40.972 resultaten

Catalogus

In zijn debuutbundel Catalogus gaat dichtende barman Thomas van Hout in op verschillende facetten van de hedendaagse samenleving. Zo komen intieme, persoonlijke reflecties aan bod over eenzaamheid, onvermijdelijke, ongemakkelijke situaties en al dan niet beantwoorde verlangens. Er wordt kritisch gekeken naar standaarden die als normaal worden beschouwd en er wordt diep ingegaan op randfiguren in de maatschappij. Als een buitenstaander observeert Van Hout deze gevallen en neemt ze nauwlettend onder de loep. Is alleen zijn wenselijk of een onontkoombare vloek? Hoe gaan we om met technologische ontwikkelingen? Wat is het belang van onderwijs? Deze en andere vragen worden gesteld in de vorm van portretten, karakterstudies en stadsgezichten in dichtvorm. Daarmee wekt Van Hout beelden tot leven die oproepen tot inzicht of juist zorgen voor troost en herkenning. Zo neemt Van Hout je in zijn debuut mee in de gedachten van een barman. Thomas van Hout (1992, Valkenswaard) is een door de wol geverfde barman en daardoor goed bekend met de rafelrandjes van het bestaan. Zijn eigen stem vond hij bij het schrijven over onderwerpen als eenzaamheid, cultuur en zingeving. Met troost en troosteloosheid geeft hij een kijkje in de gedachten van een barman.

Zeilen naar de kusten van het hart

Deze dichtbundel is een samenraapsel van gedachten, gevoelens, en situaties. De gedichten kwamen bij Koenraad Vandamme al jaren handgeschreven in een mooi boek terecht. Nu is het tijd om ze te delen in de hoop dat de levensvreugde die er uit spreekt, je dag een beetje mag laten sprankelen. Laat de stiltes tussen de woorden de ruimtes van verlangen in je hart vullen Laat ze rijpen en oversaus ze met dankbaarheid in de zilte dieptes van je hart Met 'Zeilen naar de kusten van het hart' neemt Koenraad Vandamme je mee in zijn kijk op de wereld. Met poëzie in meerdere talen raakt hij jouw hart en verken je de grenzen van jouw verbeelding. Laat je meevoeren en vind verstilling, rust en af en toe een lach. Gedicht na gedicht raakt je in jouw essentie en brengt je ongemerkt en stap verder in leven vanuit bewustzijn. De beeldkracht in de woorden onderzoekt de zin en het spel. Het helpt je te vertoeven in andere oorden en de kusten van jouw eigen hart te verkennen.

The Hill We Climb

A special edition of the poem "The Hill We Climb," read at the inauguration of the 46th president of the United States, Joe Biden, on January 20, 2021 On January 20, 2021, Amanda Gorman became the sixth and youngest poet, at age twenty-two, to deliver a poetry reading at a presidential inauguration. Her inaugural poem, "The Hill We Climb," is now available to cherish in this special edition. Amanda Gorman’s powerful and historic poem “The Hill We Climb,” read at President Joe Biden’s inauguration, is now available as a collectible gift edition. “Stunning.” —CNN “Dynamic.” —NPR “Deeply rousing and uplifting.” —Vogue On January 20, 2021, Amanda Gorman became the sixth and youngest poet to deliver a poetry reading at a presidential inauguration. Taking the stage after the 46th president of the United States, Joe Biden, Gorman captivated the nation and brought hope to viewers around the globe. Her poem “The Hill We Climb: An Inaugural Poem for the Country” can now be cherished in this special gift edition. Including an enduring foreword by Oprah Winfrey, this keepsake celebrates the promise of America and affirms the power of poetry.

Philip Larkin De Gedichten

In 2003 werd Philip Larkin in een enquête door de Engelse Poetry Book Society gekozen als de meest geliefde dichter van de voorafgaande vijftig jaar, en in 2008 noemde The Times hem de grootste Engelse dichter van na de Tweede Wereldoorlog. Nooit zijn de drie bundels die hij publiceerde, met totaal 85 gedichten, volledig in het Nederlands vertaald. In zijn vertaling volgt Schoneveld steeds getrouw Larkin's variaties in het metrum, de versvorm en de rijmpatronen, die uniek zijn voor elk gedicht. Met zijn grote verscheidenheid aan herkenbare onderwerpen, van zeer intiem tot hoogst provocerend en van amusant tot serieus, maar altijd zeer leesbaar en toegankelijk, zal hij zeker ook de Nederlandse lezer weten te boeien en soms te choqueren.

