125.312 resultaten

Hockney - Van Gogh

Nederlandstalige catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in het Van Gogh Museum, 1 maart 2019 - 26 mei 2019. Hockney - Van Gogh. The Joy of Nature biedt een uniek inzicht op de onmiskenbare invloed van Vincent van Gogh op het werk van David Hockney. Voor het eerst kunnen kunstliefhebbers de werken van beide kunstenaars naast elkaar bekijken. De tentoonstellingscatalogus toont de reeks prachtige, monumentale landschappen die Hockney vanaf de jaren negentig in het Britse Yorkshire maakte, en plaatst ze naast Van Goghs afbeeldingen van de natuur. Ook Hockney’s schetsboeken en iPad-tekeningen komen aan bod. Een exclusief interview met Hockney en een essay van schrijver en kunstcriticus Hans den Hartog Jager geven een rijke analyse van de parallellen tussen de twee kunstenaars. Speciaal voor de tentoonstelling en dit boek maakte Rineke Dijkstra een fotoportret van de nu 81-jarige meester.

Oase 100

For English see below -- In het honderdste nummer van OASE dient de langdurige samenwerking van het tijdschrift met grafisch ontwerper Karel Martens als uitgangspunt voor onderzoek naar de relatie tussen architectuurtijdschriften en grafisch ontwerp. Daarmee wordt het traditionele idee van het architectuurtijdschrift als loutere drager van informatie ter discussie gesteld en aangetoond dat het een bepalende rol speelt bij het overbrengen van de boodschap. Marshall McLuhans beroemde uitspraak ‘the medium is the message’ getrouw, wordt ingegaan op de grafische ruimte van het tijdschrift, de materialiteit ervan, de productie en de fysieke ervaring van het lezen. In deze context zoomt dit honderdste nummer van OASE in op de relatie tussen architectuurtijdschriften en grafisch ontwerp, vanuit een historisch overzicht via de specifieke geschiedenis van OASE naar het werk van zijn eigen grafisch ontwerper. Daarmee hoopt dit nummer inzicht te bieden in de hechte en wederzijds verrijkende relatie tussen het grafisch ontwerp van een architectuurtijdschrift en de productie van kennis over architectuur. -- The 100th issue of OASE takes the journal’s long-standing collaboration with its graphic designer Karel Martens as a starting point to explore the relationship between architecture journals and graphic design. In doing so, it challenges the conventional idea that architecture journals are mere carriers of information, showing instead how these journals play a defining role in the message they convey. Adhering to Marshall McLuhan’s famous maxim ‘the medium is the message’, it considers the graphic space of the journal, its materiality, its production, and the physical experience of reading Within this context, the 100th issue of OASE zooms in on the relationship between architecture journals and graphic design, starting with a historical overview before considering the specific history of OASE and the practice of its own graphic designer. The aim is to provide an insight into the close and mutually enriching relationship between the graphic design of an architecture journal and the production of architectural knowledge.

Lodewijk Schelfhout (1881-1943)

Over kunstenaar-graficus Lodewijk Schelfhout, kleinzoon van de bekende romantische landschapschilder Andreas Schelfhout (1787-1870), kwam nooit eerder een boek uit, al speelde hij een belangrijke rol voor het modernisme in Nederland. In dit boek ligt niet slechts de nadruk op het vroege kubisme van Schelfhout en zijn waardevolle rol als verbindingspersoon tussen de nieuwste ontwikkelingen in Parijse kunstcircuits en de ontluikende Nederlandse eigentijdse kunst. Aan bod komen ook zijn latere oeuvre en de vele activiteiten in de Nederlandse kunstwereld van met name de periode tussen beide Wereldoorlogen. Schelfhouts persoonlijke vriendschappen met kunstenaars zoals Jan Toorop, Peter Alma, Jan Sluijters, Piet Mondriaan en Henri Le Fauconnier en met kunstcriticus-schilder Conrad Kickert komen helder in beeld. Diverse niet eerder beschreven wetenswaardigheden treden voor het voetlicht. Het werk van Schelfhout is wereldwijd verspreid te vinden in musea, maar dan meestal in depots. Dit boek biedt voor het eerst inzicht in zijn totale oeuvre.

