatuur en kunstenaars.
– De Brexit wordt zijdelings aangetipt. Er is te weinig over gepraat en er is te snel besloten. Ali Smith maakt het op een positievere manier bespreekbaar.


Besproken op 15 mei 2018: Schuilplaatsen van Woody Gardiner – Frank Gunning

schuilplaatsenFrank Gunning is, naast auteur, ook theatermaker, regisseur, producent. Hij is al zijn hele leven bezig met schrijven. Al in zijn vroege jeugd schreef hij lekker zielige liedjes en tijdens zijn theateropleiding schreef hij het liefst zijn eigen theaterteksten. Na zijn studie raakte het podium al snel meer naar de achtergrond en klom hij steeds meer in de pen. Dat resulteerde in zijn fictiedebuut ‘Het meisje van glas’ in 2014. Zijn tweede boek, ‘Schuilplaatsen van Woody Gardiner’, is gebaseerd op een werkelijke figuur die tijdens zijn leven als spion verschillende identiteiten aannam. Wat is waar en wat is fantasie? Een gegeven waar Frank in zijn boek volop mee speelt. Frank geeft ook schrijfcursussen en individuele schrijfbegeleiding in zijn eigen schrijfatelier De Pijp.

Een anders-dan-anders bijeenkomst deze keer, want we hebben de auteur himself in huis. Frank Gunning is schrijfcoach van één van onze leden en dat korte lijntje stelde ons in de gelegenheid om hem eens flink aan de tand te voelen over zijn boek, over Woody Gardiner maar vooral over zijn schrijfproces.

Want er is natuurlijk niet één methode of manier om een boek te schrijven. De ene auteur begint gewoon met een leeg vel, terwijl de ander eerst uitgebreid gaat researchen en alles uitdenkt. Frank behoort duidelijk tot deze laatste categorie. Maar liefst 3 jaar nam hij de tijd om onderzoek te doen en de wegen van Gardiner te volgen. Hij beleefde – naar eigen zeggen – fantastische avonturen, vloog met een vliegtuigje over Woensdrecht, ontmoette de vreemdste paradijsvogels en ontving onthullende brieven.

Dankzij deze omvangrijke research kwamen zijn personages één voor één tot leven. Ondertussen probeerde Frank een en ander te ordenen, eerst in hoofdstukken en vervolgens in schema’s. En pas toen dat allemaal leek te kloppen kon het ‘echte schrijven’ beginnen. Op goede dagen leek dat haast vanzelf te gaan. Frank beschrijft aanstekelijk de magische flow waarin het verhaal heel eigenwijs een andere kant op wil dan de schrijver en hoe hij soms welhaast geïndoctrineerd kon raken door de radicale overtuigingen van zijn personages. Alsof hij zelf werd overtuigd door de argumenten die geweld goedpraten. Dat boeit ons mateloos.

Wat zegt dit boek nou eigenlijk over Frank zelf? Waarom schept hij zoveel verwarring? Waarom kneedt hij feit en fictie door elkaar? Waarom die al verschillende personages en perspectieven? Wat is hij zelf wijzer geworden van dit boek? Het is heerlijk om dit soort vragen nu eindelijk eens te kunnen stellen aan een auteur. En Frank geeft ons eerlijk en geduldig antwoord. Althans, dat probeert hij: “Woody nam het verhaal over. Ik was in een wereld waarin plotseling alles zweefde. Ik hoefde alleen nog maar te volgen en bij te sturen. Het was een magisch en cool creatieproces dat mij inzichten verschafte in wat mensen drijft.” Ja, magisch dat is het. We zijn onder de indruk van zijn verhaal en overdenken stilletjes al onze eigen ongeschreven boeken.


Besproken op 27 maart 2018: Wees onzichtbaar – Murat Isik

Basis CMYKMurat Isik (1977) debuteerde in 2012 met de roman ‘Verloren grond’. Hij ontving er de Bronzen Uil Publieksprijs voor en werd genomineerd voor de Academica Literatuurprijs. In 2017 verscheen zijn roman ‘Wees onzichtbaar’, een coming of age verhaal over het Turks jongetje Metin dat opgroeit in de Bijlmer in de jaren ‘80. Een grandioos succes. Het ontving meerder nominaties, werd Boek van het jaar 2017 bij het NRC Handelsblad en bol.com, won de boekhandelsprijs 2018 en de Libris Literatuur Prijs. Reden genoeg voor de immer kritische Linnaeus Leesclub om zich af te vragen: “Is al dat eerbetoon wel terecht?”

