Linnaeus leest

johan cruijff laatste seizoen onder het water kamers antikamers florida onbarmhartig pad door oost

Wat lezen de Linnaeusmedewerkers op dit moment?

Johan Cruijff leeft
johan cruijff
Er zouden dit najaar twee boeken over Cruijff verschijnen. Alweer een boek over Cruijff? Hoeveel boeken kun je schrijven over die man?! Ik ga geen vergelijkingen maken met grote historische figuren, maar laten we zeggen dat er van sommige mensen meer biografieën verschijnen dan van andere.
Deze week ligt dé biografie van de hand van Auke Kok in de winkel. Een paar weken geleden was daar Het laatste seizoen van Arthur van den Boogaard, met het Feyenoord-jaar van Cruijff als uitgangspunt. In de media werd laatste seizoengedaan alsof Van den Boogaard Kok over de vluchtstrook had ingehaald, maar dat is niet waar. Van den Boogaard was al begonnen voor Cruijff in 2016 overleed – zijn overlijden vertraagde het proces aanzienlijk, waar het overlijden bij Kok juist het startschot was. Beide auteurs hebben als wolven gewerkt om voor de door de uitgeverijen zo geliefde feestdagen klaar te zijn en het is ze beiden gelukt. Dat Van den Boogaard wel aanvoelde dat het commercieel verstandig was om voor Kok uit te komen, getuigt van realisme, er kwam geen elleboog bij aan te pas.

Vroeger haatte ik voetbal. Toen ik begin twintig was capituleerde ik – if you can’t beat them, join them, moet ik gedacht hebben en van 1993 tot de beschamende vertoning van het Nederlands Elftal in de verloren WK-finale van 2010 volgde ik alles, ik had zelfs een paar jaar een abonnement op de VI (oké, daarmee ben je niet per se een kenner of een liefhebber, maar toch).
Ik begreep het spelletje, vond een wedstrijd in een stadion kijken oneindig veel interessanter dan op tv, het liefst van al luisterde ik naar Langs de lijn. Eén ‘onderdeel’ begreep ik niet: de niet aflatende bewieroking van Johan Cruijff. Alles wat hij zei werd gewogen en voor waar aangenomen. Voor mij sprak hij in raadselen. Omdat ik hem nooit als voetballer had meegemaakt ontbrak het me aan ‘eerbied’ dacht ik altijd, veel vaker dacht ik dat het gewoon onzin was, wat hij zei. In 2010 keerde ik het voetbal de rug toe, in 2016 overleed Cruijff, ik wist dat het een verdrietig moment was voor velen, zelf voelde ik er weinig bij.
En nu las ik toch zomaar twéé lijvige boeken over deze man. Ik mocht meelezen met Auke Kok en in afwachting van de laatste hoofdstukken las ik het boek van Van den Boogaard. En ik genoot, dubbel. Beide auteurs spelen in de eredivisie als het op sportschrijven aankomt. Hun aanpak verschilde sterk – Auke laat mensen aan het woord over hoe het er in de kleedkamer aan toeging, bij Arthur zít je in de kleedkamer. En beide auteurs lukte het weg te blijven uit het moeras van de mythevorming. Het is maar wat makkelijk om nu te zeggen dat het in zijn debuutwedstrijd meteen al zonneklaar was dat Hij de visionair was, veel leuker is het om te lezen dat de spelers van Groningen hem maar een vervelend mannetje vonden, met een veel te grote mond. De auteurs verklaren Cruijff niet heilig, en daardoor groeide allengs mijn sympathie voor hem.
Voor wie ik bovenal sympathie kreeg, was Danny. Arthur merkte in een interview terecht op dat Danny het bijna aan het volk verplicht is om ooit nog eens háár kant van het verhaal te vertellen, want werkelijk, haar rol was zo veel groter dan tot nu toe werd vermoed. Danny en de kinderen waren de enigen die Hem de waarheid zeiden. Zo kon Danny na een uitzending van Studio Sport waar Cruijff de wedstrijdanalyse voor zijn rekening had genomen bij zijn thuiskomst vanaf de bank roepen: ‘Nou meneer Cruijff, daar was weer eens geen touw aan vast te knopen!’ Heerlijk, een vrouw naar mijn hart.
Het laatste seizoen werkt vanaf Cruijffs jeugd toe naar zijn seizoen bij Feyenoord, Kok gaat all the way en neemt ook zijn trainerscarrière, de Fluwelen Revolutie en zijn laatste jaren onder de loep. En toen ik beide boeken vrijwel gelijktijdig dichtsloeg zat ik toch maar mooi met een brok in de keel.
Beide boeken barsten van de onthullingen, over schoonvader Cor, over de zwembadaffaire, over andere affaires, over Danny. Ik zeg lekker niet wie wat onthult, u moet ze gewoon allebei lezen.
(Edith, november 2019)

