bibliotheekactiviteit

Donderdag 29 september in Bibliotheek Linnaeusstraat: Linnaeus Live met Pauline Slot en Laura Broekhuysen
pauline slot  laura broekhuysen
Locatie: OBA Linnaeus, Linnaeusstraat 44, 1092 CL Amsterdam.
Aanvang 18.00 uur. Entree gratis. Reserveren 020-6940773 of linnaeus@oba.nl.
Deze avond wordt georganiseerd door de OBA in samenwerking met Linnaeus Boekhandel.
Lees meer

standplaats linnaeus

Zondag 2 oktober: Standplaats Linnaeus met Erik Rozing, Idwer de la Parra en Bas Belleman
erik rozing 1  Idwer de la Parra Keke Keukelaar 1  bas belleman 1
Deze drie zijn te gast in onze winkel en zullen spreken over hun boeken.
Ontmoet de schrijvers, maak een praatje en laat uw boek signeren.
Aanvang 15.00 uur. Toegang gratis.
Lees meer

BOEKEN IN DE MEDIA

‘Net als je denkt dat je je bekomst hebt van vuistdikke Amerikaanse romans waar de ambitie uit de pagina’s walmt (vooral debuten lijken niet meer mee te tellen als ze minder dan 500 pagina’s hebben), net als je de dooddoener ‘het had best 300 pagina’s korter gekund’ niet meer kunt horen, dan krijg je een boek in handen als ‘De nix’ van Nathan Hill. Ik bedoel zo’n boek waarover je je tijdens een werkdag verheugt dat het thuis op je ligt te wachten, zo’n boek dat je eraan herinnert waarom je ook alweer zo graag leest.’ – Gerwin van der Werf in Trouw.

‘In Frankrijk was Bojangles dankzij mond-tot-mondreclame de literaire hit van het voorjaar. Begrijpelijk wellicht: in maanden van terroristische aanslagen, van angst en onrust, van dreigende taal en politieke onmacht, hadden de Fransen behoefte aan een licht, geestig, sprankelend verhaal, een volstrekt onwaarschijnlijke fabel die de draak steekt met negativiteit en pessimisme en de lezer een vlucht biedt in de verbeelding – zonder oppervlakkig te worden. […] Bourdeauts roman scheert langs de rauwe werkelijkheid van het leven, heeft een melancholieke ondertoon én straalt tegelijkertijd een onoverwinnelijk on-Frans optimisme uit.’ – Margot Dijkgraaf in NRC Handelsblad

‘Jedwabne was Bikonts eerste confrontatie met echte vreemdelingenhaat en ze kwam tot de conclusie dat die altijd wordt georkestreerd, in dit geval door een extreem-rechtse politieke partij uit het interbellum en door de reactionaire Poolse katholieke kerk.
[…] Bikont laat zien hoe zwaar het verleden nog steeds op Polen drukt. Terwijl de vorige Poolse regering het boetekleed aantrok en twee presidenten officieel excuses aanboden op de jaarlijkse herdenking in Jedwabne, staat het huidige bewind weer volop op de rem. Het maakt haar boek alleen maar relevanter.’ – Laura Starink in NRC Handelsblad

‘De dood, de liefde, seks – Gipharts thema’s zijn bekend, net als de wijze waarop hij daarover tegenwoordig schrijft: lichtvoetig, niet-cynisch, serieus. Weinigen schrijven zo overtuigd, zo ‘gelovig’, over de romantische liefde als Ronald Giphart, met tegelijk oog voor de eeuwige ingewikkeldheid ervan.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad

Het leven gezien van beneden is een treurige liefdesgeschiedenis en een betrokken, bij vlagen woedende politieke visie ineen.
[…] Je kan wantrouwig staan tegenover de vlotheid van Verhulsts zinnen, maar het boek dwingt bewondering af door de swingende zinnen, de goedbekkende aforismen en humoristische gedachtekronkels.’ – Toef Jaeger in NRC Handelsblad