Hop over de sofa

Hop over de sofa lijkt een opgewekte of komische titel, maar er gaat een gruwelijke werkelijkheid achter schuil in het klein en in het groot. De dichter verwondert zich over het kwaad in de wereld, over ongerijmdheden, over vreemde toevalligheden, maar ook over liefde. Alle mensen die hebben bestaan zijn vergeten op enkelen na. Ik vraag me af waarom ze hebben geleefd en of het van belang was voor henzelf dat ze hebben geleefd maar dan toch om het leven zelf voort te duwen tot meer bewustzijn. Er zijn plaatsen op de wereld waar de namen van de gestorvenen zijn gegraveerd, in steen gehakt om ze te kunnen behouden, hoe lang nog? Als iemand belt en zegt dat ik moet komen, hoe ver, het maakt niet uit. Is liefde de wijsheid van het samen voorbijgaan, zoals alles voorbij gaat? ‘Remco Ekkers is een denkend dichter. Hij schuwt de grote thema’s niet, maar hij kan daarbij bij het kleine alledaagse beginnen, waarna hij zich naar universele overwegingen toedicht waarbij hij alle middelen inzet, die de poëzie hem aanreikt. Soms krijgen zijn gedichten een strakke vorm, dan zijn ze weer meer parlando, een andere keer stuwt het rijm het gedicht.’ Ineke Holzhaus

Burning In The Waiting Line

Quinten De Coene (born 1993) was raised in a small town called Zottegem. A small town nearby Ghent, Belgium. The youngest of 3 children, he became fascinated by painting and drawing. This influence is often noticed in his poems. Writing had always been a side activity in the many drawings and sketchbooks he carried with him on the road. Little lines and thoughts accompany the drawings seen in his work. They stand alone or as explanatory notes on the sketches, but were never considered by De Coene as drafts to be completed. It wasn’t until some of his friends read these rough and unfinished poems that he started working them out into finished works. This has resulted in the publicity of two books of poetry in Dutch, now followed by an English Translation: "Burning in the waiting line''.

Loopgravenonderbreking

Ik zeg Emily

In deze poëziebundel, geïnspireerd op het leven en werk van Emily Brontë, onderzoekt Yentl van Stokkum de grenzen en overeenkomsten tussen poëzie en séance.

Je bent al heel

Gedichten waarmee je alles kunt accepteren wat je bent – inclusief die delen die je liever ontkent In de inleiding beschrijft Jeff Foster hoe hij na een jarenlange periode van ziekte en depressie, zelfhaat, verlammende angst en pogingen om zijn gevoelens te verdoven op het punt stond om er een einde aan te maken. Pas nadat hij zich volledig openstelde voor zijn emoties – zowel de afschuwelijke als de prachtige – zocht hij de dood niet meer en begon te leven. En hij kwam tot het fundamentele inzicht: Er was nooit iets mis met mij, en er is nooit iets mis met jou. In Je bent al heel geeft Jeff vorm aan dit inzicht door middel van gedichten die zo rauw en kwetsbaar zijn dat ze niemand onberoerd zullen laten. Ze bevatten het volledige spectrum aan menselijke emoties, en raken de kern van wat hij beschouwt als ‘ware meditatie’. Ze kunnen het begin zijn van de eerste stap op het kronkelige pad van echte zelf-acceptatie: de niet-oordelende beschouwing van alle destructieve gedachten die ons constant belagen. In zijn eigen woorden: “Deze gedichten laten je huilend overeind komen en uitroepen: Ja, ik voel me gebroken … maar ik ben onbreekbaar!” Over de auteur: Jeff Foster is een steeds bekender wordende spirituele leraar voor een nieuwe generatie zoekers, niet alleen door zijn boeken maar ook door zijn regelmatige blogs en video’s met ruim 200.000 volgers op sociale media. Zijn laatste vier boeken verschenen bij Panta Rhei: 'Onvoorwaardelijke acceptatie', 'De vrije val in het leven', 'De weg van rust', en 'De vreugde van ware meditatie.' www.lifewithoutacentre.com

Een krekel in mijn slaapzak

Op ontdekkingstocht in de natuur Het is hartje zomer. Mijn voeten zijn zo blij. Ze mogen in hun blootje. Mijn schoenen hebben vrij. Met je blote voeten op het gras, op je buik liggen kijken naar een mier, luisteren naar het gezoem van insecten, het plukken van de eerste rijpe framboos: buiten is er altijd iets te zien, horen, ruiken of proeven. Met haar versjes hoopt Suzanne Weterings kinderen te inspireren om meer en beter te kijken naar planten en dieren om hen heen. Want natuur is overal, in het bos, het park, je eigen tuin of balkon.