Peggy Guggenheim en Nelly van Doesburg

Peggy Guggenheim (1898-1979) en Nelly van Doesburg (1899-1975) hebben samen een cruciale bijdrage geleverd aan de kunststroming De Stijl. Niet door zelf kunst te vervaardigen, maar door De Stijl te promoten, te exposeren en aan te kopen in een tijd dat vrijwel niemand geloof had in de geometrische vormentaal van Theo van Doesburg, Piet Mondriaan en vele anderen. Mede dankzij hun inspanningen werden kort vóór en ná de Tweede Wereldoorlog schijnwerpers gezet op De Stijl en werd de beweging internationaal erkend als een van de belangrijkste kunststromingen die Nederland ooit heeft voortgebracht.De rijk geïllustreerde publicatie vertelt het verhaal van twee sterke en vrijgevochten kunstambassadrices in een mannenwereld. Het schetst hun kleurrijke privéleven en focust op hun activiteiten om de moderne kunst in het algemeen en De Stijl in het bijzonder te promoten. Hun werk biedt een nieuw perspectief op De Stijl en het werk van vele kunstenaars en verzamelaars. Op deze manier wordt een omvattend tijdsbeeld verkregen. Naast werk van Theo van Doesburg is werk opgenomen van onder anderen Georges Vantongerloo, El Lissitzky, Constantin Brancusi, Antoine Pevsner, Fernand Léger en Piet Mondriaan.

Story of Art

A new, compact edition of the most popular art book ever written.

Friso ten Holt, schilder

In februari 1962 werd voor de schilder Friso ten Holt (1921-1997) een droom werkelijkheid. Terwijl hij in Nederland zijn schilderijen nauwelijks kon slijten, was binnen enkele uren na de opening van zijn eerste solo-expositie in Londen alles verkocht. Drie weken lang stond het publiek dagelijks in rijen tot ver buiten de kunsthandel om zijn werk te zien. Dit succes verraste ook de Nederlandse kunstwereld, waar men vond dat Ten Holt een doodlopende weg bewandelde. Zijn eigenzinnige oeuvre omvat olieverfschilderijen, tekeningen, etsen en aquarellen, die opvallen door hun helderheid, oorspronkelijke kleurgebruik, en monumentaliteit. Maar ook nu nog keert Ten Holt nauwelijks terug in overzichten van de Nederlandse kunst uit de twintigste eeuw. Redenen genoeg voor dit diepgravende en rijk geïllustreerde onderzoek naar zijn leven en werk. Kunsthistorica Truusje Goedings volgde Ten Holts leven en de totstandkoming van zijn oeuvre nauwgezet en laat vanuit haar 'insiders' positie de lezer meekijken over de schouder van de kunstenaar zelf.

Het Nederlandse Meubel Boek 1550-1950

Modern Times

In case of lost childhood

Leon Keer is one of the world's foremost artists in 3D Street Art, the master of optical illusion. By playing with perspectives he creates incredible new worlds. A world in which you're trapped in a gumball machine or come face-to-face with life-size gummy bears.This is the artist's first monograph and, to honour the occasion, he also gives the reader a glimpse into his bag of tricks.

Mijn eerste kunstboek over liefde

Dit boek is het eerste deel in de serie kunstboeken voor jonge kinderen die zo mooi en aantrekkelijk zijn uitgevoerd dat ze ook voor oudere kinderen en volwassenen interessant zijn. Voor dit boek zijn 34 kunstwerken van alle tijden geselecteerd waarin het thema liefde een rol speelt. De kunstwerken zijn voorzien van korte tekstjes en ondergebracht in groepen met de namen: ‘Liefde is…’ ‘Liefde voelt…’ ‘Liefde maakte je…’ ‘Liefde ziet eruit als…’ ‘Liefde is overal’ en ‘Liefde is mooi’. Het ideale (kado)boek voor iedereen die van kunst houdt; voor jezelf, om kado te doen en om kinderen mee te verrassen voor het slapen gaan want het is ook het perfecte voorleesboek.

