41.227 resultaten

Een monument voor het gewone volk

In de eerste helft van de negentiende eeuw, in de Pauselijke Staat, een van de reactionairste staten van Europa, richtte de dichter Giuseppe Gioachino Belli een monument op voor het gewone volk van Rome. Hij deed dat in een epos van meer dan tweeduizend gedichten in de hechte structuur van het klassieke Italiaanse sonnet, maar geschreven in de volkstaal van Rome (het Romanesco). Alle aspecten van het volksleven komen aan de orde, dikwijls in de vorm van een korte monoloog of een kort gesprek, wat de gedichten heel levendig maakt. Hoofdthema’s zijn armoede en honger, de afhankelijkheid en rechteloosheid van het volk, het machtsmisbruik van de geestelijkheid en de willekeur van de rechtspleging. En verder alles wat met het geloof samenhangt, zowel de leer als de verschijningsvormen ervan in het dagelijks leven. Ook is er veel aandacht voor seks. En dat alles in een aanstekelijke en eigentijdse vertaling. Een monument voor het gewone volk bevat een ruime selectie van 250 sonnetten. Rome komt eruit naar voren als de stad van zes p’s: papa, preti, principi, puttane, pulci e poveri – paus, priesters, prinsen, hoeren, luizen en armoedzaaiers.

Alle gedichten

‘Dichten is geen wedstrijd, ook al kun je er prijzen mee winnen,’ schreef Remco Campert eens, ‘maar daarmee ben je nog niet de beste. Dat begrip bestaat niet in de poëzie.’ Hij mijmert verder en levert zich over aan een gedachtegang. ‘Misschien zou je Gorter de beste dichter van de Lage Landen kunnen noemen, maar daar komen Lucebert, Kouwenaar, Van Ostaijen en Claus al aangesneld. En Frank Koenegracht. Voor die laatste ben ik bereid “de beste” even te aanvaarden. Even maar, want ik wil hem niet verstikken. Dit overkwam me bij nauwkeurige herlezing van Koenegrachts verzamelbundel. Neem het gedicht Epigram. Mijn ziel is onzichtbaar en stroomt aldoor maar ik blijf zo kalm als een raam op zondag en in mijn verbeelding zit ik tweemaal zo stil als jullie denken terwijl alles wat donker is komt aansluipen als een langzame lelijke vlieg. En al ons denken is als een hondje in de bocht van de weg. Bij het laatste beeld spits ik de oren. Dit is geen slapende hond, maar een klaarwakkere. Het is de poëzie zelf.’

Hoge kamer

Gerard Akse (Meppel, 1940) is sociaal wetenschapper. Als expert ontwikkelingssamenwerking is hij zijn levenlang betrokken geweest bij kennis- en informatieoverdracht in derdewereldlanden. Hoewel altijd een schrijver en rapporteur, dateert zijn poëzie van relatief kortgeleden (omstreeks 2000). Vanuit zijn achtergrond richt zijn poëzie zich met name op thema's als de reizende mens en zijn kwetsbaarheid onderweg, zijn vervreemding en armoede, stof altijd in de nabijheid. Gerard Akse is met zijn poëzie communicatief. Hij heeft een boodschap en toehoorders dichten hem passie toe. Hij treedt op. Hij publiceert in tijdschriften en schrijft op verzoek.Hij presenteert zich op tentoonstellingen in samenwerking met beeldend kunstenaars in Gouda en Doesburg. Sinds 2012 treedt hij op in de 'Hoge Kamer', een programma van poëzie en fluit, gesitueerd in Oost-Turkije. Het poëzie-boekje Hoge Kamer dat u nu in handen heeft, bevat het poëtisch werk uit dat programma.

