41.227 resultaten

Scherven

De Portugese dichteres Maria do Rosário Pedreira (Lissabon 1959) schrijft over liefde – romantisch maar tegelijkertijd reflecterend aards – en over het gevoel dat rest na afloop door vertrek of dood. Het is zinnelijke poëzie, waarin strand, zee en wind personages worden. Scherven is een keuze uit haar verzamelde poëzie en werd vertaald door Harrie Lemmens.

Je zult me vinden in elk woord dat ik schrijf

De poëzie van Lamia Makaddam is de uitkomst van strijd. Rauwe beelden worden opgevolgd door erupties van tederheid, een bezweringsdans waarin geliefde, minnaars en partners worden vastgehouden, losgelaten en ten grave gedragen. Niemand is onschuldig in de liefde. Lamia Makaddam kan niet om haar sentiment heen, maar kan ook niet om haar verlangen naar wraak, dus wordt de wraak een sentimentele aangelegenheid, warmbloedig. Lamia Makaddam kwam op twintigjarige leeftijd naar Nederland. In haar geboorteland Tunesië studeerde ze Arabische taal en letterkunde. Naast dichter is ze vertaler en journalist. Ze publiceerde drie dichtbundels in het Arabisch: 'Het smaakt naar wintervruchten' (2007), 'Dit gedicht is af' (2015) en 'In de tijd en buiten de tijd' (2018) dat nu in het Nederlands verschijnt onder de titel: 'Je zult me vinden in elk woord dat ik schrijf'. In 2016 verscheen in Caïro haar vertaling van 'Jij zegt het' van Connie Palmen en in 2018 in Beiroet haar vertaling van 'Malva' van Hagar Peeters. In 2000 won Lamia Makaddam de El Hizjra literatuurprijs. Uit het Arabisch vertaald door Abdelkader Benali en de auteur

Zonder palet

Rebelse sonnetten

Rebelse sonnetten Boekenweekgedichten 2020 Er is een Boekenweekgeschenk en een Boekenweekessay. Maar zijn nog geen Boekenweekgedichten. En daar gaan Wereldbibliotheek en Nieuw Amsterdam verandering in brengen. De komende jaren publiceren we voorafgaand aan de Boekenweek gedichten over het thema van de Boekenweek. En ieder jaar in één specifieke dichtvorm. De uitvoering is zoals u die van ons gewend bent: uiterst verzorgd. Christoph Noordzij maakt er een hebbeding van. Het is ons eigen boek, niet van de cpnb, dus het is geen weggevertje. We beginnen met het sonnet. En in de volgende jaren komen het horatiaanse epigram de limerick, de ollekebolleke, of een van de vele andere dichtvormen aan de beurt. Dit jaar bevat de bundel gedichten van de dichters van Wereldbibliotheek en Nieuw Amsterdam. In de komende jaren staat deelname open voor iedere dichter. Met Kreek Daey Ouwens, Peter Theunynck, Liesbeth Lagemaat, Samuel Vriezen, Paul Meeuws, Ben Zwaal, Peter van Lier, Lies Vangasse, Jacobus Bos, Han van de Vegt, Hans Dekkers, Annemarie Estor, Kurt de Boodt, Laurens Ham, Anne van Amstel, Emma Crebolder, Florence Tonk, Gerry van der Linden, Guus Luijters, Jabik Veenbaas, Jos Versteegen, Marc Tritsmans, Pieter de Bruijn Kops, Sander Meij, Anne-Fleur van der Heiden, Dorien Dijkhuis, Edwin Fagel, Pim te Bokkel

Waren we dieren

Waar komen we vandaan? Wat maakt ons tot wie we zijn? In Waren we dieren onderzoekt Dorien Dijkhuis hoe wij ons tot onszelf, elkaar en de wereld verhouden en gaat zij op zoek naar wat ons verbindt. Zo overbrugt zij volkomen ongemerkt de afstand tussen heden en verleden, het zelf en de ander, ratio en instinct.