Iedereen moet ergens zijn

Het moment dat een kind opeens weet: ik besta. Weinigen weten de taal te vinden om die ervaring op te schrijven; Tjitske Jansen kan dat. Kraakhelder: ‘Als elfjarige kwam ik op een middag de trap af en wist ik dat ik er was en er niet meer zomaar niet kon zijn. Ik bestond. Daar had ik zelf niet zoveel over te zeggen.’ Zoals uit de titel zowel vervreemding als aanvaarding spreekt, zo is de ‘ik’ even ontredderd als wijs, even verward als begripvol. Die ‘ik’ is een kind dat zich vragen stelt. Over opgroeien, over haar lichaam, over God, over pleegouders, over de fietsenmaker, over zekerheden van anderen, over de tijd. ‘Ik was bijna tien. Dat was snel gegaan. Ik was dus eigenlijk al bijna twintig, dertig, veertig, vijftig, zestig, zeventig, tachtig.’ Zo dreigend kan het besef van de eindigheid zijn. Zo onontkoombaar kun je dat opschrijven.

Pizza en de Dood

In Pizza en de Dood overziet Jan Vanriet het teruggetrokken leven in quarantaine. De stad even een oorlogsgebied, het huis een vaste burcht. Als ‘gedwongen deelnemer’ bekijkt hij het theater van het moderne leven, geen opbeurend spektakel, opeens ‘de wereld uit zijn as’. In ironische afstandelijkheid vindt hij verweer. Ook voor deze gedichten geldt wat Benno Barnard schreef: 'Vanriet heeft een belangrijke dichtbundel gepubliceerd, waarin hij ruzie maakt met de twintigste eeuw en het heden, zoals alleen hij dat kan.'

Hoe verschillig

Melancholie van het heden Het maakt niet uit haast waar je bent, een plein of stad, het weidse land, elk uitzicht spreekt je van voorbij. Of nooit geweest, maar toch gemist. Niet jij maar iets in je, wat voelt of meetrilt met muziek, zoekt in de lucht, de sloten, geur van hooi het landschap dat je kent in jou, dat óók zo blauw en zomers was. Het komt betoverend tevoorschijn: gelach van ouders, zingen op de fiets, de sprong het juichend water in. Niets sprak tot je zoals nu en zei - oh onterecht - dat alles wat je leeft slechts echo is, een naklank. Bijna echt.

Op de weg van Appia

‘ga met mij reisgezel over deze uitgesleten keien’ De Via Appia, de oudste en belangrijkste snelweg van het Romeinse Rijk, is na meer dan tweeduizend jaar nog steeds voelbaar in het Italiaanse schiereiland. De 650 kilometer lange weg verbindt Rome met Brindisi in de hak van de laars. Zij slingert langs ruïnes, groene heuvels, diepe kloven, rivieren en helderblauwe zeeën. In 2018 en 2020 reisden Michaël Vandebril en Bart Pluym de Via Appia af. Vandebril schreef een episch reisgedicht dat herinnering en fantasie laat samenkomen in een tijdloos Italiaans landschap. Hij vroeg Bart Pluym om tekeningen te maken bij het gedicht en de reis. Op de weg van Appia combineert de on-the-roadbelevenis met de vele geschiedenislagen die zich op de Appia bevinden tot een poëtische reiservaring. De dichter geeft u als toegift wetenswaardigheden en tips mee om de Appiareis zelf te kunnen aanvatten. Want dat is zijn ultieme wens. Michaël Vandebril (1972) debuteerde in 2012 met Het vertrek van Maeterlinck, genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en bekroond met de Herman de Coninck Debuutprijs. Hij schreef regelmatig gedichten in opdracht van De Morgen, De Standaard en Radio 1. In 2016 volgde New Romantics, waarvan vertalingen verschenen in het Frans en het Roemeens. Op de weg van Appia is zijn derde bundel. Bart Pluym (1969) is schilder/tekenaar, dichter en antropoloog. Voor zijn tekeningen haalde hij inspiratie uit Op de weg van Appia, aquarellen van de achttiende-eeuwse Labruzzi en de reizen die hij in 2018 en 2020 met Michaël Vandebril langs de Via Appia maakte. 'Deze bundel is een ode aan cultuur en natuur, aan mythe en geschiedenis, aan vriendschap en gastvrijheid. En de beelden van Bart Pluym geven een extra dimensie aan de woorden van de dichter.’ Patrick Lateur

