Joodse verhalen

Woensdag 1 mei in Linnaeus Boekhandel: Joodse huizen – verhalen over vooroorlogse bewoners
chaja polak foto tessa posthuma de boer 2 pieter-bas van wiechen 2 selma leydesdorff 2 frits slicht 2 esther shaja 5  joodse huizen 5
Met Chaja Polak, Pieter-Bas van Wiechen, Selma Leydesdorff, Frits Slicht en Esther Shaya
Een bijzondere avond in de week van herdenken en vieren
Aanvang 20.00 uur. Entree € 5,-.
Reserveren via info@linnaeusboekhandel.nl of 020-4687192. Lees meer

BOEKEN IN DE MEDIA

‘Prettig aan dit boek is dat Higginbotham de feiten voor zich laat spreken, hij laat het opgeheven vingertje achterwege. Tegenstanders van kernenergie kunnen desalniettemin elke bladzijde aanhalen om zich in hun gelijk bevestigd te zien: kijk eens wat voor gevaren en rampzalige gevolgen er allemaal zijn. Maar voorstanders kunnen voor anker gaan bij het slot, waar de auteur op een rij zet wat de conseqenties zijn van het gebruik van fossiele brandstoffen: een ‘verwoestende’ klimaatverandering, en miljoenen doden als gevolg van luchtverontreiniging. Kernenergie is een schoon alternatief, maar ja, tot welke prijs?’ – Co Welgraven in Trouw.

‘Wat een ontdekking, De grote angst in de bergen van de Zwitserse schrijver Charles-Ferdinand Ramuz (1878-1947). Om te beginnen is er het verhaal zelf, dat bloedstollend spannend is en waarvan je al op de eerste bladzijde begrijpt dat het niet goed zal aflopen.
[…] Dan is er de buitengewone stijl van Ramuz, waar aan het begin van de 20ste eeuw veel om te doen is geweest. Voor zijn romans ontwikkelde hij een gestileerde versie van de streektaal, een ‘geschreven openluchtfrans’. Geen plattelandsdialect met aanhalingstekens, maar een stijl waarin hij het ritme van het Vadoirs gebriukt voor zijn eigen esthetiek.’ – Wineke de Boer in de Volkskrant.

‘Wie Elena Ferrante is weten we niet, maar ze is hier onmiskenbaar aan het woord. compromisloos, provocerend en razend. Ze laat zich kennen als lezer, als bewonderaar. Als schrijver die geen schrijver wil zijn maar dat toch is, ze kan niet anders. Frantumaglia voegt veel toe. Niet aan de vrouw Elena Ferrante, die we niet kennen. Wel aan de schrijfster van wie alles gelezen moet worden.’ – Joyce Roodnat in NRC Handelsblad.

”Heilbot op de maan’ maakt nog meer dan ‘Legende van een zelfmoord’ duidelijk dat David Vann zijn vader beter begrijpt dan goed is. Voor hem, en voor de lezer. Zelden heb ik zo dwingend ervaren hoe het moet zijn om een depressie te hebben. Vann brengt overtuigend over hoe mensen zich met hun eigen logica in een (fatale) hoek zetten. Dat is niet prettig om te lezen, en mij persoonlijk lukte het ook alleen in porties van een pagina of tien, twintig. Maar doorlezen moest ik wel. Hoe donker ook, ‘Heilbot op de maan’ is vooral ook een treffende zoektocht naar verlichting.’ – Vroukje Tuinman in Trouw.

‘De vertaling van Hans Boland is opnieuw, net als zijn eerdere Dostojevski-vertaling Demonen en zijn veelgeprezen Anna Karenina, een taalfeest. Als geen ander heeft hij oog voor de rijkdom van het sappige, alledaagse Nederlands. Die rijkdom zit ‘m niet zozeer in een rijke woordenschat, maar juist in een informele toon, vol ‘gekneed’ Nederlands: ‘niks speciaals’. Hij flirt onbekommerd met anachronismen, zoals ‘bling-bling’ en ‘A4’tjes’. Dat zal hier en daar controversieel zijn, hij gaat ver, maar Boland zoekt die controverse met open vizier.’ – Bas Heijne in NRC Handelsblad.

