Woensdag 25 september: literaire avond met Niña Weijers over haar roman Kamers antikamers
niña weijers foto iris duvekot 1 kamers antikamers
19.00 inloop met koffie en thee
19.30 start ‘leesclub’ onder leiding van Gina van den Berg
20.15 pauze
20.30 Niña Weijers schuift aan en wordt geïnterviewd door Gina van den Berg.
Deelname € 5,-; halve prijs voor leden van alle leesclubs die Kamers antikamers hebben besproken of dat willen gaan doen. Reserveren via info@linnaeusboekhandel.nl of 020-4687192. Lees meer

BOEKEN IN DE MEDIA

“Natuurlijk is het fascinerend om te zien hoe Sontag denkt, en dat ze zo veel te vertellen heeft over onze wereld. Het is ook interessant om te zien wat ze níét goed doet: haar geest is constant aan het leren, en wij met haar. Ook leuk is hoe ze steeds beroemder werd, tot ze dé New Yorkse intellectueel was: kritisch, activistisch, bewonderd, omstreden. Die roem is een deel van het verhaal.
Toen ik haar ging lezen, dacht ik: interessant wat ze schrijft over fotografie, over camp. Ik houd het meest van On Photography. Daarin schittert haar briljante geest, maar het is ook grappig. Als je alles van haar leest, ontdek je hoe ongelooflijk breed het terrein was dat ze bestreek. Ze bekeek alles vanuit meerdere perspectieven, waardoor haar werk nog steeds relevant is. Door haar ben ik geïnteresseerd geraakt in onderwerpen waarvan ik niet vermoedde dat ze me konden boeien.
[…] Ze wilde graag een beroemde romanschrijver zijn, de roman was voor haar het allerhoogste. Dan telde je pas echt mee. Ik vind De vulkaanminnaar haar beste roman. Maar haar geniaalste, onovertroffen kunstwerk is Susan Sontag zelf. Zij creëerde zichzelf, een fantastisch romanpersonage. Het is een groot geluk voor een biograaf om zo iemand tegen te komen.” – Benjamin Moser in gesprek met Aleid Truijens in de Volkskrant.

‘Wat maakt dat ik toch blijf lezen? Wat maakt deze op bijna geen andere tekst gelijkende roman intrigerend? Wat is er wel? Wat in elk geval verbaast, is opnieuw de ambitie, de grote greep: vanuit dit nulpunt van de literatuur probeert Littell iets uitzonderlijks te scheppen. Daarnaast valt wederom de fenomenale schrijf- en beschrijvingskunst op: klinisch en zintuiglijk tegelijk. Zoals in de Duitse oorlogsjournaals de Duitse tanks voortrolden over de Russische vlakten – triomfantelijk becommentarieerd –, zo schijnbaar moeiteloos ontrolt ook Littells proza zich: zeldzaam beeldend, bijna fotografisch nauwkeurig. In een vreemde, ijzige stilte.
[…] Een oude geschiedenis (door Ilse Barendregt met grote inzet en discipline vertaald) is het lichtende en verontrustende werk van een duistere humanist.’ – Henk Pröpper in de Volkskrant.

‘Bas von Benda-Beckmann kreeg van de Stichting Oranjehotel de opdracht de definitieve geschiedenis van de gevangenis te schrijven en is daar glansrijk in geslaagd. In de eerste plaats door, in navolging van Vestdijk, recht te doen aan de diversiteit van de gevangenisbevolking. In de tweede plaats door de ruim 1.200 mondelinge en schriftelijke getuigenissen van oud-gevangenen op betrouwbaarheid te toetsen en de treffendste observaties op te nemen in zijn verhaal. En in de derde plaats door het werk van eerdere generaties historici waar nodig te corrigeren.
[…] In ongelijke machtsverhoudingen ligt normoverschrijdend gedrag van de bovenliggende partij altijd op de loer, concludeert Von Benda-Beckmann. Een vergelijkbare les trekt hij voor de onderliggende partij, de gevangenen: ‘Door een vergrootglas te leggen op de microsamenleving van de Scheveningse gevangenis wordt zichtbaar hoe mensen omgaan met geweld, eenzaamheid en onzekerheid.’ Zeker voor generaties die de verhalen van de oorlog thuis niet meer hebben meegekregen, is Het Oranjehotel van Bas von Benda-Beckmann een openbaring.’ – Hans Wansink in de Volkskrant.

