41.112 resultaten

En blauw zal alles zijn

Van een onaanzienlijke kleur in de oudheid groeide blauw uit tot de onbetwiste lievelingskleur van de westerse wereld. Het is de kleur van de verwondering, het spirituele, het absolute, maar ook van het verlangen, de melancholie en de blues. Het inspireerde schilders als Giotto, Vermeer en Chagall en was de inspiratiebron voor vele dichters. De bloemlezing En blauw zal alles zijn (een dichtregel van Jan Hanlo) laat zich bijna lezen als een biografie van blauw. Elisabeth Lockhorn verzamelde een rijke schat aan dichters uit binnen en buitenland. Met gedichten van Paul Celan tot Wallace Stevens, en Nederlandse dichters als Judith Herzberg, Gerrit Kouwenaar, Lieke Marsman, K. Michel en Ilja Leonard Pfeijffer.

Fantoommerrie

‘Fantoommerrie’ is de nieuwe dichtbundel van Marieke Lucas Rijneveld, een van de grootste nieuwe talenten van de Nederlandse letteren. Je zou kunnen zeggen dat deze bundel verder gaat waar haar vorige bundel,‘Kalfsvlies’, was opgehouden, maar dat suggereert dat we met een vervolg te maken hebben, en dat is niet zo. Deze bundel is een nieuwe verkenning in het universum van Rijneveld, dat paradoxaal genoeg aan de ene kant compleet onnavolgbaar is, maar aan de andere kant ook onmiddellijk herkenbaar en altijd eigen. Over een oma die onsterfelijk had moeten zijn, het noodlottig einde van een onvoorzichtige kat, over dromen natuurlijk: mooie en lelijke, over bidden om speelgoed, de zithouding van de schrijver – en over voorleesvaders, die lastige vragen krijgen: ‘waar komen kinderen vandaan als ouders nooit kussen?’ ‘Fantoommerrie’ is een dichtbundel om in te verdwalen, en dan te besluiten om er te blijven.

& rol door

Speels, beeldend, melodisch – op deze manier kan de poëzie van K. Michel in zijn nieuwe bundel & rol door worden gekarakteriseerd. Michel beweegt zich tussen de polen van verbazing en verbijstering. Waar (politiek) onheil onder ogen wordt gezien klinkt er toch een goed humeur in de gedichten door. K. Michel blijft nieuwsgierig en gedreven. Hij experimenteert met vormen: een gedicht in de vorm van een koprol, een mini-toneelstuk, een lang stemmenspel, een ode in bad waarin schimmen worden opgeroepen, een bijna-sonnet waarin de klassieke vraag ‘wat als’ wordt gebruikt om het leven de revue te laten passeren, wat leidt tot de ironisch-serieuze conclusie: ‘ja, als ik zelf de belasting had ingevuld een veerboot later had genomen als ik niet op die hark was gestapt.’

Het stad in mij

Een meer dan 300 pagina’s tellend monument van de spannendste dichter van dit moment. Vol wederwaardigheden, onomstootbare conclusies, dwalingen, ontboezemingen, opstandigheidjes en fratsen van Maud Vanhauwaert, die ooit stadsdichter van Antwerpen was en wel vaker de kantjes van de poëzie afloopt.

Honingprotocollen

Nergens anders

Hans Tentije heeft tijdens zijn 45-jarig dichterschap een indrukwekkend oeuvre opgebouwd van inmiddels achttien bundels. In zijn nieuwste, Nergens anders, is de tijd en het voorbijgaan een van de terugkerende thema’s. Tentije behandelt deze en andere onderwerpen in de hem zo kenmerkende zorgvuldige, beeldende beschrijvingen. Hij laat zich graag inspireren door beeldende kunst en de werking van het geheugen. De pers schreef over het thema tijd in zijn werk: ‘De poëzie van Tentije creëert op onnavolgbare wijze de illusie dat alles wat geweest is, nog gaande is. Dat iets van het mysterie van het bestaan in een ogenblik te zien kan zijn.’ Eerder werd het werk van Hans Tentije bekroond met onder andere de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, de Herman Gorterprijs en de Karel van de Woestijneprijs.

