Boekpresentatie

Woensdag 27 juni: feestelijke bijeenkomst rond En het wonder ben jij, de nieuwe roman van Eva Posthuma de Boer
en het wonder ben jij  
Eva wordt geïnterviewd door Jasper Henderson. Wij heffen het glas op de verschijning van het boek!
Eva Posthuma de Boer, Uitgeverij Ambo Anthos en Linnaeus Boekhandel nodigen u uit om hierbij aanwezig te zijn.
Inloop vanaf 16.30 uur. Aanvang 17.00 uur. Lees meer

Spannend

barstVan woensdag 6 tot en met zondag 24 juni zijn de Spannende Boekenweken. U ontvangt dan bij aanschaf vanaf € 12,50 aan boeken een spannend boek als geschenk: Barst van Boris O. Dittrich.

BOEKEN IN DE MEDIA

‘Het is lang geleden dat ik als een kleuter voor de poppenkast kreetjes slaakte bij het lezen van een boek, maar Van der Werf kreeg het voor elkaar.
[…] Wat een verteller, die Van der Werf, en wat een lekkere en zuivere pen.’ – Yolanda Entius in Trouw.

‘Ik bestaat uit twee letters is absoluut gelukt. Een dagboek van een jaar is wel lang, dat is het enige echte bezwaar: in de 719 bladzijden zit wel een aantal dooie momentjes. Maar Dautzenbergs soulsearching levert een eerlijk, diepgravend portret op van hemzelf, van zijn (geëngageerde) schrijverschap, maar ook het Zuid-Limburg van zijn jeugd en zijn familie.
[…] Dautzenberg is onze literaire meester in de grensoverschrijding. Of zoals hij het zelf psychologiserend noemt: transgressie. Hij overschrijdt graag de grenzen van genres, verwachtingen, dwingende vormen en normen, het betamelijke.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘Niet alles in Parachute is even helder. Maar tussen de ernstige, geestige, verwarrende en ook kritische gedichten zit veel wat toch een flink tijdje na blijft zoemen.’ – Janita Monna in Trouw.

‘Het mag duidelijk zijn: Cognetti’s zinnen, hoe helder, direct en schijnbaar achteloos ook, zijn allesbehalve normaal. Hij beschrijft de natuur in volle glorie, zonder partij te kiezen tegen de mens. Integendeel: hij klimt duizenden kilometers om beter zicht te krijgen op onze diepste, krachtigste gevoelens.’ – Dries Muus in Het Parool.

‘Met Amerikanen lopen niet weet Van Veelen succesvol een hartdiagnose van de Verenigde Staten op de stellen. Met een open blik en een scherpe maar ook lichte pen laat hij zien waarom iedereen St. Louis zou moeten kennen.’ – Lolfi El Hamidi in NRC Handelsblad.

‘Zadie Smith stelt je met haar arendsblik in staat om dingen die aanvankelijk complex en verwarrend zijn, in een helder perspectief te zien. Ze trekt je mee in haar verbeelding en opent het ene na het andere verhelderende panorama. Maar in die brede blik is ook steeds ruimte voor het specifieke en karakteristieke detail, voor kleur, profiel en nuance.’ – Annemarié van Niekerk om Trouw.

‘Hoe gemakkelijk had Melandri een eendimensionale pamfletroman kunnen schrijven, met al dit materiaal voorhanden, reikend van Mussolini tot Berlusconi, en met in de hoofdrol die hypocriete slimmerik van een oubaas met zijn smeergeld, strapatsen en handig haperende geheugen?
De prestatie die ze levert is dat de lezer zijn oordeel steeds moet opschorten, bijvoorbeeld erkennend dat de schurk Attilo óók een lieve vader is geweest.
Met haar eerste 300 pagina’s verleidt Melandri de lezer zo welbespraakt, dat die in de volgende 200 pagina’s de Afrikaanse verschrikkingen met precies dat schuldgevoel ondergaat waar het de daders destijds aan heeft ontbroken.’ – Arjan Peters in de Volkskrant.

‘Marlene van Niekerk zoekt verbinding, tussen talen, werelden, tussen toen en nu. Via de kunst. En zoals Mankes in woorden van de dichter aandacht had voor de ‘stilte van een merelnest’, leiden ook Van Niekerks aangenaam trage regels even af van wat vluchtig is. Poëzie als een kleine adempauze in een kolkende wereld.’ – Janit Monna in Trouw.