Onder het water – Daisy Johnson
onder het waterAfgelopen winter las ik voor het eerst iets van Daisy Johnson. Uitgeverij Koppernik (waarvan het logo inmiddels een stevig keurmerk voor kwaliteit is wat mij betreft) bracht de verhalenbundel Veenland uit, het was Week van het Korte Verhaal – een en een is twee. Haar verhalen waren duister en al snel durfde ik niet meer voor het slapen gaan te lezen. Ik las ze louter bij zo licht mogelijk daglicht, nog best een uitdaging, zo begin februari.
En toen verscheen aan het eind van deze zomer Onder het water – Johnsons debuutroman, waarmee ze de shortlist van de Booker Prize haalde – niet slecht voor een toen achtentwintigjarige. Misleid door het zachtroze omslag en de appelwangen op de auteursfoto begon ik eraan.
Ik lees graag voor het slapen en sinds een tijdje lees ik ook ’s nachts als ik wakker lig. Ik las in een boek over slapen dat je – als je ’s nachts niet kunt slapen – beter een boek kunt lezen bij een zacht lichtje dan in het donker te liggen piekeren. Er is moed voor nodig om om kwart over drie daadwerkelijk het licht aan te knippen en een boek te pakken. Als het me lukte, werkte het goed. Tot ik Onder het water ging lezen…
Hoe Johnson het flikt, ik weet het niet, maar ik kreeg het doodsbenauwd tijdens het lezen. Onder het water is echt een moeras zonder waarschuwingsbordje. Je wandelt, je geniet van de omgeving, voelt de warme zon op je huid, je hoort nog eens een vogeltje en voor je het weet heb je natte voeten.
Ik kan het verhaal (een modern-klassiek moeder-dochterrelaas) navertellen, maar daar heb ik eigenlijk geen zin in. Het is een geweldig verhaal, daar niet van, het zit ijzersterk in elkaar en de vertelkunst spat ervan af. Wat me vooral trof was de stijl – bonkig, organisch, gruizig. En de sfeer. Die is onzeker, unheimisch, duister. En zoals ik al schreef: ik weet niet hoe ze het flikt, maar ik vond het steeds enger worden, ook al is het geen eng verhaal. Het wordt spannend, zonder cliffhangers, gewelddadig zonder bloedvergieten.
En dus werkte mijn hele ‘niet-piekeren-maar-even-lezen-bij-een-zacht-lampje’-aanpak voor geen meter. Met klamme handen en bonkend hart moest ik na elke pagina moed verzamelen om om te slaan (het buikbandje met die enge vis had ik toen allang tussen de kussens van de bank verstopt).
Dus maar weer bij daglicht lezen. Overdag lezen is voor mij een dubbele traktatie, doorgaans gun ik mezelf de rust niet. Voor dit boek schoof ik alles aan de kant. Wat een talent, wat een schrijver, wat een boek. Geweldig.
(Edith, oktober 2019)

Kamers antikamers – Niña Weijers
kamers antikamersToen ik dit boek las, zat ik net in een periode waarin mijn boeken gesprekken met elkaar begonnen aan te gaan: Ik begon me serieus af te vragen of het personage in het boek dat ik las wellicht reageerde op een bijfiguur in het boek dat ik net uithad. Verwijzingen naar songteksten bleken terug te komen in verschillende, zeer uiteenlopende romans. En wat deed Alan Turing in drie verschillende verhalen op mijn nachtkastje? S.O.S. overreading, mompelde mijn vriend voor hij zich nog eens omdraaide.
Kamers antikamers had ik daarom niet op een béter moment kunnen lezen. Toen ik het uit had, vroeg ik me serieus af in welk boek ik M en andere gasten nu weer tegen zou gaan komen. Niet alleen omdat Niña Weijers zo goed schrijft dat je de mensen in haar boeken persoonlijk lijkt te gaan kennen, maar ook omdat ze zo fantastisch speelt met rolverwisselingen en perspectieven. Bovendien lijkt het in dit boek totaal aan plot te ontbreken. Is dat erg? Nee dus. Stap in dit boek als een trip. En als je het uit hebt, begin je opnieuw.
En heb je daarna, net als ik, ook enige nazorg nodig? Kom dan naar Linnaeus Boekhandel op woensdag 25 september. Dan organiseren we een speciale avond rondom dit boek, met Niña zelf. Welkom!
(Corine, augustus 2019)

