Feestdagencadeaubon

Tot en met 24 december krijgt u een waardebon van € 5,- bij aankoop van ten minste € 25,-. Een cadeautje van boekhandel en uitgeverij. De bon is geldig op één van de 100 geselecteerde toptitels, die wij binnenkort bekendmaken.
De waardebon is geldig van 27 december t/m 27 januari.Waardebon-Eindejaarscampagne-600px

De mooiste boeken van 2017

aantekeningen  Het achtste leven  Max, Mischa  moord op commendatore  zachte hand

Over lezen en leven
Onlangs was ik bij een afscheidsbijeenkomst van de vader van een vriendin. Zijn vrouw vertelde dat ze hem een paar weken voor zijn dood vroeg of er nog iets was wat hij wilde doen. ‘Lé…’ ‘Wil je lezen?’ ‘Nee, léven!’
Ik vond het een mooie anekdote, de verwarring was voor de hand liggend in zijn geval (hij was een van de grootste lezers die ik ken), maar ook in bredere zin zag ik een verband: voor veel mensen liggen ‘leven’ en ‘lezen’ dicht bij elkaar. Leef je om te lezen of lees je om te leven?
Soms denk ik dat ik op aarde ben om boeken te lezen, dat is mijn missie, mijn opdracht. Boeken onder de aandacht brengen, zieltjes winnen, het woord verspreiden. Lees verder

BOEKEN IN DE MEDIA

‘Het is bijna onvoorstelbaar dat een groot deel van deze verhalen uit het begin van vorige eeuw is. Er zit nauwelijks iets gedateerds in en Saki’s manier van vertellen is fris en ja, flitsend. Wat een geweldig amusant boek is dit!’ – Thomas Verbogt in Het Parool.

‘Vertaler Martin de Haan leverde geweldig werk af, soms, zoals hij zelf opmerkt, op het anachronistische af. Hij zet bijvoorbeeld eigentijdse woorden in als testen, flirten en dumpen. Dat draagt wel degelijk bij aan de lol en de brutaliteit van dit boek. De titel vind ik ook al zo fijn modern.
Maar de meeste eer verdient vanzelfsprekend de schrijver. […] Choderlos de Laclos zat nergens mee, alle heilige huisjes schopte hij met veel plezier omver. In Riskante relaties ga je van kostelijke scène naar kostelijke scène.
[…] Van Riskante relaties krijg je een positieve oppepper: dat kán en mág dus allemaal in een roman. Geweldig!’ – Arie Storm in Het Parool.

‘Het echt goede van Ik nog wel van jou is dat het méér biedt dan soapgenoegen. Want of het allemaal echt gebeurd is telt natuurlijk niet in de literatuur – in een roman telt alleen hoe het er staat, en of en hoe het vormgegeven is tot een verhaal dat het particuliere autobiografische overstijgt. En dat doet het. Ik nog wel van jou is een schrijnende en ijzingwekkende roman over liefde en de dingen die voorbijgaan. En wel precies dankzij die vormgeving, die verdichting.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘De verhalen in deze bundel zijn al eerder verschenen. Toch is deze nieuwe bundel welkom. Munro blijft een geval apart, wat ook met de aard van haar verhalen te maken heeft: vrouwenverhalen maar geen ‘chicklit’, en haar inlijven als feministisch auteur doet haar werk ook tekort. Ze schrijft over vrijheids- en scheppingsdrang, maar nooit alleen daarover, en de vrijheid kost ook wat.
[…] Iets van afgewendheid van de wereld typeert de sfeer in deze verhalen of ze nu in een vervallen hotel op de prairie of in een suburb in Toronto spelen. Dat ze toch troost bieden komt door de schrijfster door wie je je ook als lezer gezien voelt, zo precies neemt ze waar, ook wat bedekt en tussen de regels blijft.’ – Jann Ruyters in Trouw.

