125.398 resultaten

Liefdes van Chagall

Marc Chagall (1887-1985) wijdde zich vol hartstocht aan zijn kunst. Zijn passies zijn goed te herkennen in onderwerpen rondom de liefde, Rusland, de Bijbel, Parijs, het kunstenaarschap, het circus. Hij genoot het aardse leven ten volle zonder ook maar een moment het bovenaardse te vergeten. Met zijn kleurrijke, enigszins dromerige werk heeft hij zich op zijn beurt geliefd gemaakt bij een groot publiek. In 'De liefdes van Chagall' worden zijn leven en werk toegelicht in woord en beeld. In de talrijke kleurenafbeeldingen van bijzondere litho’s komen de centrale thema’s in het oeuvre van Chagall tot leven.

Konrad Klapheck

Konrad Klapheck (Düsseldorf 1935) behoort tot de belangrijkste persoonlijkheden van de naoorlogse Duitse kunstgeschiedenis. In 1955 maakte hij als kunststudent zijn eerste stilleven, een magisch realistisch schilderij van een typemachine. Dit was het begin van een lange en vruchtbare internationale carrière, die meer dan vier decennia lang gewijd was aan machines en industriële objecten waarvan de zakelijke afstandelijkheid van de weergave een opvallend contrast vormt met psychologische en seksuele associaties die deze vaak oproepen. In de jaren zestig ontwikkelde hij contacten met galeriehouders in Parijs en New York die in hem een voorloper van ontwikkelingen als pop art waren gaan zien. Pas eind vorige eeuw kwam het tot een breuk en vond hij nieuwe inspiratie in de thema’s en idolen van zijn jongelingsjaren: de menselijke figuur in grappige erotische mise-en-scènes en portretten van jazz-musici en -orkesten. En met die herinneringen begon een late stijlwisseling zoals maar weinig voorgangers hebben gekend.

Isabella Werkhoven - Een boek van schilderijen/A book of paintings

Dit lang verwachte tweede boek van Isabella Werkhoven, een ‘tentoonstelling in boekvorm’, biedt een overzicht van 17 jaar werk. Over het oeuvre van Isabella Werkhoven: “Isabella Werkhoven (1969) schildert geen traditionele landschappen. Ze verkiest de ‘muurbloemen van ons dagelijks leven’; half bebouwde grensgebieden omgeven door uit de hand gelopen groen. Plekken aan de buitenrand: sportvelden, speelpleinen, en verscholen vijvers, bossen. Het oude buitenbad waaraan haar atelier ligt. Plekken die door Werkhovens schilderhand veranderen in verdroomde ‘voorstellingen die makkelijk kunnen ontaarden in iets duisters of sprookjesachtigs. Als een scène uit een David Lynch-film.” - Wieteke van Zeil in De Volkskrant “Werkhoven maakt ons getuige van ‘het feest der dingen’ als iedereen het toneel heeft verlaten.” - Coen Simon in Trouw

JFDE – Journal of Facade Design and Engineering

Cyber-physical Architecture #3

Walter Swennen

Maaike Schoorel

De Nederlandse kunstenaar Maaike Schoorel (1973) behoort tot een nieuwe generatie internationaal georiënteerde schilders wiens werk refereert aan de traditionele schilderkunst en de mythische status van Nederland als schilderland. De onderwerpen van haar schilderijen, ontleend aan vertrouwde ervaringen en alledaagse ontmoetingen, openbaren zich pas na lang en geconcentreerd kijken. Schoorel gebruikt fotografische bronnen als startpunt voor haar schilderijen, die op hun beurt geworteld zijn in de kunsthistorische genres landschap, portret en stilleven. De monografie Vera Icon is een belangrijk overzicht van Schoorels werk sinds haar afstuderen aan het Royal College of Art (Londen) in 2002. Het boek, ontworpen door Goda Budvytyt , toont voltooide schilderijen naast beeldreferenties die terug te voeren zijn op de steden waar ze heeft gewoond en gewerkt: Londen, New York, Rome, Berlijn en Amsterdam. Bijdragen van vooraanstaande kunstcritici, curatoren en kunstenaars ontleden de persoonlijke ervaring van het kijken naar haar werk, de artistieke traditie waarvan het is doordrenkt, evenals de relatie met de fotografie. Het sublieme resultaat is net zo goed een overzicht van het werk van Schoorel als een artistieke ervaring op zich.