Plint Jubileumboek 40 jaar Plint

We bestaan dit jaar 40 jaar. Dat jubileum vieren we met bijzondere uitgaven, waaronder dit boek met de mooiste combinaties uit 40 jaar Plint. Grote namen en aanstormend talent. Een feest van herkenning voor wie ons al een tijdje kent. Een koffietafelboek voor je nachtkastje, met 4 leeslintjes, om snel terug te kunnen bladeren naar meer dan 1 gedicht. Het is de opvolger van de succesvolle titel ‘Lees maar lang en wees gelukkig’, waarvan bijna 17.000 exemplaren in 5 drukgangen werden verkocht. Dit nieuwe overzichtsboek is bijgewerkt tot 2020 en biedt een overzicht van 40 jaar Plint. Anders dan in ‘Lees maar lang en wees gelukkig’ hebben we de gedichten op onderwerp ingedeeld in 14 hoofdstukken en op kleur gerangschikt. Door de donkere achtergrondkleur komen de kunstwerken en kleuren prachtig uit. Daarnaast hebben we voor het eerst het fonds van Plint ontsloten door achterin het boek registers op dichter, kunstenaar en op titel op te nemen. Dat maakt dit jubileumboek niet alleen een waardige, maar ook een waardevolle opvolger.

Domweg gelukkig, in de Dapperstraat

Wie heeft nog nooit gezegd ik vin je zo lief? En wie heeft nog nooit gedacht Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten? Sommige regels keren steeds weer terug. In dromen (Groots en meeslepend wil ik leven!), in advertenties (Een nieuwe lente) of in verzuchtingen (Tussen droom en daad staan wetten in de weg). Allemaal regels die tot het dagelijks taalgebruik zijn gaan behoren, maar die oorspronkelijk deel uitmaakten van een gedicht. Poëzie heeft in de Nederlandse literatuur altijd een belangrijke plaats ingenomen. En er zijn talloze gedichten die iedereen kent, of waarvan enkele regels in het gemeenschappelijk geheugen gegrift staan. Domweg gelukkig, in de Dapperstraat bevat al die beroemde gedichten, van het allereerste begin: Hebban olla vogala, tot aan de dag van vandaag: Sterven doe je niet ineens, maar af en toe ’n beetje. Alle grote dichters uit onze literatuur én de ‘kleintjes’ die zich met één gedicht onsterfelijk hebben gemaakt zijn vertegenwoordigd. ‘Het boek bevat prachtige gedichten, een vermakelijke inleiding, een bijna wetenschappelijke bronvermelding en een register op titels, beginregels en klassieke regels.’ – De Volkskrant ‘De bloemlezing van Aarts en Van Etten is zelfs bijzonder goed.’ – Het Parool ‘Dit boek is te beschouwen als het zakbijbeltje voor de ware poëzieliefhebber.’ – Leidsch Dagbld

Pessimisme kun je leren!