Doen en laten

Judith Herzberg is een van de meest geprezen en gelezen dichters van Nederland. Ze debuteerde in 1961 met haar eerste gedichten in Vrij Nederland. In 1963 verscheen haar eerste bundel 'Zeepost' en hierna volgden onder meer 'Beemdgras' (1968), 'Zoals' (1992) en 'Soms vaak' (2004). Het kleine toeval, de verwondering over het vanzelfsprekende en de twijfel aan de zichtbare werkelijkheid spelen in haar gedichten een belangrijke rol, waarbij haar onopgesmukte taalgebruik soepel en verfrissend is. Deze editie van 'Doen en laten' is uitgebreid met een selectie van gedichten uit haar recentere bundels 'Zijtak' (2007), 'Jij mij' (2008), 'Het vrolijkt' (2008) en 'Klaagliedjes' (2011). 'De toegankelijkheid van Herzbergs poëzie doet je bijna vergeten hoe gerafneerd haar taalgebruik is.' DE VOLKSKRANT 'Herzberg heeft een subtiel vermogen om moeilijke, haast onbeschrijfbare dingen te karakteriseren.' VRIJ NEDERLAND

Uitzicht is een afstand die zich omkeert

Hoe vind je houvast in een wereld waar alles caleidoscopisch beweegt? Waar huishoudelijke voorwerpen, land- en stadschappen, dieren en geluiden hun eigen gang blijven gaan? Door goed te kijken. Dat doet Bernke Klein Zandvoort. Soms dromen haar zinnen zich weg van wat concreet is, maar steeds keren ze weer terug naar straten, pleinen, en alle sporen die mensen daarin hebben achtergelaten. Ze houdt beelden en gedachten in de lucht tot er onvermijdelijk iets valt of ze wat morst.

Heerlijke galop

Heerlijke galop, het debuut van Pieter de Bruijn Kops, is een bundel die tegen de huidige tijdgeest lijkt in te gaan. Het is een optimistische, lichtvoetige bundel waarin grote gedachten worden verbonden aan kleine bevindingen. ‘Het gaat niet om wat ertoe doet, dat/ is het mooiste, dat het ook/ anders had kunnen zijn, snap/ dat nou.’ Heerlijke galop is een rijk geschakeerd samenspel van klank en betekenis, gevoelens en overpeinzingen, ervaring en verbeelding, waarin ieder gedicht zijn eigen logica voortbrengt. Pieter de Bruijn Kops betoont zich een romanticus met een verfrissend absurde inslag, die maakt dat je de wereld met open vizier tegemoet treedt.‘Wat de poëzie van Pieter de Bruijn Kops meteen al bijzonder maakt, is dat die zich bijna anarchistisch onttrekt aan iedere typering; romantisch, avontuurlijk, er is voortdurend iets aan de hand. Ieder gedicht is een kleine wonderlijke wereld op zich. Als lezer kijk je daarin verbaasd om je heen en je beweegt mee met het eigenzinnige ritme.’ Thomas Verbogt‘Zelden verscheen de laatste jaren een bundel met zo’n grote glimlach (…). Die optimistische, vreugdevolle stemming blijft de hele bundel intact. (…) Hij weet je waarlijk mee te slepen met zijn hedonisme. (...) En dat is heel zeldzaam in de Nederlandse dichtkunst van het moment (…). We moeten terug tot Hans Andreus en Cees Buddingh’ om zulke goedgemutste gedichten te vinden. (...) Heel bijzonder en o ja, bijzonder geslaagd, dat ook.’ Rob Schouten, Awater‘Met afstand de vrolijkste bundel van het jaar, van de best gehumeurde dichter in Nederland en ver daarbuiten. Kom er maar eens om.’ Jasper Henderson, Awater

Violet Bent Backwards over the Grass

THE HIGHLY ANTICIPATED DEBUT BOOK OF POETRY FROM LANA DEL REY, VIOLET BENT BACKWARDS OVER THE GRASS 'Violet Bent Backwards Over the Grass is the title poem of the book and the first poem I wrote of many. Some of which came to me in their entirety, which I dictated and then typed out, and some that I worked laboriously picking apart each word to make the perfect poem. They are eclectic and honest and not trying to be anything other than what they are and for that reason I'm proud of them, especially because the spirit in which they were written was very authentic. Lana Del Rey Lana's breathtaking first book solidifies her further as 'the essential writer of her times' (The Atlantic). The collection features more than thirty poems, many exclusive to the book: Never to Heaven, The Land of 1,000 Fires, Past the Bushes Cypress Thriving, LA Who Am I to Love You?, Tessa DiPietro, Happy, Paradise Is Very Fragile, Bare Feet on Linoleum and many more. This beautiful hardcover edition showcases Lana's typewritten manuscript pages alongside her original photography. The result is an extraordinary poetic landscape that reflects the unguarded spirit of its creator. Violet Bent Backwards Over the Grass is also brought to life in an unprecedented spoken word audiobook which features Lana Del Rey reading fourteen select poems from the book accompanied by music from Grammy Award-winning musician Jack Antonoff.