‘Te Gussinklo schrijft onweerstaanbaar. Herkenbaar maar eigen, vrij van conventie, geestig en tijdloos. Een wonderlijk drummen is het, die bijna hypnotiserende repetitieve gedachtenstroom van ritmische zinnen en roffelende woorden. Vertragend en dan weer opstuwend, alsmaar in een welgekozen tempo, zonder ook maar één keer mis te slaan. Zo trommelt hij het tragikomische portret op van een onvergetelijke jongen, zo onweerstaanbaar kwetsbaar. Maar wie maakt hem wat? Hij raakt, hij ís.’ – Bo van Houwelingen in de Volkskrant.

Lanny is weer in vergelijkbare krankzinnige taal verteld als Verdriet is het ding met veren, taal die blijkbaar kenmerkender is voor Porter dan voor dat ene boek. Lanny is weer zo’n dromerig boek dat je niet voor de plot leest, maar voor de sfeer die die taal oproept, als een gedicht.’ – Ellen de Bruin in NRC Handelsblad.

‘In Churchill – de biografie komen, in een enigszins rigide chronologie, al die feiten en gebeurtenissen aan de ode die in de omangrijke Churchill-bibliografie al zo dikwijls zijn gememoreerd.
[…]  Churchill-liefhebbers hebben het allemaal al eens, of meer dan eens, gelezen of gehoord. Toch gaat de zoveelste biografie van Churchill geen moment vervelen. En dat zit hem niet alleen in het feit dat Andrew Roberts nieuwe bronnen heeft kunnen raadplegen, zoals de verslagen van de vergaderingen van Churchills oorlogskabinet, correspondentie van Churchills kinderen en de dagboeken van koning George VI en de Russische ambassadeur Ivan Maisky. Het leven van Churchill is een film waarnaar je kunt blijven kijken.’ – Sander van Walsum in de Volkskrant.

‘Het is een onstuimig boek om je tanden in te zetten, ‘Bizar’ van Sjoerd Kuyper: ruim 300 bladzijden boordevol ideeën over de wereld en het bestaan, een scheut Schakespeare en een snuf Schopenhauer, vol scherpe maatschappijkritiek, schaterlach-humor, om de paar bladzijden een zin die het noteren waard is en een avontuur dat de titel eer aandoet.’ – Bas Maliepaard in Trouw.

“Er zitten stukjes en beetjes Belfast in. De werkelijkheid vormde dit boek meer dan mijn andere boeken.
[…] Mijn taak is om de wereld in de fictie zo waarachtig mogelijk te maken, kloppend naar zijn eigen regels en logica, zodat ik een emotionele realiteit overbreng. Dat is wat ik in mijn werk het meest beoog: emotionele echtheid. En ik denk dat Melkboer dat is, meer dan een portret van een bepaalde tijd of een bepaalde plek: een emotioneel echte weergave van hoe het was, van de angst, de duisternis, het trauma. Ondertussen probeerden mensen toch menselijk te blijven en lief te hebben, ondanks alles.” – Anna Burns in gesprek met Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘Wie kan hier stoïcijns onder blijven? En als het je aan gevoel voor humor ontbreekt, dan geeft Charms je nóg voldoende gedachten in – over de hunkering naar een wonder bijvoorbeeld, naar een ommekeer, een wending in de gang van zaken die anders maar zo gewoontjes is – u weet wel, dat dagelijkse leven waar nooit iets geks gebeurt, het zou het uwe kunnen zijn –, dat het je op de zenuwen kan gaan werken.
[…]
Soms lijkt Charms alleen een verhaaltje te beginnen om het weer zo snel mogelijk af te kunnen kappen. Laat maar weer. Dat is komisch, en het laat je zien met hoe weinig middelen een schrijver de verwachting van de lezer kan beïnvloeden. Want met elke alinea ga je toch hopen dat er wél iets gebeurt; dat het horloge weer gaat lopen, dat het elastiekje een eigen leven krijgt, Serov inspiratie opdoet voor een schilderij, en die kwelende agenten, de oorloze professor, de armloze vriend en de onbesuisde andere vriend in een samenzang zullen uitbarsten over de onbegrijpelijkheden van het lot.’ – Arjen Peters in de Volkskrant.

