Linnaeus leest

stad in brand tsjik vuurpijlen vangen handl verbroken beloftes Vlautin-Vrij@8.indd morgen komt liesbeth

Wat lezen de Linnaeusmedewerkers op dit moment?

Edith: Stad in brand – Garth Risk Hallberg
stad in brandMensen die mij een beetje kennen weten dat ik van korte verhalen houd. En als u mij een beetje beter kent, weet u ook dat ik me doorgaans niet zo laat meeslepen door hypes.
En waar kom ik nu mee? Een heel dik boek (1056 pagina’s) waar al voor verschijnen enorm veel over te doen is. (In Amerika vooral, hoor, u hoeft nu niet het gevoel te krijgen dat u iets gemist hebt.)
De laatste twee maanden werden mijn gedachten beheerst en gestuurd door Stad in brand van Garth Risk Hallberg. Ik ben er zo vol van, dat ik het erover móét hebben.
Stad in brand is een debuutroman (waar de auteur, de zevendertigjarige Hallberg, op basis van slechts een paar hoofdstukken een voorschot van twee miljoen dollar voor kreeg, u begrijpt waar de ophef vandaan komt) die heel dik is – het ademt een soort jeugdige overmoed – maar ik kan niet anders zeggen dat die omvang ook een van de sterke punten is. Het is overweldigend, wijdlopig en overdonderend – echt zo’n boek om in te wonen, om maar even een cliché uit de kast te trekken.
Het voert te ver het hele verhaal uit de doeken te doen, ik zal proberen het kort te houden: New York, halverwege de jaren zeventig, pakweg tien hoofdpersonages uit diverse milieus (van rijke projectontwikkelaars tot punkers) wiens levens elkaar kruisen, gelardeerd met typografische uitstapjes.
Tot zover niks nieuws onder de zon, maar wat mij zo raakte in dit boek is de stijl, de empathie, de liefde voor de taal en de personages. Hallberg geeft iedereen de ruimte, verdeelt zijn aandacht evenredig over de verhaallijnen. Hij lapt een van de Grote Schrijfregels ‘Show, don’t tell’ aan zijn laars, I will tell it all lijkt hij gedacht te hebben. En met al die aandacht voor details, het neerzetten van scènes, drukte Hallberg bij mij op allerlei knopjes. Ik liep anders door de stad, zag weer het mooie in kleine dingen, kon weer meer sympathie voor mensen opbrengen – iedereen doet zijn best – en kleine gebeurtenissen werden direct in volzinnen omgezet. (Die zinnen ben ik ook weer kwijt hoor, geen zorgen.)
Het boek sloot mij langzaam in. Voerde ik een gesprekje over het verschil tussen honger en trek? Een uur later ging het bij Hallberg over het verschil tussen honger en trek. Viel de naam Cecil B. DeMille bij Hallberg? Zat de rest van de dag het nummer ‘Starlight’ van Lou Reed in mijn hoofd. En zo heb ik een waslijst aan dingetjes die dit boek voor mij steeds dierbaarder maakten.
Een literair meesterwerk? Een beetje cynische recensent zal zeggen: nee. Maar na het lezen van Stad in brand ben ik ruimhartig. Dus zeg ik gewoon: ik hou van dit boek en mis het heel erg. 

Casper: Tsjik – Wolfgang Herrndorf
tsjikOp vakantie naar Spanje; Sevilla, Andalusië, de warmte tegemoet. Minder dan twee weken zouden we gaan, dus heel veel boeken mee hoefde niet. Bovendien, we komen altijd met meer boeken thuis dan we mee vertrokken zijn en Sevilla bleek een echte boekhandels-stad. Je zou kunnen zeggen, hoe minder je meeneemt, hoe belangrijker het wordt wat je wél meeneemt. Die minimale bagage moet dan wel kwaliteit hebben. Niet te moeilijk of zwaar, want vakantie, zon, ontspanning, et cetera. Maar ook geen niemendalletjes, want daar hou ik niet van. Een eeuwig terugkerend zomerdilemma dit, het oplossen waarvan ik stiekem wel geniet.

