Feestelijke presentatie

Donderdag 31 augustus: feestelijke presentatie Winter in Amerika, de nieuwe roman van Rob van Essen
Essen-Rob-van-Fjodor-Buis-3 Van Essen_Winter in Amerika.indd
Arjen Fortuin spreekt een lofrede uit over het boek en het oeuvre van Rob van Essen.
Aanvang 17.00 uur. Inloop vanaf 16.30 uur. Aanmelden kan via prfictie@atlascontact.nl.
Rob van Essen, Uitgeverij Atlas Contact en Linnaeus Boekhandel nodigen u uit om hierbij aanwezig te zijn. Lees meer

Welke boeken gaan er mee op vakantie?

Onze vakantietips voor 2017
montana   Basis CMYK   swing time   argonauten   exit west

Boekgeroep
Sinds enige tijd heb ik het gevoel dat mijn ongelezen boeken tegen me praten. Misschien bent u bekend met het fenomeen, ik hoop het, anders lijd ik aan een zeldzame kwaal. Eigenlijk heb ik het gevoel dat ze me dingen verwijten. Het ergst zijn de dikke boeken, die, gezien mijn aanschafwoede, in groten getale door mijn huis verspreid liggen. Dat is dan ook het probleem: ik ben nergens meer veilig. Lees meer

BOEKEN IN DE MEDIA

‘Pasternak eist veel van zijn lezer. De teksten zitten vol met verwijzingen naar de culturele en maatschappelijke geschiedenis van Ruslands revolutionaire periode. Zelfs een specialist moet geregeld teruglopen naar zijn boekenkast om te begrijpen wat Pasternak schrijft. Voor de nieuweling betekent het dat veel passages maar half begrijpelijk zullen zijn. Maar is dat erg? Als lezer weet je zeker dat je een schrijver leest – een geel goede, dat blijkt uit deze bundel meer dan ooit – die zijn wereldbeeld niet vereenvoudigt voor je. Hij spreekt je aan als zijn gelijke. Hij daalt niet af van zijn berg om zijn publiek in slogans aan te spreken, om het politiek te beïnvloeden, of commercieel te verleiden. Nee, hij praat met je als een vriend en vraagt je om boven aan de berg met hem naar het geruis van gods adem te luisteren. Welkom, lezer.’ – Sjeng Scheijen in de Volkskrant.

‘Een kinderboek met uitklapflappen over skeletten die heus niet eng zijn, hoe flauw kan het worden? Het van oorsprong Franse flappenboek Van wie is dat skelet? is het bewijs dat het ook zomaar geweldig kan uitpakken.’ – Martijn van Calmthout in de Volkskrant.

‘Het is allemaal gruwelijk knap opgeschreven door de Amerikaanse schrijver. Je kunt misschien vraagtekens zetten bij al dat bloed en geweld, maar wat een vakvrouw, die Slaughter.’ – Rolf Bos in de Volkskrant.

‘Daar komt bij dat Isik een uiterst doeltreffende, plechtige stijl inzet om de beklemming van zijn zich emanciperende held voelbaar te maken. Via ouderwets aandoende formuleringen slaagt hij erin al te grote emoties en tearjerkerij op afstand te houden. Wat de onderliggende emotie van deze roman krachtig versterkt. […] Dit is de stijl van de episch vertellende roman, van een schrijver die weet dat je hiermee een effect van grote betrokkenheid bij de lezer kunt oproepen. Hij voelt zich thuis bij deze stijl, die geeft hem bovendien de kans zijn eigen emoties en gevoeligheden rondom dit onderwerp niet al te veel op de voorgrond te plaatsen.’ – Kees ‘t Hart in De Groene Amsterdammer.

‘Dat John-Alexander Janssen het verkruimelende Syrië integer kan weergeven en zo vanzelfsprekend over islam en Arabische politiek schrijft, laat zien dat hij een schrijver is die veldwerk en onderzoek serieus neemt. Hij blijft niet te dicht bij huis en weet een verduisterd oorlogsgebied op een menselijke manier tot leven te wekken met een warm en doordacht liefdesverhaal. Met een gepolijste schrijfstijl, die wat naïviteit, maar ook kundig gedoseerde uitspattingen toestaat, weet hij zijn verhaal ook innemend te brengen. Een verhaal uit de Zonnestad is een debuut dat profiteert van de genomen risico’s en de nodige verfraaiingen draagt met een stevig, degelijk verhaal. Maar dat Janssen ambitie durft te tonen, een verhaal opzet waarin de kracht van het leven tegenover de soms kwaadaardige willekeur van het lot komt te staan, maakt dat zijn poging ook overtuigend, en zelfs verfijnd te noemen is.’ – Lodewijk Verduin in De Groene Amsterdammer.