‘Het lezen van ‘De Jacobsboeken’ is een avontuur dat van de lezer 900 bladzijden lang toewijding vraagt. Maar hij komt niet bedrogen uit, want het is een rijk boek, aan lotgevallen, personages, informatie en stilistisch vernuft.’ – Sofie Messeman in Trouw.

De parade is wellicht niet perfect, maar behoort zeker tot Eggers’ beste werk.’ – Auke Hulst in NRC Handelsblad.

‘De hoogdravende en volstrekt originele aanpak van Luiselli maakt van de roman een intellectueel duizelingwekkend en hartverscheurend spektakel.’ – Dieuwertje Mertens in Het Parool.

“Mijn moeder vindt Klein Engeland mijn beste boek, zegt ze, ondanks de komische manier waarop plekken worden omschreven die haar dierbaar zijn, de golfbaan en het tuincentrum. Maar ze ziet dat er ook liefde spreekt uit mijn beschrijvingen. Mensen vragen weleens waarom ik geen boze roman heb geschreven, maar ik hou van Engeland, zelfs van het Brexit Engeland. Het EU-referendum verleidde ons om vragen over ons land te stellen, hoe we ons voelen over Engeland. De echte vraag was: op welke manier hou je van je land? Er zijn veel Engelanden. Een van de personages is bijvoorbeeld een socialist die ook een patriot is. Wat ik wil zeggen: niet iedere vaderlandslievende Engelsman is geobsedeerd door Churchill en Duinkerken.” – Jonathan Coe in gesprek met Patrick van IJzendoorn in de Volkskrant.

”Specimen Days’, vertaald al ‘Oud ben ik en jong ben ik’, is een beetje een bijeengeraapt zootje dagboekaantekeningen maar wie het naast ‘Leaves of Grass’ leest, peurt er wel een karrevracht aan kleurrijke achtergrondinformatie uit.’ – Rob Schouten in Trouw.

‘De jonge leeftijd van de schrijfster toen ze het meemaakte en de lotgevallen van haar manuscript, verstopt en teruggevonden na haar dood, lijken op die van Anne Frank. ‘Schaduwen over de toendra’ heeft dan ook in het huidige Litouwen een vergelijkbare status als ‘Het Achterhuis’ en is deel van de nationale literaire canon. Maar Dalia’s boek verdient ook een plaats in de wereldlijst van politieke horrorliteratuur, om de herinnering levend te houden aan deze combinatie van menselijke wreedheid en natuurlijk meedogenloosheid.’ – Wil van den Bercken in Trouw.

‘Het eerste verhaal uit deze bundel, ‘Hongerlijder’ is groots, zo’n verhaal dat eigenlijk meteen een klassieke status heeft, alsof het al langer bestond, alsof je geen debuut hebt opengeslagen, maar een bloemlezing van de beste verhalen van de afgelopen tijd.
Waarom is dit verhaal zo goed? Omdat Johnson het met haar kalme, zelfbewuste stijl klaarspeelt een onmogelijke gedaanteverwisseling te presenteren als iets dat binnen het verhaal vanzelf spreekt. Nergens waarschuwt ze haar lezers dat er nu toch echt iets vreemds gaat gebeuren, of dat we ons in een vreemde wereld bevinden. En de lezers gaan mee. Ze weten niet wat hun overkomt en accepteren tegelijkertijd dat een verhaal dat over anorexia leek te gaan iets heel anders behelst.
[…] Ondertussen is Johnson wel een groot, eigenzinnig talent, een veelbelovende schrijver voor lezers die hun onrust graag aangewakkerd zien.’ – Rob van Essen in NRC Handelsblad.

Uit het leven van een hond is een dun, maar heel rijk boek, vol fantastische zinnen, metaforen en observaties; tegelijkertijd is het allemaal onnadrukkelijk, gewoontjes, kalm en klein. Daar gaat het Kollaard nu juist om: de grootsheid van het kleine te tonen.
[…] Met een zucht sla je uiteindelijk het boek dicht. Helaas, voortaan weer verder leven zonder Henk en Henks houvast. Wat is nou eigenlijk gebeurd tijdens het lezen? Niets. En was dat nou zo mooi? Ja, dat was schitterend. Kollaard laat met dit boek zien wat literatuur vermag.’ – Judith Eiselin in NRC Handelsblad.

