BOEKEN IN DE MEDIA

‘Amélie Nothomb zet in vijfenhalve pagina haar personages en hun drama neer. Je vliegt er met zo’n snelheid doorheen dat je als onoplettende lezer niet eens door hebt hoe goed ze schrijft. Vertaler Marijke Arijs is daar net zo goed verantwoordelijk voor. Terugbladeren en opnieuw beginnen is een methode om te zien hoe Nothomb dat voor elkaar krijgt. Het is of ze haar creativiteit indamt in compacte zinnen en functionele dialogen.’ – Wineke de Boer in de Volkskrant.

‘Het echte wonder van Machten der duisternis zit hem vooral in het briljante spel dat op allerlei manieren met de lezer wordt gespeeld. Een spel met feit en fictie, om te beginnen. Want al werpt Toomey zich op als kroniekschrijver, hij benadrukt voortdurend dat hij als literator per definitie nog onbetrouwbaarder is dan het toch al onbetrouwbare geheugen. […]
Of neem die verraderlijke epische opzet van een roman die de wereld én een halve eeuw geschiedenis omvat en waarin Burgess al zijn preoccupaties, kennis en een deel van zijn eigen busgrafie (ver)stopte. Dat deed hij niet zonder het idee van zo’n grootse, alomvattende roman telkens subtiel en glimlachend onderuit te halen.
Een magnum opus, kortom, dat tegelijk een parodie op het magnum opus is.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

‘Huisvlijt, zo omschrijft Van den Boogaard het werk van de dag-outbouwers in zijn fraaie inleiding. Want nergens in het boekje zijn de dug-outs hetzelfde. Blijkbaar staat nergens dus een dug-outfabriek. […]
De dug-out is met recht een ode aan deze fantasieschuilplaatsen, want veel van deze dug-outs zijn inmiddels vervangen door moderne exemplaren, misschien wel besteld bij een “heus dug-outbedrijf” zoals we dat op pagina 75 lezen. Jammer.’ – Maarten Moll in Het Parool.

Tot op de draad is een vermakelijke verkenning van de ontelbare manieren waarop sinds eeuwen het leven van kleren gerekt wordt, van sokken stoppen tot jasjes binnenstebuiten keren (altijd herkenbaar aan de plaats van het borstzakje). Montijn zoekt niet naar diepere verklaringen voor de menselijke neiging om kleren te blijven hergebruiken en aan elkaar door te geven. De economie verandert, de mode verandert nog sneller, maar kleding die door een ander gedragen is, lijkt altijd haar aantrekkingskracht te behouden. Omdat ze bijzonder is, goedkoop, en als het meezit zelfs gratis.’ – René van Stipriaan in NRC Handelsblad.

‘Dat Casanova immens charmant was, voel je op elke pagina. Belezen en intelligent, gul en ridderlijk. Een kameleon ook, die zich dankzij zijn charisma en haarfijn afgestelde sociale antenne schijnbaar moeiteloos begeeft in kringen waarin hij gegeven zijn nederige afkomst welbeschouwd niets te zoeken heeft. Maar datzelfde vermogen – de instelling van een lichtvoetige opportunist – brengt ook op allerlei manieren een schaamteloze dubbele moraal met zich mee; een web van ironie, veinzerij en paradoxen dat je bij vlagen doet duizelen.’ – Dirk-Jan Arensman in de VPRO-gids.

‘Klinkt als een Downton Abbey-achtige kostuumsoap?
Misschien. Maar dan wel een verdomd intelligente. De personages zijn merendeels geschetst met een afstandelijk soort tederheid en een aan Virginia Woolf herinnerend psychologisch inzicht. (Let ook op de boeiende trits kleinkinderen.) En al hun kleine intieme verhalen, verwezen tegen de achtergrond van de naderende Tweede Wereldoorlog, krijgen gaandeweg een verslavende dynamiek.
Geen wonder dat Hilary Mantel een verklaard bewonderaar van Howard is.
Het tweede deel van de Cazalet-kronieken verschijnt in oktober: Aftellen.
Doen we.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

“De bundel is vrij persoonlijk, zonder al te autobiografisch te zijn. Wat? Ja, er zit veel dood in. Gedichten over Wim, over mijn vader die niet zo lang geleden is gestorven. Het gaat over een persoon die pogingen doet om de wereld te begrijpen. En daar niet in slaagt. Alsof je in een achtbaan zit. De tijd raast voort zonder dat je het gevoel hebt dat je iets wezenlijks hebt kunnen doen met die tijd. De titel slaat daar ook op. Veel houvast heb je niet. De rails ligt er en het karretje kan maar één kant op. Maar het is echt geen sombere bundel hoor!” – Jeroen van Kan in gesprek met Maarten Moll in Het Parool.

