Jongeren lezen!

21 tot en met 30 september: Boekenweek voor jongeren
Tussen 21 en 30 september wordt er in boekhandels, bibliotheken, op scholen en in de media veel aandacht besteed aan boeken voor jongeren.
Linnaeus Boekhandel doet ook mee. We hebben extra veel titels voor jongeren uitgestald. Kom lekker snuffelen!
Speciaal voor deze Boekenweek is de bundel 3Pak uitgekomen, een bundel met drie korte verhalen: Jaguarman van Raoul de Jong, De auditie van Nhung Dam en Een diepgrijze idylle aan de Arendstraat van Tim Hofman.
Je kunt de bundel gratis bij ons op komen halen.
toptrio 3pak
Lees meer

Literatuur in de OBA

Donderdag 27 september in Bibliotheek Linnaeusstraat: Linnaeus Live met Sarah Sluimer en Eva Posthuma de Boer
foto jan willem kaldenbach   
Linnaeus Live is een literaire talkshow onder leiding van Maaike Bergstra.
Locatie: OBA Linnaeus, Linnaeusstraat 44, 1092 CL Amsterdam.
Aanvang 19.00 uur. Inloop met soep vanaf 18.30 uur.
Gratis entree met OBA-pas, anders € 5,-. Reserveren linnaeus@oba.nl of 020-6940773.
Deze avond wordt georganiseerd door de OBA in samenwerking met Schrijvers uit Oost en Linnaeus Boekhandel. Lees meer

BOEKEN IN DE MEDIA

‘Het is een verleidelijk boek, Mijn jaar van rust en kalmte; al lezend krijg je zin om al je verantwoordelijkheden van je af te schuiven, naar bed te sluipen en de dekens over je hoofd te trekken. Moshfegh verleidt je met de toon die ze haar hoofdpersoon meegeeft. Die toon is stoer, cynisch, berustend, koel observerend. Onder het cynisme schuilt uiteraard tragiek, want dit is een roman over een depressie.
[…] Zo zorgt een toegankelijke roman toch voor een leeservaring waarbij je door het verhaal heen wil kijken, direct in het hoofd van de schrijver, om te zien hoe ze het heeft bedoeld. Maar wat ze bedoelt heb je in je handen, en daar moet je het mee doen. Een roman is geen recept dat je bij een apotheek kan inruilen voor een allesverklarend kalmerend middel. Een roman is een recept dat de auteur voor jou als lezer uitschrijft en dat je alleen maar bij jezelf kan inleveren. En daar zit je dan, je bent je eigen apotheek, je kan alleen maar je eigen laatjes opentrekken.’ – Rob van Essen in NRC Handelsblad.

Blindganger is een betoverende leeservaring: deels een gefragmenteerd, mythisch coming-of-ageverhaal, deels een suspensevolle oorlogsthriller-in-slow-motion. Een van Ondaatjes beste boeken.’ – Dirk-Jan Arensman in Het Parool.

“Toen ik in 2015 die volgepakte bootjes in Europa zag aankomen, besloot ik het verhaal van een boot te gaan schrijven. En dan niet vanuit het debat van voor of tegen, maar een doorleefd verhaal vanuit de hoe-vraag. Hoe is het om je geboortegrond achter te laten, hoe vind je een bootje, een smokkelaar en hoe vergaat het de achterblijvers? Hoe gaat dat van uur tot uur in zo’n overvol en gammel bootje? Wat doet dat met vriendschappen? Toevallig kende ik een Vietnamese familie die dertig jaar geleden als bootvluchteling in België terecht is gekomen. Ik besloot zoveel mogelijk mensen van dat bootje te bezoeken en hun familiegeschiedenis op te schrijven. En omdat het nu zoveel jaar later is, kon ik ook vragen naar hoe het is om hier een nieuw, welvarend leven op te bouwen en toch zo naar terugkeer te verlangen.” – Chris de Stoop in gesprek met Marijke Laurense in Trouw.

‘Oh, Marente de Moors zinnen! Ze roepen het Russische woudenland zo schitterend op, evenzeer hardvochtig leeg als weelderig wit.’ – Thomas de Veen in NRC Handelsblad.

