77.961 resultaten

Taal en betekenis

Noodzakelijke gesprekken

'Noodzakelijke gesprekken' bevat vijftien spraakmakende interviews over de grote vragen van deze tijd. Daarin gaat Mounir Samuel geen ongemakkelijk thema of maatschappelijke uitdaging uit de weg. Of het nu leven in quarantaine, de klimaatcrisis, de Black Lives Matter-beweging, gender, de zorg, het onderwijs, God en religie, politieke representatie, feminisme, intimiteit, depressie, het ouderschap of de verwerking van verlies betreft. Met een scherpe pen destilleert Samuel samen met zijn gesprekspartners een nieuwe wereld. Noodzakelijke gesprekken met Nazmiye Oral * Imane Nadif * Glenn Helberg * Marte Boneschansker * Laura Polder * Petra Stienen * Moataz Rageb * Dina El Filali * Martijn Kamphorst * Meral Polat * Rachel Rumai Diaz * Joost Röselaers * Hasna El Maroudi * Shishani Vranckx * Sahar Shirzad

Overpeinzingen

Marcus Aurelius wordt beschouwd als de laatste grote vertegenwoordiger van de Stoa, een filosofische stroming in de klassieke oudheid. Tijdens zijn veldtochten hield hij een filosofisch dagboek bij. Deze persoonlijke aantekeningen laten hem zien als een van de nobelste figuren uit de oudheid. De fascinerende spirituele ontboezemingen en overdenkingen, ontstaan tijdens zijn zoektocht naar zichzelf en naar de zin van het universum, vertellen over twijfel en wanhoop, over overtuiging en vervoering.

De mythe van Sisyphus

“Het absurde ontstaat uit de confrontatie van de mens die vraagt, en de wereld die op een onredelijke wijze zwijgt.” Hoe moet ik leven, als ik mij nergens op kan beroepen? Dat is de vraag die Albert Camus (1913-1960) ons voorlegt in De mythe van Sisyphus. Een vraag die ook nu nog even dringend is als in 1942 toen Camus dit boek publiceerde. De mythe van Sisyphus in een splinternieuwe, frisse vertaling van Elly Jaffé Prijs winnares Hannie Vermeer-Pardoen.

Eichmann in Jeruzalem

In 1960 wordt de voormalige nazileider Adolf Eichmann in Argentinië door de Israëlische geheime dienst gekidnapt. Sinds de Tweede Wereldoorlog had hij een anoniem bestaan geleid, maar nu moet hij terechtstaan wegens ‘misdaden tegen de menselijkheid’. In opdracht van het tijdschrift The New Yorker woonde Hannah Arendt het proces bij. Haar reportage biedt inzicht in het dagelijks verloop van het proces, maar ook in de grote onderwerpen die erachter schuilgingen: het wezen van de gerechtigheid, de houding van het joodse leiderschap onder het naziregime, en het meest omstreden onderwerp van alle: het wezen van het kwaad. Terwijl de openbare aanklager Eichmann als het vleesgeworden kwaad afschildert, beschrijft Arendt hem als een doorsneemens, een kleine, maar ambitieuze bureaucraat die door een totalitaire staat werd verleid. Een verontrustende analyse van een van de grootste showprocessen van de twintigste eeuw.