‘”Schrijven geeft vrijheid.” Reizen ook, ontdekte ze in Amerika, India, Japan, Afrika. “In Nederland voelde ik me vaak geremd, onvrij. Zodra ik op reis was, kon ik me alles permitteren. Voelde me ook vrij om te schrijven wat ik wilde.” Ja, ze kan zich geheel vinden in wat haar actrice opmerkt: “Elke reis is een speurtocht, onophoudelijk achtervolg ik iets wat ik niet ken.”‘ – Inez van Dullemen in gesprek met Arjan Peters in de Volkskrant.

‘De lol van Geest uit de fles bestaat er verder in, dat de lezer buiten tekst en illustraties, uitstapjes kan maken naar fragmenten uit de film, muziek, documentaires en interviews, die in het boek genoemd worden. Maar wie daaraan begint, komt aan de ochtendkrant voorlopig niet toe.’ – Hans Achterhuis in de Volkskrant.

‘Strout geeft de heftige scènes nog meer kracht door ze in te bedden in dagdromen en tedere herinneringen van de personages, en uitingen van affectie. Het is uitzonderlijk knap gedaan.’ – Jan Donkers in NRC Handelsblad.

‘Marsman romandebuut is mede dankzij het geslaagde vormexperiment een buitengewoon meeslepende ideeënroman, die zo diepgravend en poëtisch is dat hij aan pamflettistisch simplisme ontkomt.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘Ferrante schrijft ook voor kinderen onsentimenteel, simpel en magisch. Met ruige woorden, met verlatingsangst. En met vieze rijmpjes […]
Wat gebeurt is heftig, maar niet griezeliger dan Pinocchio en niet dreigender dan Roodkapje. En de jonge lezer, die weet dat sprookjes eng zijn maar niet echt, huivert er lekker bij.’ – Joyce Roodnat in NRC Handelsblad.

‘De komst van gulle begroeiing in een voorheen ijskoud land is een van de bijzondere momenten die de grootmeester van de Nederlandse archeologie, Leendert Louwe Kooijmans, beschrijft in een nieuw en magistraal prehistorieboek. Deze Leids emeritus-hoogleraar schetst met een koelbloedige kennis van zaken de oudste voorgeschiedenis van Nederland in kleine details én in grote lijnen – de weerslag van een leven vol onderzoek en colleges. Het boek ademt een fascinatie voor die geheimzinnige, naamloze mensen uit dit eerste verleden, van wie zo weinig is teruggevonden.
Louwe Kooijmans heeft er een meeslepende zoektocht van gemaakt.’ – Hendrik Spiering in NRC Handelsblad.

‘Dit is een prachtig boek, uitstekend vertaald, dat soms wel veel van de lezer vergt – zeker de niet-Britse, want Rory Stewart veronderstelt nogal wat kennis van de historie van zijn land. Maar overheersend zijn de schitterende passages over de natuur en het landschap, de wisselwerking daarvan met de bevolking, de karakteriseringen van de mensen die Stewart ontmoet, de vragen over nationalisme die hij oproept, de lessen die uit de geschiedenis kunnen worden getrokken. Indrukwekkend.’ – Co Welgraven in Trouw.

‘En mooi is de wijze waarop ze haar vorderende zwangerschap (muggenplaag, spataderen, hoge bloeddruk) vervlecht met het oorlogsverhaal. Urgenter kan het verlangen naar duiding en moraal eigenlijk niet worden uitgedrukt dan in zwangerschapsweken die per hoofdstuk worden afgeteld tot de nieuwe mens zich aandient, een mens die zich voegt in het verhaal dat aan hem vooraf ging, en die recht heeft op een naam en op enig inzicht in het verleden.’ Jann Ruyters in Trouw.

‘Nog best goed te doen, deze gedichten. Het is de verfrissende afwezigheid van ironie, relativering en gelatenheid die ze nu nog authentiek maakt. Mooi uitgegeven ook.’ – Aleid Truijens in de Volkskrant.

‘”Er zit alsnog veel poëzie in dit boek. Klimaatverandering is een ingewikkeld, vaag onderwerp, uit de categorie ‘wel belangrijk, niet leuk’, maar ook superpoëtisch en filosofisch. De mens die zichzelf te gronde richt, tragischer krijg je het bijna niet.”‘ – Gidi Heesakkers in gesprek met Lieke Marsman in de Volkskrant.

