BOEKEN IN DE MEDIA

‘Wat opvalt aan Schemerdieren is de loepzuivere tekening van de personages. […] Trefzeker zet Barnhoorn de verbindende lijnen tussen gezinsleden waarop een gelaagd netwerk van psychologische motieven ontstaat.’ – Daniëlle Serdijn in de Volkskrant.

‘Philip Norman schreef met Paul McCartney opnieuw een rockbiografie die ver boven de middelmaat uitsteekt (na intussen ook nog Mick Jagger in 2012). Met kennis van zaken op zelden geëvenaard niveau; vanuit een ongegeneerde liefde voor rockmuziek, en met een grondhouding van respect voor het onderwerp die nooit ontspoort in dweperij.
En niet te vergeten: als iemand die weliswaar een directe generatiegenoot is, uit 1943, van de mannen over wie hij schrijft. Maar die, als hij nu hun vroege, meest boeiende en vaak wilde levensjaren onderzoekt en beschrijft, dit doet met een ondertoon die bijna ‘vaderlijk’ overkomt in de beste zin van het woord. een natuurlijke mix van vanzelfsprekende affectie én distantie-door-volwassenheid, soms afgewisseld met rake maar bijna altijd vriendelijke humor. Ook nu nog blijft Paul McCartney deels een enigma. Maar dichterbij zullen we niet meer komen.’ – Flip Vuijsje in de Volkskrant.

‘Het bijzondere aan dit boek is dat alle stukken zo mooi en zo goed zijn. Glashelder opgeschreven, gedreven, ontroerend en met grote overtuigingskracht. Een aanstekelijke reis door het land van Wilminks dichters en daarmee door zijn eigen ziel.’ – Aleid Truijens in de Volkskrant.

‘Thema’s als goed en kwaad, dieren- versus mensenwereld, de wereld op z’n kop, de moderne tijd, zijn weliswaar universeel, tegelijkertijd is deze poëzie nieuw en fris. Dat laatste is vooral de verdienste van Robbert-Jan Henkes die heerlijk soepele vertalingen van de gedichten maakte. Met vindingrijk en levendig taalgebruik, dat niet gewild modern is, waarin hij in toon, of soms met een enkel woord weet duidelijke te maken dat het hier geen hedendaagse tekst betreft. Henkes laat ‘miljonair’ rijmen op ‘USSR’, vlecht Nederlandse liedjes en dichtregels in, en is ritmisch en gesmeerd.’ – Janita Monna in Trouw.

Dubbelspoor biedt op elk van Fasseurs werkkringen een interessant perspectief. Nederland kent geen grote traditie als het gaat om het schrijven van memoires door dienaren van de publieke zaak. Daarom is dit boek niet alleen lezenswaardig voor wie zelf heeft gewerkt op de Leidse universiteit of het ministerie van Justitie. Fasseur zat dicht genoeg op de actualiteit – of was zelf onderdeel van het nieuws als er gepolemiseerd werd over het koningshuis of het Nederlandse koloniale verleden – om een breed publiek te kunnen boeien.’ – Bert Funnekotter in NRC Handelsblad.

“Als ik één ding weet, is het dat Europa af moet van het discours van integratie. Dat brengt veel te veel emotie in het debat. Waar het om gaat is dat mensen die verschillen kunnen sámenleven. En dat kan niet van één kant komen. […] Mijn ervaring is dat je mensen niet zover krijgt dat ze praten over verschillen. Ik geloof niet in Jürgen Habermas’ idee dat je een gemeenschappelijke taal moet vinden. Je moet samen dingen dóen. Om wiskunde te leren maakt het niet uit waar je vandaan komt. Als je Nederlands leert, wordt het al persoonlijker, maar Europeanen voelen zich snel beledigd als ze merken dat nieuwkomers hun waarden niet delen. Ik vind dat eigenlijk een rampzalige houding. We moeten in Europa nadenken over een complexere samenleving, waarin mensen kunnen samenleven zónder waarden te delen.” – Richard Sennett in gesprek met Leonie Breebaart in Trouw.

