125.270 resultaten

Huizen van Fortuin

In dit boek kijkt Coert Peter Krabbe achter de gevels aan de Amsterdamse grachten. Tal van interieurs van de in oorsprong zeventiende-eeuwse huizen ondergingen tussen 1860 en 1920 een metamorfose. Ze werden op kostbare wijze verfraaid omdat de bewoners hun gasten in een passende en eigentijdse ambiance wilden ontvangen. Dit gold zowel voor de oude regenteske elite als voor de nieuwkomers, waaronder bankiers en industriëlen. Krabbe geeft een prachtig beeld van de decoratiestijlen en -technieken die werden toegepast bij de inrichting en schetst – en dat is nog niet eerder systematisch gedaan – de dagelijkse gebruiken in het grachtenhuis. Moderne ontwikkelingen als de aansluiting op het gasnet, de komst van de waterleiding en de introductie van elektriciteit veranderden het leven in het grachtenhuis. Op een levendige manier beschrijft hij het samenspel bij de verbouwingen tussen opdrachtgevers, architecten en ambachtslieden, waarbij de rol van de architect steeds nadrukkelijker werd. Deze zeer goed gedocumenteerde kijk achter de grachtengevels levert een intrigerend en diepgravend beeld op van de wooncultuur aan de grachten in de periode die wel bekend staat als ‘de tweede gouden eeuw’. Coert Peter Krabbe is als architectuurhistoricus verbonden aan Monumenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam. Huizen van fortuin is uitgegeven door Stokerkade in samenwerking met Monumenten en Archeologie.

Monument voor de BKR

‘In de BKR zitten’ of ‘in de Contraprestatie’ zoals de regeling in het begin werd genoemd, was in de jaren 1949-1987 een begrip in Nederland. De Beeldende Kunstenaarsregeling bood kunstenaars die niet van hun werk konden leven, een tijdelijk inkomen in ruil voor kunstwerken. De regeling was geliefd bij kunstenaars, meer dan 5.600 maakten er op enig moment gebruik van, maar de regering vond haar te duur en zette er na 38 jaar een punt achter. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed bezat in 1987, 221.000 schilderijen, tekeningen, grafiek, beelden, sieraden, objecten, video’s, etcetera. Ruim 200.000 werken zijn geschonken aan instellingen, teruggegeven aan de makers en overgedragen aan de kunstuitleen. De Rijksdienst heeft er 20.000 gehouden. Ze worden uitgeleend aan musea, ministeries, ambassades en aan tentoonstellingen en manifestaties. In dit boek, rijk geïllustreerd met een selectie van 100 topstukken, beschrijft Fransje Kuyvenhoven de turbulente geschiedenis van deze unieke regeling. Met recht ‘een monument voor de BKR’.

Francis Bacon

An intimate insight into the life and work of Francis Bacon, written by Yves Peyré, a close friend of the artist. This comprehensive monograph details Bacon’s artistic journey, from his early design work in the 1920s to his disturbing, emotive triptychs of the 1980s. Tormented, twisted, and jarringly dissonant, Bacon’s divided vision of the world swung between civilisation and barbarism, beauty and ugliness, life and death. His study of classical culture and western mythology led him to depict darkly sublime worlds of violence and madness that intrigue as much as they evoke visceral disgust. This monograph begins with a biography, relating the life of Francis Bacon, his stories and inspirations; before delving into a sharp yet intelligible analysis of his work. Peyré’s personal connection with Bacon makes Francis Bacon a detailed and touching story, inviting the reader on a philosophical, poetic and artistic stroll through the artist’s mind.

Frida

In de biografie ‘Frida’, geschreven door Hayden Herrera, wordt kunstenares Frida Kahlo in al haar originaliteit en levenskracht getoond. Kahlo is een van de meest uitzonderlijke en inspirerende vrouwen van de twintigste eeuw. Ze groeide op nabij Mexico-Stad ten tijde van de Mexicaanse Revolutie en kreeg op achttienjarige leeftijd een verwoestend ongeluk waardoor ze een leven lang pijn zou lijden en geen kinderen kon krijgen. Kahlo had een onstuimig huwelijk met muralist Diego Rivera en liefdesaffaires met mannen en vrouwen. Ze hield hartstochtelijk van de Mexicaanse folklore en cultuur. ‘Ik schilder mijn eigen werkelijkheid,’ zei ze. ‘Ik schilder omdat ik het nodig heb en ik schilder altijd wat er in mijn hoofd omgaat.’ Ze verbeeldde zichzelf bloedend, huilend en opengebarsten. Met een opmerkelijke openheid, verzacht door humor en fantasie, transformeerde ze haar pijn tot kunst.