De misplaatste sollicitant

De misplaatste sollicitant is een ‘delirium’, een danteske ‘commedia’ waarin de Argentijnse en Latijns- Amerikaanse politieke werkelijkheid wordt bekeken en naar zichzelf kijkt. Leónidas Lamborghini (Buenos Aires, 1927–2009) was een eigenzinnige dichter met experimenteerdrift. Hij heeft zich nooit willen associëren met een bepaalde stroming of generatie binnen de (Argentijnse) poëzie. Zijn opvallende stem en de combinatie van literair experiment en politieke betrokkenheid in zijn werk is een belangrijke inspiratiebron voor hedendaagse dichters Martín Gambarotta en Sergio Raimondi.

Guillaume

Guillaume is anders. Of beter, Guillaume is bijzonder. Hij beantwoordt misschien niet aan de hoge verwachtingen van zijn vader, maar in het leven van menig ander is Guillaume een baken van inspiratie. Kreek Daey Ouwens schreef met Guillaume een even beeldend als aangrijpend poëtisch boek vol macht en onmacht, rauwe realiteit en fantastische dromen, ouderlijke teleurstelling en onvoorwaardelijke liefde. We weten dat er iets is we weten dat er iets aan de hand is we weten niet wat we zien we horen dat onze Vader anders is als hij met Guillaume is dat wij andere kinderen - Dit was Vaders droom: Guillaume naar de universiteit hoge funktie dokter advokaat Guillaume die iemand te woord staat, welbespraakt 'U mag trots zijn op Uw zoon, Hoe heet hij?'

Helium

Wat zou je doen, zei de buurman, als je morgen in de keukenla de ware liefde vond? Of om het minder gek te maken, voor je deur? Ik zei: meneer, ik zou er in de eerste plaats zo goed als mogelijk voor zorgen en ik zou orde scheppen, denk ik. Alle vorken bij de vorken. En de drempel zou ik schrobben voor als het nog een keer gebeurt. De jeugd, een liefde, de vitaliteit van ouders: alles is vluchtig, alles vervliegt. De tijd is ongrijpbaar – en toch doet Bart Moeyaert een poging hem in taal te vangen. Omdat afscheid nemen ook opnieuw beginnen is, opnieuw beginnen tegen wil en dank soms, maar niettemin: opnieuw beginnen. De gedichten in Helium zijn er de intieme getuigenissen van.

Er is een band die rapemachine heet

Levina van Winden sleept de lezer in ‘Er is een band die rapemachine heet’ mee in haar opzwepende, ontsluierende poëzie, waarin ze zonder blikken of blozen de meest weerloze delen van de vrouwelijke ik secuur ontleedt. Wie de ogen afwendt, heeft verloren. Met bittere ironie, lyrische tederheid en de moed der wanhoop houdt haar poëzie zich staande in de strijd om dat laatste beetje vrijheid in een wereld zonder toekomst.

De goddelijke komedie

‘Laat ik maar meteen zeggen dat Cialona en Verstegen iets verbluffends hebben gepresteerd en de “Komedie” inderdaad tot een belevenis hebben gemaakt door hun poëzie.’ Trouw ‘Wat Dante-vertalers Ike Cialona en Peter Verstegen voor elkaar brachten, is een prestatie die je in deze tijd haast niet meer voor mogelijk houdt. Een vertaling waarmee we een heel eind de eenentwintigste eeuw in kunnen.’ De Morgen

Langs brede rivieren

Nederlanders zijn dol op hun rivieren én op gedichten die over het landschap gaan. Velen kennen de eerste regels van het gedicht ‘Herinnering aan Holland’ van H. Marsman: Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan Of denken bij het naderen van Zaltbommel aan het bekende ’De moeder de vrouw' van Martinus Nijhoff, dat begint met ‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien’. Maar hoe veel gedichten er over de Nederlandse rivieren geschreven zijn, merkte bloemlezer Wim Huijser (1960) pas echt toen hij deze bundel ging samenstellen om de mooiste te verzamelen. 190 gedichten zijn uiteindelijk opgenomen, in een overzichtelijke thematische indeling. Met gedichten van onder andere Ida Gerhardt, Toon Tellegen, Anna Enquist, Hagar Peeters, Jan Terlouw, Gerrit Komrij, Rutger Kopland, M. Vasalis, Martin Reints, Remco Campert en Willem van Toorn.

