Boekenweek

Van zaterdag 25 maart tot en met zondag 2 april is het Boekenweek. Het thema is Verboden vruchten.
57ffa56e5380f9.54396727  Makkelijk leven Herman Koch  573c8_127858_Janmaat_Arnout1  meisje zoekt meisje
Woensdag 29 maart 16.00 – 17.00 uur: flitsbezoek Herman Koch, schrijver van het boekenweekgeschenk Makkelijk leven.

Donderdag 30 maart 17.00 uur: feestelijke presentatie Meisje zoekt meisje door Timo Barneveld & Arnout Janmaat.

U krijgt het boekenweekgeschenk aangeboden bij aanschaf vanaf € 12,50 aan Nederlandstalig boeken. Op zondag 2 april kunt u met het geschenk in de hand vrij reizen in de trein.
Het boekenweekessay De zonde van de vrouw van Connie Palmen is te koop voor € 3,50.
Lees meer

Bibliotheeklezing

Donderdag 30 maart in Bibliotheek Linnaeusstraat: Linnaeus Live met Renee & Eva Kelder

Linnaeus Live is een maandelijkse literaire talkshow onder leiding van Maaike Bergstra.
Locatie: OBA Linnaeus, Linnaeusstraat 44, 1092 CL Amsterdam.
Aanvang 18.00 uur. Gratis entree met OBA-pas, anders € 5,-. Reserveren via 020-6940773 of linnaeus@oba.nl.
Deze avond wordt georganiseerd door de OBA in samenwerking met Schrijvers in Oost en Linnaeus Boekhandel. Lees meer

Toneelschrijvers aan het woord

Donderdag 6 april: schrijven voor toneel – hoe doe je dat?
met Marijke Schermer, Tjeerd Bischoff en Frans Strijards
marijke schermer 2 a tjeerd bischoff b   a frank strijards c
De toneelschrijvers worden geïnterviewd door Maaike Bergstra.
Aanvang 20.00 uur. Entree € 5,-. Reserveren info@linnaeusboekhandel.nl of 020-4687192.
Lees meer

BOEKEN IN DE MEDIA

Beest is ontwrichtend en verwarrend als goede literatuur kan zijn. Het is een mooi geschreven zoektocht naar de essentie van het mens-zijn. Maar het is ook een oefening in egomane navelstaarderij die bij vlagen net zo irritant is als fascinerend.’ – Hans Bouman in de Volkskrant.

‘Is het een roman, een geschiedschrijving of een literaire biografie? Het fraai beschreven en goed gedocumenteerde boek De opvolger. Tiberius en de triomf van het Romeinse keizerrijk van de oud-historica en schrijfster Willemijn van Dijk (1984) is dat alles in een. Want haar beschrijvingen van het leven in het Rome van omstreeks het begin van onze jaartelling en haar weergave van de vaak complexe familiebanden in de Romeinse upper class laten zich lezen als een roman. Ze dist historische gebeurtenissen op alsof ze er zelf getuige van is geweest.’ – Joost Vermeulen in NRC Handelsblad.

‘Niets ontziend brengt Beatty in kaart hoe diepgeworteld de klassenscheiding in de Amerikaanse maatschappij is. Hij schreef het boek voordat Trump president werd, maar heeft de tijdsgeest angstaanjagend goed getroffen. Hij lijkt jarenlange ergernis en frustratie in een moment van profetische helderheid van zich te hebben afgeschreven. De verrader is de meest prikkelende en ongemakkelijke roman die ik in tijden heb gelezen. Hoe nu verder? Het antwoord lijkt onbereikbaarder dan ooit.’ – Dieuwertje Mertens in Het Parool.

‘Welbeschouwd ben ik gaan schrijven omdat ik te bang ben om te stelen, te lelijk om te acteren, te zwak om te vechten en te slecht in wiskunde om kosmoloog te worden.’ – Paul Beatty in gesprek met Hans Bouman in de Volkskrant.

