BOEKEN IN DE MEDIA

“De ananassen die in Nederland in de winkel liggen zijn nooit perfect. Omdat ze verscheept moeten worden, worden ze al geoogst voordat ze rijp zijn. Een rijpe ananas kan niet twee weken op een boot liggen en daarna nog een tijdje in de supermarkt. Anders dan bananen of mango’s rijpen ananassen na de oogst niet na. In Nederland eten we dus altijd onrijpe ananas, die te hard en te bitter is. Ik koop nog weleens een exemplaar, omdat het zo mooi staat op de fruitschaal. De smaak valt altijd tegen.” – Lex Boon in gesprek met Vivian de Gier in het Algemeen Dagblad.

“Wat ik mooi vind aan religie is dat daar plek is voor mysterie, voor het niet-weten. Ik denk dat er waarde schuilt in het accepteren van niet-weten. Ik vind dat moeilijk, ik ben van nature een meer controlerend type – als ik een obstakel tegenkom, probeer ik er gewoon doorheen te rammen. Dat is denk ik de bron van een deel van mijn succes; ik geef niet snel op. Maar het is misschien gezonder het leven met al zijn onvoorspelbaarheden meer te accepteren.” – Chloe Benjamin in gesprek met Anne van Driel in de Volkskrant.

‘Het boek zit vol met pakkende vergelijkingen, zoals van zijn geest als een grote kast met lades waarin allerlei herinneringen gestopt zitten en die opengaan wanneer hij gaat schrijven, of van zijn auteursvrijheid als die van een vlinder. Het heeft iets verfrissends om een romanschrijver van wereldklasse zo nuchter over diens beroep te lezen.’ – Ype de Boer in de Volkskrant.

‘Over deze familie kunnen behoorlijk wat verhalen verteld worden. Verhalen die dankzij de treffend ironische vertelstem buitengewoon grappig zijn bovendien. Ieder die weleens tijd met zijn familie doorbrengt, zal iets herkennen van de fnuikende dynamiek die Zandwijk zo smeuïg opdient.’ – Bo van Houwelingen in de Volkskrant.

‘Knappe, intrigerende roman.’ – Dries Muus in Het Parool.

‘Deze indringende en ontroerende roman – het zoveelste pareltje in zijn omvangrijke oeuvre – roept weer eens de vraag op wanneer Lobo Antunes nu eindelijk eens de Nobelprijs krijgt. Er zijn niet zoveel schrijvers die op zo´n volstrekt eigenzinnige manier de condition humaine in kaart weten te brengen.’ – Alle Lansu in Trouw.

Grand Hotel Europa deinst nergens voor terug, wil imponeren en imponeert. Het is die grote-grotere-grootste greep die de roman tot een verbluffend meesterstuk maakt. Het is bovendien een heerlijk boek, dat je leest met een gretigheid die almaar koortsachtiger wordt. Pfeijffer ving de tijdgeest en dient hem onweerstaanbaar op. Hij heeft de roman van het jaar geschreven.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘Gruwelijkheid en luchtigheid wisselen elkaar niet zozeer af, maar trekken samen op in Mijn zusje, de seriemoordenaar. Het boek is een merkwaardige kruising tussen een psychologische roman, een thriller, en een ogenschijnlijk gewetenloze film noir in de sfeer van Quentin Tarantino. En net als bij Tarantino zit de spanning niet in het absurde verhaal, maar in de verhouding tussen de personages.
[…] Het is een knap staaltje: als lezer ligt je sympathie bij een seriemoordenaar die bij het minste of geringste, en met steeds meer vanzelfsprekendheid, een mes in menig man steekt.’ – Toef Jaeger in NRC Handelsblad.

