Zomerleestips 2018

Welke boeken tippen wij voor uw vakantie?
amerikanen lopen niet  roza  moord op commendatore  van wie is de stad  leerschool  club mars

Wakker blijven
Het verzinnen van een thema voor de zomernieuwsbrief is eervol maar heikel. Het verzinnen van thema’s is sowieso heikel. Neem nu het thema voor de volgende Boekenweek: ‘de moeder de vrouw’. Niet te verwarren met ‘moeder de vrouw’.
‘De moeder de vrouw’ is de titel van een gedicht van Martinus Nijhoff dat begint met ‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien’. Het is een van de weinige gedichten die ik uit mijn hoofd ken en dat heb ik te danken aan mijn wiskundeleraar. Ik had een wiskundeleraar die in het verkeerde pak geboren was en als wij de hoogte van een bepaalde brug moesten berekenen citeerde hij liever Nijhoff dan dat hij ons uitlegde hoe het ook alweer zat met de parabool. Lees meer

Onze nieuwsbrief in uw postvak

Geniet u ook zo van onze leestips? Als u zich abonneert op onze nieuwsbrief blijft u op de hoogte van onze activiteiten, zoals lezingen en boekpresentaties én ontvangt u twee keer jaar onze leessuggesties voor de vakantie en het einde van het jaar. U kunt zich aanmelden door een e-mail te sturen naar info@linnaeusboekhandel.nl met vermelding van uw naam en e-mailadres.

BOEKEN IN DE MEDIA

‘Agualusa betoont zich opnieuw een haarscherp en kritisch analist van de Angolese werkelijkheid en jongste geschiedenis. Alweer weggegleden uit het westerse krantenlezersbewustzijn, zigzagt het land tussen oude trauma’s en nieuwe rijkdom, die (minstens tot voor kort) alleen een kleine elite ten goede kwam. Aan die tragedie, bespookt door het geweld uit het verleden, weet Agualusa als geen ander te herinneren.’ – Ger Groot in NRC Handelsblad.

“Ik let heel goed op hoe mensen zich voordoen en hoe ze worden behandeld. Ik kreeg al vroeg door dat mensen liegen en elkaar een rad voor ogen draaien, hoe fake mensen zijn en hoe ze elkaar manipuleren. Ik heb het lang echt moeilijk gehad. Nu denk ik: het was ook een geschenk van het universum. Als je een verhaal schrijft dat zo realistisch aanvoelt als Kukolka, moeten die gevoelens ook echt van binnen uit komen. De omstandigheden zijn dan wel anders, maar ik heb mijn emoties aan mijn personages uitgeleend.” – Lana Lux in gesprek met Marjolijn de Cocq in Het Parool.

De regen van Ionah is Pajares’ vierde roman en de eerste die in het Nederlands verschijnt. Het maakt nieuwsgierig naar wat de auteur eerder geschreven heeft. Want dit is een ongewoon krachtige, bijzondere roman die de lezer vanaf de eerste bladzijden overrompelt.’ – Ger Groot in NRC Handelsblad.

‘Een proeve van de hogere beschrijfkunst van H.M. van den Brink, een schrijver die steeds weer excelleert met een uiterst fijne stijl.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘Familie-eer, intriges, verraad, machismo, wraak, nationalisme, héél veel sterke verhalen, geroofde vrouwen, brute gevechten, de koppige strijd voor een verloren zaak en dat alles nog gecompliceerd door bloedbroederschap en de obsessie voor een femme fatale: dit is het beste van Game of Thrones en Joseph Roths Radetzkymars in één roman, met kapitein Michalis als onbetwiste aanvoerder.’ – Bo van Houwelingen in de Volkskrant.

