Onze vakantietips 2016

meisjes  liefde in mindere mate  als het lot lacht   9789046820315.pcovr.01.kleinleven.indd  gelukkigen

Linnaeus leest overal
Vakantie en boeken zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als ik op vakantie ga, neem ik altijd veel te veel boeken mee om dan alsnog in de plaatselijke boekhandel een stapel nieuwe aan te schaffen. Het zou me toch maar gebeuren om zonder een boek te komen zitten! Mijn leeslust zorgt wel voor logistieke problemen: zonder auto kom ik nergens, en een fietsvakantie lukt me alleen als ik een aanhangwagentje voor mijn leesvoer heb. Vliegen loopt qua bagagekosten de spuigaten uit.
Deze tijd biedt gelukkig mogelijkheden voor de veellezer. Naast het vertrouwde papieren boek zijn er inmiddels e-books, dwarsliggers en luisterboeken om de bovenstaande problemen te omzeilen. 25 jaar geleden, in november 1991, opende Linnaeus Boekhandel de deuren. Toen was er voor de veellezer nog geen andere optie dan met vele kilo’s papier richting vakantiebestemming te trekken. Anno 2016 heeft het papieren boek… Lees verder 

BOEKEN IN DE MEDIA

‘De charme van ‘t Harts verhalen schuilt niet alleen in een geslepen afwisseling van ernst en humor, van plechtige woorden en straattaal, of in een amusant spel met zijn bekendheid. De aantrekkingskracht van deze Zuid-Hollandse lotgevallen zit vooral in de levenslust die eruit spreekt, in de liefde voor alles wat groeit en bloeit, in het gulzige openstaan voor alles, in weerwil van zijn calvinistische afkomst. De ‘t Hart die uit De moeder van Ikabod oprijst is een montere, onvermoeibare levensgenieter, die op één existentiële vraag nog altijd geen passend antwoord heeft weten te verzinnen: wat moeten we aan met onze sterfelijkheid? Dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat hij, hoe afvallig ook, nog geregeld in een kerk te vinden is, zij het officieel alleen als organist.’ – Janet Luis in NRC Handelsblad.

‘In Wisseling van de wacht, het derde en – helaas, helaas – laatste deel an de reeks rond de geschikte speurneus Bill Hodges, breng Stephen King de sinistere schurk Brady Hartsfield uit deel 1, Mr. Mercedes, terug. En hoe!’ – Rolf Bos in de Volkskrant.

“Inmiddels heb ik me met mijn cultuur en mijn Siciliaanse achtergrond verzoend en geniet ik zelfs van mijn positie als buitenstaander. Ik ben een Siciliaanse, een Italiaanse, een Nederlandse en een Europese. In feite besta ik uit verschillende, door elkaar lopende laagjes. Als een goede tiramisu.” – Daniela Tasca in gesprek met Nicole Lucas in Trouw.

“Meisjes en vrouwen worden als object gezien en internaliseren dat. Hun wordt ook geleerd om voorrang te geven aan andermans gevoelens. Je bent niet wat je zelf denkt dat je bent, maar wat anderen over je denken. Zo leer je jezelf niet te vertrouwen. Je wacht eerst op informatie van de buitenwereld voordat je handelt. in plaats van te geloven in je eigen gevoelens over jezelf. En als je al autonoom handelt is dat in de context van een object zijn. Je kunt niet de ster van je eigen leven zijn.” – Emma Cline in gesprek met Haro Kraak in de Volkskrant.

Hoogmoed is vanuit een grote concentratie geschreven; je merkt aan alles dat Hemker zich er flink voor heeft ingezet om een wezenlijk, tragische kant van het menselijke bewustzijn in een roman te vatten.
[…] Onmodieuze, ogenschijnlijk kalme literatuur die de geduldige lezer nog dagen zal achtervolgen.’ – Sebastiaan Kort in NRC Handelsblad.

‘Een zomers, vrolijk en zeer expressief boek. Recepten die je in geen enkel ander boek terugvindt. Dus had u al een tijdje plannen om het eens over een heel andere boeg te gooien in de keuken, ga dan de komende tijd koken volgens Calombaris.’ – Jonah Freud in Het Parool.

‘Uit alle stukjes blijkt dat Zantingh een groot liefhebber is – van voetbal, van taal, en van gedegen onderzoek. We vinden hier het korte essay over opkomst, inhoudelijke ontwikkeling en ondergang van de ondershirttekst. Een korte column over ‘de taal van de fluit’. Weet u wel wie de omhaal heeft uitgevonden? Weet u wat balletje hooghouden in het Portugees is? En in het Fins? En in het Japans? In het Engels is het: ‘keepie-uppie’.
Ja, er zijn 24 landen die wél meedoen aan het EK. Maar wíj hebben een geestig boek over voetbal en taal.’ – Guus Middag in NRC Handelsblad.