Zwart licht – María Gainza
zwart licht‘Wat een heerlijke tijdverspilling was mijn zoektocht tot nu toe geweest!’ Aldus de verteller tegen het einde van het boek. Bijna had ik mijn potloodje gepakt, ‘verspilling’ doorgestreept en ‘verdrijf’ in de kantlijn gekrabbeld, want dat was het lezen geweest: een heerlijk tijdverdrijf.
De hoofdpersoon uit Zwart licht krijgt een baantje op het taxatiebureau van de Banco Ciudad. Daar moet ze werken voor ene Enriqueta Macedo, als slavin, zoals ze zelf zegt. De verteller werkt hard, zuigt alles op, aanbidt Enriqueta. Zij is dan ook een grootheid binnen de wereld: zij beschikt over de waarde en echtheid van schilderijen die op de markt zijn, als belegging of onderpand. Haar goedkeuring is letterlijk goud waard.
Na een jaar raakt de verteller betrokken bij de bende van weemoedige vervalsers, een Robin Hood-achtig clubje dat echtheidscertificaten regelt voor vervalsingen en zo rijke mensen geld uit de zak klopt en arme kunstenaars de winter door helpt. Een van de beste vervalsers is La Negra (haar specialiteit is het werk van Mariette Lydis), en uiteindelijk gaat de verteller naar haar op zoek.
Wat volgt is een bont verslag van een zoektocht, inclusief interviews, teksten uit een veilingcatalogus, rechtbankverslagen. Steeds stuitte ik op heerlijke zinnetjes, sterke vergelijkingen, helder mijmerende overpeinzingen (‘…in feite had ik helemaal niets gedaan, wat als levenshouding te bekritiseren valt maar niet strafbaar is.’), ik noemde het al elders: een boek als een confettikanon, maar dan zonder stofzuiger.
Gaínza is een geweldige schrijver, haar vorige boek – Oogzenuw – is essayistischer van opzet, maar handelde ook over kunst en de kunstwereld. Bij het lezen van dat boek zat ik steeds te googelen en zocht ik plaatjes van de kunstwerken waarover ze schreef. Nu heb ik bewust niks nagezocht, niet gekeken of Lydis echt heeft bestaan, of er meer bekend is over La Negra. Het werk van Gaínza heeft geen echtheidscertificaat nodig.
(Edith, juni 2019)