Eva Jospin

Haar reliëfs van bossen, dat is waar beeldend kunstenaar Eva Jospin (Parijs, 1975) internationale bekendheid mee heeft verworven. Het bos – een incarnatie van de woeste natuur – is in de eerste plaats het decor van traditionele vertellingen over moed en strijd. Maar het is ook een sombere plek, of een inwijdingsplek. In het bos kom je jezelf tegen. Eva Jospin werkt op grote schaal met karton om volume en perspectief, en suggestieve bas-reliëfs te creëren. Het is vertrouwd materiaal zonder enige intrinsieke esthetische kwaliteit. Een nauwgezet proces van knippen, assembleren en over elkaar leggen stelt haar in staat dichte, maar delicate en rustgevende bossen uit het karton te hakken. Momenteel is Jospin ook bezig met architecturale sculpturen. De cenotaaf bijvoorbeeld is een sculptuur ter gedachtenis aan de doden op een plaats waar lichamen afwezig zijn. Ook hier komt karton als materiaal in beeld, evenals messing, calqueerpapier en gekleurd papier. Karton wordt rots, steen of vegetatie.

De Schilders van Limburg

Zuid-Limburg. Dat is voor velen glooiende heuvels, oude monumenten en katholieke folklore. Weinigen weten hoezeer dit gebied mede dankzij kunstenaars een eigen identiteit heeft opgebouwd. In dit boek wordt dit verhaal verteld tegen het licht van de jonge geschiedenis van de provincie. De schilderkunst als autonome discipline kwam er pas laat tot bloei. Voor een deel arriveerde zij er met de schilders van de Haagse School. In de streek zelf waren kunstenaars veelal afhankelijk van opdrachten door de kerk. Onder hen bevonden zich behalve beeldhouwers van niveau, ook wanden glasschilders, die een eigen stijl ontwikkelden. Dit leidde tot spanningen met de kerkelijke autoriteiten, die tijdens de wederopbouwjaren hun greep op de samenleving verloren. In de jaren vijftig neemt de schilderkunst er een enorme vlucht. Daarbij ontstaan controverses, tussen hen die zich op de internationale kunst richten en degenen die zich vooral richten op de eigen regio. De moderniteit, met het einde van de maakindustrie en de industrialisatie van het boerenbedrijf, zorgt tegelijk voor openheid en verlies van vertrouwde grond. De schilders van Limburg neemt de lezer mee in een voor velen onbekend verhaal, waarin kunst uit Limburg niet zo vreemd blijkt als het misschien op het eerste gezicht lijkt.

De schilders van Duin-en Bollenstreek

Ze hebben een bijna magische aantrekkingskracht: de bloembollen. Jaarlijks bezoeken meer dan een miljoen toeristen de Keukenhof in Lisse, het landschapspark waar sinds 1950 op initiatief van kwekers en exporteurs voorjaarsbloeiende bloembollen worden getoond. De bloembollenvelden behoren tot de meest karakteristieke landschappen van Nederland. Claude Monet was er dol op. Hij beklaagde zich erover dat zijn palet niet toereikend was om de bollen goed te kunnen schilderen. Vincent van Gogh ging hem voor, Ferdinand Hart Nibbrig en de Amerikaanse kunstenaar George Hitchcock volgden snel daarna. De Nederlandse kunstschilder Anton Koster maakte er zelfs zijn specialiteit van en werd door zijn vrienden Anton Tulp genoemd. Waar komen de bollenvelden vandaan? Hoe hebben ze zich ontwikkeld en waarom juist in de Duin- en Bollenstreek? En vanwaar de fascinatie van juist buitenlandse kunstenaars om de jaarlijkse explosie van kleuren in de lente met verf of fotocamera te verbeelden? Dit boek beschrijft voor het eerst de geschiedenis van het bollenveld in de kunst tot aan de dag van vandaag. Recent werk van Daniel Buren en Andreas Gursky laat zien dat de belangstelling voor het bollenlandschap nog steeds springlevend is.