‘De wetenschappelijke inzichten – zonder ook maar een spoortje zweverigheid beschreven in bondig en overtuigend proza – leiden tot een soort manifest. “Wij mogen niet onachtzaam omgaan met planten, de willekeurige vernietiging van planten is niet te rechtvaardigen.” De auteurs zoeken “erkenning van de rechten van de plant”. Ze zijn niet tegen het gebruik van planten, maar bepleiten een herwaardering van het groen: voor planten en bomen bestaan nauwelijks “regels om hun waardigheid te beschermen”. De tijd lijkt er rijp voor. Het zou zomaar eens in vruchtbare aarde kunnen vallen.’ – Jean-Pierre Geelen in de Volkskrant.

‘Het verhaal speelt ruim twee eeuwen geleden, maar de hoofdpersoon is typisch een personage van de jaren vijftig van de vorige eeuw: een ironische eenling die een diepe existentiële crisis doormaakt. Zama verenigt in zich het beste wat een historische en een psychologische roman de lezer kunnen bieden, en is bovendien heel mooi van opbouw.
[…] Bolaño noemt Zama een roman die geschreven is “met de vaste hand en precisie van een hersenchirurg”. En zo is het.’ – Berthold van Maris in Trouw.

‘Wat moet je met dit boek, dat haast hilarisch van haat en afkeer vervuld is? Het is geschreven met de psychologie van een doodgraver, en de empathie van een kannibaal. Toch valt het niet te versmaden, al was het maar omdat het, op weliswaar haast karikaturale wijze maar toch ook scherp en meedogenloos, alle illusies over onbaatzuchtig gedrag onderuithaalt.
Dit is een familieroman over zwakke, slechte, verdorven mensen die toch op een of andere manier naar buiten de schijn weten te wekken van een geslaagde familie, met schrijvers, een advocaat, een diplomaat en meer prominenten in hun midden. Vergeet het maar, achter de schone schijn van dit Amerikaans burgerdom gaan wilde stammen schuil.’ – Rob Schouten in Trouw.

‘Fans van de Amerikaan, die als voorlezend schrijver van autobiografische essays in eigen land uitgroeide tot een halve rockster en in september in een ongetwijfeld uitverkocht Carré optreedt, weten dankzij eerdere bundels, van Barrel Fever (1994) tot Let’s Explore Diabetes With Owls (2013), uiteraard wel ongeveer hoe zijn blik op het absurde bestaan eruitzien. Een sprankelend feest, vaak, van zelfspot, hilarische observaties en droogkomische timing.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

‘Een ander vintage Perecproject is het dromenboek De duistere winkel  uit 1973, zojuist verschenen in de mooie vertaling van Edu Borger. In een vooraf zegt Perec: “Ik meende de dromen die ik had te noteren; ik realiseerde me dat ik al heel gauw alleen nog maar droomde om mijn dromen op papier te zetten.” Zo zit dat dus.
Er staan 124 dromen in het boek, gedroomd tussen mei 1968 en augustus 1972. Ze zijn in willekeurige volgorde te lezen, maar het kan ook chronologisch of middels een register per onderwerp, in alles is voorzien. Maar het blijven dromen, dus veel touw valt er niet aan vast te knopen, daar zijn het dromen voor.’ – Guus Luijters in Het Parool.

‘In uw sprookje wordt de mismaakte belachelijk gemaakt door zijn leeftijdgenoten. Zijn moeder heeft niet door wat hij op school meemaakt, ze troost hem niet, waardoor hij gedwongen wordt zelf een modus vivendi te kiezen. Is dat een vorm van een antwoord?
“Zo is het: als je ontkent dat iets moeilijk is, doe je iemand onrecht. […] We leven in een tijd waarin moeite doen, je best doen, niet meer hoog in het vaandel staat. Volwassenen maken jongeren wijs dat niets moeilijk is, niets een inspanning vergt, dat ze alles kunnen. Tegenwoordig noemt met dat elitisme, terwijl er juist niets elitairs aan is! Iedereen moet enorm zijn best doen, juist daarin zijn we allemaal gelijk!”‘ – Margot Dijkgraaf in gesprek met Amélie Nothomb in NRC Handelsblad.