Wakend over God

Wakend over God is Joost Zwagermans laatst voltooide en postuum uitgegeven werk, en beschrijft de geloofsstrijd van een naamloos blijvend ik, die soms in zijn verbeelding, soms letterlijk met het Opperwezen in gevecht raakt. De ik-figuur neemt bij gelegenheid de plaats van God in. Meer dan eens straft diezelfde God oudtestamentisch streng als Hij aan het bestaan van de ik-figuur twijfelt. Op andere momenten poogt de ik-figuur wanhopig maar altijd tevergeefs met God in contact te komen. Weer elders moet de 'ik' zichzelf wapenen tegen een moordaanslag, ingenieus voorbereid door God.Wakend over God eindigt met een - gefingeerde? - geloofsbelijdenis en een sterfgeval, waarbij de dichter wijselijk in het midden laat wie van deze twee 'grootheden', God of de verteller, nu precies overlijdt. Wakend over God bezingt in diverse toonaarden het gevecht met de Engel. Allerlei facetten van een denkbare en navoelbare verhouding met God passeren de revue: verwachting, troost, woede, verbittering, loochening en uiteindelijk berusting. Maar het blijft in de bundel onbeslist wie nu precies in wiens bestaan berust.

Voor de liefste onbekende

Maar weinig Nederlandse poëzieliefhebbers zullen nog nooit iets van Ingmar Heytze hebben gelezen. Van zijn bundels werden tienduizenden exemplaren verkocht, zijn gedichten sieren vele gevels in de stad Utrecht, en zijn gelegenheidsgedichten – zoals die over de ramp met mh17 – staan menigeen in het geheugen gegrift. Na vijfentwintig jaar dichterschap en vijftien bundels is het daarom de hoogste tijd voor een allesomvattende verzamelbundel. Nagenoeg alle gedichten vanaf zijn debuut De allesvrezer (1997) tot en met het recente De man die ophield te bestaan (2015) zijn in deze spectaculaire uitgave opgenomen, aangevuld met ongebundelde en nieuwe gedichten. Voor de liefste onbekende is een even zaligmakende als laagdrempelige en handzame bundel voor eenieder die nader wil kennismaken met ‘de ongekroonde dichter des vaderlands’, dan wel Heytze hélemaal wil hebben. ‘Heytze is in zijn eentje The Beatles van de Nederlandse poëzie.’ joost zwagerman

Celinspecties

Ester Naomi Perquin mocht voor twee bundels maar liefst zes prijzen in ontvangst nemen. Haar werk werd getypeerd als 'urgent, vermakelijk, diepzinnig, maar steeds messcherp'. In deze derde bundel Celinspecties neemt Perquin de lezer mee in de beslotenheid van systemen, verhalen en verwachtingen. De poëzie van Ester Naomi Perquin draait in kleine cirkels naar een midden en sluit dan de deur. Celinspecties zijn niet alleen letterlijk zoektochten naar de essentie, maar ook - en misschien is dat nog letterlijker - een poging onder de huid van een ander te kruipen. Perquin schrijft vanuit de aandrift tot begrip, meer dan uit de wil tot oordelen. Perquin is een van de weinige dichters in ons taalgebied die het raadsel niet opzoekt maar het zorgvuldig bewaakt.

