Klaar voor het grand départ

rietvelo
Menno Anker maakte de Rietvelo, te bewonderen in onze etalage te midden van de wielerboeken, en op een grote blinde muur in Utrecht langs het parcours van zaterdag.

Nederlands Kampioenschap Schaken

4-12 juli: NK Schaken in Manor Hotel aan de Linnaeusstraat
Klik hier voor het programma. Linnaeus Boekhandel heeft een schaakboekwinkeltje ter plaatse ingericht.
Gelijktijdig vindt in het Manor Hotel het Festival Schaken en Cultuur plaats. Voor het programma… Lees meer

onze vakantietips voor deze zomer

Basis CMYK onderworpen zoute goudvis ik kom terug muidhond  ik geef je de zon aquarium
Lees eerst de bijsluiter

U kent ongetwijfeld het ‘writer’s block’, bent u ook bekend met de diagnose ‘reader’s block’?
Een reader’s block is een van de stomste kwalen waar ik af en toe aan lijd. Ik ken het fenomeen in twee gedaanten: of er zijn in korte tijd zo veel goede boeken binnengekomen dat ik niet meer kan kiezen, of…  Lees verder

Pas verschenen

“Ik maak mezelf ook verwijten. Ik had in het vliegtuig naar Zagreb moeten stappen en de bevelhebber van de VN-missie Unprofor, de Franse generaal Janvier, moeten houden aan de beloften van zijn baas in New York. Ook al besefte ik de risico’s voor de blauwhelmen. Of het geholpen had, weet ik natuurlijk niet. De VN zeiden dat de feitelijke macht bij de Franse en Britse regering lag.
[…] Wat de Bosnische moslims is aangedaan en wat de yezidi’s in 2014 is overkomen, kan zich op vele plaatsen in de wereld voordoen. Er komen nog meer Srebrenica’s. In het Midden-Oosten en Afrika zien we een combinatie van ongelooflijk grote groepen werkloze, slecht opgeleide mannen, en een enorme beschikbaarheid aan vuurwapens. De jongeren hebben geen perspectief, geen inkomen, geen rol in de maatschappij. Zodra ze lid worden van milities die 300 dollar per maand bieden, voelen ze zich een hele bink. Er wordt bovendien een verhaal bijgeleverd dat hun misdaden rechtvaardigt, het verhaal dat er een kalifaat gevestigd moet worden. Het is een giftige mix van economische ellende en sociale achterstaden, onder een religieuze vernis.” – Joris Voorhoeve in gesprek met Theo Koelé in de Volkskrant.

“Het valt mij altijd op dat Nederlanders helemaal niets weten van Mohammed of de Koran. Ja, dat Mohammed een pedofiel was omdat hij met een 9-jarig meisje zou zijn getrouwd. Dankzij Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders. Maar vraag eens: wanneer leefde Mohammed eigenlijk? De antwoorden die je dan krijgt lopen van 100 voor Christus tot het jaar 1200. Men heeft werkelijk geen flauw benul. Dit boek is ook bedoeld om iedereen die maar makkelijk lult over de islam de mond te snoeren.
Want of we het nu leuk vinden of niet, we krijgen intensief te maken met de islam. Ik schat dat het nog honderd jaar oorlog blijft in het Midden-Oosten. De vluchtelingenstroom zal nog decennia aanhouden. We zullen meer van dat geloof moeten weten. Anders kunnen we nooit met die moslims in discussie en gesprek gaan.” – Marcel Hulspas in gesprek met Maarten Keulemans in de Volkskrant.

‘Nu is er een boek waar ik wél opgewonden van word.’ – Stine Jensen in de Volkskrant.

‘Mazzucato laat zien dat dit verhaal van de ondernemende staat en het op de bagagedrager springende bedrijfsleven opgaat voor zo ongeveer alles wat te maken heeft met informatietechnologie, biotechnologie, nanotechnologie en de ontwikkeling van geneesmiddelen.’ – Hans Wansink in de Volkskrant.

‘Max Velthuijs, die zijn Kikkerverhalen illustreerde met gouache, werkt bij de prentenboekentekst van Jocelyn Wild met aquarel. Het resultaat is transparanter dan zijn latere werk, maar de dierenkoppen met menselijke trekjes, de heldere vormen, laconieke humor en grafische trefzekerheid zijn zoals we ze kennen uit de met Zilveren en Gouden Penselen bekroonde Kikkerboeken. ‘Meneer Macaroni gaat picknicken’ is een echte Max Velthuijs.’ – Joukje Akveld in Trouw.