Aan het begin van deze eeuw, toen ik nog een puisterige puber was, voelde ik een grote behoefte om in de literatuur de antwoorden op mijn levensvragen te vinden. Dat lukte niet. Hoewel ik het kunstenaarsleven leidde, inclusief een getormenteerde ziel en een geveinsde zucht naar drank, net als mijn literaire helden, duwden de meeste boeken me verder in de put. Tot ik het werk van Levi Weemoedt ontdekte. De persoonlijke ellende spat van zijn poëzie, maar hij verpakt het in de liefde voor taal en ongebreidelde zelfspot, een combinatie die ik niet voor mogelijk hield. Als hij een mislukking beschreef, bood me dat troost, en moest ik ongemakkelijk lachen om mijn eigen pathetische overdrijvingen. Nog vaker deed hij me huiveren om zijn tekstuele spitsvondigheid en het superieure spel met woorden dat hij telkens speelt. De gedichten kwamen soms wat kort en eenvoudig op me over, maar er zijn maar weinig dichters die het autonoom na kunnen doen. Het gedicht ‘Don Juan Lul’ tors ik al ruim een decennium ingelijst met me mee naar de verschillende huizen die ik heb bewoond. Nu hangt het pontificaal in onze woonkamer. In al zijn eenvoud schetst het een beeld van iemand die ogenschijnlijk alles al heeft opgegeven. In werkelijkheid houdt de taal hem overeind. Iedereen moet Weemoedt lezen! Vandaar deze bloemlezing, die ik met veel plezier heb samengesteld.' – Özcan Akyol

Soms droom ik dat

Een keuze maken uit het kleine oeuvre van Vasalis is geen eenvoudige opgave want elk gedicht van haar hand is prachtig. Deze bundel is bedoeld om kennis te maken met haar werk, om altijd bij je te dragen en voor te lezen aan wie het maar horen wil. Soms droom ik dat: wanneer ik bang ben voor de nimmer bange meeuwen die vrij zijn, maar nooit blij en die niet zingen, maar òf zwijgen òf schreeuwen. fragment uit: ‘Zachter’

Wie was ik

Een uitdagende, persoonlijke bundel van een gelauwerd dichter. Een jonge vrouw laat haar ouders en haar Caribisch eiland achter om in Nederland als verpleegster te gaan werken. Daar trouwt ze met een Nederlander. De zwarte vrouw en de witte man krijgen een dochter en een zoon. De dochter overlijdt op jonge leeftijd, ook de vrouw wordt niet oud. Lang na de dood van de man gaat de zoon de confrontatie aan met de schamele, inaccurate herinneringen aan wat geweest is door in de huid van de vrouw te kruipen om te kijken of er, ergens tussen de puinhopen, nog iets te vinden is van al dat dode leven. Een kansloze missie. Of niet? wie was ik (strafregels) is één lange poging het persoonlijke verleden te belichamen. Hoe te schrijven over anonieme levens die voorgoed zijn verdwenen, en die alleen voor jou van belang waren? En wat valt er te zeggen – over migratie, racisme, liefde, afscheid – als je je nauwelijks iets kunt herinneren? ‘Dit boek is een gebeurtenis in de poëzie. Een meesterwerk.’***** NRC Handelsblad over Mens Dier Ding

Verzamelde gedichten

Menno Wigman (1966-2018) was een van de grootste en eigenzinnigste dichters van Nederland. Zijn stijl werd gekenmerkt door een zwart-romantische toon die, afgewisseld met een weemoedige blik, direct tot de verbeelding sprak. ‘Poëzie heeft niet alleen met duizelingwekkende precisie te maken, ook weerbarstigheid is voor mij een vereiste,’ zoals hij in 2016 aan John Schoorl van de Volkskrant vertelde, bij het verschijnen van Slordig met geluk. Het zou zijn laatste bundel blijken, ‘zijn beste bundel ooit, zijn zwanenzang’, volgens de jury van de Ida Gerhardt Poëzieprijs, die Wigman postuum werd toegekend. Zijn gedichten waren even toegankelijk als experimenteel, een combinatie van een uitgesproken intensiteit met de beleving van het alledaagse. Wigmans Verzamelde gedichten is samengesteld door Neeltje Maria Min en Rob Schouten, zijn goede vrienden en de beste kenners van zijn werk. Van Menno Wigman (1966-2018) verschenen vijf dichtbundels, een dagboek, een essaybundel en vele vertalingen, bloemlezingen en gelegenheidsuitgaven. Tot de vele prijzen die hij kreeg, behoren de Gedichtendagprijs (2002), de Jan Campert-prijs (2002), de A. Roland Holstprijs (2015) en de Ida Gerhardt Poëzieprijs (2018). ‘In zijn klassieke, strakke verzen, zoals wij van hem gewend zijn, verhaalt hij over een gebied dichtbij de afgrond, dichtbij de dood, het is het gebied waar de dichter _ en niet alleen hij _ vrees voor heeft. De gure schoonheid van Menno Wigman bezingt hij al een dichtersleven lang, consequent, mooi en melancholisch en altijd flirtend met de dood.’ JURY IDA GERHARDT POËZIEPRIJS