‘Ze werkte aan een ander boek, maar merkte dat ze moeilijk een zoveelste nieuwe verbeeldingswereld kon betreden. “Al die personages die je moet verzinnen, hun tekortkomingen, voor ze weer van vlees en bloed worden.”
Maar toen ze haar eigen roman Honderd deuren ging herlezen, bedacht ze: waarom niet met deze personages verder, maar dan twintig jaar later? “Dat heeft enorm bevrijdend gewerkt. Als je een boek hebt geschreven gaat de deur letterlijk dicht. Met die boekenwet heb ik nu gebroken. Ik kwam in een wereld terecht die ik al kende, ik wist al heel veel van mijn personages, ze lagen me na aan het hart. Het was voor mijn verbeelding wonderlijk inspirerend.” – Marjolijn de Cocq in gesprek met Maria Stahlie in Het Parool.

‘Lahme behandelt de levensgeschiedenissen van de acht Manns om en om, zonder de chronologie uit het oog te verliezen. Zo ontstaat een indringend beeld van een gecompliceerde familie. Anders dan zijn meeste voorgangers, stelt hij daarbij overtuigend vast dat in de “amazing family” geen sprake was van verstoorde familieverhoudingen. Dat blijkt ook uit Die Briefe der Manns, waarin woordspelletjes, vertederende koosnaampjes en openhartige bekentenissen aantonen hoe vertrouwd de familieleden met elkaar omgingen. Tussen de ouders en hun kinderen bestond vooral warmte, intimiteit en empathie.’ – Michel Krielaars in NRC Handelsblad.

‘Ze vroeg hun toestemming voor ze Gemeengoed ging schrijven. Haar stiefbroer, wiens personage in de roman achter zijn eigen geheim komt, omhelsde haar, zei dat ze mocht schrijven wat ze wilde. (Hij heeft het boek nog steeds niet gelezen. Hij is niet zo’n lezer.) Ze heeft wel, denkt ze, met het afmaken van het boek gewacht tot haar vader, die tijdens het schrijven ernstig ziek was, was overleden. “Al had het hem misschien helemaal niet kunnen schelen.”
En nu is het grappige: zo autobiografisch is het boek helemaal niet geworden. “Sommige dingen zijn echt gebeurd, andere niet.” Dat geheim van die stiefbroer? Verzonnen. “Weet je, je moet je eigen boek heel vaak lezen voordat het in de winkel ligt – redigeren, proefdrukken controleren – en bij de vierde keer dacht ik: wauw, het gáát niet eens over ons. Mijn moeder zei het ook: het bracht wel herinneringen boven, maar het gaat niet over ons. Het is gewoon weer hetzelfde boek als ik altijd schrijf: twee groepen mensen die niet samen willen zijn, worden gedwongen samen te zijn.” Gijzelaars en terroristen. Wetenschappers en Amazonebewoners. Kinderen uit het ene en uit het andere huwelijk. “Daar gaan ál mijn romans over.”‘ – Ellen de Bruin in gesprek met Ann Pratchett in NRC Handelsblad.

Schipper & Zn. is een onheilszwangere, broeierige roman, waarin je al snel voelt dat het niet goed gaat komen. Niet met de tuin, niet met de liefde, niet tussen Eef en de tuinmannen en al zeker niet tussen vader en zoon Schipper. “Op de blik die de vader zijn zoon toezond, stonden ijsbloemen.”
Voor enige warmte is in deze thriller geen ruimte. Het is knap hoe snel Van Baars die ijzige spanning weet op te bouwen – en moeiteloos weet vast te houden, tot aan het bitter-komische slottafereel.’ – Janet Luis in NRC Handelsblad.

‘Aan de hand van vier personages vertelt Harstad een breed uitwaaierend, vijftig jaar omspannend, soms tot op de krankzinnigste details inzoomend verhaal dat de lezer nu eens meesleurt, dan weer doet zwoegen en bij vlagen ontredderd dan wel geïmponeerd achterlaat. […]
“Mijn redacteur zei: ‘De lengte is het probleem niet. Maar hoe langer je boek wordt, hoe meer elke paragraaf zijn eigen bestaan moet rechtvaardigen.’ Met dat uitgangspunt heb ik een hoop tekst weggegooid. Niettemin: als je boek de 1000 pagina’s overschrijdt, verlies je een bepaalde vorm van controle. Je moet dan accepteren dat je niet altijd het hele gebouw kunt zien. Nu eens bevind je je op de tweede verdieping, dan weer ben je aan het werk op het dak, maar het geheel kun je niet overzien.
Het voordeel daarvan is dat zowel de schrijver als de lezer geheel opgeslokt kan worden door het boek. Dat is het idee dat ik van Mark Rothko heb gestolen, die ook in het boek wordt genoemd. Hij zei dat hij zijn schilderijen zo groot maakte omdat hij wilde dat je er geheel door werd omgeven. Rothko wilde dat je zijn werk van een afstand van 40 of 50 centimeter bekeek. Dan wordt kunst iets fysieks, een plek.”
Een boek om in te wonen.’ – Hans Bouman in gesprek met Johan Harstad in de Volkskrant.