‘Een prachtige getuigenis. Onvergetelijke scènes. Een dapper boek. Bijzonder mooi. Spreekt tot de verbeelding. Las als een trein. Herkenbaar. Interessant.’ We beginnen ons gebruikelijke eerste-indruk-rondje met niets dan lof. We hebben allemaal mee kunnen leven met het hoofdpersonage en zijn onder de indruk van het verhaal, dat vaak het cliché ontstijgt en ons echt met een andere blik naar de Bijlmer én naar Turken in Nederland heeft doen kijken. Hulde! Alleen dát al verdient een prijs.

Murat Isik schrijft nietsontziend over Metin, die het zowel thuis als op school niet echt getroffen heeft. Over zijn onzekerheden. Over zijn blik op meisjes en vrouwen. Over hoe hij gepest wordt. Over zijn lafheid. We zijn vooral geraakt door de manier waarop Isik het voortdurende onvermogen om tegengas te geven aan zijn gewelddadige vader omschrijft. Oh nee, de vader van zijn hoofdpersonage. Want het boek is géén autobiografie. Dat kunnen we ons nauwelijks voorstellen.

Isik zegt hier zelf over in een interview: “Het is een roman, en de vader in het boek is niet mijn vader, maar een romanpersonage. Maar ik ken wel de pijn van de hoofdpersoon Metin en de strijd om je te ontworstelen aan je lot, ik weet hoe moeizaam een relatie met een vader als in het boek kan zijn, en hoe lastig het is om geen aansluiting te vinden op je middelbare school en om gepest te worden. En ik ken de Bijlmer, de mooie kanten van die ‘beruchte’ wijk, maar ook de rauwe kanten. In mijn roman heb ik niet alleen onderzocht hoe een vader zo kan handelen zoals de vader in het boek handelt, maar ook hoe het vooruitstrevende project dat de Bijlmer eens was zo kon verloederen en mislukken. De antwoorden hebben mij verrast.”

Ja, ons ook. We hebben niet alleen een veel rijker en realistischer beeld gekregen van de Bijlmer en Turken in Nederland, maar ook van de mechanismes die een rol spelen bij pesten. Waarom was Metin daar slachtoffer van? Hoe groot is de invloed zijn vader daarop? Waarom kon Metin niet woedend worden? Relevante vragen.

Maar… is het wel literatuur? Daar valt over te twisten. Dus dat doen we. De stijl is soms vervelend plechtstatig. Waarom ‘ik begaf me..’ en ‘ik bevond me…’ in plaats van ‘ik ging naar..’ en simpelweg ‘ik was…’? En wat moeten we met al die bijvoeglijke naamwoorden? De opbouw van de roman is ook wel erg, ja, lineair. Een strenge redacteur was goed geweest. Die had Murat wellicht ook aangespoord om de lezer wat meer aan het denken te zetten. Te kauwen te geven. Door het verhaal naar een hoger, universeler plan te tillen en het groter te maken dan een particuliere getuigenis. Want dat is wat het is. En, hoe indrukwekkend ook, niet meer dan dat. Volgens de Linneaus Leesclub dan hé?


Besproken op 20 februari 2018: De idioot – Dostojevski

idiootFjodor Michailowitsj Dostojevski (1821 – 1881) is een van de bekendste auteurs uit de Russische literatuur. Hij heeft een omvangrijk oeuvre geproduceerd maar werd met name beroemd vanwege zijn romans ‘De gebroeders Karamazov’, ‘Misdaad en straf’ en ‘De idioot’. Later brak hij ook door als redenaar: zijn toespraak bij de onthulling van het Poesjkin-standbeeld in Moskou leidde tot grote emoties: studenten vielen flauw, vrouwen omhelsden hem, vijanden verzoenden zich huilend en de kranten stonden er vol van. Hij stierf op 28 januari 1881 aan een longbloeding. Zijn begrafenis was een nationale gebeurtenis.

