Linnaeus leest

m.johan cruijff laatste seizoen onder het water kamers antikamers florida onbarmhartig pad

Wat lezen de Linnaeusmedewerkers op dit moment?

M. – de zoon van de eeuw – Antonio Scurati
m.Italië, vlak na de Eerste Wereldoorlog. De parlements- en regionale verkiezingen van 1920 hebben een verpletterende overwinning opgeleverd voor de socialisten. Het revolutionaire elan heeft Italië al een tijdje in de greep, aangespoord door de succesvolle bolsjewistische revolutie in Rusland. Arbeiders bezetten fabrieken en landarbeiders ontzeggen de herenboeren de toegang tot de boerderijen. Er komt vaak geweld bij te pas.

Benito Mussolini, hoofdredacteur van de Milanese krant Il popolo d’Italia, heeft een jaar daarvoor de ‘Fasci di combattimento’ (‘bundeling van strijd’) opgericht, een tamelijk onsamenhangend clubje van gefrustreerde oorlogsveteranen die gedijen op het sentiment dat Italië met veel te weinig gebiedsuitbreiding uit de oorlog is gekomen. Aanvankelijk zijn ze klein in aantal (en is de groep zelfs bijna op sterven na dood), en hebben ze een vrij onbeduidend programma.
Maar na de ongekende socialistische opmars worden de fascisten wakker en groeit de beweging snel. Er ontstaan overal ploegjes heethoofden, die er ‘lol’ in hebben om uit te dagen, te vechten, te knokken. Als de socialisten in Bologna en Ferrara hun overweldigende verkiezingsoverwinningen vieren op de pleinen slaan de fascisten toe. Ze laten zich eerst slim door links geweld uitlokken en slaan er vervolgens ontzettend op los. Vuurgevechten, doden en vele gewonden zijn het resultaat.
Antonio Scurati doet nauwgezet verslag van de gebeurtenissen in die eerste naoorlogse jaren. In ruim 800 bladzijden behandelt hij de jaren 1919-1924, bijna van dag tot dag dus. En het is een a-dem-be-ne-mend boek. We lezen hoe Mussolini zijn strategie aan zijn lezers bekendmaakt. Hoe hij een handvol mensen toespreekt tijdens de oprichtingsvergadering. En hoe Gabriele d’Annunzio, dichter en lid van de futuristen, de Kroatische stad Fiume voor Italië behouden wil en hoe Mussolini daar weer tegen in gaat. We zijn getuige van de verschrikkelijke knokploegexpedities op het platteland van de Po-vlakte en van het moment dat angst voor de marxistische revolutie omslaat in botte haat.
Ik vond het bijzonder interessant om te lezen hoe de strateeg Mussolini het midden probeert te vinden tussen de honger naar geweld van de knokploegen en zijn uiteindelijke doel om Italië te regeren, waardoor het sluiten van compromissen met zijn politieke tegenstanders onvermijdelijk is. In de woorden van Scurati: ‘Mussolini’s plan is het creëren van wanorde om te laten zien dat uiteindelijk alleen hij de orde kan herstellen. De knokploegen met de ene hand ontketenen om ze dan met de andere in te tomen.’
Scurati heeft van een spannende tijd in de Italiaanse geschiedenis een ongelooflijk spannend verhaal gemaakt. Je blijft van bladzijde tot bladzijde aan dit fenomenale boek gekluisterd.
(Jan, januari 2020)