‘De waarde van dit testosteronproza ligt dan ook niet in het portret van een onuitstaanbare ruziezoeker, maar eerder in het oproepen van een verdwenen wereld. Terwijl in Europa de Franse Revolutie haar verwoestende sporen trok, was de Kaapkolonie het strijdtoneel van de Engelsen en de Nederlanders, met de oorspronkelijke bevolking als nu eens meevechtende, dan weer weerloze slachtoffers.’ – Peter Swanborn in de Volkskrant.

Geschiedenis van de Joden in Nederland is een standaardwerk dat en prima inzicht biedt in de manier waarop de relatie tussen Nederland en zijn Joden zich heeft ontwikkeld. Het is degelijk en meestal goed leesbaar.’ – Anet Bleich in de Volkskrant.

‘Met Saga van Egil rondt Marcel Otten zijn vertaalproject van alle grote sagen uit het Oudijslands af. In 2012 kreeg hij al de Filter Vertaalprijs voor zijn vertaling van de Proza Edda, eveneens van Snorri Sturluson. Het wordt tijd dat zijn naam wordt genoemd voor de Martinus Nijhoff Vertaalprijs.’ – Peter Swanborn in de Volkskrant.

‘En dat is wel de grootste prestatie van de schrijver: hij houdt je van het begin tot het einde in zijn greep, ondanks het feit dat we steeds opnieuw moeten beginnen in het verhaal, met weer een ander perspectief, een ander “gevonden” document, een andere blik op de moordzaak. Na afloop blijf je verbluft achter, wil je het liefst verder lezen, meer weten. Je dacht Roderick Macrae te kennen, van binnen en van buiten. Maar je vergiste je. Of toch niet? Er zijn feiten, maar geen zekerheden. Dat is wat Graeme Macrae Burnet blootlegt in deze spannende, buitengewoon originele roman.’ – Gerwin van der Werf in Trouw.

‘Dat maakt Het is maandag vandaag tot een weinig opgewekt maar treffend boek over hedendaagse eenzaamheid van een lid van een “verloren generatie”; het individu en zijn omgeving willen allebei wel, maar het lukt niet: “Nu ontwijk ik mensen, alleen is er gek genoeg altijd iemand die zich om mij bekommert.”
Het is maandag vandaag brengt een hedendaags soort crisis in beeld, een ontwrichting tussen de individuele behoeften van de mens en zijn sociale opdracht om om te gaan met anderen.’ – Rob Schouten in Trouw

‘Met dat als is Johan Polak de hoofdpersoon in een deels tragisch, deels hilarisch levensverhaal. Hilberdink heeft het geserreerd maar ook met gevoel voor dramatiek opgeschreven. Bovendien is zijn boek na de biografieën van Geert van Oorschot, Em. Querido en Rob van Gennep een welkome aanvulling op onze kennis van de Nederlandse uitgeverijen.’ – Jaap Goedegebuure in Trouw.

‘Dankzij de beeldende stijl, de aanschouwelijke verteltrant, de scherpe ironie en de zwarte humor wordt de lectuur van deze roman een ervaring die je lang bijblijft. Je hebt het gevoel alsof je ook zelf uitgeput en gewond op het slagveld bent blijven liggen, geschokt door de verschrikkingen van de oorlog, en ervan overtuigd dat de revolutionaire strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid onoverkomelijke schaduwkanten heeft. En je beseft dat je in het verhaal de stem van Vietnam hebt gehoord, in als zijn toonhoogten.’  – Annemarié van Niekerk in Trouw.

‘Ik vond de Turkse aanwezigheid in de Nederlandse literatuur tot nu toe wat armelijk, zeker als je het vergelijkt met die van de Marokkaanse schrijvers (Abdelkader Benali, Hafid Bouazza, Mistafa Stitou), Iraanse (Kader Abdollah) of Iraakse (Rodaan al Galidi): maar Murat Isik maakt met deze epische ‘coming of age’- annex grotestadsroman in één keer echt veel goed. Het is een hele pil maar het leest als een trein dankzij de onpretentieuze maar soepele pen van rasverteller Isik die het goudmijntje van zijn ongelukkige jeugd precies in de kern heeft aangeboord. Ik verwacht er nog heel veel meer van.’ – Rob Schouten in Trouw.

‘Het is een van de vele aantrekkelijke kanten van De roman als overlevingsstrategie: Parks vertelt erin ook over zijn eigen schrijfcarrière. En dan niet alleen over de tijd dat hij een middelbare scholier was, maar ook over welke ideeën die hij had aangeleerd gekregen, overboord moest gooien toen hij echt ging schrijven. Literatuur biedt dan misschien geen redding, uit de stukken blijkt dat het schrijven Parks wel degelijk helpt te overleven.’ – Maarten Moll in Het Parool.

