Welke boeken gaan er mee op vakantie?

Onze vakantietips voor 2017
montana   Basis CMYK   swing time   argonauten   exit west

Boekgeroep
Sinds enige tijd heb ik het gevoel dat mijn ongelezen boeken tegen me praten. Misschien bent u bekend met het fenomeen, ik hoop het, anders lijd ik aan een zeldzame kwaal. Eigenlijk heb ik het gevoel dat ze me dingen verwijten. Het ergst zijn de dikke boeken, die, gezien mijn aanschafwoede, in groten getale door mijn huis verspreid liggen. Dat is dan ook het probleem: ik ben nergens meer veilig.
In de keuken kom ik al een tijdje niet zo graag, want daar ligt Yotam Ottolenghi. ‘Polentaburgers met sumak, aardperen met manouri, zo moeilijk is het niet, je bent gewoon lui! Hoor je me?’ Het leek zo gezellig, een Israëlisch-Britse kok in huis nemen. Slapen doe ik trouwens ook al niet meer. Lees meer

BOEKEN IN DE MEDIA

‘Het is een kookboek zoals een kookboek ooit normaal was. Veel recepten en hier en daar een katern met wat foto’s. Dus bij lange na niet van elk recept een foto. Het is het soort kookboek waar ik erg van houd. De diversiteit aan recepten is enorm, het zijn er meer van 400. Er is voor iedere smaak genoeg in te vinden. Een groot deel van de recepten is vegetarisch en daarvan is weer een deel ook veganistisch. Het is een kookboek voor dagelijks gebruik. Eigenlijk heel gewoon, een kookboek om uit te koken!’ – Jonah Freud in Het Parool.

“Dat we allemaal gestempeld zijn door meer dan één identiteit wil er bij de meeste mensen niet in. Ze denken in stereotiepe kaders en oordelen op grond daarvan. Daarom wilde ik in dit nieuwe boek focussen op uitsluiting en insluiting, op de grenzen en beperkingen waarmee mensen te kampen hebben, beperkingen die worden opgehangen aan sekse, seksuele voorkeur, nationaliteit, taal, kaste, religie, politieke opvattingen.” – Arundhati Roy in gespek met Annemarié van Niekerk in Trouw.

‘Elke pagina van Alles voor het moederland roept de beklemming op van het leven in een dictatuur die hermetisch maar ook grillig was. Niemand wist hoe hij zichzelf voor arrestatie, meestal in nachtelijke uren, kon behoeden. Niemand wist wat de beste overlevingsstrategie was in het land waar het leven, op voorspraak van Stalin zelf, beter en vrolijker was dan ooit tevoren. Niemand wist waarom buren waren verdwenen en collega’s niet op hun werk verschenen. Niemand wist wat hun lot was. En niemand durfde daarover in het bijzijn van anderen te speculeren, uit vrees zelf van een duister misdrijf te worden beschuldigd. Niemand mocht zich veilig wanen in de Sovjet Unie van Jozef Stalin, ‘de pokdalige schoenmakerszoon uit Gori’, zoals Grossman het na zijn dood durfde te noemen.’ – Sander van Walsum in de Volkskrant.

‘Indringend door de nuchtere en invoelende beschrijvingen van zowel de ontheemding en onderlinge spanningen, het schuldgevoel en gevraagde aanpassingsvermogen van de vluchtelingen als het (aanvankelijke) ongemak en de verwarring in de opvanglanden. Fantasievol omdat Hamid zich in zijn fictieve universum een betrekkelijk harmonieuze oplossing droomt.
Die droom klinkt uiteindelijk misschien íets te galmend. De weg ernaartoe is een tour de force.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

En passant bewijst Trujillo het Nederlandse sportschrijven – waarmee het gezien de bestsellerlijsten al jaren goed gaat – een grote dienst. Voetbal is net als zoveel andere onderwerpen geschikt om over te schrijven. Het is de pen van de schrijver die de kwaliteit bepaalt. Iedereen die hieraan twijfelt moet één van de verhalen uit Meisjes in blessuretijd lezen. Haar eigenzinnige logica laat je duizelen, haar fantastische stijl doet je doorlezen. En het geel maakt je verslaafd aan haar verhalen.’ – Arthur van den Boogaard in Het Parool.