‘De duistere wereld van de game beschrijft Soes knap: spannend en met precies genoeg ‘technische’ speluitleg om het realistisch te doen overkomen, zonder de game-leek buiten te sluiten.
[…] Lichaam en licht, soepel en eigentijds van taal, eindigt niet slecht, maar zeker ook niet rooskleurig: Jonas erkent zijn verslaving, maar is er nog niet vanaf. Een alarmerende must-read voor gamende jongeren en hun opvoeders.’ – Bas Maliepaard in Trouw.

‘Echt psychologisch spannend wordt Nachtwandeling dan ook niet. Wel is het een geslaagde uitstap naar een ander genre, vermakelijk als een aflevering van de oude serie Columbo. Geestig, gemoedelijk en spannend genoeg om te willen doorlezen tot en met de spannende ontknoping.’ – Jann Ruyters in Trouw.

‘Schröders De schone slaper is een knap gecomponeerd, prachtig geschreven verhaal en tegelijkertijd een boos sprookje zonder happy end waar de zwarte romantiek vanaf spat en waarin je te horen krijgt dat ook machtige vrouwen aan bederf onderhevig zijn.’ – Rob Schouten in Trouw.

‘Luchtige kost is deze roman zeker niet, maar de onderliggende waarschuwing, wat onrecht en onderdrukking met zowel de maatschappij als de menselijke geest kunnen doen, is helder. De vrouwen in Ontregeld ontwikkelen allemaal een obsessie als overlevingsstrategie. De een jaagt totaal verwilderd konijnen om hen in leven te houden, de ander zoekt paddestoelen om de bewakers te vergiftigen. Weer een ander gaat elk vrij moment achter het stuur van een autowrak zitten om over vrijheid te dromen, een lotgenote trekt obsessief elk schaam-, oksel- en beenhaartje uit om toonbaar te blijven in steeds goorder omstandigheden.
Dit klinkt als bizarre apocalyptische sciencefiction, maar Wood grijpt je zo bij de lurven dat je haar afschrikwekkende relax zomaar werkelijkheid ziet worden in een cultuur waarin de vrouwelijke seksualiteit door machtsgeile mannen gedefinieerd en beheerst wordt.’ – Hanna de Heus in Trouw.

‘Die fascinaties – voor de verhouding tussen de publieke en de ‘echte’ identiteit, tussen imago en oorsprong, fictie en werkelijkheid, waarheid en leugen, lichaam en ziel – gingen bij Palmen, zo blijkt weer eens uit de bundeling van haar essays, aan haar literaire schrijverschap vooraf, krijgen er telkens weer gestalte in en nodigen voortdurend uit tot expliciterende beschouwing. Met de publicatie van Het drama van de afhankelijkheid maakt ze opnieuw duidelijk dat haar schrijverschap is geworteld in de filosofie; de thema’s in haar werk draaien om, zoals ze het zelf noemt, de ‘koningskoppels’ van de wijsbegeerte. Het gaat haar, stelt ze herhaaldelijk, om grote vragen en grote antwoorden.’ – Xandra Schutte in De Groene Amsterdammer.

‘Het boek bestaat uit korte anekdotes, observaties, vage herinneringen aan zijn drie halfbroers, zijn stille stiefvader, zijn sombere moeder. Ze zijn zelden langer dan twee alinea’s, ze volgen elkaar niet op een logische manier op. Het boek voelt aan – en dat is bedoeld als compliment – alsof het helemaal niet geschreven is, alsof er geen enkele constructie voor is opgezet. Dat doet het zo echt aanvoelen. Wat het paradoxaal nog eens echter doet aanvoelen is dat Van Straten soms ook nadrukkelijk wijst op die methode: ‘Mijn moeder. Ze was heus niet aan één stuk door neerslachtig. Ik kan alleen maar opschrijven wat is blijven hangen, wat ik meemaakte en voelde. Dat was toen al niet objectief, laat staan dat het dat nu is.’
Dat is wat dit boek uitstraalt: zo was het, zelfs als ik het me verkeerd herinner. Dat is wat Van Stratens ‘ik’ echt maakt.’ – Joost de Vries in De Groene Amsterdammer.

