BOEKPRESENTATIE

Donderdag 11 februari: feestelijke presentatie van Oberhausen, de nieuwe roman van Maarten Moll
 

Maarten wordt toegesproken door Thomas Verbogt. Inloop 16.30 uur. Aanvang 17.00 uur. Maarten Moll, Uitgeverij Querido en Linnaeus Boekhandel nodigen u van harte uit. Lees meer

de week van het korte verhaal

Woensdag 17 februari: de Avond van het Korte Verhaal met Kira Wuck, Caroline Ligthart, Sylvia Hubers en Bertram Koeleman
caroline ligthart ruud pos 110 Sylvia Hubers Harry van Kesteren 110 bertram koeleman 110 logoRGB
De auteurs dragen voor uit oud, nieuw en kakelvers werk. Het belooft een sprankelende en afwisselende avond te worden!
Aanvang 20.00 uur. Toegang € 5,-. Reserveren info@linnaeusboekhandel.nl, 020-4687192 of in de winkel. Lees meer

BOEKEN IN DE MEDIA

Oberhausen is een wonderlijke roman, soms verwarrend, maar dat is niet erg, omdat het ook over verwarring gaat. Een fascinerende roman, en niet zo’n beetje ook. Niets is alleen maar wat het is. In het begin denk je daar voortdurend over na, maar na een pagina of veertig doe je dat nauwelijks meer, je laat de roman je overkomen en raakt bijna verslaafd aan de kordate zinnen van Maarten Moll, met een heldere stelligheid waar je niet meer onderuit wilt komen. […] Overrompelend is het allemaal, dikwijls ook erg geestig, en ineens kan er ook ontroering zijn. Werkelijk fantastisch.’ – Thomas Verbogt in Het Parool.

‘De verhalen in ‘Noodlanding’ balanceren op de grens tussen hilariteit en troosteloosheid, en het onvermogen tot communicatie schrijnt soms flink. […] Dat Kira Wuck dichter is, verloochent zich ook in deze verhalen niet, taal en beeld zijn scherp gesneden. Voor de tweede keer een daverend debuut.’ – Janita Monna in Trouw.

‘Als Dagboek een monument is, dan in het zonderlinge en beklemmende. En 840 pagina’s tellende kroniek van nederlagen in de liefde en in de letteren, monomaan en claustrofobisch. […] Ondanks het geschamper fascineert het dagboek ook. Niet alleen als de getuigenis van een verstikkend eenzame ziel, maar ook als verslag van de ongelooflijke armoede in de eerste naoorlogse jaren.’ – Erik van den Berg in de Volkskrant.

‘Je kunt blijven citeren uit deze roman. Want behalve een meester van de treffende beschrijving (die een vers geschoren schaap vergelijkt met Aphrodite die uit het schuim verrijst) is Hardy ook de koning van de oneliner. Bij hem is pech ‘een prima opiaat tegen paniek’, beschikt de arme Boldwood ‘wat tact betreft over niet veel meer dan een stormram’, en constateert de verteller dat ‘sommige vrouwen slechts een noodsituatie behoeven om ertegen opgewassen te zijn’.
[…] Ver weg van het stadsgewoel heeft, mede dankzij het gelukkige einde, niet de inktzwarte en meeslepende tragiek van Tess of the D’Urbervilles en Jude the Obscure. Maar het boek geldt terecht als een van de grote liefdesverhalen uit de Victoriaanse tijd. Geen wonder dat het al vijf keer verfilmd werd – vorig jaar nog door Thomas Vinterberg met Carey Mulligan in de hoofdrol. Het is bovendien verstript (als Tamara Drewe, door Posy Simmonds), vertoneeld en zelfs verballet, dus het werd tijd dat er een Nederlandse vertaling kwam. Zodat iedereen kan kennismaken met de dichter-schrijver die hier te lande lang in de schaduw heeft gestaan van zijn populairdere collega’s uit de 19de eeuw.’ – Pieter Steinz in NRC Handelsblad.

Allard Schröder kijkt niet op een toevalligheid meer of minder. Hij is het soort schrijver die het realisme met graagte laat sneuvelen voor een plotseling sterfgeval, een synchrone droom of een spiegeleffect. En een bij wie een goed gecomponeerde zin vóór het tempo van de vertelling lijkt te gaan.
Schröder is een ernstig auteur en we worden dan ook in droom en daad door bossen en langs stilstaand water geleid. Duistere klanken stromen uit de piano. Maar voor een schrijver die verzot is op het sublieme, schrijft hij licht en geestig over de profane kanten van het bestaan op leeftijd.’ – Arjen Fortuin in NRC Handelsblad.