Symbolisme in Vlaanderen

Terwijl rond 1900 het impressionisme hoogtij viert in België, zet een aantal kunstenaars in Gent zich af tegen het vastleggen van vluchtige indrukken. Samen met jonge intellectuelen keren zij zich ook tegen het kapitalisme en de toenemende industrialisering. Eén voor één trekken zij weg uit de stad en vestigen zij zich in het naburige dorp aan de Leie: Sint-Martens-Latem. In de nadagen van het symbolisme verdiepen de kunstenaars zich in de natuur en het landleven, op zoek naar oorspronkelijkheid en verdieping. Voor hun werk grijpen zij naar stijlmiddelen uit het verleden, maar hun kunst is authentiek en verfrissend. Nooit eerder werd de eerste Latemse kunstenaarskolonie in Nederland in de volle breedte belicht. Het boek bij de tentoonstelling in het Noordbrabants Museum richt zich voornamelijk op het werk van de prominente leden George Minne, Valerius de Saedeleer en Karel Van de Woestijne. Ruim zestig schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerken geven een beeld van deze belangrijke kunstenaarsgroep in Vlaanderen aan het begin van de twintigste eeuw.

Reimagining Heerenstraat

In 2016, the Government of Suriname, financed by a loan from the Inter-American Development Bank (IDB), launched the Paramaribo Urban Rehabilitation Program (PURP), which contributes to the socio-economic revitalisation of Paramaribo’s historic inner city. It aims to attract new residents and commercial activities to the centre of Paramaribo, to restore value to its cultural heritage, to reduce traffic congestion and to strengthen the institutional framework for managing its sustainable development. The program also aims for a climate-smart approach to infrastructural interventions. From July 29 to August 2, 2019, Luiz de Carvalho Filho and Santiago del Hierro, from the Department of Urbanism of the Faculty of Architecture and the Built Environment at TU Delft, visited Paramaribo to explore the possible topics for a Workshop Program in support of PURP to be carried out in November 2019. This Technical Cooperation would take place in coordination with IDB and the Government of Suriname, particularly the Ministry of Education’s Directorate of Culture. The cooperation would be realised as part of the fall semester of the European Post-master in Urbanism (EMU), in parallel to a research and design studio for the Amsterdam Metropolitan Area. By focusing on the interaction of various layers on an intervention at a smaller scale (the Heerenstraat and its adjacent buildings and public spaces), the workshop aimed at understanding and visualising a concrete roadmap towards a more lively, active and safe space in this specific case study within the Historic Inner City.

Don Marron: Collector

A momentous publication that opens the doors to the Donald B. Marron Collection and celebrates the collector's enduring legacy

Carlo Scarpa

The acclaimed survey of the life and works of the celebrated Italian modernist master, available again in a classic format