‘McCullers schrijft over eenzame, van schoonheid verstoken figuren – juist via hen weet ze iets wezenlijks bloot te leggen over wat ons mensen maakt. De ballade is stilistisch minder sprankelend dan het debuut [Het hart is een eenzame jager, red.], maar evengoed een meesterwerk. Een gothic sprookje in een felrealistische omgeving, een wegkwijnend industriestadje, waarin de verteller zingt als een alwetende bard over opkomst en ondergang van iemand die zelfs in die vervallen gemeenschap een outsider is. Metaforen keren terug als ingetogen melodieën, met een intens melancholieke toegift.’ – Persis Bekkering in de Volkskrant.

‘Het is een magistrale roman waarin het geweld een even vanzelfsprekend en alomtegenwoordig verschijnsel is als de lucht die we 24 uur per dag in- en uitademen.
[…] Hulde aan de schrijver, hulde aan de vertalers. De rauwe hemel is een grote Latijns-Amerikaanse roman, ook in het Nederlands.’ – Maarten Steenmeijer in de Volkskrant.

‘De mens is een friemelende soort, stelt Leader vast. Onze handen willen nu eenmaal wat te doen hebben: bij de tv spelen we met de afstandsbediening en snaaien we chips, ook als we helemaal geen honger hebben. In de les tekenen we poppetjes, in het café vernielen we bierviltjes en vandaag de dag tikken, swipen en scrollen we ons suf op onze smartphones. Het is nu eenmaal onze aard. Let maar eens op. Ik beloof u: na dit boek kijkt u opeens heel anders naar uw handen.’ – Marijke Laurense in Trouw.

Eskimoland is een boek over ontvankelijk zijn voor wat je ziet, vooral de schoonheid van de natuur. Tinbergen nam de tijd. Dat lees je terug en geeft het boek iets prettig onthaastends.’ – Paul van der Steen in Trouw.

‘Ondertussen schildert Agnon met ironische pen zijn personages. Hij heeft geen lange uitweidingen nodig om ze neer te zetten, maar tekent hen messcherp in korte, gevatte zinnetjes.
[…] Een simpel verhaal is een meesterlijk geschreven boek, een gedenkwaardig ironisch portret van de Joodse gemeenschap in een stadje in Galicië, geschetst met mededogen, nostalgie en luciditeit.’ – Sofie Messeman in Trouw.

‘Met haar onopgesmukte verteltrant en rechttoe-rechtaanstijl afgewisseld met korte lyrische fragmenten, laat Jannie Regnerus zich niet veel gelegen liggen aan literaire modes. Zij is een schrijfster die in alles dicht bij haar eigen ervaringen blijft. Dat ze in klein en kort bestek toch indrukwekkende sensaties zintuiglijk en glashelder weet te verwoorden, maakt haar tot een kleine meester. En kleine meesters zijn, zoals men weet, niet zelden de grootste.’ – Rob Schouten in Trouw.

‘Wat de boodschap van Schorshuiden is, lijdt geen twijfel. Maar haar vele gaven als romancier maken de gestage race naar de ecologische verdoemenis niettemin tot een meeslepende leeservaring. Dat is mede te danken aan haar vermogen om in lyrisch proza een landschap te schetsen en in een paar rake typeringen personages neer te zetten, de manier waarop ze vruchten van haar uitputtende research prettig terloops aan je presenteert en, niet in de laatste plaats, de verve waarmee ze een stortvloed aan smakelijke, episodische scènes over je uitstort; van tragisch en bloederig tot slapstickachtig kolderiek.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

‘Maar wat haar verhalen bijzonder maakt zijn haar fraaie, soms lyrische stijl, haar galgenhumor en bovenal de manier waarop ze werkelijkheid en symboliek erin vervlecht. Hoe ze psychologische kwellingen en maatschappelijke misstanden als huiselijk geweld en anorexia én subtiele verwijzingen naar de geschiedenis van haar land (de martelingen en verdwijningen van de Vuile Oorlog onder dictator Jorge Videla) er als in lucide koortsdromen in laat versmelten met die even realistisch geschetste angstbeelden.
Die vervaagde grenzen geve de bundel een hypnotiserende kracht. Iets magisch, zou je bijna zeggen.’ – Dirk-Jan Arensman in het Parool.