Het openingsboek werd deze zomer Tsjik van Wolfgang Herrndorf en het weerstond de druk glansrijk. Hier had ik ook op gehoopt, want ik kende het boek al een beetje. Vorig jaar was ik aan Tsjik begonnen in het Duits en tot ongeveer een derde gekomen. Hoewel de geestelijke worsteling van het lezen in een andere taal dan mijn gebruikelijke leestalen Nederlands en Engels mij wel beviel, werd dit toch overtroefd door mijn ongeduld; het schoot niet op en dat irriteerde me. Zeker omdat Tsjik juist een heerlijk vlot en lekker boek is. Daar moet je niet ploeterend doorheen, vijf woorden opzoekend per pagina, maar je laten meevoeren door de flow die Herrndorf zijn verhaal zo goed heeft weten mee te geven.
Toch maar Nederlands dus, en waarom ook niet, het boek is uitstekend vertaald. Gewoon weer opnieuw beginnen en nu schoot ik er ineens doorheen. Het is een prettig gek verhaal over de schuchtere Berlijnse jongen Maik die per ongeluk bevriend raakt met zijn Russische klasgenoot Andrej Tsjichatsjow, zeg maar Tsjik. Het is de grote zomervakantie in Duitsland (hoe toepasselijk) en Tsjik stelt voor om een reisje te maken in een aftandse Lada die hij heeft weten te jatten. Hij wil naar Walachije rijden, maar begrijpt niet helemaal dat dat in Duitse oren klinkt alsof hij een ritje naar Timboektoe voorstelt (overigens is Walachije gewoon de oude naam voor Zuid-Roemenië, alwaar ik regelmatig verblijf, maar Maik ziet dit anders).
Tsjik weet Maik toch zover te krijgen en zo begint hun roadtrip door Duitsland, richting het oosten of het zuiden of iets in die richting. Het enige probleem is dat Tsjik en Maik allebei pas veertien zijn en Tsjik nog niet zo veel ervaring als bestuurder heeft, laat staan een rijbewijs. Een ‘recipe for disaster’ zou je denken, maar ze brengen het er nog aardig vanaf. Ze ontmoeten interessante mensen en komen op aparte plekken in Duitsland. Walachije bereiken ze niet, want het gaat natuurlijk een keer mis. Toch hebben Maik en Tsjik een leukere zomer dan hun klasgenoten.
Tsjik is een origineel boek, dat door Herrndorfs geestige en taalrijke schrijfstijl een onweerstaanbare vaart krijgt. Ideaal om de vakantie mee af te trappen, voor eenieder vanaf pak ‘m beet zestien jaar die wel houdt van een gek verhaal.

Edith:
De moord op Margaret Tatcher – door Hilary Mantel
Vuurpijlen vangen – Karen Köhler
Honingdauw – Edith Pearlman
Het zal u misschien verbazen maar ik ben een slordige lezer. Of nee, dat zeg ik niet goed: ik ben een rommelige lezer. Ik lees precies en langzaam, maar wel vaak meerdere boeken door elkaar. Meestal lees ik zo’n twee à drie romans naast elkaar, een boek per week voor mijn werk en dan heb ik nog een stapeltje verhalenbundels waarmee ik de gaten dicht.
En ineens realiseerde ik me dat ik de afgelopen tijd alleen nog maar verhalenbundels las (en dan dat ene boek per week voor mijn werk, maar dat kan alles zijn). Het lezen van korte verhalen is zo fijn omdat het altijd wel ergens tussendoor kan. Een mooi afgerond verhaal, in tien, twintig, dertig pagina’s, daar is altijd nog wel tijd voor. Ik gebruik korte verhalen ook vaak als ‘bumper’ tussen twee romans, om even los te komen van het vorige boek zonder dat je meteen weer vol aan de bak moet.
Maar. Het genre zit in de lift. Er verschijnen veel bundels. En dus heb ik ineens een hele stapel verhalenbundels naast mijn bed/bank/stoel/bureau/in mijn tas, en toevallig zijn het ook nog eens voornamelijk bundels van vrouwelijke schrijvers. En dat voor iemand die én nooit verhalen wilde lezen én altijd beweerde dat vrouwen niet kunnen schrijven (dit was vroeger hè, mensen, niet meteen boze brieven gaan schrijven).