Wij lazen een nieuwe (2013) vertaling van ‘De idioot’. Dit boek is geschreven in 1867 en 1868, een zwarte periode van Dostojevski’s leven. Hij was met zijn jonge vrouw op de vlucht voor schuldeisers in Europa. Daar verspeelde hij het weinige geld dat hij nog had aan de roulette en stierf zijn eerste kind al na een paar maanden. Hij schreef De idioot in feuilleton, zo verdiende hij wat geld per deel/hoofdstuk. Het boek bevat mede daarom veel uitweidingen, zijsporen en herhalingen. Maar voor de Russen in die tijd was het een soort Netflix avant la lettre. Smullen! Binge-lezen!

‘Je moet de Russische bibliotheek beschouwen als een goede kaasplank’ leren we van Menno Hartman van uitgeverij Van Oorschot. Anja heeft Menno speciaal voor onze bijeenkomst uitgenodigd en bereid gevonden om ons wat inside information te verschaffen over de Russische romans. Deze verschijnen al sinds 1947 bij Van Oorschot. En vanaf 2005 zelfs weer in nieuwe vertalingen. We hangen aan zijn lippen. ‘Begin met iets lichts, makkelijks, een Tsjechov. Pak dan Boenin of Toergenjev bijvoorbeeld. En bouw het dan langzaam op, naar het zwaardere werk. De idioot is eigenlijk geen gelukkige keuze. Dat is geen goede instap-rus. Je moet er echt de tijd voor nemen. Het is onderhoudend, maar taai.’

Mmm, dat verklaart een hoop. Sowieso begrijpen we ook van Menno dat je ‘de Russen’ niet kunt beschouwen als één type auteur. Natuurlijk. Net zomin als je bijvoorbeeld ‘de Nederlanders’ Reve, Mulisch en Hermans op één hoop kunt gooien. Het enige wat ze gemeen hebben is hun afkomst. Ze verschillen juist enorm in stijl, onderwerp en thematiek. We beloven daarom om ook nog wat andere Russen een kans te geven.

Want ja, wat vonden nou van De idioot? Of in ieder geval, die enkele dappere doorzetters die überhaupt de laatste pagina hebben weten te behalen? ‘Het leek soms wel op huiswerk. ‘ en ‘Langdradig.’ wordt er geroepen. ‘Een hele klus, ik moest me er steeds weer toe zetten.’ De idioot is een wijdlopig theatraal boek, met veel hoogoplopende emoties en massa-scènes. En dan hop, weer naar de volgende acte. De personages (als je ze al uit elkaar kunt houden, met al die namen) lijken soms onnavolgbaar. Ze veranderen zomaar ineens van mening. Hoewel Dostojevski regelmatig zijn psychologisch inzicht laat zien, lijkt hij zijn personages vooral te gebruiken om zijn eigen blik op de maatschappij te verkondigen. Dat maakt het ook knap en tijdloos. En geestig af en toe. En het houdt je bij de les, je blijft nieuwsgierig naar de afloop. Gelukkig wordt volhouden beloond. Want het einde, de laatste 30 pagina’s, vindt men over het algemeen toch het mooist.


Besproken op 9 januari 2018: Lincoln in de bardo – George Saunders

lincoln in de bardoDe Amerikaanse auteur George Saunders (1958) is vooral bekend vanwege zijn korte verhalen, maar schreef ook essays en kinderboeken. ‘Lincoln in de bardo’, zijn eerste roman, is een ongewoon boek. De plaats van handeling is een begraafplaats in Washington. President Abraham Lincoln bezoekt de crypte van zijn elfjarige zoontje, die nét is overleden. Zijn bezoek veroorzaakt nogal wat opwinding onder talloze geesten, die nog rondwaren op de begraafplaats. Saunders won al talloze prijzen en werd opgenomen in de lijst van de honderd invloedrijkste personen ter wereld in TIME. Met dit boek won hij de Man Booker Price in 2017.

“Hoe de doden het leven moeilijk loslaten.”

“Wat een gek en ongebruikelijk boek.”

“Ik was blij dat ik het uit had.”

“Een boek om te herlezen.”

