Feestelijke boekpresentatie

Donderdag 25 augustus in Linnaeus Boekhandel: feestelijke presentatie Bloed krijg je er nooit meer uit, de nieuwe roman van Philip Snijder
Philip Snijder Jan van Breda a  bloed krijg je er nooit meer uit 1
Aanvang 17.00 uur. Inloop vanaf 16.30 uur.
Philip Snijder, Uitgeverij Atlas Contact en Linnaeus Boekhandel nodigen u van harte uit. Lees meer

Onze vakantietips 2016

meisjes  liefde in mindere mate  als het lot lacht   9789046820315.pcovr.01.kleinleven.indd  gelukkigen

Linnaeus leest overal
Vakantie en boeken zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als ik op vakantie ga, neem ik altijd veel te veel boeken mee om dan alsnog in de plaatselijke boekhandel een stapel nieuwe aan te schaffen. Het zou me toch maar gebeuren om zonder een boek te komen zitten! Mijn leeslust zorgt wel voor logistieke problemen: zonder auto kom ik nergens, en een fietsvakantie lukt me alleen als ik een aanhangwagentje voor mijn leesvoer heb. Vliegen loopt qua bagagekosten de spuigaten uit.   Lees verder 

BOEKEN IN DE MEDIA

‘Cohen is op zoek naar het hart van het geheim en iedere herinnering die hem dichter bij het hart van het geheim brengt, doet pijn: ‘Dit boek bestaat uit herinneringen en, in veel grotere mate, uit stilte, lacunes en vergetelheid.’ De stilte in dit meesterwerk is oorverdovend.’ – Guus Luijters in Het Parool.

‘Aan het einde van zijn lijdensweg zocht Van Gogh houvast en geborgenheid in zijn werk. Hij keerde terug naar zijn wortels en tekende onderwerpen van vroeger: gearmde paren, harde werkers en zaaiers. “Hij had graag een vrouw gehad en was gefascineerd door harde werkers, omdat zij net zo door het leven ploegden als hij. Van Gogh was een gevoelig, kwetsbaar en geremd mens met een laag zelfbeeld. In zijn kunstenaarschap voelde hij zich weinig gezien, ook door Gaugain, terwijl hij juist zo verlangde naar erkenning. Misschien zag hij zichzelf ook als zaaier, in die zin dat zijn schilderijen zaadjes waren die nog tot bloei moesten komen.” – Esther Villerius in gesprek met analytisch tekentherapeut Wanda Dondorp in Het Parool.

‘Hoewel ze autobiografieën een zwaktebod vindt, schreef ze De geest geven, ‘om het verhaal van mijn kinderjaren en mijn kinderloosheid de baas te worden en mezelf te lokaliseren’. Eigenlijk is dit schitterende memoir toch een roman geworden waarin uit een hypergevoelig meisje een schrijfster groeit die haar lezers met gemak manipuleert. ‘Dertig jaar geleden droomde ik een keer dat ik bijen at, en tot op de dag van vandaag herinner ik me hun melkchocolade-achtige smaak, en de textuur van licht gebakken kalfslever’. Je gelooft haar ook nog. – Aleid Truijens in de Volkskrant.

‘Gruwelscènes, een ander kenmerk van deze schrijfster, ontbreken ook niet in dit vlotlezende boek. Zo is de keel van Dale doorboord door de pin van een deurknop ‘die als een schroef uit Hardings vlezige speknek stak’. De fans zullen ervan smullen.’ – Harriët Salm in Trouw.

‘De Odyssee is nog steeds een ijzersterk verhaal, ook in deze nieuwe vertaling van de Vlaamse classicus en dichter Patrick Lateur (1949). Hij heeft, net als in zijn vertaling van de Ilias (2010), gekozen voor vijf jamben per regel, zonder rijm, omdat ‘het jambische ritme het dichtst bij onze natuurlijke gesproken taal ligt’, zo zegt hij in zijn toelichting.
Lateurs vertaling leest soepel en vlot. De brede versregels van Homeros zijn vervangen door korte. Er zit veel vaart in, met af en toe mooie ritmische versnellingen en vertragingen.’ – Guus Middag in NRC Handelsblad.