De man die de taal van de slangen sprak van de Estse schrijver Andrus Kivirähk, behoort tot het fantasy-genre, maar heeft ook grote literaire kwaliteiten: een subtiele psychologie en een flinke dosis onweerstaanbare, absurde humor. Bovendien is het een roman vol vaart, en ook het joyeuze Nederlands waarin vertaler Jesse Niemeyer de belevenissen van hoofdpersoon Leemet goot, draagt ertoe bij dat de lezer zijn scepsis moeiteloos opschort.’ – Ger Leppers in Trouw.

Strohalmen voor de lezer is een boek dat je overal kunt openslaan – in de afdeling met annotaties én in de afdeling met gedichten. Veel ontwikkeling zit er niet in, want Brodsky was al meteen erg goed, vanaf zijn allereerste gedicht. En al meteen erg veelzijdig. Voorzover ik het nog niet wist, zag ik het hier nog eens bevestigd: wat een geweldig rijk en gevarieerd oeuvre.’ – Guus Middag in NRC Handelsblad.

‘Een verrassend en kleurrijk poëziedebuut. Dat je na het lezen voorgoed anders naar bijvoorbeeld de verlichte ramen van flats doet kijken.’ – Janita Monna in Trouw.

‘Wie in een beknopt aantal bladzijden wil worden bijgepraat over deze historische gebeurtenis en de grote militaire lijnen heeft aan De Jong, Schoenmaker en Van Zanten ideale gidsen. Waterloo – 200 jaar strijd is een vaardig geschreven verslag van de roemruchte slag en de historische verwerking daarvan.’ – Paul van der Steen in Trouw.

Jean geeft geen antwoord op die vragen – dat antwoord is er niet. Nelissen is geen kruiswoordpuzzel waarvan de oplossing achterin  staat. Ooit vatte hij zichzelf kernachtig samen: “Ik ben niet gemiddeld.” Die omschrijving geldt ook voor zijn biografie.’ – Frank Heinen in de Volkskrant.

‘Er is natuurlijk baas boven baas en in de Nederlandse wielerschrijverij is Benjo Maso de bovenbaas.’ – Arjen Fortuin in NRC Handelsblad.

‘Zoals er Alpenetappes zijn waarvan je hoopt dat ze nooit voorbijgaan, dat er nog een col van de buitencategorie is, zo zijn er wielerboeken waarvan je hoopt dat ze nooit ophouden, zoals De Nederlandse wielerliteratuur in 60 en enige verhalen van de Nederlandse oppersportbloemlezer Arthur van den Boogaard. 900 Bladzijden van het allerbeste dat er in Nederland over sport is geschreven (Nu ja, Tim Krabbé wilde niet in de bloemlezing).’ – Arjen Fortuin in NRC Handelsblad.

‘Winnen in Parijs is een kwestie van een scherpe eindsprint en dat is precies wat Herman Chevrolet biedt in De kunst van het winnen. Zijn eerste hoofdstuk is een harde aanklacht tegen de brave ‘kleine doelen’ van vooral Nederlandse renners. ‘Hoop alleen is niet voldoende, dat is iets voor kanslozen: wie alleen maar hoop heeft is bij voorbaat verloren.’ Daarop volgt een lange reeks tips en aanwijzingen, onder het motto: ‘Vergeet elke vorm van eerlijkheid.’ Zo pleit Chevrolet voor eigen parochie, want er is een wijsheid die in de hele Tour des Livres onophoudelijk naar voren komt: pas als het oneerlijk wordt, wordt het echt interessant.’ – Arjen Fortuin in NRC Handelsblad.

‘Bijzonder is Bidon, van de inmiddels ex-Tourjournalist Peter Ouwerkerk, die zijn herinneringen aan decennia Tourverslaggeving verweeft met het relaas van een wat zinledige tocht naar Noord-Frankrijk, waar Lars Boom vorig jaar eindelijk weer voor een Nederlandse etappezege zorgde. Ouwerkerk is niet de grootste stilist van het korps wielerverslaggevers, maar het beeld van hoe een oud-reporter rondhangt in een finishplaats in afwachting van de grote karavaan waar hij geen deel meer van uitmaakt, is prachtig en getuigt van een diepe liefde voor de sport – net als de paniek die hem bevangt wanneer Boom in volle wedstrijd de hem toegestoken bidon net niet te pakken krijgt.’ – Arjen Fortuin in NRC Handelsblad.

‘William Fotheringham vertelt niet alleen het gebruikelijke verhaal van de imposante zeges van een Bretons natuurtalent, maar plaatst le blaireau (de das) ook precies op de grens van het oude ‘Europese’ en het huidige ‘mondiale’ wielrennen. Geweldig zijn de anekdotes over hoe Hinault als een toerist wedstrijden reed, om dan een paar kilometer voor de streep ‘voor zijn plezier’ zich in de strijd om de zege te mengen. En te winnen.’ – Arjen Fortuin in NRC Handelsblad.