moord op margareth thatcher
Ik zal er een paar uitlichten. De allermooiste besprak ik hier al eerder (Handleiding voor poetsvrouwen van Lucia Berlin) en de bizarste (Mens vs natuur van Diane Cook) besprak Carel van Pampus al in week 15. Ik noem nu Honingdauw van Edith Pearlman, Vuurpijlen vangen van Karen Köhler en De moord op Margaret Thatcher van Hillary Mantel.
Hilary Mantel kent u misschien van Wolf Hall, the grand old lady van de Britse literatuur, een keurige dame, dacht ik, die mooie historische romans schrijft, dacht ik, maar wat een vileine, ja, ronduit gemene verhalen schrijft zij! De verhalen hebben een licht ontwrichtende werking en moeten dus met mate geconsumeerd worden.
vuurpijlen vangenToen was daar ook ineens Vuurpijlen vangen van de Duitse actrice Karen Köhler. Negen totaal verschillende verhalen, van grappig tot hartverscheurend, van surrealistisch tot heel erg hier en nu. Ze experimenteert naar hartenlust met het genre (een verhaal in ansichtkaarten, goed gedaan) en laat de emoties van de lezer ook lekker alle kanten op schieten. Ook hier weer de waarschuwing: niet allemaal achter elkaar eten.
honingdauwDe laatste bundel die ik hier wil bespreken (nou ja, bespreken, het zijn wel heel korte stukjes allemaal) is Honingdauw van Edith Pearlman. Ik vond Handleiding voor poetsvrouwen van Lucia Berlin zo ongelofelijk mooi dat ik het niet uit wilde lezen omdat ik de gedachte het laatste verhaal van Berlin te hebben gelezen niet kon verdragen. Maar toen kwam Pearlman. Lees het eerste verhaal en u begrijpt dat ik Berlin nu wel uit durf te lezen.

Edith: Handleiding voor poetsvrouwen – Lucia Berlin
handlHet gebeurt me soms: dat ik een boek zo goed vind dat ik niet meer weet waar ik de woorden vandaan moet halen om uit te leggen waaróm ik het dan zo goed vind. En wat er dan precies zo bijzonder aan is. En waarom ik iedereen (nou ja, bijna iedereen) deze leeservaring gun. Ik ga blozen, stotteren en dingen roepen als: ‘Ja nou, het is dus écht zó móói’, waarbij zelfs mijn liefste collega’s in de boekhandel het hoofd schudden en weer over gaan tot de orde van de dag.
Handleiding voor poetsvrouwen van Lucia Berlin is zo’n boek. En uitgerekend dit boek wil ik graag tot Boek van de Week uitroepen. Terwijl ik dus eigenlijk niet zo goed onder woorden kan brengen waarom ik het zo mooi vind. Goed plan. Eén voordeel: u kunt mij nu niet zien blozen en dat ik dit heel stamelend getypt heb, is ook niet terug te zien.
Dat u misschien nog nooit van Lucia Berlin hebt gehoord is niet vreemd. Ik had in elk geval nog nooit van haar gehoord en dat vind ik nu dus onbegrijpelijk, ja, zelfs onuitstaanbaar. Lucia Berlin, geboren in 1936 in Alaska, schreef 76 korte verhalen en stierf in 2004, volgens velen als een van de best bewaarde literaire geheimen van Amerika.
Gelukkig was daar uitgeverij Lebowski (u weet wel, van Stoner) en hoe ze Berlin daar op het spoor zijn gekomen weet ik niet, maar ze hebben haar gevonden en twee weken geleden verscheen dan deze bundel, 29 verhalen en een waanzinnig mooi voorwoord van Maartje Wortel. Ook zoiets: ik hou niet zo van voor- en nawoorden, maar dit voorwoord is zo mooi, dat je alleen daarom al de bundel wilt blijven vasthouden.
En dat is wat ik dus nu al twee weken doe. Het boek (uitgegeven in het Book of the Month-stramien, gebonden en met een doorzichtig stofomslag, ook alweer zo mooi) is steeds in de buurt, in mijn tas, op mijn bureau, in bed. De verhalen spelen zich grotendeels af in verpleeginstellingen, eerstehulpafdelingen, in huizen van rijke mensen die een poetsvrouw in dienst hebben. Lucia Berlin schrijft totaal zonder effectbejag, in een heel terloopse stijl over gewone mensen, die aan de rafelranden van de maatschappij opereren, maar ze is nergens cynisch, nooit grof, het is warm en bovenal empathisch. Het is precies zoals Maartje Wortel schrijft in haar voorwoord: ‘Het is alsof een totale vreemde in een lege bus even heel dicht tegen je aan zit en je grappige, vreemde, lieve, ontroerende, ware, sexy, mooie dingen verteld. Het is verwarrend en warm tegelijk.’
Hiermee moet u het maar doen. En mijn rode wangen mag u erbij denken.