Het huwelijk / Le mariage

De Vlaamse romancier Willem Elsschot was een even nuchter als ongenadig waarnemer van de schijnheilige kleinburger. Hij debuteerde als dichter, maar publiceerde zijn jeugdverzen pas in 1934. Wie Elsschot zegt, denkt niet meteen aan poëzie. Toch zijn het juist enkele van zijn dichtregels die iedereen zal herkennen: ‘tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren’, bijvoorbeeld. Paul Claes heeft de gedichten van Elsschot samengebracht en vertaald in het Frans. Ze verschijnen nu voor het eerst in een unieke simultaaneditie. Willem Elsschot is het schrijverspseudoniem van Alfons De Ridder (1882-1960), een reclameman uit Antwerpen. De invloed van zijn oeuvre, dat uitmunt in beknoptheid en stilistische kracht, is en blijft immens. Zijn boeken werden verfilmd, verstript en meerdere malen vertaald. Paul Claes (1943) is een even veelzijdig, virtuoos als productief schrijver, dichter en essayist. Hij is vertaler van onder meer Sappho, Mallarmé, Ezra Pound, August von Platen, D.H. Lawrence, George Bataille en Arthur Rimbaud. Hij vertaalde en herinterpreteerde Het Barre Land / The Waste Land van T.S. Eliot, en samen met Mon Nys maakte hij een veelgeprezen nieuwe vertaling van James Joyce’ Ulysses.

Gisteren droomde ik dat ik een dj was

Wie zich aan de poëzie van Frank Báez (Santo Domingo, 1978) waagt, duikt in een tragikomische, schijnbaar autobiografische wereld van gedichten waarin een jonge eilandbewoner aan het woord is die het liefst de wijde wereld intrekt om kunstenaar te worden: “ik herinner me dat ik / zo wanhopig was dat ik zelfs / als een verstekeling / had meegewild op de eerste boot die afmeerde”. Inmiddels heeft de dichter gereisd en veel van de wereld gezien, en kijkt hij daarop terug in zijn gedichten: Chicago, Egypte, de Middellandse Zee – een voor een worden de locaties opgenomen in dat universum van die jongeman die graag groots en meeslepend wil leven maar toch zijn geliefde eiland in de Caribische Zee maar niet uit zijn systeem krijgt. Steeds keert Báez terug naar de kade, de pier, de golven: We zijn allebei ouder geworden, maar ondanks het voorbijgaan van de tijd blijf ik naar deze pier komen om met je te praten met dezelfde onschuld van toen ik nog een jongen was en over je stranden liep en een schelp oppakte en hem naar mijn oor bracht en jij voor het eerst tegen me sprak. Met een voorwoord van Carlos Manuel Álvarez.

Over de dingen

Plouviers poëzie is een grote zoektocht naar de ideale relatie tussen inhoud en vorm: hoe zet de dichter wat hij zeggen wil op papier? Zijn literair credo – vorm is inhoud is vorm – indachtig, zoekt Plouvier op een indringende manier bij elk gedicht de juiste verzen. Wat hij vindt, verschilt van bundel tot bundel. Zo hanteerde hij in zijn poëziedebuut 'Zaailingen' het rijm en bracht hij sonnetten. Gaandeweg evolueerde de dichter naar lossere vormen en verdween het rijm. In 'Over de dingen' keren de klassiekere structuren, sonnetten incluis, terug, maar steeds is er die beklijvende herkenbaarheid in taal en wereld.

Leger

In haar debuut Leger onderwerpt de jonge dichter Mieke van Zonneveld (1989) zich aan een gemystificeerd en genadeloos zelfonderzoek. In uiterst beheerste taal heeft ze lief en tolt ze om. Onder de woorden sluimert voortdurend het risico om uit het volle leven geknipt te worden. Alleen in dromen bestaat de mogelijkheid barrières te slechten.

Één gedicht is nooit genoeg

In dit nieuwe gedichtenprentenboek '1 gedicht is nooit genoeg' bundelden we de 100 leukste, beste, mooiste gedichten en beelden voor kinderen van 6 tot 106. Met gedichten over oma's en opa's, keien en stranden, paarden en blinde mollen, boeken die precies zo snel gaan als jij, krokobillen en krokogillen, over hoekjes en thuis zijn en lezen en doorgaan en nooit opgeven en nog veel meer. Teveel om op te noemen eigenlijk. Prachtig gecombineerd met de leukste en mooiste beelden van de leukste en beste illustratoren en beeldend kunstenaars. Met handige index achterin zodat je op kunt zoeken op welke bladzijde dat gedicht over die krokogillen staat want dat is soms zomaar ineens heeeel belangrijk.

