Het korte verhaal centraal

Woensdag 19 februari: De Avond van het Korte Verhaal met Jan Brokken en (het werk van) Jean Rhys
avond korte verhaal
Tijdens de Week van het Korte Verhaal (14-21 februari) organiseren we een avond rondom dit geweldige genre met als gast Jan Brokken, die door Edith Vroon wordt geïnterviewd over zijn nieuwe boek Stedevaart.
Tevens duiken we in het werk van auteur Jean Rhys, een van de grote schrijvers van de twintigste eeuw. Haar verzamelde verhalen zijn nu voor het eerst vertaald en van een inleiding voorzien door Jan Brokken.
logo week

Aanvang 20.00 uur. Toegang € 5,-.
Reserveren via info@linnaeusboekhandel.nl of 020-4687192.
Lees meer

BOEKEN IN DE MEDIA

‘Het is geweldig. Cliënt E. Busken is een monologue intérieur van een bejaarde man in rusthuis Madeleine, die zich in proustiaanse taal allerminst neerlegt bij zijn schromelijke uitdoving.
[…] Spectaculair is het: Brouwers laat ons meesurfen op de golven van zijn gedachten, en weet zo – dat moet met nadruk benoemd worden – moeiteloos te boeien. De taal bezit de rijkdom en dichtheid van poëzie, en vloeit al evenzeer.
[…] Die taal onder spanning, opgeblazen tot hij bijna knapt, maakt Cliënt E. Busken tegelijk groots en meeslepend, én zo hartverscheurend als een relaas van een woedende man maar kan worden. Bij vlagen meelijwekkend.
[…] Brouwers is de taal nog altijd fier meester.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘Zelden vond ik een boek zo spannend, zelden zette het mij zo aan het denken.
[…] Gundar-Goshen schrijft in een droge, ironische stijl, die ze het hele boek volhoudt. Het is een psychologische roman: ze kruipt in het hoofd van haar personages en laat de lezer met hen meeleven en meedenken. En toch blijf ik als filosofische lezer achter met nieuwe vragen over waarheid en leugen, waar ik niet omheen kan.
[…] Het is ongemeen knap dat Ayelet Gundar-Goshen haar personages nergens afvalt of veroordeelt. Ze dringt zo diep door in de beweegredenen van hun gedrag dat dit begrijpelijk en zelfs vanzelfsprekend overkomt. Ondertussen zit je als filosoof met nieuwe vragen over de maatschappelijke rol van leugens en als lezer met vragen over je eigen worstelingen met waarachtigheid en bedrog. De titel van deze meeslepende roman blijkt zich rechtstreeks tot de lezer te richten: Leugenaar!’ – Hans Achterhuis in de Volkskrant.

‘Condities is een mooi opgebouwde bespiegeling op de trend van schrijvers die over schrijvers schrijven, een satire in zekere zin, hoewel onderkoeld en ernstig opgeschreven.
[…] De blik naar binnen houdt ook verband met de hunkering naar autobiografisch werk onder uitgevers, zoals geestig en genadeloos blootgelegd door Thomas Heerma van Voss in Condities. Die hunkering is weer gebaseerd op de voorkeur voor autobiografische boeken onder het publiek en journalisten.’ – Haro Kraak in de Volkskrant.

‘Net als in Verbroken beloftes doet Offill in haar manier van noteren recht aan de werking van het menselijk brein, dat de werkelijkheid nu eenmaal niet beleeft als een logisch, lineair verhaal, maar als een schijnbaar willekeurige, chaotische aaneenschakeling van indrukken en informatie, waarin het vervolgens structuur probeert aan te brengen.
Dat is precies de taak die Offill de lezer van Weersverwachting oplegt.’ – Hans Bouman in de Volkskrant.

‘Wat maakt dat Wodins tweeluik blijft nadreunen in het hoofd van de lezer, is haar onopgesmukte proza. Nergens zet ze het leed dik aan. Ze schildert verbrokkelde levens met een fijn penseel. De belangrijke schrijversles show, don’t tell bewijst hier zijn kracht. Dit is wat ontworteling en ontmenselijking aanrichten: verwoestende effecten over de generaties heen.’ – Paul van der Steen in Trouw.

‘Net als in haar eerdere romans weet Zeh de spanning er tot op het laatst in te houden en laat ze je heel lang in het ongewisse over wat er werkelijk in het huis op de kale berg is gebeurd. Overtuigend stapt ze in de verbeeldingswereld van de kleine Henning en Luna. Zelden heb ik zo beklemmend de angst en paniek van een door hun ouders verlaten peuter en kleuter kunnen voelen als hier.’ – Michiel Krielaars in NRC Handelsblad.