“Ik heb genoeg mensen als u en ik gezien. Ik ben geïnteresseerd in menselijke geschiedenissen. Hoe moet je leven, hoe moet je weerstand bieden aan het leven? Mijn laatste film Une enfance was ook heel simpel. Je neemt een kind en zet het in een moeilijke omgeving. Hoe slaagt het erin het hoofd boven water te houden, kind te blijven? Door kleine stukjes geluk te grijpen. Het spectaculaire interesseert me niet, dat is te gemakkelijk. Wat mij interesseert, dat zijn de details van ons leven.” – Philippe Claudel in gesprek met Peter Giesen in de Volkskrant.

‘Kurniawans reputatie groeide met de jaren. Binnen de Indonesische literatuur geldt hij als dé opvolger van Pramoedya Ananta Toer. Zijn werk zou beïnvloed zijn door de ‘Mahabharata’ en de ‘Canterbury Tales’. Critici vergeleken hem met Gabriel García Márquez en Salman Rushdie.
Als dit ratjetoe aan namen iets zegt over Kurniawans werk, dan wel dat het lastig in een hokje te plaatsen valt. ‘Schoonheid is een vloek’ bevat geschiedenis en magie, folklore en satire. Het is evengoed een fantastische familiesage als een kritisch commentaar op de geschiedenis van Indonesië.’ – Emilia Menkveld in Trouw.

‘Ondanks talrijke ontmoetingen hield Winkels afstand tot De Magere. Anders dan een paar andere Nederlandse journalisten pronkt hij niet met zijn rol. Winkels vleit niet, maar schrijft, eerlijk, goed geïnformeerd en met een feilloos instinct voor de betere anekdote en het curieuze detail.’ – Paul Onkenhout in de Volkskrant.

‘Een koene daad om Irgard Keuns kleinood weer beschikbaar te maken in het eerste land dat haar boeken onderdak verleende toen ze in Duitsland verboden waren.’ – Arjan Peters in de Volkskrant.

‘Maar boven alles is het een weemoedig boek, doortrokken van verlangen naar een tijd waarin alles nog mogelijk was, dat bovendien veel leert over Hemingway’s opvattingen over het schrijverschap. ‘Bij het schrijven bestaan er ook veel geheimen. Niets is ooit verloren en het maakt niet uit hoe het zich soms laat aanzien, en wat weggelaten is zal zich altijd tonen en bepaalt de kracht van wat er nog wel staat.’ Parijs is een feest is een feest.’ – Wilma de Rek in de Volkskrant.

Vuurland is eigenlijk van alles in één: een spannend jongensboek, een liefdesroman, een oorlogsdocumentaire met slapstick-taferelen en een eerbetoon aan het Zeeuwse landschap. De vraag is natuurlijk, na twee bijzondere romans over een Zeeuwse boerenzoon, of Oosthoek nog meer moois onder de pet houdt.’ – Janet Luis in NRC Handelsblad.

“Naast bijzondere individuele gebeurtenissen als geheime verhoudingen, een buitenechtelijke dochter, psychische klachten of geldproblemen, heeft het onderzoek me nieuwe inzichten in het leven van de zussen Van Gogh opgeleverd.
Van de psychiatrische problemen van Vincent wisten we, maar veel minder van die van Willemien. Toch blijken die al vroeg opgemerkt door haar vader. Of de bijzondere eigenschappen van Lies, zijn middelste dochter. Hoewel niemand haar poëzie kon waarderen, heeft ze zich haar leven lang dichteres genoemd. Ze was eigenzinnig en op zichzelf, verwachtte veel aandacht van anderen, maar wilde er weinig moeite voor doen. Enerzijds was ze serieus en vasthoudend, maar als jong meisje was ze beïnvloedbaar en geneigd tot uitgaan. Anna, de oudste, kon geplaagd worden door onrust. Ze had een drang om te verhuizen en om schoon te maken, net als haar moeder. Je komt dicht bij een gezin waarin Vincent, tot na zijn dood een prominente rol inneemt. Dat is toch interessant? De zussen waren zelfs de reden dat hij Nederland heeft verlaten.” – Willem-Jan Verlinden in gesprek met Carel Helder in de Volkskrant.

“Lezers zeggen soms dat het boek eigenlijk over andere dingen gaat: het leven, vriendschap, politiek, opgroeien, liefde. Dat is misschien wel zo. Maar daar had ik niet over kunnen schrijven zonder het surfen. Dat stelde me in staat over mezelf te schrijven. Mijn uitgever heeft me gevraagd nóg een autobiografisch boek te schrijven, omdat dit zo’n succes heeft. Hij vroeg of ik nog een andere hobby had. Maar nee. Ik schrijf geen boek meer over mezelf. Ik stort me nu weer in de internationale politiek. Dat zijn belangrijke zaken.” – William Finnegan in gesprek met Arie Storm in Het Parool.