Nieuwe kaders

Abrupte afsnijdingen en extreme perspectieven. Close-ups. Sterke licht-en donkercontrasten en diagonale composities. Nieuwe Fotografie en film uit het interbellum elkaar ontmoeten in één tentoonstelling. Hierin is te zien hoe deze die kunstvormen in Nederland toentertijd sterke verwantschap vertonen. Cineasten, fotografen en schilders kozen vergelijkbare thema’s en stilistische middelen. Met een nieuwe, moderne blik bekekenen ze de zichtbare werkelijkheid. Voor het eerst is er in Nederland een tentoonstelling die de verwantschappen en onderlinge contacten tussen neorealistische schilderkunst, Nieuwe Fotografie en (avant-gardistische) film in het interbellum onder de loep neemt. Want deze stromingen hebben meer met elkaar gemeen -zowel stilistisch als thematisch- dan tot nu toe werd gedacht. Daarnaast bewogen de beoefenaars van beide disciplines zich regelmatig in dezelfde kringen. Nieuwe kaders. Schilderkunst, fotografie en film 1920-1940 brengt het werk van onder anderen Erwin Blumenfeld, Eva Bensnyö, Paul Citroen, Piet Zwart, Pyke Koch, Charley Toorop en Carel Willink samen om de gelijktijdige parallellen in hun tijd voor het eerst in beeld te brengen.

Katten in kunstwerken

Katten worden al sinds de oudheid vereerd door kunstenaars vanwege hun schoonheid, gratie, onafhankelijkheid en mysterieuze sfeer. Gedomesticeerd, maar met een vleugje wild over hen, delen ze onze huizen en fascineren ze ons eindeloos. Katten in kunstwerken is een coole en eigenzinnige verzameling van katachtige kunst en illustraties van kunstenaars uit de hele wereld. Doorsneden door de illustraties zijn korte teksten over de kunstenaars en hun onderwerpen. Prachtig ontworpen en verpakt, zal het boek kattenliefhebbers van alle leeftijden aanspreken.

Veere daar moest je geweest zijn

Joost Bakker (Eindhoven, 1945) raakte als zeeloods vanaf 1970 dusdanig verknocht aan de Zeeuwse, Vlaamse en Hollandse kunstschilders die op Walcheren werkten en vaak ook woonden, dat hij in 1996 een kleine galerie, kunsthandel startte. Na zijn pensionering in december 2000 ging hij zich met zijn Middelburgse galerie 'De Vier Gemeten' dagelijks met Zeeuwse kunst uit de periode 1900-1960 bezighouden. Hij verzorgde meerdere publicaties, werkte als beeldredacteur in 2003 mee aan het boek Heel de wereld trekt naar Veere en stelde de gelijknamige tentoonstelling in het Veerse museum De Schotse Huizen samen. Hiermee werd de Veerse schilderskolonie uit de schaduw van de bekende Domburgse Tentoonstellingen (1911-1921) gehaald. Kunst en cultuur in een klein Zeeuws stadje (1870-1970). Vanaf 2001 is hij als gastconservator werkzaam voor Museum Veere. In dat jaar voor de tentoonstelling over de Nederlands/Belgische graficus Rudolf Schönberg (1901-1944) en in 2003 over de Veerse Vlaming Alfons (A.J.) van Dijck (1894-1979). In de zomer van 2005 was hij de initiator en samensteller van de overzichtstentoonstelling over het werk en leven van de Veerse kunstschilder/uitvinder Dirk Jan Koets (1895-1956). Tevens verzorgde hij voor het Zeeuws Tijdschrift een uitgebreide monografie over Koets. Daarna volgde nog een twintigtal exposities in het Veerse museum over of rond de Veerse kunstenaarskolonie uit verleden en heden. In 2015 werkte hij mee aan de documentaire van Joop Span, Veeristen en Veerse Joffers (1907-1961). In zijn publicaties, lezingen en galerie brengt hij met name het Zeeuwse kunstgebeuren in de eerste helft van de twintigste eeuw als boeiend en vooral nog onbekend terrein onder de aandacht.

Oren van Rembrandt

Eeuwenlang is er door velen intensief gekeken naar de portretten van Rembrandt. Er zijn ettelijke boeken verschenen over Rembrandts kleurgebruik en penseelvoering, over neus, ogen, mond, haargroei of de fysionomie in het algemeen, zoals Rembrandt die verbeeldde in zijn zelfportretten. Beeldend kunstenaar Jan van Driel voegt daar nog een element aan toe: de oren. Dit boek verscheen ter gelegenheid van het Rembrandtjaar 2019.

Het Spaanse stilleven

Deze retrospectieve brengt voor de eerste keer de vierhonderdjarige evolutie in beeld van de fraaiste Spaanse stillevens: van de eerste bodegónes uit de zeventiende eeuw, over de persoonlijke interpretaties van Velázquez en Goya tot de vormexperimenten van Picasso, Dalí en Miró en het recente werk van hedendaagse Spaanse kunstenaars.