‘Canetti’s doodshaat heeft postuum geleid tot een monumentaal werk. Ernstig en humoristisch zijn de teksten die hij over een periode van vijftig jaar schreef tegen de dood. ‘Vandaag heb ik besloten mijn gedachten tegen de dood te noteren zoals het toeval ze mij aangeeft’, noteert Elias Canetti (1905 – 1994) op 15 februari 1942, ‘zonder enige samenhang en zonder ze aan een tiranniek plan te onderwerpen.’
We schrijven wel vaker ideeën in ons dagboek, maar dit voornemen heeft de Nobelprijswinnaar een verbluffende 52 jaar volgehouden. Het boek tegen de dood is een verzameling veelvormige teksten, op chronologische volgorde gesorteerd, opgetekend vanuit een diep gevoelde haat tegen de dood.’ – Persis Bekkering in de Volkskrant.

‘Van Bert Keizer lees ik al jaren alles. Filosoof en schrijver, tot eind vorig jaar verpleeghuisarts in Amsterdam en overigens al heel lang, tegen wil en dank vermoed ik, het geweten van het nationale euthanasiedebat. Hij heeft genoeg demente ouderen zien sterven, en helpen sterven, om de akelige dingen te kunnen zeggen die bijna niemand horen wil. Dat we nu eenmaal allemaal doodgaan bijvoorbeeld, omdat er ‘anders alleen staanplaatsen over blijven’. – Henk Blanken in de Volkskrant.

‘Vlam in die sneeuw’, nu ook beschikbaar in een prachtige Nederlandse vertaling, omvat niet alleen een aangrijpende liefdesgeschiedenis, maar geeft ook een boeiend beeld van de benauwende politieke en maatschappelijke situatie in het Zuid-Afrika van de jaren zestig. Omdat ze elkaar dikwijls lieten weten waaraan ze werkten, krijgen we ook het nodige zicht op het creatieve proces en de ups-and-downs daarbij.’ – Annemarie van Niekerk in Trouw.

‘Harlan Coben heeft inmiddels 25 boeken (totale oplage: zestig miljoen, in 46 talen) op zijn naam staan. Het is verleidelijk je af te vragen of er ook eens een dip komt in dit oeuvre. Zijn nieuwste boek ‘De verbeelding’ is dat in ieder geval niet. Coben koppelt een fraai mysterie aan een intrigerende hoofdpersoon.’ – Monique de Heer in Trouw.

Onder de mensen is ook het verhaal van verlangens en dromen, over eenzaamheid die niet makkelijk te verschalken is. Over nieuwe kansen en inzichten. Prima romandebuut.’ – Maarten Moll in Het Parool.

‘Het geweld breidde zich als een olievlek uit over China. Luxe goederen, boeken, katten, pagodes, kerken en zelfs graven moesten eraan geloven. Miljoenen mensen werden vernederd, gemarteld, vermoord en soms zelfs opgegeten […] Onder het mom van de Culturele Revolutie vochten menen ook oude vetes uit. Misdadige bendes grepen hun kansen.
[…] Juist in de jaren van de Culturele Revolutie liep menig (wannabe-) intellectueel in het Westen met het rode boekje te zwaaien uit adoratie voor Mao. […] Het kan geen kwaad als al die ex-maoïsten in alle stilte Dikötters trilogie lezen. Als laatste boetedoening en om nog één keer het schaamrood op de kaken te krijgen.’ – Paul van der Steen in Trouw.

‘Het voert allemaal naar een grootse finale, fraai beschreven, zonder franje, in de no-nonsensestijl die we van Indridason gewend zijn. In het toch al imposante oeuvre van de IJslandse auteur is Onland wederom een pareltje. Wie hem nu nog niet kent, lees die man!’ – Rolf Bos in de Volkskrant.

‘In de versie van Guus Kuijer zijn de Bijbelverhalen een feest om te lezen: hij haalt de scènes achter de mythen naar de voorgrond en schrijft dialogen die alledaags zijn, maar die het verhaal een soepelheid geven die het origineel vaak ontbeert. Dan hoor je Chab, de Koning van Israël, verzuchten ‘Ik vind alles best, als het maar gaat regenen’. Alsof een kind uit een van Kuijers Madelief-boeken aan het woord is. Zoals hij veertig jaar geleden de geminachte kinderen bevrijdde uit de autoritaire schema’s van het pedagogisch kinderboek, doet hij dat nu met de Bijbelfiguren.’ – Arjen Fortuin in NRC Handelsblad.

‘Het boek geeft een vermakelijk inkijkje in de literaire wereld, waarin de kwaliteit van een tekst en verkoopcijfers niet veel met elkaar te maken hebben. Waarin kookboeken en thrillers de bestsellerlijsten domineren. Pauline Slot spaart niemand in de literaire wereld, maar ook zichzelf dus niet. Dat is goed.’ – Elke Geurts in Trouw.

