79.325 resultaten

Dialectiek van de Verlichting

Vanouds heeft verlichting het doel nagestreefd bij de mensen de vrees weg te nemen en hen als heer en meester te laten optreden. Maar de volledig verlichte aarde straalt in het teken van triomferend onheil.’ Dialectiek van de Verlichting geldt als sleutelwerk in het denken van Kritische Theorie van de ‘Frankfurter Schule’. Van Homerus tot Nietzsche biedt het een filosofische en psychologische kritiek van de grondbegrippen van het westerse denken: rede en natuur. Elke stap voorwaarts in de beschaving betekende tevens een onderdrukking van het vermogen van mensen een vrij en ongeschonden leven te leiden, zo luidt de centrale stelling in deze magistrale tekst. Horkheimer en Adorno onderzoeken de vraag naar de oorsprong en ontwikkeling van het Verlichtingsdenken, gesteld tegen de achtergrond van het nazisme en de Tweede Wereldoorlog. Dialectiek van de Verlichting besluit met een radicale kritiek op de ‘cultuurindustrie’ van het laatkapitalisme. Het boek heeft een grote invloed gehad op tal van filosofen, zoals Arendt, Jaspers, Sartre en Habermas. Max Horkheimer (1895-1973) was een Joods-Duitse socioloog en filosoof. Hij was een vooraanstaande figuur in de Frankfurter Schule, ontstaan uit een groep marxistisch georiënteerde filosofen en sociologen rond het Institut für Sozialforschung, waarvan hij in 1930 directeur werd. Na 1933 (het jaar van de machtsovername van Hitler) zette hij het werk van het instituut voort in de Verenigde Staten, tot het in 1949 in Frankfurt heropgericht werd. Theodor W. Adorno (1903-1969) studeerde in Frankfurt filosofie, sociologie, psychologie en muziekwetenschap. Tijdens zijn studietijd raakte hij bevriend met Max Horkheimer en Walter Benjamin. Met hen wordt Adorno tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de Frankfurter Schule gerekend.

Totaliteit en Oneindigheid

Totaliteit en oneindigheid is het meesterwerk vande Frans-Joodse filosoof Emmanuel Levinas (1906-1995). Het boek verscheen in 1961 en groeide spoedig uit tot een van de meest invloedrijke werken van de naoorlogse filosofie, waarin het denken over ethiek een nieuwe wending krijgt. Levinas laat in Totaliteit en oneindigheid zien waarom de ethiek niet afhankelijk is van de mens als handelend ‘ik’, maar van de ontmoeting met de ander, de medemens, die als het ware intervenieert in mijn leven. Deze oneindige ander breekt in op de totaliteit van het ‘ik’. Rechtvaardigheid, barmhartigheid, respect, compassie, betrouwbaarheid, al deze ethische waarden zijn geen zaken die ik uit mijzelf ‘doe’, maar ze vormen een antwoord op de verschijning, telkens weer, van deze andere mens. Levinas concretiseert deze verschijning onder meer door een fenomenologische analyse uit te voeren van wat er gebeurt wanneer ik met het gezicht van de ander geconfronteerd wordt. De weerloosheid van dit andere gelaat doet een beroep op mijn verantwoordelijkheid.

De overtocht

In De overtocht beschrijft Berry Vorstenbosch zijn psychotische episodes als een reis naar een vreemd én gevaarlijk gebied. Het is een gebied waar grenzen kunnen verdwijnen en verschillen kunnen worden uitgewist: zoals het verschil tussen vermoeden en waarheid, kleine zorgen en grote paniek, verlangen en vervulling.Het is een hachelijke reis door een eenzaam landschap, al zijn er ook de nodige sporen van mystici, drugsgebruikers, kunstenaars, filosofen, en anderen voor wie de afstemming op het alledaagse leven niet altijd de hoogste prioriteit heeft. Zijn eerste periode van psychische wervelingen en turbulenties bracht de auteur in een psychiatrisch ziekenhuis, de tweede bij het christelijk geloof. Met behulp van filosofen als Martin Heidegger, Jacques Derrida en René Girard probeert hij meer grip te krijgen op wat er tijdens die reisavonturen is gebeurd. Berry Vorstenbosch (1959) publiceerde eerder over literatuur, filosofie en religie. Sinds 2010 maakt hij deel uit van organisaties die zich inzetten voor het verspreiden van het denkgoed van René Girard, in Nederland de Girard Studiekring en internationaal The Colloquium Of Violence And Religion.