‘Imre Kertész rekende De melancholie van het verzet tot zijn lievelingsromans, een mengeling volgens hem van Kafka, Thomas Bernhard en Beckett. […] “Ik lees Krasznahorkai’s boek en sta bij een draaikolk. Na een kort aarzelen spring ik erin – meteen pakt hij me, sleurt me mee, laat me niet meer los. Als ik Krasznahorkai’s boek lees merk ik meteen dat het niet met dit of met een bepaald boek te doen heb, maar met het geheel – zoals altijd bij grote schrijvers.”
Die kookwerking is zeker het gevolg van Krasznahorkai’s stijl. Hij schrijft hartstochtelijk en met pathos in lange en soms ellenlange zinnen, volgestopt met honderd details, subtiele verwijzingen en ironische zijpaden – alsof ook het schrijven en de literatuur een mogelijkheid is om weerstand te bieden, protest aan te tekenen tegen de chaos. Aanvankelijk moet je even wennen aan die stijl, langzaam lezen is het devies. Maar als lezer word je rijkelijk beloond.
[Vertaalster] Mari Alföldy heeft zichzelf overtroffen. Wat een geweldige prestatie. Ook aan haar is het te danken dat De melancholie van het verzet zo’n verpletterende indruk maakt.’ – Wil Rouleaux in Trouw

‘Hansen is een begenadigd vertelster, waarbij in haar taal het idioom van de streek doorklinkt. Platduitse uitspraken zijn in goede Nederlandse vertaling gelukkig behouden gebleven, want zij bepalen de sfeer van deze met veel empathie geschreven roman.’ – Jan Luijten in de Volkskrant

‘De sombere Gunther is een heerlijk personage. In het in de ik-vorm geschreven boek volgen we direct de gedachten van de Duitser; cynische en seksistisch, maar tegelijk humoristisch en, zodra het die grote nazi-schurken betreft, ontzettend raak. Kerr is dan ook befaamd om het uitgebreide onderzoek dat hij verricht voor zijn werk.’ – Harriët Salm in Trouw.

Yucca is een fascinerend spel met identiteit geworden, zij het óók een spel dat veel vraagt van de lezer. De afzonderlijke verhaallijnen in de roman zijn spannend, maar worden aan het eind van het boek niet dwingend samengebonden. Die onbestemdheid is inherent aan precies datgene wat Terrin wil laten zien, namelijk dat niet het streven van de personages de hoofdzaak is, maar wat zij op het moment zelf beleven. Zijn gaat voor willen.
[…]Yucca is een roman waarin je niet snel bent uitgelezen.’ – Arjen Fortuin in NRC Handelsblad

‘Laat ik er niet omheen draaien (u had de ballen al geteld [vijf, red.]): Jeroen Olyslaegers heeft een verdomd belangrijk boek geschreven. Ik zou u kunnen vertellen over de virtuositeit van Olyslaegers’ schrijfstijl: nu eens subtiel en bedachtzaam, dan weer meedogenloos en onstuimig. Hoe hij een zin ludiek aanvangt om vervolgens, na de komma, een mep te verkopen die akelig blijft nazinderen. Een stijl “op het scherp van het scheermes”.’ – Shira Keller in NRC Handelsblad

De fouten is te lezen als een parodie op een biografie, een parodie op de postmoderne pseudo-biografie en ten slotte ook als een parodie op het werk van Herman Brusselmans zelf – een echte Brusselmans dus.’ – Arjen Fortuin in NRC Handelsblad

‘De duiventunnel lijkt een bezopen titel, maar de auteur laat ons niet nodeloos in spanning: “Er is bijna geen boek van mij dat niet op enig moment De duiventunnel als werktitel heeft gehad.” John le Carré, auteur van The Spy Who Came In From the Cold, is de beste thrillerauteur van dit moment. Dan mag je best wel een beetje gek doen.’ – Hans Knegtmans in Het Parool

“Iedereen denkt dat ik in de striproman de nadruk zou leggen op de seks, maar daar is helemaal niet zoveel van in het boek. Het seksgedeelte bestaat maar uit een paar pagina’s. De erotische scènes en afbeeldingen komen uit de film. Paul Verhoeven heeft daar sterk op gefocust.
Ik heb bijna alle seksscènes getekend, want dat vind ik leuk om te doen. En de uitgever heeft graag een blote juffrouw op de cover. Maar als mensen de roman straks weer gaan lezen, zal het ze tegenvallen. Het boek gaat echt wel over iets meer dan alleen seks, hoor. Potverdrie.” – Dick Matena in gesprek met Esther Villerius in Het Parool.