‘Vuongs dichtershart klopt luid en prachtig door de hele roman.
[…] Op aarde schitteren we even is een romandebuut dat eigenlijk geen roman moet heten, omdat het genres overstijgt, samenvoegt, bevraagt en verbuigt. Tot een schitterend geheel.’ – Roos van Rijswijk in NRC Handelsblad.

“Toen ik verliefd werd op Julian had ik aanvankelijk moeite met het label ‘lesbienne’. Want, dacht ik naïef, je wordt toch gewoon verliefd op een mens? Maar met een niet-heteroseksuele relatie komt de onvermijdelijke confrontatie met een andere realiteit waarin veel lhbti’ers leven, een realiteit waarin mensen bijvoorbeeld hun baan, gezin en huis verliezen omdat ze niet hetero zijn. Wanneer je je daarvan bewust wordt, wordt je seksualiteit vanzelf een identiteit, of je nu tegen labels bent of niet.
‘Daarnaast kent het leven van hetero’s over het algemeen het volgende verwachtingspakket: je trouwt, krijgt kinderen en je koopt een huis. Als je bent geboren als gay, vallen die verwachtingen eerder weg. De kans dat je in de marge belandt is groter. Je hebt minder handvatten en je moet je eigen pad vinden. Dat maakt, en hiermee begeef ik me misschien op glad ijs, dat ik als rouwende lesbienne een boek van een rouwende hetero anders lees.” – Fleur Pierets in gesprek met Nadia Ezzeroili in de Volkskrant.

‘Ook al zijn vorm en inhoud bij een boek als deze moeilijk te scheiden, toch kan niet worden ontkend dat de inhoud van dit boek in iedere taal formidabel is. Passend bij Fry’s enorme veelzijdigheid, eruditie en zijn even scherpe als sensitieve geest wisselt hij leerzame en hilarische stukken af met intieme ontboezemingen, slapstick met poëzie.’ – Inge Schilperoord in Trouw.

‘Margaret Atwood heeft er opnieuw voor gekozen om niets te beschrijven wat niet al eens eerder ergens op deze wereld is gebeurd. Dat maakt Gilead ook in De testamenten weer bloedstollend realistisch.
Een van haar grootste krachten is dat ze de fundamentele menselijkheid van de personages laat zien. De gruwelijke wandaden die ze begaan of hebben begaan worden in De testamenten in een ander perspectief gezet waardoor oordelen en veroordelen moeilijker wordt. De onthulling van de geheimen en dubbele agenda’s in Gilead in De testamenten nodigt ook uit om Het verhaal van de dienstmaagd met andere blik te herlezen. En zo heeft Atwood niet alleen een opvolger geschreven, maar ook een nieuwe laag toegevoegd aan haar eerdere werk.’ – Mojdeh Feili in Het Parool.

‘Carolien Roelants ontwart op heldere wijze de kluwen die Midden-Oosten heet. Het blijft daarmee wel een boek over het grotere schaakspel in de regio. Niettemin heeft Roelants veel oog voor de gevolgen daarvan voor de gewone bevolking: loslopende rebellen in Syrië (die weer worden ingehuurd door Turkije en ingezet tegen de Koerden), vluchtelingen in Libanon en Jordanië (die daar al jaren zitten en een bron vormen van toekomstige onrust) en Jemen met de grootste hongersnood ter wereld.
[…] Het boek is een aanrader voor iedereen die inzicht wil krijgen in de huidige ontwikkelingen in het Midden-Oosten. De persoonlijke en licht ironische stijl maakt het lezen alleen maar prettig, zonder dat daarmee afbreuk wordt gedaan aan de journalistieke degelijkheid. De grote kracht van het boek is zijn actualiteit, maar het risico is natuurlijk wel dat die over korte tijd alweer achterhaald kan zijn.’ – Maurits Berger in NRC Handelsblad.

