Boekhandel in het zonnetje

Zaterdag 25 mei vieren we Bookstore Day. Op deze dag staan in heel Nederland de onafhankelijke boekhandels in het zonnetje.
bookstore day logo  Natascha_van_der_Stelt  natascha bakt  citrus
Ons programma:

10.00 – 11.00 uur: Proeverij Natascha van der Stelt.
Kom proeven hoe lekker suiker- en tarwevrij gebak kan zijn! Natascha van der Stelt scheef het boek Natascha bakt met recepten zonder suiker en tarwe.

11.00 uur en 14.00 uur: Rondleiding door onze kelder. Wat bevindt zich onder de winkel? Dit is uw kans om te komen kijken.

15.00 uur: Wedstrijd wie het mooist een boek kan inpakken.

Drukwerk16.15 – 17.00 uur: Drie dichters dragen voor in het kader van de Mystery Poetry Tour. Wie dan? Dat is geheim tot het moment dat ze binnen stappen!
Dichters op een zeepkist! Slam Poetry! Bevlogen voordrachten! U kunt het allemaal verwachten.

Onze aanbieding op deze dag: Citrus van Catherine Phipps, van € 25,95 voor € 10,-. Op=op!

BOEKEN IN DE MEDIA

‘In De dochters van de kapitein, María Dueñas’ vierde alweer, is ze op haar best. Met grote vaart maar ook met veel oog voor detail tovert ze een stad tevoorschijn (New York), een tijd (de jaren dertig van de vorige eeuw), een milieu (Spaanse immigranten) en een handjevol personages die je bijblijven. Mooi is ook dat de schrijfster je keer op keer te slim af is: net wanneer je genoegzaam meent te weten welke kant het verhaal op gaat, slaat ze een andere richting in.’ – Maarten Steenmeijer in de Volkskrant.

‘Het is de relatie tussen materie en metafoor die me fascineert. De benedenwerld houdt haar geheimen goed bewaard, maar daarom brengen we er ook onze schatten, onze doden, onze geheimen in onder. De vroegste handafdrukken die we in grotten hebben gevonden zijn die van Neanderthalers. We dalen af op zoek naar betekenis. Maar de benedenwereld is ook een plek die nietsontziend stoffelijk is. Zeker voor hen die er in werken, of erin gevanagen zitten.” – Robert Macfarlane in gesprek met Nynke van Verschuer in NRC Handelsblad.

”Doggerland heeft amper een plot en is daarmee vrij onconventioneel, maar het werkt!’ – Hanna de Heus in Trouw.

‘Opvallend aan De toekomst die nooit kwam is de compactheid: in nog geen 200 pagina’s behandelt Marc Jansen de geschiedenis en lepelt hij en passant nog allerlei interessante feitje, anekdotes en levensgeschiedenissen op van meer en minder beroemde Russen. Een indrukwekkende prestatie, al geeft de voortdurende schakeling in tijd en het boek iets fragmentarisch en is de informatiedichtheid enorm. Jansens heldere schrijfstijl, oog voor detail en de illustraties maken dit ruimschoots goed. De toekomst die nooit kwam is dan ook een aanrader voor iedereen die wil begrijpen wat er omgaat in het hedendaagse Rusland.’ – Eva Cukier NRC Handelsblad.

The Game is geen essay, geen roman, geen journalistiek werk, geen reportage, geen filosofie en geen geschiedenisboek. Het is dat allemaal tegelijk. Misschien lijkt het nog het meest op een thriller. Het is namelijk geen boek waarin de schrijver iets weet en jou dat vervolgens vertelt. Nee, de uitkomst van het verhaal blijft de hele tijd ongewis. Zie het als de reis van iemand die geen idee heeft waar hij gaat eindigen. Van iemand die iedere dag iets nieuws ontdekt, en maar blijft graven, graven, graven en langzaam de taal van een onbekende beschaving weet te ontcijferen, namelijk de onze. Ik bekijk Google in zekere zin zoals een archeoloog de resten van de minoïsche beschaving zou bekijken. Het boek is daarmee een soort Indiana Jones. Maar goed, dat zou betekenen dat het in de boekwinkel onder fictie valt, terwijl het non-fictie is.” – Alessandro Baricco in gesprek met Jarl van der Ploeg in de Volkskrant.