‘Is wielrennen nu duursport of een mind game? In het aantrekkelijk geschreven (renners die rondrijden als veertienjarigen die zich vervelen op Bijbelles) De verborgen motor wordt vol ingezet op het tweede. Van de liefdesdoping van de betreurde Frank Vandenbroucke tot placebo-effecten bij doping én hoe zelfs een toprenner in de greep van de twijfel kan raken – dit is een boek als een vlakke etappe waar je weinig van verwacht, maar die zich plotseling spectaculair blijkt te kunnen ontwikkelen.’ – Arjen Fortuin in NRC Handelsblad.

‘De Wild schetst een ontluisterend beeld in zijn tweede, sterke jongerenroman: volwassen worden is een eenzaam proces, als tiener sta je er alleen voor.’ – Joukje Akveld in Trouw.

‘Die arme hoofdpersoon mist haar erger dan hij ooit van haar gehouden heeft. Zijn vertwijfeling wordt door Hayes erg herkenbaar beschreven – dat mengsel van liefde, haat en egoïstisch zelfmedelijden waarvoor je je schaamt wanneer je later aan zo’n episode terugdenkt, maar dat op dat moment echter dan echt is, en niet vatbaar voor relativering.
[…] Deze korte roman is een mooie herontdekking.’ – Rob van Essen in NRC Handelsblad.

“De geest van de jaren zestig en zeventig heeft mij gevormd. Hier in Cadaqués zat ik toen, met mijn nanny, maandenlang geen school, alleen maar strand en zon. Ik zat vooral stil in een hoekje te kijken naar de bohemiens en hippies. […] Die onbezorgdheid is voorgoed verleden tijd. Mijn moeder is dood. Ook dit gaat voorbij is de titel van mijn boek, maar Blanca ontdekt dat niet alles verdwijnt. Die liefde voor haar moeder blijft. En zij is in zekere zin het meisje gebleven dat in een hoek van de kamer alles observeert. De werkelijk belangrijke dingen gaan niet voorbij.” – Milena Busquets in gesprek met Arjen Peters in de Volkskrant.

En de akker is de wereld – naar de bijbeltekst van Matteüs – leest als een Alleen op de wereld of De kinderen van de grote fjeld voor volwassenen; meer schrijnend dan zielig, heel helder in de tekening van eenzaamheid, onmacht en angst; het trauma van het verloren thuis, het overleven tegen de klippen op.’ – Jann Ruyters in Trouw.

‘Proust valt uitstekend nu nóg te genieten. Ik hoop dat De Haan en Hofstede zich uiteindelijk aan de héle vertaling van Prousts megaroman zullen wagen, want een betere Proust heb ik in het Nederlands nog niet gelezen. Fris, modern, humoristisch, sfeervol, brutaal levendig – dat is Proust in deze vertaling.’ – Arie Storm in Het Parool.

‘De negen verhalen draaien om verlies en afscheid. […] De grote thema’s krijgen bij Köhler een prettige lichtheid. Haar toon is even strijdlustig en monter als haar personages, op het droogkomische af. […] Fris is ook Köhlers omgang met de vorm van het korte verhaal. De verhalen zijn in essentie klassiek (de personages krijgen een verleden, hebben een beroep, maken een ontwikkeling door), maar ze worden opgediend als een reeks ansichtkaarten, dagboekstukjes of korte notities.’ – Persis Bekkering in de Volkskrant.

‘Robert Seethaler behandelt in zijn roman het binnendringen van de moderne tijd in een afgelegen Alpendorp. […] Geen bloedig absurdisme, maar een kalm naturalisme, geen collage van genres en stijlen, maar alles op een volkomen eigen, poëtische toon.’ – Antoine Verbij in Trouw.

‘Maak er wat van, overal en altijd, maak er alles van – dat is waartoe Goethe aanspoort. En wacht het juiste moment vooral niet af. Ook Safranski wachtte niet langer af: zijn biografie laat zich lezen als de overvloedige liefdesverklaring van een postume vriend.’ – Désanne van Brederode in de Volkskrant.

‘Heerma van Voss & Heerma van Voss schrijven voortreffelijk. Ze hebben één of twee zinnen nodig om de sfeer neer te zetten. […] Een geslaagd boek van twee niet-debutanten. Het veel misbruikte etiket ‘literaire thriller’ zou niet potsierlijk zijn geweest.’  – Arjen Ribbens in NRC Handelsblad.