Filosofie op school

‘Filosofie is vertragen.’ Wellicht heeft het daarom ruim 25 jaar geduurd voordat dit handboek verscheen. Filosofie is een volwassen schoolvak geworden. Het is in Nederland een eindexamenvak op de havo en het vwo, met centrale eindexamens, waar jaarlijks ongeveer 5000 leerlingen van 160 scholen aan deelnemen. De Vereniging Filosofiedocenten in het Voortgezet Onderwijs (VFVO) is een bruisende vereniging met jaarlijkse studiedagen en een vakblad (Spinoza!). Op veel scholen wordt inmiddels ook filosofie in de onderbouw gegeven en er wordt op enkele scholen geëxperimenteerd met filosofie op het vmbo. In Vlaanderen zijn onlangs nieuwe eindtermen vastgesteld en wordt filosofie ingezet in het burgerschapsonderwijs. Tijd voor een handboek vakdidactiek! Al jaren hebben docenten filosofie en studenten aan de lerarenopleiding behoefte aan zo’n handboek. Omdat er aan verschillende universiteiten vanuit uiteenlopende tradities vakdidactiek gegeven wordt, is er gekozen voor een handboek met een redactie, waarin een selectie van auteurs, vakdidactici, docenten en Cito-medewerkers vanuit hun eigen expertise een hoofdstuk hebben geschreven. Dit handboek is bedoeld als een handleiding voor beginnende docenten filosofie in het voortgezet onderwijs. Verder biedt het verdieping voor ervaren docenten, en laat het de diversiteit van het schoolvak filosofie zien, zowel in Nederland als in Vlaanderen. Een van de redenen dat filosofie vertragen is, is omdat filosofen altijd vragen ‘waarom’. De vraag waarom een school filosofie zou moeten aanbieden, wordt met het lezen van dit boek beantwoord. OVER DE REDACTIE Desiree Berendsen is docent filosofie en coördinator scholing en ontwikkeling op het Corderius College in Amersfoort. Natascha Kienstra is als universitair docent filosofie en vakdidactiek verbonden aan de School of Catholic Theology van Tilburg University. Kirsten Poortier is docent filosofie en beeldende kunst en werkt in het vo en hbo. Floor Rombout is vakdidacticus op de Universiteit Utrecht en docent filosofie op het Hermann Wesselink College in Amstelveen. www.boomfilosofie.nl www.boomuitgeversamsterdam.nl

Wegwijzers in de mist

Dit is mijn zoveelste boek. Ik blijf het proberen. Als je maar lang genoeg volhoudt dan wordt het op een gegeven moment wel wat. Ik woon nu in Ederveen. Misschien dat dit helpt. De bedoeling is dat dit boek geen oordelen bevat, slechts handvatten. Handvatten tot een vollediger leven. Wat ik hiermee bedoel staat in het boek. Ik ben een zoeker en ik heb gevonden. Het universum had blijkbaar mededogen met me. Ik ben er nog lang niet, maar het 'van-voor-naar-achter-van-links-naar-rechts' is nu een redelijk rechte lijn voorwaarts geworden. Ik weet niet of god dit ook zo ziet, maar daar kom ik na mijn dood wel achter. Wat valt er nog meer te vertellen? Ik ben 68 en ik rijd in een Suzuki Baleno, die ik liefkozend 'de oude dame' noem . Ik woon in een fijn huurhuisje, met hele fijne buren. Hoewel de vorige zin mogelijk suggereert dat deze buren bij mij in huis wonen, berust zo'n veronderstelling op een misverstand. Ze wonen in hun eigen huisjes. Hier moet u het mee doen. Gegroet.

Fijn, zo'n brein

Fijn zo’n brein, laat op een verhalende manier zien hoezeer ons denken over zekerheid ons in de greep heeft. We denken dat we orde in ons bestaan scheppen, maar we denken slechts achter de feiten aan. Waarom doen we dat? Schieten we er iets mee op? In principe niet. Maar de moderne mens zit vast in de zogenoemde ‘Story of Separation’, het verhaal van de geïsoleerde en angstige mens, die streeft naar controle. Oude culturen hanteren het verhaal van de universele samenhang, de ‘Story of Interbeing’. Zij accepteren onzekerheid, met als resultaat: inzicht, wijsheid en vertrouwen. De keuze is aan ons: blijven wij gevangen in onzekerheid, of gaan we onszelf overwinnen, onze beperkingen accepteren en leven vanuit vertrouwen? Kunnen moderne mensen dat nog wel? Zijn ze zo slim? Een confronterend en ontluisterend verhaal. Arjan Mulder (1958) onderzoekt, reist, filosofeert en schrijft. Hij begint zijn loopbaan als onderzoeker in de revalidatie. Na zijn wetenschappelijke promotie wordt hij reisjournalist en ontdekt het boeddhisme. In zijn boeken verwerkt hij zijn holistische levensvisie. Auteur van: ‘Als Boeddha Darwin kende’ en ‘De dag dat Boeddha lachte’.

Dansend naar God

'Dansend naar God' is een prachtig geschreven autobiografisch verslag van de avontuurlijke zoektocht van een jonge Engelsman naar de zin van het leven en de ultieme waarheid. Begeleid door Hamid, een wonderlijke antiekhandelaar die zich ontpopt tot een veeleisende spirituele leraar, mondde de nieuwsgierigheid van Reshad voor de derwisjen in het Midden-Oosten uit in een verrassende en soms onbegrijpelijke reis die hem bij ettelijk heilige plaatsen bracht en hem spirituele inzichten opleverden. Stap voor stap leert hij het sacrale mysterie van het leven begrijpen waarbij liefde de eerste stap van de schepping is. Ook krijgt hij een glimp te zien van de eenheid van het ‘zijn’. Deze voor het eerst in 1976 gepubliceerde en veelgeprezen bestseller is nog even magisch en inspirerend als toen; het raakt en beïnvloedt nog altijd velen die op zoek zijn naar de ultieme waarheid.

Vonken springen over

Waardoor heeft het levensbeschouwelijke woord in onze tijd zijn zeggingskracht verloren? Kerken lopen leeg. Filosofie lost de verscheurdheid van het menselijke bestaan niet op. Wonderlijk hoe de westerse beschaving in de leer gegaan is bij het Oosten. Het toverwoord is stilte. Is stilte een wondermiddel dat automatisch werkt? Of is stilte een gevecht op leven en dood, een ingrijpende confrontatie met jezelf? Een diepe crisis, een eenzame weg opende voor de monnik Jeroen Witkam de poort naar een bestaansbesef dat hem vertrouwd maakte met het bestaansgeheim. De Bijbel kon hem in deze crisis niet helpen, maar de stilte van deze crisis deed hem het Bijbelwoord op een nieuwe manier hervinden. Het Oosten reikte methodes aan van zitten en ademen die hem hielpen op deze wonderlijke weg, waar onderhavig boek een getuigenis is. Ieder hoofdstuk bevat een geheim waarmee je je meditatief vertrouwd kunt maken.