‘Dat Thomas Heerma van Voss’ bloemlezing een deel van Hotz’ werk opnieuw verkrijgbaar maakt, is prachtig nieuws: Hotz’ mindere verhalen zijn nog steeds beter dan die van de meeste andere Nederlandse korteverhalenschrijvers. Zijn beste – zoals het titelverhaal van de bloemlezing – staan op eenzame hoogte.’ – Dries Muus in Het Parool.

‘In Ter Balkts poëzie is voor alles plaats, voor Botticelli, voor Westerik en voor voetbal, voor liefde en familie, voor bier en nonnen. Hoge of lage cultuur, het onderscheid bestaat niet en zo kan Shelley opduiken in een gedicht over de bouw van een chipsfabriek. Ter Balkt zou zijn bedenkingen hebben gehad tegen bloemlezingen. Toch is het goed dat Alfred Schaffer eigenwijs is geweest, al was het maar omdat de vuistdikke ‘Verzamelde gedichten’ niet meer leverbaar zijn. Maar het is vooral om wat de dichter zelf ooit zei: “Ik geloof werkelijk dat poëzie iets teweeg kan brengen, dat het mensen op de been kan brengen, dat het mensen op de been kan brengen in tijden van nood.”
Ter Balkt is een dichter om nu te lezen.’ – Janita Monna in Trouw.

‘Na afloop vraag ik mij af: wat is hier in godsnaam allemaal gebeurd? Hoe is het mogelijk dat ik hierin zo kon meegaan? Met evenveel bewondering als verwondering. Wat een spannende pageturner is het, waarin Dicker vele onwaarschijnlijke verhaalwendingen als zeer waarschijnlijk weet voor te spiegelen.’ – Marjolijn de Cocq in Het Parool.

“Na Ventoux, mijn eerdere roman over vier jeugdvrienden, was ik benieuwd naar hoe het nu met ze ging. Het leuke aan personages is dat ze in je hoofd echt gaan bestaan. Ventoux is in 2015 verfilmd en door die film kwam er nog een dimensie bij. Als ik nu aan André en Joost denk, zie ik ook de acteurs Leopold Witte en Wilfried de Jong voor me. Zo is een driedubbele werkelijkheid ontstaan.
Ik schrijf niet met een plan, het gebeurt associatief. Wat ik wel wist, was dat Anna, de dochter van hoofdpersoon Bart, iets moest gaan doen wat hij niet leuk vond. Ik meng fictie met werkelijkheid, daardoor winnen personages aan geloofwaardigheid. Ik heb grote bewondering voor oorlogscorrespondent Ana van Es, en als vader van een dochter vraag ik me af: wat zou ik heel erg vinden? Zo kwam ik op het idee haar oorlogscorrespondent in Syrië te maken.” – Bert Wagendorp in gesprek met Daniela Hooghiemstra in de Volkskrant.

‘Philip Hopman toont hier zijn beste vermogens. Zijn werk wil doorgaans nogal eens schreeuwen: dan spatten zijn kleuren en treedt zijn waterverf lustig buiten de oevers. Ditmaal zijn de stadsgezichten kleurig en rijk zonder uitbundig te worden, de woestheid is ingetoomd, kleine details worden zichtbaar. De keuze voor wat Hopman toont is bovendien soms verrasend poëtisch. Wanneer er iets in het oor in de boom gefluisterd wordt, beeldt hij niet de stam, maar de hogere takken af, waar kleine dieren zitten die allemaal hun kopjes richten naar de stam. Want zo aantrekkelijk en krachtig kan subtiliteit zijn.
Waarmee de tekeningen precies de rust weerspiegelen van de vertelling, en de boodschap onderstrepen. Schaap en Hopman hebben de poëzie in elkaar naar boven gehaald.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘”Ik heb de geschiedenis gezocht en ik heb de verhalen gevonden”, concludeert Blom. Laat dat verhalen vertellen ook de kracht zijn van zijn beste historische boeken. Die passie verbindt Blom mooi met de liefde voor zijn instrument.’ – Paul van der Steen in Trouw.