Drie oden van Álvaro de Campos

Sommige schrijvers of dichters hebben een pseudoniem, om zich te verhullen, om iemand anders te zijn, in hun papieren bestaan. Sommige schrijvers hanteren meerdere pseudoniemen. Een enkele schrijver of dichter gaat nog een stap verder: hij schept zich een heteroniem, een afzonderlijk mens, namens wie hij schrijft of die namens hem schrijft. Maar er is er maar één schrijver en dichter die twintig heteroniemen in de lucht heeft gehouden: Fernando Pessoa (1888-1935). 'Persona' betekent zijn naam in het Latijn, een woord met als een van de omschrijvingen: masker. Pessoa gebruikt diverse maskers, niet om zich domweg achter te verschuilen, maar eerder om een aspect van zijn eigen zijn te expliciteren en uit te vergroten. In de huid, het hoofd en de ziel van Álvaro de Campos (1890-1935) schrijft de dichter zijn drie beroemde oden, hier voor het eerst in het Nederlands bijeen gebracht: Het lied van de zee, Triomfale ode en Groet aan Walt Whitman. Campos is de dichter van het gevoel, de 'sensationist'. In extremis, tot aan de twee kanten van één en dezelfde medaille: wat het is om geradbraakt te worden, wat het is om te radbraken.

De laatste repercussies uit het Russisch

Aan alles komt een eind. Ook aan de reeks repercussies uit het Russisch. De laatste bijna tweehonderd meest rijmende poëtische signalen uit een ver en minder ver verleden werden opgevangen en gecodeerd. De vertaler fungeert als omvormer die de vorm intact laat en de inhoud toegankelijk maakt. Een schone taak. De oudste dichter van deze chronologische gerangschikte honderdvijfenzeventig is van 1620, de jongste van 1908; het jongste opgenomen gedicht van 1680, het jongste van 1980. Elke dichter heeft een konterfeitsel meegekregen. En een biografietje van telkens exact 100 woorden. Jan-Paul Hinrichs in de De Parelduiker (2020/3): 'Het zou me verbazen als uitgever en vertaler niet broeden op een gebundeld eindproduct: de ‘Dikke Van der Ent’.'

De honderd van Heytze

Op een podium geeft Ingmar Heytze zijn poëzie altijd extra glans. Hij draagt zijn gedichten niet alleen geweldig voor, maar vertelt er ook ter inleiding of uitleiding van alles bij. Heytze houdt zich daarbij ver van interpretatie van zijn eigen werk, dat is aan de lezer of luisteraar zelf, wat niet wegneemt dat hij in deze toelichtingen veel van zijn poëzieopvattingen en werkwijze prijsgeeft. In De honderd van Heytze brengt Heytze de favoriete gedichten bijeen uit zijn eigen, rijke oeuvre, voorzien van kleine, persoonlijke essays waarin hij toont niet alleen dichter te zijn, maar ook columnist, denker, lezer en grapjas. Heytze nodigt je uit in zijn universum als schrijver: van herinneringen aan een kortstondige loopbaan als management trainee tot anekdotes over memorabele optredens, het schrijven van zijn bekendste gedichten of bijzondere ontmoetingen met andere dichters en zijn lezers.

Vaarwel

Begin jaren vijftig woonde Lucebert in bij zijn vriend en mede- Vijftiger Bert Schierbeek en diens vrouw, Frieda Koch. In de woning aan de Amsterdamse Van Eeghenlaan raakte Lucebert in de ban van Frieda. Er ontstond een ingewikkelde driehoeksverhouding, en Schierbeek besloot zijn eigen huis te verlaten; Frieda en Lucebert bleven samen achter. In 1952 vond Frieda een nieuwe liefde. Toen die bij haar introk, moest de zevenentwintigjarige Lucebert halsoverkop verhuizen, waarbij hij veel dicht- en tekenwerk achterliet. Dat werk raakte in de vergetelheid en is pas nu herontdekt. vaarwel. achtergelaten gedichten bevat gedichten die Lucebert tussen 1949 en 1952 schreef en toont de jonge dichter van zijn meest lyrische, verliefde en verlangende kant. Ook is er de speelse maar bloedernstige taalbarok die naar de hemel reikt én langs de afgrond scheert. Puntgaaf als de gedichten zijn passen ze prachtig in Luceberts vroege oeuvre. Deze uitgave, verrijkt met tekeningen uit dezelfde periode en facsimile’s van de gedichten, is een grote literaire gebeurtenis.