Kritiek van het oordeelsvermogen

Weinig boeken hebben zo’n helder stempel op de moderne cultuur gedrukt als Kants drie Kritieken. De denkers die de spreekbuis van onze tijd zijn, van Schopenhauer en Heidegger tot Derrida en Neiman, bevestigen het: met Kants Kritieken is ons denken pas echt modern geworden. In de Kritiek van de zuivere rede (1787) had Kant de mogelijkheid van de menselijke kennis onderzocht. Hij kwam tot de slotsom dat die beperkt blijft tot het domein van de zintuiglijke ervaring, en dat we niets kunnen weten over zaken die deze ervaring te boven gaan: over de ziel, de wereld als geheel en God. In de Kritiek van de praktische rede (1788) stelt Kant echter dat we als praktische, moreel handelende wezens onafhankelijk zijn van de zintuiglijke wereld en deel hebben aan de wereld van de bovenzintuiglijke dingen. De Kritiek van het oordeelsvermogen kan worden beschouwd als de voltooiing van Kants kritische filosofie. In deze derde Kritiek probeert Kant het domein van het theoretische kennen en dat van het praktische handelen met elkaar te verbinden, en van een zinvol perspectief te voorzien. De Kritiek van het oordeelsvermogen was en is zeer invloedrijk. De esthetica, zoals Kant die in het eerste deel van het boek formuleert, heeft in tal van opzichten de weg vrijgemaakt voor moderne opvattingen over kunst. Maar het boek is ook als geheel een werk van verbluffende thematische rijkdom. ‘De vertaling zelf, de fraaie vormgeving en de overvloed aan extra informatie maken meteen duidelijk dat ook dit deel een lange toekomst voor de boeg heeft.’ ‘Een uitstekende introductie tot een moeilijke tekst.’ ‘Indrukwekkende prestatie.’ - Tijdschrift voor de Filosofie

De woorden en de dingen

De eerste publicatie van De woorden en de dingen in 1966 was een sensatie. Michel Foucault werd in één klap een van de belangrijkste intellectuelen in Frankrijk. De woorden en de dingen veranderde ons denken over taal en werkelijkheid en over de rol van de mens in cultuur en geschiedenis. Het boek is nog steeds een van de toonaangevende documenten van onze tijd. Foucault laat in De woorden en de dingen zien hoe de mens als fundament van kennis de plaats van God heeft ingenomen. Zijn analyse toont aan dat de mens een uitvinding van recente datum is – met een beperkte houdbaarheid. Waar Nietzsche de dood van God afkondigde, concludeert Foucault ‘dat de mens zal verdwijnen, als een gezicht in het zand op de vloedlijn van de zee’. Michel Foucault (1926-1984) behoort tot de grootste Franse denkers van de twintigste eeuw. Zijn veelgelezen werken over onder meer de waanzin, de gevangenis en ‘de zorg voor zichzelf’ zijn van grote invloed geweest op de filosofie, de sociale wetenschappen en de menswetenschappen.

Filosofische bespiegelingen

Mattie Peeters heeft als ICT-ondernemer in het bedrijfsleven gewerkt. Hij is ook filosoof, afgestudeerd in de metafysica op ‘Het metafysisch ‘moment’ van het Augustijns tijdsbegrip’. In 2015 is hij begonnen met ‘De Denkerij®’. Sinds die tijd modereert hij een gezelschap van ondernemers. Daarvoor schrijft hij essays die als gespreksstof dienen voor hun bijeenkomsten. Dit boek is een verzameling van die essays. Hij organiseert daarnaast ‘Denkreizen’ naar filosofische hotspots. Ook geeft hij workshops en er staat een filosofisch spreekuur op zijn programma. ‘Filosofische bespiegelingen’ is een boek dat vele thema’s aansnijdt die sinds 2500 jaar behoren tot het filosofische gedachtengoed. Hoe verhoudt de mens zich tot zichzelf, zijn medemens, de politiek, de geschiedenis, de ethiek en moraal, de economie, de samenleving en de wetenschap?

De stuntelende mens

In De stuntelende mens voert Greet Van Thienen een klein onderzoek langsheen onze angsten, hoop, fabricagefouten en illusies. Want de oude filosofische vraag naar wat ons menselijk maakt, moeten we steeds weer in de tijd gooien. Haar persoonlijke zoektocht verloopt via filosofen, schrijvers, eigen ervaringen en fascinaties. Hoe gaan we om met de vreselijke oncontroleerbaarheid van de dingen? Waarom verlangen we naar onsterfelijkheid? Is het lichaam uit de tijd? Dit boek wordt mee aangedreven door het besef dat alles het waard is om opnieuw bekeken te worden. Greet Van Thienen is radiomaker bij Klara. Ze presenteert de filosofische podcast Kant, en Klaar! waarin ze met denkers als Martha Nussbaum en Susan Neiman praatte. Ze is gefascineerd door hoe filosofische vragen nieuw licht kunnen werpen op een complexe werkelijkheid, door literatuur, reizen en ontmoetingen, en alles menselijks. Ze publiceerde eerder een reisjournaal uit India (Thee met Himalaya) en schreef samen met Jeanne Devos een boek over haar leven en werk in India (In naam van alle kinderen).