Edith: Dept. Of Speculation/Verbroken beloftes – Jenny Offill
verbroken beloftesEen boek herlezen is een luxe die ik mezelf nauwelijks gun. In een hopeloze poging een beetje bij te houden wat er zoal verschijnt, heb ik de rust niet een boek na lezing opnieuw op te pakken. (Een van mijn collega’s hier leest boeken die niet meer leverbaar zijn. Ik denk dat ik me dat pas toesta als ik tien jaar met pensioen ben.) Maar zo af en toe doe ik het. Soms heb ik gewoon best een goede smoes. Zo wilde ik heel graag weten of de vertaling van Dept. Of Speculation (dat ik twee maanden geleden in het Engels las) geslaagd was. Het was een echte smoes, want ik heb een groot vertrouwen in vertaalster Roos van de Wardt (die eerder al vrij briljante vertalingen afleverde van het inktzwarte Idiopathie van Sam Byers en de laatste Hornby). Het was met recht een smoes; dat ik dat boek nog een keer zou gaan lezen stond vooraf eigenlijk al vast.
Dept. Of Speculation gaat over een jonge vrouw, een tikkeltje cynisch, maar dapper – ze trouwt, krijgt een kind en is eigenlijk gewoon gelukkig. Maar onder die dunne deken van geluk brokkelt de hoofdpersoon steeds verder af. Ze doet echt haar best, maar ze raakt steeds meer losgezongen van haar man, haar kind, omgeving, vriendenkring, tot de onthechting bijna compleet is.
Wat het boek zo bijzonder maakt is niet zozeer de thematiek als wel de stijl. In korte hoofdstukken met heel veel witregels maakt Offill de verwijdering zo intens voelbaar, dat ik niet anders dan met buikpijn verder kon lezen. Het zijn vrij eenvoudige ingrepen: eerst heb je een ‘ik’ en een ‘jij’ – de ‘jij’ wordt een ‘hij’ en daarna ‘de echtgenoot’, de ‘ik’ ondergaat dezelfde behandeling. Simpel, maar o zo doeltreffend.
Dept. Of Speculation verschijnt bij De Geus onder de malle titel Verbroken beloftes, met een behoorlijk lelijk omslag (een hint naar een envelop – in het boek sturen de hoofdpersoon en haar man elkaar brieven met als retouradres Departement van Speculatie, vandaar de Engelse titel), en in een ijzersterke vertaling van Van de Wardt. Dus don’t judge this book by it’s cover nor it’s title en kom maar snel naar de winkel.
Ik sluit een derde lezing niet uit.