Finse meisjes

MidzomernachtHet is vreemd dat ons lichaam zin blijft houdenna een winterslaap strekken we onze ruggen eten elkaars placenta op enworden voor het eerst dronken hier hebben we de hele winter op gewachter zijn mensen die ik als familie beschouwomdat we op elkaar zijn gaan lijkenKira Wuck (1978) is half Fins, half Indonesisch en groeide op in Amsterdam. Ze won in 2012 het Nederlands Kampioenschap Poetryslam en maakte indruk op vele festivals. Finse meisjes is haar debuut.'Soms gebeurt het dat regels uit een gedicht weer aankloppen terwijl de dichtbundel al in de kast staat: Kira Wuck schrijft zulke regels.' Wim Brands

Mensenhand

Mensenhand is de eerste dichtbundel van Pieter Boskma sinds het veelgeprezen, diverse malen herdrukte Doodsbloei (2010), het 'rouwdagboek in verzen' dat hij schreef na de dood van zijn vrouw. Waar Doodsbloei in het teken staat van afscheid en gemis, zou je kunnen zeggen dat de dichter met Mensenhand weer ontwaakt tot het leven. Nu eens droogkomisch en prozaïsch, dan weer hoog opwiekend in gevleugelde lyriek, schildert hij een wereld waarin de magie en het mysterie, de droom en het visioen nog niet zijn weggesaneerd.

De steen vreest mij

Hij neemt me op schoot, vertelt over onze soort, de Hades in de aderen die alles schoonwoedt. Het gat tussen zijn ogen dat zich vol met inkt zuigt dat zich sluit. Ik kruip tegen hem aan, hij knikt, gelooft niet dat er in een ballpointpunt ook een kogel zit. De steen vreest mij volgt een familie die zich langzamerhand terug trekt uit het bestaan. Met humor en precisie legt Deckwitz verbanden bloot waar we zelf niet voor kiezen maar die ontstaan door zwijgend naast elkaar te ontbijten en te leven aan de rand van een bos vol wilde eiken. Taal en beeld kantelen en trekken het tapijt van geschiedenis, maatschappij en voorouders onder de voeten vandaan.

Rijmpjes en versjes uit de nieuwe doos

Gedichten

De Portugees Fernando Pessoa geldt als een van de allergrootste dichters. Bij leven publiceerde deze kantoorklerk uit Lissabon slechts enkele werken. Na zijn dood werd op zijn huurkamer een kist aangetroffen met 27.000 volgekrabbelde velletjes. Uit die chaos kon een kolossaal oeuvre worden samengesteld. Pessoa creëerde diverse `heteroniemen - afzonderlijke `schrijverspersoonlijkheden met elk een eigen stijl en woordkeus.Alberto Caeiro is de natuurdichter van het platteland, bekend om zijn heldere, vrije verzen. Zijn leerling, dokter Ricardo Reis, is de man van de klassieke invloeden, die in streng metrische verzen schrijft. Scheepsbouwkundig ingenieur Álvaro de Campos is de droomfiguur, de schrijver van lange versregels en futuristisch woordengedaver. En dan is er nog de sterk symbolistische en mystiek getinte poëzie die Pessoa onder eigen naam publiceerde.August Willemsen bracht met dit boek een ruime keus uit Pessoa s poëzie en een beknopte selectie uit diens proza samen.

Alle gedichten

Jorge Luis Borges (Buenos Aires, 1899 - 1986) verwierf vooral wereldfaam met zijn verhalen, verzameld in De Aleph en andere verhalen. Hij geldt als de belangrijkste Zuid-Amerikaanse prozaschrijver van de twintigste eeuw. Toch zag hij zichzelf in de eerste plaats als dichter. Met name in de laatste dertig jaar van zijn leven schreef hij graag poëzie. Vanaf de jaren veertig raakte hij langzamerhand blind. Hierdoor was hij tijdens het schrijven niet alleen veel meer aangewezen op zijn geheugen en op kortere geschriften, ook gaf poëzie hem de mogelijkheid persoonlijker te zijn dan proza. Een groot deel van zijn poëzie is nooit in Nederlandse vertaling verschenen. In Alle gedichten is voor het eerst al zijn poëzie opgenomen, in het Nederlands en in het Spaans, ongeveer vijfhonderd gedichten in totaal. Vertalers Barber van de Pol en Maarten Steenmeijer werkten enkele jaren intensief met elkaar samen om deze vertaling tot stand te brengen.