Verliezen is een kunst

Elizabeth Bishop (1911-1979) wordt vaak een 'dichters dichters dichter' genoemd. Deze dubbele annexatie, die erop lijkt te wijzen dat haar poëzie niet in staat is een groot publiek te bereiken, wordt koelbloedig weersproken door haar verzen, die immers wereldfaam genieten. Bishop is de auteur van een klein oeuvre. Ze publiceerde vijf bundels en haar Complete Poems 1927-lyjy beslaan nog geen driehonderd pagina's. Maar haar oeuvre is als haar afzonderlijke verzen, die vaak zo'n klein gebied in kaart brengen, dat je ze makkelijk als miniaturen kunt beschouwen. Maar zoals het een miniatuur betaamt, is er meer. Bishop is de grootmeester van het gedetailleerd beschreven oppervlak waaronder peilloze diepten schuilgaan. In een brief van 19 oktober 1967 aan Joseph Summers en zijn vrouw U.T. wijst ze erop dat ook wat onder het oppervlak schuilgaat altijd duidelijk zichtbaar is. 'Het kon me zelfs niet schelen,' schrijft ze, 'want ik denk dat het overduidelijk is, hoewel ik er nooit bewust aan heb gedacht, toen twee verschillende critici erop wezen dat 'Een wonder als ontbijt' naar de Mis verwijst.' Het verdient aanbeveling bij het lezen van Bishop deze paradoxale slag om de arm in gedachten te houden, want haar verzen duiken altijd de diepte in. De beroemde laatste regel van Aankomst in Santos kan wat dat betreft als haar poëtica dienen: 'We gaan de binnen-rijken tegemoet.' Tweetalige Engels/Nederlandse uitgave.

Honderd Liefdessonnetten

Ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Pablo Neruda, op 12 juli 2004, is zijn beroemde bundel Honderd liefdessonnetten voor het eerst in zijn geheel in het Nederlands vertaald. Honderd liefdessonnetten behoort tot de hoogtepunten in het oeuvre van Pablo Neruda. De dichter betuigt zijn grote liefde aan Matilde Urrutia, de belangrijkste vrouw in zijn leven, die tevens een beslissende invloed had op de latere ontwikkeling van zijn poëzie. Neruda bezingt zijn geliefde in schitterende sonnetten, vol symbolen, ontmoetingen en passievolle beelden. Ten opzichte van Nerudas vroegere poëzie is Honderd liefdessonnetten van een uitzonderlijke rijpheid, waardoorheen niettemin een gloedvolle liefde voor Matilde schittert. De sonnetten dragen licht en schaduw in zich; zij behoren tot Nerudas persoonlijkste en rijkste poëzie.

Het barre land

Het jaar 1922 is een wonderjaar in de westerse literatuur. Naast Ulysses van James Joyce verscheen The Waste Land van T.S. Eliot. De roman en het gedicht zijn beide hoogtepunten van het modernisme. Romanciers als Ernest Hemingway, Aldous Huxley, William Faulkner, Graham Greene en zelfs Stephen King lieten zich erdoor inspireren. Paul Claes, die samen met Mon Nys een bejubelde vertaling van Ulysses maakte, heeft nu ook The Waste Land omgezet in fonkelend Nederlands. Claes schreef een commentaar waarin hij tientallen tot nu toe mysterieus gebleven passages voor het eerst verklaart. Bovendien onthult hij in een nawoord hoe Eliot het pijnlijkste geheim uit zijn privé-leven prijsgeeft in een ingenieus gecodeerde vorm. Zijn vriendin Mary Hutchinson sprak er wel over als 'Toms autobiografie'. Vijfentachtig jaar na het verschijnen van The Waste Land krijgt de lezer voor het eerst de sleutel tot de betekenis van dit legendarische gedicht. 'April is de grimmigste maand, hij wekt Seringen uit het dode land, vermengt Herinneringen en verlangen, port Lome wortels op met lenteregen. De winter hield ons warm, hulde De aarde in vergetele sneeuw, voedde Een restje leven met verdorde knollen.'

De elegieen van Duino

De elegieën van Duino van Rainer Maria Rilke (1875-1926) zijn een ab soluut hoogtepunt in de West-Europese poëziegeschiedenis. De ontstaansgeschiedenis is bijzonder. Van de eerste regel, die Rilke zich in een stormwind toegeroepen waande, toen hij wandelde in de tuinen van kasteel Duino aan de Adriatische Zee, tot de voltooiing, tien jaar later. Wat hij al die jaren had meegedragen en niet kon verwoorden, mede door de verwarring die de Eerste Wereldoorlog in hem teweegbracht, kwam in de februarimaand van het jaar 1922, nadat hij zich volkomen had afgezonderd, tot een stralende uitbarsting. In een storm van inspiratie, die een paar weken aanhield, voltooide hij de elegieën. De elegieën zijn niet alleen een gang door het leven van de dichter zelf, van de aanvankelijke angsten en depressies tot de jubelende aanvaarding (‘hiersein ist herrlich’), maar ook een vergezicht op de zin van ons zijn hier op aarde. De vertaling van Atze van Wieren is muzikaal, krachtig en nauwgezet, waardoor diepte en schoonheid van dit grootse werk optimaal tot hun recht komen. Wil Rouleaux schreef daarover in de NRC: ‘Een opvallend modern klinkende Rilke. De vertaling is moderner en ‘gewoner’ dan de soms nogal plechtig klinkende versie uit 1978 van prof. Bronzwaer. Van Wieren is kernachtiger en lijkt soms meer risico te nemen.’ Naast de vertaling bevat het boek ook de Duitse tekst van de gedichten, een korte biografie van Rilke, aantekeningen bij de vertaling en de tekst van de brief aan Hulewicz. Dit is de herziene 2e druk waarin diverse verbeteringen zijn aangebracht.