‘Ali Land is zo verstandig om het hoe en waarom van de gruweldaden van moeder nauwelijks te benoemen; we verblijven de hele tijd in angstige afwachting in het arme hoofd van Milly en voelen met haar dat goed en slecht als wolven met elkaar vechten. De lezer wordt toenemend overmand door een gevoel van onheil en diepe bezorgdheid om het meisje, een emotie die thrillers zelden in deze mate oproepen.’ – Robert Gooijer in NRC Handelsblad.

‘Kortom: het verleden wordt in de beste proustiaanse traditie door het heden tot leven gewekt en als het ware buiten de tijd geplaatst. Het is het moment van de waarheid in deze filosofische roman, die stilistisch net zo flonkert als de edelstenen en -metalen waarmee de virtuoze ambachtsman werkt. En ook van het literaire raderwerk kun je de ingenieuze bouw en precisie alleen maar bewonderen. Helaas komen de emoties van de personages wat minder goed over. Dit is literatuur als verfijnd spel, als uitvinding, een boek voor estheten als de keizer van China.’ – Marco Kamphuis in NRC Handelsblad.

‘Hoe moet je dit curieuze boek categoriseren? Het is deels natuurhistorie, deels memoir, deels superieure kolder. Zelf noemde Foster het in een interview nog een ander genre. “Als mensen mijn boek alleen raar of excentriek vinden, heb ik gefaald. Dit is vooral een reisboek. Het is een poging delen van het landschap te bezoeken die we vaak genoeg zien maar die gewoonlijk toch onzichtbaar blijven.”
In die missie is Charles Foster glansrijk geslaagd.’ – Katja de Bruin in de VPRO-gids.

‘Ik lees graag romans waarin het hoofdpersonage schrijver is. Gebeurt dat goed, zoals hier, dan krijgt een roman er een intrigerende extra laag door.
De uitgever van Klein heeft liever een biografie over iemand anders. “Waarom geen échte celebrity.” Een Kieft. Of een Harry Piekema.
Zo werkt Münstermann naar het slotdeel toe van Geraakt: dat is een stuk uit de biografie. Daar weet hij te benoemen wat vaak onzegbaar blijft. Wat drijft ons werkelijk? Wat dragen we in het geheim in het leven met ons mee? Deze roman laat zien wat het innerlijke leven is, en wat dat te maken heeft met alle heisa aan de buitenkant. IJzersterk gedaan.’ – Arie Storm in Het Parool.

‘Lemaire bepleit niets minder dan een ander wereldbeeld, dat wél de eenheid van het leven omvat. Geen gering thema, maar hij weet het in de hand te houden. Hoe we nu met de dieren omgaan, kan alleen door ze op afstand en uit zicht te zetten, maar die strategie wankelt steeds meer. We kunnen niet langer volhouden dat we niet weten wat er aan de hand is. Het knagende gevoel dat er iets niet klopt, gaat na het lezen van het boek van Ton Lemaire niet meer weg.’ – Paul de Vries in Het Parool.

‘Hoezeer Van Dis zich ook heeft teruggetrokken in het buitengebied in het “kleine” verhaal, de huidige wereld blijkt zich niet te laten afbakenen, dus ieder hoofdstuk raakt toch weer aan de actualiteit – en dat is misschien wel het beste van In het buitengebied, meer nog dan de psychologische zelfvoorlichting. De bittere, verslagen frustratie stijgt zo uit boven het persoonlijke, en dat is misschien niet erg genoeglijk, maar wel het beste wat je van In het buitengebied zou kunnen wensen.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘De tomaat is een wereld op zichzelf en tegelijkertijd spiegel van de hele wereld. Leugen en waarheid onlosmakelijk met elkaar verbonden, labyrintisch, onoverzichtelijk. Men ziet door de tomaten de Tomaat niet meer. […]
De tomaat is een mythisch product. Een wereld ook van sprookjes en legenden, zou ik zeggen. Wie Annemarie Hendriks volgt – een genoegen vanwege haar bijzonder vlotte pen, humor en aanstekelijke nuchterheid – ziet haar hier en daar even paf staan als de lezer zelf, dat schept een band. Men krijgt plezier in alle ballonnetjes die ze onderweg doorprikt.’ – Atte Jongstra in NRC Handelsblad [Lees als het lukt de hele recensie, die alleen al is heerlijk!]

‘Salters spaarzame beschrijvingen van luchtgevechten zijn schitterend, maar het fraaist getekend is wel de innerlijke strijd van kapitein Connell, die niet begrijpt hoe het leven een getalenteerde valsspeler kan bevoordelen boven een gewetensvol man.’ – Tommy Wieringa in de Volkskrant.