‘Empathie en wreedheid gaan hand in hand in de verhalen van Dorthe Nors. Begrip en menslievendheid kunnen zomaar in gruwelijk geweld eindigen. Maar ook kan een reuzentomaat het beginpunt vormen van een ontluikende liefde. Hoewel vrijwel plotloos houden de verhalen je stevig in hun greep. De ene keer gaat het over een tiener, dan over een jager en zijn buurman, dan over een man die denkt een boeddhist te zijn.
[…] De verhalen overdonderen.’ – Jannah Loontjens in de Volkskrant.

“Ik ben geen Grote Schrijver, ik schrijf geen lyrisch of ornamenteel proza, maar ik kan op z’n minst een zo groot mogelijke nauwkeurigheid nastreven. Ik houd van reportage, en dat is de esthetiek die ik beoog. Hoe accurater ik schrijf, hoe dichter ik bij de emotie kom. Ik denk dat ik pas zo laat in mijn leven ben gaan schrijven, omdat ik nooit wist tot wie ik me moest richten. De briefvorm loste dat probleem op: er is een direct geadresseerde, er is een ‘ik’ die gewoon ondubbelzinnig ik mag zijn.” – Chris Kraus in gesprek met Niña Wijers in NRC Handelsblad.

‘Clarice Lispector (1925-1977) was een van de belangrijkste literaire figuren in het twintigste-eeuwse Brazilië, maar ik denk dat ze in Nederland nauwelijks bekend is. Ze was een romancier en schrijver van korte verhalen. Ook schreef ze columns, of liever gezegd ‘kronieken’, zoals de ondertitel deze stukken omschrijft bij het net verschenen De ontdekking van de wereld.
[…] Lispector is haar hele leven ervan doordrongen geweest dat het leven broos is. Het ontdekken van de wereld moet en moet dan ook behoedzaam gebeuren. Die op een bepaalde manier zeker fascinerende voorzichtigheid zie je terug in elk stuk van De ontdekking van de wereld.‘ – Arie Storm in Het Parool.

‘In Nederland is de ‘Braziliaanse Kafka’ niet erg bekend. De verhalenbundel ‘Familiebanden’ (2001) en slechts een roman van haar werden vertaald, ‘Het uur van de ster’ (1988).
Haar korte leven – ze werd 57 jaar – is nu geboekstaafd in een omvangrijke biografie van de in Nederland wonende Amerikaan Benjamin Moser. Wat een belevenis, dit boek! Moser laat geen middel onbeproefd om deze ongrijpbare auteur voor ons toegankelijk te maken.’ – Sylvia Heimans in Trouw.

‘Film en werkelijkheid lopen in ‘Bermuda’ door elkaar heen, maar als lezer ga je mee in de wereld die Basje Boer je voorschrijft. Dat is een grote verdienste van de schrijfster.
Haar stijl is visueel, fantasierijk, grappig en volkomen eigen. Je wilt graag doorlezen omdat je je afvraagt waarheen de zoektocht van Meis in hemelsnaam leidt.’ – Elke Geurts in Trouw.

‘Denis Johnson schrijft het allemaal scherp, bijtend maar ook poëtisch op. Zijn stijl doet denken aan die van de Spaanse schrijver Ray Loriga, die in dezelfde tijd zijn eerste boeken schreef over personages aan de zelfkant van het leven’ – Maarten Moll in Het Parool.

‘Waarom niet nog wat langer? Van mij had het gemogen. Op een zeker moment wil je best eindeloos door blijven lezen. Dat komt door Bakkers rustige vertelstem, zijn bekende franjeloze stijl, maar vooral door zijn humor.’ – Gerwin van der Werf in Trouw.

‘Mooi dat het verhaal van wat voorlopig het Lek van de Eeuw is, is vastgelegd – je vraagt je af waar de twee in godsnaam de tijd en de energie ervoor hebben gevonden, na het uitputtende onderzoeksjaar. Terwijl in de krantenpublicatie de nadruk logischerwijze lag op de onthullingen (35 regeringsleiders en staatshoofden raakten danig in de problemen of verloren zelfs hun baan), gaat het boek ook in op wat de Panama Papers eigenlijk zeggen over onze mondiale samenleving.’ – Bert Wagendorp in de Volkskrant.

Shylock is mijn naam (Shylock is my name) is na Het gat in de tijd van Jeanette Winterson het tweede boek waarmee het 400ste sterfjaar van Shakespeare luister wordt bijgezet. En zoals te verwachten, is het provocerend, scherpzinnig, onderhoudend en op dikwijls grimmige wijze humoristisch.’ – Hans Bouman in de Volkskrant.