De volgende scan duurt vijf minuten

Meteen na haar schrijversresidentie in Tilburg kreeg Lieke Marsman ernstig nieuws: ze had kanker. In 'De volgende scan duurt vijf minuten' onderzoekt zij in tien gedichten en een essay hoe een ziek lichaam zich verhoudt tot een zieke wereld. ‘De kortstondigheid van mijn behandeltraject heeft ervoor gezorgd dat ik sinds mijn operatie het gevoel heb met lege handen te staan en ik heb het schrijven van dit boekje nodig om de tijd kloppend te maken, mijn ziekteproces wat uit te rekken. Maar ik heb geen idee wat ik moet doen als ik dit boekje inlever. Hoe moet ik mijn leven weer oppakken?’ In 'De volgende scan duurt vijf minuten' wordt de blik niet uitsluitend naar binnen gericht, integendeel: het is ook een vurig pleidooi om om je heen te kijken en je maatschappelijke verantwoordelijkheid op je te nemen in een zieke samenleving.

Rijmpjes en versjes uit de oude doos

Klassiek kinderboek wordt honderd jaar. Klassieke verzameling van de allerbekendste rijmpjes en versjes voor kinderen nu in jubileumeditie. Langstlopende titel van J.M. Meulenhoff: al een eeuw leverbaar.

Een stukje van de regenboog

Duik in dit boek, laat je vervoeren, verrassen en verbazen. In Een stukje van de regenboog vind je de mooiste gedichten voor kinderen die verschenen tussen 2010 en 2020. Geniet mee van de grappige, ontroerende of wonderlijke poëzie van Edward van de Vendel, Bart Moeyaert, Kate Schlingemann, Jaap Robben, Bette Westera, Ted van Lieshout, Hans & Monique Hagen, Joke van Leeuwen, Geert De Kockere en vele anderen. Stuk voor stuk zijn de gedichten origineel en authentiek en spreken ze jong en oud aan door de magische spanning die eigen is aan poëzie. De betoverende illustraties van Sassafras De Bruyn geven op een unieke manier kleur aan de magie van de kinderpoëzie.

Reistijd, bedtijd, ijstijd

In een poging de tijd te grijpen, geven we hem namen. Maar de tijd luistert niet. Of luisteren wij niet? Marjolijn van Heemstra gaat in deze bundel op zoek naar wat ons steeds ontglipt. Het is moeilijk te bevatten dat dit bestaan, de volledige weg van schreeuw tot zucht, zal worden samengevat in een kleine streep van geboorte- naar sterftejaar. Een godgans leven uitgedrukt in de smalste horizon van is naar is geweest, eenzame kras tussen bron en zee. 'Een wonderschone, uiterst gevarieerde bundel die om onmiddellijke herlezing vraagt.' - Lieke Marsman 'De beelden in woorden en zinnen zijn zo rijk, eigen, vol zoekdrift, aards en hemels.' - Wende Snijders Marjolijn van Heemstra (1981) is theatermaker, dichter en schrijver. Haar laatste roman En we noemen hem is bekroond met de BNG Bank Literatuurprijs en heeft op de shortlist gestaan van de Libris Literatuur Prijs. Reistijd, bedtijd, ijstijd is haar eerste dichtbundel bij Das Mag.

Gezondheid!