“De economen van nu zijn getraind in tunneldenken. Het eerste diagram dat je leert als student gaat over vraag en aanbod. De economie, leer je, is een markt en die markt is in evenwicht. Dat zijn twee onwaarheden in een zin.
Economie gaat niet alleen over geld, het gaat ook over onbetaald werk dat de economie evengoed mogelijk maakt. Het gaat om energie, om welzijn – dat niet per se hetzelfde is als welvaart. Het kapitalisme is gestoeld op de gedachte dat als de economie maar lang genoeg groeit, de ongelijkheid vanzelf verdwijnt. Maar kijk naar de cijfers: dat gebeurt niet. Miljoenen mensen leven in armoede en juist zij worden getroffen als de klimaatverandering straks hele delen van de aarde onleefbaar maakt.” – Katie Raworth in gesprek met Maartje Laterveer in de Volkskrant.

“Na mijn dertigste voelde ik een grote behoefte naar meer theorie. Meer feitelijkheden. Wat is er aan de hand? Hoe leven we? Op een dag zag ik in de Oudemanhuispoort een boekje liggen: het Communistisch manifest van Karl Marx en Friedrich Engels. Ik pakte het op, ik kocht het, en las het en ik wist dat ik bij het juiste was gearriveerd.
Het voelde vers, direct. Het is uit 1848. Het was ook beangstigend, confronterend. Het is nogal wat als twee van die Duitsers van meer dan 150 jaar geleden iets schrijven en je denkt: dit is pijnlijk, jullie hebben gelijk met wat jullie beschrijven. We zijn anderhalve eeuw verder en het is nog steeds zo; het kapitaal heeft nog steeds de macht. Au! Kijk naar onze rechtse regering die het kapitalisme wil perfectioneren.” – Gustaaf Peek in gesprek met Maarten Moll in Het Parool.

‘Ik heb uit al die vreemde talen woorden verzameld die wij niet hebben, maar zouden moeten hebben: ze zijn nuttig omdat ze bondiger of beeldender zijn. Neem bijvoorbeeld het Scandinavische woord voor grootmoeder van moederskant: mormor. Of het Bulgaarse woord voor ‘slecht gemaakt': smrătsafrătsano. Het Duits heeft een mooi woord voor praten als een vakidioot: fachsimpeln; dat werkwoord mis ik echt vaak in het Nederlands.
Verder maken veel talen zoals het Galicisch handig onderscheid tussen volle neven en nichten, en neven en nichten in de zin van oom- en tantezeggers; het Nederlands is daar nogal raar in.” – Gaston Dorren in gesprek met Marijke Laurense in Trouw.

‘Hella en Sandra Rottenberg brachten niet alleen de geschiedenis in kaart van wat de modernste sigarenfabriek uit het Duitsland van het interbellum bleek te zijn geweest, ze schreven en passant een geschiedenis van de nazificatie van een provinciestad én een kleine studie over pragmatisme en onverschrokkenheid.’ – Olaf Tempelman in de Volkskrant.

‘Het is niet makkelijk om een boek te schrijven vanuit het perspectief van een opgroeiend verstandelijk beperkt kind dat niet begrijpt hoe de wereld in elkaar zit. (In tegenstelling tot een bildungsroman maakt het meisje geen ontwikkeling door.) Maar het moeilijkste is misschien wel om het personage niet te debiliseren. Peeters zet Dochter heel (geloof)waardig neer. Ze neemt de lezer mee in de wereld van het meisje dat alles letterlijk neemt en weinig blijk geeft van emoties. Het grootste monster in het boek is de onwetendheid.’ – Dieuwertje Mertens in Het Parool.

‘De verhoudingen tussen mannen en vrouwen zijn weliswaar intussen op sommige gebieden gelijkgetrokken, maar op heel veel andere niet. Zoals tijdens vergaderingen, sollicitaties en vaak ook tijdens gewone, dagelijkse gesprekken. Daarom kan er niet genoeg over gesproken en geschreven worden, en dan vooral door vrouwen als Rebecca Solnit. Solnit heeft een geweldig opmerkingsvermogen. Ze bekijkt bepaalde problemen, zoals de ongelijke verhouding tussen mannen en vrouwen, van alle mogelijke kanten. Bovendien is ze geestig, gevat, scherp en belezen.’ – Monica Soeting in Trouw.

