Eva’s nieuwe kookboek

Zondag 17 november: feestelijk programma rond
Eva’s keukenkast, het nieuwe kookboek van Eva Posthuma de Boer
eva posthuma de boer keukenkast
Programma:
Vanaf 16.00 uur: ontvangst met drankjes en door Eva gemaakte hapjes.
Vanaf 17.00 uur tot 17.30 uur: live-opname van een aflevering van De Keukencast, Eva’s podcast over koken en eten. Eva gaat in gesprek met Hanna van den Bos (foodstylist) en Miriam Brunsveld (uitgeverij Nijgh Cuisine) over hoe je een goed kookboek maakt.
Reserveren via info@linnaeusboekhandel.nl of 020-4687192. Lees meer

Koffie en cakevoorstelling

Zondagmiddag 17 november in Museum Tot Zover: De poes met de witte vleugels en de man
Theater over poezenverdriet van Edo Douma

Edo Douma speelt de voorstelling ter gelegenheid van de tentoonstelling De Laatste Aai. Voor dierenliefhebbers vanaf 12 jaar. Tijdstip: 14.30 uur. Entree: € 10,- inclusief toegang tot museum. Museumjaarkaarthouders betalen € 5,-. Aanmelden via events@totzover.nl of 020-6940482.
De Koffie- en cakelezingen worden georganiseerd door Museum Tot Zover in samenwerking met Linnaeus Boekhandel. Lees meer

BOEKEN IN DE MEDIA

“Een deel van het boek is gebaseerd op echte gebeurtenissen. Toen ik net klaar was met het schrijven van Brilka, las ik een boek van Anna Politkovskaja over de Tsjetsjenië-oorlog. Ik heb haar moed, de moed die haar uiteindelijk fataal werd, altijd bewonderd. (Politkovskaja werd in 2006 vermoord in de lift van haar appartement in Moskou.) Ik las het boek zonder plan, niet met het idee er inspiratie uit te halen. Maar er was een verhaal dat me niet meer losliet.
[…] Ik ben in 2017 naar Tsjetsjenië gegaan, omdat ik eigenlijk weinig over het land wist. We hadden in de jaren negentig in Tbilisi wel Tsjetsjeense vluchtelingen, maar toch wist ik niet veel meer dan dat in Tsjetsjenië oorlog en terreur heersten en dat de radicale islam er in opkomst was.
Het is een dictatuur, dus echte research kon ik er niet doen. In Grozny is zelfs geen enkele aanwijzing voor die oorlogen. Alles glanst. Alles is kunstmatig. Een beetje Dubai op z’n Oostbloks – niet dat ik ooit in Dubai ben geweest. Maar als je met mensen praat, valt om de haverklap het woord ‘oorlog’. Alle levens zijn erdoor getekend. Alsof er twee waarheden zijn, een zichtbare en een onzichtbare.” – Nino Haratischwili in gesprek met Sterre Lindhout in de Volkskrant.

De kunst van het ongelukkig zijn is een pleidooi om ons verdriet en onze eenzaamheid te doorleven en bovenal: met elkaar te delen. Met pillen demp je de pijn, maar de stekels gaan niet weg. We moeten elkaar meer en betere verhalen vertellen, met elkaar praten, niet over de app maar in het echt: elkaar eens goed in de ogen kijken. Voor wie dat nogal zoet in de oren klinkt, of als een vanzelfsprekendheid: u heeft gelijk. Er staat weinig nieuws in De Wachters boekje, en hij schuurt bij vlagen tegen het pathetische aan. Maar het is wel veelzeggend als we als samenleving zulke vanzelfsprekendheden, de zachte oplossingen voor de harde problemen, zijn gaan beschouwen als overbodige luxe.’ – Arthur Eaton in NRC Handelsblad.

‘Nee, vrolijk is het allemaal niet, maar o, wat een machtig schrijver is László Krasznahorkai.’ – Lieke Kézér in Trouw.