Architizer: The World's Best Architecture 2020

OASE Journal for Architecture #108

For English see below De architectuurgeschiedenis kan niet alleen gelezen worden als een accumulatie van gebouwen en ontwerpen, maar ook als een slingerbeweging tussen appreciatie en afkeuring van projecten, oeuvres en posities, aangedreven door uiteenlopende argumenten. Naast de ‘traditionele’ overzichtswerken, recensies in vakbladen en kritiek in tijdschriften, spelen in toenemende mate ook andere media een rol, zoals weekendbijlagen van kranten, sociale media, nieuwsbrieven, politieke arena’s, en fora waar de architectuur gecultiveerd wordt. Oeuvres en projecten zijn onderhevig aan ‘de waan van de dag’, aan golfbewegingen in de appreciatie door publiek en critici. Dat maakt het bij momenten ondoorzichtig wat goede, minder goede of slechte architectuur is. Dit nummer van OASE onderzoekt hoe verschuivende appreciaties, om zeer uiteenlopende redenen, kunnen functioneren als productief misverstand, en als hefboom om de architectuurkritiek een stap vooruit te helpen en het denken over architectuur los te wrikken uit elke mogelijke canon of uit het keurslijf van veronderstelde zekerheden. >English< The history of architecture can not only be read as an accumulation of buildings and designs, but also as a pendulum movement between the appreciation and the rejection of projects, oeuvres and positions, driven by varying arguments. In addition to conventional general publications, reviews in professional journals and criticism in magazines, other media increasingly play a part, such as weekend supplements of newspapers, social media, newsletters, political arenas and forums that cultivate architecture. Oeuvres and projects are subject to trends, to waves of appreciation by audiences and critics. As a result, it is sometimes unclear what it is that makes architecture good, less good or bad. This issue of OASE investigates how changing appreciations, for a wide variety of reasons, can act as productive misunderstandings and as levers that can take architecture criticism a step forward and help architecture reflection to break free from any given canon or from its straitjacket of assumed certainties.

Concrete and Ink

For English see below Is er een middenweg tussen een utopische en dystopische visie op toekomstige steden? Welke rol speelt storytelling in de stedelijke verbeelding? Hoe vallen verbeeldingen samen met of wijken ze af van de werkelijkheid? Kunnen we verhalen gebruiken om ideeën voor toekomstige architectuur te testen? Dit boek is het eerste deel in een nieuwe serie over podiumkunsten en de stad. Het eerste deel is een verzameling van in opdracht geschreven fictie en non-fictie, stripverhalen, illustraties en interviews over gebouwen, woonwijken en steden, op het raakvlak van utopie en dystopie, waarin gebruik wordt gemaakt van de verbeelding, droom en magie; van spelletjes en concrete realiteiten en van verleden, heden en toekomst. Met bijdragen van veelgeprezen internationale schrijvers zoals Ben Okri, Sophie Mackintosh, Adania Shibli en Alia Trabucco Zerán. Concrete & Inkt: Storytelling and the Future of Architecture is het eerste deel van de reeks Staging Cities van Theatrum Mundi – een Europees centrum voor onderzoek naar en experimenten met de stadscultuur. De reeks maakt gebruik van hulpmiddelen uit de domeinen van storytelling, choreografie en geluids- en lichtontwerp om de vragen waar stadmakers zich mee geconfronteerd zien op nieuwe manieren te benaderen. >English< Is there a path between utopian and dystopian visions of future cities? What role does storytelling play in urban imaginaries? How do these imaginaries converge or diverge from reality? Can we use stories to test ideas for future architecture? This book is the first of a new series on stagecraft and the city. This volume brings together commissioned writing in fiction and non-fiction, graphic stories, illustrations and interviews, narrating buildings, housing estates and cities, between utopias and dystopias, through imagination, dreaming, magic, games and concrete realities, across past and present, and into the future. Contributors include acclaimed international writers: Ben Okri, Sophie Mackintosh, Adania Shibli and Alia Trabucco Zerán. Concrete & Ink: Storytelling and the Future of Architecture is the first volume in the series Staging Cities, presented by Theatrum Mundi – a European centre for research and experimentation in the culture of cities. Borrowing from the toolbox of storytelling, choreography, and sound and lighting design, the series proposes new approaches to questions faced by city-makers.