Het slimme onbewuste

Waarom helpt nadenken vaak niet bij het nemen van beslissingen? Waarom vinden we een liedje dat al weken op nummer 1 staat in de hitlijsten leuker dan een liedje dat we voor het eerst horen? En hadden Mozart en Einstein een beter functionerend bewustzijn dan wij, of was het hun onbewuste dat hen tot genieën maakte?We plaatsen het bewustzijn op een voetstuk, zien het als de kroon op de evolutie en denken dat het ons onderscheidt van andere dieren: dat het ons verstandig en rationeel maakt, dat het de baas is in ons brein en dat het ons gedrag stuurt.Ons onbewuste daarentegen zien we als ondergeschikt. Het is niet meer dan een hulpje van het bewustzijn. Freud zag het al als een vergaarbak van ellendige herinneringen en dierlijke driften die door het bewustzijn beteugeld moeten worden.Het slimme onbewuste laat zien dat deze zienswijze onzinnig is en dat juist het onbewuste allesbepalend is. Ons onbewuste stuurt (met een verwerkingscapaciteit die ongeveer 200.000 keer zo groot is als die van het bewustzijn) ons gedrag, ons denken en onze gevoelens. Ap Dijksterhuis weet op verbluffend heldere wijze duidelijk te maken hoe menselijk gedrag werkt.Ap Dijksterhuis (1968) is hoogleraar psychologie van het onbewuste aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij heeft veel gepubliceerd over het onbewuste, onder meer in het gezaghebbende Science. Zijn werk krijgt veel aandacht en werd meerdere malen besproken in The New York Times. Hij won verschillende wetenschappelijke prijzen, waaronder de prestigieuze Early Career Award van de American Psychological Association. In 2005 kreeg hij een vici-subsidie, de grootste wetenschappelijke subsidie van nwo.'Dijksterhuis krijgt de prijs voor geweldig creatief onderzoek naar de rol van automatische en onbewuste processen. Hij leidde zijn generatie met de introductie van een opmerkelijk aantal vindingrijke paradigma's dat een tipje van de sluier oplicht en de onbewuste bronnen vanmenselijk denken en doen onthult.'apa-juryrapport

De essentie van Dogen

‘De weg van de Boeddha bestuderen is jezelf bestuderen. Jezelf bestuderen is jezelf vergeten. Jezelf vergeten is verlicht worden door de tienduizend dingen.’ Met deze paradoxale regels beschrijft zenmeester Dōgen (1200-1253) het hart van zijn denken: de ontdekking van een even weidse als intieme verbondenheid van het ‘ik’ en ‘de ander’ of ‘het andere’. Vergankelijkheid vormt bij Dōgen het onontkoombare uitgangspunt. We delen haar niet alleen met onze medemens, maar ook met alle dieren, planten en dingen. Met De essentie van Dōgen biedt Michel Dijkstra een ingang tot de rijkdom en schoonheid van Dōgens verbindingskunst. Hij verduidelijkt de vaak moeilijk te doorgronden teksten van Dōgen en laat helder zien wat we van hem kunnen leren.

Verantwoordelijkheid en oordeel

Over dialoog

Filosoof en natuurkundige David Bohm laat in ‘Over dialoog ‘zien hoe we problemen bij de wortel aan kunnen pakken door ons denkproces te veranderen. Nooit eerder was er een grotere noodzaak om goed naar elkaar te luisteren, in onze organisaties, bedrijven en maatschappij. David Bohm beschrijft in dit boek een creatieve dialoog, waarin we onze aannames en vooroordelen aan de kant kunnen zetten. Door onze overtuigingen te delen kunnen we, individueel en als samenleving, meer leren over onszelf en anderen. Deze klassieker van een van de origineelste denkers van de twintigste eeuw is nu eindelijk in het Nederlands verkrijgbaar.

Een seculiere tijd

Geloof en ongeloof in de wereld van nuDe plaats van religie in onze wereld is gedurende de laatste eeuwen diepgaand veranderd. We leven in een seculiere tijd - daar is bijna iedereen in het Westen het wel over eens. Wat is de betekenis van deze ontwikkeling? Wat gebeurt er wanneer een samenleving waarin het vrijwel onmogelijk is niet in God te geloven, verandert in een samenleving waarin geloof slechts één menselijke mogelijkheid is tussen andere, zelfs voor de onwankelbaarste gelovige?Charles Taylor onderzoekt de ontwikkeling van die aspecten van de moderniteit in het 'westerse christendom', die we seculier noemen. In feite beschrijft hij geen enkelvoudige, zich voortzettende transformatie, maar een serie nieuwe uitgangspunten waarin oudere vormen van religieus leven verdwijnen of instabiel worden en nieuwe worden gecreëerd. De hedendaagse seculiere wereld wordt niet gekenmerkt door een afwezigheid van religie - al zijn in sommige samenlevingen geloof en godsdienstbeoefening aanmerkelijk achteruitgegaan - maar eerder door een groeiende toename van nieuwe opties - religieus, spirtiueel en antireligieus, die individuen en groepen aangrijpen om hun leven betekenis en hun spirituele idealen vorm te geven.