‘Als er al iets van eenheid is, zit die in de toon – die is losjes en droogkomisch, tegelijk zoekend en zelfverzekerd. Storm/Voois is vaak vilein-kritisch, niet in het minst over zichzelf. Hij is buitengewoon eerlijk, op het schokkende af, maar geeft je ook het gevoel dat hij je constant voor de gek houdt.
Het maakt Een diadeem van dauw tot een ongrijpbaar, tamelijk uniek boek: tegelijkertijd en roman en de making-of, hoogdravend en licht, een verfrissend egodocument van een schrijver zonder ego.’ – Dries Muus in Het Parool.

‘Turow vertelt het verhaal met flair, zonder te vervallen in al te veel juridische scherpslijperij. Hij schuwt kritiek op de effectiviteit van het Internationale Strafhof niet (‘stroperige bureaucratie’), maar noemt het Hof tegelijkertijd ‘een onmisbare speler in de strijd om een rechtvaardiger wereld’.
Getuigenverklaring mag als een van de hoogtepunten in Turows toch al fijne oeuvre worden gezien. En de beschreven couleur locale van Den Haag is dik in orde.’ – Rolf Bos in de Volkskrant.

‘Amélie Nothomb zet in vijfenhalve pagina haar personages en hun drama neer. Je vliegt er met zo’n snelheid doorheen dat je als onoplettende lezer niet eens door hebt hoe goed ze schrijft. Vertaler Marijke Arijs is daar net zo goed verantwoordelijk voor. Terugbladeren en opnieuw beginnen is een methode om te zien hoe Nothomb dat voor elkaar krijgt. Het is of ze haar creativiteit indamt in compacte zinnen en functionele dialogen.’ – Wineke de Boer in de Volkskrant.

‘Het echte wonder van Machten der duisternis zit hem vooral in het briljante spel dat op allerlei manieren met de lezer wordt gespeeld. Een spel met feit en fictie, om te beginnen. Want al werpt Toomey zich op als kroniekschrijver, hij benadrukt voortdurend dat hij als literator per definitie nog onbetrouwbaarder is dan het toch al onbetrouwbare geheugen. […]
Of neem die verraderlijke epische opzet van een roman die de wereld én een halve eeuw geschiedenis omvat en waarin Burgess al zijn preoccupaties, kennis en een deel van zijn eigen busgrafie (ver)stopte. Dat deed hij niet zonder het idee van zo’n grootse, alomvattende roman telkens subtiel en glimlachend onderuit te halen.
Een magnum opus, kortom, dat tegelijk een parodie op het magnum opus is.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

‘Huisvlijt, zo omschrijft Van den Boogaard het werk van de dag-outbouwers in zijn fraaie inleiding. Want nergens in het boekje zijn de dug-outs hetzelfde. Blijkbaar staat nergens dus een dug-outfabriek. […]
De dug-out is met recht een ode aan deze fantasieschuilplaatsen, want veel van deze dug-outs zijn inmiddels vervangen door moderne exemplaren, misschien wel besteld bij een “heus dug-outbedrijf” zoals we dat op pagina 75 lezen. Jammer.’ – Maarten Moll in Het Parool.

Tot op de draad is een vermakelijke verkenning van de ontelbare manieren waarop sinds eeuwen het leven van kleren gerekt wordt, van sokken stoppen tot jasjes binnenstebuiten keren (altijd herkenbaar aan de plaats van het borstzakje). Montijn zoekt niet naar diepere verklaringen voor de menselijke neiging om kleren te blijven hergebruiken en aan elkaar door te geven. De economie verandert, de mode verandert nog sneller, maar kleding die door een ander gedragen is, lijkt altijd haar aantrekkingskracht te behouden. Omdat ze bijzonder is, goedkoop, en als het meezit zelfs gratis.’ – René van Stipriaan in NRC Handelsblad.

‘Dat Casanova immens charmant was, voel je op elke pagina. Belezen en intelligent, gul en ridderlijk. Een kameleon ook, die zich dankzij zijn charisma en haarfijn afgestelde sociale antenne schijnbaar moeiteloos begeeft in kringen waarin hij gegeven zijn nederige afkomst welbeschouwd niets te zoeken heeft. Maar datzelfde vermogen – de instelling van een lichtvoetige opportunist – brengt ook op allerlei manieren een schaamteloze dubbele moraal met zich mee; een web van ironie, veinzerij en paradoxen dat je bij vlagen doet duizelen.’ – Dirk-Jan Arensman in de VPRO-gids.