‘Jaap Robben heeft een erg goed boek geschreven over solidariteit en bescherming. En over zorgzaamheid. […] Dat je in een erg goed boek verzeild raakt, merk je al aan de eerste zin: ‘Ik dacht dat we zomaar een stukje gingen rijden.’ Veel van Robbens zinnen veroorzaken beweging. Bovendien duwt hij zijn hoodpersoon meteen naar voren.’ – Thomas Verbogt in Het Parool.

‘Jean-Marc van Tol stapt allerminst in een gespreid bedje met een ruim 500 pagina’s telende roman over de voorgeschiedenis van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk. En met deze roman – zijn literair debuut – is het project nog niet ten einde: Musch is het eerste deel van een trilogie met de Hollandse raadspensionaris Johan de Witt (1625-1672) als constante factor.
[…] Van Tol reconstrueert deze episode met bravoure en compositorisch vernuft.’ – Sander van Walsem in de Volkskrant.

‘Ian Kershaw klaart de klus van het beschrijven van het duizelingwekkende tempo van de ontwikkelingen in het naoorlogse Europa op knappe wijze. De lezer merkt niets van Kershaws ongemak met zoveel verschillende draadjes en wordt dankzij de uitstekende compositie moeiteloos langs bijna zeventig jaar historie en verschillende hoeken van het continent geloodst. De auteur staart zich niet blind op alleen politiek, maar ruimt plek in voor economie en zelfs een heel hoofdstuk over cultuur. Stijlvol weet hij de valkuil van het opsommerige te vermijden. Kershaw heeft bij alles wat hij moet vertellen nog ruimte voor de anekdotiek.’ – Paul van der Steen in Trouw.

‘De economische crisis van 2008 slaat in als een bom. Resultaat: paniekvoetbal – mensen gaan gekke dingen doen. De economie kapotbezuinigen bijvoorbeeld. Roepen dat stoute landen niet meer mee mogen doen. Laat dit nou precies de strategie van Nederlandse volksvertegenwoordigers ten tijde van de eurocrisis zijn geweest. Voormalig CPB-directeur Coen Teulings spaart ze niet, deze Hollandse kapiteins. Zijn boek Over de dijken laat zich lezen als een revanche op hen die de economische wetenschap in de wind sloegen, en daarmee in Teulings ogen (deels) verantwoordelijk zijn voor het onnodig lang voortslepen van de crisis in Europa.’ – Francisca Wals in NRC Handelsblad.

‘Michel Laub heeft met Het donderdagtribunaal een roman geschreven op het scherpst van de tijdgeest – nog voordat die werkelijke was uitgekristalliseerd.’ – Ger Groot in NRC Handelsblad.

‘Dat is het mooie aan dit boek: het is op elke pagina doortrokken van Campert. Van zijn schuchterheid, zijn overtuigendheid, zijn slordigheid, zijn poëzie, zijn somberheid en blijmoedigheid, zijn lichtheid, zijn zwaarmoedigheid, zijn gretigheid en luiheid en zijn toon. We gaan mee met zijn dichterlijke kijk op het leven, de bronnen waaruit hij put, zijn bewondering, zijn liefdes, zijn gruwel.’ – Aleid Truijens in de Volkskrant.

“Nu komen we in een fase, misschien over vijf of tien jaar, waarin al die nieuwe uitvindingen van het laboratorium naar de supermarkt, de fabriek en de weg gaan. Dan zullen de economische schokken ­komen. Veel banen zullen verdwijnen, ­andere zullen terugkeren. Omscholing is een groot probleem. Een 50-jarige vrachtwagenchauffeur die zijn baan verliest omdat zijn truck nu zelf rijdt, kun je niet zomaar omscholen naar een beroep waar wel vraag naar is, zoals yogaleraar, ouderenverzorger of softwareprogrammeur.
Het ergste is dat het geen eenmalige schok is, waarna een nieuw evenwicht wordt gevonden. Er zullen steeds opnieuw schokken plaatsvinden. Banen die compleet veilig waren voor automatisering, zoals journalist of historicus, worden misschien ook overgenomen door computers. Als je in de toekomst 100 jaar oud wordt en op je 80ste met pensioen gaat, zul je misschien vijf keer van professionele persoonlijkheid moeten veranderen.” – Yuval Noah Harari in gesprek met Peter Giessen in de Volkskrant.