Oog in oog met Gaia

In 'Oog in oog met Gaia' stelt de Franse filosoof en wetenschapsantropoloog Bruno Latour dat de natuur niet langer de stabiele achtergrond vormt van ons doen en laten. We zijn toegetreden tot het tijdvak van het antropoceen, het tijdvak waarin de ecologische gevolgen van het menselijk handelen hardhandig op de voorgrond treden. De ecologische mutatie die zich voltrekt, betitelt Latour als het Nieuwe Klimaatregime. De oude natuur wijkt voor een wezen in beweging, waarin menselijke activiteit en natuurlijke wereld talloze onverwachte verbindingen aangaan: Gaia. Latour neemt de controversiële Gaia-hypothese van James Lovelock als uitgangspunt, en zet daarnaast rechtsfilosofie en kunst in om de politieke, religieuze en wetenschappelijke dimensies van het verouderde natuurbegrip te ontwarren. Zo legt hij in dit ongemeen rijke en verrassende boek de basis voor een hoogst noodzakelijke politisering van de ecologie. 'Oog in oog met Gaia' is voortgekomen uit een cyclus van lezingen in Edinburgh. De lezingen zijn uitgebreid en volledig herschreven, met behoud van de oorspronkelijke toon en stijl. Latour koppelt denken-in-actie en humor aan een fabelachtige eruditie, maar schuwt de polemiek niet.

Ik

Toegankelijk geschreven boek over een vraag die iedereen aangaat: 'Wie ben ik?' IK bereidt havoleerlingen voor op hun eindexamen filosofie, waarvan het thema in de periode 2017-2019 'persoonlijke identiteit' is. In dit boek geven drie auteurs op drie manieren antwoord op de vraag wat persoonlijke identiteit is. Ze doen dat vanuit metafysisch, epistemisch en praktisch oogpunt. De eerste zienswijze probeert uit te leggen wat voor soort 'ding' de mens precies is. De tweede benadering onderzoekt of wij onze emoties, gedachten en verlangens wel kunnen kennen. Het laatste deel gaat over de vraag hoe een mens moet handelen en waar hij verantwoordelijk voor is. De auteurs maken duidelijk welke spanningen inherent zijn aan deze identiteitsvragen en laten de lezer kennismaken met de belangrijkste filosofen in de genoemde gebieden.

12 Rules for Life

‘Mensen, het is lastig maar het kan…’

Jan Terlouw zet zich onvermoeibaar, met veel passie en optimisme, in voor de toekomst van de generaties na ons. Hij stelt voor om de natuur te zien als compagnon en niet als slaaf die je kunt uitbuiten. Om elkaar weer te vertrouwen en op te houden met het verwoesten van de aarde. Zijn rijke loopbaan op het gebied van de wetenschap, politiek en schrijverschap leverde Terlouw nog meer inzichten op. Samen met Marjolein Westerterp filosofeert hij volop over thema’s als verandering, leiderschap, fantasie, liefde, optimisme en vrijheid. Een rijk en opbeurend boek vol wijsheden die ertoe doen.

Stoïcijnse levenskunst

Mensen lijden niet door de dingen die hun overkomen, maar door hun gedachten daarover. Irrationele gedachten veroorzaken negatieve emoties als irritatie, angst, teleurstelling, jaloezie en schuldgevoel. Dit soort emoties heeft geen enkele positieve functie. Wie van lijder (passief) tot leider (actief) wil worden, kan terecht bij de stoïcijnse levenskunst van onder meer Epictetus, Spinoza en Sartre. Daarbij hoort ook het keuzes maken zonder nodeloze onzekerheid en gepieker vooraf en zonder zinloze spijt- en schuldgevoelens achteraf. Aan de hand van veel alledaagse voorbeelden vertelt dr. Miriam van Reijen - zelf enthousiast stoïcijn - hoe het mogelijk is om te leven zonder irritaties en teleurstelling.