111 hopla's

Enigma

Enigma is het debuut van schrijver en dichter Andrew Quail. De bundel staat vol intrigerende dwarsverbanden. Quail neemt de lezer mee in zijn wereld, zoektochten, verlangen en verleidingen. Zijn poëzie wordt gekenmerkt door zijn lichtvoetige stijl gegoten in scherpe zinnen.

Zie je ik wou graag zijn jou

Herman Gorter (1864-1927) was een van de meest geliefde en vernieuwende dichters uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Velen zullen zich bijvoorbeeld ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’ herinneren, de beginregels van zijn grote epos Mei. Gorter schreef veel over verlangen en liefde, en over de natuur. Hij wou het allerliefst één zijn met wat hij waarnam. Zijn inspiratie vond hij in de natuur, een tijdlang ook in de filosofie, en in de tweede helft van zijn leven leken de antwoorden die hij zocht in het socialisme te liggen. Maar de meest constante verzachting en verlichting vond Gorter bij de vrouwen van wie hij hield. Zijn liefde voor hen is door deze bloemlezing als vanzelf de rode draad geworden.

Perverse verzen

Het minst bekende deel van Rimbauds poëzie zijn de bijzonder schunnige gedichten die hij schreef tijdens zijn eerste verblijf in Parijs. Via zijn vriend Paul Verlaine maakte hij daar kennis met de Zutistes. Deze rebelse dichters ontleenden hun naam aan de uitroep ‘Zut’, die het best vertaald kan worden als ‘shit’. De tweeëntwintig bijdragen die de zeventienjarige dichter leverde aan hun gastenboek zijn de smeuïgste van het geheel. Rimbaudkenner Paul Claes geeft hier voor het eerst een volledige vertaling met een inleiding en een uitgebreid commentaar dat geen enkele obsceniteit onverklaard laat.

Godface

Asha Karami leerde in haar eerste zeven levensjaren vier talen, geen van alle beschouwt ze als haar moedertaal. Ze veranderde reeds drie keer van naam en ook haar geboortedatum is een complex verhaal. De onaffe mens en haar plek in onze op perfectie gerichte samenleving staat centraal in haar poëzie. In haar haast intuïtieve gedichten ontwricht en onthecht ze haar personages. Ze plaatst zonder hiërarchie existentiële thema’s naast alledaagse irritaties, op zoek naar de randen van betekenis. Godface is een gelaagde bundel waarin met rake beelden en verrassende montages telkens iets bezworen en/of aangeklaagd wordt. De toon is soms opstandig, soms vol wrange humor, maar geeft ook vaak blijk van grondige compassie.

Kapitaalfout

Verborgen tuinen

In deze panoramische bundel gaat Anneke Brassinga op zoek naar een nieuwe onschuld in het spraakwatervallige, de bronnen van het paradijs. Ze dwaalt door de ‘tuin der lusten nou nee’ – want zijn we daarin geen gevangenen, tot de dood erop volgt? Met collega-dichter Piet Gerbrandy wisselt ze lyrisch van gedachten over de benauwenissen en verlokkingen van het menselijk bestaan; ze verklaart haar liefde aan Berlijn (‘spuuglelijkste stad’), en aan het Zich bezingende Het (‘Dit is een handreiking, geen richtlijn, rondgefietst / door wie eens, fermgeworteld, Bochtige Smele was’). En in onvindbare tuinen achter de Schaarse Bergen, het decor van haar jeugd, komt zowaar het verloren geluk aan het licht.