Overal in Drente, op de hei, in het bos, geldt: uw hond moet vast, de wolf mag los. Nadat Lévi Weemoedt het trieste Vlaardingen verlaten had, besloot hij zijn geluk in Assen te zoeken. Maar een mens kan dan wel van omgeving veranderen, zijn ziel verhuist met hem mee. Ook in de nog grotendeels ongekerstende veengebieden en op de Hondsrug blijft de vrolijke wanhoop uit Weemoedts aderen stromen. In deze nieuwe verzenbundel heeft Lévi Weemoedt de oude kluizenaar in zichzelf hervonden. Maar dat belemmert hem niet om oog te hebben voor alle gekkigheid van deze tijd – en die belachelijk te maken. Lévi Weemoedt is schrijver van tragikomische korte verhalen en gedichten, die hij als geen ander voor publiek ten gehore brengt. In 2018 stelde Özcan Akyol de bloemlezing Pessimisme kun je leren! samen, die een ongekend succes werd. Piet Piryns noemde Weemoedts wederopstanding ‘de meest opzienbarende verrijzenis sinds Lazarus’ (Nacht van de Poëzie 2019).

Lijfrente

‘Ik zou heel graag eens over iets anders schrijven dan de dood, en was dat ook aan het doen. Toen werd mijn partner ziek, en overleed hij. Nu is er, meer dan ooit, geen ander onderwerp. In Lijfrente beschrijf ik de liefde tot – maar ook nadat – de dood ons scheidde. De fysieke intimiteit die steeds verder overschaduwd wordt door zorg, en uiteindelijk door rouw. De levensfase die de meeste mensen, ook ik, pas veel verderop voor zichzelf bedacht hebben.’ Lijfrente is een direct verslag van het eerste jaar na een verlies. Tuinman schrijft over rouw die bij iedere nieuwe ronde weer totaal anders is. Over wat blijft, nadat iemand gestorven is. En over de pogingen om een overleden geliefde zo veel mogelijk te laten bestaan en tegelijkertijd zelf te blijven voortbestaan. Door te dichten houdt ze hem halsstarrig in beweging. De gedichten zijn net zo kwetsbaar als hun onderwerp.

Ongeëvenaard / Without Equal

Voor haar ode aan Rembrandt Ongeëvenaard koos Brigitte Spiegeler voor een andere, meer directe toon dan in haar eerdere dichtbundels. Spiegeler beschrijft Rembrandts volmaaktheden en tekortkomingen in een breed palet van gedichten. Het levert een vorm van biografie op zoals je zelden ziet. Niet alleen Rembrandt, zijn stem, zijn zoon Titus en z'n kat, ook zijn geliefden en tijdgenoten komen aan bod. Zelfs kunstenaars als Vincent Van Gogh en Aat Veldhoen die pas eeuwen later het levenslicht zagen spelen een rol in de gedichten. Vanzelfsprekend ontkomt ze niet aan een reflectie op zijn schilderijen en etsen, zijn opkomst als geniaal schilder en zijn droevige teloorgang. Ongeëvenaard is een dichterlijke reflectie op het leven van Nederlands grootste kunstenaar door de ogen van een kunstenaar en poëet van nu. De bundel besluit met notities over de achtergrond van sommige gedichten. Ongeëvenaard toont aan hoezeer Rembrandt zijn en onze tijd wist te betoveren met zijn werk en wat dit teweeg heeft gebracht en brengt Met deze bundel betreedt Brigitte Spiegeler een tweede en verrassende fase in haar dichterschap. Ongeëvenaard Zijn levensverhaal leest als een pleidooi voor het volgen van de lijnen van de eigen fascinatie gekruid met ambitie voor 'anders' niet zoals het hoort maar zoals het past altijd zwierig en beweeglijk Without Equal His life story reads like a plea to follow the lines of your own imagination spiced with ambition to be 'different' not like things should be but as desired always graceful and lively For her ode to Rembrandt Without Equal, Brigitte Spiegeler opted for a different, more direct tone of voice than in her previous books of poetry. Spiegeler depicts Rembrandt's perfections and shortcomings in a broad palette of poems. It provides a form of biography the likes of which one seldom sees. Not just Rembrandt, his voice, his son Titus and his cat, but also his loved ones and contemporaries all pass in review. Even such artists as Vincent van Gogh and Aat Veldhoen who only saw the light of day centuries later play a role in the poems. Naturally there is no getting around a consideration of his paintings and etchings, his rise as a painter of genius and his sad demise. Without Equal is a poetic reflection on the life of the Netherlands' greatest painter through the eyes of a contemporary artist and poet. The collection ends with a glossary of notes on the background to some of the poems. Without Equal demonstrates how Rembrandt and his work was able to enchant both his and our own time. The publication of this collection marks the second and surprising phase of her poethood. Brigitte Spiegeler (1971) is naast dichter, beeldend kunstenaar en advocaat in Den Haag en Parijs. Sinds 2003 exposeert zij regelmatig in binnen-en buitenland met o.a. fotografie en beeldhouwwerken. Ze debuteerde in 2015 met de bundel Krijgskunst in 2018 gevolgd door Kinderroof & Bijzang.

