Voorlezen door opa’s en oma’s

Woensdag 7 september in OBA Linnaeusstraat:
Voorleeswedstrijd voor oma’s en opa’s (en alle volwassenen die van voorlezen houden)
voorleeswedstrijd 1

Als opmaat voor de landelijke finale in de Kleine Komedie op 8 oktober.
Doe mee! Tijdstip: 15.00-17.00 uur. Toegang: gratis. Aanmelden: linnaeus@oba.nl.
Lees meer

BOEKEN IN DE MEDIA

“Ik vertrek steeds vanuit tekstfragmenten, zoals van Jens Christian Grondahl, Julian Barnes of Dan Brown, waarbij ik bijvoorbeeld laat zien hoe er bij mij al bij de eerste zin vaak een belletje gaat rinkelen.
Het gaat mij niet om de terminologie, mijn bedoeling is mensen onverwachte dingen in een boek te laten ontdekken. En of dat nou perspectief, fabel en sujet of metafoor genoemd wordt, zal mij worst wezen, al leg ik die begrippen later natuurlijk wel uit. Ik wil gewoon laten zien waarom je denkt: goh, er is toch meer aan de hand dan ik dacht – en dat je gaan ontdekken waardoor dat komt.” – Lidewijde Paris in gesprek met Marijke Laurense in Trouw.

“Ik belicht graag de werkelijkheid en die is nou eenmaal vaak een mislukking. Negentig procent van de tijd gaan dingen mis. Dat is toch veel leuker dan telkens weer het succes naar voren schuiven. Juist bij dit onderwerp krijg ik ook die kans. Als we iets kunnen leren van die planeet, is het dat hij ons altijd op het verkeerde been heeft gezet.
[…] Ik ben trots dat het gelukt is deze enorme klus – research, reizen, schrijven – in drie jaar af te ronden. Verder ben ik erg blij dat ik briljante geesten zoals Johannes Kepler en Christiaan Huygens, die een belangrijke rol spelen, met dit boek de eer kan geven die hen toekomt.” – Joris van Casteren in gesprek met Jet Hesselink in Het Parool.

‘Het boek is typerend voor de ontwikkeling van illustrator Marijn van der Linden (1979), die sinds zijn debuut ruim tien jaar geleden altijd een herkenbare hand heeft gehouden, maar steeds vaker artistieke uitdagingen zoek. Hij slaagt erin dit te doen zonder zijn speelse karakter kwijt te raken of minder toegankelijk te worden. Integendeel: zijn fantasie en gevoel voor humoristische details spreken kinderen juist enorm aan.’ – Pjotr van Lenteren in de Volkskrant.

‘De familie Six, het is een onderwerp dat Mak past als een handschoen. Het is hem wel toevertrouwd om, aangeraakt door de ‘historische sensatie’ en met zijn talent om goed te kijken en vindingrijk te interpreteren, uit deze relicten van het verleden springlevende verhalen te smeden. Hij is terug bij een van zijn oudste onderwerpen, Amsterdam, en bij een genre waarin hij excelleert, het familieverhaal waarin zich de ‘grote’ geschiedenis weerspiegelt.’ – Aleid Truijens in de Volkskrant.

“Mijn stijl is grappig en tragisch. Een lichte toon helpt om over zware onderwerpen te schrijven. De taal is redelijk sober. Ik hou van een zekere achteloosheid. Je hoeft niet alles uit te leggen.” – Jente Posthuma in gesprek met Rob Gollin in de Volkskrant.

“Ik gebruik korte hoofdstukken – drie pagina’s, soms zes – met titels ontleend aan films of songteksten. Zo weet de lezer alvast in welke sfeer hij gaat belanden. Ik beschrijf niet alles in een scène, ik concentreer me op een sprekend detail. Ik speel met klank en ritme, zelfs af en toe met rijm. De zinnen moeten rollen, knetteren, spinnen.” – Sarah Meuleman in gesprek met Rob Gollin in de Volkskrant.

“Chinezen zijn mensen van vallen en opstaan, ze kijken niet terug, het zijn geen mijmeraars, zoals de Russen. En ze vinden dat het Westen te vaak alleen maar kijkt naar de zwarte kanten van China. Dat was niet mijn doel. Zowel in Shanghai als in New Orleans zocht ik naar het verhaal over rijk en arm. Ik wilde onderzoeken wat die grote kloof met mensen doet. Die rafelranden zijn precies waar mijn speurtocht in China en Amerika over gaat.” – Floris-Jan van der Luyn in gesprek met Inez Polak in gesprek met Floris-Jan van Luyn in Trouw.

Bloed krijg je er nooit meer uit is Snijders meerduidigste en interessantste werk tot nu toe. Literaire jury’s lieten zijn boeken meestal links liggen, mogelijk afgeschrikt door de evidente autobiografie. Daar moet maar eens een einde aan komen: er zijn weinig auteurs die zichzelf zo voortvarend met het fileermes te lijf gaan.’ – Arjen Fortuin in NRC Handelsblad.