‘In Dag der zielen smelten Keltische traditie, literair modernisme, de hedendaagse streekroman en een vleug katholicisme op virtuoze wijze samen tot iets waarlijk nieuws en bijzonders.’ – Hans Bouman in de Volkskrant.

‘Bij alle progressie die er op wetenschappelijk terrein is geboekt, maakt Meditatie ook duidelijk hoe fundamenteel openstaande vragen nog zijn. Met als een van de meest intrigerende kwesties: leidt meditatie tot nieuwe eigenschappen, of is er sprake van ontwikkeling en versterking van een basisvaardigheid, zoals bij het leren van een taal? Anders gezegd: is de mens, zoals boeddhisten menen, van nature goed? Hard bewijs daaromtrent, verkregen via hersenonderzoek, zullen Goleman en Davidson vermoedelijk niet meer meemaken. Wel verdienen ze de credits voor het aandragen van de eerste bouwstenen.’ – Fokke Obbema in de Volkskrant.

‘De betere verhalen van Rodaan Al Galidi bieden iets unieks in de Nederlandse literatuur. Scherpe zedenschetsen zijn dat, waarin hij de ‘gewone Nederlander’ weet te vangen én hem een spiegel voorhoudt. De verhalen staan voor iets groters: voor ‘ons’. Die botsing tussen het gewone en het vreemde is hét onderwerp van de Iraaks-Nederlandse dichter en schrijver.
[…] Voor de lezende Nederlander is het soms verraderlijk: wat aanvankelijk doodnormaal aanvoelt, blijkt scherpzinnige satire. Je hebt pas in tweede instantie door dat je in een lachspiegel kijkt, of wacht, is het misschien een gewone spiegel? Voor die ontregeling lees je Al Galidi.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘De laatste jaren leverde Murakami een paar romans af zonder veel vuur of kleur en met nogal duffe klerken als hoofdpersonen, die maar van alles overkwam. Des te verrassender hoe de schrijver er met deze nieuwe roman in slaagt je weer bij de lurven te grijpen.
[…] In zulke passages komen kinderboek, avonturenroman, scheppingsverhaal en sage samen, in de magische mengeling waarvan Haruki Murakami de receptuur kent. Vaak doet hij je versteld staan.’ – Arjan Peters in de Volkskrant.

‘Met gebruik van mooie close-ups en camerastandpunten heeft Van Dongen zijn verstripping een grote levendigheid weten te geven. De inkleuring van het boek is verzorgd door Marloes Dekkers, die daaraan nog eens veel sfeer heeft toegevoegd, soms met het heldere Hollandse licht, dan weer met stemmige tropische groenen.’ – Joost Pollman in de Volkskant.

‘Ik heb er, lezend, middenin gezeten. Midden in deze waanzin. De Duitse landstreken waren in 1648 bedekt met as. Zo’n verbrande wereld oproepen is het werk van een groots verteller. En alleen de lach van de nar schalt na.’ – Wim Boevink in Trouw.

‘Morrend sleept de schrijver je mee door zijn wonderbaarlijke Rusland, vol vreemde figuren, zwervers en miljonairs, geheimen achter gecapitonneerde deuren, blinkende paleizen, stinkende hotelkamers en bizarre ontmoetingen. Schijnbaar lukraak, vrijuit associërend, lijnen trekkend naar de fascinerende geschiedenis van het land.’ – Bo van Houwelingen in de Volkskrant.

‘Karel Čapek is een schrijver met een glasheldere stijl en een grote verbeeldingskracht. Het liefst zet hij je op een dwaalspoor om uiteindelijk orde te scheppen in de chaos van het leven. En zoiets pakt altijd heel goed uit.’ – Michel Krielaars in NRC Handelsblad.

‘Janssens poëzie is eigenzinnig. Recht voor zijn raap, monter, droef, grotesk, grillig, contemplatief. En in die tonen klinkt van alles mee, van liedjes tot literatuur, van taalfilosofie tot beeldende kunst.’ – Janita Monna in Trouw.