Short Story of Art

The Short Story of Art explores 50 key works, from the wall paintings of Lascaux to contemporary installations, linking them to sections on art movements, themes and techniques.

Het Gouden Eeuw Boek

De Gouden Eeuw, dat is Nederland in de zeventiende eeuw. Het land was welvarend en cultuur bloeide onophoudelijk. De schilderkunst bevond zich in het bijzonder op een hoog punt. Door de eeuw creëerden talloze hoog getalenteerde kunstenaars hun meesterwerken die nu, meer dan vier eeuwen later, nog steeds op de ongebonden admiratie van het publiek kunnen rekenen. De schilderijen zijn de pareltjes van de collecties in musea over de hele wereld.Aan het begin van de zeventiende eeuw begonnen kunstenaars landschappen, stillevens, alledaagse taferelen, zeegezichten en kerkinterieurs zoals dat tot dan toe nog niet was gedaan. De schilders van de Gouden Eeuw beschikten over een verbeeldingskracht die we ons nu bijna niet meer voor kunnen stellen. Ze legden de wereld vast van achter hun schildersezels in kleuren en lijnen die hun weerga niet kenden. De grote kunstenaars van de Gouden Eeuw - Rembrandt, Vermeer en Frans Hals - zijn wereldberoemd, maar de schilderijen van de minder bekende oude meesters zijn vaak ook prachtig, voorbeeldig en imposant. Beiden worden gerepresenteerd in Het Grote Gouden Eeuw Boek.Auteur van Het Grote Gouden Eeuw Boek, Jeroen Giltaij, was hoofdconservator oude schilderkunst bij Museum Boijmans van Beuningen

Vermeer de Delft 1632-1675

Weather in the city

Een prachtig aangelegd plein waar je wegwaait, een moderne stadswoning waarin je 's zomers door de hitte niet kan slapen. Iedereen kent voorbeelden van stedelijke architectuur waarvan het ontwerp onvoldoende rekening houdt met het stadsklimaat. In deze publicatie wordt op begrijpelijke en beeldende wijze uiteengezet hoe uitgekiend stadsontwerp het comfort in de stad kan verhogen. De manier waarop wij het stadsklimaat beleven, is afhankelijk van fysieke en omgevingspsychologische factoren. Aan de hand van deze factoren wordt in dit boek uitgelegd hoe de basisprocessen van het stadsklimaat werken en hoe deze met ruimtelijke ordening en stadsontwerp kunnen worden beïnvloed. Het boek is rijk geïllustreerd met foto's, principetekeningen en praktijkvoorbeelden. Het is een naslagwerk én inspiratieboek voor iedereen die werkt aan een leefbare stad: opdrachtgevers, beleidsmakers, professionals en studenten in stedenbouw, landschapsarchitectuur en planologie.

Best of Boijmans

Wist je dat Museum Boijmans Van Beuningen als eerste openbare kunstinstelling een schilderij van Vincent Van Gogh in de collectie kreeg? Dat er voor Olafur Eliassons installatie Notion motion wel 20.562 liter water nodig is? Of dat Gerard Reve het museum ooit een bewonderende brief stuurde over Geertgen tot Sint Jans kleine paneel De verheerlijking van Maria? Deze en nog veel meer verrassende wetenswaardigheden zijn verzameld in een rijk geïllustreerde publicatie met meer dan 150 hoogtepunten uit de collectie. In de ruim 170 jaar van zijn bestaan heeft Museum Boijmans Van Beuningen een zeer gevarieerde verzameling opgebouwd van kunst en vormgeving van de vroege middeleeuwen tot heden. Best of Boijmans presenteert de collectie als een eenheid in verscheidenheid. Los van tijd, plaats en medium worden verrassende visuele dwarsverbanden gelegd tussen de deelcollecties. Een menssculptuur van de hedendaagse kunstenaar Maurizio Cattelan heeft onverwachte overeenkomsten met een tekening van Johannes de Doper door Rafaël, een negentiende-eeuws landschap van Barend Cornelis Koekkoek past wonderwel naast een werk van de Rotterdamse kunstenaar Daan van Golden. Deze handzame pocket neemt je mee op een thematische visuele reis door de collectie.