“Dit boek is een beschouwing over de fluïditeit van onze ethische begrippen. Het gaat ook over het rechtvaardigen van je eigen handelen, iets wat zelfs de ergste misdadigers doen, omdat je anders niet kunt overleven. Dat vergt allerlei intellectuele contorsies, maar daarin zijn we heel bedreven. De een wat meer dan de ander, omdat hij er meer reden toe heeft. Maar het verschijnsel dat ik beschrijf, is universeel.” – Martin Michael Driessen in gesprek met Remco Becker in Trouw.

“Het irriteert me mateloos dat mensen niet reageren op wat er om hen heen gebeurt. Veel mannen reageren bijvoorbeeld niet op geweld jegens vrouwen. En veel mensen erkennen niet dat zij een geprivilegieerde positie hebben. Als je hen hiermee confronteert, schieten ze in de verdediging. Als je een verhaal in de toekomst situeert, kunnen ze er op een andere manier naar kijken. Je kunt zeggen: dit personage met wie jij veel gelijkenissen vertoont, is onderdeel van een kwaadaardig systeem. Misschien zien ze dan ook dat die fictieve situatie niet zo veel verschilt van de huidige. Op die manier creëer je een gemeenschappelijke basis om over maatschappelijke problemen te praten.” – Nana Kwame Adjei-Brenyah in gesprek met Dieuwertje Mertens in Het Parool.

“Een persoonlijke noodzaak tot schrijven voel ik altijd. Als ik aan een boek werk, sta ik ermee op en ga ik ermee naar bed. Het is wat me voortbeweegt. Toen ik hier mee begon, wist ik alleen dat het íets moest worden, maar niet wát. Meestal denk ik van te voren lang na over hoe het boek in elkaar moet zitten, maar ik wist niet in wat voor vorm ik dit moest gieten. Het is eigenlijk een gek boek. Het gaat aan de ene kant over wandelen, maar aan de andere kant over de liefde en over schrijven. Het heeft uiteindelijk zichzelf geschreven en dat bleek ook weer een enorme vrijheid. Dat  zoeken naar vrijheid is tegelijk ook het thema van het boek. Vrijheid in het leven, in de liefde, in het schrijven.” – Jannah Loontjes in gesprek met Marjolijn de Cocq in Het Parool.

”Ondergang en opkomst’ is een indrukwekkend monument. Wie nog niet stil is na alle brokstukken die Zuckoff in 540 bladzijdes opdient, wordt dat alsnog met de 34 pagina’s lange lijst met namen van slachtoffers die vielen in het New Yorkse WTC.
9/11 heeft geen iconisch slachtoffer of het moet De Vallende Man van de beroemde foto zijn. Het verhaal van de aanslagen is een verhaal van de grote getallen. Zuckoff maakt daar mensen van en brengt het onvoorstelbare daardoor terug tot ‘behapbare’ proporties.’ – Paul van der Steen in Trouw.

“Nee, geen roman. Ik vond het belangrijk om het feitelijk te houden, vooral omdat ik in dit boek een enorme misvatting wil rechtzetten, namelijk dat fossiele brandstoffen het enige zou zijn waar we aandacht aan moeten besteden en dat individuen geen verschil kunnen maken. Dat was een erg slechte roman geworden.
[…] Ik hoop met dit boek ook een eind te komen. Ik wil laten zien wat de situatie is: uit een recente studie in Nature blijkt dat mensen in het VK en de VS 90 procent minder rund zouden moeten eten, en 60 procent minder zuivel om het klimaatakkoord van Parijs te halen. Hoe krijgen we dat voor elkaar? Volgens mij begint het met een open gesprek, niet met een beeld van een wereld waarin New York onder water staat. Bedenk voor jezelf, op een rustig moment, wat je zou kunnen doen, wat je grenzen zijn. Ga bij jezelf te rade en leef ernaar.” – Jonathan Safran Foer in gesprek met Nynke van Verschuer in NRC Handelsblad.