Vers gevangen

Dat zinnetje van zomaar een voorbijganger, het achtergebleven kledingstuk in de berm, de wankele beweging van een man op skeelers. Flarden van het leven van elke dag, flarden die tot de verbeelding spreken en die onherroepelijk onderdeel zijn van een verhaal. Met haar ogen en oren open dicht Merel Morre de flarden weer heel in 'Vers gevangen'. Een bundel gedichten die het kleine, alledaagse verbeelden en vertellen. Herkenning en vervreemding wisselen elkaar af – alsof je door een stad vol tafereeltjes loopt die stuk voor stuk een beroep doen op je verbeelding. Steeds vormt zich een nieuw beeld, een nieuw, klein verhaal. En soms ontdek je daarin iets groters. Merel Morre (1977) schrijft toegankelijk en talig. Met ogenschijnlijke eenvoud en kleine kantelingen schetst ze scherp en verrassend haar kijk op de wereld. Eerder verschenen bij Uitgeverij Palmslag vier succesvolle dichtbundels van Merel Morre: 'Met mijn ogen dicht ik alles heel' (2013), 'Een bundel geluk' (2015), 'Dons op mijn tanden' (2015) en 'Het bekende weg' (2018).

Parkplan

Wout Waanders is een dichter met een levenslange fascinatie voor plattegronden van attractieparken. Wanneer hij niet in een attractiepark is, schrijft hij gedichten en die twee hebben meer met elkaar gemeen dan je op het eerste gezicht zou denken. Dat poëzie ook een attractiepark kan zijn, bewijst hij hier: Parkplan is een bijzondere en vrolijk makende uitgave, die zich laat openvouwen als een plattegrond en waarop je je eigen route kunt uitstippelen langs maar liefst zestien poëzie-attracties. Wout Waanders was stadsdichter van Nijmegen. Hij publiceerde onder meer in Hollands Maandblad en Das Magazin en trad op tijdens festivals zoals Zwarte Cross, het Wintertuinfestival en Lowlands. In 2014 won hij Write Now! ’s-Hertogenbosch en in 2015 werd hij geselecteerd om deel te nemen aan het Slow Writing Lab, het talentontwikkelingsprogramma van het Nederlands Letterenfonds.

Een van ons zal omkijken

Toon Tellegen maakte voor deze bloemlezing zelf een keuze uit zijn allermooiste gedichten. Vanaf zijn eerste bundel tot aan zijn recentste dicht hij over ons, de mens, over het leven, de liefde, de twijfel en de dood. Soms zijn die gedichten ingetogen en melancholisch, dan weer spreken ze met uitroeptekens van hoop, verlangen en geluk. En steeds gaan ze over herkenbare gedachten en gevoelens, van het verdrietigste treurgedicht tot de gloedvolste liefdespoëzie.