‘Op miraculeuze wijze weet hij van het alledaagse grootse literatuur te maken. […]
Al lijkt het alledaags, het is verslavend. De schrijver toont ons een leven van waarneming en van vragen, die de waarnemer zich stelt. Vooral dat laatste maakt zijn beschrijvingen uitzonderlijk. Als hij zijn kinderen observeert in hun spel of in hun slaap, dan overheerst de verwondering. Wat denken ze? Hoe leiden ze hun levens? Het is intiem en gedistantieerd tegelijk.’ – Kester Freriks in NRC Handelsblad.

“Het overvalt me, dit succes. In de zin van: ik heb er altijd van gedroomd, maar als het dan gebeurt, is het toch overweldigend. Het boek wordt in allerlei talen vertaald, en ik krijg uitnodigingen uit alle delen van de wereld. Dat streelt me enorm. Al blijf ik selectief: nu ik mezelf echt schrijver mag noemen, moet ik ook doen wat een schrijver primair behoort te doen: schrijven.” – Graeme Macrae Burnet in gesprek met Ronald Ockhuysen in Het Parool.

‘Een gothic novel in Victoriaanse setting, maar nét even anders. Weg met die eeuwig in katzwijm vallende vrouwen! Hier zijn ze geïnteresseerd in wetenschap en politiek, en weten ze dondersgoed dat hun vrouw-zijn het er niet makkelijker op maakt. Een voorzichtige vergelijking met voornaamgenoot Sarah Waters is op z’n plaats, ware het niet dat Perry erin slaagt verder te kijken dan de romance, en dieper dan louter klasseverschillen. Misschien slaagt ze er vooral in haar onderwerpen vrolijker tegemoet te treden.
[…] Het schrijfplezier van Perry zoemt door de hele roman heen, wat het leesplezier alleen maar aanwakkert. Naast die vileine gesprekjes is ze heel sterk in de beschrijvingen van de donkere rivier en de dreigende zeedraak, de angst die zoiets oproept.’ – Roos van Rijswijk in NRC Handelsblad.

‘Wat Tolstoj zei over families, kun je ook zeggen over Amerikaanse indianenstammen: ze zijn allemaal ongelukkig op hun eigen manier. We kennen de verhalen over gebroken verdragen, ziekten waartegen geen weerstand was, gedwongen verhuizingen naar steeds slechter land. Maar één stam, de Osage, werd wel op een heel bijzondere manier ongelukkig: ze werden steenrijk. Over wat dat voor gevolgen had, schreef de Amerikaanse journalist David Grann een fantastisch boek dat leest als een thriller.’ – Bas den Hond in Trouw.

‘Een lekkere leesbare roman over een verliefde kantoorjuffrouw, met een ondubbelzinnig positief slot? Dat riekt naar chicklit. Maar wie daarom dit debuut negeert, doet de schrijfster en zichzelf toch tekort. Eleanor Oliphant staat met twee stevige benen in de grote Britse negentiende-eeuwse literatuur, van Jane Austen tot Charlotte Brontë […].’ – Marijke Laurense in Trouw.

‘En al knoopt Russo die eindjes vakkundig aan elkaar, soms balanceert hij daarmee op het randje van theater-van-de-lach-achtige overdaad.
Maar je vergeeft het hem. Dankzij zijn soepele proza, zijn oor voor droogkomische dialogen en bovenal zijn onweerstaanbare personages […] stuk voor stuk liefdevolle karikaturen die tegelijk zo echt voelen als je buren, je familie.
Een politieke roman? Geen moment. Maar Richard Russo kan nog steeds als weinig anderen smalltown America in het hart kijken.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

‘Als Levy vijf maanden zwanger is […] krijgt ze in Mongolië een miskraam. […]. Bij terugkomst stort haar huwelijk in en verliest ze ook nog eens haar huis. Ze is gebroken. Door haar leven na te lopen, probeert ze de weg naar herstel te vinden.
Zo samengevat, rieken haar memories naar een zelfhulpboek. Dat is het allerminst. Aan de hand van allerhande volt gestileerde anekdotes over haar jeugd, haar liefdesleven en haar werk portretteert Levy niet alleen haar eigen leven, maar ook het culturele leven in New York en dat van een generatie die denkt dat de regels niet voor haar opgaan.
Door het verhaal van een maatschappelijk en cultureel decor te voorzien is het meer geworden dan een boek over enkel haar particuliere rouw. Hierin is duidelijk te zien wat een goede verhalenverteller Levy is.’ – Dieuwertje Mertens in Het Parool.