‘Hier is een onderhoudende en humoristische verteller aan het woord, die handig gebruikmaakt van persiflages en perspectiefwisselingen. Soms levert één enkele zin een treffend beeld op. Als iemand door de Gestapo wordt afgehaald, luidt het: “Aan de overkant van de straat ging een raam open, er verscheen een hand met een schaar die de bloem uit de geranium knipte.”
Liesbeth van Nes heeft in haar uitstekend leesbare vertaling precies de juiste toon getroffen, lichtvoetig en soms volks-ontdeugend. Kortom, een aanrader.’ – Wil Rouleaux in Trouw.

‘Kirchoffs zinnen zijn prachtig, zijn beschrijvingen trefzeker – ook in de fraaie vertaling van Josephine Rijnaarts.’ – Emilia Menkveld in de Volkskrant.

‘Jane Gardam heeft het vermogen om in evenwichtig, ingetogen proza, aan de hand van twee uiterst Britse, degelijke, immer vormelijke en zich bijna altijd uitgesproken verantwoordelijk gedragende personages een schurend, navrant, bij vlagen hartverscheurend verhaal te vertellen.’ – Hans Bouman in de Volkskrant.

Koch: “We zijn door die nieuwe correspondentie veel meer over elkaar te weten gekomen.”
Reisel: “Ik was geneigd om over die periode iets sceptischer te denken, maar Herman heeft er toch verdieping in aangebracht waardoor ik het ging herwaarderen. Bijvoorbeeld door te typeren dat we allemaal nogal zachtaardig waren, geen moeilijke en lastige karakters, of macho’s. Dat vond ik een mooi nieuw inzicht. Dat we in die tijd een bijzondere vorm van saamhorigheid hadden.”
Koch: “En Wanda heeft toch bepaalde dingen gezien die ik me niet heb gerealiseerd. Dat ik met mijn grappige kant mensen ook wel in een hoek kon duwen.”
Reisel: “Hij was nogal scherp en kon alles en iedereen belachelijk maken, je was een beetje op je hoede bij Herman. Met hem kon je niet zo heel snel iets heel persoonlijks krijgen. In de jaren tachtig is dat juist heel erg veranderd.”
Koch: “Door die duik in die andere fase heeft onze vriendschap zich ook verdiept.”
Reisel: “We zijn na vijftig jaar vriendschap diepgaander dan ooit in gesprek geraakt. We blijken voor elkaar bij nader inzien een soort minibiografie te hebben geschreven.” – Herman Koch en Wanda Reisel in gesprek met Maarten Moll in Het Parool.

‘Wat een wijs boek.’ – Margriet Oostveen in de Volkskrant.

‘Het is goed dat ook de Nederlandse lezer kennis kan maken met de wereld(en) van Thaw en Lanark en de persoonlijkheid van Alasdair Gray. De persoonlijkheid van een eigengereide schrijver is als een Steen der Eigenwijzen die alles wat hij aanraakt in literatuur verandert. Gray is zo’n schrijver en Lanark is meer dan een roman, het is een gebeurtenis, een van die boeken die vol zelfvertrouwen wacht op de volgende generatie lezers, in de wetenschap dat het die generatie hoe dan ook niet onberoerd zal laten.’ – Rob van Essen in NRC Handelsblad.

‘Schama heeft het project overgenomen van de Joodse historicus Cecil Roth. Die was begonnen aan de Encyclopeadia Judaica, maar overleed in 1970. Toen al kreeg Schama het verzoek om het af te ronden, maar hij voelde er niets voor.
Een kleine tien jaar geleden ging hij toch overstag. Daar mag de lezer hem dankbaar voor zijn. Schama kan prachtig vertellen, zowel op tv als in schrift. Hij is enorm belezen, kent de geschiedenis van de Joden als geen ander: hij is zelf Jood, niet religieus, maar wel goed op de hoogte van de godsdienstige aspecten.’ – Co Welgraven in Trouw.