Een vrouw apart en de stad – Vivian Gornick
vrouw apart en de stad
‘Huishouden is vooruitzien’ is een van mijn betere levensmotto’s. Ik roep het vaker dan dat ik het in de praktijk breng – meestal roep ik het achteraf, als er iets in de soep is gelopen dat ik zonder voorbereiden ben aangegaan.
Het jaar is bijna om en dat betekent bij Linnaeus Boekhandel dat binnenkort de dikke eindejaarslijst weer bij onze nieuwsbrieflezers op de mat ploft. De digitale mat uiteraard, maar de brief is zo dik, dat je ’m zelfs daarop kan horen neerkomen.
We wilden dit jaar de decemberdrukte voorblijven en moesten onze tips onmogelijk vroeg aanleveren. Huishouden is vooruitzien. Ik sputterde, want ik had tussen januari en begin november al ruim tachtig boeken gelezen, waarvan echt een paar briljante, maar ergens had ik het gevoel dat ik nog niet klaar was. En ja hoor, net na het (iets na de deadline uiteraard) inleveren van mijn lijstje las ik eerst Alles wat ik niet kan zeggen, de essaybundel van Emilie Pine: mokergoed.
Daarna las ik twee boeken die zonder twijfel op mijn lijst van 2020 komen (ja, inderdaad, huishouden et cetera), en toen begon ik aan Een vrouw apart en de stad, het memoir van Vivian Gornick. Het verscheen in Amerika al in 2015 en was daar haar doorbraak bij het grote publiek. Onlangs verscheen de Nederlandse vertaling.
Gornick is nu vierentachtig (doorbreken op je tachtigste, alleen dat al!), maar Een vrouw apart en de stad is misschien wel het levenslustigste boek dat ik dit jaar las. Het is een mozaïek van anekdotes, herinneringen, gesprekken, ontmoetingen en mini-essays – o ja, ik had al gezegd dat het een memoir was. En zo wandel je met Gornick door ‘slechte’ buurten, zit je te wachten bij de apotheek, lees je ineens over de vriendschap tussen Wordsworth en Coleridge.
‘De stad’ uit de titel is haar stad, New York. Ze groeide op in de Bronx en droomde van Manhattan (‘Opgroeien in de Bronx was hetzelfde als opgroeien in een dorp.’). Ze schrijft er zo over:
‘Op mijn veertiende begon ik dat metroritje te maken [van de Bronx naar Manhattan], doorkruiste ik hartje winter, hartje zomer de lengte en de breedte van het eiland. Het enige verschil tussen mij en iemand als ik uit Kansas was dat de eenzame sprong van de immigrant uit Kansas voor eens en voor altijd gemaakt wordt, terwijl ik talloze tripjes naar de stad maakte en telkens weer huiswaarts keerde voor troost en bemoediging, saaiheid en uitstel, voordat ik de grote stap waagde. […] Jarenlang doorkruiste ik die straten, opgewonden en vol verwachting, terwijl ik elke avond naar huis ging in de Bronx, waar ik wachtte tot het leven zou beginnen.’
(Als haar leven dan eindelijk begint is het natuurlijk niks van waar ze van had gedroomd.)
Gornick springt heerlijk van de hak op de tak, in stukjes die sterk verschillen in lengte. Wat steeds terugkeert is haar vriend Leonard. ‘Leonard en ik vinden elkaar in een verongelijkte grondhouding. Het intense gevoel geboren te zijn in een bij voorbaat ongelijke positie woedt hevig in ons.’ Het levert hilarische gesprekken op, want het gemopper van anderen is nou eenmaal vaak grappig en echt onredelijk worden ze natuurlijk niet, daar zijn ze te intelligent en te fijnbesnaard voor. En ergens krijg je ook het gevoel dat je af en toe ergens flink over opwinden het vuurtje brandend houdt. Het vuurtje van haar levenslust is een vuurtje om je in donkere tijden aan te warmen. Een perfect boek om dit jaar mee af te sluiten.
(Edith, december 2019)

Johan Cruijff leeft
johan cruijffEr zouden dit najaar twee boeken over Cruijff verschijnen. Alweer een boek over Cruijff? Hoeveel boeken kun je schrijven over die man?! Ik ga geen vergelijkingen maken met grote historische figuren, maar laten we zeggen dat er van sommige mensen meer biografieën verschijnen dan van andere.
Deze week ligt dé biografie van de hand van Auke Kok in de winkel. Een paar weken geleden was daar Het laatste seizoen van Arthur van den Boogaard, met het Feyenoord-jaar van Cruijff als uitgangspunt. In de media werd laatste seizoengedaan alsof Van den Boogaard Kok over de vluchtstrook had ingehaald, maar dat is niet waar. Van den Boogaard was al begonnen voor Cruijff in 2016 overleed – zijn overlijden vertraagde het proces aanzienlijk, waar het overlijden bij Kok juist het startschot was. Beide auteurs hebben als wolven gewerkt om voor de door de uitgeverijen zo geliefde feestdagen klaar te zijn en het is ze beiden gelukt. Dat Van den Boogaard wel aanvoelde dat het commercieel verstandig was om voor Kok uit te komen, getuigt van realisme, er kwam geen elleboog bij aan te pas.