Open Studio

Die Maler von Domburg

Carel Visser Grafiek / Print

Carel Visser wordt algemeen beschouwd als de belangrijkste Nederlandse beeldhouwer van na de Tweede Wereldoorlog. Aan zijn driedimensionale werk zijn in de afgelopen decennia talloze publicaties en tentoonstellingen gewijd. Minder bekend is zijn fascinerende grafische oeuvre: de vroege etsen uit de jaren vijftig, de enkele zeefdruk die hij maakte en met name zijn houtsneden tonen aan dat Visser ook met minder robuust materiaal dan ijzer, hout en steen zeer fraaie beeldende resultaten wist te bereiken. Dat geldt niet alleen voor de grafiek die in oplage werd uitgegeven, maar zeker ook voor de unieke stempeldrukken die Visser ‘ter ontspanning’ na een zware dag in het beeldhouwatelier thuis maakte. In deze bladen hanteerde en onderzocht hij dezelfde ordeningsprincipes als in zijn beelden. Hoewel ze op zichzelf staan, vormen ze een integraal onderdeel van zijn beeldhouwerspraktijk en fungeerden soms als voorbereiding op zijn sculpturen. NB - Ook te koop i.c.m. CAREL VISSER SCULPTUUR onder ISBN 9789462622456

OASE 102 Scholen & docenten / Schools & Teachers

For English please see below De opleiding tot architect lijkt vandaag moeilijker dan ooit te organiseren. Na mei 1968 werd het onderwijs radicaal gedemocratiseerd, of dat was althans de bedoeling. De Bolognaverklaring in 1999 veranderde echter ook de structuur van architectuurscholen indringend. Bestaat er vandaag nog een traditie die studenten kan worden aangereikt? Over welke vaardigheden moeten ze beschikken vooraleer ze zich op de beroepsmarkt begeven? En wat met kennis die misschien niet zozeer nuttig is, maar wel noodzakelijk om de cultuur en de geschiedenis van de architectuur ten volle te begrijpen? Is een architect een kritische intellectueel of eerder een succesvolle ondernemer? In dit nummer van OASE worden Europese scholen en docenten van de jaren zestig tot vandaag tegen het licht gehouden. Ligt er binnen de onderwijsstudio’s een nadruk op een bepaalde architectuur? Wat is de relatie tussen ontwerp en geschiedenis? Welke invloed oefenen beroemde architecten uit als ze les gaan geven? Het nummer besluit met drie gesprekken over architectuuronderwijs vandaag, en over de uitdagingen voor de toekomst. -- Architectural training seems to be more difficult to organize than ever before. After May 1968, education was radically democratized, or at least that was the intention. However, the 1999 Bologna Declaration radically changed the structure of architecture schools as well. Is there any tradition left to hand down to students? What skills do they need before they can enter the job market? And how about the kind of knowledge that may not be practical, but is nevertheless necessary to fully understand the culture and history of architecture? Is the architect a critical intellectual or rather a successful entrepreneur? This issue of OASE examines European schools and teachers from the 1960s to the present day. Do educational institutes emphasize a particular architecture? What is the relationship between design and history? What is the impact of famous architects who teach? The issue concludes with three interviews about the architecture schools of today and about the challenges for the future.