‘Het zijn haar ideeën die afwijken van de conventies, die Mizees identiteit als vrije denker bevestigen. Maar eerder dan bevreemding creëert haar dwarsheid nabijheid. Zo waar en zo meeslepend zijn ze, die inkijkjes in haar gedachten, die ideeën over de oervorm van religie en de ‘kern van de zaak’ waarnaar zij altijd op zoek is, die vingers op de zere plekken van het intermenselijke contact. Die zielsverwantschap blijft niet voorbehouden aan Ger: dankzij deze correspondentie, Mizees pen en de machtige kracht van de literatuur kunnen we allemaal een beetje Ger worden, een beetje Nicolien en een beetje God.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘Een sappige, sprankelende mix van overtuigende historische fictie en symbolische sprookjeselementen, waarin een verhaal over macht, liefde en (on-)afhankelijkheid draait om twee gevaarlijk verleidelijke vrouwen.
[…] Ga maar lezen. Geniet van Gowards filmische scènes en het kleine legertje sublieme (vooral) vrouwelijke personages. Van hoe soepel ze schakelt tussen rauw realisme en freudiaanse én maatschappijkritische metaforiek die de stille kracht van de schijnbaar onderworpenen laten zien. En dat allemaal in proza dat hypnotiseert als meermingezang.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

“Twee mijl van de plek waar ik opgroeide hadden mijn grootouders een kleine melkveehouderij. En er was bos, er waren velden, en de zee was heel dichtbij. Een complete wereld. Ik ken de boeren die daar ploegen, die de kalveren ter wereld helpen, ik ken de schaapscheerders die langskwamen, de koeien die wegliepen… Ik kon het allemaal voor me zien, en ik schreef dit verhaal alsof ik het voor me zag.
[…] En al die verhalen zijn gesitueerd in de omgeving waar ik ben opgegroeid. De lange droogte bewees dat ik daarover kon schrijven. Ik ben een product van die natuur, die omgeving, ik leef daar nog steeds. Ik herken wat er gebeurt. Dus waarom schrijven over een man die in een grote stad verliefd wordt op een naaktschilderij?” – Cynan Jones in gesprek met Maarten Moll in Het Parool.

“Wat ik meedraag, uit mijn eigen familiegeschiedenis: het schuldgevoel is iets dat heel erg bij ons hoort en dat ik zelf ook heel erg voel. Mijn ouders hebben de oorlog meegemaakt, al waren ze toen nog jong. Maar net als de grootvader van Jessie in het boek is die van mij in 1889 geboren, hij was een volwassen man. Daarom heb ik dit boek geschreven. Vanuit het gevoel dat je niet je eigen leven kunt leiden, niet naar de toekomst kunt kijken omdat de geschiedenis te zeer op je drukt.” – Svealena Kutschke in gesprek met Marjolijn de Cocq in Het Parool.

‘Inhoudelijk mag dat alles klinken als een doorsnee puberboek, maar Tamara Bach beschrijft het kalm, heel dicht op de huid, vol gevoel, maar zonder sensatie en stilistisch virtuoos. Dat maakt Veertien een opmerkelijke leeservaring voor jong literaire fijnproevers en volwassene.’ – Bas Maliepaard in Trouw.

‘Dat voortdurende besef en de onmogelijkheid te ontsnappen aan de keuzes die je ooit hebt gemaakt, is een van de redenen voor de ademloosheid die Club Mars veroorzaakt. Anders dan de meeste verhalen over gevangenissen gaat deze roman nauwelijks over de onderlinge relaties tussen de gevangenen, het gaat om de verhalen van de gevangenen op zichzelf en om hun dagelijkse beslommeringen. Het accentueert de onmogelijkheid tot het behoud van een identiteit, en ondertussen leer je dat Amazon bijvoorbeeld wél gewoon bezorgt in gevangenissen, terwijl brieven vaak de gevangenen niet bereiken.’ – Toef Jaeger in NRC Handelsblad.

‘Clarice Lispector eist in deze onorthodoxe roman nogal wat van haar lezers. Maar dat mag. Ze krijgen er veel voor terug wat geen enkele ander auteur hun bieden kan.’ – Ger Leppers in Trouw.

‘Scandinavisch vakwerk!’ – Maarten Moll in Het Parool.

“Wat voor mij moeilijk was, was dat ik al van te voren wist hoe het verhaal zou eindigen. Ik wist dat Lorena Hickok en Eleanor Rooseveldt niet als twee oude vrouwtjes samen op een verranda zouden zitten, maar dat hun wegen zich zouden scheiden. Lange tijd dacht ik dat ik geen boek wilde schrijven met zo’n verdrietig slot. Maar toen dacht ik: ze zijn ondanks de beëindiging van hun relatie dertig jaar vrienden gebleven, ze zijn elkaar blijven schrijven, ze hebben ieder jaar samen Kerst gevierd en ze zijn altijd van elkaar blijven houden. En dat is het ook waard om gevierd te worden. De romance eindigde, maar de liefde niet.” – Amy Bloom in gesprek met Jannah Loontjens in Trouw.

“De slag om Arnhem is om de reden die u noemt – de mythe van de heroïsche nederlaag – inderdaad een zeer Britse slag, waarover ik graag wilde schrijven. Ik ergerde me al heel lang aan de wijze waarop operatie Market Garden voortleeft in het collectieve geheugen. Het idee bestaat nog altijd dat het mislukken van de operatie vooral een geval van pech is geweest: als dit of dat maar nét iets anders was gelopen, dan was het de vanuit België oprukkende grondtroepen gelukt de Britse parachutisten bij de Rijnbrug in Arnhem te bereiken. Dat is onzin: het was gewoon een slecht plan. Er is gefaald vanaf het begin, en vanaf de hoogste bevelhebbers. Operatie Market Garden kon alleen maar mislukken.” – Anthony Beevor in gesprek met Bart Funnekotter in NRC Handelsblad.