‘Smiths literatuur hangt van introspectie, impulsen en indrukken in zekere zin als los zand aan elkaar. Je hebt als lezer soms flinke moeite om haar te volgen maar als je eenmaal doorhebt waar ze op uit is, namelijk schrijven zonder rangorde en hiërarchie, als het ware concentrisch, in cirkels die niets uitsluiten, verzeil je in een wonderlijke, eigen wereld die met niets valt te vergelijken.
[…] Je zou haar werk experimenteel kunnen noemen, waarbij het ene niet onder doet voor het ander en waarin de voorkeuren en keuzes van onze beschaving geen rol spelen; daarmee schept ze een soort nieuwe, hedendaagse mythes over oerervaringen: over veiligheid, angst, ambitie, verzet.
[…] Een wonderlijk, meeslepend boek dat je op heel andere gedachten brengt dan je voorafgaand aan het lezen had.’ – Rob Schouten in Trouw.

“Het is een moeilijk boek. Mensen zeggen dat ook. Dan antwoord ik dat ze het moeten lezen als de Psalmen, één zin tegelijk. Het is een meditatie op de vraag: waarom moet ik boeken schrijven?
[…] Je kunt het zien als een verzonnen autobiografie. Zoals Zabor de literatuur en de verbeelding ontdekt, heb ik dat ook gedaan. Hij stelt de goede vragen, in een cultuur waarin – omdat alles al vastligt – vooral veel antwoorden voorhanden zijn. Voor mij zijn vragen cruciaal: Wat is taal? Kan ik een heilig boek schrijven? Kan taal de wereld bezitten? Kunnen boeken de dood terugdringen?
[…] Kan literatuur ons redden, dat is de vraag waarvoor Zabor komt te staan. Hij redt veel mensen maar bereikt niet de vrouw van wie hij houdt.”

‘Nowelle Barnhoorn heeft een abonnement op ongemakkelijkheid, maar presenteert die zo trefzeker en droog dat ze de lezer in één moeite door vermaakt.’ – Arjan Peters in de Volkskrant.

‘In drie zinnen meer zeggen dan waar menig collega een bladzijde voor nodig heeft, dat is het. Literaire journalistiek.’ – Sebastiaan Kort in NRC Handelsblad.

‘Deborah Cadbury schept een prachtig panorama van de Europese vorstenhuizen, hun familiebanden en karakters.’ – Laura van Baars in Trouw.

‘Of Sedaris nou over zijn familie schrijft, zijn eigen vreemde gewoonten en obsessies, of zo mogelijk nog gestoordere sociale verschijnselen: nooit verliest hij zijn scherpte of zijn verwondering. In Calypso laat hij weer zien dat geen enkel onderwerp te groot of te klein is om tot komische schets te worden omgevormd.’ – Dries Muus in Het Parool.

“Mijn roman is geen afrekening met Ivo van Hove. Nee, joh, ik ken hem nauwelijks. Met Keizer wilde ik een boek schrijven over een megalomane kunstenaar die de greep op de werkelijkheid verliest, en zeker geen kinderachtig ‘raad het plaatje’ over de Nederlandse toneelwereld.
[…] Ik heb me helemaal niet in Van Hoves biografie verdiept. Ik heb een personage bedacht en ben door gaan fantaseren.
[…] Natuurlijk zijn er gelijkenissen, dat is onvermijdelijk door de setting die ik koos. Maar als je alleen maar daarop focust doe je het boek tekort, vind ik. Een sleutelroman was niet mijn opzet.
[…] Goed, dan is het een sleutelroman.” – Sarah Sluimer in gesprek met Herien Wensink in de Volkskrant.

‘Homes maakt het al dan niet satirische wereldbeeld ondergeschikt aan de mensen die zich in die wereld bewegen. Homes maakt niet alleen van presidenten mensen, ze maakt mensen van iedereen. Leren we iets? We maken iets mee, in een wereld die op de onze lijkt, bevolkt door mensen die op ons lijken. En het is gewoon goed opgeschreven, laten we dat ook niet vergeten. Lezen is ook een esthetische ervaring.’ – Rob van Essen in NRC Handelsblad.

‘Het is in mijn boeken min of meer overzichtelijk: er overkomt mensen iets verschrikkelijks en hoe komen ze daar dan overheen? Dat lijkt wel chic als thema, maar dat is ook gewoon het leven. Zoals de traumatheorieën willen: het eerste trauma, daar kom je nog wel overheen. De tweede keer is het ergst. De hoofdpersonen hebben die hobbel van hun verlies genomen en dan overkomt ze weer wat. Hoe beïnvloedt dat hun musiceren, hun vriendschap, hoe pakt dat uit? Nou, niet goed. Er wordt ook minder gespeeld dan ooit in boeken van mij.’ – Anna Enquist in gesprek met Marjolijn de Cocq in Het Parool.