“Mensen zeggen vaak: Europa is idealisme. Dan zeg ik: nee, Europa is realiteit. Juist het nationalisme is een irreële nostalgie aan het worden. De nationale staat is in geen enkel opzicht meer een antwoord op de problemen van de 21ste eeuw. Ik denk weleens: Geert Wilders, man, ga nou eens bij je eigen Venlo staan en kijk eens goed. Die enorme keten aan vrachtwagens, wil je die nou echt gaan tegenhouden  met douaniers met petten? De realiteit waarin wij leven en werken, waarin het bedrijfsleven werkt, is allang Europees. Ook de problemen die we hebben zijn op zijn minst Europees, zo niet mondiaal: klimaat, energie. Nu Amerika wegvalt zijn wij een geopolitieke macht. Tegen wil en dank misschien, maar we zijn het wel.” – Geert Mak in gesprek met Peter Giesen in de Volkskrant.

‘Dat het niet gaat vervelen, komt behalve door het omringende verhaal van muzikale avonturen die blijven fascineren, door de nuchtere humor waarmee het allemaal is geformuleerd. Een rockautobiografie waar je wijzer van wordt én steeds weer hardop door in de lach schiet, dat is niet standaard.
Alleen maar zelfkastijding achteraf is het bovendien niet. Elton weet precies waarover hij berouw voelt, maar ook waarover juist niet. De eerlijkheid waarmee Ik is geschreven voorkomt ook valse bescheidenheid, zeker als het gaat om de welverdiendheid van zijn succes.’ – Flip Vuijsje in de Volkskrant.

‘Bijzonder knap is het evenwicht dat Makkai bewaart tussen de zwaarte van rouw en verlies enerzijds en de spanning van een wrange pageturner anderzijds: een soort whodunit, maar dan een whohasit. Wie van de mannen leeft er nog wanneer het plots verspringt naar het heden?’ – Anna Krijger in Trouw.

“Als schrijver maakte Bomans in de loop van zijn korte leven een enorme ontwikkeling door. Zijn stijl is altijd zoekend, hij is niet een schrijver die in één treffende zin een waarheid debiteert; zo wás hij ook niet. Hij werkt naar iets toe, je ziet hem opbouwen. Zijn Dagboek van Rottumerplaat, dat hij vlak voor zijn dood schreef, is een juweel van een boek en laat een volstrekt andere schrijver zien dan de teksten in Kopstukken, hoe geestig die ook zijn. Als hij langer had kunnen doorleven – maar dit is een hachelijke uitspraak – was hij een heel ander soort schrijver geworden. Zijn schrijverschap was volop in beweging toen hij overleed. Maar ik vind het een wonder dat Bomans nog zo onder ons is, vijftig jaar na zijn dood. Het is opvallend hoe vaak hij in kranten of op televisie nog wordt genoemd. Simon Vestdijk is ook in 1971 overleden, maar die naam hoor je nauwelijks meer.’  – Bomansbiograaf Gé Vaartjes in gesprek met Wilma de Rek in de Volkskrant.

‘Ik zou Stephan Enter, bij al zijn soms virtuoze beschrijvingen, toch vooral een meester van de tere momenten willen noemen.’ – Rob Schouten in Trouw.

‘Het vorige boek van Strout was getiteld Niets is onmogelijk (Anything is Possible) en dat zou zonder veel betoog als haar credo opgevat kunnen worden. Dat het scala aan menselijke emoties, impulsen en handelingen even onuitputtelijk als onvoorspelbaar is laat ze in dit boek opnieuw zien, met meesterlijke wendingen, groteske situaties en onnavolgbare, maar toch realistische dialogen.’ – Jan Donkers in NRC Handelsblad.

‘Het is weer lachen en huilen geblazen in De tuinjungle. Goulson beschikt over het zeldzame talent uitvoerig verslag te doen van de ecologische catastrofe die zich binnen en buiten Engeland afspeelt en tegelijkertijd zijn goede humeur en gevoel voor humor – althans op papier – te bewaren. Dat resulteert in hilarische beschrijvingen van bijvoorbeeld de Britse obsessie met het gladgeschoren gazon.
[…] Het lijken soms misschien vreemde ideeën, maar niet als Goulson ze opschrijft. Je moet wel heel cynisch zijn – of ecomodernist of pesticidenverkoper – wil je tegen zoveel enthousiasme, kennis en overtuigingskracht zijn bestand.’ – Caspar Janssen in de Volkskrant.

