Mooi doodliggen

“Ik denk het liefst in grote projecten en cycli. Dat bewonder ik ook in andere schrijvers. Neem Proust of Joyce, de grootsten van de vorige eeuw, en niet toevallig scheppers van omvangrijke werken. Ik wil graag verdwalen in het gangenstelsel van een oeuvre. Daarom heb ik van meet af aan geprobeerd om veel en divers te schrijven. Maar nu ik een eind op streek ben, moet ik toch concluderen dat er uiteindelijk maar één oeuvre met één karakter overblijft. Hoe je het ook wendt of keert, je romans komen uit één pennenkoker. In feite heb ik altijd aan hetzelfde boek gewerkt.” – A.F.Th van der Heijden in gesprek met Sander Becker in Trouw.