Edith: Vrij – Willy Vlautin
Vlautin-Vrij@8.inddDe blaadjes zitten nog aan de bomen, maar de nachten lengen en gisteren dacht ik voor het eerst weer aan mijn wanten. Ik vind het wel een prettig jaargetijde, het najaar, de winter, lange avonden, koude nachten – meer tijd om te lezen, denk ik dan. Maar dat denk ik altijd. Meer tijd voor mistroostige boeken, denk ik dan. Maar dat denk ik ook altijd.
Een schrijver die prima in dit jaargetijde past is Willy Vlautin. Zijn boeken (Motel Life, Leane on Pete, Northline en The Free) kun je met recht mistroostig noemen, zijn personages scheren langs de afgrond van het leven, zijn zinnen zijn kaal.
Vorige week verkeerde ik in de gelukkige omstandigheid naar Willy Vlautin te mogen luisteren, op Crossing Border. Eerst naar Vlautin de gitarist, in een van zijn bands, The Delines, daarna naar Vlautin de schrijver, in een interview met Auke Hulst. Zelden hoorde ik een schrijver met meer bevlogenheid over zijn werk vertellen. Hij leeft echt met zijn personages, hij leeft niet met ze méé, hij leeft echt mét ze. Over Allison uit Northline (vertaald als Noordwaarts, met soundstrack!) zei hij: ‘Oh, that girl made me cry so many times.’ En de vijftienjarige wees Charley Thompson uit Leane on Pete (De ruwe weg) is zo ongeveer zijn motor. Als Willy niet uit bed kan komen of geen zin heeft om te werken, denkt hij: Charley was allang opgestaan, en hup, daar zwaaien de benen over de rand en daar gaat Willy aan de slag. Ik vond dat fascinerend. Hoe kon een schrijver zo intens opgaan in zijn personages en zich door hen laten toespreken terwijl hij ze zelf in het leven had geroepen? Helaas ging de interviewer daar niet op in.
Deze maand – altijd regen, altijd november, altijd dit lege hart, altijd – verscheen de vertaling van Vlautins laatste boek: The Free. Hij noemt het zelf een ode aan ‘de gewone mens’ – een verpleegster, een oorlogsveteraan, een gescheiden vader die letterlijk dag en nacht werkt om de alimentatie en de doktersrekening van zijn dochtertje te kunnen betalen.
Je kunt het boek lezen als een politieke aanklacht (tegen de militaire interventies, tegen de Amerikaanse gezondheidszorg), maar het is vooral een boek over mensen over wie het nooit gaat. De mensen die door hard werken de samenleving overeind houden.
Het fijnste van Vlautin is misschien nog wel dat zijn personages – hoe zwaar ze het ook hebben, hoe slecht het ook met ze gaat, en hoezeer ze een reden hebben om af te glijden – standhouden, ze houden moed, ze houden hoop. En daarom hou ik echt van die schrijver en daarom raad ik u zijn boeken van harte aan. Juist in deze tijd van het jaar.