“Ik schrijf met vulpen. De laatste versie op de computer.
Ik wil helder en licht schrijven en ben gesteld op ogenschijnlijke eenvoud.
Het schrijven begint voor mij met een beeld. Daarin zit een cluster van gevoelens. Ik denk in beelden, begrijp dingen door beelden. In beelden zit van alles opgesloten. Dat is aangewakkerd door mijn gereformeerde opvoeding. Het Oude Testament vond ik als kind fantastisch. Een gedachte kun je overbrengen, maar een beeld komt – rang! – in één keer binnen. Het laat je iets voelen wat niet gezegd kan worden. Zo werkt het ook bij verliefdheid. Je ziet een vrouw, weet nog niets, maar valt voor haar. Pas later ga je begrijpen waarom dat is gebeurd.
Rationaliteit speelt bij het schrijven een ondergeschikte rol. In de eerste plaats beschouw ik schrijven als een daad. Een handeling, net als musiceren. Ik rommel eerst wat aan mijn werktafel en raak geconcentreerd, in een soort trance. Dan ontstaat er iets wat ik absoluut niet kan voorzien.” – Oek de Jong in gesprek met Daniela Hooghiemstra in de Volkskrant.

De nachtstemmer is met al die dik aangezette contrasten ook een sfeervolle roman over een kleingeestige, achterdochtige gemeenschap, twee mensen die ondanks enorme verschillen tot elkaar komen, een bijzondere liefdesroman.’ – Rob Schouten in Trouw.

‘Platonovs genadeloze filosofische blik wordt ondersteund door zijn wonderlijke, tegendraadse stijl. Zijn woordgebruik is eigenzinnig, vol onverwachte combinaties en kleine afwijkingen van de conventie. Iedere zin is bedoeld om te slaan, iedere alinea een spoedcursus eelt op je ziel. Het is verbijsterende, schitterende literatuur.
Als vertaler moet je bij ieder bijvoeglijk naamwoord en bij iedere afwijking van de gebruikelijke woordvolgorde op je hoede zijn. Toch lezen deze verhalen natuurlijk en vanzelfsprekend en komt Platonovs unieke stemgeluid als vanzelf naar voren. Je hoeft maar een pagina open te slaan of je komt een man tegen die ‘in hoger sferen is door de nobelheid van zijn onuitgesproken ontdekkingen’. Wat moet vertaler Aai Prins nog meer doen om de Martinus Nijhoffprijs te krijgen?’ – Sjeng Scheijen in de Volkskrant.

“Het is geen gemakkelijk onderwerp. Als ik mensen vertel dat mijn nieuwe boek over kernwapens gaat, zie ik ze gewoon denken: wat een naar onderwerp, dat wordt vast een verschrikkelijk verhaal. Dat wilde ik echt niet, want in mijn romans zit doorgaans veel lichtheid, ook als het over een zwaar onderwerp gaat.
[…] Ik heb zoveel gehoord wat ik niet wist, dus ik vind dat dit verhaal verteld moet worden, zodat er misschien ook anderen zijn die het zich aantrekken. Maar een loodzwaar boek wil niemand lezen, daarvan gaan mensen alleen maar in verzet, ze wenden hun hoofd af. Ik hou daar zelf ook niet van. Trientje is een hilarische figuur, die psalmen als pepernoten rondstrooit.” – Anne-Gine Goemans in gesprek met Vivian de Gier in Het Parool.