‘Klinkt als een Downton Abbey-achtige kostuumsoap?
Misschien. Maar dan wel een verdomd intelligente. De personages zijn merendeels geschetst met een afstandelijk soort tederheid en een aan Virginia Woolf herinnerend psychologisch inzicht. (Let ook op de boeiende trits kleinkinderen.) En al hun kleine intieme verhalen, verwezen tegen de achtergrond van de naderende Tweede Wereldoorlog, krijgen gaandeweg een verslavende dynamiek.
Geen wonder dat Hilary Mantel een verklaard bewonderaar van Howard is.
Het tweede deel van de Cazalet-kronieken verschijnt in oktober: Aftellen.
Doen we.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

“De bundel is vrij persoonlijk, zonder al te autobiografisch te zijn. Wat? Ja, er zit veel dood in. Gedichten over Wim, over mijn vader die niet zo lang geleden is gestorven. Het gaat over een persoon die pogingen doet om de wereld te begrijpen. En daar niet in slaagt. Alsof je in een achtbaan zit. De tijd raast voort zonder dat je het gevoel hebt dat je iets wezenlijks hebt kunnen doen met die tijd. De titel slaat daar ook op. Veel houvast heb je niet. De rails ligt er en het karretje kan maar één kant op. Maar het is echt geen sombere bundel hoor!” – Jeroen van Kan in gesprek met Maarten Moll in Het Parool.

‘”Schrijven geeft vrijheid.” Reizen ook, ontdekte ze in Amerika, India, Japan, Afrika. “In Nederland voelde ik me vaak geremd, onvrij. Zodra ik op reis was, kon ik me alles permitteren. Voelde me ook vrij om te schrijven wat ik wilde.” Ja, ze kan zich geheel vinden in wat haar actrice opmerkt: “Elke reis is een speurtocht, onophoudelijk achtervolg ik iets wat ik niet ken.”‘ – Inez van Dullemen in gesprek met Arjan Peters in de Volkskrant.

‘De lol van Geest uit de fles bestaat er verder in, dat de lezer buiten tekst en illustraties, uitstapjes kan maken naar fragmenten uit de film, muziek, documentaires en interviews, die in het boek genoemd worden. Maar wie daaraan begint, komt aan de ochtendkrant voorlopig niet toe.’ – Hans Achterhuis in de Volkskrant.

‘Strout geeft de heftige scènes nog meer kracht door ze in te bedden in dagdromen en tedere herinneringen van de personages, en uitingen van affectie. Het is uitzonderlijk knap gedaan.’ – Jan Donkers in NRC Handelsblad.

‘Marsman romandebuut is mede dankzij het geslaagde vormexperiment een buitengewoon meeslepende ideeënroman, die zo diepgravend en poëtisch is dat hij aan pamflettistisch simplisme ontkomt.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘Ferrante schrijft ook voor kinderen onsentimenteel, simpel en magisch. Met ruige woorden, met verlatingsangst. En met vieze rijmpjes […]
Wat gebeurt is heftig, maar niet griezeliger dan Pinocchio en niet dreigender dan Roodkapje. En de jonge lezer, die weet dat sprookjes eng zijn maar niet echt, huivert er lekker bij.’ – Joyce Roodnat in NRC Handelsblad.

‘De komst van gulle begroeiing in een voorheen ijskoud land is een van de bijzondere momenten die de grootmeester van de Nederlandse archeologie, Leendert Louwe Kooijmans, beschrijft in een nieuw en magistraal prehistorieboek. Deze Leids emeritus-hoogleraar schetst met een koelbloedige kennis van zaken de oudste voorgeschiedenis van Nederland in kleine details én in grote lijnen – de weerslag van een leven vol onderzoek en colleges. Het boek ademt een fascinatie voor die geheimzinnige, naamloze mensen uit dit eerste verleden, van wie zo weinig is teruggevonden.
Louwe Kooijmans heeft er een meeslepende zoektocht van gemaakt.’ – Hendrik Spiering in NRC Handelsblad.