‘Er is een manier van denken, een methode, die zich op bijna elke pagina van Mein Kampf aan de lezer opdringt. Waar zich de gedachte heeft genesteld dat de bevolking in groot geluk kan leven, als er maar een eind komt aan de zwendel die haar in alles frustreert, helpt geen redelijk verstand meer. Misschien meer nog dan de taal van het nazisme is het dat besef dat het lezen van Mein Kampf zo gruwelijk maakt. We zien, met de kennis van waar het eindigde, machteloos toe hoe de auteur zijn eerste stappen zet op een slingerpad dat niet alleen een specifieke manier van spreken heeft maar ook een bepaalde manier van redeneren. Die manier van redeneren is rampzalig en onjuist, maar ook gruwelijk actueel.’ – Thijs Kleinpaste in De Groene Amsterdammer.

‘Als ooit de term ‘literaire thriller’ van toepassing is geweest, dan is het op de boeken van de Amerikaans-Chinese Celeste Ng (wat je uitspreekt als ‘Ing’), die spannend zijn, plot-driven, maar nergens gemakzuchtig of eenduidig. Ng gaat uit van de psychologie van haar personages, jongeren doorgaans, al krijgen ook hun ouders hun eigen verhaallijnen. De romans zitten vernuftig in elkaar, en de stijl – in Kleine brandjes overal beschrijft Ng wat er op een hele berg kunstfoto’s staat, zonder saai te worden – is heel beeldend. Ze vangt veel in dialoog, en staat zichzelf af en toe een lekkere vergelijking toe.’ – Judith Eislin in NRC Handelsblad.

“De lol van mijn boek is dat oudere lezers elkaar verhalen gaan vertellen. Toen ik Gouden jaren schreef, realiseerde ik me niet hoeveel zoiets losmaakt. Je hoeft het maar open te slaan en mensen beginnen: o ja, dat was bij ons ook zo! Veel van die verhalen waren te leuk om niet te gebruiken in mijn nieuwe boek.
Zo vertelde de moeder van een vriendin van mij dat zij in de jaren vijftig een wasmachine voor een dagdeel huurde. Dat had die vriendin ook nog nooit gehoord. Met de buurvrouw legden ze geld bij elkaar en dan konden ze zich op een middag of ochtend een wasmachine veroorloven. Ze woonde nota bene in Amsterdam op drie hoog, dus dan sleepten de mannen die wasmachine omhoog en weer omlaag.” – Annegreet van Bergen in gesprek met Hans van de Beek in Het Parool.

‘Misschien wordt in het intieme kleinood Paris-Austerlitz Chirbes’ meesterschap als romancier pas goed duidelijk. De subtiliteit waarmee hij de verschuivende nuances in het liefdesleven van zijn hoofdpersonen aanduidt, de schitterende evocatie van de schoonheid en het licht van Parijs, maar ook van de smoezelige cafés en homo-ontmoetingsplaatsen, de indringende introspectie van zijn hoofdpersoon: Chirbes is hier op het toppunt van zijn formuleringskunst, rijk en soepel vertaald door Eugenie Schoolderman.
[…] Paris-Austerlitz is de indrukwekkende afsluiting van een magistraal oeuvre, waarvan alleen de twee eerste romans nog niet zijn vertaald. Hij was de chroniqueur van het post-franquistische tijdperk en werd op de valreep de boekstaver van zijn eigen levensdrama, dat uiteindelijk niet minder nauw met dat tijdvak verbonden was.’ – Ger Groot in NRC Handelsblad.

“Dit is een boek dat meandert en van verhaal naar verhaal springt. En in dat verhaal zit ook een soort biografisch verhaal van de hoofdpersoon, die ik overigens niet zelf ben. Dat van verhaal naar verhaal springen – wat met de zoektocht van de hoofdpersoon te maken heeft – is de drijvende kracht van het boek. Ik hou erg van personages die eigenlijk voortdurend aan het uitstellen zijn. Die altijd weer een omweg weten te bedenken om niet naar de kern te gaan. Dat doet mijn hoofdpersoon ook.
[…] En ik hou erg van boeken die tegelijkertijd essay en verhaal zijn. Dit is een hybride boek.” – Peter Delpeut in gesprek met Maarten Moll in Het Parool.