De akte van mijn moeder is in de eerste plaats een fascinerende roman, wat blijkt uit het feit dat Forgách in de eerste tweehonderd bladzijden van zijn boek allerlei situaties die hij niet zelf heeft meegemaakt met zijn verbeeldingskracht invult. Alles lijkt min of meer waargebeurd, wat versterkt wordt door de mengeling van de nuchtere verteltoon en de fragmenten uit de dossiers van de geheime politie die hij voor zijn boek mocht bestuderen. Uit die soms buitengewoon onhandig geformuleerde politierapporten krijg je een genuanceerd beeld van het kalme geniep waarmee het communistische regime zijn tegenstanders uitschakelde.’ Michiel Krielaars in NRC Handelsblad.

‘Een rijk, maar vooral speels en briljant samengesteld boek met veel kleurrijke getuigenissen.’ – Atte Jongstra in NRC Handelsblad.

‘Deze biografie van de invloedrijkste politicus van Herrijzend Nederland is behalve een levensbeschrijving ook een meeslepende documentaire van het sociaaleconomisch en monetair beleid in de jaren vijftig, zestig en zeventig. Een prestatie van formaat.’ – Meindert Fennema in NRC Handelsblad.

‘Een onthutsend mooi fotoboek. […] Een waardige opvolger van de Arjen Bronkhorsts klassieker Grachtenhuizen.’ – Arno Haijtema in de Volkskrant.

‘In weinig woorden weet Münstermann een bizar maar volstrekt geloofwaardig inferno op te roepen.’ – Bo van Houwelingen in de Volkskrant.

‘Behalve moed zit er meer opmerkelijks in dit kleine, elliptisch geschreven, uitgebeende boek van de Oostenrijkse kinderpsychiater Paulus Hochgatterer (1961), en dan doel ik op de vorm en de taal. Alle gebeurtenissen hebben haast iets absurdistisch in hun realisme, en alles speelt zich af op het Oostenrijkse platteland. Wat er wordt verteld bezit tegelijkertijd een nachtmerrieachtige kwaliteit door zijn onvolledigheid, een beetje rafelig, zoals anekdotes en verhalen door kinderen verteld en onthouden worden, met het onvolkomen zicht op het hele spectrum.
[…] Je kunt argumenteren dat er wel heel veel in dit kleine boek versleuteld is, misschien iets te veel, en dat de schrijver zichzelf en zijn lezers wel erg kort houdt. Je moet het eigenlijk twee keer lezen. Maar dan heb je een erg mooi kleinood in handen – en het inzicht dat het misschien altijd moet gaan om al die dagen dat iemand ergens even een held is.’ – Jessica Durlacher in de Volkskrant.

‘Een feest dus, deze zwierige opfrissing van het bestaande verhaal, wat in niet geringe mate te danken is aan de illustraties: elk van de achttien hoofdstukken is door een andere tekenaar geïllustreerd. Dat biedt een aardige staalkaart van de belangrijkste gevestigde Nederlandse illustratoren: van de intense eenvoud van Annemarie van Haeringen tot woeste dubbelzinnigheid bij Sylvia Weve en weergaloos clair-obscur van Thé Tjong-Khing. Zo veel sterren naast elkaar, dat leverde wonderwel géén ratjetoe op, wat denkelijk toch vooral te danken is aan de eeuwenoude vos, telkens het stralende middelpunt, en in elke beeltenis weer sluw op geheel eigen wijze. Onverslaanbaar, onweerstaanbaar.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

Heterdaad is een buitengewoon geslaagde satire.’ – Iris Hannema in de Volkskrant.