Handgeschreven

Huub Oosterhuis vertelt het verhaal van zijn leven in een nieuwe, grootse verzameling gedichten. In deze monumentale uitgave vertelt Oosterhuis over zijn leven aan de hand van gedichten. Bekende thema’s als geloof, verbinding en liefde komen aan de orde. Veel van de gedichten in deze uitgave zijn nieuw, al eerder gepubliceerde gedichten zijn opnieuw bewerkt.

Verzamelde gedichten

Na het overlijden van Rutger Kopland in 2012 is de belangstelling voor zijn poëzie alleen maar toegenomen. Van zijn verzameld dichtwerk werden inmiddels ruim 25 000 exemplaren verkocht. Kopland blijft een groot publiek aanspreken. De doden zijn zo hevig afwezig, alsof niet alleen ik, maar ook zij hier staan en het landschap hun onzichtbare armen om mijn schouders slaat. [...]

Doodgewoon

In dit prachtige voorleesboek van het succesvolle duo Bette Westeraen Sylvia Weve staat één thema centraal: de dood. Samen tackelen zijdit onderwerp, dat niet alleen voor kinderen lastig en ongrijpbaar is. Methaar herkenbare taalgebruik en subtiele luchtigheid weet Westera in haargedichten een geheel nieuwe dimensie aan de verschillende facetten van dedood te geven. Hoe erg je iemand kunt missen die er niet meer is, waaromook jonge mensen sterven, en waar iemand naartoe gaat als hij dood is - hetkomt allemaal aan de orde. Maar bovenal tonen Westera's gedichten, insamenspraak met de bijzondere illustraties van Weve, dat doodgaan bij hetleven hoort en daarom eigenlijk doodgewoon is.

Miose

What you see is what you get. Althans, dat is het wenselijke uitgangspunt. Toch is ook niks wat het lijkt. Maar welk licht je er ook op laat schijnen; uiteindelijk bepalen we zelf hoe een realiteit te interpreteren, hoe een waarheid te bezien. Hoe licht op te vangen en te verwerken tot een passende verbeelding. Derek Otte (1988) neemt in Miose zijn eigen zienswijze onder de loep. Simpelweg omdat de manier waarop je naar jezelf kijkt, doorslaggevend is in de betekenis die je aan je omgeving toebedeelt. Bespiegelen, reflecteren, absorberen en weerkaatsen: Otte geeft zich in deze bundel over aan de stortvloed aan straling die het leven op ons loslaat. Met Miose presenteert Derek Otte alweer zijn vierde bundel en bewijst hij zich één van de meest sprekende dichters van zijn tijd. Geen literaire pretenties, geen hoogdravende voordrachten, maar een Rotterdamse recht-voor-je-raapheid die de deur open zet voor een ieder. Oog om oog. Ziel tot ziel.

Springtij

In de zomer van 2020 mocht Tsead Bruinja, als Dichter des Vaderlands, op uitnodiging van de Pompestichting met tbs’ers en hun behandelaars spreken. Dat werden openhartige conversaties over hun jeugd, hun leven in de kliniek en de problemen waar ze tegen aanlopen. Op basis van deze gesprekken schreef Bruinja teksten die hij omschrijft als documentairepoëzie. In springtij komen de mensen die we ter beschikking stellen aan de staat zelf aan het woord, in hun eigen taal. Mensen die een vreselijk delict hebben begaan, maar ook mannen en vrouwen met wie we verlangens, adromen en ambities delen.

Voor permanente bewoning

Het intrigerendste aan de gedichten van Anna de Bruyckere zijn de verrassende wendingen: regenen wordt een vorm van prevelen. Een warm bed ontpopt zich als plaats voor nietsontziende zelfreflectie. En uit het geel in een verder grijze polder wordt als een schuchter liefdesgedicht een warm blakend vest / precies jouw maat geweven. Met oog voor de kleine dingen beschrijft de dichter dat wat ons levenslang bezighoudt. Dat is het betoverende in deze gedichten. Voor permanente bewoning is een opvallend debuut dat formuleert wat ons in onze alledaagse hectiek vaak ontglipt, omdat we het niet zien of er nog geen woorden voor hadden.