‘Eruditie, praktijkervaring, liefde voor het vak, bescheidenheid, humor en een goede hand van schrijven: het zijn de ingrediënten die van Avonturen in de mens een leerzame en vooral een bijzonder aangename reis maken.’ – Ranne Hovius in de Volkskant.

‘Kosten noch moeite zijn gespaard, en het resultaat is ernaar: een prentenboek om te bewonderen en om te lachen. Bij de neus genomen is daarmee een hoogtepunt in Riphagens werk, en een vernieuwend en vrolijkmakend prentenboek.’ – Thomas van Veen in NRC Handelsblad.

“Na het succes van Io non ho paura [Ik ben niet bang, zijn grote doorbraak in Italië] waar binnen korte tijd anderhalf miljoen exemplaren van werden verkocht, dacht ik bij mezelf: hoe kan ik dit in hemelsnaam nog overtreffen? Ik wist dat ik daar niet aan moest denken, maar ik kon die gedachte niet van mij afzetten. Onmogelijk. Mijn reactie was Zo God het wil, wat misschien wel het meest trieste boek is wat ik heb geschreven. Het was mijn antwoord op de hype die was ontstaan.
Maar ja, dat boek werd ontzettend goed ontvangen. De les die ik eruit trok? Het publiek interesseert me niet meer. Ik schrijf wat ik wil.” – Niccolo Ammaniti in gesprek met Jan-Cees Butter in NRC Handelsblad.

‘Sowieso is het een verademing dat een bestuurskundige als Paul Frissen, in zijn boek Het geheim van de laatste staat, er niet voor terugdeinst om naast politiek-filosofische ook literaire bronnen aan te boren om zijn ‘kritiek van de transparantie’ te verwoorden. Frissen wil ‘het afschuwwekkende karakter tonen van een volledig transparante wereld en het belang, de heilzaamhed en schoonheid van het geheim laten zien.’ – Stephan Sanders in de Volkskrant.

“Ze hebben hier in het Hilton Hotel alles na de dood van Herman zo mooi gedaan, met dat condoleanceregister voor al die fans. Duizenden rouwende mensen mochten afscheid nemen van Herman. Onze dochter Holly zat in de buurt op school. Ik kwam hier toch al elke ochtend langs. Nog steeds als ik voorbij rijd, kijk ik altijd even omhoog. Altijd. Het is voor mij geen nare plek.
Echt… Als je daarboven op het dak staat… Dat je denkt: ik ga nu springen, dat vind ik onbegrijpelijk. Ik wilde die lange weg naar boven voelen. En zien wat hij zag, vanaf het dak. Je ziet ons huis dus, daarboven. Waar wij woonden, met onze drie dochters.” – Xandra Brood in gesprek met Steffie Kouters in de Volkskrant.

Het is bijzonder een thriller te lezen waarin de reis naar de ontknoping zoveel belangrijker is dan de oplossing zelf. Het boek draait meer om het rondhangen op het politiebureau met de clandestiene drankautomaat op zolder en de witte kat op het kopieerapparaat. […] Bij Vargas is de reis het doel en ook deze is weer prachtig en nodigt uit tot het herlezen van de gehele, unieke Adamsberg-reeks.’ – Robert Gooijer in NRC Handelsblad.

“Na mijn werk als copywriter ga ik op de bank zitten met de tv aan en de laptop op schoot. Meestal schrijf ik dan tamelijk makkelijk zo’n 500 woorden in een uurtje. Ik heb verder geen rituelen. Van een bevriende schrijver, Thijs de Boer, leerde ik een tip van Ernest Hemingway. Die zegt dat je moet stoppen na 500 woorden, liefst midden in een scène, zodat je de volgende dag meteen door kunt waar je gebleven bent. Die beperking werkt goed voor mij.” – Walter van den Berg in gesprek met Haro Kraak in de Volkskrant.

“In Zimbabwe zijn het allemaal fuckers, van welke politieke partij ook – sorry dat ik het zo zeg. Het enige verschil is: je hebt hufters met macht en hufters zonder macht. Ik ben in Zimbabwe cynischer geworden wat de politiek betreft. Ik koester niet langer de illusie dat tegenstanders van Mugabe oké zijn.” – Petina Gappah in gesprek met Toef Jager in NRC Handelsblad.

‘Zelfs dit vroege werk van Angela Carter is gelaagd, sexy, cerebraal en meerduidig. Bij herlezing komt het tijdloos over, vernieuwend zelfs. Wellicht over honderd jaar weer eens.’ – Julie Phillips in Trouw.