‘Hamel creëert spanning door amper aan het leven te raken, maar er wel flarden van op te roepen. Deze gedichten blijven aan de oppervlakte van grote onderwerpen als levensangst en het onvermogen vorm te geven aan het bestaan. Met opgewekte levenswanhoop strijkt Hamel erlangs.
Als een aanhoudende cliffhanger is het moment van door de oppervlakte breken steeds onder handbereik.
Het leven is op afstand, al staat de dichter er middenin.’ – Maria Barnas in de Volkskrant.

‘Met steeds een andere vraag op zak (‘zullen we ooit in staat zijn te begrijpen wat bewustzijn is?’ of ‘is het in principe mogelijk om alles te voorspellen?’) trekt Marcus du Sautoy door wis-, natuur- en scheikunde, kosmologie, biologie en hersenwetenschap, met af en toe een zijsprong naar de filosofie. Wie wil er niet met zo’n gids op pad?
Met gemak springt Du Sautoy door disciplines en eeuwen.’ – Margriet van der Heiden in NRC Handelsblad.

‘Na elf bundels behoort Hester Knibbe wat mij betreft tot onze beste dichters, en per bundel is haar kwaliteit nog altijd stijgend. Tijd voor de P.C. Hooftprijs?’ – Arie van den Berg in NRC Handelsblad.

‘De gedeeltelijke rehabilitatie van Nicolaas II is een van de opmerkelijke conclusies van de Amerikaanse historicus Sean McMeekin in zijn De Russische Revolutie – een nieuwe geschiedenis. Het is een fascinerend boek, dat aantoont dat de definitieve geschiedenis van de revolutie nog altijd niet is geschreven.’ – Michel Krielaars in NRC Handelsblad.

‘Een visionaire dystopie.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

‘Edouard Louis’ tweede roman maakt eenzelfde enorme indruk als Weg met Eddy Belleguelle, zijn eerste roman – vanwege de toon, de stijl, de taal en vooral vanwege de obstinatie en subtiele zoektocht naar het hoe en waarom.’ – Margot Dijkgraaf in NRC Handelsblad.

‘De schrijver is wonderwel geslaagd in zijn poëtische verwoording van de natuur als het oneindig vreemde. Tot die vreemdheid – en tot zijn eigen eindigheid – kan de mens zich slechts verhouden door de band met anderen en door routines, die ‘de lawine van dagen en jaren hanteerbaar maken.'” – Sofie Messeman in Trouw.

‘Het razendknappe, ogenschijnlijk luchtig geschreven Er is geen vorm waarin ik pas verovert de lezer met een dan weer wijs en indringend, dan weer scherp gekruid en buikpijn-grappig verhaal over familie, vriendschap en gemis. Slappe lach, uithuilen en weer opstaan.’ – Pjotr van Lenteren in de Volkskrant.

Lampje is naast een avonturensprookje ook het hartverscheurende verhaal over opgesloten zitten in de verkeerde wereld. […] Annet Schaap schreef, alsof het niets is, voor het eerst en meteen maar een van de beste kinderboeken van dit jaar.’ – Pjotr van Lenteren in de Volkskrant.

‘Dit met veel gevoel en humor én tienerverontwaardiging geschreven en met merkbaar plezier vertaalde boek leg je niet meer weg.’ – Pjotr van Lenteren in de Volkskrant.

‘Laten we eerlijk zijn: je kunt jongens leren lezen, maar de meesten blijven het liefst plaatjes kijken en moppen tappen. Een uitkomst voor hen is het grafische sprookje Kleine broer van de Noor Øyvind Torseter.’ – Pjotr van Lenteren in de Volkskrant.

‘Een hoogtepunt in het oeuvre van illustrator Sanne te Loo en het ultieme prentenboek voor de zomervakantie, maar eigenlijk voor altijd.’ – Pjotr van Lenteren in de Volkskrant.

“Hoe kwam je op het idee voor Nazomer?”
“Het begon met een zin die ik tegenkwam: ‘De spiegel die de omgeving ons voorhoudt, bepaalt wie wij worden’. Een interessant gegeven. In hoeverre word je gevormd door je omgeving? Ik vond het mooi om die vraag neer te leggen bij Claudia, een meisje met een enorme creatieve drive (ze wil ontwerpster worden) dat opgroeit in een volkse omgeving die dat niet herkent.
In mijn omgeving werd ‘met schrijven kun je geen droog brood verdienen’ gezegd, maar niet door mijn ouders. Net als Claudia kon ik ook niet slapen, omdat ik mij móest uiten.” – Esther Verhoef in gesprek met Mario Wisse in Metro.