“Je moet er even van op adem komen.”

“Hoe je geleefd hebt. Een reflectie.”

“Ontroerend.”

“Overrompelend.”

“Briljant.”

“Een beetje een trucje.”

“Vrolijk.”

“Idioot.”

“Vermakelijk”.

“Poëtisch.”

“Wel moeilijk om alle lijntjes te blijven volgen.”

“Knap hoe je de personages van elkaar kunt onderscheiden.”

“Die begraafplaats is een kleine samenleving. Alle personages geven een beeld op de samenleving.”

“Het voorgeborchte. De bardo.”

“Is dat een soort vagevuur?”

“Die bijzondere personages leiden te veel af van de verhaallijn.”

“Ik had eigenlijk wel gehoopt op wat meer geschiedenis, wat context.”

“Ik heb nu meer achtergrondinformatie over de oorlog”

“De wisseling tussen feit en fictie werkt verwarrend”

“Zo grappig, die elkaar tegensprekende bronnen!”

“Als je de lijnen loslaat, maakt dat het lezen makkelijker.”

“De vorm heeft een belangrijke functie hoor.”

“En dan die man met die enorme erectie de hele tijd.”

“Ja. Dat je dan spijt hebt van je zelfmoord.

“Al die mooie dingen die het leven mooi maken! Zoooooo prachtig!”

“Zweefglibberend. Briljant vertaald.”

“Het leven heeft toch ook geen clou. ”

“Daar gaat het over.”


Besproken op 28 november 2017: De acht bergen – Paolo Cognetti.

De in Milaan geboren schrijver Paolo Cognetti (1978) brak definitief door met zijn roman ‘De acht bergen’. Het boek is een bestseller en werd zowel met de Premio Strega Giovani als met de prestigieuze Premio Strega bekroond. Cognetti is ook documentairemaker. En merk je als je zijn boek leest. Hij observeert en registreert, schept een sfeer en creëert met veel aandacht een levensecht decor in de bergen in Noord-Italië. Hij geeft nergens een oordeel, dat laat hij aan de lezer over.

Voor de Linnaeus Leesclub is een DWDD-aanbevelings-sticker meestal geen aanbeveling. Integendeel. Noem het nuffig. Noem het eigenwijs. Of noem het niet. De ontsierende stickers worden er in ieder geval snel afgekrabbeld en betreffende boek wordt met argusogen gelezen. Fan-tááás-tisch? Jaja, dat bepalen we zelf wel. En als het dan ook nog een bestseller is, zijn we helemaal op ons hoede.

‘De acht bergen’ gaat over twee vrienden. Pietro, een stadsjongen uit Milaan. En Bruno, een eenvoudige koeienverzorger uit een bergdorpje. Zij ontmoeten elkaar als 11-jarige jongens, wanneer Pietro met zijn ouders in het dorpje op vakantie is. Vervolgens brengen ze vele zomers samen door, met eindeloze bergwandelingen en dwaaltochten en bloeit er een onverwoestbare vriendschap op, waarin de ouders van Pietro ook een belangrijk aandeel hebben. De vader van Pietro is namelijk ook nogal een bergwandel-gekkie.

Een aantal van ons heeft genoten van de gedetailleerde omschrijvingen van de bergen en het landschap. En ook thema’s als coming of age, vaders en zonen, vriendschap en de relatie tussen mens en natuur lusten we graag. Knap gedaan hoor, die polariteit die wordt gesymboliseerd door (letterlijk!) pieken en dalen. Wat betekent de nietige mens nou nog, tegen zo’n enorme berg? Wat maakt hem zo onmachtig om zich te binden?

Maar hoe prachtig en mooi gedaan ook, het raakt ons niet echt. Misschien juist daarom niet. We vinden het net iets te goed kloppen allemaal. Te gladjes. Te kabbelend. En ja, zelfs te cliché. Bruno die de zoon is die Pietro niet is. Mannen die niet over hun gevoel kunnen praten. Stad en platteland. De edele wilde. Waar is de woede? We missen het onvoorspelbare. Het levensechte. Vlees en bloed. Maar misschien verdien je daar geen DWDD-sticker mee.