Theorie van de kraal

De moderne, liberale orde is een historische ramp die zich op aarde voltrekt, stellen Willem Schinkel en Rogier van Reekum. Liberalisme faciliteert de hernieuwde opkomst van fascisme. Links heeft niets te verwachten van liberale politiek, van sociaaldemocratie of van kritiek op ‘identiteitspolitiek’. Schinkel en Van Reekum gebruiken de ‘kraal’ (een omsloten ruimte voor vee) als metafoor voor de huidige biopolitieke ruimte waarin wij gedresseerd worden om de circulatie van kapitaal mogelijk te maken. De kraal is het principe van omheining en van exploitatie van de mens en de aarde. De orde van de kraal wil ons doen denken dat we man of vrouw zijn, wit of zwart, en beperkt de wildheid van het leven. Of het nu gaat om migratie of klimaat, een leven met minder geweld vergt een politiek van de revolutionaire liefde. Willem Schinkel (1976) is hoogleraar sociale theorie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Bij Boom verscheen eerder Over nut en nadeel van de sociologie voor het leven (2014). Hij schreef onder andere ook De gedroomde samenleving (2008) en De nieuwe democratie (2012). Rogier van Reekum (1980) is universitair docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De menselijke conditie

De menselijke conditie is het hoofdwerk van Hannah Arendt. Zij geeft in dit boek een originele analyse van de vita activa van de mens. Arendt maakt onderscheid tussen drie fundamentele menselijke activiteiten: arbeiden (verbonden met het biologische proces van het lichaam), werken (verbonden met het niet-natuurlijke deel van het bestaan) en handelen (verbonden met de interactie tussen mensen). Het zijn activiteiten die elk een eigen waarde hebben voor het mens-zijn. Met haar historische analyse van de vita activa geeft Arendt een cultuurkritiek van de moderne tijd die nog altijd tot nadenken stemt.

De onzichtbare Maat

Mateloosheid. Dat is hét kenmerk van de moderne tijd. Die staat daarmee haaks op de grote Europese Traditie, die teruggaat op Athene en Jeruzalem. Want in die Traditie gaat het om de juiste Maat, maathouden, maatvoering, matigheid. De kerngedachte is dat de juiste Maat te vinden is in de werkelijkheid, al is ze niet zichtbaar. Men moet er oog voor hebben. Er is een juiste maat in kleding, een juiste maat in eten en drinken, een juiste maat in werken en ontspannen, in vreugde en verdriet, in vrijheid en gelijkheid, ja, in alles. Tact is een vorm van maatvoering. Redelijkheid is dat ook. Goed en kwaad zijn uiteindelijk niets anders dan maat houden. Dit inzicht, deze wijsheid, is weggevaagd door de ideologieën van de Verlichting en de Romantiek, die de moderne wereld domineren. Het zijn beide ideologieën van de oneindigheid, dat wil zeggen mateloosheid. De Verlichting zoekt het heil in de eindeloze economische en technologische vooruitgang, de oneindige bevrediging van de begeertes. De Romantiek zoekt het geluk in eindeloos experimenteren en de eindeloze introspectie, op zoek naar het oneindige Zelf. Het gevolg is een wereld die uit het lood is geslagen en een mens die niet weet waar hij het zoeken moet. Terwijl het zo eenvoudig is: de juiste Maat. Onze voorouders wisten het. Wij zijn het vergeten. Dit boek stoft de Traditie af en brengt haar weer tot leven. Prof. dr. Andreas Kinneging (1962) is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden. Met zijn boek Geografie van goed en kwaad won hij de Socrates Wisselbeker voor het beste filosofieboek van 2006.