‘Met zijn mediagenieke optredens schept de emeritus hoogleraar Herman Pleij bepaalde verwachtingen, maar Oefeningen in genot is geen populaire geschiedschrijving, of een vluggertje. Het is bovenal een doorwrochte, rijk geïllustreerde ontdekkingstocht van de letterkundige Herman Pleij over hoe ‘literair verwoorde vuilbekkerij’ zorgde voor een kortstondige seksuele bevrijding, waar de kerk snel een einde aan wist te maken.
Waarmee weer de kiem werd gelegd voor de seksuele revolutie van de vorige eeuw.’ – Peter de Brock in Het Parool.

“Kijk, er zijn een paar jeugdfoto’s van mijn vader: zeilend, als student, spelend in een jazzband. Je zult het met me eens zijn, niemand die opgewekter en optimistischer de wereld inkijkt dan hij. Maar hier, in Auschwitz, is hij al totaal veranderd. Je ziet het aan zijn blik: hevig getraumatiseerd. En hier, kort voor zijn dood, zie je ook weer dat verdriet in zijn ogen dat nooit meer is weggegaan. Hij heeft natuurlijk heus nog wel gelachen na de oorlog, maar het was nooit meer een echte lach. Hij was kapotgemaakt. En als kind voel je dat sinds je vroegste jeugd. Als je vader zo verdrietig is, kun je zelf ook nooit echt gelukkig zijn.” – Melcher de Wind in gesprek met Evelien van Veen in de Volkskrant.

‘Wie ‘Vuurgeesten’ uitgelezen heeft weet nog steeds niet goed wat de motieven en gedachtenwereld van de sekteleden zijn en dat is denk ik een van de boodschappen in dit boek: denk maar niet dat je de psychologie van een sekte zomaar kunt doorgronden. Maar als gezegd, ‘Vuurgeesten’ trekt toch vooral de aandacht door de manier waarop het geschreven is. Verre van de vaak gelikte, soepele, meeslepende stijl van veel Amerikaanse vertellers, hangt er een vreemde, hallucinante sfeer in het boek door de nu eens hoekige dan weer associatieve manier van schrijven.
[…] Kwon heeft door haar vervreemdende blik en stijl die donkere kanten van op het oog gewone, intelligente mensen, mooi in beeld gebracht, niet door er van boven- of buitenaf naar te kijken maar door het eigenaardige en ondoordringbare karakter van religieuze bezetenheid op een bezielde en ook haast apocalyptische wijze op te roepen. Een beetje verontrustend, dat ook.’ – Rob Schouten in Trouw.

‘Het zijn al deze op elkaar inwerkende krachten en emoties, zowel in de natuur als in de menselijke psyche, die dit schijnbaar in kalm tempo voortschrijdende verhaal intens en spannend maken.’ – Annemarié van Niekerk in Trouw.

‘Wie meer wil begrijpen van het recente verzet en de woelingen in veel Zuid-Amerikaanse landen, moet zich deze roman niet laten ontgaan, waarvan de taalschoonheid even uitzonderlijk is als de rauwheid van het beschreven bestaan.
[…] In haar verhaal is de vijand hoegenaamd gezichtsloos. Dat maakt de onmacht van de slachtoffers alleen maar groter; net als de zeggingskracht van deze grootse roman, die zowel gaat over een gestorven moeder en een verdwenen kind, als over taal die herinneringen kan bewaren, als in een schatkamer.’ – Arjan Peters in de Volkskrant.

Finse dagen is mijn belangrijkste boek tot nu toe. De verteller valt in dit boek helemaal samen met de schrijver zelf. Ik had zin om eens zonder vermomming te schrijven. Al is het onmogelijk om als verteller honderd procent ‘ik’ te zijn, want je bent als verteller altijd autoritairder dan in werkelijkheid, je duldt geen tegenspraak. Dat neemt niet weg dat het echt een autobiografisch boek is. Maar ik heb er ook dingen bij verzonnen.
[…] Ik merkte, met het ouder worden, dat ik een ander perspectief op dingen van lang geleden kreeg. Ik heb in Red ons Maria Montanelli, mijn debuut van dertig jaar geleden, ook al over mijn middelbare schooltijd en de dood van mijn moeder geschreven. Dat was een boos boek, verteld met de stem van een puber. Ik vroeg me af: hoe zou het zijn als ik nu naar die tijd zou kijken, met een mildere blik – als mezelf, zonder personage, zonder verteller?
[…] Over dit boek ben ik helemaal niet onzeker. Ik heb, meer nog dan bij mijn andere boeken, heel sterk het gevoel dat het gelukt is. Het is precies geworden wat ik wilde. Misschien omdat er weinig verzonnen elementen in zitten, geen flauwekul. Alleen wie kwaad wil kan hier zwakke plekken in vinden. Mijn vrouw vindt het zonder meer mijn beste boek. Mijn zoon trouwens ook.” – Herman Koch in gesprek met Sara Berkeljon in de Volkskrant.