Besproken op 17 oktober 2018: Vertel me het einde – een essay in veertig vragen van Valeria Luiselli

vertel me het eindeValeria Luiselli (1983, Mexico-Stad) wordt gezien als een van de meest spraakmakende en vernieuwende jonge auteurs uit Zuid-Amerika. Haar debuut ‘Valse papieren’ kreeg een cultstatus, maar ze brak pas echt internationaal door met de roman ‘De gewichtlozen’. Luiselli speelt graag met genres. Ze schreef het komisch experiment ‘De geschiedenis van mijn tanden’ en publiceert ook korte stukken.
Terwijl Luiselli zelf in 2015 op haar green card wacht, werkt ze als tolk bij de immigratierechtbank in New York. Ze luistert naar de verhalen van honderden Latijns-Amerikaanse kinderen die zonder ouders de Amerikaanse grens zijn overgestoken en aan wie ze telkens dezelfde veertig vragen op het intakeformulier moet stellen. Deze ervaringen verwerkt ze in het essay ‘Vertel me het einde’, dat kan worden beschouwd als een aanklacht tegen het migratiebeleid in de Verenigde Staten.

We waren het er snel over eens dat je het met de inhoud van Vertel me het einde eigenlijk niet ‘oneens’ kunt zijn. Het is schokkend, pijnlijk en indrukwekkend om te lezen hoe weinig we begrijpen van de levens van deze getraumatiseerde kinderen en van de gruwelijke wereld die ze ontvluchten. Hun antwoorden passen natuurlijk niet binnen de lijntjes van overheidsformulieren. Ze worden gezien en behandeld als ongewenste vreemdelingen (aliens!) en verdwalen in procedures die er eigenlijk alleen maar op gericht zijn om snel over te gaan tot uitzetting. Een confronterende eye opener, die ons allemaal heeft geraakt.

Maar over het literaire gehalte zijn we wat minder unaniem. Het is de vraag of dat relevant is, maar hé, we zijn een literaire leesclub nietwaar? Niet iedereen stoorde zich eraan, maar de vertaling laat toch echt te wensen over. De koppeling met het privéleven van Luiselli is heel sterk en dat maakt het ook literair. Tegelijkertijd doet dat verlangen naar meer. Meer context, meer diepgang en minder kort door de bocht. De verhaallijn rammelt soms en Luiselli trekt soms (te) snelle conclusies. Je voelt de hevige verontwaardiging en hoe terecht ook, als lezer heb je behoefte aan meer objectiviteit, zodat je zelf je conclusies kunt trekken.

Is dit nou een pamflet of literatuur? En is dat relevant? Moet kunst eigenlijk geëngageerd zijn? Kan het de complexiteit van schuldvraagstukken werkelijk zichtbaar maken of is literatuur daar tóch te vooringenomen voor? Het waren grote vragen die ons bezighielden op die tochtige herfstavond in de kelder van boekhandel.

En het was nog wel zo’n dun boekje.


Besproken op 12 september 2017: Max, Mischa & het Tet-offensief van Johan Harstad

Johan Harstad (1979) is een jonge Noorse schrijver die begon met publiceren in 2001. Hij schreef onder andere het succesvolle ‘Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?’ (2007) en ‘Hässelby, het demonteren is begonnen’ (2009). Johan Harstad is een productief type. Hij heeft ook verhalenbundels en een jong adult roman op zijn naam staan en brengt in eigen beheer muziek, film en grafisch werk uit. Daarnaast is hij de (gevierde) eerste huisschrijver van het Nationale Theater in Noorwegen. Zijn ervaring met theater komt ruimschoots aan bod in: ‘Max, Mischa & het Tet-offensief’. Dit kloeke boek, verschenen in 2017, vertelt het verhaal van toneelregisseur Max Hansen, die als puber vanuit Noorwegen naar Amerika emigreert.

Max, MischaYes, 1200 pagina’s. We hadden er zin in. Lekker, zo voor de zomer. Hoeven we maar één stoeptegel in onze koffer te stoppen. We hebben het ook (nou ja bijna) allemaal uitgelezen. Dat is best een prestatie, want het was soms behoorlijk ploeteren. We werden niet direct verleid om verder te lezen, het boek zakte soms nogal in en bevatte ellenlange kunst-beschouwende verhandelingen. ‘Een Proustiaanse leeservaring’ roept iemand.