‘Een steen openvouwen is een aanklacht tegen het keurslijf, de politiek, de macht, oftewel; het leven zoals de mens het zelf heeft ingericht. De gedichten zijn een bitter genoegen om te lezen en blinken uit in hun onderlinge wrede samenhang.’ – Dieuwertje Mertens in Het Parool.

‘De polsslag van de tijd, van nú, klopt als een waanzinnige in Als dit zo doorgaat, de bundel waar deze verhalen in staan.
[…] Brandend actuele verhalen, maar het zijn ook goede verhalen – om inhoudelijke én stilistische redenen. Ze zijn goed opgebouwd en goed geschreven, altijd doordacht en soms dubbelzinnig, en profetisch maar overtuigend. Tegenvallers zijn er, daar ontkom je bij zo’n project niet aan, maar die zijn op één hand te tellen. Dat is een behoorlijk verheugende score. Bovendien maken de hoogtepunten veel meer indruk, ook dankzij de verscheidenheid van hun inhoud.
[…] Literatuur kan simultaan hyperactueel zijn en de tijd overstijgen’, schrijft Hulst. Dat blijkt andermaal waar: deze fictie doet ertoe, nu en straks. Het is te hopen dat dit zeer geslaagde wilde idee zo snel mogelijk navolging krijgt.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

“Nee meneer, het is niet zomaar een paar zelfmoordenaars op een rijtje zetten. Ik heb mij in al die gevallen uitvoerig verdiept. Mijn oerboek is bijna 35 jaar oud. Me dunkt, dat het wel eens tijd werd voor de nieuwe editie. Er zijn in de tussentijd nogal wat schrijvers bijgekomen die zichzelf van kant hebben gemaakt. Mijn uitgever stond een paar jaar geleden al klaar om met de productie te beginnen. Vervolgens beging Nanne Tepper zelfmoord. Toen kwam Joost Zwagerman en daarna weer Wim Brands. Dat betekende telkenmale uitstel. Tot nu.
[…] Het boek is ontstaan uit mijn eigen leven. Het onderwerp raakte op mijn pad nadat een ex-geliefde van mij zelfmoord had begaan. Anne W., aan wie ook de nieuwe editie is opgedragen. Ik was daar kapot van. Vroeg me vertwijfeld af hoe dat had kunnen gebeuren. Daarna volgden enige vrienden, onder wie de Vlaamse schrijver Jan Emiel Daele, die eerst zijn prachtige jonge vrouw doodschoot en daarna de vuurmond van het wapen tegen het weke gedeelte tussen kin en strottenhoofd zette – en zichzelf het firmament inschoot.” – Jeroen Brouwers in gesprek met Onno Blom in de Volkskrant.

“Die autistische geest snap ik nu heel goed – die bestaat uit een wolk van cirkelredeneringen, de hele tijd. Ze maken een soort vakje van de werkelijkheid en elk vakje proberen ze afzonderlijke te beheersen.
Als hoofdpersoon Paul iemand ziet lachen, weet hij niet waarom diegene lacht. Op een gegeven moment denkt hij: dan zal het wel over mij gaan en krijgt hij een gewelddadige fantasie om de oogballen van de lacher eruit te rukken. Dan is het wel afgelopen met dat gelach. Die woede komt dus ergens vandaan – vanuit het niet kunnen beheersen van al die vakjes.” – Erik Jan Harmens in gesprek met Rajko Disseldorp in Het Parool.

‘Zin voor zin, in fantastische dialogen, gedachte voor gedachte, tekent Reza voor ons uit hoe een ruzie ontspoort, hoe de een een vrolijk verhaal vertelt ten koste van de ander, hoe impliciete vernedering en gebrek aan inlevingsvermogen onderhuids voortwoekeren totdat frustratie zich met een explosie uit..’ – Margot Dijkgraaf in NRC Handelsblad.

‘Het zegt veel over Dola de Jongs scherpe blik dat De thuiswacht in de schets van de fascinatie van muurbloem Bea voor de charismatische, verdoemde Erica, nu zo aan Emma Clines recente zomerhit De meisjes herinnert. En dat de schrijfster je meesleept in hun verhouding alsof die zich gister voltrok, en niet ver terug, in de repressieve jaren dertig.’- Jann Ruyters in Trouw.