Florida – Lauren Groff
floridaSinds een tijdje hou ik vrij precies bij wat ik lees. Eerder schreef ik op wat ik uitlas, nu schrijf ik van elk boek waar ik in begin de titel op, met de begindatum. Pas als ik het uit heb, vul ik de einddatum in en nummer ik door. Het is namelijk leuk terug te zien wat je allemaal uitgelezen hebt, maar interessanter is het te zien welke boeken ik (nog) niet uit heb. Het zijn boeken waar ik in ben gestrand, boeken die later zeker nog hernomen zullen worden (hmhm, meestal nooit), essaybundels die te veel stof tot nadenken leveren (en waar ik te lang over doe, hup, er moet wel een beetje tempo blijven), essaybundels die ik zo fijn vind dat ik niet wil dat ze ooit uit zullen raken en natuurlijk verhalenbundels. Die lees ik – ik wist het wel, maar nu weet ik het zeker – heel vaak niet uit. Evengoed ben ik heel vaak razend enthousiast over een bepaalde bundel, ook al heb ik nog lang niet alle verhalen gelezen. Het is een beetje zoals vroeger, dan kocht ik blind (doof) een heel album van een band die één heeeel mooi nummer hadden, met de gedachte: als je zoiets moois kunt, kan zelfs het slechtste niet echt slecht zijn. (Dit kon trouwens verrassend vaak wel, maar dat is een ander verhaal.)
Wat het nu precies zegt als ik een verhalenbundel wél integraal en achter elkaar uitlees, weet ik nog niet. Een bundel waarmee ik dat onlangs deed was Florida van Lauren Groff. Een vriendin tipte die bundel maanden terug, ik googelde de auteur en stuitte op het destijds door mij totaal genegeerde Furie en fortuin dat ik spoorslags bestelde via boekwinkeltjes.nl. Ik vond het een geweldige roman, een rijk vol façades en kantelingen van de werkelijkheid maar bovenal: een fantastische stijl.
De bundel verscheen in vertaling (van de prettige en capabele handen van Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap, hulde, wederom) en begon te lezen. Het eerste verhaal benam me meteen de adem.
‘Ergens onderweg ben ik veranderd in een vrouw die schreeuwt en omdat ik geen vrouw wil zijn die schreeuwt, met kinderen die met strakke, alerte snoetjes door het huis lopen, trek ik tegenwoordig na het eten mijn hardloopschoenen aan voor een avondwandeling door de schemerdonkere straten en laat ik het uitkleden, badderen, voorlezen, zingen en instoppen van de jongens over aan mijn echtgenoot, een man die niet schreeuwt.’
Ik zat meteen rechtop. Dit kon eigenlijk al niet meer misgaan.
Over de avondwandelingen:
‘Er loopt vaak een elegante, lange vrouw een Deense dog met de kleur van droogtrommelpluis uit te laten. Ik ben bang dat haar iets mankeert, want ze loopt heel stram en vertrekt haar gezicht alsof ze geplaagd wordt door pijnscheuten. Soms stel ik me voor dat ik een hoek om kom stormen, haar ineengezakt op de grond aantref en haar dan over haar hond heen leg, hem een klap op zijn schoften geef en nakijk terwijl hij haar met alle waardigheid die hij bezit naar huis draagt.’
Alles bevalt me hieraan: het beeld, het woord droogtrommelpluis, de fantasie, het ritme.
Het is een prachtig verhaal over een vrouw die wanhopig veel van haar man en kinderen houdt, maar moeite moet doen om in contact te blijven.
En dan volgen er nog tien verhalen, alle tien eigenlijk even magistraal. Over Jude die opgroeit in een huis vol slangen die zijn vader vangt, tot zijn moeder de benen neemt, over de vrouw die besluit tijdens een storm en tegen het evacuatieplan in in haar oude huis te blijven en als Scrooge bezocht wordt door drie geesten. Een vrouw neemt haar twee zoontjes mee voor een zomer in Frankrijk, zogenaamd voor haar onderzoek naar Guy de Maupassant, maar ze is natuurlijk op de loop (en eigenlijk haat ze Guy de Maupassant).
Als dit een echte recensie was geweest was ik nu begonnen over overkoepelende thema’s en rode draden. En een diepteanalyse van de vrouw die – zeer waarschijnlijk – in meerdere verhalen terugkeert. Als eenvoudige boekverkoper zeg ik: iedereen is voor alles op de loop en verder werd ik duizelig van leesgeluk door Groffs organische stijl en kraakheldere observaties van het menselijk tekort in al zijn verschijningsvormen.
(Edith, mei 2019)