Het gesprek

Hoe wil jij herinnerd worden? Wil komt niet ter sprake. Mijn specifieke gedragingen en eigenschappen samen met mijn generieke kenmerken (dat zijn er veel meer) blijven voor altijd functioneren in de eindeloze dataset die onze markten voedt en het consumentenverlangen aanstuurt. Al het andere is apocrief. Het gesprek vormt samen met Dierengebeden en buitengebieden een soort tweeluik. In Het gesprek beantwoordt Jeroen van Rooij in veertig dagen de veertig vragen uit de ‘gesprekskaarten’ van de Evangelische Omroep. Deze kaarten, met vragen als ‘Wat is ware liefde?’ of ‘Wie is een engel voor jou?’, waren in het voorjaar van 2020 gratis te bestellen bij de EO. Door de vragen zo eerlijk mogelijk te beantwoorden, wilde van Rooij een actuele tekst schrijven die uitgesproken, helder en open is.

Kattenpoëzie uit de Nederlandse literatuur

Voor veel dichters is hun kattenvriend een muze. Geen dier is zo veel bezongen als de huiskat. De kat is mysterieus, houdt zijn baasje een spiegel voor en krijgt veel menselijke eigenschappen toegedicht.***** Na het succesvolle "Kattenpoëzie uit de wereldliteratuur" zijn nu uitsluitend de beste Nederlandse gedichten gebundeld. Met gedichten Hans Andreus, J. Bernlef, C. Buddingh’, Remco Campert, Judith Herzberg, Gerrit Komrij, Rutger Kopland, Rudy Kousbroek, Sjoerd Kuyper, Nicolaas Matsier, Jean Pierre Rawie, Astrid H. Roemer, Annie M.G. Schmidt, Rob Schouten, F. Starik, Menno Wigman, Nachoem Wijnberg, Willem Wilmink en vele anderen.

De dagen

De dagen bestaat uit heldere gedichten die hun oorsprong vinden in alledaagse ervaringen en waarnemingen, vaak in het Midden-Franse landschap waar Willem van Toorn een groot deel van het jaar woont – zoals de zorg voor hout voor de winter, de omgang met eeuwenoud gereedschap, het overtrekken van kraanvogels. Weer andere gedichten zijn ontstaan uit onontkoombare confrontaties met de dood, zoals de verrassende aanwezigheid van een overleden vader, de herinneringen van Dora Diamant aan Franz Kafka, en het delven van een graf voor een kleine hond. Wat de gedichten bindt is de gelijktijdigheid van vroeger en nu, van vergankelijkheid en voortbestaan.

Dearly: Poems

By turns moving, playful and wise, the poems gathered in Dearly are about absences and endings, ageing and retrospection, but also about gifts and renewals. They explore bodies and minds in transition, as well as the everyday objects and rituals that embed us in the present. Werewolves, sirens and dreams make their appearance, as do various forms of animal life and fragments of our damaged environment. Before she became one of the world’s most important and loved novelists, Atwood was a poet. Dearly is her first collection in over a decade. It brings together many of her most recognisable and celebrated themes, but distilled – from minutely perfect descriptions of the natural world to startlingly witty encounters with aliens, from pressing political issues to myth and legend. It is a pure Atwood delight, and long-term readers and new fans alike will treasure its insight, empathy and humour

Lefregels

In 'Lefregels' zijn alle gedichten van Tanja Helderman over afscheid, verlies en rouw verzameld in één themabundel. Rouwen bestaat bij de gratie van liefhebben. Loslaten bij de gratie van lef hebben. Er zijn geen wetten die voorschrijven hoe je moet omgaan met verlies. Geen regels die je vertellen hoe je moet omgaan met rouw. De intensiteit van rouwen is voor iedereen verschillend. De essentie voor iedereen gelijk. Rouwen vergt moed om je te verbinden met je verdriet en het lef om de draad weer op te pakken; als de tijd rijp is. Van Tanja Helderman (1974) verschenen bij Uitgeverij Palmslag eerder 'Over Leven' (2017) en 'Drijfkracht' (2018). Taal loopt als een rode draad door haar leven. Ze studeerde logopedie en neurolinguïstiek. Momenteel combineert ze haar baan als logopedist met het schrijven van gedichten. Daarnaast is ze oprichter van TAALig (op Facebook en Instagram). Op TAALig publiceert ze regelmatig eigen werk, dat veelvuldig gelezen en gedeeld wordt.