“Wat voor wereld is dat, waarin er generaties lang sprake kan zijn van misbruik in gezinsverband? Waarom onderzoeken we dat niet? Ik ben, met mijn ervaringen, inmiddels wel benieuwd: waar komt dat vandaan, dat zoveel mensen God willen spelen in hun eigen gezin? Waarom kunnen deze vaders niet zeggen dat ze hunkeren naar de liefde en aanraking en aandacht, maar moet dat gepákt worden? Ik denk dat de literatuur een goede plek is om dat te onderzoeken, door het verhaal volledig te vertellen, met alle vragen en weerzin die het oproept. Dat was mijn inzet.” – Manon Uphoff in gesprek met Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

Serotonine vertoont opvallend veel overeenkomsten met De wereld als markt en strijd, tot aan de naam van de geraadpleegde psychiater aan toe (Népote in het eerste boek, Azote in het laatste). Serotonine lijkt in alles een herneming van die debuutroman, exact 25 jaar later; deze reprise is rijker, voller en een stilistisch hoogstandje bovendien.
[…] Serotonine is een schitterende liefdesroman en, voor wie de moeite neemt door het kinderachtige seksisme heen te kijken, zelfs een ode aan de vrouw en dat is iets wat je niet direct bij de vaak voor nihilistische vrouwenhater versleten Houellebecq verwacht.’ – Wilma de Rek in de Volkskrant.

‘Bij het scheiden van de markt toon Bolkestein zich nog altijd dezelfde man die dertig jaar geleden de politiek opschudde. Onconventioneel, polemisch, provocerend, compormisloos. Tamelijk uniek voor Nederland dus. Laat hem nog maar even doorgaan.’ – Mark Kranenburg in NRC Handelsblad.

‘Wie de Britse klassieker ‘The Secret Garden’ (1911) in het Nederlands wilde (voor)lezen was tot voor kort aangewezen op een (herziene) vertaling uit 1983 van Christofoor, die inmiddels wat stijfjes aandoet. Imme Dros bezorgt nu een frisse versie met bondige zinnen, die aangenaam vloeiend leest.
Met een eigentijdse cover van Linde Faas is het boek klaar voor een nieuwe generatie. En dat is deze lofzang op de levenskracht meer dan waard, want 108 jaar na verschijning spreekt het verhaal nog tot de verbeelding.’ – Bas Maliepaard in Trouw.

“Ik zie mijn hele leven als een zwerftocht of odyssee. Van jongs af aan wilde ik schrijven, journalist zijn, maar ben ook dwarsgezeten door mijn talent als schilder. Kunstschilder, dat wilde ik ook zijn! Dat dubbele komt ook in mijn familie voor; mijn vader, Jan Cremer senior, over wie het eerste deel gaat, Fernweh uit 2016, was ingenieur in de aardwetenschappen. Maar hij wilde ook schrijver worden, en maakte reisreportages over de verste landen. Die man ging in 1937 op de fiets naar Palmyra in Syrië. Onvoorstelbaar. Heeft-ie gedaan.
Als ik nou alles goed observeer en noteer, dacht ik als kind al, dan kan ik later mooie boeken schrijven. Ik maak gebruik van tientallen notitieboekjes die ik vanaf mijn 20ste vol schrijf. Over een boek doe ik een jaar. Daarna ga ik weer een tijdje schilderen.” – an Cremer in gesprek met Arjan Peters in de Volkskrant.