“Ik ben eerlijker gaan schrijven, minder pleaserig. Ik wil niet meer schrijven met de rem erop, rekening houdend met mensen die over mijn schouder meekijken. Zo heb ik het wel lang gedaan. Dan maakte ik een leuk zinnetje over iemand en schrapte ik het weer omdat ik dacht: dat kan echt niet, stel dat diegene het leest! Schrijven is natuurlijk therapie. Het gaan uiteindelijk over jezelf en je omgeving.
[…] Ik schrijf voor mezelf en ben blij als het me lukt om mijn verhaal en subthema’s te vervlechten tot een geheel. Maar áls ik voor iemand schrijf is het wel die vrouw uit de provincie die ongelooflijk veel zin heeft in mijn nieuwe boek en er voor haar zinvolle dingen uithaalt. Dát is voor mij de lezer, niet die intellectueel bij café de Zwart. Ik wil de krachtige, vrouwelijke stem laten horen, ook in mijn columns.” – Sakia Noort in gesprek met Carolina Lo Galbo in de Volkskrant.

‘Iets ter grootte van het universum is een uitermate treurig boek vol dode geliefden en voor altijd verdwenen voorouders. Stefánnson weet als geen ander het unieke in elke liefdesgeschiedenis te vatten. De schrijver schetst heftige scènes, momenten in het leven waarop mensen elkaar bovenmatig liefhebben. Maar de tijd doet die liefde verbleken, de gelukkige scènes dienen gaandeweg als contrast met de dagelijkse sleur.’ – Sofie Messeman in Trouw.

‘De mensen die De Bruyne ontmoet zijn stuk voor stuk fascinerend. Gaandeweg ontwikkelt We moeten gaan zich tot een uniek boek. Niet alleen in onderwerp, maar ook vanwege het subtiele evenwicht dat De Bruyne weet te vinden tussen goed en kwaad. Daarbij schetst hij een mooi en warm portret van de Nederlandse gemeenschap in dat ‘foute’ Rhodesië. Een gemeenschap die vanzelfsprekend meewerkte aan de onderdrukking na de zwarte meerderheid.’ – Marcel Hulspas in de Volkskrant.

‘In sobere taal, kalm en met een kinderen eigen soort berusting, zoomt Gerlach in, precies zo dat het pijn doet.’ – Janita Monna in Trouw.

‘Dat volkomen registrerende schrijven van Koubaa geeft de roman in het begin iets wezenloos. Het is alsof je een toegewijd, maar niet erg begeesterd reisverslag leest. Maar dit alles heeft een doel, zo blijkt, en voor wie geduldig leest, opent zich een schatkamer.’ – Arjen Fortuin in NRC Handelsblad.

‘De verschijning van Goudzand is een groot moment in de Nederlandstalige literatuur. Dat klinkt vreemd, over een boek van een Russische schrijver die met zijn hele ziel en zaligheid was verbonden met zijn vaderland. Maar waarom zou een vertaling eigenlijk níét tot de Nederlandstalige literatuur kunnen behoren – als de vertaler erin is geslaagd de schoonheid van het oorspronkelijke werk niet alleen te bewaren, maar het tegelijkertijd om te vormen tot een Nederlandstalig kunstwerk? Een kunstwerk dat zelfs voor Rusland nieuw is en dat het verdient de wereld te veroveren, geschapen door Konstantin Paustovski, geproduceerd door Wim Hartog.’ – Bert Wagendorp in de Volkskrant.

‘Het is niet bepaald het eerste prentenboek dat de dood voor kleuters behapbaar probeert te maken. Maar het geslaagde aan Davies’ verhaal is dat hij nergens over sterven schrijft en kinderen dus vrij laat in hun interpretatie. Zij kunnen de metafoor voor het omgaan met verlies oppikken of het verhaal aanhoren als een fantasierijk avontuur over een opa die liever op een paradijselijk eiland gaat wonen.’ – Bas Maliepaard in Trouw.