‘”In de Afrikaanse denktradities ontslaat wijsheid pas als we kennis combineren met menselijke ervaring,” stelt Olúwolé. Aan het slot houdt ze een interessant pleidooi voor de democratisering van filosofie. Waarom blijven filosofen – ook veel Afrikaanse – erin volharden dat échte filosofie “een zoektocht is naar een eeuwige en universele waarheid die opgaat voor alle volken in alle culturen ter wereld”? En waarom is deze westerse hypothese veranderd in een onwrikbare waarheid die denktradities met een meer vloeibare kijk op de werkelijkheid uitsluit?’ – Janita Naaijer in de Volkskrant.

Broederstrijd is geen gelikte documentaire, nee, het is of iemand met een onvast handcameraatje de arme sloebers volgt die het in tijden van oorlog en misère maar moeten zien te rooien. Wat levert dat indrukwekkende beelden op.’ – Edwin Krijgsman in de Volkskrant.

‘De voorspelbare kritiek luidt dat Harstad minstens driehonderd pagina’s had kunnen schrappen, onder begeleiding van een strenge redacteur. Dat geloof ik niet. Harstad wil met deze monumentale roman een soort ‘Gesamtkunstwerk’ maken van taal, beeldende kunst, muziek en theater. Iedere kunstvorm moet er een wezenlijke rol in spelen. Ook geen toeval: iedere hoofdpersoon vertegenwoordigt zo’n kunstvorm. En dan is er ook nog de wereld die inwerkt op de levens van deze mensen, en op hun kunst: Vietnam, de val van de Muur, 11 september, orkaan Sandy die over New York raast.
Achteraf ging ik al die passages waar ik waarom bij schreef, beschouwen als penseelstreken op een doek, die van dichtbij op willekeurig geklieder lijken, maar die wanneer je een paar stappen achteruit doet op zijn gegaan in het grote geheel en ongemerkt bijdragen aan de impact van het schilderij. Zo kun je dit caleidoscopische boek lezen en beschouwen.’ – Gerwin van der Werf in Trouw.

‘Het mag soms best: stransstoellectuur. In die categorie is De grote kans van Edsel Broneman van Daniel Wallace onweerstaanbaar. De premisse: een goedhartige, wereldvreemde schlemiel krijgt via een marketingbureau een gratis strandvakantie in Florida aangeboden. Enige voorwaarde: hij moet over exact 79 dagen een partner meenemen. Een herculische opgave voor een maagdelijke kantoorklerk van 34 wiens leven bestaat uit zijn oersaaie werk, zijn achterbuurtflatje en zijn dementerende moeder. Wat volgt is, uiteraard, een kolderieke race tegen de klok met voorspelbare afloop. Maar Wallace (bekend van zijn verfilmde debuut Big Fish) goochelt in deze romcom-op=papier genoeg hartveroverende stripfiguurpersonages en verrassende pootwendingen uit de hoge hoed om je reserves met een zonnige glimlach te laten varen.’ – Dirk-Jan Arensman in VPRO Gids.

‘Wat maakt Van Zomeren zo’n goede (natuur)schrijver?
Ik denk de combinatie van eigenschappen: Van Zomeren kijkt, verwondert, bewondert, maar betwijfelt ook. Zelfrelativering is bij hem nooit ver weg, misschien wel door het machteloze gevoel van nietigheid dat de natuur de mens nu eenmaal afdwingt.
[…] Driemaal won hij een prijs voor zijn werk, niet de meest prestigieuze in de literaire wereld. Dat is te weinig. Maar Alle vogels is een prachtuitgave, met leeslint en penseeltekeningen van Erik van Ommen. Een monument voor een schrijver die niet genoeg te prijzen valt.’ – Jan-Pierre Geelen in de Volkskrant.

‘Een nieuw deel in de privédomeinreeks dat een rijk en boeiend beeld biedt van deze bijna vergeten, altijd zoekende en vaker ongelukkig verliefde schrijfster.
[…] Had zij meer tijd van leven gehad dan was ze uitgegroeid tot de Nederlandse Virginia Woolf, beweerde Heere Heeresma later. Dat zijn te grote woorden natuurlijk, maar deze verzamelde teksten tonen haar oorspronkelijkheid en schrijftalent, en maken zeker ook nieuwsgierig naar de verhalen in haar latere, beter ontvangen bundel Gevallen vrouwen. Hopelijk een volgend project van Rutger Vahl.’ – Jann Ruyters in Trouw.