‘Grunberg heeft aan zijn eigen eis voldaan: hij heeft gaten in de geschiedenis gevuld met fictie. Hij heeft de lezer iets laten meemaken dat die nog nooit heeft meegemaakt. Wekte hij met Blauwe maandagen een enorme ontroering, 25 jaar later weet hij je vooral te verbluffen met zijn intellectuele kracht. Na Moedervlekken vraagt Grunberg in Bezette gebieden nog meer van je – en daar word je ook voor beloond.
Het wonderlijkst is dat al die schrijnende, over elkaar heen buitelende taferelen, Grunbergs Umwertung aller Werte, zijn immoraliteit en fantasie niet alleen verbazing wekken en humoristisch zijn, maar inzicht bieden in wat wij als werkelijkheid of waarheid beschouwen. Dat is wat literatuur vermag.’ – Onno Blom in de Volkskrant.

“Het overkoepelende thema van het boek is de identiteit van een persoon door de tijd heen. Een stabiele, goed afgeschermde identiteit is een hersenschim. Je verandert door alles wat je meemaakt. Leyland schrijft brieven aan zijn overleden vrouw Livia. Daarin vraagt hij zich af of hij zich niet altijd in een tussenruimte bevindt, tussen zijn vroegere en zijn huidige ik. Zo is het ook, denk ik. Alles is in beweging. Het is altijd een worsteling om identiteit te vinden. Een leven is een poging om zich van de druk van de wereld te bevrijden. Dat gebeurt als Leyland van Oxford naar Londen gaat. Het gebeurt in extreme vorm op het moment dat hij denkt te gaan sterven. Op dat moment zegt hij: nu ben ik werkelijk vrij, omdat ik met niemand meer rekening hoef te houden.” – Pascal Mercier in gesprek met Peter Giesen in de Volkskrant.

“Mijn moeder heeft al mijn boeken beïnvloed. Zij was zelf jarenlang parfumverkoopster op de veerboot tussen Rodby en Puttgarden. Zij heeft een winkel gehad in een dorpje in het zuiden, zoals de moeder in Zij. Een alleenstaande moeder met twee dochters, mij en mijn zuster. Las veel en graag. En toen ik ging schrijven, werd zij een leverancier van zinnen voor mijn boeken. Dat was een onuitgesproken deal. Zij kon me opbellen en iets bijzonders zeggen, waarvan ze wist dat ik het noteerde en zou kunnen gebruiken.
Zodra er een boek van mij uitkwam, stuurde ik haar een exemplaar. Elke keer was ze verrukt als ze zinnen herkende. We hebben veel gelachen samen. Over moeilijke dingen spraken we liever niet, die voelden we toch wel aan.” – Helle Helle in gesprek met Arjan Peters in de Volkskrant.

‘Heinen schrijft naar zijn beste vermogen over voetbal en neemt daarmee een dribbel door het leven: passje opzij, Wereldoorlog I, tikkie breed, Britse ontdekkingsreizen, stapje terug, Spaanse Burgeroorlog, bal over de breedte, Arabische Lente.
Voetballers zijn, volgens Heinen, mensen die blijven spelen en erin slagen iets te realiseren waar ieder van droomde: ze conserveren al spelende een stukje jeugd. Daarin klinkt de jongen door die Heinen ooit was, een puber die zijn droom verloor.
Buiten de lijnen bevat met ruim 170 portretten de bijeengeraapte scherven; het boek is niet gebonden door thema, geografie, club of land. Het is de pen van Heinen die het boek bijeenhoudt. Al schrijvende worden de scherven gelijmd: het is voetbal op zijn best, en de reparatie van zijn eigen droom – en die van de voetbalminnende lezer.’ – Maurits Chabot in NRC Handelsblad.

‘Vier jaar werkte tweevoudig Gouden Griffelwinnaar Simon van der Geest aan dit boek, maar het was het wachten waard: ‘Het werkstuk’ is een heerlijk filmisch, vloeiend geschreven avontuur van bijna 400 bladzijden, waar het woord ‘meeslepend’ voor lijkt uitgevonden.’ – Bas Malipaard in Trouw.

‘Zolang ik boeken van Thera Coppens lees, en dat is al bijna dertig jaar, is er iets dat mij altijd weer doet uitzien naar haar volgende boek.
[…] De reikwijdte van Coppens’ oeuvre beslaat inmiddels zo ongeveer het hele afgelopen millennium. Des te bewonderenswaardiger is het dan ook dat ‘Johanna en Margaretha’ zo’n rijkgeschakeerd beeld van de vroege dertiende eeuw geeft. Zó erudiet zijn, en dan bijzondere vrouwen van alle tijden in hun overweldigende geschiedenissen plaatsen, dat kan in Nederland alleen Thera Coppens.’ – Laura van Baars in Trouw.