“Ik begin te schrijven, en ben nieuwsgierig naar wat er komt. Ik weet tevoren niet wat de laatste zin zal worden. Zou ik dat wél weten, dan is het als bij een schroefje dat te vaak is aangedraaid; dan wordt het lam. Van de 25 keer draait het 24 keer niet op een goede tekst uit, bij mij. Maar die ene keer is het raak.
Aan schrijvers wordt vaak gevraagd: ‘Waarom schrijf jij geen roman?’ Of ze zeggen: ‘In zo’n stukje van jou zit een roman van 375 bladzijden verborgen.’ Daar heb ik dan geen antwoord op, zoals op de meeste vragen van de meeste mensen. Maar ik zit dan wel op een wedervraag te broeden, en die komt er in zo’n stukje uit: ‘Waarom doet een romancier niet wat meer moeite, want dan kan hij een subliem miniatuurtje van 375 woorden maken.’
Ik weet het: kort proza, en zelfs korte verhalen zijn commercieel niet interessant. Maar het is zo’n mooi genre. Mensen kunnen onderweg naar hun werk of ergens in een rij een paar verhaaltjes lezen, en hebben dan de rest van de dag om er af en toe aan te denken.” – Sylvia Hubers in gesprek met Arjan Peters in de Volkskrant.

‘Wat Gulliksen zo meesterlijk voor elkaar krijgt is op een of andere manier een analytische afstand nemen – van dat wat iedereen kent – zonder dat het verhaal inboet aan intimiteit. Hij leidt zijn lezers aan een warme hand van het universele het particuliere in (‘een’ huwelijk, niet ‘het’). Want dat Grote Verhaal van de Liefde kennen we wel.
Wat het geheel karakter geeft is ook het waanzinnige stilistische vernuft van de auteur. Gulliksen heeft van Jon goddank een schrijver gemaakt; hij schrijft vanuit zichzelf, aan zichzelf, vanuit zijn oudste zoon, vanuit en aan Japie. Hij schrijft brieven, dialogen, monologen. Al die tijd blijft de vertelling soepel. Geen gekunstelde stijlpuzzel, maar een liefdevol, slim, stekelig en soms zelfs droogkomisch relaas.’ – Roos van Rijswijk in NRC Handelsblad.

Laura H. is niet het eerste boek over het leven onder IS, maar niet eerder las ik zo’n onthutsend en gedetailleerd verslag over de hopeloosheid van het bestaan in het kalifaat, zelfs voor haar fanatiekste aanhangers. Voor zowel leken als kenners biedt Laura’s leven daarom een unieke blik op de keiharde werkelijkheid van de terreurorganisatie.
[…] Laura H. is het beste journalistieke werk op dit gebied tot nu toe. Rueb heeft op basis van puik onderzoek een meeslepende journalistieke thriller geproduceerd. Het is nu wachten op de verfilming.’ – Maarten Zeegers in NRC Handelsblad.

“Ik vraag, zeker in het begin van het boek veel van de lezer. In deze tijd is alles instant, snel, snel, snel. Maar voor dit boek vraag ik tijd en geduld. Net als de brug is dit een bouwwerk. Het is geen gemakkelijk verhaal, je moet er je best voor doen en zoals in het gewone leven: soms moet je wachten voor je krijgt wat je wil. Ik wil de lezer vragen: vertrouw me. Als je het geduld hebt te wachten tot de geheimen zich ontvouwen, word je daarvoor ook rijkelijk beloond. Het is een boek met een groot hart en een boek met een goed hart.” – Markus Zusak in gesprek met Marjolijn de Cocq in Het Parool.

‘Na Het raadsel van alles dat leeft, over evolutie (2013), en Het wonder van jou, over het menselijk lichaam (2015), sluiten Jan Paul Schutten en illustrator Floor Rieder hun schitterend vormgegeven non-fictietrilogie grandioos af met Het mysterie van niks. Wat maakt dat dit duo tot de absolute top van de Nederlandse non-fictie behoort?
[…] Filmisch schakelend van oerknal naar verre toekomst, van bomen die groeien van de gassen die wij uitademen naar hoe het ijzer in ons bloed ooit in een supernova is ontstaan, vertellend over bizarre elementen die pas op het laatste moment besluiten of ze een golf of een deeltje willen zijn en hoe dimensies werken, laat hij voelen wat niet valt te begrijpen.
Gelukkig is het afsluitende hoofdstuk over mensen die na het lezen van de snaartheorie toch weer in God gaan geloven, niet meer dan een respectvol opstapje. Schutten weet daarna zelfs de theorie dat die prachtige wereld van ons volledig door toeval is ontstaan, aannemelijk te maken. Het mysterie van niks is daarom niet alleen grappig en knap, maar ook hoogst relevant.’ – Pjotr van Lenteren in de Volkskrant.