Action and reaction in architecture / Actie en reactie in de architectuur

For English see belowOASE 97. Actie en reactie presenteert een verzameling confrontaties tussen architecten onderling en tussen architecten en architectuurcritici.Het maken van en het denken over architectuur is altijd gedefinieerd geweest door het mechanismevan actie en reactie. Een manier om architectuur te bedrijven wordt bekritiseerd of verworpen en meteen gebruikt als vertrekpunt voor een andere, tegengestelde en betere methode, praktijk of theorie. Architecten en critici reageren op elkaars standpunten door middel van tekeningen, teksten,maquettes en gebouwen. Een goede architectuurcultuur floreert op zo'n basis: de spannende strijd tussen opvattingen, standpunten en overtuigingen.In OASE 97 worden gepassioneerde discussies en polemische interacties vanaf de zeventiende tot eind twintigste eeuw beschreven en geïllustreerd. Het resultaat is een verzameling tegengestelde maar onlosmakelijk verbonden definities van goede en noodzakelijke architectuur.--OASE 97. Action and Reaction presents a collection of confrontations between architects themselves, and between architects and architecture critics.Creating and thinking about architecture has always been defined by the mechanism of action and reaction. One way of making architecture is criticized or rejected and immediately used as a starting point for another, opposing and better method, practice or theory. Architects and critics react to each other's views using drawings, texts, models and buildings. A good architecture culture thrives on such a basis: the exciting battle between views, opinions and beliefs.OASE 97 describes and illustrates passionate debates and polemical interactions from the seventeenth to the late twentieth century. The result is a collection of opposing yet inseparablyconnected definitions of good and necessary architecture.

Man Ray: Writings on Art

Samen bouwen / Building together

Verschillende Nederlandse gemeenten hebben collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) hoog op hun agenda gezet. Door te stimuleren dat particulieren zich verenigen in opdrachtgeversgroepen, hopen steden als Almere en Amsterdam de vastgelopen woningmarkt vlot te trekken. Daarmee doen ze een stap in de richting van wat in Duitsland onder de naam 'Baugruppen' al jaren heel gewoon is. DASH Samen Bouwen onderzoekt in een aantal essays en interviews de mogelijkheden die collectief particulier opdrachtgeverschap heeft voor het woningontwerp. Collectief opdrachtgeverschap is in Nederland geen nieuw fenomeen. Waren het in de vorige eeuw vooral idealistische, kleinschalige initiatieven zoals wooncommunes, tegenwoordig zijn de drijfveren ook economisch van aard. DASH Samen Bouwen toont hedendaagse en historische voorbeelden van projecten die onder collectief opdrachtgeverschap tot stand zijn gekomen, zowel in Nederland als daarbuiten. Interessant daarbij is de vraag of direct contact tussen gebruikers en de architect tot vernieuwende architectuur en nieuwe gebouw- en woningtypen leidt.

DASH: Wonen in een nieuw verleden / Living in a New Past

Met welke redenen grijpen architecten in verschillende tijden, regio's en omstandigheden terug op beelden, vormen of bouwwijzen uit het verleden? En welke middelen zetten architecten in om het beoogde effect te bereiken? Deze vragen staan centraal in het zesde nummer van DASH. Terugkeer naar het architectonisch verleden is geen nieuw verschijnsel. Op vele momenten in de geschiedenis van de architectuur hebben oude vormen als inspiratie gediend: als protest tegen dominante opvattingen, als middel om juist vernieuwing tot stand te brengen of louter uit nostalgie naar vroeger tijden. Zelden is dit teruggrijpen onomstreden. Met name pogingen om oude vormen in hedendaagse materialen terug te brengen, hebben vaak de hoon van de vakwereld opgewekt; of het nu gaat om de vroegnegentiende-eeuwse neogotiek, het werk van de Delftse School uit de 20ste eeuw of het 'nieuwe traditionalisme'. In DASH: Wonen in een nieuw verleden wordt een selectie van woningbouwplannen besproken van onder anderen Baillie Scott, Tessenow, Berghoef, Ridolfi, Krier, Spoerry en Bedaux. DASH (Delft Architectural Studies on Housing Design) wil een internationale bijdrage leveren aan het woningontwerp vanuit een Nederlands perspectief. DASH verschijnt tweemaal per jaar, in samenwerking met de Leerstoel Woningontwerp van de TU Delft.