Het boek van vreugde

Een wijs en inspirerend boek van twee van de vrolijkste mensen ter wereld. De Nobelprijswinnaars en oude vrienden kijken terug op hun veelbewogen levens en geven antwoord op de belangrijke vraag: hoe kunnen we vreugdevol leven ondanks het verdriet en de tegenslagen die bij het leven horen?

Filosofen van deze tijd

Nog nooit was er zo veel belangstelling voor filosofie als de laatste jaren. Daarmee groeit de behoefte aan een heldere inleiding die de oppervlakkigheid overstijgt zonder in dor academisch proza te vervallen. Filosofen van deze tijd heeft zich bewezen als een uiterst leesbare introductie op het hedendaagse denken. Het behandelt de 32 belangrijkste denkers van na de Tweede Wereldoorlog. Een keur van specialisten presenteert de spraakmakendste thema’s van de afgelopen decennia. Filosofen van deze tijd is niet louter een geschiedenis van de recente ontwikkelingen - het schetst meteen het filosofische landschap voor de eenentwintigste eeuw. Dit boek behandelt het denken van onder anderen Heidegger, Wittgenstein, Popper, Arendt, Foucault, Habermas, Dennett, Kristeva, Nussbaum, Sloterdijk, Žižek en, vanaf deze nieuwe druk, ook Singer, Deleuze en Fanon. Het is een inleiding in de moderne filosofie, onmisbaar voor studenten aan universiteiten en hogescholen, maar tegelijk een verrassende kennismaking voor een breed publiek. Inmiddels zijn er al ruim 25.000 exemplaren verkocht. Deze nieuwe editie 2018 is geheel geactualiseerd. Maarten Doorman is filosoof en essayist. Van hem verschenen op filosofisch gebied onder meer De romantische orde, Rousseau en ik en De navel van Daphne. Heleen Pott is filosoof en Socrates-hoogleraar Kunst, Cultuur en Samenleving aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘De bijdragen zijn helder geschreven en informatief van karakter. De auteurs slagen erin hun filosoof op een voor een breed publiek begrijpelijke wijze voor het voetlicht te brengen.’ DE VOLKSKRANT ‘Filosofen van deze tijd als overzichtswerk staat als een huis.’ FILOSOFIE MAGAZINE ‘Filosofen van deze tijd is bedoeld voor een breed publiek en een goede opstap voor wie meer wil weten van de eigentijdse filosofie.’ NEDERLANDS DAGBLAD

Nietzsche

Er is bijna niemand die ons denken zo sterk heeft beïnvloed als Friedrich Nietzsche (1844–1900), en bijna niemand is zo slecht begrepen. Rüdiger Safranski, vooraanstaand Nietzsche-kenner, beschrijft Nietzsches gekwelde levenen analyseert tegelijkertijd de filosofische implicaties van diens moraal, religie en kunst. Safranski’s heldere biografie schetst een meeslepend en genuanceerd portret van de grote filosoof van de negentiende eeuw. Hij maakt begrijpelijk hoe diens nihilisme in zijn leven is geworteld; een grootse prestatie.

Homo Sacer

‘De terrorist, de comapatiënt en de vluchteling – dat zijn de nieuwe rechtelozen. Giorgio Agamben noemt ze homines sacri, de heilige mensen die uit de samenleving zijn verbannen.’ – Filosofie Magazine Sinds de verschijning in 1995 is Homo sacer in en buiten Europa onderwerp van vele, vaak heftige discussies. In dit boek behandelt de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben de relatie tussen politiek en leven. In het oude Romeinse recht was de homo sacer een mens die door iedereen straffeloos gedood mocht worden. Hij werd buiten het menselijke én het goddelijke recht geplaatst. De homo sacer markeert de grens tussen het burgerrechtelijke leven en het naakte, onbeschermde leven. Dit leven op de grens, in een niemandsland, biedt Agamben de sleutel tot een kritische analyse van de westerse politieke traditie, waarin het leven de inzet van de politiek is geworden en de politiek veranderd is in biopolitiek. Aan de hand van de relatie tussen het naakte leven en de soevereine macht – van Aristoteles via de Verklaring van de rechten van de mens en de burger tot Auschwitz – presenteert de auteur het concentratiekamp als het paradigma van de moderne tijd. Het kamp blijkt de ruimte te zijn waarin regel en uitzondering, leven en dood niet meer van elkaar te onderscheiden zijn. Met een nieuw voorwoord van Gert-Jan van der Heiden Giorgio Agamben (1942) is een hedendaagse Italiaanse filosoof. Zijn filosofische werken op het gebied van taal, cultuur, godsdienst en politiek zijn in vele talen vertaald. Bij Boom verschenen eerder Profanaties (2016) en Idee van het proza (2019).