Reuzenarbeid

Reuzenarbeid brengt op unieke wijze de geschiedenis van de bouw van het moderne Nederland in de periode 1861 – 1918 in beeld. Door grote investeringen in waterbouw en infrastructuur brak een periode van economische bloei aan. Nederland werd klaar gemaakt voor een nieuwe tijd. Overal in het land gonsde het van de bouwactiviteiten en kwamen nieuwe kanalen, spoorwegen, sluizen en bruggen tot stand. De aanleg van het Noordzeekanaal verbond Amsterdam rechtstreeks met de zee. Ook Rotterdam kreeg een Nieuwe Waterweg. In Nederland lag ’s-wereld grootste sluis en Europa’s grootste spoorbrug. Er werd ‘reuzenarbeid’ verricht. De Nederlandse aannemerij werd een volwassen bedrijfstak. Op het moment dat de fotografie nog in de kinderschoenen stond, nam de minister het besluit de bouw van rijks openbare werken vast te leggen. De beste fotografen van die tijd werden ingeschakeld. Historicus en geograaf Willem van der Ham, heeft deze bijzondere collectie foto’s uit de vergetelheid gehaald. Reuzenarbeid toont al deze grote werken door heel Nederland in woord en beeld. In speciale thema’s gaat Van der Ham in op de stand van de techniek, werktuigen en het bouwproces, maar ook de arbeidsomstandigheden, de hoge heren en het werkvolk, nationale trots en ontrafelt hij de geheimen van het omringende landschap.

JFDE – Journal of Facade Design and Engineering, Volume 8 / Number 1 / 2020

Gentrification and Crime

Residences Reimagined

Japanese Courtyard

Residences occupy a pivotal position in Japanese architecture. As an extension of the residential space, the Japanese courtyard design is unique. This beautifully illustrated book is a collection of stunning residential courtyard designs, providing an inspiring insight into the importance of a courtyard in Japanese culture. Containing more than 30 cases studies and including technical drawings, the book reveals the creativity and beauty of Japanese courtyard design and shines a light on the acclaimed designers who produce these visually stunning works. Meticulously planned and rigorously designed, the courtyards in this book will serve to inspire both residential and landscape designers. By taking the Japanese courtyard as a concept into their own designs, designers will be able to create more personal and comfortable residential spaces. This lavishly illustrated volume contains more than 30 case studies of recent Japanese residential courtyard designs - An inspirational guide to recent design and perfect for residential and landscape designers - Includes technical drawings that provide additional detail into the rigorous planning and design - Provides an important overview of acclaimed Japanese designers

Francis Bacon

Francis Bacon is considered one of the most important painters of the 20th century. A major exhibition of his paintings at theRoyal Academy of Arts explores the role of animals in his work - not least the human animal. Having often painted dogs and horses, in 1969 Bacon first depicted bullfights. In this powerful series of works, the interaction between man and beast is dangerous and cruel, but also disturbingly intimate. Both are contorted in their anguished struggle, and the erotic lurks not far away: "Bullfighting is like boxing," Bacon once said. "A marvellous aperitif to sex." Twenty-two years later, a lone bull was to be the subject of his final painting. In this fascinating publication - a significant addition to the literature on Bacon - expert authors discuss Bacon's approach to animals and identify his varied sources of inspiration, which included surrealist literature and the photographs of Eadweard Muybridge. They contend that, by considering animals in states of vulnerability, anger and unease, Bacon was able to lay bare the role of instinctual behaviour in the human condition