‘De beste staat om het werk te lezen is door “leeg te zijn”, zoals ergens aan het eind van de bundel staat. Want wanneer het hoofd te vol is, kunnen Hamelinks van reguliere zinsvolgorde afwijkende regels al snel opgevat worden als “moeilijk doenerij”. Terwijl wie de tijd neemt – wifi uit, thee binnen handbereik – zich al snel ingesponnen weet door langzaam stromende zinnen die hun eigen weg volgen, zinnen die maken dat de lezer, al regent het buiten pijpenstelen, zich een veld vol fluitenkruid (spelling Hamelink) waant.’ – Janita Monna in Trouw.

‘Dit scenario is thriller-technisch van onmiskenbare elegantie. […] De juiste man is voor Nederlandse maatstaven ongekend goed.’ – Hans Knegtmans in Het Parool.

‘Dus verzamelde Hulst verhalen van schrijvers die zich geroepen voelen hun betrokkenheid bij de wereld te laten zien. Omdat er iets op het spel staat. “Wat die verhalen kunnen doen? Het gaat erom dat je de mensen op een ander niveau aanspreekt. Dat deze verhalen zich in het brein van de lezer nestelen, terwijl een tweet of een opiniestuk daar allang uit is verdwenen. Er is geen opiniestuk uit 1949 dat nog dezelfde impact heeft als de roman 1984 [uit 1949, red.]. Op de lange termijn is het een meer potent middel om mensen aan het denken te zetten. Dat is het doel. Niet hoe ze denken, maar om te zorgen dat ze denken in plaats van mee te gaan in het gekrakeel van het moment. Dat is de hoop. En het voordeel is dat literatuur humaniseert, terwijl populisme dehumaniseert. Dus eigenlijk is dit boek, is literatuur, het natuurlijke tegengif tegen populisme.”‘ – Maarten Moll in gesprek met Auke Hulst in Het Parool.

‘Vos gold als “onzakelijk” kunstenaar. Een gul mens; soms trakteerde hij zijn naasten op zelfgemaakte boekjes in een oplage van 1. Wie zo’n rijkelijk geïllustreerde brief van hem ontving moet zich de koning te rijk hebben gevoeld. Meer dan 1600 zijn er van zijn dan ook bewaard gebleven en nu te boek gesteld in het kloeke werk Peter Vos – getekende brieven, samengesteld door kunsthistorici Jan Piet Filedt Kok en Eddy de Jongh.
[…]In de wat al te plechtstatige inleiding meldt Eddy de Jongh dat veel brieven fungeerden als vliegwiel. Ze moesten de kunstenaar op gang helpen en bevrijden uit zijn “verstening”, doorgaans voortvloeiend uit drank of juist tijdelijke geheelonthouding. Daarin schuilt precies het excuus voor de buitenstaander om zich onbeschroomd te wagen op dit privé-domein van schrijver en ontvanger: bijeengebracht bieden de brieven een kijk op een heel kunstenaarschap. Niet alleen de geadresseerde, maar ook de beschouwer voelt zich persoonlijk aangesproken. Dichter bij Peter Vos kun je niet komen.’ – Jean-Pierre Geelen in de Volkskrant.

‘Door de verrassende wendingen is deze als politiereconstructie opgezette jeugdroman ook nog eens razend spannend. Er gaat ontzettend veel tegelijk mis en het is knap hoe Veldkamp die melancholisch stemmende janboel toch nog een onverwacht optimistisch en zelfs een beetje filosofisch einde weet mee te geven.’ – Pjotr van Lenteren in de Volkskrant.

‘Mammeri is een scherp waarnemer die zich niet tot een gemakkelijk oordeel laat verleiden. Hij laat zien hoe verstikkend en vernederend, met name voor vrouwen, de traditionele familieverhoudingen zijn. Iets wat hem in Algerije niet door iedereen in dank werd afgenomen. Na de onafhankelijkheid vond men ook Mammeri’s aandacht voor de Berbersamenleving ongewenst. In 1989 kwam hij om bij een veracht auto-ongeluk.’ – Peter Swanborn in de Volkskrant.