De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten

Als avontuur verdwalen is, verlies ik mijhet liefst in alle trage zinnen die je zei.Je leert me horen met jouw ogen en ik ziemezelf verbijsterd staan. Het lijkt wel poëzie. Je kleine stem heeft mij van schor geschreeuw genezen. Met jouw gedachten kan ik alle bloemen lezen.

Rennen naar het einde van honger

De gedichten in Rennen naar het einde van honger bewegen zich tussen allerlei uitersten, zoals donker en licht, hoop en wanhoop, hebben en gemis, hulpeloosheid en vechtlust. De rode draad is ‘verlangen’: naar veiligheid, een thuis, herkenning, een toekomst. Jansma stelt het ontbreken van zekerheden aan de orde via een breed en geëngageerd palet van hoofdpersonen en figuranten, waaronder een giraffe, Medusa, migranten, een handvol IS-strijders en een Amerikaanse president. Esther Jansma (1958) wordt beschouwd als een van de belangrijkste dichters van dit moment. Voor haar omvangrijke oeuvre ontving ze de VSB Poëzieprijs, de Halewijnprijs, de Hughes C. Pernathprijs, de A. Roland Holst-penning, de Jan Campertprijs en de C.C.S. Croneprijs. In het dagelijks leven is ze als houtarcheoloog verbonden aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. ‘De poëzie van Esther Jansma is beschouwend en analytisch, maar ook lichtvoetig en ontroerend. Haar stijl is levendig, heel direct, waardoor ze in bijna-spreektaal grote thema’s aanroert. Het werk (...) is kosmopolitisch, volkomen authentiek, uniek in de Nederlandse literatuur.’ Juryrapport C.C.S. Croneprijs ‘Binnen een uiterst beheerste vorm vernieuwt Jansma de poëzie met ieder gedicht.’ Juryrapport VSB Poëzieprijs

Shakespeares sonnetten

In een fonkelende nieuwe vertaling laat Bas Belleman zien waarom William Shakespeare de grootste dichter aller tijden is. Deze 154 sonnetten zijn nooit meer overtroffen: ze zijn vulgair en diepzinnig, duister en kraakhelder, vol van liefde en seks, kolkend van wanhoop en waanzin. Ze lezen als bekentenissen, maar ook als radicale experimenten. De vertalingen vloeien: ze zijn letterlijk waar het kan en vrij waar het moet. De uitgebreide aantekeningen onthullen in ieder sonnet subtiliteiten en dubbelzinnigheden: de vruchten van tien jaar lezen en vertalen. Deze editie bevat ook het verhalende gedicht ‘A lover’s Complaint’, dat in eerdere vertalingen vrijwel nooit werd opgenomen. Het is een prachtig gedicht over een vrouw die werd verleid en haar hart voelde breken.

Joodse gedichten

Hoe bewegen Joden zich door de geschiedenis, hoe denken ze over zichzelf, en hoe denken anderen over Joden? Daarover gaat Joodse gedichten, en over de Messias, op wie met hevig verlangen gewacht wordt en die tegelijk een bron van ongerustheid is. Misschien vanwege de problemen die valse Messiassen – van Jezus tot Sabbatai Tsvi – met zich meebrengen, misschien omdat de geschiedenis te mooi of te spannend is om die nu al te beëindigen. Mozes en Abraham, rabbi Akiva en Maimonides, Levinas en Leibowitz, Tucholsky en Amichai lopen samen met de dichter en leden van zijn werkelijke en mythologische familie in dit boek door elkaar heen, en over de wegen waarover de Messias zou kunnen aankomen of verdergaan.