‘Van den Brink is goed in het beschrijven van wat voorbij is; hij schrijft een stemmig, sfeervol proza. Zijn romans spelen zich ergens af, zijn personages praten in een omgeving met elkaar, ze denken na in een decor, in interieurs, ze lopen rond door Amsterdam. Die ruimte wordt met precisie vastgelegd. […] Hoe dan ook zorgt dit ervoor dat er een concrete wereld wordt vastgelegd, iets waar je je als lezer aan kunt vasthouden en waar de personages zich aan kunnen vastklampen.’ – Arie Storm in Het Parool.

“Het is een fout om te denken dat wat op internet gebeurt, geen echte consequenties heeft. Mijn boek laat keer op keer zien dat echte levens worden geruïneerd als iemand online wordt geruïneerd. Ik heb dan ook geen boek geschreven over Twitter, maar over menselijk gedrag. Hoe gaan we om met fouten die mensen maken? Zo’n tweet van Justine Sacco is een kleine fout binnen de context van een goed leven. Dan verwacht je mededogen, empathie en nieuwsgierigheid. Maar we vertonen kuddegedrag en oordelen hard. Mensen worden afgerekend op basis van een splinter van hun leven. En bedrijven verdienen daarmee.” – Jon Ronson in gesprek met Lex Boon in Het Parool.

‘En Wigman, dichter met vooral oog voor wat verdwijnt – ‘De zon was mij nooit opgevallen als hij niet / steeds onderging’ -, klinkt haast lyrisch als hij ziet hoe mooi een ‘onweer’ in augustus is of ‘zes moegedraafde paarden in de zon’. De oefening in de dood, brengt verzoening met het leven.’ – Janita Monna in Trouw.

‘De 64-jarige Bill Bryson publiceerde twintig jaar geleden al een hooggeprezen boek over Groot-Brittannië, ‘Een klein eiland’, waaruit ook een even goed ontvangen tv-serie voortgekomen is. Voor zijn nieuwe boek heeft hij opnieuw het hele land doorkruist, van Cornwall in het zuidwesten tot Cape Wrath in het noorden van Schotland. Hij beschrijft op welke punten het land in die twee decennia vooruitgegaan is en waar het verder mis is gegaan. Het is verrukkelijk leesvoer.’ – Co Welgraven in Trouw.

‘Uit alles in deze melancholieke roman blijkt dat de verteller op zoek is naar zichzelf, omdat hij, net zoals zoveel anderen, de waarheid over zichzelf niet kent. Tegelijkertijd is hij een pokerspeler, die grote risico’s heeft genomen. Daardoor is hij weliswaar een succesvol zakenman geworden, maar kent hij geen liefde en intimiteit. Als hij eenmaal tot rust is gekomen en zijn adresboek doorneemt, dient die waarheid zich op volle kracht aan en komt hij tot inkeer. Het is die verkrampte toestand, die Mysliwski ongelooflijk goed weet te beschrijven en die van De laatste hand zo’n rijk boek maakt.’ – Michel Krielaars in NRC Handelsblad.

‘De verhalen zijn alles tegelijk. Geestig, absurd, lief, vervreemdend en zowel literair als toegankelijk. Ze inspireren bovendien. Niet alleen de lezer, maar ook illustratoren.’ – Marjon Kok in Het Parool.

‘Hoewel de verstaanbaarheid niet vooropstaat in de poëzie van Astrid Lampe, schreef ze met De Taiga Zwijntjes een pamflet vóór de poëzie en tegen de vervlakking in de kunstwereld. (…) Het is goed dat er dichters zoals Lampe zijn die laten zien wat taal nog méér kan zijn. Of zoals ze het zelf in de bundel verwoordt: ‘het maakt niet uit op welke bladzijde je me oppikt’.’ – Dieuwertje Mertens in Het Parool.

‘Hoe moet het verder met die nog hoofdzakelijk door ingewijden gekoesterde kunstvorm, die ‘evenzeer deel uit zou moeten maken van ons collectief bewustzijn als de dichtkunst van Shakespeare en Dante, de schilderijen van Van Gogh en Pablo Picasso en de romans van de zusters Brönte of Marcel Proust’?
Voor het antwoord heeft Bostridge vijfhonderd stevig doortimmerde pagina’s uitgetrokken, die ondanks het pessimistische vertrekpunt uitmonden in een meeslepend, vele vakgebieden doorkruisend pleidooi voor het kunstlied en de daarin opgetaste cultuurhistorische schatten.’ – Erik van den Berg in de Volkskrant.