31

For English see below -- Architectuur in Nederland is al ruim 30 jaar een onmisbaar overzichtswerk voor iedereen die zich voor de Nederlandse architectuur interesseert of er vakmatig bij betrokken is. Elk jaar presenteert een driekoppige redactie in deze publicatie een selectie bijzondere projecten die in het voorbije jaar zijn opgeleverd en beschrijft de belangrijkste ontwikkelingen die de Nederlandse architectuur beïnvloeden. Dit jaar wordt er naast de publicatie voor het eerst ook een uitgebreid interactief publieksprogramma gelanceerd met bijzondere aandacht voor nieuwe woonvormen, de circulaire economie, de herontdekking van de periferie en de publieke rol van architectuur in tijden van privatisering. De redactie van het Jaarboek bestaat uit Kirsten Hannema (freelance architectuurcriticus voor o.a. de Volkskrant, Elsevier Juist en ArchitectuurNL), Robert-Jan de Kort (architect en medeoprichter van het architectenbureau De Kort Van Schaik) en Lara Schrijver (hoogleraar architectuur aan de Universiteit van Antwerpen en in 2013/14 DAAD-gastdocent aan het Dessau Institute of Architecture). Met een speciale bijdrage van Jacqueline Tellinga en Reinier de Graaf (resp. planoloog en gebiedsontwikkelaar bij de Gemeente Almere, en architect en stedenbouwkundige, partner van architectenbureau OMA) over de Nederlandse woningbouw. Het jaarboek bevat tevens een overzicht van de belangrijkste prijzen, prijsvragen, tentoonstellingen en publicaties van het afgelopen jaar. -- For over 30 years Architecture in the Netherlands has provided an indispensable overview of Dutch architecture for everyone with a professional or more general interest in the subject.The Yearbook is the international showcase for Dutch architecture. The three editors select special projects that have been completed in the preceding year and describe the most important developments that influence Dutch architecture, paying particular attention to new types of housing, the circular economy, the rediscovery of the periphery and the public role of architecture in times of privatization. The Yearbook editors are Kirsten Hannema (freelance architecture critic for de Volkskrant, Elsevier Juist and ArchitectuurNL), Robert-Jan de Kort (architect and co-founder of the De Kort Van Schaik architecture and urbanism studio) and Lara Schrijver (Professor of Architecture at the University of Antwerp and DAAD guest lecturer at the Dessau Institute of Architecture in 2013/14).

Naar Zeeland!

Naar Zeeland! Schilders van het Zeeuwse landschap. http://www.naarzeelandkunstboek.nl/ Vele generaties kunstschilders uit Nederland en buitenland hebben zich laten inspireren door de schoonheid van het Zeeuwse landschap. Zij kwamen dikwijls van ver om het vlakke polderland met zijn akkers en weiden, duinen, wateren en hoge luchten vast te leggen. Ook schilders van eigen Zeeuwse bodem lieten zich niet onbetuigd. Toch duurde het lang voordat het Zeeuwse landschap door de schilders werd ontdekt. In de zeventiende eeuw, toen grote kunstenaars als Van Goijen en Ruisdael het Hollandse landschap vastlegden, beperkten de Zeeuwse schilders zich tot gezichten op steden, schepen en de zee. Pas toen de provincie door trein, tram en stoomboot beter bereikbaar was geworden, stroomden de kunstenaars toe. Dit boek laat aan de hand van zestig schilderijen zien op hoeveel verschillende manieren het Zeeuwse landschap gedurende ruim twee eeuwen, van 1800 tot nu toe, door de schilders werd benaderd: van realisme en impressionisme tot abstract toe, in een feest van ruimte en kleur.

Jan Goossen

Jan (Willem) Goossen, kind van Zeeuwse ouders, is in 1937 in Venezuela geboren waar zijn vader ingenieur bij Shell is. Het gezin Goossen verhuist regelmatig van Venezuela naar Nederland, naar Curaçao en Noord-Amerika. In 1949 komt Jan terug naar Nederland. In 1956 gaat hij naar het basisjaar van de Amsterdamse Kunstnijverheidsschool (Gerrit Rietveld Academie). Na een onderbreking in het eerste jaar studeert hij in 1961 cum laude af. Tijdens en na zijn studie is hij assistent en vriend van de beeldhouwer Wessel Couzijn. Van 1961 tot 1962 verblijft hij in Parijs met een beurs van Maison Descartes, in 1963 vertrekt hij naar San Francisco. Daar werkt hij als beeldhouwer en krijgt in 1967 de opdracht voor zijn eerste werk in de openbare ruimte Sculpture Wall. Hij studeert van 1965 tot 1967 architectuur aan het Heald College of Engineering in San Francisco, waar hij diverse architectuurprijzen wint. Goossen is in Amerika bevriend met de beeldhouwer Mark di Suvero. Terug in Nederland werkt hij in Amsterdam, Drenthe, Eindhoven en Heusden. Hij is beeldhouwer en tekenaar, maar van 1976 tot 1989 ook docent handvaardigheid met als specialiteit constructieve vorming, aan de lerarenopleiding in Tilburg waar hij zijn studenten tot het uiterste van hun kunnen weet te motiveren. Vanaf 1985 woont Goossen met zijn tweede echtgenote en beeldend kunstenaar Yvette Lardinois in het Noord-Brabantse Heusden (Herpt), maar in 2003 verhuizen ze naar het Zeeuwse Vrouwenpolder. Op 1 januari 2005 overlijdt Jan Goossen.