Weg van liefde

In ‘Weg van liefde’ onderzoekt Alain de Botton wat er gebeurt als twee mensen verliefd worden, wat ervoor nodig is om de liefde te behouden en waarom het vaak toch misgaat. Rabih en Kirsten ontmoeten elkaar op het werk; ze worden verliefd, ze trouwen en krijgen kinderen – ‘en ze leefden nog lang en gelukkig.’ Helaas, geen enkele relatie is zo simpel. Met filosofisch inzicht en psychologische scherpzinnigheid toont De Botton dat onze huidige romantische idealen ons veel schade kunnen berokkenen en geeft alternatieven voor een nieuwe romantiek. De conclusie is – zoals de personages in dit boek zullen ondervinden – dat langdurige liefde vooral een ‘vaardigheid’ is die wij ons langzaam en met de nodige moeite eigen maken. ‘Weg van liefde’ is een herkenbaar, verhelderend en hoopgevend verhaal over hoe een liefdesrelatie in de eenentwintigste eeuw kan standhouden en tot bloei kan komen.

Voorbij goed en kwaad

Voorbij goed en kwaad, na Aldus sprak Zarathoestra en Ecce homo wellicht het meest gelezen boek van Nietzsche, is in essentie een radicale kritiek op de moderniteit. Nietzsche trekt met de felheid die hem eigen is, van leer tegen de moderne wetenschappen, de moderne kunsten en de moderne politiek. Alles waarop Nietzsches tijd - en dat is in grote lijnen ook onze 'moderne' tijd - trots was, wordt door deze oneigentijdse filosoof en psycholoog genadeloos geattaqueerd. Begrippen als 'wetenschappelijke objectiviteit', 'sympathie', 'ethische verantwoordelijkheid' worden minutieus ontleed en tot hun werkelijke oorsprong herleid: de wil tot macht. Voorbijgoed en kwaad kan gelezen worden - en het was Nietzsches intentie dat dit gebeurde - als een programmatische verhandeling waarmee hij zijn geestverwanten probeerde te bereiken, vrije geesten, mensen van de toekomst, die in Nietzsche hun gelijke, of liever nog, hun geestelijk leider wilden zien. Het boek, dat is opgebouwd uit 296 paragrafen variërend van enkele regels tot een paar bladzijden, kan worden beschouwd als pendant van zijn Aldus sprak Zarathoestra, dat een jaar eerder was voltooid en waarin Nietzsche een eerste poging doet zijn filosofisch denken samen te vatten. Waar Zarathoestra uitblinkt door symboliek en literaire presentatie, is Voorbij goed en kwaad bekend om zijn vele kernachtige - en buitengewoon citeerbare - aforismen.

Wie is er bang voor Simone de Beauvoir?