‘De detective-ontknoping is niet alleen bevredigend, maar werkt ook op een ander niveau: die bepaalt ook de literaire diepte van Moord op de moestuin. Want precies die ontknoping toont het belang van degene die nooit iets vreemd vindt, degene die wél voorbij haar hoogstpersoonlijke logica kan kijken, die zich verplaatst in die eigenaardige anderen, degene die de kleine gevoelens aandacht geeft. Judith is in de roman wat Nicolien Mizee is als schrijver: degene die de bepalende krachten in het leven waarneemt, en daar heel smakelijk over kan schrijven.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘Met een enkel detail, beeld of object roept de auteur een haarscherp tijdsbeeld op, van een generatie die zich de oorlog niet herinnert maar wel in zich draagt.’ – Persis Bekkering in de Volkskrant.

‘Op zichzelf zijn de verhalen, die Maartje Wortel haar Ted rond de aanbeden kat laat vertellen, niet heel bijzonder, wat gepassioneerde liefdesaffaires, vakanties met vrienden, kleine avontuurtjes met Dennie, maar deze schrijfster heeft een eigenschap die we na het lezen van Joost de Vries’ essay ‘Echte pretentie’ (we kunnen niet zonder pretenties) misschien niet gemakzuchtig meer gebruiken moeten, maar die hier toch echt wél van toepassing is: authenticiteit. Hoe schroomvallig ook, ze is openhartig, ontziet zichzelf niet in een even simpele als rake stijl.’ – Rob Schouten in Trouw.

‘Buwalda schrijft goed, vaak zeer goed. Buwalda vlecht op de juiste momenten eigenzinnige metaforen door zijn verhaal (‘Zijn dubbele penthouse lag erbij als een alinea bouquetreekspulp, badend in oranje avondlicht’), laat geen kans onbenut om een tafereel in te kleuren met een onverwacht of grappig detail én doseert dat waar nodig. De stijlfratsen die Buwalda’s Volkskrant-columns zulk lustig tintelend en vrolijk proza maken, laat hij in dit boek meer toe dan in Bonita Avenue. Slechts een handjevol zinnen in die 600 pagina’s vliegt uit de bocht; zwaarwegender zijn de voordelen van die secure zinnenboetseerderij: het verhaal is larger than life, maar die tekenende details en uitvoerige voorgeschiedenis brengen het ook terug tot geloofwaardig menselijke proporties.
[…] Je voelt je na lezing even verweesd als na één seizoen van de betere tv-serie, even hongerig naar meer. Wat er in dit boek staat, kán eigenlijk niet beter – het probleem is wat er niet meer bij paste. Zo wordt na 607 bladzijden de dikte van Otmars zonen toch nog een probleem: het is duizend bladzijden te dun.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘De souplesse waarmee Lieske werkelijkheid en fantasie mengt is magisch. […] De werkelijkheid heeft kunst nodig. Als er een dichter is die dat bewijst, dan Lieske.’ – Janita Monna in Trouw.

“Ik hou van korte verhalen schrijven, maar ik wilde na mijn bundel Brood, zout, wijn aan een groter verhaal werken. Toch stromen er dan weer kortere verhalen in. Daar hoef ik niet naar te zoeken. Wie heeft die ketting verloren, bedenk ik dan, wie dat Gouden Boekje? Die andere verhalen voegen een kleur toe. Wat dat betreft heeft schrijven ook iets met vinden te maken. Er komt iets op je pad en daarmee ga je door, dan ga je iets proberen tot je weet of je beet hebt. Wat dat betreft ben ik zelf een vindeling.” – Vonne van der Meer in gesprek met Marjolijn de Cocq in Het Parool.

„Anders dan Orwell – die eigenlijk over dingen schreef die al aan de gang waren – koppelde Huxley dat wat er aan de hand was aan de gevolgen die het zou kunnen hebben in de toekomst. Ik heb hetzelfde proberen te doen. Een beetje zoals je in grafieken ziet: er is een lijn, en economen zien aan de hand van stippellijnen waar de grafiek naar toe gaat. Ik heb die stippellijnen met De muur willen invullen. Voor deze roman stelde ik de vraag: wat gebeurt er als we niks doen, waar komen we dan uit. Brave New World is zo geslaagd, omdat we het zover hebben laten komen. Huxleys succes zit in zijn gelijk. Die kant wil ik niet op. Mijn roman is geslaagd wanneer ik ongelijk zal krijgen.” – John Lanchester in gesprek met Toef Jaeger in NRC Handelsblad.