De essentie van de Bhagavad Gita

Al eeuwenlang is de Bhagavad Gita de belangrijkste filosofische tekst die richting geeft aan het Indiase denken en leven. Haar boodschap is universeel. De Gita legt zich toe op de drie beperkingen die ieder mens ondervindt: onwetendheid, verdriet en sterfelijkheid. Het onderwijs van de Bhagavad Gita begint met de gewaagde bewering dat dit stuk voor stuk ongeldige problemen zijn. Ze worden veroorzaakt door onze onwetendheid over de werkelijke natuur van het zelf. Puttend uit de essentie van alle Upanishads, legt de Gita uit hoe het zelf onbeperkt is, onverwoestbaar en ongeboren. Deze kennis bevrijdt je van elk gevoel van beperking. Dit is de essentie van de Bhagavad Gita. Swami Dayananda (1930-2015) geeft in dit boek een klassieke Vedanta-interpretatie van de Bhagavad Gita. Hij duikt met grote bezieling en energie in het centrale thema en weet feilloos de belangrijkste verzen te selecteren om haar boodschap naar voren te brengen. Swamiji is erin geslaagd om de diepte van de Bhagavad Gita te ontvouwen, met een helderheid die elke moderne geest zal aanspreken.

De Verlichting

Speciale editie De Verlichting De Verlichting: machtige stroming waarin de rede de toon zet De moderne tijd begon met de Verlichting. Mensenrechten, democratie, scheiding van kerk en staat, de wetenschappelijke methode, vrouwenemancipatie: al deze mooie zaken zijn terug te voeren op denkbeelden die opbloeiden in de achttiende eeuw. Het debat over de betekenis van de doorbraak van de rede blijft doorgaan. Critici klagen over een doorgeschoten rationalisme en morele leegte. De speciale editie De Verlichting van EW belicht de fascinerende en machtige geestelijke stroming van vele kanten. Met historische en filosofische analyses, reportages, interviews met prominente denkers als John Gray, Steven Pinker en Herman Philipse, een essay van rechtsgeleerde en filosoof Paul Cliteur, portretten van vooraanstaande Nederlandse verlichtingsdenkers en wetenschappers, verhalen over het Teylers Museum in Haarlem, de Franse en Amerikaanse Revolutie en de Encyclopédie. Zo ontstaat in een rijkelijk geïllustreerd magazine van 100 pagina’s een kleurrijk en genuanceerd beeld van een tijdperk waarvan de invloed nauwelijks te overschatten valt.

Om ter hand te nemen

In korte spreuken van vijf regels wordt een verzameling van stoïcijnse wijsheden getoond, die een hulpmiddel kan bieden voor het beoefenen van een eigen goed en evenwichtig leven met behulp van leefregels. Wat deze vorm van leven inhoudt, komt in 95 toegankelijke spreuken aan de orde. Ze bevatten eeuwenoude tot vrij recente wijsheden. Het leven in harmonie met de Natuur vormt het centrale doel, waar de spreuken naar toewerken. Vervolgens komt een kort artikel aan bod met een schets voor een stoïcijns-filosofische praktijkvoering, waarbij bezoekers zelfstandig 'werkende' leefregels leren opstellen om mee te leven. Het boek sluit af met een uitleiding, waarin een warm en compassievol stoïcisme uiteengezet wordt en voortgebouwd wordt op het kort artikel. In een kort appendix komt een extra specifieke geestelijke oefening in samenhang met de gepresenteerde stoïcijns-filosofische praktijkvoering aan de orde.

God in de Democratie

Joshua

In 1945 hebben twee boeren bij Nag Hammadi (Egypte) "het evangelie van Thomas" gevonden. Oost en west lijken in dit document samen te vallen. Sommige van de 114 Logia (woorden, gezegden) van deze Jezus, Isa of JOSHUA doen ons denken aan de koans in het zenboeddhisme, aan de beeldspraak over het Zelf van Advaita leraren zoals Sri Shankara, of aan uitspraken van diverse westerse filosofen en mystici. JOSHUA is een actuele bewerking van dit "evangelie van Thomas" en wil een inspirerende bijdrage leveren voor een beter begrip van de prachtige uitspraken, metaforen en verhalen in dit unieke historische document.

Waarom niet lezen?