‘Martine Bijl had een hersenbloeding. Vanaf dat moment stond haar hele wezen op losse schroeven. Ze schrijft erover in Rinkeldekink, een verbluffend boekje. Integer en spitsvondig, negens larmoyant: Bijl kan licht verwoorden wat loodzwaar is. En juist daardoor komt het binnen. Het is weinigen gegeven zó over persoonlijk leed te schrijven.’ – Judith Eiselin in NRC Handelsblad.

‘Een prachtbloemlezing. […] Op haar best schrijft Berlin scènes in filmische telegramstijl. (‘De broers gingen staan, omhelsden elkaar, en toen zaten ze daar zwijgend met z’n drieën. Het vuur. Regen tegen de ruiten.’) Ze laat huwelijken stranden in één eloquente alinea, roept feesten op in zinnen die swingen als lome jazzsolo’s. Maar bovenal geeft ze je het gevoel dat je al die nauwkeurig beschreven momenten – mooi, pijnlijk of ongemakkelijk – niet leest, maar lééft. Welke er uit haar eigen leven gegrepen zijn, doet er dan niet meer toe. Zolang haar stijl ze maar levensecht maakt, ware verhalen in de ware betekenis van het woord.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

“Ik denk het liefst in grote projecten en cycli. Dat bewonder ik ook in andere schrijvers. Neem Proust of Joyce, de grootsten van de vorige eeuw, en niet toevallig scheppers van omvangrijke werken. Ik wil graag verdwalen in het gangenstelsel van een oeuvre. Daarom heb ik van meet af aan geprobeerd om veel en divers te schrijven. Maar nu ik een eind op streek ben, moet ik toch concluderen dat er uiteindelijk maar één oeuvre met één karakter overblijft. Hoe je het ook wendt of keert, je romans komen uit één pennenkoker. In feite heb ik altijd aan hetzelfde boek gewerkt.” – A.F.Th van der Heijden in gesprek met Sander Becker in Trouw.

‘Gabe Habash schreef een grillig, adembenemend portret van een vereenzaamde jongen die met zijn bezeten stem door je hoofd blijft tetteren, die je weg zou willen jagen, maar aan wie je je ook gaat hechten. Een nieuwe Holden Caulfield inderdaad – de vergelijking met Salingers beroemde personage uit ‘Catcher in the Rye’ is al vaker gemaakt.
Ik herhaal: ‘Stephen Florida’ is geen boek over sport, maar over een jongen, genaamd Stephen Florida. En die jongen blijft je bij.’ – Gerwin van der Werf in Trouw.

‘Maaike Meijer slaagt glansrijk in het ontrafelen van de Fritzi-mythe. Het leven van Frederike Harmsen van Beek was gecompliceerder, banaler en pijnlijker dan het kunstenaarssprookje wilde. Over dat leven gaat dit boek uiteindelijk meer dan over het werk, al kreeg ik veel zin om het te herlezen en begrijp ik nu beter wie deze aantrekkelijke, springerige en niet altijd begrijpelijke gedichten en miniatuurtjes heeft gemaakt.’ – Aleid Truijens in de Volkskrant.

‘Alle cultuurminnaars in deze roman hangen van snobisme aan elkaar, en dat maakt dit tot een zeer vermakelijk boek.
[…] Het lijkt allemaal eenvoudige cultuurkritiek, maar het spel dat Cusk speelt met de waarde van literatuur en of die nu wel of niet meer aan kracht wint als het in romans om eerlijkheid draait, is fascinerend.’ – Toef Jager in NRC Handelsblad.