Toch heeft het ons allen weten te raken. Het boek is bij vlagen hypnotiserend en omspant vele decennia en continenten: van de oorlog in Vietnam en Apocalypse Now tot jazzmuziek, van Mark Rothko en Burning Man tot de aanslag op de Twin Towers. Niet eerder voelden we bij een boek zo vaak de behoefte om te gaan googlen: is dit echt? Of totaal verzonnen?

En het is heel indrukwekkend hoe Harstad de moderne geschiedenis geloofwaardig tot leven heeft gebracht aan de hand van zijn personages. Max, de hoofdpersoon, heeft moeite om zijn Noorse jeugd, waarin hij als kind van communistische ouders Vietnamoorlogje speelde, achter zich te laten. Maar in Amerika ontdekt hij dat eigenlijk iedereen ontheemd is. Hij vindt vriendschap en liefde bij de acteur Mordecai, zijn oom en Vietnamveteraan Owen en bij de kunstenares Mischa. Of is het iets wat op vriendschap en liefde lijkt?

Want waar gaat het eigenlijk over? Dat kunnen we niet zo een-twee-drie besluiten. Over onthechting en ontheemding, wordt er geopperd. Over mensen die zich niet kunnen verbinden. Maar het gaat ook over vriendschap. En de onvoorspelbare dynamiek daarvan. Alles wat je verwacht gebeurt net niet. Het is een anticlimax-boek. Neehee, het gaat niet over relaties, zegt een ander, het gaat over het etaleren van ideeën en kennis over theater en kunst. Het is ironie en het schrijfplezier spat er vanaf.

Ondanks de melancholieke ondertoon valt er genoeg te lachen. De verhandeling over ‘wat er met mooiste meisje gebeurt’ bijvoorbeeld, is hilarisch. En het bizarre gedoe van de vader in zijn aanstootgevende korte broek. En dat links intellectuele geëmmer. Ja, we kunnen nog lang over dit boek bomen. En dat doen we dus ook.


 

Besproken op 4 juli 2017: Aan Chesil Beach van Ian McEwan

Ian McEwan (1948) is een Engelse roman- en scenarioschrijver. Hij staat sinds 2008 op de lijst van 50 beste Britse schrijvers sinds 1945. McEwan begon zijn schrijfcarrière in 1975 met de korte verhalenbundel ‘First Love, Last Rite’s’. Hiermee werd hij in één klap beroemd. Zijn eerste romans waren ‘The Cement Garden’ (1978) en ‘The Comfort of Strangers’ (1981). Ian is nogal productief. Hij heeft al zestien romans, twee jeugdboeken en een aantal theater- en filmscenario’s op zijn naam staan. ‘On Chesil Beach’ (2007) is zijn twaalfde roman en draait om één huwelijksnacht, kort voor de seksuele revolutie.

aan chesil beachHet komt niet vaak voor (lees: nooit) dat de Linnaeus Leesclub eensgezind in haar oordeel is, maar dit keer lijkt het dan toch echt te gebeuren. Okay, de één vond het best moeilijk en traag. En de ander ergerde zich aan de vele uitgebreide zijstappen die de auteur maakt – terwijl je potverdikke zó graag wilt weten hoe het nou verder gaat met die huwelijksnacht. Maar toch moeten we concluderen dat we allemaal genoten hebben van dit boek. Het is indrukwekkend hoe McEwan in de hoofden is gekropen van Florence en Edward, de twee belangrijkste personages, en de spanning weet op te bouwen naar de, jaja, onvermijdelijke daad.

Dit boek beschrijft meer dan een tijdsbeeld, vinden we. Het heeft ook iets melancholieks. Aan Chesil Beach gaat over lust versus angst. Over pogingen tot intimiteit. Over goede bedoelingen. Over pijn die verzacht wordt door de ander pijn te doen. En over hoe een ogenschijnlijk kleine handeling later levensbepalend blijkt te zijn geweest.