Waarom niet lezen?” kun je uiteraard op meer dan één manier lezen. Het zou uitleg kunnen geven over de redenen om niet te lezen. En aanbevelen om daarvoor in de plaats alle praatshows op de televisie te bekijken. Het zou echter ook kunnen uitleggen waarom je niet zou lezen in plaats van alle praatshows op televisie te bekijken. Hoe dan ook, voorafgegaan door een toelichtend ‘woord vooraf’ van Leon Pijnenburg die voor de vertaling zorgde, volgt de bijdrage van Jürgen Habermas “Waarom niet lezen?” Vervolgens breekt Patrick Delaere een lans voor het lezen van “een schrijver van buitencategorie proza, die meer literaire prijzen won dan welke andere auteur ook, en die samen met William Faulkner de ruggengraat vormde van de 20ste-eeuwse Amerikaanse literatuur, volgens collega-schrijver Philip Roth.” Daar komt nog als extra reden bij dat veel mensen onder de veertig de romancier en hoogleraar Saul Bellow – want om hem gaat het hier – vandaag de dag niet meer kennen. Zijn werk, aldus Delaere, lijkt nu al op het kerkhof van vergeten boeken te zijn beland. En dus spreekt hij in “Saul Bellows romaneske waarheid” de hoop uit dat literatuurminnaars het tij voor dit dreigende verlies snel zullen doen keren, waarbij hij tevens aannemelijk wil maken dat ook filosofen reden hebben zich dat mogelijke verlies aan te trekken. In zijn bijdrage “Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme” richt Herman van Erp zich op het betoog van de Nigeriaanse filosoof Emmanuel Eze, waarin deze stelt dat Kants begrip van rationaliteit, evenals dat van Habermas, racistisch is. Daarbij valt het zeker niet te ontkennen dat tot in het recente verleden antropologische theorieën het begrip rationaliteit vaak op racistische wijze hebben gebruikt, alsof niet-Westerse volkeren minder rationeel zouden zijn. Daarbij gaat Van Erp tevens in op de Kameroense filosoof Achille Mbembe en diens aansprekende cultuurfilosofische analyse van wat als ‘zwarte rede’ getypeerd kan worden. Het debat over racisme roept vandaag de dag heftige emoties op, juist vanwege het toenemende ‘identiteits-denken’ (zie daarvoor het voorafgaand themanummer van F&P). Standpunten en individuen botsen en je kunt je afvragen of het niet mogelijk is dat de deelnemers aan het debat “de botsing van hun kritiek met enige humor kunnen bezien en begrip voor elkaars standpunten kunnen opbrengen?” Je zou kunnen zeggen dat dat laatste – humor en begrip – de uitkomst is, in elk geval ten dele, van de volgende bijdrage, “Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume” door Ton Vink. Vanwege een racistische voetnoot in een van de essays van David Hume besloot de universiteit van Edinburgh onlangs diens naam van een naar hem vernoemd universiteitsgebouw te schrappen. Het gebouw moest nu maar vernoemd worden naar de locatie ervan: 40 George Square. Helaas ontdekte een derdejaarsstudent dat de nieuwe naamgever, George Brown, een 18de-eeuwse soldaat was, wiens familie enkele van de grootste suikerplantages op Jamaica exploiteerde, met meer dan 1.000 slaven. Men is in gesprek met elkaar! Dat doet overigens niets af aan de vraag of Hume zich in het essay dat aanleiding tot deze commotie is, eigenlijk wel steeds aan zijn eigen kennistheoretische uitgangspunten heeft gehouden. In zijn “Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens?” onderzoekt Jozef Keulartz de vraag of, en zo ja tot op welke hoogte, het optimisme over de veronderstelde sterke vergroting van de biodiversiteit door de moderne mens gerechtvaardigd is. Worden we daar echt blij van? Vervolgens bespreekt Kees Hellingman Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept geschreven door Mark van Vugt. Na informatie over een prijsvraag van de Vereniging van Ethici in Nederland besluit een korte rubriek Signalementen dit nummer van F&P. Inhoud 1 Inleiding 2 Habermas lezen, woord vooraf Leon Pijnenburg 4 Waarom niet lezen? - Jürgen Habermas 8 Saul Bellows romaneske waarheid - Patrick Delaere 22 Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme - Herman van Erp 44 Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume - Ton Vink 54 Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens? - Jozef Keulartz 76 - Boekbespreking: Lucy, Darwin & Lady Gaga. Bespreking van: Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept van Mark van Vugt - Kees Hellingman 76 Signalementen 89

Weg met alle normies

Over de diepste krochten van het internet en de online cultuuroorlogen. Aan de ene kant hebben we hierbij te maken met de alt-right, uiteenlopend van ooit zeer obscure neo-reactionaire en wit-separatistische bewegingen, en geeky subculturen als 4chan, tot meer mainstream-achtige verschijningsvormen als de Trump-supporter. Aan de andere kant gaat er een cultuur van performatieve wakkerheid dat schuil achter een therapeutische taal van trigger-waarschuwingen en safe spaces. Het feministische kamp in de online-cultuuroorlogen kent zijn al even geeky subculturen, evenals zijn mainstream-uitingen. Angela Nagle is een academische en non-fictieschrijver en schrijft onder andere voor de New Yorker, Jacobin en de Irish Times. Nu progressief links steeds meer de weg kwijtraakt in het onstuimige vaarwater van de burgerlijke zelfhaat, is Angela Nagle de vuurtorenwachter die ons een uitweg wijst. Haar werk is genadeloos in zijn diagnoses, maar nooit gratuit. Anders dan veel anderen aan de linkerzijde van het politieke spectrum, die maar al te gewend zijn geraakt aan hun eigen marginalisering en aan voortdurende nederlagen, gelooft Nagle nog dat actievoeren de enige manier is om een steeds hardvochtiger wereld te veranderen. Zij is de schrijver en maatschappelijk commentator waar ik al die tijd op gewacht heb. Connor Kilpatrick, Jacobin Onbereid als ze is om van linksige frasen te bedienen die vaak ingezet worden, maar er nooit in slagen, om de opkomst en het belang van de nieuwe rechtse subcultuur te verklaren, daalt ze in plaats daarvan af in de diepste krochten van het internet om ons van scherpe en nuchtere inzichten te voorzien. (En dat is maar goed ook, want: liever zij dan ik.) Amber A’Lee Frost, Chapo Trap House vetaling Twan Zegers

Nachtspalk

Nachtspalk is een verzameling mini-essays en voetnoten die begint met een reis naar Mexico. De rode draad vormt het labyrint waarin de auteur een filosofische uitweg probeert te vinden met een lezing van de continentale filosofie. Is er een uitweg? Wat is vrijheid, determinisme, contingentie, tijd en waanzin? Een dialectique noir. Wouter Kusters over Nachtspalk: “In plaats van nederig te erkennen dat de waanzinnige wakkker moet worden uit zijn nachtmerrie, onderzoekt Oto de droom binnen die nachtmerrie, de droom of illusie van werkelijkheid, en prikt deze door. In dit onderzoek dringt Oto als vanuit een vuurtoren door in de Matrix van de werkelijkheid.”