Strategies of display

Zadkine & Van Gogh

De Russische beeldhouwer Ossip Zadkine (1890 1967) bezocht in de jaren twintig de plaatsen in Noord-Brabant waar Vincent van Gogh heeft gewerkt, en raakte levenslang gefascineerd door het leven van deze kunstschilder.In 1955 vroeg de gemeente Auvers-sur-Oise, waar Van Gogh overleden was, aan Zadkine een monument voor de kunstenaar te ontwerpen. De beeldhouwer verdiepte zich in Vincents brieven en maakte verschillende studies, waaruit autonome beelden ontstonden en monumenten voor Wasmes (Borinage), Auvers-sur-Oise, Saint-Rémy-de-Provence en Zundert. Tussen 1955 en 1964 vervaardigde Zadkine een portretbuste, Van Gogh als tekenaar, als schilder, als prediker, wandelend door het veld en ten slotte de gebroeders Van Gogh. In deze tweetalige publicatie staan ze alle afgebeeld en beschreven. Verder zijn er zeldzame atelierfoto s opgenomen van Zadkine, terwijl hij werkt aan zijn Van Goghbeelden, een getekend portret van Van Gogh, en ook andere bekende beelden, waaronder het monument De verwoeste stad in Rotterdam.Zadkine & Van Gogh is de eerste in een reeks van publicaties over kunstenaars die door Van Gogh werden geïnspireerd. Volgende uitgaven in deze serie verschijnen bij tentoonstellingen over de Belgische kunstschilders Roger Raveel en Anna Boch in 2009.

De schilders van De Ploeg

5 juni 1918. In Groningen vindt een historische vergadering plaats. Kunstenaars Jan Altink, Toon Benes, Johan Dijkstra, Willem Reinders en Jan Wiegers willen tot een samenwerking komen van Groninger artiesten. Het was Altink die de naam voorstelde: de Ploeg moest de braakliggende Groninger kunstakkers omploegen en ontginnen als het landschap zelf. Tijdens de eerste tentoonstelling in 1919 waren honderdelf werken te bewonderen van twintig exposanten. Naast de oprichters sloten rond die tijd ook andere kunstenaars zich aan bij de Ploeg: Jan Jordens, George Martens, Alida Pott en H.N. Werkman. De vernieuwingsdrang wordt in de jaren twintig aangewakkerd door de ontmoeting in het Zwitserse Davos van Wiegers met Ernst Ludwig Kirchner, voorman van het Duitse expressionisme. Zo ontstaat binnen de Ploeg ook het Groninger expressionisme, waarin het weidse Groninger landschap in vlammende kleuren en fantastische vormen wordt geschilderd. De kunstenaars maken portretten van elkaar, de grafiek bloeit op en er ontstaat een abstract constructivistische stroming. De schilders van de Ploeg vertelt het verhaal van een bijzondere en onvervangbare groep kunstenaars die zich met weerhaken in de Nederlandse kunstgeschiedenis heeft vast weten te zetten.

De stoep

De stoep is waar een prettige en gezonde stad begint. De stoep is een overgangsgebied tussen huis en straat waar sociale contacten tussen bewoners plaatsvinden en de uitstraling van de straat voor een belangrijk deel wordt bepaald. Een succesvolle stoep ontstaat echter niet zomaar. Vooral niet nu overheden en woningcorporaties zich bezinnen op hun taken en meer en meer wordt gevraagd van andere partijen en bewoners. De stoep laat zien dat deze ontwikkelingen juist voor de overgangsgebieden in de stad nieuwe kansen bieden. Aan de hand van interviews, casestudies in binnen- en buitenland, essays en een analyse van ruim 6.000 Rotterdamse straten beschrijft dit boek de drijfveren van mensen om van de stoep een eigen plek te maken. Het toont de invloed ervan op het sociale contact en de privacy en de gevolgen voor het straatbeeld.

Dijken van Nederland

Dijken van Nederland is het complete overzicht van Nederlands belangrijkste uitvinding: de dijken. Want wat zou Nederland zijn zonder dijken? Eén ding is zeker: het had in zijn huidige vorm niet bestaan. Al meer dan tweeduizend jaar houden de dijken het land droog. Wat eens begon met terpen en duikers, is nu een netwerk van meer dan 22.500 kilometer dijken, dammen en dijkrelicten. Dijken zijn de dragers van ons landschap. Nederlanders leven met dijken: ze wonen in dijkhuisjes aan de Waalbandijk, fietsen in het weekend over de slingerende Westfriese Omringdijk of bezoeken het Vlietermonument op de Afsluitdijk. Bodemdaling en klimaatverandering hebben grote invloed op de Nederlandse delta en het dijkenstelsel. Het aanleggen, versterken en onderhouden van dijken is daarom nooit klaar. Dijken van Nederland biedt het actuele dijkenoverzicht én een blik op de toekomst. Aan de hand van de eerste dijkenkaart van Nederland worden de dijken in al hun diversiteit getypeerd, geduid en gecategoriseerd. Van stuifdijk tot schaardijk, van zeedijk tot waterliniedijk, en van dromer tot waker - alle dijktypen komen samen in een unieke, systematische stamboom. Uit een selectie van de honderd meest opmerkelijke dijken van ons land worden er veertig uitgebreid geportretteerd. Daarnaast bevat dit boek vele dijkverhalen.