Energetische upgrading van Nederlandse Wederopbouw flats

Introductie | De gebouwde omgeving wordt energieneutraal en circulair, daarvoor zijn renovatie concepten nodig. Voor hoogbouw woningen is hierover weinig kennis beschikbaar. Het onderzoek richt zich op Nederlandse Wederopbouw hoogbouw systeemwoningen uit de periode 1950-1975 met focus op het ruimtelijk energetische deel van een industrieel gericht upgradeconcept. Methoden | Het onderzoek is ingedeeld in Flat 1.0 (bestaande hoogbouwsystemen), Flat 2.0 (comfort upgradingen) en Flat 3.0 (gebouwmodel, upgrading en overcladding met ontwerpprincipes). Resultaten | Uit Flat 1.0 toont technische, bouwfysische, sociale en functionele onvolkomen heden. De geslotenheid van woon- en ontsluitingsgevels voor energieopwekking varieert per bouwmethode: voor stapelbouw 36-68 %, voor zware montagebouw 20-48 % en voor gietbouw 10-26 %. Flat 2.0 laat oplossingen zien die echter vaak suboptimaal zijn om tot een energieneutraalgebouw te kunnen komen. Flat 3.0 bewijst met een energetisch gebouwmodel dat bij woningen met een geslotenheid van de woon- en ontsluitingsgevel van 40 % en de kopse gevels en dak van 100 % op jaarbasis het gebouw en gebruiker in haar eigen energie kan voorzien. Boven de 10 woonlagen is daarvoor een geslotenheid van 50 % vereist. Een elektrische auto als mogelijke toevoeging aan gebruikersgebonden energie is niet haalbaar. Een circulaire overcladding met industriële modulaire tiny active flat house modules inclusief een vernieuwde balkon- en toegankelijke galerijstructuur is een kans voor energetische en functionele upgrading en voor extra wooneenheden voor kleine huishoudens. Conclusie | Een circulaire industriële overcladding met de tiny active flat house modules in combinatie met een vernieuwde balkon- en galerijstructuur met installatietechniek en upgrading van de bestaande gevels is een nieuw technisch energieneutraal upgrade concept.

Mary Magdalene

English edition of the Dutch publication MARIA MAGDALENA (isbn 978 94 6262 324 8)

Maria Magdalena (NL editie)

Maak kennis met de mysterieuze Maria Magdalena! Deze fascinerende vrouw verenigt tal van gezichten in zich: van kroongetuige van de wederopstanding van Jezus en icoon van boetedoening, tot symbool voor de #metoo beweging. Sta oog in oog met Maria Magdalena, die al ruim 2000 jaar tot de verbeelding spreekt. Deze publicatie verbindt historische ontwikkelingen met actuele perspectieven. In de bijdragen van nationale en internationale experts ontdekt u onder andere wat Maria Magdalena betekent in verschillende religieuze tradities, het feminisme en de filmcultuur. De publicatie is rijk geïllustreerd met iconische topstukken uit binnen- en buitenland. Zo wordt de beeldvorming rondom Maria Magdalena door de eeuwen heen ontrafeld. Juist de laatste tijd maakt deze beeldvorming opnieuw sterke ontwikkelingen door. Maria Magdalena, belicht vanuit religie-, kunst- én cultuurhistorisch perspectief.

Museum JAN - Ontstaan en collectie

Dit boek is gemaakt ter gelegenheid van het dertigjarig bestaan van Museum JAN in Amstelveen. Niet eerder werd de ontstaansgeschiedenis van de kunstcollectie van grootindustrieel Jan van der Togt vastgelegd. Als directeur van de bekende Tomado-fabrieken in Nederland vergaarde hij een fortuin; na zijn pensionering groeide zijn collectie van glas en moderne beeldende kunst. Hij kocht wat hij mooi vond. Samen met bevriend kunstenaar Jan Verschoor richtte hij in 1991 een museum op; zo kon hij zijn geliefde werken van onder anderen Cígler, Artz, Copier, Heesen, Francis en Zadkine delen met het publiek. Onder het directoraat van Verschoor kende het museum vervolgens een levendige tentoonstellingsgeschiedenis op het gebied van glas, beeldende kunst, fotografie en mode. Inmiddels geniet die collectie internationale bekendheid. Titus M. Eliëns, kunsthistoricus en specialist op het gebied van glas, beschrijft de prachtige collectie van Museum JAN en laat zien waarom een bezoek aan het museum zeker de moeite waard is.