Half heel

In Half heel wordt de liefde bezongen voor een kind, een geliefde, een stervende vader, zusjes, een lap grond aan de rand van de stad, voor de verbeelding. Dwars door die liefde schrijnt de pijn van verlies. Van diersoorten en tailles die verdwijnen, van een wegstervende 20e eeuw en de levens die zij voortbracht, van het verlangen naar volle aandacht voor de dingen. Meedogenloos, maar ook met humor en wijsheid dicht Florence Tonk de wereld aan elkaar. Een krachtige en unieke dichter op haar best.

Tweepigrammen

Vorig jaar zijn we begonnen met een poëzie over het thema van de Boekenweek in een specifieke dichtvorm. De ontvangst van onze eersteling bij lezers en boekhandelaren was allerhartelijkst. In 2020 was het thema rebellie en de dichtvorm het sonnet. Dit jaar is het thema tweestrijd en is de vorm het epigram. Bovendien bevat de bundel dit jaar ook gedichten van andere dichters dan die van Nieuw Amsterdam en Wereldbibliotheek. Plus que ça change, plus que ça reste le même, want ook nu maakt Christoph Noordzij er een hebbedingtje van en blijft de prijs Euro 10.

Eindig de dag nooit met een vraag

In de gedichten van Dorien de Wit is sprake van veel zoeken, van veel (en precies) kijken. Wat is een plek, waar ben ik en waar is de ander? Het gaat over de relatie tot een wereld die continu in beweging is. Het enige waar de dichter zeker van is, is de vaste grond onder haar voeten, tot zij zich realiseert dat die grond helemaal niet vast is, dat die grond zich verplaatst, al is het maar met een snelheid waarmee je nagels groeien. Het schrijven is een onophoudelijk houvast zoeken waar geen houvast bestaat.

Gedichten

Disoriëntaties

Carpe noctem

Traktaat van de Zon

A walk in the fog

A little book full of emotions. 50 Of my most depressing poetry pieces which opened my heart and helped me throughout my journey for years. Every feeling I had, every doubt that crossed my mind. I assure you, there will be a dark aura watching over you. While the sounds and the language might calm someone, the moment you start reading the text and analyse the words is the moment the essence will be lost. Just enjoy the hint of it, that hurts less.

Erick Kästeners Lyrische Hausapotheek

Het is dit jaar alweer tien jaar geleden dat Driek van Wissen overleed. Jaarlijks staan vele light-verse dichters en andere liefhebbers stil bij het leven en werk van deze dichter tijdens de zogeheten Driekdag. Die vindt plaats in zijn stamcafé, De Wolthoorn in Groningen. Dit jaar vindt de Driekdag op 24 mei plaats. In de nalatenschap van Driek van Wissen vond zijn weduwe nog onuitgegeven werk. Van Wissen was bezig met vertalingen van 'Lyrische Hausapotheke' van Erich Kästner, daartoe aangezet door zijn poëtische vriend Jean Pierre Rawie. Van die overigens niet complete vertaling brengen we een boek uit dat gepresenteerd gaat worden op de komende Driekdag. Rawie zal een inleiding in het boek verzorgen. Erich Kästeners’ (1899-1974) boeken vielen sinds 1933 onder de nazi-censuur en de boeken belandden dan ook op de brandstapel. Pikant is het verhaal dat hij zelf bij die boekverbranding stond toe te kijken, en herkend werd. In 1936 verscheen in Zwitserland de Lyrische Hausapotheke. In deze bundel beschrijft hij alledaagse zorgen in poëtische vorm, juist om deze dragelijker te maken. Zijn poëtische remedies zijn zoet en bitter, vrolijk en beschouwend. Voor tijdgenoten zorgden de humor en melancholie voor de broodnodige troost. Voor de hedendaagse lezer staat het literaire plezier nog volop overeind. Nu is het tijd voor de Nederlandse vertaling van ongeveer de helft van deze gedichten door Driek van Wissen.

Lofbomen

Woorden borrelden in mij op. Het geloof en het existentiële staan hier centraal. Het is een zoektocht naar het licht. Een lastig en moeilijk te bewandelen pad. Onderweg zijn, wellicht een van de mooiste verwezenlijkingen die we als mens met elkaar kunnen delen. En elkaar zo inspireren en raken, de vrijheid zoekend.