Alias Fortezza is een overtuigende aanklacht tegen het Amerikaanse rechtssysteem. […] Schrooten toont diep berouw over zijn fouten waardoor het boek geen rancuneus en selectief beklag is.’ – Huib Modderkolk in de Volkskrant.

Kruso is de lyrische en zinderende debuutroman van de Duitse schrijver Lutz Seiler (1963). […] Uit alles kun je opmaken hoe beklemmend de communistische dictatuur in de DDR voor vrije geesten moet zijn geweest. In zijn subtiele beschrijvingen van politiecontroles en ondervragingen van iedereen die uit de pas loopt, doet Seiler niet onder voor Ingo Schulze en Uwe Tellkamp, de grootmeesters van het benepen DDR-gevoel. Door zijn poëtische stijl, die de vroegere dichter in hem verraadt, verwoordt hij die werkelijkheid soms zelfs nog mistroostiger dan zij.’ – Michiel Krielaars in NRC Handelsblad.

‘Steeds minder heeft Wilfried de Jong grote effecten nodig om zijn personages binnen het bestek van enkele pagina’s een vervreemdende situatie in te manoeuvreren. In zijn nieuwste bundel Zweefduik zijn ze er nog wel, heftige gebeurtenissen en schokken, maar ze vormen eerde de omlijsting dan de kern van zijn verhalen. Die schuilt namelijk in de schittering van de details.’ – Arjan Peters in de Volkskrant.

“Ik ben fulltime columnist en ik vind dat heerlijk. Dan zit ik te schrijven en tik ik een mooie zin en dan juich ik. Echt, dan zit ik zó achter mijn computer.” Hij maakt juichbewegingen en stoot bijna zijn glas om. “Hahaha, wat is dit toch een prachtige baan! Dat zeg ik dan ook hardop. Wat een mooie baan! Scheppen is toch zoiets moois, man.” – James Worthy in gesprek met Maarten Moll in Het Parool.

“Ik kom uit een omgeving waar we geen voetballers hadden. Ja, lokale. Ik keek Maradona, ik keek Van Basten, Rijkaard, Gullit, Koeman, Wouters. Ik keek van een afstand. Opeens stond ik tussen die jongens. Wouters werd mijn trainer, later Koeman. Ik heb gespeeld met Rijkaard, met Bergkamp. Ik heb eigenlijk al die jaren als fan gevoetbald. Ik was een supporter die op het veld mocht staan en mocht spelen met zijn idolen. Ik had natuurlijk wel het gevoel: ik ben goed genoeg, maar eigenlijk was ik gewoon fan. Ik had nooit het gevoel dat iemand míj leuk vond.” – Jari Litmanen in gesprek met Frank Huiskamp in NRC Handelsblad.

‘Het is een verhaal dat gemakkelijk met wijsheid achteraf verteld kan worden: de onvermijdelijke opkomst van een geniaal joch met de juiste familie en vrienden. Maar de Britse historicus Adrian Goldsworthy (1969) legt de nadruk op de toevalligheden en onzekerheden van het moment. En op de roekeloosheid van de jonge, onervaren, maar arrogante aristocratenzoon die verschillende malen ternauwernood aan de dood ontsnapt. Het is een belangrijk verhaal. Als Octavius/Caesar Augustus in deze tijd gesneuveld was, was de wereldgeschiedenis zeer waarschijnlijk heel anders verlopen.’ – Hendrik Spiering in NRC Handelsblad.

‘De verheldering die Van Buuren bij Spinoza zoekt en vindt, heeft veel te danken aan de zorgvuldige manier waarop hij diens begrippen analyseert. Het vrijheidsbegrip wordt bijvoorbeeld oor hem in vijf ‘raadselachtige’ stellingen uiteengelegd, die hij uitvoering bespreekt. Daarbij gaat Van Buuren ook het gesprek met verwante denkers als Machiavelli en en Hobbes aan. Of beter gezegd, hij gaat er met recht van uit dat Spinoza dat ook deed en dat maakt hij fraai zichtbaar. Het is spannend en vruchtbaar om je als lezer in dit gesprek te mengen.’ – Hans Achterhuis in de Volkskrant.