Over vriendschap

WINNAAR SOCRATESBEKER 2020 Immanuel Kant besluit zijn laatste grote werk over de zeden met beschouwingen over vriendschap. Jarenlang rondde hij er zijn ethiekcolleges mee af. De hele praktische filosofie van verlichtingsdenker Kant blijkt veel genuanceerder dan de gerenommeerde plichtenleer suggereert. Het spreekwoordelijk geworden dualisme van ideaal en werkelijkheid, plicht en geluk, rede en gevoel, liefde en respect, afstand en toenadering, bekentenis en geheim, intentie en verwachting is juist telkens afgestemd op een verhoopte mogelijke synthese. Hoe zeldzaam ook (zij is ‘een zwarte zwaan’) de vriendschap bestaat wel degelijk. In dialoog met klassieke premoderne auteurs (Aristoteles, Montaigne), kritische tijdgenoten (Von Kleist, Schiller), latere wijsgerige beschouwingen (Ricoeur, Levinas, Jankélévitch, Derrida) en evocaties uit de literatuur (Proust, Marai) krijgt Kants idee van vriendschap hier haar eigen fijnzinnig profiel. Vriendschap is een deugd en onze opvatting daarover is niet alleen verweven met seksuele geaardheid, schoonheidsidealen en persoonlijk welzijn, maar ook met maatschappelijke thema’s van politieke en religieuze aard. Het boek ontsluit aldus de gehele praktische filosofie van Kant en het illustreert haar blijvend belang voor de huidige samenleving. ‘Deze observaties van Kant en anderen over vriendschap zijn inspirerend en zetten aan tot eigen gedachtevorming.’ – de Volkskrant

www.FilosofievandeDood.nl

Het allereerste boek van Rutger Weemhoff is een werk met tal van lichtzinnige filosofische analyses omtrent alles wat met de dood te maken heeft. Dit zeer persoonlijke boekwerk heeft niets academisch: het is als een rijke rivier van filosofische ideeën, nieuwste ontwikkelingen op het gebied van de neurologie, diepzinnige inzichten in een mogelijk kwantumfysisch te bewijzen hiernamaals. Het legt bovendien talloze dwarsverbanden tussen wetenschap en kunst. Een must voor iedere zoeker naar waarheid. Who the hell is: Rutger Willem Weemhoff Deze auteur was actief als acteur in het theater en voor televisie. Naast zijn bezigheden als acteur studeerde Weemhoff in de jaren ‘80 tevens een tijdlang filosofie aan de Gemeentelijke Universiteit van A’dam. 'Filosofie van de dood, da's pas leven!' luidt zijn montere motto als ‘de filosoof van de dood' in een interview met Filosofiemagazine: ‘Ik sterf, dus ik ben (niet)’. Als onafhankelijke auteur en publicist schreef hij tal van teksten. Weemhoff biedt zijn schrijfwerk aan via een eigen ideële uitgeverij, onder de naam die zijn totale oeuvre het beste covert: Partout. Producties zijn uitsluitend te bestellen als paperback.

Als Boeddha Darwin kende

Een tocht door het boeddhistische Sri Lanka maakt dat reisschrijver Arjan Mulder plotseling heel anders in de wereld komt te staan. De oosterse cultuur is zo tegengesteld aan wat we in het westen gewend zijn, dat hij zich daarna ontheemd voelt in zijn eigen vertrouwde omgeving. In dit boek beschrijft hij vanuit die indringende ervaring ons westerse denken vanuit een oosters perspectief. In veertien filosofische reisverhalen ontstaat zo een verrassend beeld van onze moderne maatschappij: van ons westerse geloof in maakbaarheid, onze ideeën over mooi en lelijk, en de ecologische gevolgen van de uitvinding van de telegraaf, tot de menselijke warmte op de Noordkaap en de jacht op bezit, status en macht. Het boek is een reisgids voor de geest. Het nodigt uit om de mogelijkheden van de oosterse denkwijzen toe te passen in het eigen leven en om onze westerse waarden meer open te bekijken. Origineel, verhelderend en intrigerend. Arjan Mulder (1958) begon als onderzoeker in de revalidatie en werd daarna reisjournalist. Sri Lanka veranderde zijn leven. Sindsdien is de oosterse filosofie zijn spiegel voor het bestaan.

God?