‘Dit zijn géén verkapte memoires. Wat heet. Er wordt gegoocheld met feit en fictie, gefilosofeerd over de poreusheid van het geheugen, van tijd en identiteit. Kortom: Hustvedt keert opnieuw zo’n beetje de complete postmodernistische trukendozen om.
Ook nu doet ze dat weer met een speelsheid die in dit type ideeënroman allerminst vanzelfsprekend is. Haar eruditie en intellectuele nieuwsgierigheid spatten van de pagina’s. De verweven verhaallijnen en thema’s zijn bovendien bijna allemaal bijzonder boeiend.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

‘Wat een meesterlijke pageturner.’ – Yolanda Entius in Trouw.

“Het is ons mensen eigen om controle te willen houden over je angsten – al heb je die nooit.
Maar als ik zo’n verhaal schrijf, heb ik die controle wel. Dan kan ik mijn angsten op een veilige manier laten gaan. Vergelijk het met in een achtbaan gaan. Ik vind het een kick om de grenzen op te zoeken bij de lezer. Maar Echo is, meer nog dan Hex, veel breder dan horror. Ik grijp terug op de klassieken en de gothic novel. Het is het verhaal over een obsessie. maar tegelijkertijd ook een liefdesverhaal, over een liefde die het bovennatuurlijke overstijgt.” – Thomas Olde Heuvelt in gesprek met Marjolijn de Cocq in Het Parool.

Gemmeker laat zien dat de verhalen over WOII niets aan indringendheid hebben verloren, dat ze dieper gaan dan louter geschiedschrijving en vragen stellen over moraliteit en verantwoordelijkheid die ook in 2019 nog geldig zijn – in Gemmeker zien we ook het kwaad van ónze tijd. Gemmeker is óók een moderne parabel over het individu en zijn keuzes – de Gemmekers zijn nog onder ons en misschien zelfs wel ín ons.
In Westerbork bevond zich op zeker moment een modern ziekenhuis met 1.800 bedden, 1.000 man personeel en 120 artsen. Gemmeker had er een state-of-the-art operatiekamer geïnstalleerd. Daar werden zieken opgelapt, waarna ze hersteld werden afgevoerd om te worden vernietigd, zelfs zuigelingen. In de verhalen over de Holocaust krijgen krankzinnigheid en absurdisme een huiveringwekkende dimensie. Daarom is het goed dat ze de kern blijven vormen van wat we op 4 mei herdenken – misschien kun je beter zeggen: wat we op 4 mei in herinnering brengen.’ – Bert Wagendorp in de Volkskrant.