Een onbarmhartig pad – Gerwin van der Werf
onbarmhartig padO mensen, wat een zomer hebben we toch. Nu al! En dan moet ie voor mijn gevoel nog beginnen. Dat gevoel hou ik overigens doorgaans tot ergens halverwege september en tegen de tijd dat ik dan zonder jas en met zonnebrand de deur uit ga, hoeft het alweer niet meer. Als ik kijk naar de outfits van de meeste klanten die aan de Linnaeus-toonbank voorbijtrekken, hebben de meesten van jullie hier niet zo’n last van. Elk jaar ben ik weer verbaasd hoe snel iedereen weer alles op orde heeft en gebruind en wel in de juiste zomerjurk en de beste sandalen de straat op gaat.
Maar goed, daar zijn we hier niet voor. Het gaat hier over boeken. Heel erg off-topic was ik trouwens nou ook weer niet: bij zomer hoort vaak vakantie en bij vakantie hoort dan weer lezen (voor veel mensen, ik ken ook iemand die het hele jaar veel leest, behalve tijdens zijn vakantie). Om u een beetje te helpen maken wij elk jaar een zomernieuwsbrief, boordevol boeken die wij een warm hart toedragen. Nu is echter – ja, weer een zijweg, maar ook heel erg functioneel – onlangs de nieuwe privacywet ingegaan en hebben wij ons braaf aan de regels gehouden. We hebben alle mensen op onze mailinglijst aangeschreven en mensen moesten actief aangeven of ze onze post wilden blijven ontvangen. Dit had grote gevolgen voor de omvang van ons adresbestand. En dus ook voor het bereik van onze zomernieuwsbrief. Daarom zeg ik hier ook nog maar even: HIJ IS ER WEER!! Kijk maar even hier: https://www.linnaeusboekhandel.nl/onze-vakantietips-2018/ of haal een papieren exemplaar op in de winkel.
Dit alles maakt nog geen Boek van de Week. Iedereen die de zomernieuwsbrief wel heeft ontvangen, heeft gezien dat ik weer buitensporig veel tips had. En toch was het me nog niet genoeg, maar ik durfde de grenzen niet nog verder op te rekken (de bedoeling is dat iedereen drie tips geeft), maar gelukkig hebben we oost-online nog!
Hier dan nog even snel een heerlijk vakantieboek, ook geschikt voor thuisblijvers. Sterker nog: het is zo’n boek dat thuisblijvers in het gelijk stelt.
Tiddo en Isa gaan met hun dertienjarige puberzoon Jonathan eindelijk hun gedroomde camperreis door IJsland maken. Voor ze goed en wel het ware vakantiegevoel te pakken hebben besluiten ze (na wat fikse discussies tussen Isa en Tiddo – in hun huwelijk lijkt niks meer zonder discussie te gaan) een lifter mee te nemen. Svein is natuurlijk the hitchhiker from hell – echt, als je dit boek hebt gelezen, neem je echt nooit, nooit, nóóit meer een lifter mee – die alles op scherp zet. Gerwin van der Werf heeft met Een onbarmhartig pad een heerlijke roadnovel afgeleverd, je kunt niet anders dan je verkneukelen om de onhandigheid van Tiddo, begrip hebben voor Isa en licht verontrust raken bij het zien van de duistere tekeningen die Jonathan maakt. Als je dit boek thuis leest ben je blij dat je lekker thuis bent gebleven. Lees je dit boek terwijl je op reis bent met je geliefde, dan hoop ik dat je af en toe opzij kijkt en denkt: dan valt het bij ons toch nog heel erg mee!
(Edith, juli 2018)

Door Oost – Het literaire centrum van Amsterdam
door oostWij van Linnaeus waren weer aan de beurt hier, of we misschien iets konden doen met het Boeken door Oost-festival? Koortsachtig scrolde ik door het programma (www.boekendooroost.nl) – zoveel namen, was er niet eentje met net iets nieuws? En toen kregen wij van Linnaeus allemaal een cadeautje van onze baas: de bundel Door Oost! Dit is alweer de derde bundel korte verhalen over, uit en door Oost. Wat wonen hier toch veel schrijvers! En zo veel goeie! Gelukkig wonen er nog net iets meer ‘gewone’ mensen in Oost, want net als Oost en Meer Oost is Door Oost het ideale cadeau voor iedereen die in Oost woont, komt wonen of gewoond heeft.
De bundel is echt nog vers, ik heb nog geen tijd gehad om ’m van kaft tot kaft te lezen (dat mag ook niet volgens mijn eigen hoe-lees-ik-een-verhalenbundel-stelregels, doseren is het devies!). Wel kan ik ’m al van harte aanbevelen, al was het maar omdat er een verhaal van onze eigen Melle in staat: ‘The Ruk en Pluk Experience’ waar ik dan natuurlijk wel meteen naartoe gebladerd ben. Het is een heerlijk hilarisch en toch ook beangstigend toekomstverhaal geworden over het roemruchte café waar ik niet eens naar binnen durf te kíjken. En zoals ik soms een plaat kan kopen op basis van één nummer, kan ik u nu aanraden deze bundel te kopen, alleen al om dit verhaal. En als u dan toch komend weekend alle festivallocaties afschuimt, kom dan ook even langs Linnaeus Boekhandel en vraag of u een handtekening van Melle mag. Dat mag vast.
(Edith, mei 2018)

 

Lees hier verder wat Linnaeus in het verleden las
Terug naar boven
Terug naar home