De mens bedacht godheden om zijn gebrek aan kennis te compenseren en zich te wapenen tegen emotionele tegenslag. Virtuele godheden bleken ook nuttig te zijn om morele codes, normen en regels in toepassing te brengen. Regels die door mensen bepaald worden, kunnen aangevochten worden, die van godheden veel moeilijker, omdat het virtuele wezens zijn. De normen en regels die aan godheden toegeschreven worden, weerspiegelen die van hun scheppers. Zij verschillen van cultuur tot cultuur, evenzeer als de godheden zelf. Een aantal thema’s is overal op aarde terug te vinden omdat de mens in wezen overal dezelfde is, maar kregen in de onderscheiden regio’s toch soms een verschillende invulling. De interpretatie van de oorspronkelijke goddelijke regels hing bovendien af van latere aardse vertegenwoordigers. Sommigen klampten zich zo goed mogelijk vast aan het verleden, anderen evolueerden voorzichtig mee met hun maatschappelijke omgeving, waar de toegenomen kennis geregeld nieuwe inzichten opleverde. Sommige regels werden aangepast, andere verdwenen helemaal of werden achterhaalde anachronismen. Nog andere, die nu zinvol zouden zijn, werden nooit ‘door godheden’ bedacht.

Over geweld

Over geweld, gepubliceerd in 1908, is een boek over klassenstrijd en revolutie. Sorel staat bekend om zijn theorie dat politieke revolutie afhangt van het organiseren van gewelddadige opstanden en stakingen door het proletariaat om een economisch systeem in te stellen waarin syndicaten werkelijk de behoeften van de arbeidersklasse vertegenwoordigen. Het geweld dat hij prijst is dat van de algemene vakbondsstaking, waarvan de kracht van onrust zodanig zal zijn dat het eenvoudig een einde moet maken aan het bestaan van de staat. Een hele klassenbeweging van opstand leidt tot macht, maar stelt het proletariaat ook in staat zijn identiteit te vinden. Dit moet een nieuwe politieke wereld doen ontstaan: want het gaat er niet om de ene dominante groep door een andere te vervangen, maar om een nieuw, door geweld gezuiverd politiek tijdperk in te luiden. Sorel stelde geweld gelijk aan leven, creativiteit en deugdzaamheid. Zijn ideeën werden beïnvloed door verschillende andere filosofische schrijvers, waaronder Giambattista Vico, Blaise Pascal, Ernest Renan, Friedrich Nietzsche, Eduard von Hartmann, Pierre-Joseph Proudhon, John Henry Newman, Karl Marx en Alexis de Tocqueville. Georges Sorel (1847-1922) was een Frans filosoof en theoreticus van het revolutionair syndicalisme. Hij werd vooral bekend vanwege zijn verdediging van het gebruik van geweld en zijn idee van de kracht van de mythe in het leven van mensen dat zowel marxisten als fascisten inspireerde. Met een nawoord van Arnold Heumakers.

Wil tot waarheid

‘De drijvende kracht achter de vooruitgang, is de wil tot waarheid in ieder mens.’ – Jasper Mekkes Terwijl politiek Den Haag de teugels steeds steviger in handen neemt, galoppeert het neoliberale virus steeds harder achteruit, met Nederland en de Nederlanders als handelswaar op de wagen. Maar het feit dat de ‘elite’ behoud van macht verkiest boven vooruitgang van Nederland betekent niet dat er geen alternatief is voor de dominante neoliberale ideologie. Jasper Mekkes schetst dat alternatief; van libertaire orde in de stijl van Proudhon, van soevereiniteit in de stijl van La Boétie, van een politiek van de regio’s en van verbinding van linkse en rechtse soevereinisten. Hij nodigt hiermee uit tot nadenken over de tijd na het neoliberale virus; door goed terug te kijken naar de oorzaken van de crisis van de westerse beschaving. Als alternatief voor het nihilisme van onze tijd laat hij met een libertaire visie op de toekomst van Nederland zien hoe goed terugkijken en vrijmoedig de waarheid spreken kunnen bijdragen aan de vooruitgang van vrije individuen in ecologisch, sociaal, economisch en politiek verantwoorde samenlevingen. Met Wil tot waarheid zijn 44 van zijn beste essays nu gebundeld, geïllustreerd en aangevuld met het nooit eerder gepubliceerde korte verhaal Het uur van de waarheid (het onderwerp van de Maand van de Filosofie 2020). Met deze filosofische essays construeert Mekkes in vier delen zijn vooruitgangsfilosofie van de geschiedenis. Voor het nadenken over de richting van een revolutie waar we volgens Mekkes allang middenin zitten gebruikt hij hiervoor oude ideeën van denkers als Aurelius, Epictetus, Diogenes, Socrates, La Boétie, Proudhon, Nietzsche, Einstein, Camus en Onfray. De Nederlandse ingenieur en vooruitgangsfilosoof Jasper Mekkes (1975) is rebels en schopt heilige huisjes omver. Mekkes presenteert een libertaire, materialistische en vitalistische vooruitgangsfilosofie van de geschiedenis in zijn essays en boeken. Hij geeft les in de filosofie achter duurzame vooruitgang aan een technische hogeschool in Hilversum.

Summistae

Thomas Aquinas’ Summa theologiae is one of the classics in the history of theology and philosophy. Beyond its influence in the Middle Ages, its importance is also borne out by the fact that it became the subject of commentary. During the sixteenth century it was gradually adopted as the official text for the teaching of scholastic theology in most European Catholic universities. As a result, university professors throughout Europe and the colonial Americas started lecturing and producing commentaries on the Summa and using it as a starting point for many theological and philosophical discussions. Some of the works of major authors such as Vitoria, Soto, Molina, Suárez and Arriaga are for all intents and purposes commentaries on the Summa. This book is the first scholarly endeavour to investigate this commentary tradition. As it examines late scholasticism against its institutional backdrop and contains studies of unpublished manuscripts and texts, it will remain an authoritative source for the research of late scholasticism.