Dat ongrijpbare iets

Amerikaanse 'Poet Laureate' eindelijk vertaald. Charles Simic (1938) werd in Belgrado geboren, waar hij tijdens de Tweede Wereldoorlog als kind de verschrikkingen heeft meegemaakt. Belgrado leed zwaar onder de Duitse bezetters. Tegelijk wierpen de geallieerden, als ze hun doelen in Duitsland hadden gebombardeerd, hun overtollige bommen boven dezelfde stad af, voordat ze op hun Italiaanse basis mochten landen. In 1954 emigreerde hij met zijn familie naar Chicago. Zijn oorlogservaringen kleuren Simic’ gehele, omvangrijke oeuvre: hij lijkt nauwelijks nog in staat naar de werkelijkheid te kijken zonder de oorlogsherinneringen uit zijn jeugd te herbeleven. Mede daardoor heeft zijn werk een grote actuele waarde behouden en – zeker nu – gekregen. ‘Misschien gaan we nog een keer maagden / Ophangen aan kale bomen, kerken plunderen, / Weduwen verkrachten in de diepe sneeuw?’ schreef hij in 1967. Hij kreeg talloze prestigieuze erkenningen voor zijnwerk. Zijn volgende bundel, Come Closer and Listen, verschijnt in de zomer van 2019 in de VS. Wiljan van den Akker koos en vertaalde de gedichten en korte prozafragmenten voor 'Dat ongrijpbare iets'.

Dolen en dromen

Op 8 november 1980 werd het gedicht 'Dolen en dromen' gepresenteerd: Ida Gerhardt las het voor in een overvolle refter van het Stedelijk Museum in Zutphen. Inmiddels wordt het beschouwd als een van de belangrijkste gedichten in haar oeuvre. 'Dolen en dromen' vormde de dichterlijke bekroning op een bijzonder gelukkige periode in het leven van de dichteres: eindelijk was er erkenning voor haar werk, met de P.C. Hooftprijs die zij in 1980 ontving, en de Prijs voor Meesterschap die haar het jaar daarvoor werd uitgereikt. Deze uitgave - ingeleid door Ad ten Bosch - bevat een nooit eerder gepubliceerde lezing van Ida Gerhardt, en is rijk geïllustreerd met foto's en het handschrift van het gedicht in facsimile.

Kraai

Vijftig jaar na het eerste verschijnen van Kraai in Engeland in 1970 leidt de gitzwarte gedichtencyclus nog altijd tot verwoede discussies. Ted Hughes, voormalig Poet Laureate van Groot-Brittannië, begon de cyclus in de tweede helft van de jaren zestig, na de suïcide van zijn vrouw Sylvia Plath. Hij voltooide de gedichten in 1969, toen hij voor de tweede keer een partner aan zelfmoord verloor. De bundel Kraai was een stilistisch experiment waarin Hughes zijn rouw en verdriet probeerde vorm te geven. Het hoofdpersonage Kraai bevindt zich in een landschap dat de ene keer apocalyptisch is, en dan weer rechtstreeks uit Genesis lijkt te komen. God schept de wereld, Adam en Eva bevinden zich in het paradijs, waar achter elke boom een slang op hen wacht. De gedichten sidderen dan ook van angst, woede, geweld en verdriet. Kraai beziet dit alles vanuit het middelpunt met een mengeling van nieuwsgierigheid en een verlangen naar destructie. Tweetalige editie

Berichten van het front

In Berichten van het front hervat Anna Enquist de grootse en bittere expeditie die ze voor de duur van één bundel (haar vorige, Hoor de stad) had opgeschort: ‘het losmaken/ van de dochter uit ons’. Losmaken ook om de verlorene vervolgens weer in het wild te kunnen aantreffen. Maar nooit eerder werd er zo systematisch en verbeten jacht gemaakt als nu. In vier keer tien gedichten wordt het ontbrekende kind gezocht in de onderwereld, de witte koude van het hooggebergte, de omringende natuur en de jacht van het spel. De buit? ‘Wantrouw / de woorden. Luister goed. En koester de muziek.’ Over Berichten van het front: ‘De “Demetercyclus” van Enquist raakte me diep. De “ik” laat de radeloosheid zien van deze godin van de landbouw (ook wel beschouwd als moeder aarde) als zij denkt dat haar dochter dood is.’ – Hans Puper in Meander ‘Een bijzonder indringende cyclus […] waarin de gang van de seizoenen wordt verbonden met de onderwereld, met dood en verrijzenis.’ – Dirk de Geest in MappaLibri