Met enige vertraging

AAN DE REIZIGER Het streekvervoer in Drenthe is kortgezegd aldus: indien er al iets langskomt is het een collectebus. `Pessimisme kun je leren is het levensmotto van dichter-schrijver Lévi Weemoedt. Met zijn `Kleine Trilogie der Treurigheid (Geduldig lijden, Geen bloemen en Zand erover) brak hij omstreeks 1980 vele harten met een voor poëzie onverwacht hoge verkoop tot gevolg. Daarna verscheen nog af en toe een kleine bundel waarin de dichter rapporteerde over zijn bestaan, voor het laatst in 1999 met Rijk verleden: TERUGBLIK IN EEN GLAS JENEVER k Had een sprookjeshuwelijk, achteraf beschouwd. Maar ik was alleen met de heks getrouwd. In 2007 volgde nog Vanaf de dag dat ik mensen zag, Weemoedts verzamelde gedichten met een `Korte inhoud van het voorafgaande : Verliefd, verloofd, getrouwd, gescheiden, dood en begraven: wát een tijden! Hierna werd het stil rondom de dichter, die zich inmiddels in Assen (`tweemaal as ) gevestigd zou hebben. Maar ziedaar, met enige vertraging, in het droevige najaar van 2014, vijftien jaar na zijn laatste bundel, is er een nieuwe Weemoedt. Goddank, hij heeft zich niet vernieuwd en zijn stem klinkt somberder dan ooit!

De man die ophield te bestaan

‘Langzaamaan begin ik te begrijpen dat we alle drie tegelijk geboren worden.’ Ingmar Heytze werd onlangs vader. In de vele doorwaakte nachten die volgden dichtte hij openhartig over zijn nieuwe rol. Met verwondering slaat hij gade wat dit nieuwe leven bij hem teweegbrengt. Als prille vader, maar ook als geliefde, man en bovenal als dichter. Ingmar Heytze (1970) publiceerde tien dichtbundels. In 2008 ontving Heytze de C.C.S. Croneprijs voor zijn gehele oeuvre. Zijn laatste bundel, Ademhalen onder de maan, werd bekroond met de Hugues C. Pernathprijs 2013. ‘Ik blijf Heytze graag volgen, om zijn souplesse, zijn afwisseling, zijn esprit, zijn gevoel voor absurdisme en het scherpe beeld.’ Guus Middag, NRC Handelsblad

Ze zei, ik heb bloemen gekocht

Schokbos

Vanaf 2016 tot 2017 bezoekt Annelie David elke maand het verlaten bos op het voormalige munitieterrein in Zaandam, dat ooit bedoeld was om eventuele schokgolven op te vangen die werden veroorzaakt door explosies. Verval en groei gaan er hand in hand. Van de munitiemagazijnen, depots en beproevingsgebouwen in het bos staan alleen nog maar ruïnes overeind. Maar ondergang is ook de belofte van het nieuwe. Planten duiken op die uitgestorven werden gewaand. Uit aangewaaide zaden groeit een jong bos. Er is een vogelparadijs ontstaan. De krachten van vergankelijkheid en leven zijn onafscheidelijk. Daarover gaan de gedichten van Annelie David in Schokbos. ‘Heel waardevol aan de bundel, die ik tot het genre van de ‘lange gedichten’ reken, is hoe een in wezen romantisch en klassiek thema – de vlucht in de natuur, de ‘Waldeinsamkeit’ – zonder effectbejag en nieuwlichterij op een hedendaagse manier wordt benaderd. Tussen het precieze benoemen en wat Paul van Ostaijen noemde ‘het vervuld-zijn-door-het-onzegbare’.’ - Erik De Smedt, criticus, vertaler, essayist Annelie David (1959, Keulen) is danseres, choreografe en dichteres. Sinds 1982 woont ze in Amsterdam. Vanaf 1989 tot 2002 was ze onafhankelijk choreografe. In 2004 won ze de Dunya Poëzie Prijs. Sinds 2006 verschijnen regelmatig publicaties in literaire tijdschriften zoals Passionate Magazine, Deus Ex Machina, Tirade en De Revisor. Ze debuteerde in 2013 met de bundel Machandel. Ze vertaalde op de koude helling van de Duitse auteur Esther Kinsky (2016, Poëziecentrum Gent) en samen met Lucas Hüsgen poëzie van Friederike Mayröcker.