Nieuwe werkrelaties

Kan je baas je beste vriend zijn? Je zou denken van wel als je afgaat op de homepage van het bedrijf. Organisaties profileren zich als een vrolijke bedrijfsfamilie of een speelveld waar je het beste uit jezelf kunt halen. Vergaderen in een ballenbak en jaarlijks iets doen voor het goede doel. Welk idee zit hierachter? Op scherpe wijze legt cultuurfilosoof Sjaak Vane de sturingsmechanismes bloot achter de nieuwe werkverhoudingen. Hij wijst daarbij op de tegenstrijdigheden waar bedrijfsculturen tegenaan lopen. Gaat eigenbelang samen met een hoger ideaal? Heb je nog autonomie als een algoritme de toon van je e-mails controleert? Kun je eisen dat werknemers 100% zichzelf zijn? Aan de hand van diverse filosofen zet Nieuwe werkrelaties de gedachte achter zeven organisatieculturen op een rijtje. Daarbij komen ook experimenten aan de orde als Holacratie, Open Book Management, HR-analytics en het keukentafelgesprek. Het boek eindigt met een pleidooi voor werkrelaties waarin je mag afwijken van de norm. Een sterke bedrijfscultuur is geen monocultuur. Dit boek is herkenbaar voor managers en werknemers. Het geeft aandachtspunten voor een doordachte bedrijfscultuur.

Create My Own Path

I AM.

De tirannie van verdienste

‘Als we de gepolariseerde hedendaagse politiek achter ons willen laten, dienen we op de tast onze weg te zoeken en goed na te denken over wat mensen toekomt. Hoe komt het dat de betekenis van succes en verdienste de afgelopen decennia zo sterk veranderd is, en wel zodanig dat arbeid sterk aan waardigheid heeft ingeboet en veel mensen het gevoel hebben dat de elites op hen neerkijken?’ - Michael J. Sandel Bestsellerfilosoof Michael Sandel maakt de balans op van de democratie. Veel mensen voelen zich niet meer vertegenwoordigd door de bestuurlijke elites en wenden zich tot populistische leiders en partijen. Het probleem is dat onze samenleving mensen met een hogere opleiding onevenredig beloont en de rest terzijde schuift. Dit is de tirannie van verdienste. Sandel gaat na in hoeverre de aanklacht van ‘het volk’ tegen de elites terecht is. Waarom zou iemand met een universitaire opleiding meer over het algemeen welzijn mogen zeggen dan een persoon met een vmbo-diploma? Is dat rechtvaardig? 'De tirannie van verdienste' is een belangrijk boek voor iedereen die de democratie aan het hart gaat. 'De problemen die filosoof Michael J. Sandel aansnijdt in zijn nieuwe boek zijn complex, maar de boodschap is helder: de elite moet ophouden zich verheven te voelen boven de rest. Want succes is niet altijd een kwestie van verdienste.' - De Volkskrant 'Zonder op zijn hurken te gaan zitten, analyseert Sandel haarscherp de enorme kloven in westerse samenlevingen.' - Trouw (vijf sterren) 'Een radicaal, nieuw boek.' - Knack 'Sandel schrijft een scherpe kritiek.' - Het Financieele Dagblad

Machiavelli’s lef

Waarom zou je Machiavelli (1469-1527) lezen – de term ‘machiavellisme’ staat toch voor manipulatie, bedrog en machtshonger? Dat dacht Tinneke Beeckman ook. Maar dankzij Spinoza ontdekte ze een andere Machiavelli: een geniale politieke denker uit de renaissance en passionele liefhebber van vrijheid. Machiavelli is bij uitstek een denker voor een wereld in crisis. En zijn denken getuigt van een aanstekelijk lef om ideeën te lanceren én om te handelen. Beeckman bespreekt Machiavelli’s originele inzichten: politiek draait om conflict, noodzaak en tegenslag brengen het beste in jezelf naar boven en politieke deugdzaamheid verschilt van de klassieke moraal. Machiavelli hield leiders en burgers een spiegel voor: wat betekenen macht, gezag en burgerschap? En wanneer leef je echt in vrijheid? Beeckman bespreekt deze vragen en inzichten nauwgezet en betrekt ze op de actualiteit. In dit uitdagende boek voert Beeckman de lezer niet alleen naar het hart van Machiavelli’s denken, ze laat ook zien dat Machiavelli’s werken een rijke schatkamer zijn vol wijze, scherpe en helder geformuleerde inzichten die van groot belang zijn voor burgers van nu.

Frictie

Dataïsme is het geloof dat alles te vertalen is in data. Data leggen de wereld vast en maken haar beheersbaar. Maar voor wie en met welk doel? Ethische dilemma’s rondom data worden vaak gereduceerd tot zaken als privacy en regulering, terwijl de onderliggende aannames van het dataïsme zelden ter discussie staan. Is de mens echt als algoritme te begrijpen? Wat gebeurt er met de dingen die niet in data te vatten zijn? En waarom wordt de dataïstische toekomst voorgesteld als onvermijdelijk? Tegenover het ideaal van een geautomatiseerde wereld die ons gevangenhoudt in een onzichtbaar net, stelt Miriam Rasch een herwaardering van frictie. Frictie is een geduchte strategie van hen die strijden voor emancipatie of zich teweerstellen tegen de eis van transparantie en constante communicatie. Rasch opent de weg naar ‘de-automatisering’ als mogelijkheid om woorden en dingen weer als nieuw te laten schijnen. Hoe kunnen we in dataïstische tijden ons eigen verhaal blijven vertellen?