‘Aan Giphart de taak om dit alles het kroegverhaal-niveau te laten ontstijgen. Dat lukt, en wel omdat Giphart juist wil laten zien dat vriendschap eigenlijk één groot kroegverhaal is; dat het bestaat uit gedeelde overdrijvingen en verdichtingen van de dingen dat alle losse gebeurtenissen in dit boek een verbinding aangaan en het puur anekdotische overstijgen; tezamen vormen ze het grotere verhaal van vriendschap.
[…] Deze feel good zit al met al gedegen in elkaar en bevat interessante gedachten over vriendschap. Gun het jezelf ervan te genieten, bij voorkeur in een boshut met een biertje erbij.’ – Bo van Houwelingen in de Volkskrant.

“Uw werk vertelt me dat er een grote woede in u zit.”
“Ja, dat klopt, die is existentieel en sociaal. Die woede is mijn brandstof. Enerzijds is hij existentieel: wat doet de tijd met ons, wat komt er terecht van dromen uit je kindertijd? Anderzijds is hij sociaal: onze wereld is er een van leugens, een mystificatie, die altijd een flatterend beeld geeft van zichzelf. Maar daarachter bevindt zich een onacceptabele werkelijkheid.
Ik voel me erg ongeschikt voor de wereld zoals hij is, en in de literatuur reken ik daarmee af. Schrijven is een vechtsport. Ik ben niet de eerste die dat zegt. Schrijvers als Céline, Thomas Bernhard en Annie Ernaux deden dat ook. Voor mij is literatuur geen amusement. Dan laat je de dingen zoals ze zijn. Veel dingen doen me pijn, sociale vernederingen zijn open wonden. Zelfs nu, na het succes van mijn boek, worden die opnieuw opengereten.” – Nicolas Mathieu in gesprek met Margot Dijkgraaf in NRC Handelsblad.

‘Als Pieter van Os aan het einde van zijn boek ‘Liever dier dan mens’ weer even terugkomt op zijn huiveringwekkende openingsscène waarin vijf Poolse joden twee jaar proberen te overleven onder een varkenskot, levend van het eten dat net over de rand van de voerbak valt, en na de bevrijding bij terugkeer in hun eigen dorp alsnog door Poolse boeren worden vermoord omdat ze goud zouden bezitten, denk je alleen: o ja, dat verhaal was er inderdaad ook nog. De tussenliggende 350 pagina’s behelzen zo ongelooflijk veel onbevattelijk leed dat deze tevergeefse, mensonterende onderduik slechts een van vele gebeurtenissen is geworden.
Toch schreef Van Os een prachtig boek.’ – Laura van Baars in Trouw.

Spion buiten dienst is een vitale, intelligente en urgente roman. Met scherpe commentaren op de Russische oligarchen die Londen opkopen en de dubieuze band tussen Poetin en Trump. Ook trakteert Le Carré de lezer op een aantal verrukkelijke bijfiguren, zoals Nats idealistische echtgenote Prue. Hoe de Brexit ook mag aflopen, hopelijk vindt Le Carré inspiratie voor een vervolg en is hem tijd gegund zijn 26ste roman te schrijven.’ – Arjen Ribbens in NRC Handelsblad.

‘Het geheugen van Ivo Opstelten doet het weer!’ – Jean-Pierre Geelen in de Volkskrant.