‘‘Er staat een Chinees voor de cafetaria’. Dat is de eerste zin van de nieuwe roman van Jan van Mersbergen (1971) en wat voor één! Boem, daar zit je, middenin de kleine, maar o zo onverwacht veelzijdige wereld van zijn nieuwe roman De onverwachte rijkdom van Altena. Altena is een voormalige heerlijkheid tussen de grote rivieren in Brabant. Daar in de polder wonen mensen die ‘geen mysteries (moeten), houdoe, bedankt’, daar zit men ’s avonds vermoeid van het werk op de bank te suffen. Er gebeurt weinig, maar er broeit van alles.
[…] Gemeenschapszin, de honger naar verbinding, het dorp versus de stad: deze thema’s kwamen al vaker voor in het werk van Van Mersbergen, maar niet eerder op deze manier. In De onverwachte rijkdom van Altena verkent hij wat geborgenheid is, wat de voor- en nadelen zijn. Hoe benauwd het is je beschut te weten, of juist: hoe bevrijdend kunnen banden zijn. Wat biedt veiligheid, wat groei? Het boek is een prachtig portret van een vrouw, een gezin, een gemeenschap. Daarnaast is het ook een speels sprookje, met spreuken, raadsels en allerlei soorten sleutels.
[…] Het lezen van dit boek brengt al met al een zekere feestelijke verdwazing teweeg. Leven ze nu juist wel, of juist niet nog lang en gelukkig op ’t end? Voor je het weet pak je de roman op, en begint van voren af aan.’ – Judith Eiselin in NRC Handelsblad.

”Tegen de vrouwen’ rekent overtuigend af met de blinde vlek voor de rol van gender in onze steeds sterker gepolariseerde samenlevingen. Dat gebeurt in een uitermate levendig en leesbaar betoog dat zich met een aansprekende mix van sociologische inzichten, relativerende zelfreflecties en cut the crap redeneringen onbevreesd een weg baant door hedendaagse politieke mijnenvelden.’ – Baukje Prins in Trouw.

‘Hoe kan het dat ik na ruim tweeduizend pagina’s nog steeds geen genoeg krijg van de beslommeringen van de Cazalets? Natuurlijk stuwen de aangrijpende plotwendingen me voort: komt oom Rupert nog terug uit de oorlog? Durft Rachel voor haar liefde uit te komen? Zal de familie Home Place kunnen behouden? Een goede cliffhanger ontsteekt het vuur der verslaving, maar het zijn volgens mij de details over de personages die als brandstof fungeren.
[…] De aandacht voor dat kleine en dagelijkse maken een personage bovendien benaderbaar en innemend. Iemands interieur, kleding of diner zegt iets over sociale klasse, leeftijdsfase, maatschappelijke positie en persoonlijke smaak. De details ontsluiten zo subtiel het innerlijk leven van het personage. Ze zijn een eerste stap richting karakterverdieping, die zich doorzet in de onherroepelijke beschrijving van dromen, angsten, verlangens, geheimen, frustraties en gepieker.’ – Max Klisman in de Volkskrant.

‘Het is een vermakelijk soort verbaal lummelen dat Birney hier bedrijft, hij laat ons de jaren zien waarin hij permanent tegen de wind in moest fietsen, in zijn eentje en met een zwak hart, schrijvend maar vooral de dijkdoorbaak verbeidend die De tolk van Java zou betekenen. Zoals filmacteurs altijd beweren dat hun werk grotendeels uit wachten bestaat, de uren die ze wel klaar moeten zitten maar waarin niet wordt gedraaid, zo is schrijven voor bepaalde auteurs vooral geconcentreerd wachten op het ware schrijven, met een sigaretje in het raamkozijn zitten en naar buiten koekeloeren, op het oog niets uitvoerend maar beschikbaar blijvend voor de muze die zich vaak goed verbergt en zich pas aandient als ze daar ten langen leste zin in heeft.’ – Arjan Peters in de Volkskrant.

‘Zoals de betere familiegeschiedenissen is Gebroken wit een aangrijpend boek geworden, misschien wel Roemers meest toegankelijke roman tot nu toe. Met indrukwekkende beheersing bouwt ze de vertelling op.
[…] Gebroken wit graaft zich een weg naar de lezer. Het naoorlogse Paramaribo voelt tot aan de laatste bladzijde even heel dichtbij.’ – Persis Bekkering in de Volkskrant.