Vroeger haatte ik voetbal. Toen ik begin twintig was capituleerde ik – if you can’t beat them, join them, moet ik gedacht hebben en van 1993 tot de beschamende vertoning van het Nederlands Elftal in de verloren WK-finale van 2010 volgde ik alles, ik had zelfs een paar jaar een abonnement op de VI (oké, daarmee ben je niet per se een kenner of een liefhebber, maar toch).
Ik begreep het spelletje, vond een wedstrijd in een stadion kijken oneindig veel interessanter dan op tv, het liefst van al luisterde ik naar Langs de lijn. Eén ‘onderdeel’ begreep ik niet: de niet aflatende bewieroking van Johan Cruijff. Alles wat hij zei werd gewogen en voor waar aangenomen. Voor mij sprak hij in raadselen. Omdat ik hem nooit als voetballer had meegemaakt ontbrak het me aan ‘eerbied’ dacht ik altijd, veel vaker dacht ik dat het gewoon onzin was, wat hij zei. In 2010 keerde ik het voetbal de rug toe, in 2016 overleed Cruijff, ik wist dat het een verdrietig moment was voor velen, zelf voelde ik er weinig bij.
En nu las ik toch zomaar twéé lijvige boeken over deze man. Ik mocht meelezen met Auke Kok en in afwachting van de laatste hoofdstukken las ik het boek van Van den Boogaard. En ik genoot, dubbel. Beide auteurs spelen in de eredivisie als het op sportschrijven aankomt. Hun aanpak verschilde sterk – Auke laat mensen aan het woord over hoe het er in de kleedkamer aan toeging, bij Arthur zít je in de kleedkamer. En beide auteurs lukte het weg te blijven uit het moeras van de mythevorming. Het is maar wat makkelijk om nu te zeggen dat het in zijn debuutwedstrijd meteen al zonneklaar was dat Hij de visionair was, veel leuker is het om te lezen dat de spelers van Groningen hem maar een vervelend mannetje vonden, met een veel te grote mond. De auteurs verklaren Cruijff niet heilig, en daardoor groeide allengs mijn sympathie voor hem.
Voor wie ik bovenal sympathie kreeg, was Danny. Arthur merkte in een interview terecht op dat Danny het bijna aan het volk verplicht is om ooit nog eens háár kant van het verhaal te vertellen, want werkelijk, haar rol was zo veel groter dan tot nu toe werd vermoed. Danny en de kinderen waren de enigen die Hem de waarheid zeiden. Zo kon Danny na een uitzending van Studio Sport waar Cruijff de wedstrijdanalyse voor zijn rekening had genomen bij zijn thuiskomst vanaf de bank roepen: ‘Nou meneer Cruijff, daar was weer eens geen touw aan vast te knopen!’ Heerlijk, een vrouw naar mijn hart.
Het laatste seizoen werkt vanaf Cruijffs jeugd toe naar zijn seizoen bij Feyenoord, Kok gaat all the way en neemt ook zijn trainerscarrière, de Fluwelen Revolutie en zijn laatste jaren onder de loep. En toen ik beide boeken vrijwel gelijktijdig dichtsloeg zat ik toch maar mooi met een brok in de keel.
Beide boeken barsten van de onthullingen, over schoonvader Cor, over de zwembadaffaire, over andere affaires, over Danny. Ik zeg lekker niet wie wat onthult, u moet ze gewoon allebei lezen.
(Edith, november 2019)

Onder het water – Daisy Johnson
onder het waterAfgelopen winter las ik voor het eerst iets van Daisy Johnson. Uitgeverij Koppernik (waarvan het logo inmiddels een stevig keurmerk voor kwaliteit is wat mij betreft) bracht de verhalenbundel Veenland uit, het was Week van het Korte Verhaal – een en een is twee. Haar verhalen waren duister en al snel durfde ik niet meer voor het slapen gaan te lezen. Ik las ze louter bij zo licht mogelijk daglicht, nog best een uitdaging, zo begin februari.
En toen verscheen aan het eind van deze zomer Onder het water – Johnsons debuutroman, waarmee ze de shortlist van de Booker Prize haalde – niet slecht voor een toen achtentwintigjarige. Misleid door het zachtroze omslag en de appelwangen op de auteursfoto begon ik eraan.
Ik lees graag voor het slapen en sinds een tijdje lees ik ook ’s nachts als ik wakker lig. Ik las in een boek over slapen dat je – als je ’s nachts niet kunt slapen – beter een boek kunt lezen bij een zacht lichtje dan in het donker te liggen piekeren. Er is moed voor nodig om om kwart over drie daadwerkelijk het licht aan te knippen en een boek te pakken. Als het me lukte, werkte het goed. Tot ik Onder het water ging lezen…
Hoe Johnson het flikt, ik weet het niet, maar ik kreeg het doodsbenauwd tijdens het lezen. Onder het water is echt een moeras zonder waarschuwingsbordje. Je wandelt, je geniet van de omgeving, voelt de warme zon op je huid, je hoort nog eens een vogeltje en voor je het weet heb je natte voeten.
Ik kan het verhaal (een modern-klassiek moeder-dochterrelaas) navertellen, maar daar heb ik eigenlijk geen zin in. Het is een geweldig verhaal, daar niet van, het zit ijzersterk in elkaar en de vertelkunst spat ervan af. Wat me vooral trof was de stijl – bonkig, organisch, gruizig. En de sfeer. Die is onzeker, unheimisch, duister. En zoals ik al schreef: ik weet niet hoe ze het flikt, maar ik vond het steeds enger worden, ook al is het geen eng verhaal. Het wordt spannend, zonder cliffhangers, gewelddadig zonder bloedvergieten.
En dus werkte mijn hele ‘niet-piekeren-maar-even-lezen-bij-een-zacht-lampje’-aanpak voor geen meter. Met klamme handen en bonkend hart moest ik na elke pagina moed verzamelen om om te slaan (het buikbandje met die enge vis had ik toen allang tussen de kussens van de bank verstopt).
Dus maar weer bij daglicht lezen. Overdag lezen is voor mij een dubbele traktatie, doorgaans gun ik mezelf de rust niet. Voor dit boek schoof ik alles aan de kant. Wat een talent, wat een schrijver, wat een boek. Geweldig.
(Edith, oktober 2019)