Nee, ik vind niet dat Polman heeft gefaald. Hij heeft vijf stappen vooruitgezet en moest vanaf 2016 twee stappen terug. Hij heeft echt een generatie consumenten, politici en ngo’s aan het denken gezet en in beweging gekregen. Hij heeft het perspectief geopend van het redden van de ziel van het kapitalisme: we kunnen de markt heel goed de ruimte geven, maar dan wel een markt met een moraal. Ik vind het heel knap dat hij de moed gehad heeft gehad om het systeem uit te dagen. Polman heeft veel vaart gemaakt, is gestruikeld en deels weer opgestaan, dat heb ik geprobeerd in kaart te brengen.
[…] Ik heb lang nagedacht over de ondertitel van het boek: het eenzame gelijk van Paul Polman. Hij is in 2009 echt een ander pad in geslagen. In de laatste hoofdstukken wordt hij steeds eenzamer. Hij heeft wel gelijk, maar hij krijgt het nog niet. Dat is het tragische. Paul Polman is niet gekomen waar hij had willen zijn. Absoluut niet.” – Jeroen Smit in gesprek met Wilco Dekker in de Volkskrant.

‘Er zijn heel wat uitstekende jeugdboeken over homoseksuele jongens, maar de vrouwenliefde komt er bekaaid vanaf met veel minder en matiger titels. Heel welkom dus dat Derk Visser er met ‘Drama Queen’ een sterk boek over schreef.’ – Bas Maliepaard in Trouw.

Zonder liefde is zo’n roman die pas na enige tijd in je hoofd in de goede groef valt. Of: het duurt even voordat je doorhebt dat je geen hard-dramatisch verhaal leest, maar een met een subtiele geestige ondertoon. Zal elke lezer van Zonder liefde dat beamen? Dat is lastig om te zeggen, bij een film van Woody Allen zie je in de bioscoop ook sommigen onherroepelijk in de lach schieten bij het commentaar van de verteller, terwijl anderen er ernstig bij uit hun ogen blijven kijken omdat ze er de lol of de ironie niet van inzien.’ – Sebastiaan Kort in NRC Handelsblad.

‘De reconstructie van Hans Steketee grijpt je bij de lurven. De Warnow is een pakkend eerbetoon aan een onverantwoorde ontdekkingsreis.’ – Michiel Kruijt in de Volkskrant.

‘Briljante staaltjes vertelkunst. Kolderiek maar geloofwaardig, schrijnend en lief, zónder sentimenteel te worden.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

‘Het is in P.S. een leven van jewelste. Sommige epistels zingen of zuchten, er wordt gescholden en gerouwd, men haat, heeft lief, geeft raad of vraagt daarom, belijdt zijn geloof of valt daar juist vanaf. De hele emotiewaaier van de mens wordt in dit boek spetterend uiteengevouwen, en het is alsof je al die stemmen hoort.
[…] Je valt van de ene in de andere verrassing. Het is een fraai monument voor een – naar ik vrees – morsdood genre in onze schriftcultuur.’ – Atte Jongstra in NRC Handelsblad.

‘Marcel Möring schreef met Amen een prachtige roman.’ – Maarten Moll in Het Parool.

Je bent natuurlijk niet automatisch hedendaags als je over hedendaagse onderwerpen schrijft: genoeg schrijvers die in de valkuil van het actuele stappen en daar volstrekt achterhaalde fictie over schrijven. Misschien wel meer dan de onderwerpen is het Smiths feilloze oor voor toon die haar fictie op de beste momenten zo’n geweldige levendigheid geeft. Een aantal van de verhalen (waarvan ‘Downtown’, ‘Stemming’ en vooral ‘Nu meer dan ooit’ de sterkste zijn) kenmerkt zich door gelijkaardige vertellers, die er een volstrekt eigenzinnige mix van brutaliteit, onverschrokkenheid en (quasi) diepzinnige overpeinzingen op nahouden. Zulke vertelstemmen verweeft Smith geraffineerd met een kakofonie van straatgeluiden, krijsende kinderen, ontploffende dragqueens, oude punks, kwebbelende papegaaien en blaffende honden, zodat er een soort wervelwind ontstaat die alles optilt en verplaatst; een voortrazend ‘nu’ dat je geen keuze laat dan meebewegen, zonder te weten wat er gebeurt, of waar je zult landen – het omgekeerd evenredige van een luie rivier.’ – Niña Weijers in De Groene Amsterdammer.