‘[…] De stijl is vlot en behapbaar. De grote kracht van Zwarte bladeren schuilt in de research: je komt echt alles te weten over deze onbekende, gitzwarte bladzijden uit de Poolse geschiedenis. Bovenal heeft Wolny met haar roman een taboe bespreekbaar gemaakt: de moeizame verhouding tussen Polen en Joden, die tot op vandaag vertroebeld blijft door trauma’s uit de twintigste eeuw.’ – Sofie Messeman in Trouw.

Vrolijk stemmend is het allemaal niet, nee. Een rauwe blauweboordenwereld, overgoten met alcohol en een stevige scheut trauma en verdriet.
Maar ondertussen heeft Canty je wel het gevoel dat je die hele gemeenschap van binnenuit leert kennen. Hij laat je tot het kleine bijfiguur met hen meeleven en dromen van tweede kansen. Hopen, of het nu tegen beter weten in is of niet.
De onderwereld is, kortom, weer zo’n ragfijn bluesje om mee te neuriën.
Lees het. (En daarna zijn korte verhalen.)’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

‘Er verschijnen veel boeken over het Midden-Oosten, maar de graphic novels van Riad Sattouf zijn wel heel indrukwekkend. Vorige week verscheen deel 3 alweer, in het Nederlands. Ze tonen een blik op de Arabische wereld, door de ogen van een kind. Door de vrolijke stripsfeer met grapjes en details komt de tragiek ook extra goed binnen.
[…]Het mooie aan het boek is dat er geen alwetende verteller is. We weten weinig meer dan wat die als kind wist. Dat maakt het verhaal prachtig om te lezen, maar ook ontzettend tragisch.’ – Frank Mulder in Trouw.

‘Vann is er gelukkig in geslaagd Medea te vrijwaren van opzichtig emancipatoire trekjes. Hier geen gemiste avant la lettre, beukend tegen een mannenmaatschappij, maar een ongrijpbare toverkol wier leven, ondanks haar occulte krachten, eigenlijk mislukt. De wanhoop van de verliefde vrouw is van alle tijden, maar de uitvoering die Medea aan haar plannen geeft, is in onze ogen verbijsterend, meedogenloos en gruwelijk. Dat is de kracht van deze roman, die je het onbegrijpelijke weet voor te schotelen, als een soort natuurkracht.’ – Rob Schouten in Trouw.

Spinoza en de vreugde van het inzicht biedt zo ook de vreugde van het lezen. Het is in alle  opzichten een filosofisch boek dat de liefde tot de wijsheid uitdraagt.’ – Hans Achterhuis in de Volkskrant.

‘Zo dwaalt hij langs observaties, fascinaties, plaatsen, ontmoetingen en universele thema’s, zonder dat hij vergeet de lezer op sleeptouw te nemen. Die moet soms zijn best doen om alle redeneringen en metaforen te volgen, maar het is de moeite waard. Bijna alles waarop Postma zijn open blik laat rusten, is interessant. Hij wikt, weegt en geeft de lezer alle ruimte er het zijne van te denken.’ – Gidi Heesakkers in de Volkskrant.

‘Deze drieste Duitse filosoof, die eerder Eichmann in Argentinië schreef, weigert het kwaad weg te zetten als het gedrag van mensen die hun ware menselijkheid nog niet helemaal hebben gerealiseerd. Het kwaad hoort juist bij ons. In Stangneths mooie definitie: kwaad is het vermogen van mensen om iets te doen wat zijzelf als verkeerd zien..’ – Marjan Slob in de Volkskrant.

‘Vaak hanteert een thrillerschrijver twee (of meer) verhaallijnen. De lezer moet soms even doorbijten voor hij begrijpt wat het ene verhaal met het andere te maken heeft. De Engelse auteur Tammy Cohen maakt het wel erg bont. Pas twintig pagina’s voor het einde van De nieuwe collega onthult ze de samenhang tussen de vertellingen. Wie de rit zo lang heeft uitgezeten, wordt echter wel rijkelijk beloond. Zo kan hij met zekerheid voorspellen wie in de resterende pagina’s welke moord gaat plegen en waarom. Alsof hij zelf een beetje coauteur is.’ – Hans Knegtmans in Het Parool.