‘Een leren speelgoedbeestje, een haarnetje, een kapotte viool, […] een zilveren babyarmbandje. Het is alles wat de Franse schrijver Marcel Cohen (1937) restte van zijn naaste familie, die in 1943 en 1944 door de nazi’s in Auschwitz werd vermoord. […]
In zijn boek Het innerlijke toneel probeert Cohen zeventig jaar later aan de hand van die schaarse materiële overblijfsels zijn verdwenen vader, moeder, zusje, grootouders van vaderszijde, twee ooms en een oudtante tot leven te wekken. Hij doet dat aan de hand van acht ingetogen, korte portretten […] die zo bijzonder zijn dat je na afloop van dit iets meer dan honderdtwintig bladzijden lange boek verbijsterd achterblijft.
[…]In het zoeken naar die sporen van het verleden en het beschrijven van de eventuele emoties van zijn familieleden, zoals het schrikken bij het zien van een paar laarzen in de metro, doet Cohens boek soms sterk denken aan W.G. Sebalds Austerlitz en aan het werk van Georges Perec. Die overeenkomsten geven zijn originele egodocument daarom een grote literaire kracht, waarmee deze vrij onbekende schrijver ineens de wereld van de grote literatuur binnenstapt. – Michel Krielaars in NRC Handelsblad.

The Heavenly Table opent in 1971 op de grens tussen Georgia en Alabama. Pearl Jewett en zijn zoons – Cane, Cob en Chimney – leggen voor een schijntje het moerassige land van hun hardvochtige landsheer Major Tardweller droog. Ze hebben niets te eten behalve gefrituurd deeg en vlees van een ‘ziek’ varken. Een mysterieuze zwerver belooft Pearl dat als hij en zijn zonen hun lot aanvaarden, ze op een dag aan de ‘hemelse tafel’ zullen zitten.
[…]Wie rauwe verhalen over de Amerikaanse onderklasse schrijft, wordt algauw vergeleken met Cormac McCarthy. Maar ondanks de gruwelijkheden waar Pollock de lezer aan blootstelt, schuilt er ook tederheid in dit boek. Pollock is minder pessimistisch dan McCarthy. Hij schrijft met liefde over zijn personages en voert een bonte cast van bijfiguren op.’ – Deniz Kuypers in NRC Handelsblad.

‘[Norma] is een totaal andere roman, een angstaanjagend sprookje. Toch is het boek ook sterk geworteld in de realiteit, want Oksanen heeft het over fenomenen als de handel in haar en de handel in draagmoeders, die ze op vernuftige manieren met elkaar vervlecht. Daarmee ontpopt ze zich – ondanks het nieuwe genre – andermaal tot een geëngageerde schrijfster die de uitbuiting van vrouwen aan de kaak stelt.
Norma is een geslaagde hedendaagse versie van ‘Rapunzel’, een magisch-realistisch verhaal dat leest als een krimi.’ Sofie Messeman in Trouw.

‘Er zijn boeken die na lezing als een steen in je maag blijven liggen. Waarvan de verhalen als een spijker in je kop blijven steken. De oorlog tegen vrouwen is zo’n boek. Niet omdat de inhoud zo nieuw is. […] Het komt door het meedogenloze ritme van de hoofdstukken. En door de gedrevenheid van Sue Lloyd-Roberts, die als BBC-verslaggever de hele wereld over trok en op talloze plekken geconfronteerd werd met het onrecht tegen vrouwen. Iedereen moet weten wat vrouwen wordt aangedaan.’ Marcel Hulspas in de Volkskrant.

‘[…] als geheel voelt Hier ben ik, misschien zelfs mede dankzij die imperfecties, opmerkelijk authentiek. Pijnlijk grappig en tegelijk ontwapenend ernstig en oprecht in het onderzoeken van grote thema’s, het gebruik van grote woorden. Rommelig en onhandig als het leven zelf, zou je bijna zeggen.’ – Dirk-Jan Arendsman in Het Parool

Het leven van Agricola van Tacitus was het eerste boek van Tacitus, uit 98 na Christus. Agricola was consul van Rome en gouverneur van Brittannië, dat hij onder Romeins bewind bracht. […] het is een wonderbaarlijk boek. Op het eerste gezicht is het een formele opsomming van feiten, maar regelmatig doorbreekt Tacitus het stramien en begeeft zich op zijpaden, waarin hij veldslagen verslaat en toespraken van militaire leiders weergeeft. […] Ook de stijl van Tacitus is bijzonder. Hij is gek op ‘statische zinnen’, zodat je je soms in een lang telegram kan wanen.
Prachtig boek. – Guus Luijters in Het Parool