“Ik schrijf niet om me uit te drukken, maar om me van mezelf te ontdoen. Ik schrijf niet autobiografisch. Ik doe precies het omgekeerde: ik ontken het, of transformeer het, of transcendeer het in een vorm. Nietzsche zei dat wat de vorm is voor een kunstenaar, de inhoud is voor de kijker of lezer. Van het autobiografische of bekende maak ik iets nieuws, ook voor mezelf. Achteraf kan ik dan constateren dat wat deze Asle opmerkt – dat zijn geschilderde beeld niet helemaal van deze wereld lijkt, zoals literatuur tussen de zinnen en regels door iets wezenlijks kan zeggen of tonen, iets stils, een onzichtbaar licht dat niettemin voelbaar is – dat dat natuurlijk óók iets zegt over mij en waar ik in mijn werk op uit ben. Maar als ik schrijf, heb ik het gevoel dat ik me op onbekend terrein begeef. Het spijt me dat ik het niet duidelijker kan zeggen.” – Jon Fosse in gesprek met Arjan Peters in de Volkskrant.

“De shock van Fukushima verplichtte me tot het schrijven van het boek. Ik ben er drie keer naartoe geweest, heb er met de mensen gepraat. De beelden die daarna tot me kwamen, heb ik opgeschreven. Het is een uitvergroting van het feit dat in onze veranderende wereld oudere mensen ouder worden en dat er steeds minder kinderen worden geboren. Dat was al zo voor Fukushima – maar daarbij komt dat nucleaire straling veel meer effect heeft op de gezondheid van jongere kinderen dan op die van ouderen. Oudere mensen moeten langer doorwerken, in ­Japan is met pensioen gaan niet meer voor iedereen mogelijk. Zo komt alles van nu in mijn boek terecht. We zijn aan het einde van de industriële samenleving gekomen, we kunnen niet nóg meer dingen produceren, er is een terugkeer naar oude ambachten, we moeten de landbouw heroverwegen.” – Yoko Tawada in gesprek met Marjolijn de Cocq in Het Parool.

‘De verhalen van Van Hassel zijn beheerst, maar speels. Uitgekookt. Het is vooral de vorm die opvalt. Inhoudelijk beklijven ze niet zo erg, maar de verhalen zijn, zelfs bij directe herlezing, meteen weer boeiend. Het is vooral de verteltechniek waarin Van Hassel uitblinkt.’ – Judith Eiselin in NRC Handelsblad.

Niets is gelogen is een geslaagd debuut; een kunstwerk dat uitnodigt van alle kanten bekeken, bewonderd en bekritiseerd te worden.’  – Bo van Houwelingen in de Volkskrant.

“Fascisme is de zachtste, meest natuurlijke conditie van de mens. Als je niet meedoet, hoor je er niet meer bij. En de angst voor uitsluiting is ieders grootste angst. Dat geldt voor de meerderheid van de mensheid. Al op de kleuterschool wil niemand buitengesloten worden. Zelf werd ik daar gepest omdat ik een Bulgaarse moeder had. Je wordt gedwongen ergens bij te horen en dat is precies de basis van iedere fascistische organisatie. Het marktdenken, waarin iedereen hetzelfde wil hebben, speelt er ook een rol in.” – Dubravka Ugresic in gesprek met Michel Krielaars in NRC Handelsblad.

‘In een razend tempo voert Rushdie ons mee in een fantasmagorische parade van de meest uiteenlopende onderwerpen: literatuur, popmuziek, geschiedenis, filosofie, cyberspionage, film, theater, sciencefiction, corruptie, de #MeToodiscussie, geweld, wetenschap, tv-programma’s, racisme, gaming, politiek, de zakenwereld, en zo nog veel meer. De bonte en verwarrende opeenvolging maakt alvast één ding duidelijk: dít is wat er van onze wereld is geworden. Hoewel de veelheid aan ideeën de roman bijna uit zijn voegen laat barsten, blijf je toch in de ban van de taaltovenaar die Rushdie is. Het is alsof je vastgenageld zit bij het zien van een spetterend en kleurrijk vuurwerk. Je moet blijven kijken.’ – Annemarié van Niekerk in Trouw.