De stadsenclave/The Urban Enclave

De idee van de pluriforme stad lijkt actueler dan ooit. Was de maatschappij 50 jaar geleden nog homogeen, nu zoeken zeer uiteenlopende levenswijzen en culturen elk een plek in onze steden. DASH 5 De stadsenclave is de weerslag van een onderzoek naar historische en hedendaagse grootschalige, binnenstedelijke woningbouwprojecten. Dit vraagt om een stad die ook verschillen kent, herkenbare delen waarin gelijkgezinden elkaar vinden, verbonden met het grotere geheel, maar zonder anderen iets op te leggen. De recente concentratie op (grootschalige) vernieuwing binnen de bestaande stad biedt in dit verband perspectieven. In veel Nederlandse steden (maar ook elders) worden leeggekomen industrie- en bedrijfsterreinen of verouderde woongebieden opnieuw ontwikkeld. De meestal grote maat van deze gebieden creëert een (woning)bouwopgave die kan bijdragen aan de noodzakelijke binnenstedelijke differentiatie. In DASH 5 De stadsenclave beschouwen Dirk van den Heuvel en Lara Schrijver in hun essays uiteenlopende ideeën met betrekking tot grootschaligheid en de stad, aan de hand van respectievelijk het werk van Piet Blom en Oswald Mathias Ungers. Dick van Gameren en Pierijn van der Putt onderzoeken de onderliggende typologieën van de stadsenclave. Elain Harwood analyseert de ontstaansgeschiedenis van het roemruchte Barbican in Londen en Christopher Woodward traceert het ontstaan, 200 jaar eerder in diezelfde stad, van het Adelphi, dat vaak wordt aangehaald als inspiratiebron voor Barbican. Architect en stedenbouwer Rob Krier geeft in een interview uitleg over de historische modellen die hij hanteert voor zijn stedelijke vernieuwingsprojecten. DASH (Delft Architectural Studies on Housing Design) wil een internationale bijdrage leveren aan het woningontwerp vanuit een Nederlands perspectief. DASH verschijnt tweemaal per jaar, in samenwerking met de Leerstoel Woningontwerp van de TU Delft.

Het luxe appartement /The Luxury Apartment

Maakbaar landschap

Karel de Bazel 1869-1923

Karel P.C. De Bazel (1869-1923) was in zijn tijd een van de bekendste Nederlandse architecten. Eerder nog dan Hein P. Berlage gaf hij de aanzet naar het modernisme in de bouwkunst. De Bazel was overtuigd theosoof en vrijmetselaar, en al zijn architectonische ontwerpen kwamen direct uit die levensbeschouwingen voort. In zijn tijd werd hij gezien als een mysticus pur sang, een visionair en een priester-kunstenaar. Zijn rustige, beheerste voorkomen en zijn talent om diplomatiek te zijn, combineerde De Bazel met een geestelijke onverzettelijkheid waar het zijn creaties betrof en met het streven om een perfecte ambachtelijkheid te verheffen tot ware kunst, die de maatschappij tot een esthetisch betere plek moest maken. Dit boekje gaat over de architectuur en de visionaire denkbeelden van deze architect. De Bazels grootste creatie is het hoofdkantoor van de Nederlandsche Handel-Maatschappij in de Vijzelstraat in Amsterdam, dat postuum in 1926 gereedkwam. Dit unieke monument heeft jarenlang gediend als hoofdkantoor van diverse banken. Vanaf het voorjaar 2007 fungeert het, nu Gebouw de Bazel geheten, als de nieuwe behuizing van het Amsterdams