‘Dit is een prachtig boek, uitstekend vertaald, dat soms wel veel van de lezer vergt – zeker de niet-Britse, want Rory Stewart veronderstelt nogal wat kennis van de historie van zijn land. Maar overheersend zijn de schitterende passages over de natuur en het landschap, de wisselwerking daarvan met de bevolking, de karakteriseringen van de mensen die Stewart ontmoet, de vragen over nationalisme die hij oproept, de lessen die uit de geschiedenis kunnen worden getrokken. Indrukwekkend.’ – Co Welgraven in Trouw.

‘En mooi is de wijze waarop ze haar vorderende zwangerschap (muggenplaag, spataderen, hoge bloeddruk) vervlecht met het oorlogsverhaal. Urgenter kan het verlangen naar duiding en moraal eigenlijk niet worden uitgedrukt dan in zwangerschapsweken die per hoofdstuk worden afgeteld tot de nieuwe mens zich aandient, een mens die zich voegt in het verhaal dat aan hem vooraf ging, en die recht heeft op een naam en op enig inzicht in het verleden.’ Jann Ruyters in Trouw.

‘Nog best goed te doen, deze gedichten. Het is de verfrissende afwezigheid van ironie, relativering en gelatenheid die ze nu nog authentiek maakt. Mooi uitgegeven ook.’ – Aleid Truijens in de Volkskrant.

‘”Er zit alsnog veel poëzie in dit boek. Klimaatverandering is een ingewikkeld, vaag onderwerp, uit de categorie ‘wel belangrijk, niet leuk’, maar ook superpoëtisch en filosofisch. De mens die zichzelf te gronde richt, tragischer krijg je het bijna niet.”‘ – Gidi Heesakkers in gesprek met Lieke Marsman in de Volkskrant.

‘Ze werkte aan een ander boek, maar merkte dat ze moeilijk een zoveelste nieuwe verbeeldingswereld kon betreden. “Al die personages die je moet verzinnen, hun tekortkomingen, voor ze weer van vlees en bloed worden.”
Maar toen ze haar eigen roman Honderd deuren ging herlezen, bedacht ze: waarom niet met deze personages verder, maar dan twintig jaar later? “Dat heeft enorm bevrijdend gewerkt. Als je een boek hebt geschreven gaat de deur letterlijk dicht. Met die boekenwet heb ik nu gebroken. Ik kwam in een wereld terecht die ik al kende, ik wist al heel veel van mijn personages, ze lagen me na aan het hart. Het was voor mijn verbeelding wonderlijk inspirerend.” – Marjolijn de Cocq in gesprek met Maria Stahlie in Het Parool.

‘Lahme behandelt de levensgeschiedenissen van de acht Manns om en om, zonder de chronologie uit het oog te verliezen. Zo ontstaat een indringend beeld van een gecompliceerde familie. Anders dan zijn meeste voorgangers, stelt hij daarbij overtuigend vast dat in de “amazing family” geen sprake was van verstoorde familieverhoudingen. Dat blijkt ook uit Die Briefe der Manns, waarin woordspelletjes, vertederende koosnaampjes en openhartige bekentenissen aantonen hoe vertrouwd de familieleden met elkaar omgingen. Tussen de ouders en hun kinderen bestond vooral warmte, intimiteit en empathie.’ – Michel Krielaars in NRC Handelsblad.

‘Ze vroeg hun toestemming voor ze Gemeengoed ging schrijven. Haar stiefbroer, wiens personage in de roman achter zijn eigen geheim komt, omhelsde haar, zei dat ze mocht schrijven wat ze wilde. (Hij heeft het boek nog steeds niet gelezen. Hij is niet zo’n lezer.) Ze heeft wel, denkt ze, met het afmaken van het boek gewacht tot haar vader, die tijdens het schrijven ernstig ziek was, was overleden. “Al had het hem misschien helemaal niet kunnen schelen.”
En nu is het grappige: zo autobiografisch is het boek helemaal niet geworden. “Sommige dingen zijn echt gebeurd, andere niet.” Dat geheim van die stiefbroer? Verzonnen. “Weet je, je moet je eigen boek heel vaak lezen voordat het in de winkel ligt – redigeren, proefdrukken controleren – en bij de vierde keer dacht ik: wauw, het gáát niet eens over ons. Mijn moeder zei het ook: het bracht wel herinneringen boven, maar het gaat niet over ons. Het is gewoon weer hetzelfde boek als ik altijd schrijf: twee groepen mensen die niet samen willen zijn, worden gedwongen samen te zijn.” Gijzelaars en terroristen. Wetenschappers en Amazonebewoners. Kinderen uit het ene en uit het andere huwelijk. “Daar gaan ál mijn romans over.”‘ – Ellen de Bruin in gesprek met Ann Pratchett in NRC Handelsblad.