Nationale Architectuurguide

Het (laten) bouwen van een eigen huis is vaak voordeliger dan het kopen van een bestaande woning of kopen via een ontwikkelaar. Je moet wel zelf het voortouw nemen om geschikte bouwgrond en de juiste bouwpartners te vinden. Deze zevende editie van de Nationale Architectuurguide is een bron van inspiratie voor iedereen die in eigen beheer een huis wil laten (ver)bouwen en méér wil dan een standaardwoning. Architecten, vormgevers en bouwers presenteren hun woningontwerpen, ecologisch verantwoorde woningen en sleutelklare woonconcepten in diverse architectuurstijlen en prijsklassen (ook met prijsindicaties van ontwerp- en bouwkosten). En voor wie klein en avontuurlijk wil wonen worden innovaties rond de ontwikkelingen van Tiny Houses gepresenteerd. De voordelen van duurzaam, toekomstgericht bouwen komen ruim aan bod, naast alle ins en outs die bij bouwen in particulier opdrachtgeverschap komen kijken. In deze nieuwe editie van de Nationale Architectuurguide staan ook weer een aantal van de mooiste zelfbouwlocaties in Nederland. Door het grote aanbod vind je in deze ONTWERP&BOUWGIDS altijd wel een bouwlocatie die aan je eisen voldoet en een bouwpartner die past bij je smaak en je budget.

Matthias Weischer

De huiselijke interieurs en landschappen van Matthias Weischer worden gevormd door diepe kleuren, rijke texturen, kunsthistorische verwijzingen en architecturale elementen. Het geheel voelt aan als een collage, waar een spanning ontstaat tussen hetgeen we verwachten te zien en wat er werkelijk staat. Weischer bouwt zijn werk op in dikke lagen pigment die een rijke textuur geven. Zijn schilderijen zijn doorgaans verlaten. Als er al een mensfiguur te vinden is, dan is deze vaak gefragmenteerd. Toch voelt het werk niet kil of verlaten, onder andere door de precieze aandacht die aan alles wordt geschonken. Zo wordt een hoek in een huiskamer ineens een spanningsveld vol stille waardering voor kleur, compositie, diepte en textuur.

Groot Amsterdam. Metropool in ontwikkeling

Hoe groot is Amsterdam? Theo Baart dacht dat hij in Hoofddorp woonde, een voorstad van Amsterdam, maar kwam erachter dat hij woont en werkt in een metropoolregio. Die constatering was aanleiding voor een drie jaar durende expeditie door Groot Amsterdam: van Westknollendam naar IJmuiden, via Lisserbroek en Lelystad naar Amsterdam. De druk op stedelijke regio’s neemt toe door de bevolkingsaanwas, energietransitie, woningbouwopgave, klimaatadaptatie en veranderende mobiliteit. Van de regio wordt steeds meer gebruikgemaakt alsof het één stad is. Dit boek toont met fotografie en een reisverslag van Theo Baart de bijzondere onderdelen van de Nederlandse variant op een metropool en de plekken die ingrijpend gaan veranderen. Kaarten en datavisualisaties onder redactie van planologen Ton Bossink en Jurjen Tjarks vormen het fundament onder deze metropolitane verkenning.

Zie de stad

Zie de stad is een kijkboek dat gaat over zien. Het schetst het beeld van het eeuwenoude Deventer in inkt en verf, in lijn en kleur, in lichte en donkere tinten. Ruim tweehonderd tekeningen en etsen portretteren de stad in al haar stemmingen en humeuren en nemen u mee langs de meest markante gebouwen en schemerigste hoekjes, over industrieterreinen en boerenakkers. Maar meer nog dan dat wordt u rondgeleid door de tijd, door binnenwerelden van uw geheugen, fantasie en herinneringen. De tekeningen vertellen verhalen zonder woorden. Die vult de kijker zelf wel in. Plekjes in de stad die voor de één weinig betekenis hebben, roepen bij de ander heel persoonlijke herinneringen op. Elke straat was wel speelplek in iemands kinderjaren. Er is geen huis waar mensen niet lief en leed met elkaar deelden. Iedere baksteen is door mensenhanden gemaakt en door weer andere handen op de andere gemetseld. Het boek dat voor u ligt brengt de mensenstad tot leven zoals iedere inwoner en bezoeker haar zal herkennen.

Dash 15 Huis Werk Stad

For English please see below De scheiding tussen wonen en werken, een van de dogma's van de modernistische stedenbouw, staat met de hedendaagse diensteneconomie er discussie. Steeds meer mensen werken vanuit huis, in woningen die nooit voor dit doel zijn ontworpen. Met onderzoeker-architect Frances Holliss bekijkt DASH het fenomeen van het thuiswerken en de weerslag daarvan op de wooncultuur. Hoe maak je geschikte woon-werkomgevingen voor een uiterst gevarieerde groep thuiswerkers? Op de schaal van het stedelijk bouwblok wordt verkend wat dit architectonisch en stedenbouwkundig kan opleveren. De representatie van het werken, de vervlechting met het wonen, de toegankelijkheid en het gebied tussen straat en voordeur zijn hierbij belangrijke ontwerpthema's. Met historische en hedendaagse voorbeelden uit o.a. Coventry, Londen, Parijs, Kyoto, Maastricht, Rotterdam en Berlijn. -- Our contemporary service economy calls the divide between living and working, one of the dogmas of modernist urbanism, into question. People increasingly work from home, in dwellings that were never designed for this purpose. DASH and researcher-architect Frances Holliss take a closer look at the phenomenon of working from home and its impact on our domestic culture. How do you provide suitable home-work environments for an extremely varied group of people who work from their homes? At the level of the urban building block, DASH explores what such architectural and urban developments may bring. In this context, how work is represented, how it is intertwined with living, accessibility and the area between street and front door are key design themes. Includes historical and contemporary examples from Coventry, London, Paris, Kyoto, Maastricht, Rotterdam and Berlin.