De stille fanfare

In De stille fanfare paradeert een bonte stoet gedichten over de onvermijdelijke, aloude route van het leven, de liefde en de dood. Deze poëzie geeft stem aan de eeuwige verwondering over alles wat onder de zon is, vanaf ‘de oerknal tot de eindknak’. Het besef slechts toevallig en kortstondig aanwezig te zijn in heel dat vreugdevolle, bizarre en tragische bestaan vormt de grondtoon van deze poëzie. Maar zwaar op de hand zijn deze toegankelijke, welluidende en precieze gedichten allerminst. Even scherp als geestig wordt verwoord hoe we uiteindelijk met lege handen staan, ‘want wat ertoe doet, verdwijnt stilletjes en voorgoed, op een dag dat je het niet in de gaten hebt’.

In opdracht

Ik lijk verloren als ik je niet vind. In dorre bladeren woelt en zoekt de wind, hij spreidt en jaagt bijeen, is even stil: ik hoor je adem tot hij weer begint. In het dichterschap van Wiel Kusters is na het verschijnen van zijn verzamelde gedichten (Leesjongen, Uitgeverij Cossee, 2017) een nieuwe en productieve fase aangebroken. Tot de resultaten daarvan behoort, naast een omvangrijke bundel langere gedichten waaraan nog gewerkt wordt, een reeks van achtenveertig kwatrijnen, die zich eind 2018 in korte tijd aan hem opdrongen. Zelf heeft hij het gevoel dat hij ze 'in opdracht' schreef. Maar in opdracht van wie?De reeks gaat over verlies. Over de afwezigheid van nabije mensen. Over een gemis dat bij vlagen misschien een beetje gecompenseerd kan worden door de 'ander' in jezelf en in je taal te herkennen. Die even vertrouwde als vreemde ander, met wie je je kunt confronteren, zodat je de illusie kunt koesteren van een korte ontmoeting. Zoals in het hierboven geciteerde kwatrijn, waar 'de wind' en 'je adem' verwisselbaar lijken, met een emotionerende verwarring als gevolg: hoor je de adem van de dode tot de wind opnieuw begint te waaien, of hoor je hem, die adem, als illusie, tot hij in werkelijkheid herbegint - hetgeen niet zal gebeuren?Kwatrijnen, vier regels per keer, niet meer, maar naar gevoelige en geduldige lezers zullen ervaren: dat is in deze poëzie toch ook zeer veel. Misschien kan de dichter ook voor wie hem langzaam leest en herleest een herkenbaar vreemde ander zijn.

Verzamelde gedichten

Sinds de vertaling van Marko Fondse van Majakovski’s werken uitkwam, vijfentwintig jaar geleden, is diens poëzie niet meer weg te denken uit de Nederlandse boekhandel. De ongeëvenaarde lenigheid van de taal die Fondse wist aan te boren zette de dichter hier voorgoed op de kaart. Met de geüpdatete versie van de poëzie van Majakovski zijn zijn beroemde poèma’s en andere gedichten nu weer beschikbaar. Het bekende 'Een wolk in broek en Mens', die dateren van voor de revolutie van 1917, laten de gepassioneerde (liefdes)dichter in optima forma zien. De grote gedichten 'Ik heb lief' en 'Daarover', van na de revolutie, zijn twee positieve uitzonderingen op de socialistische poëzie waaraan Majakovski zijn dichterschap ten slotte offerde: daarin keert de bravoure van zijn vroege lyriek even terug. Deze uitgave van Majakovski’s poëzie is aangevuld met een grote hoeveelheid gedichten uit zijn enorme oeuvre. Vele daarvan verschenen niet eerder in Nederlandse vertaling.