“Kennelijk is bloed vloeien niet helemaal mijn ding. Daar zijn anderen beter in. Ik ben meer van de puzzels en onverklaarbare dingen die moeten worden opgelost. Ik heb een redelijk saai bestaan; een jong gezin, copywriter bij een reclamebureau. Een boek schrijven is voor mij een manier om spannende dingen te beleven. Iets waar ik in het dagelijkse bestaan niet aan toekom. En als je dan zoiets fascinerends op het spoor komt, dan zit je echt met plezier te schrijven.” – Donald Nolet in gesprek met Maarten Moll in Het Parool.

‘Een schitterende roman om langzaam te lezen. Coventry strooit met mooie zinnen en zijn stijl is lyrisch, op het poëtische af. […] Het is een mooie, weemoedig stemmende stijl. […] De onzichtbare mijl is een roman die nog lang, heel lang in je herinnering zal rondsproken.’ – Maarten Moll in Het Parool.

‘Mag ik u het advies geven om dit boek te lezen alsof u een geschiedenis leest over een sekte. Want dat was de Vrij Nederland-redactie in feite. Voor VN was de buitenwereld gevaarlijk terrein, waar zich voortdurend complotten afspeelden en waar de vijand elk moment kon toeslaan. VN zag zich als een pantsertrein die mitraillerend voortploegde door vijandelijk gebied. En die vijand kon allerlei gedaanten aannemen. Ik herinner mij dat redacteur Rudie van Meurs – dezelfde die groot op de voorpagina ‘Nederland politiestaat!’ liet zetten – mij eens bij zich riep en mij het dringende advies gaf ‘minder Willem Frederik Hermans te lezen’. Dat was in de tijd dat Hermans en VN-columniste Renate Rubinstein een bittere strijd uitvochten over wat ‘de Weinreb-affaire’ is gaan heten.’ – Max Pam in de Volkskrant.

‘Vanuit deze visie op vrijheid als bewegingsruimte laat Teule overtuigend zien dat wij in Nederland vrijer zijn dan veel andere landen, ook al belijden die, zoals bijvoorbeeld de Verenigde Staten, de vrijheid als hoogste waarde.
Als econoom toont hij daarnaast aan dat de vrije markt alleen maar kan functioneren dankzij het toezicht en de regulering door de overheid. De heldere uitwerking van dit soort concrete voorbeelden maken de kracht en de charme van Vrijheid voor gevorderden: een urgent en belangrijk boek. – Hans Achterhuis in de Volkskrant.

‘Tegenslag en welbespraaktheid vormen nog steeds de combinatie die het onweerstaanbare werk van Basart een geheel eigen charme geven, en waardoor het bijvoorbeeld niets uitmaakt dat hij bijna alle personages hetzelfde laat praten, en evenmin dat de plot, hoe zeggen we dat netjes, niet al te dwingend is.
Basart is een groot entertainer, die zichtbaar in de leer is geweest bij Gerard Reve en Heere Heeresma, en die je op elke pagina wel een keer laat grinniken, is het niet met een typering (een taxichauffeur is een ‘in zwart nethemd gestoken dikzak van wie niet te zeggen viel waar het hoofd ophield en zijn benen begonnen’), dan wel met een fijn citaat (Orson Welles zei al dat in Italië vijftig miljoen acteurs rondlopen die nog behoorlijk goed zijn ook, ‘de paar sléchte acteurs zie je op de podia en het filmdoek’). – Arjan Peters in de Volkskrant.

‘Maar al te zelden, helaas, lees je een verhaal dat zin voor zin raak is. Maar nu is het raak. Martin Michael Driessens bundel ‘Rivieren’ opent met de voltreffer ‘Fleuve sauvage’ (‘woeste rivier’). De titel zet meteen al de toon.’ – Jaap Goedegebuure in Trouw.