Edith: Morgen komt Liesbeth – Olivier Willemsen
morgen komt liesbethOké, ik biecht het meteen op: ik ken Olivier Willemsen, zij het via via, maar ik wist al van zijn bestaan voor ik dit boek in handen kreeg. Oké, ik kreeg het boek in handen omdat ik van zijn bestaan wist. Zo zal het ook zijn. Maar daarmee beland je nog niet boven op mijn te-lezen-boeken-stapel en word je zeker niet uitgeroepen tot Boek van de Week op oost-online. Daar is meer voor nodig.
Nee, de werkelijke reden waarom het boek direct boven op de stapel belandde, sterker nog: de stapel nooit bewoond heeft, is de ijzersterke eerste alinea:
Morgen komt Liesbeth. We wachten al twee weken op haar. Soms stapt er iemand uit de tram die op Liesbeth lijkt. Dan drukken we ons tegen het raam. Zodra het licht wordt, zitten we daar in het raamkozijn. We kijken de eerste trams in de Gürtel leeg. En we kijken naar de sneeuw. De verse sneeuw op de daken tegenover ons, of die in de Gürtel beneden. We weten zeker dat Liesbeth morgen komt, maar we hoopten op wat eerder, Ze had dit zelf gezegd. ‘Reken er niet op,’ zei ze, ‘maar misschien kom ik wat eerder.’
Een begin waar ik mee uit de voeten kan. Ik wil meteen verder. Ik wil weten wie Liesbeth is, wie er op haar wacht en waarom.
Echt makkelijk maakte Willemsen het me niet: mijn prangende vragen kregen geen panklare antwoorden. Maar Willemsen is ook helemaal niet bezig met de lezer, hij is geen pleaser, zijn empathie gaat uit naar de hoofdpersonen: twee broertjes, van een jaar of zes, zeven schat ik. Je moet het doen met hun blik op de wereld, hun interpretatie van de feiten. En daardoor begint Morgen komt Liesbeth als een lief sprookje.
Maar zoals u en ik weten: lieve sprookjes bestaan niet, sprookjes zijn gruwelijk. En dat geldt ook voor dit sprookje. Willemsen slaagt erin met minimale informatie de keel van de lezer langzaam dicht te schroeven. Ik moest het aan het eind echt meerdere keren wegleggen omdat (ja, ook omdat ik een watje ben) je het noodlot liever niet in de ogen kijkt. IJzig van hart degene die dit in één ruk uitleest.
Onderga dit stilistisch nagenoeg perfecte debuut.

Edith: Wacht op mij! – Michele Serra
wacht op mijSlechts 112 pagina’s, maar ik zou er uren over kunnen vertellen. Wacht op mij! is zo’n boekje dat je graag met zoveel mogelijk mensen wilt delen. Je leest de ene geestige alinea na de andere anekdote en je hebt continu de neiging passages voor te lezen aan wie ze maar horen wil. En als je het boek niet bij de hand hebt, wil je erover vertellen. Je wilt vertellen hoe grappig het is, en hoe verontrustend, voor ouders van jonge kinderen (zoals ik, er staat mij nog iets te wachten!).
Wacht op mij is de monoloog van een gescheiden vader aan zijn puberzoon. De vader doet zijn best, dat moet gezegd. Hij probeert zijn puber lichtjes bij te sturen, met grappige briefjes te attenderen op kleine huishoudelijke karweitjes en hij wil hem o zo graag een aantal onvergetelijke herinneringen bezorgen.
Zo neemt hij zijn zoon en een neefje bijvoorbeeld mee naar de traditionele druivenpluk op het familielandgoed. Tijdens de autorit ernaartoe wil hij zich samen met de jongens vergapen aan het schitterende landschap, maar als hij omkijkt, zit de een met zijn telefoon en de ander met zijn tablet te pielen. En ook al lijken ze leuk mee te doen tijdens het diner, de volgende ochtend – iedereen is lekker vroeg opgestaan – geen spoor van de jongens natuurlijk.
Het allerliefst wil de vader met zijn zoon de Colle della Nasca beklimmen, zoals hij zelf met zijn vader ooit deed. Eerst vraagt hij het nog vriendelijk, maar zijn vraagstelling wordt allengs dwingender (‘Doe het niet voor mij, doe het voor jezelf!’) (‘Ik weet dat je het eigenlijk heel graag wilt, maar te trots bent om dat te laten merken.’) (‘Ik breek je je rug als je niet met me meegaat!’). En uiteindelijk lukt het hem – de zoon gaat mee. Slecht gekleed, in een erbarmelijke conditie, maar ze klimmen, samen. Wat volgt is een even hilarische als ontroerende tocht, in alles voelt de vader dat de zoon los is van hem, op eigen benen staat, zijn eigen leven leidt. Het enige wat hij nog kan roepen is: ‘Wacht op mij!’
Dit boekje is een hart onder de riem voor elke ouder met pubers, en dankzij de bescheiden omvang is er een gerede kans dat je het uit kunt lezen tussen de discussies met je kind door.

Lees hier verder wat Linnaeus in het verleden las
Terug naar boven
Terug naar home