‘Al die gewapende conflicten hebben bij elkaar aan Indonesische zijde 3 à 4 miljoen slachtoffers geëist en steevast rond 30 procent van de koloniale begroting was ermee gemoeid.
Het moet een waar monnikenwerk zijn geweest om die historie van geweld te inventariseren. Hagen, die ook biograaf is van Pieter Jelles Troelstra, kweet zich jarenlang nauwgezet van die taak en beschrijft in zijn ruim 1000 pagina’s tellende boek een groot aantal van deze oorlogen.
De monotonie die daarbij op de loer ligt vermijdt hij grotendeels door er, indachtig zijn adagium dat geweld de kurk is waarop het hele kolonialsime drijft, een algemene geschiedenis van de verhouding tussen Nederland en Nederlands-Indië van te maken.’ – John Jansen van Galen in Het Parool.

“Iedereen weet wel van de dood van de gebroeders De Witt, de lynchpartij en hoe hun verminkte lichamen werden opgehangen op het Groene Zoodje in Den Haag. Maar ik dacht: laat ik bij het begin beginnen en laten zien hoe Johan de Witt, met alle machinaties in de verschillende vroedschappen, op 24-jarige leftijd als jonge advocaat in de positie komt dat hij raadspersionaris kan worden en daarmee een van de machtigste mannen ter wereld. Ik wilde het hele verhaal vertellen.” – Jean-Marc van Tol in gesprek met Marjolijn de Cocq in Het Parool.

Meisje in brand is in alle opzichtern een bijzonder aangrijpende roman. Het is verbluffend om te zien hoe Messud haar technische virtuositeit inzet om sociale onrechtvaardighedid naar de oppervlakte te brengen.’ – Arie Storm in Het Parool.

‘Een gevoelig portret van een opgewekte, maar eenzame jongen, die eindelijk een zielsverwant vindt. De sterke vormgeving met kaders vol indianenweetjes en Van der Lindens prachtige illustraties in petrogliefen-stijl (met oranje steunkleur!) zitten dit rijke verhaal als gegoten.’ – Bas Maliepaard in Trouw.

‘Kijk, zo hoort het. Prachtig gebonden met stofomslag, vlekkeloos geredigeerd, briljant vertaald, uitputtend van noten voorzien en verhelderend uitgeleid. Als je dan toch als uitgeverij besluit een boek na negentig jaar alsnog te vertalen, zo moet men bij uitgeverij Van Oorschot hebben gedacht, doe het dan zo. En dus komt Thomas Wolfe’s Look Homeward, Angel nu uit in een vorm die het boek waard is, want – en dat is het belangrijkste – Daal neder, engel is een bij vlagen briljante roman, geschreven in een gedurfde, bloemrijke taal, die de geduldige lezer even zo vaak in vervoering zal brengen.’ – Jan Donkers in NRC Handelsblad.

‘Aan de hand van de wederwaardigheden van de Oranjes heeft Jeroen Koch de causaliteit der dingen laten zien in een tijd die ons zo vreemd geworden is. De doem van de koningsmoord, de onthoofding van de Franse koning Lodewijk XVI, die over de Europese vorstenhuizen lag. De voortdurende herschikking van allianties en grenzen in de Napoleontische tijd. De karakterverandering – van autocratisch naar burgerlijk – die de meeste monarchieën toentertijd ondergingen. En de worsteling van koningen met hun leven, met dynastieke verplichtingen en met de nieuwe constitutionele spelregels. Koch rijgt het aaneen tot weergaloos drama – mooier dan je het zou kunnen verzinnen.’ – Sander van Walsum in de Volkskrant.

“Wat de discussie lastiger maakt is dat we juist afscheid hebben genomen van wetenschappelijke concepten van ras.”
“Dat vind ik niet in tegenspraak met elkaar. Het maakt het nog verleidelijker om op de postraciale wagen te springen. Zo van: we hebben het er niet meer over. Maar ik vind dat ironisch. Het was niet mijn idee om mensen in rassen op te delen: dat is uitgevonden om de slavenhandel te legitimeren. Maar nu het in het belang van Europa is om mensen te de-radicaliseren zeggen we: oh ja, datgene waar we de afglopen vierhonderd jaar aan vast hebben gehouden, dat bestaat trouwens niet meer. We begraven het, doen alsof het niet is gebeurd, samen met alle achterstanden en ongelijkheid die het heeft gecreëerd. Maar helaas is het een sociaal construct waar we mee moeten leven. Je moet erkennen hoeveel impact het heeft gehad.” – Afua Hirsch in gesprek met Clara van de Wiel in NRC Handelsblad.