Binnenplaats

Wat is de waarheid als alles wat je weet je door de vingers glipt? Dat is de vraag die rondwaart door het veelzijdige poëziedebuut van Joost Baars. Zeer persoonlijke gedichten over de dood en bijna-dood van dierbaren worden afgewisseld met even verstilde als broeierige mystiek, en met originele, humoristische en geëngageerde natuurlyriek. Wie veronderstelt dat denkende poëzie niet kan ontroeren, komt bij Baars voor verrassingen te staan. Baars' even bedachtzame als directe gedichten blinken uit in kwetsbaarheid en grijpen je naar de keel.Binnenplaats won de VSB-Poëzieprijs in 2018

Waterval

Niels Landstra werd in november 1966 geboren in Slikkerveer, onder de rook van Ridderkerk. Na een verhuizing begin zeventiger jaren naar Noord-Brabant groeide hij daar echter op in een klein dorp, met het vergezicht van de Biesbosch op de horizon.Als jonge adolescent besloot hij om het dorpse leven achter zich te laten, en betrok hij een kamer, drie hoog achter in een studentenhuis. Maar op den duur speelde de rusteloosheid hem weer parten en besloot hij om verder te trekken. Via Draguignan (Provence), Wenen en vervolgens Boedapest om daar als freelance auteur te werken aan fabels, een toneelstuk en een roman, keerde hij weer terug naar Nederland, waar hij uit geldnood als muzikant, zanger en entertainer de bühne beklom.Na het verschijnen van het kortverhaal Het portret in e-zine Meander in 2004, volgde een lange reeks publicaties (korte verhalen, poëzie en interviews) in diverse literaire tijdschriften in zowel Nederland als Vlaanderen. Zijn oeuvre is dan ook rijk, bevat elementen als liefde en dood, geloof en noodlot, en het nemen van afscheid, zoals in zijn gedicht Mijn liefste meisje: 'Ik ben jou, je vlieger, je zonlicht; vrees de dagen zonder zandsculpturen en sprookjesfiguren die gespeend van jou en mij zullen zijn'.Naast zijn gedichten en verhalen, schreef hij drie romans en een novelle, waar deze elementen sterk in verweven zijn en die een melancholische sfeer oproepen, maar ook een wrange vorm van humor kennen; deze vertelwijze maakt zijn werk dan ook boeiend tot de laatst gelezen letter. Zijn dichtbundel Waterval bij uitgeverij Oorsprong is zijn debuut als dichter.

Honing voor de blinden

Wie dit leest is gek

Venus reist door mijn derde huis. Ik heb een puinhoop achtergelaten voor ik vertrok. Zij trekt een gezicht. Er zijn mensen die me dingen vertellen over mijn leven die ik zo graag geloven wil dat ik zelfs aantekeningen maak. In Wie dit leest is gek aanschouwt de dichter de wereld vanuit haar schuilplek. Wie zijn we nog als niemand kijkt? Hoelang kunnen we wachten op warme handen die van boven ons naar beneden zullen reiken om ons over de bol te aaien? Heidi Koren (1975) schreef eerder de poëziebundel Gedachten over een mogelijk einde (2015) en de roman Hawaï 2000 (2019). Daarnaast verzorgt ze literaire optredens, publiceert ze geregeld in literaire tijdschriften en houdt ze tweewekelijks een blog bij op grofvankoren.com

De Hazenklager

Waarom zijn we niet tot meer bereid, hoewel we weten dat de natuur, het milieu en het klimaat onder druk staan, de verstedelijking steeds toeneemt en het platteland verdwijnt? Omdat we ons superieur voelen? Mens, dier en ding zijn nauwer met elkaar verweven dan we willen toegeven. In De hazenklager gaat het antropocentrisme op de schop. In deze bundel probeert Paul Demets opnieuw voeling te krijgen met de natuur en de nabije omgeving. Vier jaar lang sloeg hij als plattelandsdichter binnenwegen in, observeerde hij planten en dieren en praatte hij met de mensen die zijn pad kruisten. Maar de interactie tussen mens, milieu en samenleving is complex. De hazenklager is een pleidooi voor het aanvaarden van vreemdheid en ambiguïteit.

Dolen en dromen

Beperkte en handgenummerde oplage van 175 exemplaren! Op 8 november 1980 werd het gedicht 'Dolen en dromen' gepresenteerd: Ida Gerhardt las het voor in een overvolle refter van het Stedelijk Museum in Zutphen. Inmiddels wordt het beschouwd als een van de belangrijkste gedichten in haar oeuvre. 'Dolen en dromen' vormde de dichterlijke bekroning op een bijzonder gelukkige periode in het leven van de dichteres: eindelijk was er erkenning voor haar werk, met de P.C. Hooftprijs die zij in 1980 ontving, en de Prijs voor Meesterschap die haar het jaar daarvoor werd uitgereikt. Deze uitgave - ingeleid door Ad ten Bosch - bevat een nooit eerder gepubliceerde lezing van Ida Gerhardt, en is rijk geïllustreerd met foto's en het handschrift van het gedicht in facsimile.