Het woonerf leeft/ The woonerf today

Met zijn herkenbare structuren, informele tussenruimtes, eigen verkeersregels en wijdverbreide toepassing representeert het woonerf, zoals we dat sinds de jaren zestig en zeventig in Nederland kennen, een van de meest karakteristieke en diep in de maatschappij verankerde ideeën over het ontwerp van woongebieden. De thema's die ten grondslag liggen aan het woonerf, zoals kleinschalige collectiviteit, groen en ecologische patronen en de verbinding tussen buitenruimte, auto en woning, zijn ook nu een essentieel onderdeel van de (nieuwbouw)opgave. Ook in het buitenland is 'woonerf' een begrip voor voetgangersvriendelijke woonwijken met een kleinschalige opzet en architectuur. Centraal in het nieuwe nummer van DASH staat dan ook de vraag of het woonerf nog steeds interessant is als element voor kleinschalige en informele vormen van verstedelijking. De essays en analytische bijdragen gaan in op de ruimtelijke en sociale aspecten van het wonen in de collectieve ruimte van een 'erf'. Uitgebreide documentatie toont een breed scala aan inspirerende oplossingen uit het recente en minder recente verleden in binnen- en buitenland, met projecten van onder meer Vandkunsten, Onix, Verhoeven, Zuiderhoek, Välikangas, Persson en Lyons. Met bijdragen van: Willemijn Lofvers, Ivan Nio, Pierijn van der Putt, Dick van Gameren, Harald Mooij

Museum MORE: 100 jaar realisme

100 JAAR REALISME Met 100 topstukken uit de eigen collectie viert Museum MORE 100 jaar realisme ter gelegenheid van het 5-jarige jubileum. Als grootste museum voor modern realisme in Europa laat MORE voortdurend het oneindig rijke spectrum van figuratieve kunst, nationaal en internationaal, zien. In dit eerste collectieboek is een waaier aan werken van beroemde maar ook bijna vergeten Nederlandse kunstenaars opgenomen. Dit overzicht met kunsthistorische ijkpunten en verrassingen omspant de periode van begin 20ste eeuw tot de dag van vandaag. Vervreemding en verstilling zijn terugkerende gevoelskenmerken in het verder ongelimiteerde vocabulaire van de realistische beeldtaal. Een greep uit het boek: om te beginnen met de “alledaagse nederigheid die van alle tijden is” in Sal Meijers quasi-naïeve, geometrisch opgebouwde compositie Stilleven met brood, kaas en boter. En eindigend in het hier en nu met de White Box-stillevens van Christiaan Kuitwaard, “badend in melkachtig licht”. Daartussenin de “zacht opgloeiende” schilderijen van Jan Mankes maar ook de confronterende, ontregelende (zelf)portretten van Charley Toorop en Philip Akkerman die “zichzelf fixeren maar ook ons als kijker”. Uiteraard ook aandacht voor de Grote Vijf van het neorealisme: Dick Ket, Wim Schuhmacher, Raoul Hynckes, Pyke Koch en Carel Willink die in hun oeuvres een nieuwe vorm vinden voor inspiratiebronnen uit de renaissance-schilderkunst en Vlaamse primitieven. Opgevolgd door naoorlogse meesters zoals Rein Draijer, Co Westerik en Hermanus Berserik en hedendaags talenten zoals Lara de Moor, Annemarie Busschers, Silvia B. en Miriam Knibbeler. Allen kunstenaars die hun eigenzinnige wil opleggen aan de werkelijkheid. In dit kleurrijke collectieboek laten de auteurs zien hoe divers een eeuw Nederlands realisme is. Met de turbulente ontstaansgeschiedenis rondom het interbellum en sterke betogen over kunstenaars en kunstkenners die tegen de stroom in durfden te zwemmen. Bovendien zijn er 100 verfrissende entries bij 100 kunstwerken te lezen waar het kijkplezier van afspat. Daarbij breken de schrijvers met verve de artificiële grens af die ooit opgetrokken werd tussen abstractie en figuratie. Er bestaat immers alleen zoiets als goede en slechte kunst. 100 kleurenafbeeldingen. 176 pagina’s. Auteurs: Julia Dijkstra, Marieke Jooren, Ype Koopmans, Chris Reinewald. MOREBooks Kunstenaars: Sal Meijer, Jan Mankes, Carel Willink, Charley Toorop, Wim Schuhmacher, Raoul Hynckes, Wout Schram, Pyke Koch, Wim Bosma, Ger Langeweg, Wim Oepts, Dick Ket, Louis Schrikkel, Ger Gerrits, Willy Boers, Jan Boon, Hubert van Hille, Joop Moesman, Jan van Tongeren, Charlotte van Pallandt, Johan Mekkink, Quirijn van Tiel, Jan Bor, Ferdinand Erfmann, Gé Röling, Johan Ponsioen, Johan Marinus de Vries, Edgar Fernhout, Co Westerik, Herman Gordijn, Walter Nobbe, Hermanus Berserik, Rein Draijer, Pat Andrea, Har Sanders, Siet Zuyderland, Fer Hakkaart, Theo L’Herminez, Fong Leng, Axel van der Kraan & Helena van der Kraan, Lode Pemmelaar, Jan Beutener, Philip Akkerman, Henk Helmantel, Dorian Hiethaar, Michael Raedecker, Marlene Dumas, Kiki Lamers, Ruud van Empel, Pieter Pander, Mark Outjers, Matthijs Röling, Tobias Schalken, Jan Worst, Sidi El Karchi, Frans Stuurman, Hans Op de Beeck, Katinka Lampe, Erwin Olaf, Silvia B., Annemarie Busschers, Thom Puckey, Lotta de Beus, Levi van Veluw, Arnout Killian, Lara de Moor, Miriam Knibbeler, Christiaan Kuitwaard.