‘Gelukkig zijn er fenomenen die standhouden waar verder iedereen is afgehaakt. Een jaarboek, een gedrúkt jaaroverzicht, lijkt een anachronisme, maar het Architectuur Jaarboek houdt het al vol sedert 1988. Sterker nog: de editie van dit jaar toont dat een medium uit een andere eeuw een prima manier is om architectuur urgent en politiek te maken’ – Bob Witman in de Volkskrant.

‘Het is lang geleden dat ik als een kleuter voor de poppenkast kreetjes slaakte bij het lezen van een boek, maar Van der Werf kreeg het voor elkaar.
[…] Wat een verteller, die Van der Werf, en wat een lekkere en zuivere pen.’ – Yolanda Entius in Trouw.

‘Ik bestaat uit twee letters is absoluut gelukt. Een dagboek van een jaar is wel lang, dat is het enige echte bezwaar: in de 719 bladzijden zit wel een aantal dooie momentjes. Maar Dautzenbergs soulsearching levert een eerlijk, diepgravend portret op van hemzelf, van zijn (geëngageerde) schrijverschap, maar ook het Zuid-Limburg van zijn jeugd en zijn familie.
[…] Dautzenberg is onze literaire meester in de grensoverschrijding. Of zoals hij het zelf psychologiserend noemt: transgressie. Hij overschrijdt graag de grenzen van genres, verwachtingen, dwingende vormen en normen, het betamelijke.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘Niet alles in Parachute is even helder. Maar tussen de ernstige, geestige, verwarrende en ook kritische gedichten zit veel wat toch een flink tijdje na blijft zoemen.’ – Janita Monna in Trouw.

‘Het mag duidelijk zijn: Cognetti’s zinnen, hoe helder, direct en schijnbaar achteloos ook, zijn allesbehalve normaal. Hij beschrijft de natuur in volle glorie, zonder partij te kiezen tegen de mens. Integendeel: hij klimt duizenden kilometers om beter zicht te krijgen op onze diepste, krachtigste gevoelens.’ – Dries Muus in Het Parool.

‘Met Amerikanen lopen niet weet Van Veelen succesvol een hartdiagnose van de Verenigde Staten op de stellen. Met een open blik en een scherpe maar ook lichte pen laat hij zien waarom iedereen St. Louis zou moeten kennen.’ – Lolfi El Hamidi in NRC Handelsblad.

‘Zadie Smith stelt je met haar arendsblik in staat om dingen die aanvankelijk complex en verwarrend zijn, in een helder perspectief te zien. Ze trekt je mee in haar verbeelding en opent het ene na het andere verhelderende panorama. Maar in die brede blik is ook steeds ruimte voor het specifieke en karakteristieke detail, voor kleur, profiel en nuance.’ – Annemarié van Niekerk om Trouw.

‘Hoe gemakkelijk had Melandri een eendimensionale pamfletroman kunnen schrijven, met al dit materiaal voorhanden, reikend van Mussolini tot Berlusconi, en met in de hoofdrol die hypocriete slimmerik van een oubaas met zijn smeergeld, strapatsen en handig haperende geheugen?
De prestatie die ze levert is dat de lezer zijn oordeel steeds moet opschorten, bijvoorbeeld erkennend dat de schurk Attilo óók een lieve vader is geweest.
Met haar eerste 300 pagina’s verleidt Melandri de lezer zo welbespraakt, dat die in de volgende 200 pagina’s de Afrikaanse verschrikkingen met precies dat schuldgevoel ondergaat waar het de daders destijds aan heeft ontbroken.’ – Arjan Peters in de Volkskrant.

‘Marlene van Niekerk zoekt verbinding, tussen talen, werelden, tussen toen en nu. Via de kunst. En zoals Mankes in woorden van de dichter aandacht had voor de ‘stilte van een merelnest’, leiden ook Van Niekerks aangenaam trage regels even af van wat vluchtig is. Poëzie als een kleine adempauze in een kolkende wereld.’ – Janit Monna in Trouw.