‘Het werd een aanstekelijk en – niet onbelangrijk- zeer toegankelijk boek, dat dolende zielen voor de poëzie kan winnen. En dat is nodig, schrijft Deckwitz in haar inleiding, want we leven in een tijd waarin ‘media en politiek uitblinken in het rondbazuinen van holle frasen’, reden genoeg om “beter te leren lezen, beter te leren luisteren naar wat er nou echt wordt gezegd, wat er nou echt staat”. – Janita Monna in Trouw.

‘De vier mannen worden dermate van vlees en bloed, hun dierbaren zo dierbaar, dat het moeilijk blijkt hen na de zevenhonderd pagina’s te laten gaan.
Een boek vol pijn, bij tijden hartverscheurend.’ – Marjolijn de Cocq in Het Parool.

‘(…) hij treedt de kunstwerken die hij ziet steeds als een vreemdeling tegemoet: niet als kenner, maar als de observator die veinst even argeloos te zijn als de mensen voor wie hij schrijft. Ergens schrijft Nooteboom dat hij altijd bang is dat er een kunsthistoricus achter hem staat die hem betrapt op domme uitspraken of gedachten. Die bescheidenheid neigt soms wat naar koketterie, want Nooteboom zorgt er wel degelijk voor dat hij weet waarover hij schrijft.
Maar het wérkt. In de nu verschenen verzameling Wat het oog je vertelt. Kijken als avontuur fungeert Nooteboom als prettig gezelschap dat een leegte middenin een ets van Tiepolo kan aanduiden als een Big Bang.’ –  Arjen Fortuin in NRC Handelsblad.

‘De charme van ‘t Harts verhalen schuilt niet alleen in een geslepen afwisseling van ernst en humor, van plechtige woorden en straattaal, of in een amusant spel met zijn bekendheid. De aantrekkingskracht van deze Zuid-Hollandse lotgevallen zit vooral in de levenslust die eruit spreekt, in de liefde voor alles wat groeit en bloeit, in het gulzige openstaan voor alles, in weerwil van zijn calvinistische afkomst. De ‘t Hart die uit De moeder van Ikabod oprijst is een montere, onvermoeibare levensgenieter, die op één existentiële vraag nog altijd geen passend antwoord heeft weten te verzinnen: wat moeten we aan met onze sterfelijkheid? Dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat hij, hoe afvallig ook, nog geregeld in een kerk te vinden is, zij het officieel alleen als organist.’ – Janet Luis in NRC Handelsblad.

‘In Wisseling van de wacht, het derde en – helaas, helaas – laatste deel an de reeks rond de geschikte speurneus Bill Hodges, breng Stephen King de sinistere schurk Brady Hartsfield uit deel 1, Mr. Mercedes, terug. En hoe!’ – Rolf Bos in de Volkskrant.

“Inmiddels heb ik me met mijn cultuur en mijn Siciliaanse achtergrond verzoend en geniet ik zelfs van mijn positie als buitenstaander. Ik ben een Siciliaanse, een Italiaanse, een Nederlandse en een Europese. In feite besta ik uit verschillende, door elkaar lopende laagjes. Als een goede tiramisu.” – Daniela Tasca in gesprek met Nicole Lucas in Trouw.

“Meisjes en vrouwen worden als object gezien en internaliseren dat. Hun wordt ook geleerd om voorrang te geven aan andermans gevoelens. Je bent niet wat je zelf denkt dat je bent, maar wat anderen over je denken. Zo leer je jezelf niet te vertrouwen. Je wacht eerst op informatie van de buitenwereld voordat je handelt. in plaats van te geloven in je eigen gevoelens over jezelf. En als je al autonoom handelt is dat in de context van een object zijn. Je kunt niet de ster van je eigen leven zijn.” – Emma Cline in gesprek met Haro Kraak in de Volkskrant.

Hoogmoed is vanuit een grote concentratie geschreven; je merkt aan alles dat Hemker zich er flink voor heeft ingezet om een wezenlijk, tragische kant van het menselijke bewustzijn in een roman te vatten.
[…] Onmodieuze, ogenschijnlijk kalme literatuur die de geduldige lezer nog dagen zal achtervolgen.’ – Sebastiaan Kort in NRC Handelsblad.

‘Een zomers, vrolijk en zeer expressief boek. Recepten die je in geen enkel ander boek terugvindt. Dus had u al een tijdje plannen om het eens over een heel andere boeg te gooien in de keuken, ga dan de komende tijd koken volgens Calombaris.’ – Jonah Freud in Het Parool.