Uitgestalde letters

Uitgestalde letters is de zesde bundel van dichteres Mattie Goedegebuur (1959) uit Bunschoten-Spakenburg. Deze bundel bevat 43 nieuwe gedichten in vijf verschillende categorieën: Part-time, Mijmeringen, Hartstocht, Hartepuin en Eerste en tweede natuur. Mattie Goedegebuur publiceerde in 2014 haar debuut pure poëzie. Een jaar later volgde Dubbeldichters, een poëziebattle met Derrel Niemeijer (1977-2016). In 2017 verschenen ontsluierd en Ga maar, lief. Een jaar later publiceerde Uitgeverij Heimdall afscheid voor nu. Goedegebuur schrijft gedichten als heerlijke recepten: een flinke scheut heimwee, een snufje passie, een eetlepel dood, een theelepel liefde, overgoten met een saus van luchtige woordspelingen. - Rick van der Made

Vrolijke verwoesting

In Vrolijke verwoesting gaat Delphine Lecompte door waar ze gebleven was en tilt ze haar poëzie naar een volgend niveau. Andermaal is haar verbeelding grenzeloos, kijkt ze de waanzin recht in de ogen en worden haar gedichten bevolkt door talloze wonderlijke figuren, zoals de bedeesde zeepzieder, de mystieke chrysantenkweker en de analfabetische jongenshoer. En ook dit keer bezit haar droomachtige poëzie een expressieve taalkracht die zo groot is dat het effect betoverend is: wie één zin leest, zal zich niet meer kunnen losmaken uit dit fantastische universum. ‘Fenomenale gedichten.’ Tom Lanoye ‘Wie Lecompte leest weet waarom poëzie een wonder is.’ Menno Wigman Delphine Lecompte (1978) debuteerde in 2004 in het Engels met de roman Kittens in the Boiler, daarna schakelde ze over naar gedichten in haar moedertaal. Voor haar debuutbundel De dieren in mij (2009) ontving ze de C. Buddingh’-prijs en de Prijs voor Letterkunde van de Provincie West-Vlaanderen. In 2015 verscheen Dichter, bokser, koningsdochter, dat genomineerd werd voor de VSB Poëzieprijs. Voor The Best of Delphine Lecompte (2018) selecteerde ze zelf de greatest hits uit haar rijke oeuvre, dat met Vrolijke verwoesting (2019) negen dichtbundels omvat.

Het regent in de trompetten

Een kleurrijker dichter dan Pierre Kemp (1886-1967) heeft Nederland niet gekend. Vanuit zijn Maastrichtse 'dichterkluisje' manoeuvreerde hij zijn vele kleurige, korte gedichten de Nederlandse dichtkunst binnen. Als bekroning van zijn hele werk werd Pierre Kemp in 1956 de Constantijn Huygens-prijs toegekend en in 1958 de P.C. Hooft-prijs. Lezers schreven hem dat zijn gedichten hen gelukkig maakten. En dat vermogen hebben ze. Alledaagse belevenissen van zeer uiteenlopende aard worden door de sterk zintuiglijk ingestelde en met een groot talent voor verwondering gezegende dichter tegen het licht gehouden. Er is ernst en humor in zijn spel van vragen stellen en betekenis suggereren, maar ook een beminnelijke melancholie die zelden zwaar wordt. Wiel Kusters en Ingrid Wijk stelden een nieuwe bloemlezing samen uit Kemps werk, dat geruime tijd niet meer leverbaar is geweest. Zij kozen voor een thematische ordening van de gedichten, waardoor dit boek, in overeenstemming met een oude wens van de dichter, tot een soort brevier voor het dagelijks leven kan worden. Er zijn gedichten over het verlangen, de vrouw, licht en kleuren, klank en muziek, planten en dieren, nacht en dromen, stad en land, ouderdom en dood, maar ook over kind zijn op latere leeftijd.