‘Het zijn haar ideeën die afwijken van de conventies, die Mizees identiteit als vrije denker bevestigen. Maar eerder dan bevreemding creëert haar dwarsheid nabijheid. Zo waar en zo meeslepend zijn ze, die inkijkjes in haar gedachten, die ideeën over de oervorm van religie en de ‘kern van de zaak’ waarnaar zij altijd op zoek is, die vingers op de zere plekken van het intermenselijke contact. Die zielsverwantschap blijft niet voorbehouden aan Ger: dankzij deze correspondentie, Mizees pen en de machtige kracht van de literatuur kunnen we allemaal een beetje Ger worden, een beetje Nicolien en een beetje God.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘Een sappige, sprankelende mix van overtuigende historische fictie en symbolische sprookjeselementen, waarin een verhaal over macht, liefde en (on-)afhankelijkheid draait om twee gevaarlijk verleidelijke vrouwen.
[…] Ga maar lezen. Geniet van Gowards filmische scènes en het kleine legertje sublieme (vooral) vrouwelijke personages. Van hoe soepel ze schakelt tussen rauw realisme en freudiaanse én maatschappijkritische metaforiek die de stille kracht van de schijnbaar onderworpenen laten zien. En dat allemaal in proza dat hypnotiseert als meermingezang.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

“Twee mijl van de plek waar ik opgroeide hadden mijn grootouders een kleine melkveehouderij. En er was bos, er waren velden, en de zee was heel dichtbij. Een complete wereld. Ik ken de boeren die daar ploegen, die de kalveren ter wereld helpen, ik ken de schaapscheerders die langskwamen, de koeien die wegliepen… Ik kon het allemaal voor me zien, en ik schreef dit verhaal alsof ik het voor me zag.
[…] En al die verhalen zijn gesitueerd in de omgeving waar ik ben opgegroeid. De lange droogte bewees dat ik daarover kon schrijven. Ik ben een product van die natuur, die omgeving, ik leef daar nog steeds. Ik herken wat er gebeurt. Dus waarom schrijven over een man die in een grote stad verliefd wordt op een naaktschilderij?” – Cynan Jones in gesprek met Maarten Moll in Het Parool.

“Wat ik meedraag, uit mijn eigen familiegeschiedenis: het schuldgevoel is iets dat heel erg bij ons hoort en dat ik zelf ook heel erg voel. Mijn ouders hebben de oorlog meegemaakt, al waren ze toen nog jong. Maar net als de grootvader van Jessie in het boek is die van mij in 1889 geboren, hij was een volwassen man. Daarom heb ik dit boek geschreven. Vanuit het gevoel dat je niet je eigen leven kunt leiden, niet naar de toekomst kunt kijken omdat de geschiedenis te zeer op je drukt.” – Svealena Kutschke in gesprek met Marjolijn de Cocq in Het Parool.

‘Inhoudelijk mag dat alles klinken als een doorsnee puberboek, maar Tamara Bach beschrijft het kalm, heel dicht op de huid, vol gevoel, maar zonder sensatie en stilistisch virtuoos. Dat maakt Veertien een opmerkelijke leeservaring voor jong literaire fijnproevers en volwassene.’ – Bas Maliepaard in Trouw.

‘Dat voortdurende besef en de onmogelijkheid te ontsnappen aan de keuzes die je ooit hebt gemaakt, is een van de redenen voor de ademloosheid die Club Mars veroorzaakt. Anders dan de meeste verhalen over gevangenissen gaat deze roman nauwelijks over de onderlinge relaties tussen de gevangenen, het gaat om de verhalen van de gevangenen op zichzelf en om hun dagelijkse beslommeringen. Het accentueert de onmogelijkheid tot het behoud van een identiteit, en ondertussen leer je dat Amazon bijvoorbeeld wél gewoon bezorgt in gevangenissen, terwijl brieven vaak de gevangenen niet bereiken.’ – Toef Jaeger in NRC Handelsblad.