‘Het opzienbarende verhaal van Robert Coombes is net als Summerscales vorige titels ideale vakantieliteratuur. Het staat garant voor wat de Engelsen a good read noemen: spanning van kleine geschiedenis wordt listig verweven met allerlei wetenswaardigs uit de grote geschiedenis.’ – Paul van der Steen in Trouw.

Het is een grimmig en vaak pijnlijk universum dat Grunberg ons biedt, maar op een of andere manier toch ook helder en louterend. Mij doet het soms denken aan de strijkkwartetten van Janacek, zo intiem dat je het soms nauwelijks kunt aanhoren terwijl je toch vastgekluisterd blijft luisteren. Zo neemt Grunberg je als lezer gevangen, een groter compliment kun je zijn schrijverschap denk ik niet geven.’ – Rob Schoten in Trouw.

‘Wat roept ze tastbaar op hoe het voelt om een jongen van 17 te zijn, bij wie zijn testosteron uit zijn oren komt. En hoe raak (en zo pijnlijk) definieert ze de ouder wordende generatie, die klaagt en kankert en niet wil beseffen dat je de latere leeftijd alleen met bescheidenheid kunt pareren.
Al met al schreef Mazzantini met Schittering een ambitieuze roman die niet ophoudt de lezer mee te slepen. Het is bijna vermoeiend, al die overweldigende beelden en metaforen van een schrijfster die onverschrokken uitweidt en verzucht. Die filosofeert over tijd en ruimte. Over de vergankelijkheid. Over de schittering van het leven en de kracht van de liefde. Tussen man en vrouw, tussen vader en kind, tussen man en man.’ – Joyce Roodnat in NRC Handelsblad.

‘Deze roman vraagt zeker ook om de nodige verbeeldingskracht. ‘Vermoorde onschuld’ is geen makkelijke kost, het is een complexe roman die eisen aan de lezers stelt, die medewerking vereist, maar wie zich daarvoor openstelt, vindt een fraai en zorgvuldig gecomponeerd boek dat aan het denken zet over illusie en werkelijkheid, over kunst en leven.’ – Hanna de Heus in Trouw.

‘Toeval en noodlot brengen de drie hoofdpersonen samen. Vastberaden loodst Prentiss de lezer door de rijke, weldoordachte plot. Ze lijkt precies te weten waar ze heen wil en is niet bang om te experimenteren. […] Vooral het sprankelende portret van New York maakt de roman een feest om te lezen. Je krijgt zin om op het volgende vliegtuig te stappen.’ – Emilia Menkveld in Trouw.

‘Dit manifest van de Partij voor de Dieren is met afstand het meest radicale geschrift dat de afgelopen jaren in de Haagse politiek werd geschreven.’ – Ariejan Korteweg in de Volkskrant.

‘En nu is er Het groene glas, een fictieve biografie over de schilder Klingsor, een arme boerenzoon die het tot kunstenaar heeft geschopt. Of is hij alleen kunstenaar in het diepst van zijn eigen gedachten? Bij de altijd ironische en ambivalente Lindgren weet je het nooit. […] Lindgren zet ons in deze roman voortdurend op het verkeerde been. Is ‘zijn kunstenaar’ een genie? Of niet meer dan een middelmatige dorpsschilder die steeds weer hetzelfde schilderij maakt? […] Lindgren lijkt met dit boek vooral te willen tonen hoe nietig mensen zijn ondanks hun hooggespannen verwachtingen en wilde dromen. Als neemt hij hun pogingen wel uitermate ernstig.’ – Sofie Messeman in Trouw.

‘Lang verscheen er niets van Astrid Roemer. Nu is er ‘Liefde in tijden van gebrek. Memoires van een thuisloze’. Hierin spreekt Roemer uitsluitend namens zichzelf en geeft zij zich volkomen bloot. Al jaren, zo lezen we, wordt zij  bestolen en haar computer gemanipuleerd, zij deed aangifte van identiteitsfraude. Juridisch gelijk heeft zij nog niet gekregen, wel dringende adviezen om zich te laten behandelen. Doordat ook die geluiden de ruimte krijgen worden haar memoires spannend en raadselachtig.’ – Pieter van den Blink in Trouw.