Vrienden

“De psychologie zal er wel een term voor hebben, ik benoem het zo: er ontbrak bij Ferdi E. een schakel tussen aandrift en daad. Ferdi begón gewoon. Hij wilde woest om zich heen slaan, weg van zijn gezin. Hij bedacht een plan, kocht een geweer, knoopte een valse snor, zocht een kaasplankje uit om die vinger op af te snijden. Allemaal ongevaarlijke stappen. ‘Pas toen ik met Heijn in de auto zat, wist ik dat ik het echt ging doen’, zei Ferdi later tegen me. Op zeker moment liep hij in het bos met Heijn, toen was het enkel nog de beweging van de trekker overhalen.
Ik vroeg hem wanneer hij wist dat hij Heijn zou doden. ‘Toen ik het deed’, antwoordde Ferdi. De rol van de wil moet je niet overschatten. Die is soms helemaal afwezig. Vergelijk het met opstaan. Je ligt in bed en denkt: ik moet opstaan. Op zeker moment bén je opgestaan. Het exacte moment waarop de wil daarin een rol speelt, is niet te betrappen. In De renner schrijf ik daar ook over: wanneer exact besluit je te demarreren? Dat is niet aan te wijzen.” – Tim Krabbé in gesprek met Jean-Pierre van Geelen in de Volkskrant.