‘Een achtbaan van groteske gebeurtenissen, valkuilen en ontremde redeneringen die deze roman voortstuwen langs diepe menselijk dalen die bovendien gevuld zijn met uiterst platvloerse taferelen. In de stijl die daar naadloos bij aansluit. En dat in een Antwerps patois dat het geheel een volstrekt authentieke lading geeft.
[…] Antwerpen in oorlogstijd. Olyslaegers wilde dat we het voelden. En ik voelde het.’ – Kees ‘t Hart in De Groene Amsterdammer.

‘Een wereldpremière van een Nobelprijswinnaar moet je niet proberen in één enkele leeservaring te doorgronden, zelfs als die ondersteund wordt door een gesprek met vrienden die de tekst ook bestudeerd hebben. Dat geldt zeker als het een boek van Coetzee betreft. De vele hele en halve verwijzingen naar filosofie, religie en literatuur waar hij het patent op heeft, vragen erom in een geduldige herlezing ontcijferd en met elkaar verbonden te worden. Een snelle eerste gooi ernaar blijft een waagstuk.’ – Hans Achterhuis in de Volkskrant.

‘De gruwelijke gebeurtenissen weet deze Duitse schrijver, die eerder in de filmindustrie werkte, met humor draaglijk te maken. Dat doet hij tegen de achtergrond van een geloofwaardig historisch decor, dat zich uitstrekt van Praag in 1914 tot in het Berlijn van de nazi’s en Auschwitz. […] Bermann trekt een doos zwarte humor open, die aan het beste van Woody Allen doet denken. En als Max’ klagende grootmoeder op het toneel verschijnt, klinkt zelfs de echo van Philip Roths Portnoy’s complaint. […] Een tragikomische roman, geschreven in de beste joodse verteltraditie.’ – Michel Krielaars in NRC Handelsblad.

‘Rijk en afwisselend. […] Wijs en geheimzinnig.’ – Rob Schouten in Trouw.

‘Sinds de publicatie van zijn wereldsucces The Curious Incident of the Dog in the Nighttime (2003) geldt Mark Haddon (54) als een van de interessantste literaire auteurs van Groot-Brittannië. Weinigen schrijven zo indringend en overtuigend over ziekte en dood, inbeelding en karakterzwakte, schijnbare aangepastheid en aperte disfunctionaliteit. Nu blijkt Haddon ook nog eens geweldig uit de voeten te kunnen op de korte afstand. In de negen verhalen in De pier stort in (The pier falls) laat Haddon zijn opmerkelijke veelzijdigheid als verteller de vrije loop.’ – Hans Bouman in de Volkskrant.

“En wat mij ook heel erg opviel in die recensie-ronde over Zeven soorten honger, is dat er veel wordt geschreven over mijn vakmanschap. Niet in de zin van a good read, maar als discutabel punt. Ik lijk recensenten te prikkelen omdat mijn boeken zo gemakkelijk lezen. Ik denk dan altijd aan wat Hemingway zei: easy reading is hard writing.” – Renate Dorrestein in gesprek met Danielle Pinedo in NRC Handelsblad.

‘Lloyd-Roberts mixt feiten met reportage-elementen over seksslavernij, vrouwenhandel, kindhuwelijken en verkrachting als oorlogswapen. Haar toon is betrokken zonder dat ze haar ‘BBC-distantie’ verliest. De nuchtere feiten zijn al ontnuchterend genoeg.
De ondertitel van het boek, ‘En de moed om terug te vechten’, maakt duidelijk dat Lloyd-Roberts ook een monument opricht voor de vrouwen die de strijd aangaan.’ – Paul van der Steen in Trouw.

‘Niet vaak is er zo beheerst, zo liefdevol geschreven over haast onbeschrijflijke pijn en dieptreurige schoonheid.’ – Dries Muus in Het Parool.

‘De taal van Bernlef is puur, zonder uitgebeend te zijn. Zijn stijl is van een scherpte die niet onderdoet voor de diamanten naald van een platenspeler. Bernlef klinkt kraakhelder:

De stilte tussen
twee vallende druppels
dat is geruis

– Maria Barnas in de Volkskrant.

Sluit je ogen heeft soms meer weg van een liefdesroman dan van een thriller, want wat smacht Joe naar zijn Julianne.
Erg is dat niet, want ook daar zit de nodige spanning. Zoals altijd laat Robothom zijn boek eindigen met een bloedstollende finale, zowel in de moordzaak als in het privéleven van Joe. – Monique de Heer in Trouw.

Een zaak van liefde is sensationeel, in alle opzichten. De opgerakelde rechtszaken zijn nog altijd opzienbarend en Appignanesi houdt de spanning er prima in, ook al weet je van meet af aan wie het gedaan heeft. Het raadsel zit steeds in het waarom en waardoor ervan en of de dader er uiteindelijk mee weg komt – en of je het daar als lezer mee eens kunt zijn. En ondertussen gluur je schaamteloos mee in de duistere driften van een aantal dubieuze, dan wel beklagenswaardige medemensen. Daar kan geen boulevardblad tegen op.’ – Marijke Laurense in Trouw.