Schipper & Zn. is een onheilszwangere, broeierige roman, waarin je al snel voelt dat het niet goed gaat komen. Niet met de tuin, niet met de liefde, niet tussen Eef en de tuinmannen en al zeker niet tussen vader en zoon Schipper. “Op de blik die de vader zijn zoon toezond, stonden ijsbloemen.”
Voor enige warmte is in deze thriller geen ruimte. Het is knap hoe snel Van Baars die ijzige spanning weet op te bouwen – en moeiteloos weet vast te houden, tot aan het bitter-komische slottafereel.’ – Janet Luis in NRC Handelsblad.

‘Aan de hand van vier personages vertelt Harstad een breed uitwaaierend, vijftig jaar omspannend, soms tot op de krankzinnigste details inzoomend verhaal dat de lezer nu eens meesleurt, dan weer doet zwoegen en bij vlagen ontredderd dan wel geïmponeerd achterlaat. […]
“Mijn redacteur zei: ‘De lengte is het probleem niet. Maar hoe langer je boek wordt, hoe meer elke paragraaf zijn eigen bestaan moet rechtvaardigen.’ Met dat uitgangspunt heb ik een hoop tekst weggegooid. Niettemin: als je boek de 1000 pagina’s overschrijdt, verlies je een bepaalde vorm van controle. Je moet dan accepteren dat je niet altijd het hele gebouw kunt zien. Nu eens bevind je je op de tweede verdieping, dan weer ben je aan het werk op het dak, maar het geheel kun je niet overzien.
Het voordeel daarvan is dat zowel de schrijver als de lezer geheel opgeslokt kan worden door het boek. Dat is het idee dat ik van Mark Rothko heb gestolen, die ook in het boek wordt genoemd. Hij zei dat hij zijn schilderijen zo groot maakte omdat hij wilde dat je er geheel door werd omgeven. Rothko wilde dat je zijn werk van een afstand van 40 of 50 centimeter bekeek. Dan wordt kunst iets fysieks, een plek.”
Een boek om in te wonen.’ – Hans Bouman in gesprek met Johan Harstad in de Volkskrant.

‘De waarde van dit testosteronproza ligt dan ook niet in het portret van een onuitstaanbare ruziezoeker, maar eerder in het oproepen van een verdwenen wereld. Terwijl in Europa de Franse Revolutie haar verwoestende sporen trok, was de Kaapkolonie het strijdtoneel van de Engelsen en de Nederlanders, met de oorspronkelijke bevolking als nu eens meevechtende, dan weer weerloze slachtoffers.’ – Peter Swanborn in de Volkskrant.

Geschiedenis van de Joden in Nederland is een standaardwerk dat en prima inzicht biedt in de manier waarop de relatie tussen Nederland en zijn Joden zich heeft ontwikkeld. Het is degelijk en meestal goed leesbaar.’ – Anet Bleich in de Volkskrant.

‘Met Saga van Egil rondt Marcel Otten zijn vertaalproject van alle grote sagen uit het Oudijslands af. In 2012 kreeg hij al de Filter Vertaalprijs voor zijn vertaling van de Proza Edda, eveneens van Snorri Sturluson. Het wordt tijd dat zijn naam wordt genoemd voor de Martinus Nijhoff Vertaalprijs.’ – Peter Swanborn in de Volkskrant.

‘En dat is wel de grootste prestatie van de schrijver: hij houdt je van het begin tot het einde in zijn greep, ondanks het feit dat we steeds opnieuw moeten beginnen in het verhaal, met weer een ander perspectief, een ander “gevonden” document, een andere blik op de moordzaak. Na afloop blijf je verbluft achter, wil je het liefst verder lezen, meer weten. Je dacht Roderick Macrae te kennen, van binnen en van buiten. Maar je vergiste je. Of toch niet? Er zijn feiten, maar geen zekerheden. Dat is wat Graeme Macrae Burnet blootlegt in deze spannende, buitengewoon originele roman.’ – Gerwin van der Werf in Trouw.