‘Haar tweede roman En we noemen hem is weer een speurtocht, die zich vertakt langs verre kennissen en in de diepten van stoffige archieven duikt. En o, wat levert dat een verrassend spannend verhaal op – zelfs een uitgesproken lekker boek. Alleen al om de vloeiende vaart waarmee Van Heemstra schrijft, zonder clichés.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

Ook Ten overstaan van de hele wereld, de tweede korte roman van Alfred Hayes (1911-1985), die eindelijk in vertaling verscheen, is geen voer voor romantici. De naamloze verteller, een illusieloze scenarioschrijver in Hollywood, redt een beschonken meisje dat tijdens een strandfeest vastberaden de zee in loopt, om vervolgens een futloze affaire met haar te beginnen. Nog-lang-en-gelukkig is geen moment een optie. Maar ondertussen schetst Hayes, die de filmwereld van binnenuit kende, wel haarscherp de leegte en wanhoop van een aspirant-actrice die haar grootste dromen van roem ziet vervliegen. De miezerigheid van een liefde als reddingsboei, zonder echte betrokkenheid of passie. En dat in schitterend, schijnbaar cynisch Humphrey Bogart-proza waarin heimelijke tederheid schuilt.’ – Dir-Jan Arensman in VPRO Gids.

‘Michaelis schrijft dat ze het dagboek bijhoudt voor Dick Binnendijk, haar leraar Nederlands op wie ze nog altijd heimelijk verliefd is. De taal is dan ook verzorgd en bloemrijk. Ze had er duidelijk plezier in om de mensen die haar wereld binnenwandelden scherp neer te zetten. […]
Later wordt duidelijk dat Michaelis het dagboek ook zeer nodig heeft als uitlaatklep en worden haar persoonsbeschrijvingen helaas milder.’ – Sylvia Heimans in Trouw.

‘Veronesi is een sportfanaat, maar hij laat zich niet verleiden tot weeë verhalen, als schrijvers dat te vaak doen, overreagerend, alsof ze zich schamen voor hun vervoering en in de hoop dat niemand ze door heeft.
Ook voor Veronesi is de sport een beetje heilig. Maar als schrijver ziet hij hoe deze deuren opent naar de moderne wonderen waar uiteindelijk al zijn romans over gaan. Met hoofdpersonen die het lezen serieuzer nemen dan waar het leven van gediend is.
Veronesi ziet lijden, streven, verlichting, om niet te zeggen Verlichting. En hij staat versteld: alles in deze bundel is geschreven vanuit verbazing. Daarbij is er voor Veronesi geen onderscheid tussen de topsporter en de hartstochtelijke amateur.’ – Joyce Roodnat in NRC Handelsblad.

‘De wereld van de islamitische Tataren zet Jachina, die zelf van Tataarse afkomst is en voor deze roman uit het levensverhaal van haar grootmoeder put, indringend neer. Dat wordt versterkt door haar mooie stijl, die poëtisch en strak is, in de traditie van Russische klassieke schrijvers als Poesjkin en Toergenjev.’ – Michel Krielaars in NRC Handelsblad.

‘Morgan heeft verteltalent genoeg om haar geboeid te volgen, terwijl ze bokkend en steigerend naar een schokkende finish galoppeert.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

Sterven, een levensverhaal bevat bemoedigende bespiegelingen over leven en dood, en stelt vast dat we onze traditionele rituelen rond het stervensproces zijn kwijtgeraakt, waardoor stervenden misschien wel eenzamer zijn dan ooit.’ – Hans Bouman in de Volkskrant.

‘De randverschijnselen van de internationale dichtersgemeenschap staan centraal in de vertellingen met tekeningen van Bas Kwakman. Als festivaldirecteur van Poetry International reist hij naar de verste uithoeken en ontvangt hij dichters uit de hele wereld.
Niet Kwakman of de poëzie heeft de hoofdrol in dit werk, maar de dichter met al zijn ijdelheden, onzekerheden en vreemde gewoontes.’ – Maria Barnas in de Volkskrant.

‘De Vos is een ideaal subject voor een biografie, een man van vele contrasten en paradoxen. Intellectueel en volks, gevoelig en horkerig, aartslui en vol verlangen, moppentapper in talkshows, mensenschuw op feestjes, een paljas op het podium, een binnenvetter daarbuiten. Een rockster die als dertiger bij zijn moeder woonde en geen exotischer eten dan spaghetti duldde. Een man van patronen, bijgeloof en rituelen. Een lul en een lafaard ook, soms.’ – Haro Kraak in de Volkskrant.

Eskimoland gaat vooral over de eigenaardigheden en bijzondere overlevingskunsten in het barre poollandschap van de menselijke bewoners van dat ‘Eskimoland’, gezien door de ogen van een gevoelige en observant bezoeker uit Europa (‘waar de mensen en volkeren altijd boos op elkaar zijn’, aldus de Inuit) met een humane blik en een fijne neus voor het tragikomische.’ – Marcus Werner in de Volkskrant. 

‘Ja, op het eerste gezicht is Drie dochters van Eva  wijdlopig en beeldrijk, maar het is bovenal een ideeënroman, levendig en intelligent, over de liefde, tradities en religie, en de vele conflicten die dat alles teweeg brengt.’ – Jessica Durlacher in de Volkskrant.