‘Wat Vuillard voor ogen staat is op zoek gaan naar wat we nog niet weten en daarover schrijven, de mythe vernieuwen, hem een nieuw gezicht geven: dat van de gewone man. Vuillard is ambitieus, hij werkt vanuit sleutelscènes, kiest een ongebruikelijk perspectief. Hij onderzoekt, put uit archieven, leest de oorspronkelijke documenten. Zijn vocabulaire is vaak gelieerd aan de periode waar hij zich op richt. Daarbij is Vuillard ook filmmaker, scenarioschrijver, heeft hij een theatrale inslag en een filmische manier van schrijven. Voeg daarbij nog eens zijn politieke engagement, zijn ironie en vooral zijn extreem compacte stijl en je weet dat je als lezer niet lui achterover kunt leunen.’ – Margot Dijkgraaf in NRC Handelsblad.

‘Een smakelijk geschreven en belangrijk boek, bijvoorbeeld in het licht van een verschijnsel als culturele toeëigening, dat inmiddels de westerse keuken heeft bereikt. Eten raakt aan culturele identiteit – Gordon Ramsay bijvoorbeeld kwam dit jaar stevig onder vuur te liggen toen hij een ‘Aziatisch’ restaurant opende met een Britse chef aan het hoofd. Mediterraneo maakt duidelijk dat elke ‘nationale’ keuken het product is van voortdurende evolutie en versmelting.’ – Nell Westerlaken in de Volkskrant.

“Vraag me niet mijn eigen stijl te definiëren, want ik wíl niet weten hoe ik precies schrijf; dan kan het een maniertje worden en dat is het ergste wat je als schrijver kan gebeuren. Maar, ja, ik mik op een ietwat indirecte stijl die de lezer uitnodigt tussen de regels te lezen. De Engelse schrijver Robert Graves maakt in zijn boek The White Goddess uit 1949 onderscheid tussen twee literaire stijlen. Aan de ene kant de stijl van de koning: rechtlijnige verhalen over koningen die aantreden, aftreden, opgevolgd worden, enzovoorts. Maar er is ook de stijl van de witte godin, waarbij je je druïden moet voorstellen die bij elkaar zitten rond een kampvuur en fluisterend hun godin aanbidden. Dat is een pruttelende stijl, veel mysterieuzer dan de stijl van de koning.” – Kees ‘t Hart in gesprek met Bo van Houwelingen in de Volkskrant.

‘Op haar best is Minor in het verhaal ‘Tuin der droefenis’, over een jonge vrouw wier man hersenletsel overhoudt aan een auto-ongeluk. Je moet het verhaal minstens twee keer lezen om het te begrijpen. Het is een technisch hoogstandje van deze veelbelovende schrijfster, die er in deze bundel op uit is om zoveel mogelijk aan de verbeelding van de lezer over te laten, en erin slaagt die verbeelding aan het werk te zetten.’ – Laura van Baars in Trouw.

‘Hoe pakt dat hervertellen uit? In Millers geval in een erg prettige roman. (…) Miller toont het vermogen om zich de symboliek waar mythes bol van staan eigen te maken. Net als dat ze de klassieken eer aan doet door het geroddel, de drama’s en de intriges die op de godenberg Olympus hoogtij vieren, intact te laten.’ – Roos van Rijswijk in NRC Handelsblad. 

Hars  is een uitmuntende thriller. Hoogst origineel, met fascinerend personages en uitzonderlijk goed geschreven. Het zou een kandidaat voor het boek-van-het-jaar zijn (en niet per se alleen in het thrillergenre), ware het niet dat het uit 2015 dateert. Waarom heeft de vertaling zolang op zich laten wachten? Hopelijk volgen snel de vertalingen van haar eerste, eveneens bekroonde thriller, De slager van Liseleje (2013), en het voor oktober aangekondigde derde boek,  Beest.‘ – Arjen Ribbens in NRC Handelsblad.