Kamers antikamers – Niña Weijers
kamers antikamersToen ik dit boek las, zat ik net in een periode waarin mijn boeken gesprekken met elkaar begonnen aan te gaan: Ik begon me serieus af te vragen of het personage in het boek dat ik las wellicht reageerde op een bijfiguur in het boek dat ik net uithad. Verwijzingen naar songteksten bleken terug te komen in verschillende, zeer uiteenlopende romans. En wat deed Alan Turing in drie verschillende verhalen op mijn nachtkastje? S.O.S. overreading, mompelde mijn vriend voor hij zich nog eens omdraaide.
Kamers antikamers had ik daarom niet op een béter moment kunnen lezen. Toen ik het uit had, vroeg ik me serieus af in welk boek ik M en andere gasten nu weer tegen zou gaan komen. Niet alleen omdat Niña Weijers zo goed schrijft dat je de mensen in haar boeken persoonlijk lijkt te gaan kennen, maar ook omdat ze zo fantastisch speelt met rolverwisselingen en perspectieven. Bovendien lijkt het in dit boek totaal aan plot te ontbreken. Is dat erg? Nee dus. Stap in dit boek als een trip. En als je het uit hebt, begin je opnieuw.
En heb je daarna, net als ik, ook enige nazorg nodig? Kom dan naar Linnaeus Boekhandel op woensdag 25 september. Dan organiseren we een speciale avond rondom dit boek, met Niña zelf. Welkom!
(Corine, augustus 2019)

Zwart licht – María Gainza
zwart licht‘Wat een heerlijke tijdverspilling was mijn zoektocht tot nu toe geweest!’ Aldus de verteller tegen het einde van het boek. Bijna had ik mijn potloodje gepakt, ‘verspilling’ doorgestreept en ‘verdrijf’ in de kantlijn gekrabbeld, want dat was het lezen geweest: een heerlijk tijdverdrijf.
De hoofdpersoon uit Zwart licht krijgt een baantje op het taxatiebureau van de Banco Ciudad. Daar moet ze werken voor ene Enriqueta Macedo, als slavin, zoals ze zelf zegt. De verteller werkt hard, zuigt alles op, aanbidt Enriqueta. Zij is dan ook een grootheid binnen de wereld: zij beschikt over de waarde en echtheid van schilderijen die op de markt zijn, als belegging of onderpand. Haar goedkeuring is letterlijk goud waard.
Na een jaar raakt de verteller betrokken bij de bende van weemoedige vervalsers, een Robin Hood-achtig clubje dat echtheidscertificaten regelt voor vervalsingen en zo rijke mensen geld uit de zak klopt en arme kunstenaars de winter door helpt. Een van de beste vervalsers is La Negra (haar specialiteit is het werk van Mariette Lydis), en uiteindelijk gaat de verteller naar haar op zoek.
Wat volgt is een bont verslag van een zoektocht, inclusief interviews, teksten uit een veilingcatalogus, rechtbankverslagen. Steeds stuitte ik op heerlijke zinnetjes, sterke vergelijkingen, helder mijmerende overpeinzingen (‘…in feite had ik helemaal niets gedaan, wat als levenshouding te bekritiseren valt maar niet strafbaar is.’), ik noemde het al elders: een boek als een confettikanon, maar dan zonder stofzuiger.
Gaínza is een geweldige schrijver, haar vorige boek – Oogzenuw – is essayistischer van opzet, maar handelde ook over kunst en de kunstwereld. Bij het lezen van dat boek zat ik steeds te googelen en zocht ik plaatjes van de kunstwerken waarover ze schreef. Nu heb ik bewust niks nagezocht, niet gekeken of Lydis echt heeft bestaan, of er meer bekend is over La Negra. Het werk van Gaínza heeft geen echtheidscertificaat nodig.
(Edith, juni 2019)

 

Lees hier verder wat Linnaeus in het verleden las
Terug naar boven
Terug naar home