Vitamin D3: Today's Best in Contemporary Drawing

Boy (1916 - 1937)

Boy (1916 – 1937) is een verzameling fantastische verhalen van en over bestsellerauteur Roald Dahl, met prachtige tekeningen van bekroond illustrator Quentin Blake. Er zijn weinig schrijvers die zo’n boeiend leven hebben geleid als Roald Dahl. Dat begon al in zijn schooltijd: hij was proefpersoon van chocoladerepen. Hier ligt ongetwijfeld de inspiratiebron voor Sjakie en de chocoladefabriek! In Boy (1916 – 1937) beschrijft Roald Dahl de eerste jaren van zijn ongelooflijk avontuurlijke leven. Het boek bevat daarnaast veel foto’s, brieven en dagboekfragmenten. Het vertelt niet alleen iets over Roald Dahl zelf, maar geeft ook een goed tijdsbeeld.

Nieuw in oud

David Bowie: Icon

The single most important anthology of David Bowie images that has ever been compiled. Follow Bowie's aesthetic evolution through the lenses of iconic photographers. - The most significant collection of David Bowie images ever assembled - A panoramic feature published to coincide with the 5th anniversary of Bowie's death - Top photographers, iconic pictures, and one of the greatest stars in history When David Bowie passed away on 10 January 2016, the world lost an icon. And yet, his legacy lives on. From his humble origins as a teen musician in the 1960s up until the very end, David Bowie's music, lyrics and provocative performances inspired not only his generation, but every generation that followed. While his sound and style underwent several alterations throughout his career, two facts never changed. He was an innovator, and photographers adored him. David Bowie: Icon gathers the greatest shots of this star into a single volume. The result: the single most important anthology of David Bowie images that has ever been compiled. Follow the visual evolution of Bowie over the years, through the lenses of iconic photographers. Featured photographers include: Gerald Fearnley, Justin de Villeneuve, Terry O'Neill, Masayoshi Sukita, Norman Parkinson, Kevin Cummins, Geoff McCormack, Alec Byrne, Ray Stevenson, Chalkie Davies, Brian Aris, Tony McGee and Greg Brennan.

Storm

24 April 2020 werd Jan Cremer 80. Een moment voor een terugblik. Over zijn jeugd in Enschede, over zijn kunst, over zijn ouders. Dit boek kijkt terug in beelden: uit kranten en tijdschriften en vooral veel foto’s uit het privé-archief van Jan Cremer. Jan schreef in een van zijn boeken: ‘Nu weet ik dat ik dat onrustige van hem [zijn vader] heb, hè. Altijd verder willen, over de grenzen. Op zoek naar een nieuwe horizon. Waarom ik nu pas over hem schrijf? Omdat ik altijd met mezelf bezig was. Ik moest zelf de wereld veroveren, snap je? Mezelf vinden.’ Het grote succes van Jan Cremer kwam in 1964 met 'Ik Jan Cremer'. Centraal daarbij is de bevrijding van de idealen van de jaren 50. Het is een voorbode van de vrije seks en wilde jaren 60. Dit leverde kritiek op. Over het boek werden Kamervragen gesteld, het werd fascistisch genoemd en voetbalvandalen werden beschuldigd van "Jan Cremerisme". Cremer zelf werkte hier flink aan mee, omdat hij er de commerciële mogelijkheden van zag. Toen een ijverige politieman in Hengelo begin 1964 exemplaren van Ik Jan Cremer in beslag nam, verschenen in enkele dagbladen steunbetuigingen van bezorgde ouders. Ze bleken alle te zijn geschreven door Jan Cremer.