Double Dutch

In Double Dutch. Dutch Architecture Since 1985, the architecture critic and journalist Bernard Hulsman describes how Dutch architecture experienced an unprecedented boom in the past quarter century. Dutch architects surprised the world with unconventional designs, such as the Kunsthal by Rem Koolhaas and the spectacular Dutch pavilion by MVRDV at the World Exhibition in Hanover in 2000. But Hulsman also shows how postmodernism's breakthrough in the world's most modern architectural country occurred almost unnoticed. He also describes the failed deregulated housing revolution of Wilde Wonen, the reappearance of ornament and the increasing concern for craft and sustainability. Bernard Hulsman (1958) studied political science, and since 1990 has been an editor at the Dutch newspaper NRC Handelsblad. Work by architectural photographer Luuk Kramer (1958 is included in many museum collections, including those of the Rijksmuseum and the Stedelijk Museum Amsterdam.

Landschap en energie

De overgang van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie is een van de grootste uitdagingen van de eenentwintigste eeuw. Landschap en energie is een baanbrekend boek over het effect van deze transitie op onze omgeving. Het maakt als eerste een visuele vergelijking van het ruimtebeslag van alle relevante energiebronnen, het verklaart de drijvende krachten achter de exponentiële groei van ons energiegebruik en het schetst de adembenemende taak voor ruimtelijk ontwerpers, planners en de politiek. De opties en keuzes voor het komende 'postfossiele landschap' zijn uitgewerkt in ontwerpvoorbeelden op verschillende schaalniveaus. Energie beweegt zich immers door alle schaal- en abstractieniveaus heen: van mondiale politieke strategieën tot het zonnepaneel op het dak. De uitdagingen die daarbij komen kijken worden uitgebreid belicht in een reeks essays over de energiemarkt, de rol van de politiek, de psychologie van de transitie en de technische ontwikkelingen en beperkingen. Uiteindelijk blijkt de transitie van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen veel meer dan een technische opgave voor professionals. Bij nadere beschouwing blijkt de energietransitie vooral een culturele opgave te zijn die iedereen raakt.

Rietveld meubels om zelf te maken = How to construct Rietveld furniture

Kijk Jan Mankes

Kijk Jan Mankes is een ode aan de kunstschilder en graficus Jan Mankes, die op 23 april 1920 op jonge leeftijd in Eerbeek overleed. Zijn directe omgeving was voor hem een belangrijke inspiratiebron: de natuur, het weidse landschap, zijn naasten, maar vooral dieren vormen het onderwerp van zijn schilderijen, tekeningen en prenten. Wie kent niet zijn ‘Jonge witte geit’? Of de prachtige uilen, valkjes, kraaien en lijsters? Zijn werk kent talloze liefhebbers en inspireert tot de dag van vandaag vele figuratieve kunstenaars, schrijvers en dichters. Het hart van dit boek wordt gevormd door kleurrijke afbeeldingen van Mankes’ mooiste schilderijen. Veertien bekende schrijvers en kunstkenners schreven bij hun favoriete kunstwerk een verhaal of een persoonlijke impressie. Han Boersma, Charlotte Caspers, Sjarel Ex, Hans Dorrestijn, Henk en Babs Helmantel, Yvonne Jagtenberg, Nicolien Kroon, Agave Kruijssen, Rob Møhlmann, Alexander Reeuwijk, Lydia Rood, Bas Steman, Ruben van Veen en Gerdien Verschoor leverden een bijdrage. Daarnaast schreven Marguerite Tuijn en Gerd Renshof een uitgebreide inleiding over Jan Mankes tijdens zijn vruchtbare Eerbeekse periode en over zijn eigenzinnige schildertechniek. Kijk Jan Mankes is niet alleen een kleurrijk kijk- en ontdekkingsboek voor liefhebbers die Mankes reeds een warm hart toedragen, maar ook voor iedereen die deze kunstenaar beter wil leren kennen. Het boek is tot stand gekomen in samenwerking met Stichting honderd jaar Jan Mankes.