Verfrissende, actuele kijk op Simone de Beauvoir, een van de meest besproken denkers van dit moment. Simone de Beauvoir is terug van weggeweest. In De tweede sekse (1949) legde ze de zo vanzelfsprekend heersende masculiniteit van de westerse cultuur bloot. Het vuistdikke boek werd vooral door vrouwen gelezen en daarna gebruikt om mannen mee om de oren te slaan. Wordt het niet eens tijd dat ook mannen deze twintigste-eeuwse klassieker gaan lezen? De systematische achterstelling van vrouwen is immers een probleem van de hele westerse samenleving, en niet alleen van vrouwen. Wie is er bang voor Simone de Beauvoir? biedt een verfrissende, actuele kijk op Simone de Beauvoir, vanuit een mannelijk perspectief. Ruud Welten gaat in op vaak onverwachte en nog onontgonnen aandachtsgebieden in het denken van De Beauvoir. Naast feminisme en existentialisme komen ook psychoanalyse en literatuur aan bod, en naast de achterstelling van vrouwen ook religiositeit, liefde en seksualiteit. In het concluderende hoofdstuk wordt de vraag gesteld waarom, ondanks vrouwenquota en diversiteitsbeleid, de ongelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen tot op de dag van vandaag blijft voortbestaan.

Wat zou Aristoteles doen?

In ‘Wat zou Aristoteles doen’ maakt Edith Hall duidelijk hoe Aristoteles ideeën juist nu kunnen dienen als kompas voor een betrokken en gelukkig leven. Ze combineert hiervoor ethiek en joie de vivre en haalt verrassende, onderbelichte kanten van Aristoteles leven naar voren en verbindt zijn filosofie met onze eigen levens. Aristoteles is dé filosoof voor wie een goed en gelukkig wil leven. In een bijzonder turbulente en politieke tijd praktiseerde hij zijn filosofie niet alleen in de maatschappij, maar ook in het familieleven en in vriendschappen.

Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat

Nog nooit leefden we zo lang, zo welvarend en zo vreedzaam als vandaag. Kan dit mooie liedje blijven duren? Doemdenkers verkondigen dat we op de rand van de afgrond staan, cultuurpessimisten dat onze moderne samenleving aan een diepe malaise lijdt. In Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat breekt Maarten Boudry een lans voor het vooruitgangsdenken. Hij bestrijdt het wijdverbreide pessimisme en zoekt naar verklaringen voor de doembeelden over klimaat en islamisering, over groeiend racisme en ongelijkheid en over de diepe wanhoop van de westerse mens. Boudry pleit voor de beproefde waarden van wetenschap en verlichting. Doemdenken leidt niet tot daadkracht maar tot fatalisme, terwijl vooruitgangsdenken net wervend is. De wereld stond er nog nooit zo goed voor als vandaag, en we kunnen haar nog veel beter maken.

De troost van de filosofie

In De troost van de filosofie levert Alain de Botton het overtuigende bewijs dat de grote filosofen beslist niet alleen theoretisch toepasbaar zijn. Kan Socrates ons helpen bij impopulariteit? Of zou Epicurus ons bij geldgebrek en Seneca ons bij frustraties terzijde kunnen staan? Een gebroken hart kan geheeld worden met de filosofie van Schopenhauer, en moeilijkheden in het menselijk bestaan zijn weliswaar vervelend maar ook een absolute noodzaak, aldus sprak Nietzsche.

De genealogie van de moraal

In De genealogie van de moraal keert Nietzsche terug naar een genre dat hij na De geboorte van de tragedie en Oneigentijdse beschouwingen had afgezworen: het traktaat. In een hecht doortimmerd betoog dat hij tussen 10 en 30 juli 1887 in één adem schreef, trekt Nietzsche de consequenties uit een leven lang denken over de waarde en de functie van de moraal. Het leidt hem tot beargumenteerde maar boude uitspraken over de oorsprong van het (slechte) geweten, de werking van de geschiedenis, en de moraal als uitdrukking van de wil tot macht. Vooral de beruchte passage over de joden als 'het priesterlijke volk van het ressentiment bij uitstek' zou koren op de molen zijn van antisemieten en rassenideologen. Waar Nietzsche zich op de waarde van de instincten beroept betoont hij zich freudiaanser dan Freud, en waar hij de relatie tussen schuldeiser en schuldenaar aan de basis van de civilisatie stelt marxistischer dan Marx. De genealogie van de moraal is een onomstotelijk hoogtepunt in het oeuvre van de controversiële denker Nietzsche, een polemisch boek dat de lezer nog steeds irriteert en verontrust.