De kleine geschiedenis van de moderne kunst

* Nieuwe, innovatieve inleiding in de moderne kunstgeschiedenis * Gaat in op 50 belangrijke kunstwerken, van het begin van het modernisme tot de kunst van nu * Verklaart op toegankelijke en beknopte wijze de belangrijkste en invloedrijkste concepten in de moderne kunst * Geeft studenten en geïnteresseerden inzicht in hoe, waarom en wanneer moderne kunst veranderde. De kleine geschiedenis van de moderne kunst is een nieuwe en innovatieve introductie in de wereld van de moderne kunst. Het boek is helder opgebouwd en stelt de lezer voor aan vijftig topwerken, van de eerste uitingen van het modernisme tot de kunst van vandaag. Deze introductie is toegankelijk, beknopt en rijk geïllustreerd en verklaart het hoe en waarom van de opkomst van de moderne kunst: wie kwam met vernieuwingen, waar en wanneer, en wat hielden die in? De moderne kunst heeft tal van iconische beelden opgeleverd; die worden belicht met uitleg van de verschillende technieken die zijn gebruikt om ze te maken. De schrijfster weet zonder incrowd-jargon een grondig inzicht te geven in de moderne kunst vanaf het eind van de negentiende eeuw tot in onze tijd, zodat je er meer van kunt genieten.

Museum De Lakenhal. A Portrait

For Dutch see below. —ENGLISH— Since its reopening, 380 years to the day from its original completion, Museum de Lakenhal in Leiden has been hailed as a landmark project, both for its radical and meticulous approach to weaving 21st century architecture into a centuries old fabric, as well as for its fully integrated vision of what a present day museum experience can be. Young Dutch architecture bureau Happel Cornelisse Verhoeven Architects teamed up with internationally renowned restauration specialists Julian Harrap Architects to deliver a fully reinvented, high-performing and future oriented museum that nevertheless honours history. They crafted a fourfold miracle: the restoration of the 17th-century Laecken-Halle, the creation of space within the building for first-rate visitor facilities, the addition of a new exhibition wing, and the behind-the-scenes provision of necessary logistics, building services and staff workspace. This book documents the result, with stunning images by photographer Karin Borghouts and a thoughtful essay by architecture critic Koen van Synghel and museum director Meta Knol. Meticulously designed and with finely crafted plans and illustrations, this book is an inspiration for any aspiring architect and a pleasure for every museum enthusiast. —DUTCH— Al sinds de heropening van Museum de Lakenhal, op de dag af 380 jaar na de oorspronkelijke voltooiing, wordt het vernieuwde museum in Leiden geprezen als een uitzonderlijk geslaagde museumrenovatie, die 21e-eeuwse architectuur injecteert in een eeuwenoud weefsel, en tegelijk een schoolvoorbeeld biedt van wat een hedendaagse museumervaring kan zijn. Het jonge Nederlandse architectenbureau Happel Cornelisse Verhoeven Architects werkte samen met de internationaal gerenommeerde restauratiespecialisten Julian Harrap Architects voor de restauratie van de 17e-eeuwse historische Laecken-Halle, de toevoeging van een nieuwe tentoonstellingsvleugel en de realisatie van een innovatief museumconcept om de historische verhalen van bijna vier eeuwen Leidse geschiedenis met zowel de collectie als het gebouw zelf te vertellen. Dit boek documenteert het resultaat, met prachtige beelden van fotograaf Karin Borghouts en een boeiend essay van architectuurcriticus Koen van Synghel en museumdirecteur Meta Knol. Dit zorgvuldig ontworpen en rijk geïllustreerde boek biedt inspiratie voor elke architect en museumliefhebber.

Tuinen van verbeelding

In 1883 vestigt Claude Monet (1840-1926) zich in het dorpje Giverny. De landschapsschilder verruilt daarmee zijn nomadenbestaan voor een teruggetrokken leven, waarbij hij zich volledig toelegt op het schilderen van zijn indrukwekkende tuin. Onverstoord en afgezonderd werkt hij jarenlang aan zijn magnum opus: een groot decoratief ensemble met als onderwerp de spiegelingen op het oppervlak van zijn waterlelievijver. Monet beschouwt deze Grandes Décorations als zijn nalatenschap, en schildert ter voorbereiding honderden doeken die hij niet verkoopt of exposeert. In 1926 sterft Monet als een gevierd kunstenaar, maar de postume openbaring van zijn schilderijen uit Giverny levert weinig positieve reacties op. Onder critici en kunsthistorici gelden de waterlelies als een zwak onderdeel uit Monets oeuvre, het werk van een oude blinde man. Mede dankzij een tentoonstelling in het huidige Kunstmuseum Den Haag, dat in 1952 voor het eerst Monets waterlelies presenteert als volwaardige meesterwerken, kentert dit beeld. Inmiddels is dit werk uitgegroeid tot Monets meest geliefde handelsmerk. Deze rijk geïllustreerde publicatie richt zich op de periode die Monet doorbrengt in Giverny en op de totstandkoming van zijn laatste meesterwerk. Daarnaast wordt de bijzondere waarderingsgeschiedenis van Monets waterlelies belicht. Met tekstbijdragen van Frouke van Dijke, Astrid Goubert, Marianne Mathieu en Benno Tempel.