‘Prettig aan dit boek is dat Higginbotham de feiten voor zich laat spreken, hij laat het opgeheven vingertje achterwege. Tegenstanders van kernenergie kunnen desalniettemin elke bladzijde aanhalen om zich in hun gelijk bevestigd te zien: kijk eens wat voor gevaren en rampzalige gevolgen er allemaal zijn. Maar voorstanders kunnen voor anker gaan bij het slot, waar de auteur op een rij zet wat de conseqenties zijn van het gebruik van fossiele brandstoffen: een ‘verwoestende’ klimaatverandering, en miljoenen doden als gevolg van luchtverontreiniging. Kernenergie is een schoon alternatief, maar ja, tot welke prijs?’ – Co Welgraven in Trouw.

‘Wat een ontdekking, De grote angst in de bergen van de Zwitserse schrijver Charles-Ferdinand Ramuz (1878-1947). Om te beginnen is er het verhaal zelf, dat bloedstollend spannend is en waarvan je al op de eerste bladzijde begrijpt dat het niet goed zal aflopen.
[…] Dan is er de buitengewone stijl van Ramuz, waar aan het begin van de 20ste eeuw veel om te doen is geweest. Voor zijn romans ontwikkelde hij een gestileerde versie van de streektaal, een ‘geschreven openluchtfrans’. Geen plattelandsdialect met aanhalingstekens, maar een stijl waarin hij het ritme van het Vadoirs gebriukt voor zijn eigen esthetiek.’ – Wineke de Boer in de Volkskrant.

‘Wie Elena Ferrante is weten we niet, maar ze is hier onmiskenbaar aan het woord. compromisloos, provocerend en razend. Ze laat zich kennen als lezer, als bewonderaar. Als schrijver die geen schrijver wil zijn maar dat toch is, ze kan niet anders. Frantumaglia voegt veel toe. Niet aan de vrouw Elena Ferrante, die we niet kennen. Wel aan de schrijfster van wie alles gelezen moet worden.’ – Joyce Roodnat in NRC Handelsblad.

”Heilbot op de maan’ maakt nog meer dan ‘Legende van een zelfmoord’ duidelijk dat David Vann zijn vader beter begrijpt dan goed is. Voor hem, en voor de lezer. Zelden heb ik zo dwingend ervaren hoe het moet zijn om een depressie te hebben. Vann brengt overtuigend over hoe mensen zich met hun eigen logica in een (fatale) hoek zetten. Dat is niet prettig om te lezen, en mij persoonlijk lukte het ook alleen in porties van een pagina of tien, twintig. Maar doorlezen moest ik wel. Hoe donker ook, ‘Heilbot op de maan’ is vooral ook een treffende zoektocht naar verlichting.’ – Vroukje Tuinman in Trouw.

‘De vertaling van Hans Boland is opnieuw, net als zijn eerdere Dostojevski-vertaling Demonen en zijn veelgeprezen Anna Karenina, een taalfeest. Als geen ander heeft hij oog voor de rijkdom van het sappige, alledaagse Nederlands. Die rijkdom zit ‘m niet zozeer in een rijke woordenschat, maar juist in een informele toon, vol ‘gekneed’ Nederlands: ‘niks speciaals’. Hij flirt onbekommerd met anachronismen, zoals ‘bling-bling’ en ‘A4’tjes’. Dat zal hier en daar controversieel zijn, hij gaat ver, maar Boland zoekt die controverse met open vizier.’ – Bas Heijne in NRC Handelsblad.

‘Te Gussinklo schrijft onweerstaanbaar. Herkenbaar maar eigen, vrij van conventie, geestig en tijdloos. Een wonderlijk drummen is het, die bijna hypnotiserende repetitieve gedachtenstroom van ritmische zinnen en roffelende woorden. Vertragend en dan weer opstuwend, alsmaar in een welgekozen tempo, zonder ook maar één keer mis te slaan. Zo trommelt hij het tragikomische portret op van een onvergetelijke jongen, zo onweerstaanbaar kwetsbaar. Maar wie maakt hem wat? Hij raakt, hij ís.’ – Bo van Houwelingen in de Volkskrant.