De andere Spinoza

Spinoza staat vandaag bekend als de radicale verlichter, de filosoof van vrijheid. Dat is slechts de halve waarheid. Voor de geniale zeventiende-eeuwse Amsterdammer draait namelijk alles rond ‘God, de mens en zijn heil’. Van bij het begin gaat het in zijn werk steeds om hetzelfde: is er een weg naar het ware geluk? Spinoza onderscheidt niet één, maar twee dergelijke wegen: de brede religieuze weg voor de massa en het steile pad van de filosofie voor de enkeling. Telkens staat God centraal. Voor de hedendaagse lezer is die obsessie met God en met religie haast onbegrijpelijk. In plaats van Spinoza aan te passen aan de huidige opvattingen, wil Herman De Dijn juist de ‘ethisch-religieuze’ kern van Spinoza’s visie herontdekken. Spinoza is een echte anomalie. Hoewel geen christen, is hij een radicale hervormer van het christendom als massareligie. Hoewel een verlichtingsdenker, ontwerpt hij een rationele ethiek die paradoxaal genoeg uitmondt in een filosofische religie. De God van Spinoza is echter niet de God bevestigd in het theïsme en genegeerd door het atheïsme. Het is de God, Natuur, de Oer-bron van een wereld zonder zin of doel. Hoe is heil mogelijk in een dergelijke wereld? Herman De Dijn is emeritus hoogleraar moderne filosofie (KU Leuven). In zijn onderwijs en onderzoek stonden vooral Spinoza en Hume centraal. Hij publiceerde talrijke internationale studies over beide denkers. Hij was jarenlang bestuurslid en voorzitter van de Vereniging Het Spinozahuis.

Op wereldreis met Voltaire

Voltaires kortverhaal 'Candide, ou l’ optimisme' (1759) vertelt een jachtige wereldreis die de hoofdpersoon vanuit Noord-Duitsland over Lissabon en Paraguay naar Istanboel voert. Hij beleeft overal de meest bloedstollende avonturen en overleeft ze dikwijls maar op het nippertje. De dolle tocht geeft Voltaire de kans zijn mening te spuien over alles wat er op elke etappe goed en – vooral – fout loopt. Ze wordt daarmee een kleurige staalkaart van het verlichte denken, waarvan Voltaire de meest eminente woordvoerder was. Voltaire polemiseert hier vooral het goedgelovige ‘optimisme’ van de velen die ook in de 18de eeuw overal nog koste wat het kost het werk van een goede Schepper wilden herkennen. De tribulaties van Candide bewijzen dat onze aardbol zeker niet de beste van de werelden is! Verrassend genoeg lijkt Voltaire dat niet eens zo erg te vinden: zijn rampenverhaal loopt uit op een positieve conclusie, die meteen een opmerkelijk voorschot neemt op onze moderne wereld. 250 jaar later valt ook op dat het daarbij blijft: een voorschot. De verlichte filosofen zochten en vonden hun weg in een wereld die erg van de onze verschilde. Ze legden er de grondslagen van onze moderniteit, maar konden zich nauwelijks voorstellen hoe die er in de eeuwen die volgden zou komen uit te zien. Dit essay probeert, aan de hand van Voltaires meest bekende tekst 'Candide', zowel de nieuwe inzichten als de onvermijdelijke blinde vlekken in kaart te brengen.

Het leven als tragikomedie

Het menselijk dier wordt bepaald door een aantal tragische beperkingen. Hij is sterfelijk, kwetsbaar, gemankeerd; hij leeft in een wereld waarin verschillende waarden met elkaar botsen; en hij heeft het eigenaardige vermogen om vragen te stellen waar hij geen antwoord op krijgt. In Het leven als tragikomedie betoogt Tim Fransen dat het komische niet een tegenpool is van het tragische, maar dat humor juist een alternatief perspectief biedt op ons onvermijdelijke falen. Een perspectief dat ons in staat stelt solidariteit te voelen met onze medestuntelaars.