Writingplace journal for Architecture and Literature 5 (pod)

For Dutch see below - English – The magazine Writingplace Journal for Architecture and Literature is an international, open-access, peer-reviewed journal on architecture and literature. This journal is a vehicle for the Writingplace platform to continue its exploration of the productive relationship between architecture and literature – a quest that already resulted in the publication of Writingplace: Investigations in Architecture and Literature. Each issue of the series focuses on themes central to the productive relationship between architecture and literature. The journal’s content ranges from pedagogy to spatial analysis and from critical theory to artistic practices, architecture, landscape and urban design. This Writingplace journal issue Narrative Methods for Writing Urban Places presents a repertoire of narrative methods for analysis and design that deal with both socially inclusive and locally specific urban places. The issue will be developed in context of the EU COST Action “Writing Urban Places”. - Dutch – Het Writingplace Journal for Architecture and Literature is een internationaal, open-access, intercollegiaal getoetst tijdschrift over architectuur en literatuur. Dit tijdschrift is een middel dat door Writingplace platform gebruikt wordt om de relatie tussen architectuur en literatuur nader mee te onderzoeken. Dit heeft eerder al geresulteerd in de publicatie van Writingplace: Investigations in Architecture and Literature. Elk nummer van het tijdschrift is gericht op thema’s die centraal staan in de vruchtbare relatie tussen architectuur en literatuur. De onderwerpen die in het tijdschrift aan de orde komen variëren van pedagogie, ruimtelijke analyse en kritische theorie tot artistieke praktijken, individuele gebouwen, landschap en stedenbouw. Het vijfde nummer, Narrative Methods for Writing Urban Places presenteert verhalende methodes voor analyse en ontwerp van locatiespecifieke en sociaal inclusieve stedelijke plekken. Het nummer wordt ontwikkeld in het kader van het EU-Cost netwerk “Writing Urban Places”.

Mindful Colors

Visions of Color Soms is het al moeilijk om je dagelijkse dingen onder woorden te brengen. Laat staan wanneer je je inspiraties en meditatieve ervaringen en gevoelens probeert te delen. Maar gelukkig is er muziek en vorm en kleur om je de goede kant op te helpen. Deze werken helpen je om je gevoelens te tonen of juist op te wekken tijdens korte meditaties. Abstracte kleuren composities afgewisseld met droomlandschappen in Technicolor kleuren. Geheimzinnige composities die je diep meevoeren in jezelf. Betreed de magische wereld gemaakt met gekleurde was. Verhit en uitgepenseeld op papier in een werveling van mystieke kleuren en vormen. Beschrijvingen voldoen niet, u moet de werken ervaren

Van niks tot alles

De schrijver weet dat een ieder van elkaar kan leren. Iedereen krijgt levenslessen op zijn of haar pad. Alle lessen zijn anders en soms het zelfde alleen ervaart iedereen dit op zijn of haar eigen manier. Iedereen gaat er anders mee om en soms is dat nu net wat wij aan elkaar mee kunnen geven. Door zijn gevoelens op papier te zetten hoopt hij ook u dan als lezer te bereiken en te voorzien van antwoorden of kracht om tot een oplossing van uw problemen te komen. Niks is zo belangrijk dan geven. Ook al denk je niks te hebben is er altijd wel iets wat u een ander kunt geven om zijn of haar leven iets dragelijker te maken. Het eeuwig leven en de drang naar onsterfelijkheid word soms te ver gezocht, want wie schrijft die blijft.

Doctoral Education

De schilders van Egmond

Vanaf het moment dat schilders Egmond begonnen te bezoeken is het vissersdorp onophoudelijk in verf en foto gevangen. En niet door de minsten. Cornelis Buys, Karel van Mander, Jacob van Ruisdeal en Willem Kool maakten zeegezichten waar de Egmondse wind doorheen waaide. Tegenwoordig hangen hun werken in musea over de hele wereld. George Hitchcock en Gari Melchers maakten Egmond tot een internationale kunstkolonie. Ook ontstond The Art Summer School, die zomers door kunstschilders uit heel Europa en Amerika werd bezocht. Daaruit ontstond de Egmondse School, een stijl van schilderen die van 1890 tot en met 1905 in Egmond bestond. Bijna vierhonderd jaar aan spectaculaire schilderijen leverde Egmond op. De Schilders van Egmond bewijst waarom de kolonie zich terecht met weerhaken in de kunstgeschiedenis bevind.