‘Zo kantelt Ouariachi met zijn verhalen graag onze waarneming, en stelt hij onze verwachtingen op de proef – en telkens op smakelijke wijze. Erg grappig, en tegelijk confronterend.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘Blees’ verhalen confronteren ons ermee dat het noodlot onafwendbaar is, terwijl wij, lezers, het zien aankomen en even machteloos als verlekkerd staan toe te kijken. Dat het noodlot ze toch niet voorspelbaar maakt, komt domweg doordat Blees goed en origineel schrijft.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

In zijn bijzondere boek Voorbij de grenzen gaat Rudi Meulemans op zoek naar dat ‘verborgen schrijversleven’ van Glenway Wescott. Een van de aangename neveneffecten van het pionierswerk van de Vlaamse theatermaker is alvast dat je Wescotts romans en verhalen wil leren kennen (en Platt Lynes’ foto’s wil zien).
‘Om dichter bij zijn onderwerp te komen trekt hij naar de Beinecke Library aan Yale, bewaarplaats van de dagboeken en andere documenten die Wescott zorgvuldig zijn hele leven bijhield en bijschaafde. Meulemans dompelt zich – en de lezer met hem – meteen onder in de lectuur en kneedt die tot een fragmentarische biografie, meer de reconstructie van een levensgevoel dan een relaas van data, plaatsen en gebeurtenissen.
Voorbij de grenzen leest als een ode aan de ondoorgrondelijkheid van menselijke relaties. Het boek dringt diep door in het leven van Glenway Wescott, maar het blijft uiteindelijk een omcirkelende beweging. ‘Alles draaide om de zoektocht.’ De Amerikaanse schrijver komt dan wel dichterbij, net als Rudi Meulemans, maar de lezer legt er vanzelf de filter van zijn eigen gevoelens bovenop. Voor mij was die filter een aangenaam vlies van herkenbaarheid, voor anderen is de kloof misschien te groot. Voor hen zijn mijn vijf sterren een schromelijke overdrijving.’ – Peter Jacobs in De Standaard.

‘Ook zonder kennis te hebben van dit autobiografische gegeven is De Weergekeerde Bloem een fascinerend boek. In de gesprekken tussen de twee vrienden komen meeslepende zaken over het schrijven van literaire fictie, hoe je dat aanpakt en wat dat nu precies is, aan de orde. Er wordt diep ingegaan op het wezen van vriendschap. En nadat de roman van Marcel is geaccepteerd door een uitgever, volgen er geestige passages over de literaire wereld – De Weergekeerde Bloem krijgt definitief sleutelromanachtige trekjes. Omhooggevallen figuren worden met een enkele zin trefzeker getypeerd.’ – Arie Storm in Het Parool.

‘Trujillo is niet alleen stilistisch een begaafd schrijver, maar heeft ook werkelijk een (oorspronkelijk) verhaal te vertellen: bijna elke zin brandt van urgentie.’ – Dieuwertje Mertens in Het Parool.

‘Als dit een roman was geweest, zou je zeggen: het is te veel van het erge. […] Maar het is geen fictie en Sonja Barend schrijft het op zoals het was, zonder er literatuur van te maken; in één leven kan het nu eenmaal zo gaan. Zwaar op de hand en larmoyant is ze niet, net zo min als vroeger de presentatrice. Ze bespot graag menselijke zwakheden, en tegelijk heeft ze mededogen.’ – Aleid Truijens in de Volkskrant.

‘Ondanks de overladen inleiding en een incidentele overdrijving maakt De dood van Murat Idrissi indruk door zijn subtiel bewaakte evenwicht – een groot, haast niet te hanteren actueel drama is in beheerste vormen invoelbaar gemaakt.
Dat het open einde een verlossing suggereert, maar in feite voortgaande ellende belooft, is even wrang als onontkoombaar.’ – Erik van den Berg in de Volkskrant.

‘Zeker, er zijn meer boeken over de Stones geschreven. En wie de geweldige autobiografie Life van Keith Richards heeft gelezen, zou al verzadigd kunnen zijn. Maar we kunnen De zon en de maan en de Rolling Stones er nog prima bij hebben, omdat de biografie toch weer scherpe inzichten biedt in het bestaan van die onvergankelijke rockband.’ – Robert van Gijssel in de Volkskrant.