‘Slow reading’ is wel geboden. Dat komt ook vanwege het gebrek aan dialoog in het boek. De gebeurtenissen worden in kleine stapjes beschreven door een alwetende verteller, die ons overtuigend en – heel knap – zonder oordeel de gedachten en gevoelens laat meebeleven van zowel de angstige en van-seks-walgende Florence als de hunkerende ‘gezonde jongeman’ Edward. Ze houden van elkaar, en lijken ondanks een aantal duidelijke verschillen (klasse, milieu) ook geschikt om elkaars levenspartners te worden, maar op seksueel gebied is dit niet bepaald een match. En erover praten, ho maar. Het gebrek aan communicatie tussen die twee is op z’n zachtst gezegd schrijnend. Zou dit vandaag de dag ook nog zo kunnen gaan? We vragen het ons af.

We komen te spreken over seksuele voorlichting. Hoe ging dat ‘toen’? Hoe ging dat bij ons? Hoe belangrijk is het om te práten met elkaar? Hoe verschillend kunnen hoofd en lichaam reageren? En, heb je überhaupt nog zin in seks, na zo’n schaal gebraden rosbief in een gebonden jus, zachtgekookte groenten en blauwig getinte aardappels? Ha, ja, daar kunnen we wel een boom over opzetten.

Maar er is nog een andere vraag die ons bezig houdt. Heeft Florence ‘iets’ meegemaakt waardoor ze zo’n afkeer van seks heeft ontwikkeld? Volgens enkele lezers waren daar toch echt aanwijzingen voor. Overduidelijk. Maar waarom heeft niet iedereen die dan opgepikt? En was ook nog ‘iets’ met die huishoudster. Mmm, klaarblijkelijk toch niet slow genoeg gelezen.


Besproken op 7 juni 2017: Birk  van Jaap Robben

Jaap Robben begon als theatermaker en groeide uit tot dichter en schrijver van kinder- en jeugdboeken. In 2015 debuteerde hij met de roman ‘Birk’, over een 9-jarige jongen die op een afgelegen eiland woont en zijn vader voor zijn eigen ogen ziet verdrinken. Hiervoor kreeg hij de ANV Debutantenprijs 2015, de Dioraphte Literatour Publieksprijs 2015 en de Nederlandse Boekhandelsprijs 2015.

Birk Omslag 10.04.2014•def.inddHoe verrassend: de meningen zijn nogal verdeeld. Een enkeling vindt het ongeloofwaardig. Hoe kunnen mensen zó lang zó afgezonderd leven, zonder enige bemoeienis van buitenaf? En de stijl, die is zo schraal en kortaf. Zo weinig bloemrijk. Anderen vinden het – hoewel behoorlijk beklemmend – juist een prachtig boek. Een tijdloze en universele roman met meerdere grote thema’s, vol indrukwekkend gevonden metaforen die bijna een fysieke sensatie bij je teweegbrengen.

Het is knap hoe Robben zich heeft weten te verplaatsen in de gedachtewereld van Mikael, een opgroeiende jongen. En ook hoe levensecht en spits de dialogen zijn. Komt dat door de theaterachtergrond van de auteur? Het verbaast ons niet dat het boek momenteel wordt verfilmd. Het afgelegen, gure en eenzame eiland is een treffend gecreëerd decor voor het isolement en verdriet van de bewoners. De haast sadistische relatie met het meeuwtje en de moedermeeuw vinden we schokkend. Maar ook een mooie illustratie van hetgeen Mikael zelf overkomt.

Over één ding zijn we het hartgrondig eens: die moeder, djiezus, dat is dus echt een loeder. Wat een personage. Waarom doet ze wat ze doet? Is ze ‘gewoon’ ziek in haar hoofd? Een labiele troel die haar zoon gijzelt en niet in staat is tot autonomie? Het boek neemt je mee op een geniepig glijdende schaal; wanneer verandert ogenschijnlijk liefdevol en onschuldig moederen in een ongezonde symbiose en – zelfs – in een incestueuze verhouding? De ene lezer had dat vrijwel direct in de smiezen, al dan niet geholpen door een spoiler-alert. De ander werd al lezende langzaam wantrouwiger.

Jaap Robben sprak over Birk met Adriaan van Dis, in een speciale boekenweekuitzending van DWDD.