‘Nooit van gehoord, van Rodrigo Hasbún, maar wat een prachtig boek schreef hij. Slechts 126 pagina’s dik, maar wat een rijkdom!
[…]Woeste jaren is het verhaal van een gezin. Een gezin – vader, moeder, drie dochters – dat na de Tweede Wereldoorlog vanuit Duitsland naar Bolivia is geëmigreerd.
[…]De roman, die ruim vier decennia beslaat, is een fragmentarische roman. We lezen dus niet alles. En juist het fragmentarische karakter geeft de lezer de ruimte om zelf aan het verhaal te werken. Het weglaten, het verzwijgen heeft zodoende een functie, want van uitleggerige romans hebben we er al genoeg.
Het is ook een roman over ontsnappen, en over vergankelijkheid. En melancholie. Het gaat over levens die anders hadden kunnen verlopen, over liefdes die niet werken. Mooi en goed geschreven.’ Maarten Moll in Het Parool

‘Te voet is het heelal drie dagen ver is de achtste bundel van K. Michel (1958). Het is een verrassende bundel, voor de lezer die niet vies is van een beetje avontuur.
[…] In de gedichten van Michel zit regelmatig een rare twist die je even aan het wankelen brengt. […] hij heeft ook gevoel voor humor, weliswaar geen dijenkletshumor, maar ingetogen, intelligente en absurdistische humor.’
Dieuwertje Mertens in Het Parool

‘In juni bloeit de zomer volop, maar na de zonnewende worden de dagen alweer korter. De achterkant van juni, het poëziedebuut van schrijfster en onderzoeksjournalist Miek Smilde (1966) gaat over het terugtellen, het tegenovergestelde van bloei; het vooruitzicht op herfst.
[…] De achterkant van juni verhaalt in zekere zin over de ironie die schuilt achter de uitdrukking ‘in de bloei van je leven’ zijn. De zogenaamde bloei verwijst naar het daaropvolgende verval: Haar ogen zijn in was gekrast,/gebalsemde huid die zich niet helen laat/ door marathons of zorgvuldig geplaatste naalden –/ niets daarvan. Hoe ga je daarmee om, vraagt Smilde zich af: Alleen zij die verliezen weten hoe de ochtend ruikt/ en ook/ hoe wreed de merel zingt.
De bundel bestaat uit de delen Dertig dagen en De zeven hoofdzonden, die zich perfect tot elkaar verhouden: het verval roept immers allerlei zonden of pogingen tot zelfbehoud in het leven, of zoals Smilde dicht: Op de valreep van het verval/ kun je maar beter leven, denkt ze.’ – Dieuwertje Mertens in Het Parool

‘Mensen zonder uitstraling, de debuutroman van Jente Posthuma, heeft zo’n onmiskenbare, volstrekt persoonlijke vertelstem. […] De belangrijkste episodes uit het leven van de eeuwig piekerende hoofdpersoon worden losjes en niet-chronologisch verteld, zonder al te duidelijke plot, in korte, heldere zinnen. De hoofdpersoon is grappig, zonder echt grappen te maken. De humor in Mensen zonder uitstraling zit ‘m in de droge timing en de licht vervreemdende toon, in de maffe situaties en de alledaags-idiote personages die die situaties bevolken.
[…] Maar de situaties zijn meer dan vermakelijk-pijnlijke anekdotes. De kleine nederlagen zijn allemaal uitingen van grote verwarring die de hoofdpersonen elke dag weer moeten overwinnen. Die soms wanhopige, soms komische verwarring houdt alle losse verhalen bij elkaar, maakt Mensen zonder uitstraling tot een sterke en geloofwaardige debuutromans.’ – Dries Muus in Het Parool.

Timing is of an essence, zegt Barry Hay minstens een keer per dag. Dus was het een kwestie van aanhaken en zorgen dat het tasje met pennen, opschrijfboekje en voicerecorder altijd gepakt stond. Sterker: ik kon beter mijn duim permanent op de opnameknop houden, want Barry kon zonder vooraankondiging zomaar op stoom schieten. In de auto, tijdens het uitlaten van zijn acht honden, in de rij bij de supermarkt. Soms werd ik opgezadeld met een lange, gedetailleerde verhandeling over een razend interessant insect waar hij een documentaire over had gezien, soms kwam er opeens een essentieel inzicht in zijn eigen psyche. Je moet er wel bijblijven, Donkers, grinnikte hij dan. Een paar keer barstte hij los in de grappigste anekdotes terwijl we in zee zwommen. U weet wel: als het een uurtje of half een is, de eerste gin-tonics zijn geland en je lekker sloom en gedachteloos de het lauwwarme water poedelt.” – Sander Donkers in gesprek met Cornelie Tollens in de Volkskrant.