‘De verzamelbundel bevat een overtuigende proeve van Waterdrinkers Russisch aandoende vermogen om waar gebeurd en sterk verhaal in elkaar te laten overlopen.’ – Boekenredactie de Volkskrant.

Drie uur is weer ouderwets. Ook zonder zijn kompaan Hellström slaagt Roslund erin een opvallend geloofwaardig beeld te schetsen van een milieu waarin ethiek een overdreven luxe is en misdaad niet alleen loont, maar ook min of meer de enige voor de hand liggende keuze is.’ – Frank Heinen in de Volkskrant.

Beneden is geen verzorgd geheel, maar een verslag van een periode van waanzin: rauw, intens, geschreven alsof je er zelf middenin zit. Carrington schreef het in 1942, in het Engels, maar die versie ging verloren, waarna ze in 1943 in het Frans een nieuwe versie dicteerde. In 1987 herzag ze die nog eens. Die geschiedenis versterkt het gevoel van chaos en dreigende onzekerheid.
Het is wonderbaarlijk hoe goed Carrington haar lezers weet mee te slepen in haar psychose. Alles krijgt betekenis voor haar overspannen geest, ze voelt zich verantwoordelijk voor iedereen, euforie wisselt zicht af met wanhoop.’ – Rob van Essen in NRC Handelsblad.

“Of ik er in Japan uiteindelijk achter kwam wie de echte ik was: die bestaat misschien niet. Ik denk niet dat er binnen je geest een soort essentieel zelf is; je verandert de hele tijd. Ik ben nu niet degene die ik was toen ik 23 was, al is dat wel een deel van mijn geschiedenis. Maar in een absolute authenticiteit die onveranderlijk  is en essentieel geloof ik niet zo. Het is veel vloeiender. Al die rollen die je speelt; dat doe je gedachtenloos en ze zijn allemaal een deel van jezelf. Die maskers, die ben je óók.” – Ian Buruma in gesprek met Wilma de Rek in de Volkskrant.

Tot in de hemel is een machtig en gedurfd werk van iemand die, misschien meer nog dan in zijn vroegere boeken, een verbluffende eruditie tentoonspreidt, en op de beste momenten getuigt van een stilistische brille en een bewonderswaardig vermogen om je intellectueel uit te dagen.’ – Jan Donkers in NRC Handelsblad.

“De druk op democratie is nog nooit zo groot geweest als nu. Ik denk dat de democratie echt in groot gevaar verkeert. Allereerst is niet duidelijk meer wat in het nieuws wel of niet waar is en is vaak niet helder wie achter bepaalde berichtgeving zit. Ten tweede is waarheid niet meer het belangrijkste, het gaat er vooral om wie het hardst schreeuwt. Tegenover elke waarheid staan tien tweets.
[…] Ik hoop dat mijn boek een bijdrage levert aan een groter bewustzijn. De waarheid wordt geslachtofferd. We gaan niet meer met elkaar in gesprek of wisselen ideeën uit, maar slingeren slechts onze eigen mening de ruimte in. Daardoor zijn debatten zo gepolariseerd en zwart-wit in plaats van vijftig tinten grijs.” – Jonas Jonasson in gesprek met Vivian de Gier in Het Parool.

‘Hans Rosling fileert denkfouten die mensen in het dagelijks leven maar al te vaak maken, waardoor ze een verwrongen en vaak te negatief beeld krijgen van de wereld.
[…] Het is een boek met een flinke dosis gezond verstand dat zorgt voor een optimistischer kijk op de wereld – maar ook voor bewustwording van de eigen mentale valkuilen die maar al te vaak in de weg zitten van rationeel handelen, op het werk en thuis.’ – Wouter van Noort in NRC Handelsblad.

‘Schrijven is zijn lust en zijn leven schrijft Snijders (1937). Maar de productie wordt wel iets minder. In de twee jaar die in dit boek zijn vervat schreef hij een kleine 200 zkv’s bij elkaar, terwijl Vijf bijlen, het boek waarin de jaren 2007 en 2008 waren te vinden, nog 335 zkv’s bevatte. U moet er maar iets langer op kauwen, want de stukjes blijven amandelen voor de geest. Je kunt er uren mee vooruit.’ – Sebastiaan Kort in NRC Handelsblad.